CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage 6. Was-wordt lijst Nadere Regels Jeugdhulp 2022 (2733091)

Raad 23 december 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp 20227.745 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was: Nadere regels jeugdhulp 2018 Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Wordt: Nadere regels gemeente Katwijk 2022 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Opmerkingen

Artikel 1. Begripsbepalingen 1. Alle definities die in deze nadere regels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de hierop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en de Verordening Jeugdhulp Katwijk 2015.\ 2. In deze nadere regels wordt verder verstaan onder: a. (Boven)gebruikelijke zorg: Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. De ouder(s) zorgen voor de opvoeding van hun kinderen, dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling. Bovengebruikelijke zorg is alle zorg die de gebruikelijke zorg per dag overstijgt. Dit is onder meer afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van het kind, maar ook van de draagkracht van de ouder(s); b. Budgetplan: Het budgetplan is een onderdeel van het gezinsplan. Hierin beschrijft de zorgvrager de persoonlijke, specifieke, persoonsgebonden jeugdhulp die beoogd wordt. De kosten van deze jeugdhulp moeten inzichtelijk zijn in het budgetplan; c. College: College van burgermeester en wethouders; d. Gespreksverslag: het verslag van het vraagverhelderingsgesprek tussen de jeugdige en/of ouder(s) en het Jeugd- en Gezinsteam (JGT) inclusief de gemaakte afspraken over het vervolgonderzoek; e. Gezinsplan: Een hulpverleningsplan zoals genoemd in artikel 10 van de Verordening Jeugdhulp (of familiegroepsplan, zoals omschreven in de Jeugdwet).

Er wordt gewerkt volgens de richtlijn 1Gezin 1Plan 1Regisseur of, bij jongeren die richting meerderjarigheid gaan en ook na hun 18e nog behoefte aan ondersteuning hebben, het perspectiefplan; f. Jeugd- en Gezinsteam (JGT): heeft de bevoegdheid om namens het College een individuele maatwerkvoorziening en overige voorzieningen in de vorm van zorg in natura en in de vorm van het persoonsgebonden budget in het kader van de Jeugdwet in te zetten; g. Melding: is een bericht (al dan niet schriftelijk) waarin door een jeugdige of zijn ouder(s) een hulpvraag wordt geuit; h. Niet vrij toegankelijke jeugdhulp: de voorziening jeugdhulp die uitsluitend toegankelijk is op basis van een verwijzing van de gemeente, de huisarts, jeugdarts of medisch specialist of van een functionaris in justitieel kader als bedoeld in de wet;

Artikel 1 Begripsbepaling Alle definities die in deze nadere regels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de hierop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en de Verordening Jeugdhulp gemeente Katwijk 2022. 1. In deze nadere regels wordt verder verstaan onder: a. jeugdhulpvervoer: Het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden; b. melding: is een bericht (al dan niet schriftelijk) waarin door een jeugdige en/of zijn ouder(s) een hulpvraag wordt geuit; c. respijtzorg: Biedt ouders de mogelijkheid om de zorgtaken voor hun kind tijdelijk over te dragen; d. zorgovereenkomst: Een zorgovereenkomst is een contract tussen de zorgverlener en de budgethouder bij een persoonsgebonden budget. De budgethouder moet met elke zorgverlener een zorgovereenkomst afsluiten. In de zorgovereenkomst staan de afspraken over de zorg, de werktijden en de vergoeding.

Er is net als de Verordening Jeugdhulp 2022 gekozen voor een logische opbouw aan de hand van de klantreis. Om zichtbaar te maken dat ons beleid geen willekeur is. Deze visie is terug te vinden in alle documenten en is ook door vertaald in het werkproces van het Wijkteam. Ook is ervoor gekozen om dubbelingen met onze nieuwe verordening eruit te halen. De begrippenlijst is aangepast aan de huidige realiteit, maar ook ingekort omdat begrippen al terugkomen in andere wetgevingen of de verordening.

De term Bovengebruikelijke zorg is vervangen door de term gebruikelijke hulp. Dit is meer in de geest van de jeugdwet zoals ook toegepast op de Verordening. Daarnaast is er meer nadruk gelegd op de Eigen Kracht van de inwoner.

De Nadere regels zijn aangepast naar de regionale Inkoop en

i.

Ouder: gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt; j. Sociaal Netwerk: een verzamelnaam voor een netwerk van betekenisvolle figuren (familie, vrienden en kennissen) dat functioneert als ondersteuningsbron voor het eigen welzijn en welbehagen en dat van de personen in het netwerk; k. Respijtzorg: Biedt ouders de mogelijkheid om de zorgtaken voor hun kind tijdelijk over te dragen; l. Vaktherapieen: De aanduiding vaktherapie is een clusterbenaming van de beroepen Beeldende therapie, Danstherapie, Dramatherapie, Muziektherapie en Psychomotorische (Kinder)Therapie. Sinds 1 januari 2017 valt ook speltherapie onder vaktherapie. m. Vervoer: Het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden; n. Zorgovereenkomst: Een zorgovereenkomst is een contract tussen de zorgverlener en de budgethouder bij een persoonsgebonden budget. De budgethouder moet met elke zorgverlener een zorgovereenkomst afsluiten. In de zorgovereenkomst staan de afspraken over de zorg, de werktijden en de vergoeding.

geven de uitwerking van de kaders weer zoals gesteld in de Verordening.

