9. Bijlage 1. Decembercirculaire 2021 (versie 14 december 2021) (2781884)
Tekst van het document
Gemeentefonds
Decembercirculaire 2021
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 14 december 2021 Kenmerk 2021-0000643235
Onderwerp Doelstelling
decembercirculaire gemeentefonds 2021 bekendmaking van beleid en het geven van informatie
Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
septembercirculaire 2021 (2021-0000478671); meicirculaire 2021 (2021-0000287810); aanvullende brief maart 2021 (2021-0000171770) 14 december 2021 1 juli 2022
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Voorwoord
Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De decembercirculaire heeft doorgaans een beperkte strekking. Het gaat primair om onderwerpen die vóór het einde van het jaar geregeld dienen te zijn, met het oog op de jaarafsluiting door het Rijk en de gemeenten. Bij wijze van uitzondering bevat deze circulaire ook enkele mutaties voor de uitkeringsjaren 2022 en verder, gebaseerd op de eerste, de tweede en derde nota van wijziging die op respectievelijk 5 oktober, 10 november en 3 december 2021 aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.
In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook.
De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circula ire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten.
Ik wens u veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken.
Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. Ollongren
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ...................................................................................................................1 1.1
Inleiding .................................................................................................................1
1.2
Algemene uitkering ..................................................................................................1
1.3
C ompensatiepakket coronacrisis medeoverheden ........................................................2
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds ............................................................................3
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................................................................4
Algemene uitkering ..........................................................................................................5 2.1
Inleiding .................................................................................................................5
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ..................................................5
1.
Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) ..........................................................6
2a. Generieke Digitale Infrastructuur..................................................................................6 2b. MijnOverheid en DigiD ................................................................................................7 2c. Burgerservicenummer (BSN)........................................................................................7 3.
Versterking dienstverlening gemeenten ......................................................................7
3a. Robuust rechtsbeschermingssysteem............................................................................8 3b. Systeemleren.............................................................................................................8 3c. Versterking ondersteuning wijkteams............................................................................9 3d. Impuls integraal werken..............................................................................................9 4.
Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg...........................................9
5.
a en b) C ontinuïteit van zorg: meerkosten jeugd en wmo (covid -19) ........................... 10
6.
a en b) Salarislasten zorgdomein ............................................................................. 10
7.
Kwaliteitsborging bouw- woningtoezicht ................................................................... 11
8.
Lokaal cultuuraanbod ............................................................................................. 11
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ..................................................................... 11
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering................................................................ 12
2.4.1 2.5 2.6 3
Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg ......................................... 12 Veranderingen in het verdeelstelsel .......................................................................... 13 Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor ............................................... 13
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ......................................................................... 15 3.1
Inleiding ............................................................................................................... 15
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen .................................. 15
1.
Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) ......................................................... 16
2.
C ontinuïteit van zorg .............................................................................................. 16
2a. Maatschappelijke opvang (covid-19) ........................................................................... 17 2b. Beschermd wonen (covid-19) .................................................................................... 17 2c. Vrouwenopvang (covid-19) ........................................................................................ 17 3.
Participatie: Sociale Werkbedrijven .......................................................................... 18
4.
Gemeenteraadsverkiezingen.................................................................................... 18
5.
Voortzetting pleegzorg AMV’s .................................................................................. 18
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
6.
Versterking dienstverlening gemeenten .................................................................... 19
6a. Systeemleren........................................................................................................... 20 6b. Personen met verward gedrag.................................................................................... 20 7.
Inburgering ........................................................................................................... 20
8.
Einde lening inburgeringsplichtig.............................................................................. 21
9.
Erfgoed Deal ......................................................................................................... 21
10.
Mantelzorgbeleid.................................................................................................... 22
11.
Versterken aanbod dementie ................................................................................... 22
12.
Stedelijke vernieuwingsgebieden ............................................................................. 22
13.
Experiment gesloten coffeeshopketen ...................................................................... 23
14.
Herindelingsverkiezingen ........................................................................................ 23
15.
Duurzaam erfgoed ................................................................................................. 23
16.
Verdiepingstraject onderwijssegregatie..................................................................... 24
17.
Programmabureau Sociaal domein ........................................................................... 24
18.
LHBTI-emancipatiebeleid ........................................................................................ 24
19.
Ongeadresseerde briefstembiljetenveloppen ............................................................. 24
20.
C ity Deal (systeemleren) ........................................................................................ 25
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen25
3.3.1
Bevolkingsdaling ............................................................................................... 25
3.3.2
Landelijke vreemdelingen voorzieningen............................................................ 25
3.3.3
C risisdienstverlening: aanpak jeugdwerkloosheid .............................................. 25
3.3.4
Klimaat ......................................................................................................... 26
3.3.5 IU Voogdij/18+: vangnetregeling ‘Aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel’ ....................................................................................................... 26 4
Overige mededelingen .................................................................................................... 28 4.1
Inleiding ............................................................................................................... 28
4.2
Bevoorschotting ..................................................................................................... 28
4.3
Aanlevering Iv3 in JSON-formaat ............................................................................. 28
4.4
Website gemeentefinanciën en informatievoorschrift Iv3 ............................................ 29
Bijlagen .............................................................................................................................. 31 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 ................................. 31 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2021, gegroepeerd naar cluster ....................................... 41 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid 2022, gegroepeerd naar cluster ....................................... 44 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) ............. 47 Bijlage 3.2-2a Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang (covid-19)........................... 51 Bijlage 3.2-2c Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (covid-19) ........................................ 52 Bijlage 3.2-3 Integratie-uitkering Participatie: Sociale Werkbedrijven...................................... 53 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Gemeenteraadsverkiezingen........................................ 61 Bijlage 3.2-6a Decentralisatie-uitkering Systeemleren........................................................... 69 Bijlage 3.2-6b Decentralisatie-uitkering Personen met verward gedrag ................................... 70 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig.................................. 71
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Mantelzorgbeleid ...................................................... 75 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Versterken aanbod dementie ..................................... 76 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Stedelijke vernieuwingsgebieden................................ 77 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Experiment gesloten coffeeshopketen ......................... 78 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Ongeadresseerde briefstembiljetten ........................... 79
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.
