8. Raadsvoorstel Adviesrecht raad Omgevingswet (1878038)(versie 17 mei 2021)
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Kenmerk Programma Onderwerp
: 1878038 : Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing : Adviesrecht raad Omgevingswet
Katwijk, 23 maart 2021.
Aanleiding en doel Huidige situatie Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’. Daarvoor heeft de gemeenteraad een lijst opgesteld met situatie waarvoor een dergelijke verklaring niet nodig is. De bestaande ‘verklaring van geen bedenkingen’ (bijlage 1) vervalt echter met de komst van de Omgevingswet. Situatie onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet onderkennen we de zogenaamde ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’. Onder de Omgevingswet wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht. Het advies van de raad dient door het college in acht te worden genomen. Dat betekent dat het advies bindend is. Het BBV Keuzeopgaven Omgevingswet De raad heeft in november 2020 al richtinggevend over het adviesrecht besloten (zie besluit 1788033) Daarbij heeft de raad er ook mee ingestemd om de VVGB om te vormen tot een opsomming van categorieën gevallen waarbij de raad wel betrokken wil worden. Hiermee wordt ook aangesloten bij het advies van de VNG. Dit besluit houdt in vanaf de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet het adviesrecht van de raad te laten gelden voor die specifieke gevallen.
Deze lijst wordt mede samengesteld vanuit de lijst met categorieën gevallen waarin van de raad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet is vereist. Via hetzelfde voorstel (zie besluit 1788033) besloot de raad om de participatieverplichting, zoals bedoeld in artikel 16.55, lid 6, Omgevingswet, te verbinden aan de lijst met categorieën gevallen waarin de raad zijn adviesrecht, zoals bedoeld in artikel 16.15a en 16.15b Omgevingswet, wil laten gelden. Ook de uitgebreide procedure, zoals bedoeld in artikel 16.64, lid 1, Omgevingswet, is op die situaties van toepassing verklaard. Daarbij is de raad toegezegd om in het eerste kwartaal van 2021, nog een apart raadsvoorstel te leveren, waarin de lijst met categorieën waarvoor bovengenoemde besluiten gelden wordt uitgewerkt. Aan deze toezegging wordt met dit voorstel invulling gegeven. De omgevormde VVGB De lijst met categorieën gevallen waarin van de raad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet is vereist, is omgevormd tot een lijst met categorieën gevallen waarin de raad zijn adviesrecht, zoals bedoeld in artikel 16.15a en 16.15b Omgevingswet, wil laten gelden. Hierbij zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Wel zijn met het oog op de onder de Omgevingswet te hanteren terminologie een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Verder is naar aanleiding van de overwegingen tijdens de raadsvergadering de extra categorie “h.
het realiseren van windmolens en weiden met zonnepanelen;” toegevoegd. Afstand tussen meesprekers en raadsleden Bij de raadbehandeling is ook stilgestaan bij de participatie over deze situaties. Daarbij werd aangegeven dat er vaak afstand tussen meesprekers en raadsleden wordt ervaren. Het verkleinen van deze afstand is een permanent aandachtspunt van het fractievoorzittersoverleg/presidium. Dit is een algemeen punt, dat maar beperkt met deze 2
lijst verband houdt. Sinds de invoering van de lijst met categorieën gevallen waarin van de raad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet is vereist in 2017, heeft de raad tweemaal gebruik gemaakt van dit instrument. Deze enkele gevallen betroffen de vestiging van Intratuin in Valkenburg en de Visserijschool. Niet voorspeld kan worden hoe vaak de raad in de toekomst gebruik zal maken van zijn adviesrecht. Wel gaat er vanuit het fractievoorzittersoverleg/presidium de nodige aandacht naar uit, dat wanneer dit wel het geval is, de afstand tussen de meesprekers en de raadsleden waar mogelijk wordt verkleind. De participatie van inwoners en ondernemers bij initiatieven en besluiten in het kader van de Omgevingswet krijgt nog afzonderlijk aandacht. Hiervoor komt op korte termijn een voorstel naar de gemeenteraad. Aanpassing raadsvoorstel In het besluit dat eerder richting raad is gebracht, is een fout geslopen. Het besluit was zo geformuleerd dat een groter deel van de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten onder bindend advies van de raad zouden vallen. In de toegezonden raadsbrief (Kenmerk 11492) hebben wij voorgesteld dit te corrigeren door de woorden 'voor zover het betreft' weer toe te voegen. Wij hebben in overleg met de griffier hierover opnieuw contact opgenomen met de VNG. Daaruit blijkt het volgende: a.