Hoofdstuk 2 Toegang

Hoofdstuk 2 Behandeling Ondersteuningsvraag

Artikel 2.1. Toegang tot niet vrij toegankelijke jeugdhulp 1. Iedere jeugdige en/of zijn ouder(s) die zijn woonplaatsbeginsel, volgens het woonplaatsbeginsel zoals opgenomen in de Jeugdwet, heeft in de Jeugdhulpregio Holland Rijnland1 kan zich rechtstreeks met een jeugdhulpvraag richten tot het College. 2. Het College kan doorverwijzen naar niet vrij toegankelijke jeugdhulp. 3. Het College kan doorverwijzen naar de niet vrij toegankelijke jeugdhulp voor zover dit financieel past binnen het met de jeugdhulpaanbieder afgesproken maximale financiële plafond in betreffend jaar. 4. Tot de inzet van deze vormen van hulp wordt doorverwezen alleen in die gevallen waarin het College tot het oordeel komt, al dan niet daarbij ondersteund door een deskundige of specialist, dat de vrij toegankelijke jeugdhulp niet voldoende inspeelt op de vragen en problemen van de jeugdige en zijn ouder(s). 5. Besluiten worden binnen 8 weken na ontvangst van een aanvraag genomen. Deze termijn wordt ook aangehouden bij de continuering van de jeugdhulp. 6. In de Jeugdwet is geregeld dat jeugdhulp ook toegankelijk is via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. Daarnaast is de Gecertificeerde Instelling (GI) bevoegd om jeugdhulp in te zetten. Ook de zorgaanbieder kan doorverwijzen naar de ingekochte niet vrij toegankelijke jeugdhulp.

Artikel 2 Behandeling ondersteuningsvraag 1. Iedere jeugdige en/of zijn ouder(s) die, volgens het woonplaatsbeginsel zoals opgenomen in de Jeugdwet, zijn woonplaats heeft in de gemeente Katwijk kan zich rechtstreeks met een jeugdhulpvraag richten tot het College. 2. De jeugdige en/of zijn ouder(s) zijn zelf verantwoordelijk voor de volledigheid van de aanmelding eventueel met bijgevoegde rapportages e.d. 3. Kinderen, ongeacht hun leeftijd, hebben het recht gehoord te worden. Uitzondering hierop is als kinderen zelf nadrukkelijk aangeven dit niet te willen. Kinderen van 12 jaar praten volwaardig mee en vanaf 16 jaar beslissen jongeren zelf over de inzet van jeugdhulp. 4. Bij voorkeur vinden gesprekken plaats tijdens een huisbezoek.

Artikel 2.2. Melding hulpvraag 1. De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen een hulpvraag mondeling dan wel schriftelijk melden bij het College; 2. Het College wijst de jeugdige en ouder(s) op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning; 3. Het College kan de jeugdige en zijn ouder(s) uitnodigen zelf een familiegroepsplan op te stellen. In dat plan kunnen de jeugdige en/of zijn ouder(s) aangeven hoe ze zelf de opvoed- en opgroeisituatie voor hun kind(eren) willen verbeteren, de doelen die ze willen bereiken en het perspectief dat wordt beoogd. Artikel 2.3. Vooronderzoek 1. Het College bepaalt de woonplaats van de jeugdige aan de hand van het woonplaatsbeginsel zoals omschreven in de Jeugdwet; 2. Het College verzamelt alle voor het gesprek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt

Artikel 3 Overbelasting 1. Er is sprake van overbelasting als er geen of beperkt evenwicht meer is tussen draagkracht en draaglast, dit wordt gekenmerkt door fysieke en/of psychische klachten. 2. Voor het bieden van een beschermende woonomgeving blijven ouders, ook bij overbelasting, zelf verantwoordelijk. 3. Het College bepaalt of er sprake is van overbelasting op basis van een duidelijke beschrijving van de klachten eventueel aangevuld met een advies van de huisarts, behandelaar en/of hulpverlener. 4. Indien er tijdens een lopende indicatie sprake is van overbelasting van de ouders kan het College de indicatie opnieuw beoordelen en zo nodig een gewijzigd besluit nemen. 5. Indien er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van geïndiceerde ondersteuning, dient men die overbelasting op te heffen door deze ondersteuning door (andere) zorgverleners uit te laten voeren. 6. Specialistische naschoolse opvang of opvang tijdens vakantieperioden kan alleen in uitzonderlijke gevallen onder de individuele voorzieningen vallen. 7. Een individuele jeugdhulpvoorziening ter vervanging van de gebruikelijke hulp van de overbelaste ouder(s) en/of verzorgers kan niet worden ingevuld door middel van een Pgb dat vervolgens uitgevoerd wordt door de overbelaste ouder of verzorger.