In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Najaarsnota 2021 en uit de eerste, tweede en derde nota van wijziging voor het jaar 2022.1 Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire.
De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie - en integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
Zoals gebruikelijk bevat de decembercirculaire geen nieuwe accresramingen. Omdat het accres voor 2021 – net als voor 2020 – in overleg met de VNG en het IPO is bevroren, zal het accres voor dit jaar dan ook niet meer worden bijgesteld. Voor de jaarafsluiting 2021 is het accres 2021 zoals gemeld in de meicirculaire 2020 de definitieve stand.
Op 5 oktober jl. heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over de budgettaire gevolgen van het aanvullende maatregelenpakket naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen.2 Gelet op het bijzondere karakter van het aanvullende pakket heeft het kabinet besloten geen accres voor het gemeente fonds en provinciefonds toe te kennen over de nieuwe maatregelen. Aangezien de gemeenten geen accres ontvangen over het aanvullende pakket, maar wel te maken zullen krijgen met toename van salarissen in hun zorgdomein, zal het Rijk als compensatie vanaf 2022 structureel € 80 miljoen per jaar toevoegen aan de algemene uitkering. De toevoeging is in deze circulaire verwerkt (zie paragraaf 2.2). Daarnaast zullen gemeenten in het voorjaar bij de verwerking van reguliere loon- en prijsbijstelling voor Beschermd Wonen structureel € 14 miljoen additionele loon- en prijsbijstelling ontvangen.3,4 In reactie op het rapport Ongekend onrecht5 van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar
TK 2021/22, 35 925-B, nr. 6 (Nota van wijziging | Twe ede Kamer der Staten-Generaal), TK 2021/22, 35 925B, nr. 13 (Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2022 | Twe ede Kamer der State n-Generaal) en TK 2021/22, 35 925-B, nr. 15 Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor he t jaar 2022 | Twe ede Kamer der Staten -Generaal. 2 TK 2020/21, 35 925, nr. 121: Budgettaire uitkomsten APB | Twe ede Kamer der Staten -Generaal 3 Dit be drag zal in de meicirculaire 2022 worde n toegevoegd aan de integratie-uitkering Beschermd wonen. 4 https://www.rijk soverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/09/23/kamerbrief-over-reactie-op-motiele de n-hijink-en-bikker-om-extra-financiele-middelen-vrij-te-maken-voor-zorgsalarissen 5 TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | O verheid.nl > O fficiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 1
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
1
gesteld voor het verbeteren van dienstverlening van gemeenten voor alle mensen. Daarvan wordt voor 2021 € 124 miljoen beschikbaar gesteld via het gemeentefonds. Dit wordt uitgekeerd via de algemene uitkering (€ 109 miljoen) en twee decentralisatie-uitkeringen (€ 15 miljoen). Zie paragraaf 1.5 en 3.2 voor het overzicht voor de verdeling van de middelen voor 2021 en verder.
Om de noodzakelijke voorbereidingen te kunnen treffen op de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ontvangen gemeenten in 2021 een initiële bijdrage van € 10 miljoen (zie paragraaf 2.2).
1.3
Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden
Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, teneinde cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Voor 2021 wordt aanvullend een bedrag van € 136,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de meerkosten en inhaalzorg. Dit wordt uitgekeerd via de algemene uitkering (€ 47 miljoen) (zie paragraaf 2.2-5), de integratie-uitkering Beschermd wonen (€ 8 miljoen) en de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang (€ 80,8 miljoen) en Vrouwenopvang (€ 0,3 miljoen) (zie paragraaf 3.2-2).
Ook komt er een regeling voor de meerkoste n in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november jl. zijn aangekondigd. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022.6
Daarnaast is in het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april jl. afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covi d-19 in 2020. Gemeenten hebben in 2020 een voorschot ontvangen ter compensatie van inkomstenderving als gevolg van corona. Daarbij is afgesproken dat gemeenten op een later moment reële compensatie zullen ontvangen voor de gederfde inkomsten over 2020. Voo r 282 gemeenten wordt de compensatie over 2020 nu volledig afgerond. Voor 48 gemeenten is op dit moment sprake van gedeeltelijke compensatie. Voor 25 gemeenten kan de reële compensa tie op dit moment nog niet worden bepaald. De compensatie van deze gemeente n vindt op een later moment plaats. De compensatie van de inkomstenderving ad € 84,381 miljoen is in deze circulaire verwerkt en wordt beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering (zie paragraaf 3.2-1). Deze compensatie ontvangen gemeenten bovenop het reeds verstrekte voorschot van € 245 miljoen. Gemeenten zullen ook over 2021 compensatie van de inkomstenderving ontvangen. U zult in de eerste helft van volgend jaar meer informatie over het proces ontvangen.