Het gaat in de lijst om het op basis van de motie Noren ingestelde bijzondere instrument van verzwaard adviesrecht: het bindende advies van de raad voor activiteiten waarop zij dit instrument specifiek van toepassing wil verklaren. Alleen voor die beperkte lijst van activiteiten geldt dus het verzwaarde adviesrecht. Dit is in de geest van de Omgevingswet. b. De kaderstelling van de raad - zoals in het oorspronkelijke besluit onder lid a, b en c genoemd - valt binnen de normale verhoudingen tussen het college en de raad op grond van de Gemeentewet. Het opnemen hiervan in het besluit heeft geen toegevoegde waarde en heeft uiteindelijk tot strekking dat alle afwijkingen onder het verzwaarde adviesrecht zouden komen te vallen. Dit is uiteraard niet de bedoeling. Uw raad is daar reeds uitgesproken over geweest: beperk het verzwaard adviesrecht (inclusief mandatering, verplichte participatie en uitgebreide procedure) tot de genoemde activiteiten. De VNG adviseert daarom om alleen de specifieke activiteiten te noemen. Met het aangepaste besluit wordt aangesloten bij het advies van de VNG. Dit komt erop neer dat op de lijst alleen de activiteiten waarvoor het bindende advies van de raad geldt zijn opgenomen. Uw raad zal dit adviesrecht hebben over de genoemde activiteiten. In de lijst met activiteiten waarvoor het adviesrecht van de raad zal gelden, worden deze activiteiten opgesomd.
Het gaat om een juridisch juiste formulering en niet over de strekking van het besluit. Indien het echt nodig is, kunt u besluiten de lijst met activiteiten uit te breiden. Hiernaast is n.a.v. een amendement op verzoek van het college de activiteit "het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 50 meter;" toegevoegd.
Indicatoren (facultatief Een goede verdere implementatie van de Omgevingswet.
Motivering voorstel Het vaststellen van een lijst met situaties is noodzakelijk De gemeenteraad moet – vóórdat de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt – een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Het raadsbesluit ‘lijst met categorieën gevallen waarin van de raad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet is vereist’ vervalt. Het is noodzakelijk om deze lijst per inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet vast te stellen en de situaties te beschrijven waarin de raad gebruik wil maken van haar adviesrecht. Immers ook andere randvoorwaarden (verplichte participatie en uitgebreide procedure) zijn daaraan gekoppeld. 3
Kanttekeningen N.v.t.
Voorstel voor raadsbehandeling (facultatief) N.v.t.
Aanpassingen naar aanleiding van commissiebehandeling (Facultatief) N.v.t.
Middelen N.v.t.
Uitvoering Na positieve besluitvorming door de raad, zal het besluit op de gebruikelijke wijze door middel van publicatie bekend worden gemaakt. Dit besluit treedt in werking op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, op dat moment vervalt het momenteel geldende besluit uit 2017 ‘gevallen waarin een aparte verklaring van de raad over omgevingsvergunningen niet is vereist’ (932782).
Juridisch advies Ja
Communicatie N.v.t.
Bijlage(n) 1.
VVGB
Burgemeester en wethouders van Katwijk, De secretaris De burgemeester
4
Raadsbesluit Kenmerk Programma Onderwerp
: 1878038 : Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing : Adviesrecht raad Omgevingswet
De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Katwijk van 23 maart 2021.; gelet op de artikelen 16.15a en 16.15b Omgevingswet;
BESLUIT: 1. a.
b.
c.
d. e.
f. g. h.
de volgende categorieën van gevallen aan te wijzen waarin de raad zijn adviesrecht, zoals bedoeld in artikel 16.15a en 16.15b Omgevingswet, wil laten gelden: realiseren van woningbouw (door nieuwbouw, verbouw of wijziging van gebruik) in bestaand stedelijk gebied, waarbij het aantal woningen per project met meer dan 20 toeneemt, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken en overige daarbij behorende voorzieningen; realiseren van (ver)bouw van maatschappelijke voorzieningen of recreatieve voorzieningen (waaronder sportvoorzieningen), waarbij de vloeroppervlakte aan voorzieningen met meer dan 1500m2 toeneemt, met inbegrip van daarbij behorende bouwwerken en overige daarbij horende voorzieningen; realiseren van (ver)bouw van commerciële voorzieningen (zoals winkels, kantoren, bedrijfsruimten), waarbij de vloeroppervlakte aan voorzieningen met meer dan 1500m2 toeneemt, met inbegrip van daarbij behorende bouwwerken en overige daarbij horende voorzieningen; aanleg van structuurbepalende groenvoorzieningen; gebruiken van gronden in afwijking van de bestemming (zoals terrassen bij horeca-inrichtingen, betrekken van structuurbepalende groenvoorzieningen bij tuinen, realiseren van parkeerplaatsen) met een oppervlakte van meer dan 150 m2; het realiseren van windmolens en weiden met zonnepanelen (grondgebonden zonne-energiesystemen vanaf enkele panelen tot omvangen van enkele
tientallen hectares); een activiteit die leidt tot overschrijding van een vastgestelde omgevingswaarde; het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 50 meter;
2. dat dit besluit in werking treedt op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van De griffier
De voorzitter
5