Doel van de indicatie is immers het ontlasten van de ouder, door het door anderen laten uitvoeren van de gebruikelijke hulp. 8. Wanneer het indicatiebesluit af loopt en een herindicatie wordt aangevraagd, wordt gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen.

De rol van de gemeente is breder dan alleen de toegang. Met de Jeugdwet is ook de rol in de inrichting het preventieve voorveld belangrijk geworden. Het aanbod in het voorveld moet aansluiten op het Wijkteam en de specialistische Jeugdhulp. Er is een duidelijke splitsing gemaakt tussen het voorliggende veld en de algemene voorzieningen dit in relatie tot eigen kracht. Dit wordt uitgebreid toegelicht in de verordening en de toelichting op de verordening.

De artikelen melding en behandeling van de hulpvraag hebben we gebundeld in hoofdstuk 3. Om kaders te stellen aan Eigen kracht is ook het artikel Overbelasting toegevoegd. Ook wordt hiermee uitvoering gegeven aan artikel 6, zesde lid, onderdeel d, onder vi van de verordening.

3.

vervolgens zo spoedig mogelijk een afspraak met de jeugdige en/of zijn ouders voor een gesprek; De jeugdige en/of zijn ouder(s) zijn zelf verantwoordelijk voor de volledigheid van de aanmelding eventueel met bijgevoegde rapportages e.d.

Artikel 2.4. Gesprek/onderzoek/plan 1. Na de melding en het vooronderzoek worden de jeugdige en/of de ouder(s) uitgenodigd voor een gesprek. In dit gesprek stelt het College vast of er sprake is van opvoed -of opgroeiproblemen en welke hulp noodzakelijk is. Op basis van het gezinsplan stelt het College samen met de jeugdige en/of zijn ouder(s) een plan op. In het geval dat ouders een PGB willen aanvragen, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) een gezinsplan, inclusief budgetplan te overhandigen aan het College; 2. Kinderen, ongeacht hun leeftijd, hebben het recht gehoord te worden. Uitzondering hierop is als kinderen zelf nadrukkelijk aangeven dit niet te willen. Een kind vanaf 12 jaar wordt altijd gehoord. 3. Nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het gezinsplan. Artikel 2.5. Aanvraag De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen een aanvraag om een niet vrij toegankelijke individuele voorziening schriftelijk indienen bij het College. Uit de aanvraag blijkt welke ondersteuning wordt aangevraagd door de jeugdige en/of zijn ouder(s) en welke resultaten met deze ondersteuning worden beoogd.

Deze aanvraag wordt ondertekend door de jeugdige en/ of zijn ouder(s) en het College. Deze datum is bepalend voor de beslistermijn van 8 weken, hierop is artikel 4:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. Artikel 2.6. Afwegingsfactoren jeugdhulp 1. Het College neemt het gespreksverslag en het gezinsplan als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag voor een individuele voorziening; 2. Een jeugdige en/of zijn ouder(s) komen in aanmerking voor een individuele voorziening indien:

a.

3.

4. 5.

De jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en; b. Er geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een vrij toegankelijke of algemene voorziening, of; c. Geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van voorliggende wetten. Zorg in de (aanvullende) ziektekostenverzekering is een uitsluitingsgrond, hieronder vallen de vaktherapieën. Dit geldt voor zowel PGB als zorg in natura (ZIN); Voor de inzet van de ingekochte niet vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening (ZIN) volstaat het getekende gezinsplan; Komt het College tot oordeel dat er een ouders en/of de jeugdige in aanmerking komen voor een PGB, dan zijn de artikelen in hoofdstuk 3 van toepassing voor een goede afweging.

Artikel 2.7. Vervoer 1. Een tegemoetkoming van vervoer kan alleen worden toegekend tezamen met een vorm van jeugdhulp van en naar de dichtstbijzijnde locatie waar die jeugdhulp kan worden geboden binnen de regio en gecontracteerde aanbieders; 2. Vervoer dient de gebruikelijke zorg en de eigen kracht van het netwerk te boven te gaan; 3. Vervoer naar onderwijs-zorglocaties zal plaatsvinden met behulp van en volgens de regels van het leerlingenvervoer gedurende de lesweken. In de vakantieperiode kan dit vervoer in een andere vorm mogelijk gemaakt worden; 4. De uitvoering van het vervoer kan plaatsvinden op basis van een PGB, door de gemeente of door de jeugdhulpaanbieder; 5. De vervoersvoorziening kan bestaan uit het vervoer door derden in opdracht van de zorgaanbieder of in opdracht van het College. In uitzonderlijke gevallen kan er een taxi worden ingezet. 6. De door de gemeente gecontracteerde vervoerder/gecontracteerde jeugdhulpaanbieder organiseert het vervoer. Als er geen gebruik gemaakt kan worden van de collectieve voorziening, wordt er vanuit de Jeugdwet een individuele voorziening geboden.