Eerder is het kabinet de gemeenten tegemoet gekomen voor het opvangen van de exploitatiekosten van de Sociale Werkbedrijven in het jaar 2020. Het kabinet stelt ook voor de
6
Kam erbrief voortzetting financiële COVID-maatregelen zorg 2022 | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
2
periode 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021 € 45 miljoen beschikbaar voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven. Dit bedrag is toegevoegd aan de integratieuitkering Participatie via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw (zie paragraaf 3.2-3).
Het kabinet heeft bekend gemaakt dat van de voor de lokale en regionale cultuur gereserve erde middelen ad € 51,5 miljoen er € 41,6 miljoen beschikbaar zal worden gesteld aan gemeenten voor het in stand houden van de lokale en regionale cultuursector in 2021. Dit bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering en in deze circulaire verdeeld. Dit komt bovenop de aan de gemeenten voor de eerste helft van 2021 verstrekte € 50 miljoen voor de instandhouding van de lokale en regionale cultuur. Verder stelt het kabinet via een decentralisatie-uitkering € 30,38 miljoen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij moeten maken bij het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 gezien de huidige epidemiologische situatie . De verdeling van de middelen is in deze circulaire opgenomen (zie paragraaf 3.2 -4).
Naast compensatie in het kader van coronamaatregelen via het gemeentefonds ontvangen gemeenten ook nog compensatie via specifieke uitkeringen. Hoewel de circulaire hier in principe niet over rapporteert willen we hier toch noemen dat er € 45 miljoen beschikbaar is g esteld aan de veiligheidsregio’s. De reden hiervoor is dat er een extra handhavingsopgave is neergelegd bij gemeenten, aangezien bij het kabinetsbesluit van 22 september jl. is besloten dat ondernemers, instellingen en verenigingen geacht worden te toetsen of bezoekers een geldig C TB hebben dat correspondeert met het legitimatiebewijs.7
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds
Op 9 juli hebben de fondsbeheerders aan de ROB en de VNG het voorstel voor de nieuwe verdeling aangeboden gebaseerd op peiljaar 2017.8 Op 12 augustus jl. is tevens de actualisatie naar 2019 aan de ROB en de VNG aangeboden, met het verzoek deze informatie mee te nemen in de advisering en consultering. In zijn advies heeft de ROB ook de uitkomsten van de actualisatie van de verdeling naar een recenter peiljaar (2019) 9 meegewogen. Op 19 oktober jl. heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies uitgebracht over het voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds.10 De ROB constateert in zijn advies dat de nieuwe verdeling een verbetering is ten opzichte van de huidige verdeling, maar stelt wel dat de nieuwe verdeling niet ongeclausuleerd kan worden ingevoerd. Op 1 november jl. heeft de VNG het ministerie van BZK om een reactie op het ROB-advies gevraagd.11 In de brief van 13 december zijn de fondsbeheerders ingegaan op het advies en de aanbevelingen van de ROB. De fondsbeheerders vinden het advies van de ROB zeer belangrijk en waarderen het.
Dit advies helpt de fondsbeheerders om de nieuwe verdeling van het Afspraken kabinet e n burgemeesters handhaving coronamaatregelen met coronatoegangsbewijzen | Nie uwsbe richt | Rijksoverheid.nl 8 Kam erbrief over antwoorden op tussenbericht R OB herijk ing gemeentefonds | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl 9 Docum enten actualisatie ve rdeelvoorstel gemeentefonds naar 2019 | Rapport | R ijk soverheid.nl 10 Brie fadvies Herverdeling gemeentefonds | Nie uwsbericht | Raad voor het Openbaar Bestuur (raadopenbaarbestuur.nl) 11 VNG vraagt BZK om reactie op R OB-advies herijking | VNG 7
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
3
gemeentefonds op een verantwoorde wijze in te voeren. De ROB concludeert dat het voorliggende voorstel een verbetering is vergeleken met de huidige verdeling en een aantal knelpunten daarvan aanpakt, maar niet het eindstation kan zijn. De ROB verwijst daar bij onder andere naar de ontwikkelingen in het sociaal domein. Dit zijn de fondsbeheerders met de ROB eens. C onform het ROB-advies stellen de fondsbeheerders daarom een stapsgewijze invoering voor en het maximeren van het bedrag van de herverdeeleffecten. Ook ondersteunen de fondsbeheerders het voorstel van de ROB om in aanloop naar en na de invoering onderzoek uit te voeren en de effecten te blijven monitoren om de verdeling stapsgewijs verder te verbeteren. Voor meer informatie over de reactie van de fondsbeheerders op de aanbevelingen van de ROB wordt verwezen naar de brief van 13 december.12
De verwachting is dat de bestuurlijke consultatie aan de kant van de VNG begin volgend jaar is afgerond. Deze consultatie betreft het nieuwe verdeelmodel voor de alg emene uitkering. Vooruitlopend daarop is de VNG reeds gestart met de consultatie van gemeenten over het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen, een afzonderlijk onderdeel van het gemeentefonds .13 Besluitvorming over de invoering van de integrale nieuwe ve rdeling is aan het nieuwe kabinet.
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De belangrijkste mutaties in de decentralisatie - en integratie-uitkeringen zijn reeds genoemd in paragraaf 1.3. Als onderdeel van de in paragraaf 1.2 genoemde € 150 miljoen voor 2021 tot en met 2027 wordt een bedrag van € 15 miljoen per jaar beschikbaar gesteld via een tweetal decentralisatie-uitkeringen, voor de versterking van de directe dienstverlening aan inwoners door gemeenten.
Daarnaast ontvangen gemeenten in 2021 € 10 miljoen via een decentralisatie-uitkering voor de voortzetting van de pleegzorg van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). De verdeling van deze middelen over de gemeenten zal in de meicirculaire 2022 worden verwerkt.
Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2021 ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.
Kam erbrief over ve rzoek VNG om re actie op e indadvies R OB herijk ing gemeentefonds | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 13 C onsultatie objectief ve rdeelmodel beschermd wonen van start | VNG 12
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
4
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor ). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Paragraaf 2.6 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren.
Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.3, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren .
De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2021 tot en met 2026 ten opzichte van de septembercirculaire 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.
Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten , zonder veranderingen in het takenpakket.
2.
Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2021 en verder en worden onder de
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
5
tabel toegelicht. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2021 (in duizenden euro's) 2021 stand septembercirculaire 2021
1)
2022
2023
2024
2025
2026
29.018.727 30.515.140 29.176.531 29.749.730 30.618.263 31.641.017
algemene mutaties Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)
83
taakmutaties
2a) 2b) 2c) 3a) 3b)
cluster bestuur en algemene ondersteuning Generieke Digitale Infrastructuur MijnOverheid en DigiD Burgerservicenummer (BSN) Robuust rechtsbeschermingssysteem Systeemleren
-2.492 -4.215 -20 3.300 5.000
3.300 5.000
4.000 5.000
4.000 5.000
4.000 5.000
4.000 5.000
3a) 3c) 3d)
cluster samenkracht en burgerparticipatie Robuust rechtsbeschermingssysteem Versterking ondersteuning wijkteams Impuls integraal werken
19.700 45.000 36.000
19.700 45.000 6.000
21.000 45.000 3.000
21.000 45.000
21.000 45.000
21.000 50.000
4) 5a) 6a)
cluster jeugd Jeugdhulp Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd (covid-19) Salarislasten zorgdomein (jeugd)
18.900 26.200 40.000
40.000
40.000
40.000
40.000
5b) 6b)
cluster maatschappelijke ondersteuning Continuïteit van zorg: meerkosten wmo (covid-19) Salarislasten zorgdomein (wmo)
20.800 40.000
40.000
40.000
40.000
40.000
7)
cluster infrastructuur en gebiedsontwikkeling Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht
10.000
8)
cluster cultuur & ontspanning Lokaal cultuuraanbod (covid-19)
41.600
stand deze circulaire
29.238.583 30.674.140 29.334.531 29.904.730 30.773.263 31.801.017
Toelichting 1. Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) De ministeries van Defensie, BZK en JenV hebben in 2010 het convenant financiering nationale inzet krijgsmacht (FNIK) afgesloten. Gemeenten kunnen in bijzondere omstandigheden een beroep doen op militaire bijstand. C onform het convenant vindt periodiek een evaluatie plaats, waarbij ook naar de verdeling van de totale kosten over de betrokken partijen wordt gekeken. Op basis van de evaluatie wordt de bijdrage vanuit het gemeentefonds vanaf 2021 met € 0,083 miljoen naar beneden bijgesteld. Doordat deze bijdrage omlaag gaat, neemt de algemene uitkering toe met € 0,083 miljoen. Het totaal beschikbare budget voor FNIK blijft € 3,080 miljoen structureel. De verdeling over de betrokken partijen is nu als volgt: gemeentefonds (€ 1,740 miljoen), ministerie van JenV (€ 1,173 miljoen) en het ministerie van BZK onderdeel Koninkrijksrelaties (€ 0,168 miljoen). In deze circulaire is de verandering voor 2021 verwerkt, in de meicirculaire 2022 zal de verwerking voor 2022 en verder volgen.
2a. Generieke Digitale Infrastructuur In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 23 mei 2018 is afgesproken dat de doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de Generieke Digitale Infrastructuur
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
6
(GDI) voor gemeenten via een uitname uit de algemene uitkering van het gemeentefonds verloopt. De uitname bedraagt voor 2021 € 2,492 miljoen.
2b. MijnOverheid en DigiD Eind 2017 hebben de VNG en het ministerie van BZK afgesproken dat de doorbelasting van DigiD en MijnOverheid via de algemene uitkering uit het gemeentefonds verloopt. Voor 2021 wordt een bedrag van € 4,215 miljoen uitgenomen.
2c. Burgerservicenummer (BSN) In het gebruikersoverleg BSN (Beheer Burgerservicenummer) van 26 juni 2020 is met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 het gemeentelijke gebruik voor de BSN wordt doorbelast via een uitname uit het gemeentefonds. De bijdrage voor 2021 betreft € 0,02 miljoen.
3. Versterking dienstverlening gemeenten In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht14 van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten . Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstv erlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. Het Rijk kan zich voorstellen dat de transitie niet in deze periode kan worden voltooid en zal daarom vroegtijdig met de VNG het gesprek aangaan over de periode na 2027.
Om de dienstverlening bij gemeenten te versterken en mensen in kwetsbare posities extra te ondersteunen heeft de VNG een visiedocument opgesteld met daarin activiteiten die met na me inzetten op het vergroten van de menselijke maat in de dienstverlening, ontwikkeling van professionals en systematisch leren, zodat waar nodig structurele verbeteringen op zowel rijksniveau als gemeentelijk niveau worden doorgevoerd. Het visiedocument v an de VNG is langs acht actielijnen uitgewerkt.
De acht actielijnen zijn: 1.
Digitale dienstverlening: voor 2021 en 2022 geen middelen via het gemeentefonds. Voor de jaren daarna wordt de uitkeringswijze nog bezien.
2.
Robuust rechtsbeschermingssysteem: € 23 miljoen via de algemene-uitkering.