Hoofdstuk 3 Het Persoonsgebonden Budget Artikel 3.1. PGB 1. Indien alle stappen zoals genoemd in hoofdstuk 2 zijn genomen en het College van oordeel is dat dat de zorg via een PGB kan worden ingekocht, dan zijn de volgende artikelen van toepassing: a. Het PGB gaat niet eerder in dan de datum van het ondertekenen van de aanvraag bij artikel 2.5; b. Het College kan, na zorgvuldige afweging, de beschikking voor een kortere termijn toekennen dan door de jeugdige en/of zijn ouder(s) wordt gevraagd; c. De hoogte van het PGB wordt vastgesteld aan de hand van het gezinsplan en budgetplan; d. Het PGB is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen; e. Het PGB bedraagt niet meer dan de maximale kosten van de door het College gecontracteerde individuele jeugdhulpvoorzieningen in natura; f. Het College heeft de mogelijkheid om de zorgovereenkomst in te zien als het dit nodig acht; g. Het PGB kan flexibel worden opgenomen als dit in het gezinsplan nadrukkelijk is opgenomen; h. Het College beoordeelt of de budgethouder voldoende bekwaam is om de bijbehorende taken uit te voeren. Artikel 3.2. Functiecategorieën 1. Het PGB kan worden toegekend voor de volgende functiecategorieën: a. Persoonlijke verzorging professioneel en niet professioneel; b. Individuele begeleiding professioneel en niet professioneel; c. Begeleiding groep; d.

Begeleiding groep met vervoer; e. Ernstige Enkelvoudige Dyslexie; f. Kortdurend verblijf professioneel en niet professioneel; g. Basis GGZ; h. Specialistische GGZ. Artikel 3.3. Persoonsgebonden budget voor de inzet van het sociaal netwerk 1. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een PGB wordt toegekend, kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. er is sprake van bovengebruikelijke zorg;

Hoofdstuk 3 Kaders Jeugdhulp Artikel 4 Kaders Jeugdhulp 1. Om te bepalen welke aanbieder de noodzakelijke ondersteuning mag bieden, maakt het College een afweging rekening houdend met de volgende criteria: a. de specifieke zorgbehoefte van de jeugdige en/of ouder(s); b. vanuit zorgperspectief vereiste zorgcontinuïteit. c. beschikbare gecontracteerde aanbieders; d. de wens van de jeugdige en/of ouder(s); e. wachttijden/beschikbaarheid bij de zorgaanbieder; f. levensovertuiging van de jeugdige en/of ouder(s); g. nabijheid van de zorgaanbieder (afstand van woonadres jeugdige en/of ouder(s)) 2. Het College dient zich bij toeleiding te houden aan de Kaders ‘Jeugdhulp ambulant regulier (individueel)’, als genoemd in het derde lid. 3. De Kaders ‘Jeugdhulp ambulant regulier (individueel)’, hebben betrekking op alle diensten die vallen onder de dienstomschrijving Holland Rijnland Jeugdhulp ambulant regulier: inspanningsgericht (individueel) – 45A48. Als bedoeld in Artikel 4, lid 4 onder d van de Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk 2022. Deze kaders gelden ook voor dezelfde diensten die vanuit Pgb worden ingezet en bekostigd. 4. De kaders hebben betrekking op: a. maximale ureninzet: Ambulante jeugdhulp kan ingezet worden voor gemiddeld twee uur per week, berekend over een maximale periode van zes maanden. Dit geldt zowel voor nieuwe aanvragen als voor eventuele verlengingen.

De gelimiteerde ureninzet geldt op alle inzet van ambulante jeugdhulp, tenzij sprake is van één van de beschreven uitzonderingsgronden; b. inzet maximaal zes maanden: Ambulante jeugdhulp kan ingezet worden voor een duur van maximaal zes maanden. Het is (vooralsnog) niet mogelijk om op voorhand al indicaties af te geven voor meer dan zes maanden; c. inhoudelijke kaders: Bepaalde vormen van jeugdhulp vallen per 1 oktober 2020 buiten de dienst jeugdhulp ambulant individueel of kunnen er slechts onder voorwaarden onder vallen. Deze staan beschreven in Kaders ‘Jeugdhulp ambulant regulier (individueel)’. Artikel 5 Diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) 1. Toeleiding naar diagnostiek en behandeling voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie geschiedt altijd via het onderwijs, dit geldt voor zowel ZIN als Pgb. De toeleiding geschiedt conform de meest recente versie van ‘Signalering, diagnostiek en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie’;

Het hoofdstuk PGB is in de nieuwe nadere regels naar hoofdstuk 6 verplaatst.