3.
Systeemleren en stedelijke vernieuwing: € 5 miljoen via de algemene-uitkering voor systeemleren tot en met 2027 en € 5 miljoen via een decentralisatie-uitkering aan de stedelijke vernieuwingsgebieden voor de jaren 2021 en 2022.
TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | O verheid.nl > O fficiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 14
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
7
4.
Versterking ondersteuning wijkteams: € 45 miljoen via de algemene-uitkering.
5.
Impuls integraal werken: € 36 miljoen via de algemene-uitkering.
6.
Toekomstscenario’s Kind- en gezinsbescherming: geen middelen in 2021. Meer informatie over de verdeling van de middelen voor 2022 en verder volgt in de meicirculaire 2022.
7.
Risicovol verward gedrag: € 10 miljoen via een decentralisatie-uitkering.
8.
Programmatische ondersteuning van gemeenten: De middelen worden via de begroting van het ministerie van BZK aan de VNG ter beschikking gesteld. De VNG bepaalt samen met gemeentelijke dienstverleningskoepels en andere partijen de besteding van de middelen voor de collectieve ondersteuning van gemeente n.
Voor de algemene uitkering gaat het in 2021 om een bedrag van € 109 miljoen . Voor de jaren 2022 en verder zie tabel 2.2.1. De bijbehorende vier actielijnen zijn hieronder toegelicht. Er wordt voor 2021 tot en met 2027 daarnaast in totaal € 15 miljoen per jaar beschikbaar gesteld via een tweetal decentralisatie-uitkeringen (zie paragraaf 3.2-6).
3a. Robuust rechtsbeschermingssysteem Het is belangrijk dat mensen dichtbij ondersteuning hebben om de weg te vinden en hun recht te kunnen halen, bijvoorbeeld wanneer ze verdwalen tussen uitvoeringsinstanties. Er is bij het ministerie van JenV een programma rechtsbijstand waarin met partners wordt gewerkt aan een stelselvernieuwing. Mede in opvolging van de POK wordt gewerkt aan een robuust rechtsbeschermingsstelsel dicht bij de burger. Gemeenten zijn daarin belangrijke partners. De resultaten van de aanpak door gemeenten zijn: 1.
Toegang versnellen: inwoners hebben sneller en makkelijker toegang tot voorzieningen en rechtsbescherming en verdwalen niet langer tussen uitvoeringsinstanties.
2.
Betere gemeentelijke juridische dienstverlening: voor inwoners is voldoende juridische ondersteuning beschikbaar, zowel in de vorm van eerstelijns juridische ondersteuning als in de versterking van de gemeentelijke ombudsfunctie.
3.
Pilots robuuste rechtsbescherming: kennis over effectieve rechtsbescherming wordt door gemeenten hergebruikt. Gemeenten hoeven niet elk het wiel zelf uit te vinden. In pilots zijn effectieve (nieuwe) werkwijzen voor rechtsbescherming ontwikkeld, gemeenten zijn ondersteund in het in gebruik nemen van die werkwijzen en gemeenten leren van elkaar.
Om gemeenten in staat te stellen om, langs bovenstaande lijnen samen met juridische partners, meer robuuste rechtsbescherming voor hun inwoners te organiseren, stelt het kabinet voor zowel 2021 als 2022 een bedrag van € 23 miljoen beschikbaar en voor 2023 tot en met 2027 een bedrag van € 25 miljoen per jaar beschikbaar.
3b. Systeemleren Om de dienstverlening in gemeenten daadwerkelijk en structureel te kunnen verbeteren is het van belang dat de dienstverlening plaatsvindt in een ‘lerende uitvoeringspraktijk’. Binnen de gemeentelijke uitvoering moet er ruimte zijn om te reflecteren op het eigen handelen in de
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
8
dienstverlening aan inwoners. Gemeenten moeten kunnen leren van de fouten en knelpunten in hun uitvoeringspraktijk en kunnen leren van elkaar, zodat de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in kwetsbare posities continu kan worden verbeterd. Het uiteindelijke doel daarbij is de kwaliteit van de dienstverlening aan de meest kwetsbare burgers te verhogen en zo in de gemeente een betere en veiligere leefomgeving te laten ontstaan.
De projectmatige capaciteit om de ‘lerende uitvoeringspraktijk’ in de gemeente vorm te geven, is nog niet in alle gemeenten beschikbaar. Het is wenselijk dat er in alle gemeenten ruimte is om het systeemleren in te richten. Deze capaciteit kan worden aangewend om aan te sluiten bij het kennis- en leernetwerk van het programma Leefbaarheid en Veiligheid en de lessen uit dat programma te vertalen naar de eigen gemeente. Hiervoor stelt het kabinet voor 2021 tot en met 2027 € 5 miljoen per jaar beschikbaar.
3c. Versterking ondersteuning wijkteams Voor de versterking ondersteuning wijkteams heeft het kabinet voor de jaren 2021 tot en met 2025 € 45 miljoen per jaar en voor de jaren 2026 en 2027 een bedrag van € 50 miljoen per jaar beschikbaar gesteld ter compensatie van de extra uitgaven die gemaakt worden om de toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning in de komende jaren stap voor stap structureel te verbeteren. Dit betekent dat voor de sociale wijkteams extra uitvoeringscapaciteit beschikbaar komt, om de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein te verbeteren.