Voor de transparantie hebben we de kaders over de inzet van jeugdhulp uitgebreid beschreven. Dit maakt het voor inwoners duidelijker hoe een aanvraag wordt beoordeeld.

Artikel 4, onder 4, worden de kaders begeleiding beschreven zoals die zijn opgenomen in de nieuwe regionale inkoop. Om een lijn te trekken in de inzet van jeugdhulp en worden de Pgb's gelijkgetrokken met de aanbieders in ZiN. Artikel 4, negende lid, van de verordening Jeugdhulp gemeente Katwijk 2022 wordt hiernaar verwezen. .

b.

2.

3.

4.

5.

de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning; c. de geboden hulp is passend, adequaat en veilig; d. de zorgverlener, die daarnaast mogelijk ook gebruikelijke hulpverleent, heeft aangegeven dat de zorgverlening voor hem niet tot overbelasting leidt; e. de persoon uit het sociale netwerk mag op geen enkele wijze druk op de jeugdige en/of zijn ouders hebben uitgeoefend bij hun besluitvorming. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een PGB wordt toegekend kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren voor begeleiding, dagactiviteiten, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf; Verzorging bij kortdurende ziekte valt niet onder bovengebruikelijke zorg. Echter kunnen ouders wel gebruik maken van respijtzorg. Voor een toelichting hierop, zie toelichting nadere regels; In aanvulling op het eerste lid onder b, wordt inzet van het sociaal netwerk met een PGB in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: a. de hulp is vooraf niet goed in te plannen; b. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; c. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; d. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; e. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; f.

de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft. De jeugdige en/of zijn ouder(s) dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren.

Artikel 3.4. Beschikking 1. De beschikking wordt opgesteld bij het toekennen van een PGB en bevat ten minste de volgende punten: a. Naam, telefoonnummer + e-mailadres van de medewerker die het PGB namens het College heeft toegekend; b. De naam van de jeugdige; c. Datum raadplegen BSN; d. De ondersteuningsvraag; e. De beslissing (product, bedrag en termijn); f. Opbouw van de berekening;

2.

3.

Er wordt alleen een individuele voorziening afgegeven wanneer de EED is vastgesteld gedurende de basisschoolperiode van de jeugdige en uiterlijk voor het 13e jaar; Een verklaring van EED moet zijn afgegeven door een dyslexiebehandelaar aangesloten bij het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie. Daarnaast is de hoofdbehandelaar in het bezit van een BIG-registratie.

Artikel 6 Vervoer 1. Vervoer en de eventuele begeleiding in het vervoer is primair de verantwoordelijkheid van de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s). 2. Het werkzaam zijn van de (beide) ouder(s) ontheft hen niet van de primaire verantwoordelijkheid, zoals bedoeld in lid 1. 3. Om in aanmerking te komen voor de inzet van jeugdhulpvervoer dient het vervoer de gebruikelijke zorg en de eigen kracht van ouders en/of het netwerk te boven te gaan. 4. Als ouders aantonen dat begeleiding van de jeugdige door henzelf en/of het netwerk onmogelijk is, dan wel tot ernstige benadeling van het gezin of de jeugdige zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is, bestaat een mogelijkheid om aanspraak te doen op vervoer. 5. Vervoer naar onderwijs-zorglocaties zal plaatsvinden met behulp van en volgens de regels van het leerlingenvervoer gedurende de lesweken. In de vakantieperiode kan dit vervoer in een andere vorm mogelijk gemaakt worden. 6. De uitvoering van het vervoer kan worden aangeboden door de jeugdhulpaanbieder, door de gecontracteerde vervoersaanbieder van de gemeente of op basis van een Pgb. Voor Pgb geldt dat dit alleen in combinatie met dagbehandeling mogelijk is. 7. De vervoersvoorziening kan bestaan uit het vervoer door derden in opdracht van de jeugdhulpaanbieder of door de door de gemeente gecontracteerde vervoersaanbieder in opdracht van het College.

In uitzonderlijke gevallen kan er een taxi worden ingezet. 8. De door de gemeente gecontracteerde vervoerder/gecontracteerde jeugdhulpaanbieder organiseert het vervoer. Als er geen gebruik gemaakt kan worden van de collectieve voorziening, wordt er vanuit de Jeugdwet een individuele voorziening geboden.

Artikel 6 is verder uitgebreid met de toelichting op ouderlijke verantwoordelijkheid en de duiding wat deze inhoud in diverse vervoersvraagstukken. Daarnaast wordt aangesloten bij de afspraken die gemaakt zijn met jeugdhulpaanbieders rondom vervoer van en naar de locatie waar jeugdhulp geboden wrodt.

g.

Bezwaarclausule.

Artikel 3.5. Besteding van het persoonsgebonden budget 1. Voorwaarde voor het verstrekken van een PGB is dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het persoonsgebonden budget aanwenden voor de ondersteuning zoals is opgenomen en goedgekeurd in het gezinsplan; 2. Wanneer de jeugdige en/of zijn ouder(s) verschillende vormen van jeugdhulp nodig hebben kunnen zij ervoor kiezen om een deel van de zorg in natura af te nemen en een deel zelf in te kopen met een PGB. Per productcategorie is maar één verstrekkingsvorm mogelijk. 3. Na toekenning van een PGB controleert de gemeente bij de SVB of het budget is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Wanneer dit niet het geval is, dan wordt er contact met de ouder(s) opgenomen en onderzocht waarom dit is, of het PGB alsnog besteed gaat worden en of er andere hulp noodzakelijk is; 4. De jeugdige en/of zijn ouder(s) geven de SVB opdracht voor het uitvoeren van betalingen aan hun zorgverleners. Het opstellen van een zorgovereenkomst als onderdeel van het gezinsplan geldt als voorwaarde voor het uitbetalen van zorgverleners uit het PGB; 5. Bij een verandering in de zorgvraag waardoor het budget anders wordt ingezet, vragen de ouders het College hiervoor toestemming. Als dit niet wordt gedaan, dan kan het College dit beschouwen als onjuiste verstrekking van informatie. 6.

Het College heeft ook de mogelijkheid om het PGB te herzien bij een verandering in de zorgbehoefte. Artikel 3.6. Evaluatie Het College evalueert ten minste 1 keer per jaar de resultaten van de ingezette zorg.

Hoofdstuk 4 Nader te benoemen niet vrij toegankelijke voorziening Artikel 4 Diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) 1. Toeleiding naar diagnostiek en behandeling voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie geschiedt altijd via het onderwijs, dit geldt voor zowel ZIN als PGB. De toeleiding geschiedt conform de meest recente versie van ‘Signalering, diagnostiek en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie’; 2. Er wordt alleen een PGB afgegeven wanneer de EED is vastgesteld op de basisschool en uiterlijk voor het 13e jaar; 3. Een verklaring van EED moet zijn afgegeven door een dyslexiebehandelaar aangesloten bij het Nederlands Kwaliteit Instituut. Daarnaast is de hoofdbehandelaar in het bezit van een BIG-registratie.

Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget Artikel 7 Individuele jeugdhulpvoorziening via pgb voorwaarden 1. Indien alle stappen zoals genoemd in hoofdstuk 3 zijn genomen en het College van oordeel is dat dat de zorg via een Pgb kan worden ingekocht, dan zijn de volgende artikelen van toepassing: a. het College heeft de mogelijkheid om de zorgovereenkomst in te zien als het dit nodig acht; b. het Pgb kan flexibel worden opgenomen als dit in het ondersteuningsplan nadrukkelijk is opgenomen; c. het Pgb is geen inkomensondersteuning, maar wordt ingezet in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en of jeugdige ontoereikend zijn met als doel het vergroten van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de jeugdige en zijn/haar gezin. Indien het gezinsinkomen te laag is en een ouder als gevolg daarvan meer zal moeten gaan werken om in het dagelijkse levensonderhoud te kunnen blijven voorzien, zijn zij mogelijk niet in staat de zorg en begeleiding te geven die zij in het verleden hebben geboden. Artikel 8 Inzet Niet-professionele zorgverlener 1. De inzet van niet-professionele zorgverleners, middels een Pgb, dient in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: a.

de hulp is vooraf niet goed in te plannen; b. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; c. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; d. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; e. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; f. de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft. Artikel 9 Pgb tarieven 1. De maximale tarieven worden jaarlijks vastgesteld door de gemeenten en zijn conform de Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk 2022. 2. Wanneer het afgesproken tarief in de zorgovereenkomst hoger is dan het maximale tarief, en het aantoonbaar is dat er passende hulp bestaat die wel binnen het maximale tarief valt, wordt het maximale tarief toegekend. De aanvrager zal het verschil moeten bijstorten bij de SVB. 3. Wanneer het afgesproken tarief lager is dan het maximale tarief, dan wordt het afgesproken tarief toegekend.

Het artikel over EED is in de nieuwe nadere regels verplaatst naar artikel 5. Artikel 7 is een uitwerking van artikel 14 van de verordening.

4. De maximale tarieven voor 2022 zijn: Tabel 1: Maximale tarieven Categorie Soort Professionele Zorg 53A01 Curatieve GGZ-zorg door (kinder)artsen 54001 Jeugd GGZ behandeling/diagnostiek 54002 Regulier/generalistisch/specialistisch 54004

Maximaal tarief 2022* € 176,40 per uur € 66,- per uur

54003 54004 45A48 45A49

Jeugd GGZ behandeling/diagnostiek Hoog-specialistisch Jeugdhulp ambulant regulier individueel/Groep

€ 78,60 per uur

41A00 41A03 45A76 45A77 44A27

Dagbehandeling A Dagbehandeling B Ernstige Enkelvoudige Dyslexie Diagnostiek/behandeling Jeugdhulp verblijf 24-uur zorg

€ 60,15 per dagdeel € 65,- per dagdeel € 60,- per uur

44A08 42A03

Jeugdhulp verblijf: gezinshuis Vervoer (alleen in combinatie met dagbehandeling) Niet-professionele zorgverlener

€ 68,40 per uur (HBO) € 45,- per uur (MBO)*

Respijtzorg/LVB: € 73,02 per dag J&O: € 83,07 per dag GGZ: € 171,03 per dag € 142,97 per dag € 12,54 per dag € 17,- per uur

* excl. indexatie 2022 5. 6.