3d. Impuls integraal werken Als onderdeel van het versterken van de gemeente lijke dienstverlening stelt het kabinet € 36 miljoen in 2021, € 6 miljoen in 2022 en € 3 miljoen in 2023 beschikbaar, waarmee gemeenten een impuls kunnen geven aan het ontwikkelen van een integrale dienstverlening. Voor de aanpak van meervoudige problematiek in het sociaal domein krijgen gemeenten incidenteel deze extra middelen om methoden voor integraal werken te ontwikkelen en geleerde lessen beter met elkaar te delen.
4. Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afsprak en gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg met een looptijd tot eind december 2021. Hiertoe is destijds € 20 miljoen vanuit de € 420 miljoen aan tijdelijke extra middelen Jeugdhulp voor gemeenten apart gehouden op de begroting van het ministerie van VWS. Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is afgesproken dat de middelen na afloo p van de subsidieregeling weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds.
Momenteel is nog € 18,9 miljoen beschikbaar in de subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg.
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
9
Het overige deel, € 1,1 miljoen, is momenteel als liquiditeitssteun uitgekeerd. In deze circulaire wordt de nog beschikbare € 18,9 miljoen toegevoegd aan het jeugdhulpbudget voor het jaar 2021. De resterende € 1,1 miljoen wordt op een later moment - na terugbetaling door de aanbieders teruggestort in het gemeentefonds.
Overigens wordt momenteel gewerkt aan verlenging van de subsidieregeling voor één jaar. Ter overbrugging is € 5 miljoen op de begroting van het ministerie van VWS gereserveerd. Begin 2022 vindt overleg plaats tussen het Rijk en VNG over het eventueel ophogen van de financiële middelen voor de subsidieregeling. Hierover volgt naar verwachting meer informatie in de meicirculaire 2022.
5. a en b) Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd en wmo (covid-19) De VNG en het Rijk hebben afgesproken dat meerkosten binnen het sociaal domein (Jeugdwet en Wmo) als gevolg van de coronapandemie in 2021 door het Rijk worden gecompenseerd. In opdracht van de ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG is een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. 15 Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg tussen VWS en VNG van 7 oktober jl. gezamenlijk va stgesteld op € 136,1 miljoen. Deze compensatie betreft een afrondende afspraak voor meerkosten over 2021. Een deel van het bedrag is als volgt toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds:
€ 26,2 miljoen aan het cluster Jeugd.
€ 20,8 miljoen aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning.
De overige € 89,1 miljoen wordt verdeeld over de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang en de integratie-uitkering Beschermd wonen (zie paragraaf 3.2-2).
Ook komt er een regeling voor de meerkosten in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november jl. zijn aangekondigd. Het Rijk en d e VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022.16
6. a en b) Salarislasten zorgdomein De Tweede Kamer heeft op 16 september 2021 de motie Hijink/Bikker aangenomen over het vrijmaken van extra financiële middelen voor zorgsalarissen. Bij de brief van 23 september jl. 17 heeft het kabinet aangegeven een bedrag van € 675 miljoen beschikbaar te stellen om de zorgsalarissen in het midden van het loongebouw extra te verhogen . Het kabinet stelt vanaf 2022 structureel € 94 miljoen beschikbaar aan gemeenten, opdat zij de financiële middelen hebben om
15
Me e rkosten door corona in het sociaal domein - Ee n prognose van de bij de gemeente gefactureerde m eere n m inderkosten in 2021 | Rapport | R ijk soverheid.nl 16 Kam erbrief voortzetting financiële COVID-maatregelen zorg 2022 | Kamerstuk | R ijksoverheid.n l 17 Kam erstuk 29 282 nr. 445: Nadere toelichting op de k euzes omtrent salarisverhoging zorgpersoneel | Tweede Kam er der Staten-Generaal
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
10
de stijging van de zorgsalarissen in het sociaal domein mogelijk te kunnen maken.
Het grootste deel van deze € 94 miljoen, € 80 miljoen, landt in de algemene uitkering. Dit wordt verdeeld via het subcluster Jeugdhulp, subcluster Wmo 2015 en subcluster Wmo - huishoudelijke hulp. De verdeling van de € 80 miljoen tussen deze drie subclusters vindt naar rato van de omvang van de clusters plaats. Hierbij zijn de budgetten uit de decentralisatie-uitkeringen Vrouwenopvang en Maatschappelijke opvang meegewogen bij het subcluster Wmo 2015. Bij het subcluster Jeugdhulp is de integratie-uitkering voogdij en 18+ meegewogen.
Het overige structurele bedrag van € 14 miljoen zullen gemeenten in het voorjaar bij de verwerking van de reguliere loon- en prijsbijstelling voor Beschermd Wonen ontvangen.18,19 De VNG heeft op 9 november 2021 een bericht 20 gepubliceerd waarin gemeenten nader worden geïnformeerd over de stijging van de zorgsalarissen.
7. Kwaliteitsborging bouw- woningtoezicht Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in werking. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder de Wkb zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken ve rvallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde taken en krijgen gemeenten er extra taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen en gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb ontvangen gemeenten in 2021 een initiële bijdrage van € 10 miljoen.
8. Lokaal cultuuraanbod De gemeenten ontvangen € 41,6 miljoen voor het in stand houden van de lokale en regionale cultuur in 2021.21 De verdeling van deze middelen over de gemeenten is in deze circulaire verwerkt. Dit komt bovenop de aan de gemeenten voor de eerste helft van 2021 verstrekte € 50 miljoen voor de instandhouding van de lokale en regionale cultuur.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De wijze van verdeling van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De wijze 18
Dit be drag zal in de meicirculaire 2022 worde n toegevoegd aan de integratie-uitkering Beschermd wonen. https://www.rijk soverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/0 9/23/kamerbrief-over-reactie-op-motiele de n-hijink-en-bikker-om-extra-financiele-middelen-vrij-te-maken-voor-zorgsalarissen 20 Ve rhoog looncomponent in tarieven Wmo en Jeugdhulp met 1,13% | VNG 21 najaarsnota-2021.pdf 19
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
11
van verdeling bestaat uit een wijziging in hetzij de uitkeringsfactor hetzij het bedrag per eenheid van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. Tabel 2.3.1 bevat het overzicht. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.6.