7.

Artikel 9 is een verdere uitwerking van artikel 15 van de verordening.

Bovenstaande tarieven worden jaarlijks geïndexeerd conform het Tarievenoverzicht Zorg in Natura Jeugdhulp regio Holland Rijnland. Een dagdeel zoals benoemd in de tarieventabel is 3,5 tot 4 uur inclusief voorbereidings- en afrondingstijd. Minimaal verblijfsduur van de jeugdigen van 3 uur. Een dag is een periode van 24 uur. Voor groepsgerichte ondersteuning wordt rekening gehouden met groepscontacttijd; Totale tijd van aanwezige begeleider/ ondersteuner, delen door het aantal aanwezige cliënten.

Artikel 10 is nieuw. In de oude nadere regels waren geen tarieven opgenomen. Deze worden hier expliciet wel weer benoemd. Zo wordt er meer transparantie aan de inwoner geboden over hoe de tarieven zich tot elkaar verhouden.

Hoofdstuk 5 Kwaliteit

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 5 Kwaliteitseisen 1. De zorg die wordt ingekocht, is kwalitatief verantwoord en voldoet ten minste aan de volgende eisen: Zorgaanbieders (zowel voor ZIN als PGB): a. Medewerkers in dienst zijn in bezit zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag; b. Medewerkers in dienst beschikken over een SKJ- of BIG-registratie2 bij sommige vormen van jeugdhulp; c. Beschikken over een passende aansprakelijkheidsverzekering; d. Verlenen veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte hulp; e. Werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling; f. Moeten werken volgens de richtlijn van 1G1P1R; g. Dienen een kwaliteitssysteem te hebben; h. Hebben en meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; i. Hebben een meldplicht bij een calamiteit; j. Hebben een meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; k. Hebben de beschikking over een klachtencommissie; l. Hebben de beschikking over een cliëntenraad; m. Vragen toestemming voor verlening jeugdhulp; n. Hebben de verplichting een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen. 2. Bij Zelfstandige Zonder Personeel, ingekocht via een PGB zijn de kwaliteitseisen bij lid 1 sub a, b, c, d, e, g, h, i en m van toepassing. 3. Bij Sociaal Netwerk, uitbetaald via een PGB, zijn de volgende kwaliteitseisen bij 5.1 lid 1 sub a (dit geldt niet voor familie in de 1e lijn) en sub d van toepassing. 4.

Het College kan (laten) toetsen of een zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen. Hierbij kan ook de Inspectie voor de Jeugd worden ingeschakeld.

Artikel 10 Second Opinion 1. Indien naar het oordeel van de belanghebbende het gesprek en onderzoek niet naar wens is verlopen of indien niet ingestemd kan worden met het opgestelde verslag van het gesprek en onderzoek naar van de jeugdhulpvraag, dan kan de belanghebbende, schriftelijk bij de Clustermanager van het Wijkteam een verzoek indienen voor het uitvoeren van een interne collegiale second opinion door een andere medewerker. 2. Voordat het verzoek bij de Manager Wijkteam wordt ingediend, meldt de belanghebbende bij de medewerker van het Wijkteam mondeling of schriftelijk wat zijn ongenoegen is, zoals dat door hem/haar in het gesprek is ervaren. 3. Beide partijen spannen zich in om een oplossing te vinden voor de ervaren knelpunten. 4. De Clustermanager van het Wijkteam beoordeelt het verzoek en deelt de uitkomst hiervan de aanvrager schriftelijk mede. Deze schriftelijke mededeling is geen besluit zoals bedoeld in art. 1:3 Algemene Wet bestuursrecht.

In artikel 11 wordt uitwerking gegeven aan artikel 21 van de verordening.

Artikel 11 Inwerkingtreding en overgangsrecht 1. De Nadere regels ter uitvoering van de Verordening Jeugdhulp Katwijk, laatst vastgesteld op 14 september 2018 wordt ingetrokken. 2. Deze nadere regels treden in werking na vaststelling door het College op 1 januari 2022. 3. Lopende voorzieningen blijven geldig totdat het College een nieuw besluit heeft genomen. 4. Als tijdens het onderzoek zoals bedoeld in artikel 6 van de Verordening Jeugdhulp van deze gemeente blijkt dat sprake is van een vermindering van het aantal te verlenen eenheden jeugdhulp ten opzichte van de lopende beschikking voor deze jeugdige, kan bij wijze van overgangsperiode eenmalig een voorziening voor maximaal 12 weken worden verleend. Voor de overgangsperiode wordt maximaal het aantal eenheden jeugdhulp toegekend, die in de laatst afgegeven beschikking voor een gelijke periode was toegekend

Artikel 12 is een samenvoeging van artikel 7.3 en 7.4.