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Nummer Mutatie
1)
Verdeelwijze
algemene mutaties Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)
uitkeringsfactor
taakmutaties
2a) 2b) 2c) 3a) 3b)
cluster bestuur en algemene ondersteuning Niet transactiegerichte voorzieningen GDI Mijn Overheid en DiGiD Burgerservicenummer (BSN) Robuust rechtsbeschermingssysteem Systeemleren
inwoners inwoners inwoners subcluster bestuursorganen subcluster overhead
3a) 3c) 3d)
cluster samenkracht en burgerparticipatie Robuust rechtsbeschermingssysteem Versterking ondersteuning wijkteams Impuls integraal werken
subcluster overig subcluster wijkteams subcluster overig
4) 5a) 6a)
cluster jeugd Jeugdhulp Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd Salarislasten zorgdomein
subcluster jeugdhulp subcluster jeugdhulp subcluster jeugdhulp
5b) 6b)
cluster maatschappelijke ondersteuning Continuïteit van zorg: meerkosten wmo Salarislasten zorgdomein
7)
cluster infrastructuur en gebiedsontwikkeling Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht
8)
cluster cultuur & ontspanning Lokaal cultuuraanbod
subcluster WMO15 subclusters WMO15 en Wmo hulp bij huishouden
subcluster volkshuisvesting, RO en stedelijke vernieuwing maatstaven subclusters kunst, oudheid en ontspanning
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg
Het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ) ’ is in oktober 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer en zou naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treden. In dat kader is voor de uitvoering van het wetsvoorstel vanaf 2022 jaarlijks € 5,3 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd (zie paragraaf 2.2-14 van de meicirculaire 2021). Echter doordat de behandeling in de Kamers langer duurt dan verwacht, wordt de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 niet gehaald. In overleg met de VNG is daarom besloten te streven naar een inwerkingtreding van 1 juli 2022. Met het oog op compensatie van eventueel gemaakte kosten wordt de komende tijd bezien welk deel van het bedrag dat betrekking
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
12
heeft op het eerste half jaar van 2022 in de algemene uitkering beschikbaar blijft. Er volgt meer informatie in een volgende circulaire.
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel
Er hebben zich ten opzichte van de septembercirculaire 2021 geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering voorgedaan.
2.6
Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de ma atstaven, de bedragen per eenheid en de uitkeringsfactor. In deze circulaire is geen sprake van wijzigingen in de overige uitkeringsonderdelen.
Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2021 .22
Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is ve rwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2021-2026 ten opzichte van de septembercirculaire 2021 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2021 en 2022. In deze tabellen wordt de stand van de septembercirculaire 2021 vergeleken met de stand decembercirculaire 2021.
Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaf en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 32 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 19 miljard). De – landelijke - uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar en ligt voor de jaren 2021 tot en met 2026 tussen de 1,6 en 1,9. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1 van de meicirculaire 2021.
https://www.rijk sove rheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitk e ringen-uit-het-gemeentefonds 22
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
13
De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: -
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in de algemene uitkering en de verdeling van deze mutaties;
-
de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen.
2019 Vanwege nieuwe definitieve gegevens over de belastingcapaciteit 2019 stijgt de uitkeringsfactor voor 2019 met 2 punten naar 1,540. Om het totaal beschikbare bedrag aan algemene uitkering zo volledig mogelijk te laten uitkeren stellen de fondsbeheerders sinds uitkeringsjaar 2017 de definitieve uitkeringsfactor vast op 4 cijfers achter de komma (zie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2019). Voor uitkeringsjaar 2019 wordt de uitkeringsfactor daardoor definitief vastgesteld op 1,5396.
2020 Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 blijft de uitkeringsfactor voor 2020 ongewijzigd op 1,622.
2021 De uitkeringsfactor voor 2021 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2021 met 1 punt naar 1,691. Voor uitkeringsjaar 2021 is er geen aanleiding geweest om de verdeelreserve 2021 (€ 17 miljoen) aan te wenden. Hierdoor valt bij deze circulaire de gehele verdeelreserve 2021 vrij. Dit zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. De ontwikkelingen in de uitkeringsbasis hebben in deze circulaire per saldo geen effect op de uitkeringsfactor.
2022 De uitkeringsfactor voor 2022 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2021 met 2 punten naar 1,756. Het vrijvallen van de verdeelreserve 2021 zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. Kleine wijzigingen in de uitkeringsbasis en een afrondingseffect leiden eveneens tot een stijging met 1 punt.
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
14
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie - en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids - en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zo als bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie - en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie - en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie - en integratie-uitkeringen.
Sommige decentralisatie- en integratie-uitkeringen kennen een verdeelmodel gebaseerd op objectieve maatstaven. De achterliggende berekening van de bedragen per gemeente voor deze uitkeringen is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.23
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de septembercirculaire 2021. De mutaties hebben betrekking op 2021 en verder en worden onder de tabel toegelicht.
https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 23
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
15
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2021-2026 (bedragen in duizenden euro's)* 2021 2022 stand septembercirculaire 2021 1) 2a) 2b) 2c) 3) 4) 5) 6a) 6b) 7) 8) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) 16) 17) 18) 19) 20)
5.625.041
Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) Continuïteit van zorg: Maatschappelijke opvang (covid-19) Continuïteit van zorg: IU Beschermd wonen (covid-19) Continuïteit van zorg: Vrouwen opvang (covid-19) IU Participatie: Sociale Werkbedrijven (covid-19) Gemeenteraadsverkiezingen Voortzetting pleegzorg AMV's Versterking dienstverlening gemeenten: systeemleren Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag IU Inburgering Einde lening inburgeringsplichtig Erfgoed Deal Mantelzorgbeleid Versterken aanbod dementie Stedelijke vernieuwingsgebieden Experiment gesloten coffeeshopketen Herindelingsverkiezingen Duurzaam erfgoed Verdiepingstraject onderwijssegregatie Programmabureau Sociaal domein LHBTI-emancipatiebeleid Ongeadresseerde briefstembiljetenveloppen City Deal stand deze circulaire
2023
2024
2025
2026
4.933.940
4.881.018
4.814.832
4.763.189
5.000 10.000
5.000 10.000
5.000 10.000
5.000 10.000
5.000 10.000
5.125.843
4.948.940
4.896.018
4.829.832
4.778.189
5.080.463
84.381 80.800 8.000 300 45.000 30.380 10.000 5.000 10.000 6.008 3.428 2.590 2.000 1.700 1.600 1.378 700 500 150 100 50 42 25 5.888.793
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Toelichting 1. Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april jl. is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covid -19 in 2020. De compensatie betreft de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terra sprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. De compensatie vindt plaats op basis van het verschil tussen begrote en gerealiseerde inkomsten, waarb ij eventuele meevallers ten opzichte van de begroting worden gesaldeerd met de derving. Gemeenten ontvangen geen compensatie voor gemiste inkomsten indien dit voortkomt uit eigen beleid. Vooruitlopend op deze afrekening hebben gemeenten in 2020 een voorschot ontvangen van in totaal € 245 miljoen. Gemeenten hoeven een eventueel teveel ontvangen voorschot niet terug te betalen. Voor 282 gemeenten wordt de compensatie over 2020 nu volledig afgerond. Voor 48 gemeenten is op dit moment sprake van gedeeltelijke compensatie. Voor 25 gemeenten kan de reële compensatie op dit moment nog niet worden bepaald. De compensatie van deze gemeenten vindt op een later moment plaats. In totaal ontvangen gemeenten in 2021 – bovenop het reeds verstrekte voorschot van € 245 miljoen - een uitkering van € 84,381 miljoen.
De middelen voor de inkomstenderving worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1 van deze circulaire. Gemeenten zullen ook over 2021 compensatie van de inkomstenderving ontvangen. U zult in de eerste helft van volgend jaar meer informatie over het proces ontvangen.
2. Continuïteit van zorg De VNG en het Rijk hebben afgesproken dat meerkosten binnen het sociaal domein (Jeugdwet en
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
16
Wmo) als gevolg van de coronapandemie in 2021 door het Rijk worden gecompenseerd. In opdracht van de ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG is een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg tussen VWS en VNG van 7 oktober jl. gezamenlijk vas tgesteld op € 136,1 miljoen. Deze compensatie betreft een afrondende afspraak voor meerkosten over 2021. Een bedrag van € 89,1 miljoen wordt verdeeld over de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang en de integratie-uitkering Beschermd wonen, zoals hieronder vermeld. De overige € 47 miljoen wordt toegevoegd aan de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2-5).
Ook komt er een regeling voor de meerkosten in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november jl. zijn aangekondigd. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022.24
2a. Maatschappelijke opvang (covid-19) Aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wordt in 2021 een bedrag va n € 80,8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel. Daarnaast wijzigt de verdeling van de decentralisatie-uitkering door de actualisatie van de maatstaf uitkeringsontvangers (drempel).
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2a van deze circulaire.
2b. Beschermd wonen (covid-19) Aan de integratie-uitkering Beschermd wonen wordt in 2021 een bedrag van € 8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het historische verdeelmodel.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
2c. Vrouwenopvang (covid-19) Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt in 2021 een bedrag van € 0,3 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel.
24
Kam erbrief voortzetting financiële COVID-maatregelen zorg 2022 | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
17
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2c van deze circulaire.
3. Participatie: Sociale Werkbedrijven Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van 1 maart tot 31 december 2020, € 140 miljoen verstrekt voor het opvangen van de exploitatie tekorten van de Sociale Werkbedrijven. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 45 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021. Het bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw. In de septembercirculaire 2021 was reeds een bedrag van € 35 miljoen aangekondigd. Daar is de gereserveerde € 10 miljoen, waarover ook wordt gesproken in de septembercirculaire 2021, aan toegevoegd. Hiermee is ook het laatste gedeelte van de aangekondigde steun verleend.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3 van deze circulaire.
4. Gemeenteraadsverkiezingen Het kabinet stelt € 30,38 miljoen voor 2022 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij moeten maken bij het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 gezien de huidige epidemiologische situatie. De extra kosten hangen onder meer samen met het huren van locaties en het inhuren van stembureauleden voor het vervroegd stemmen op de maandag en dinsdag voorafgaand aan de reguliere dag van stemming, met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, en met het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten. Het bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering en verdeeld op basis van het aantal kiesgerechtigden per gemeente. Daarbij is een gedifferentieerd bedrag per kiesgerechtigde naar gemeenteomvang gehanteerd.