Artikel 12 Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels jeugdhulp gemeente Katwijk 2022.

Hoofdstuk 6 Medezeggenschap Artikel 6 Medezeggenschap 1. Adviesraad Sociaal Domein van de gemeente Katwijk kan het College voorstellen doen voor het beleid betreffende jeugdhulp, en het College adviseren bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp. Het College voorziet hierbij Adviesraad Sociaal Domein van de gemeente Katwijk van ondersteuning om zijn rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het College nodigt minimaal eenmaal per jaar ingezetenen, cliënten en vertegenwoordigers van cliënten uit voor overleg over beleid betreffende jeugdhulp en de uitvoering daarvan. Het College maakt dit overleg minimaal 6 weken van tevoren openbaar bekend. Daarbij worden genodigden op geroepen punten voor de agenda aan te dragen. 3. Het College kan het in lid 2 genoemde overleg organiseren in samenwerking met de Colleges van andere gemeenten van de regio Holland Rijnland.

Artikel medezeggenschap is al vermeld in artikel 20 de nieuwe verordening.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 7.1. Afwijkingsbevoegdheid Het College kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) afwijken van deze nadere regels indien toepassing van deze regels gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de nadere regels te dienen doelen. Artikel 7.2. Citeertitel Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Nadere regels jeugdhulp Katwijk 2018. Artikel 7.3. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking na vaststelling door het College. Artikel 7.4. Overgangsbepaling Op de aanvragen die tot en met de datum van vaststelling zijn ingediend zijn de Nadere regels jeugdhulp 2016 van toepassing. Aldus vastgesteld op 2 oktober 2018 Burgemeester en wethouders van de gemeente KATWIJK

In artikel 23 van de verordening is de hardheidsclausule opgenomen. Dit biedt voldoende juridische dekking om in bijzondere gevallen af te wijken van de vastgestelde regels. Artikel 7.3 en 7.4 zijn samengevoegd in artikel 12 van de nadere regels.

Toelichting op nadere regels 2018 Artikel 2.1. Toegang tot niet vrij toegankelijke jeugdhulp Het JGT is door het College gemandateerd voor de inzet van niet vrij toegankelijke hulp. Artikel 2.2. Gratis cliëntondersteuning De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen voor hun aanvraag tot jeugdhulp gebruik maken van gratis cliëntondersteuning. Deze kan worden aangevraagd bij MEE of bij het Adviespunt Zorg Belang. Artikel 2.5 Aanvraag Er wordt voor het doen van een aanvraag in principe gewerkt met de richtlijn 1Gezin1Plan1Regisseur. Ouders kunnen voor akkoord tekenen of voor gezien. Artikel 2.6 Vaktherapie Er kan een PGB worden verstrekt voor vaktherapie als dit een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. Voor enkel vaktherapie kan geen PGB worden verstrekt en wordt verwezen naar de (aanvullende) zorgverzekering. Artikel 2.7. Vervoer Voor de gesloten jeugdzorg is het onderstaande niet van toepassing: daarvoor is in de Jeugdwet een aparte bepaling (art. 6.3.5 Jeugdwet) opgenomen waarbij het beveiligde vervoer geregeld wordt via de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DVO). 1. Vervoer binnen de Jeugdwet is alleen voor de jeugdige, en waar nodig zijn begeleider, van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Vervoer van ouders om hun kind te bezoeken valt hier niet onder. 2.

Het inzetten van een vervoersvoorziening is beperkt tot het vervoer naar de meest dichtstbijzijnde aanbieder welke, naar redelijkheid, de meest minimaal noodzakelijke en passende zorg zou kunnen bieden. Dit is ter beoordeling van het College. De inhoud van de zorg is hierbij leidend. Een uitzondering hierop wordt gevormd door jeugdhulp met verblijf, indien er een langere wachttijd is dan 8 weken. 3. Voor vervoer naar jeugdhulpaanbieders die verder zijn gelegen dan 20 kilometer buiten de regiogrens geldt dat alleen kosten op basis van

Er is gekozen om geen toelichting te maken op de nadere regels. De verordening, de toelichting op de verordening en de nadere regels bieden voldoende duiding en houvast. Dit komt ten goede aan de transparantie en leesbaarheid van de stukken.

openbaar vervoer, of in uitzonderlijk geval eigen vervoer kan worden vergoed. 4. De Jeugdwet gaat uit van de eigen kracht van ouders. Jeugdhulp is pas van toepassing voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Dit is ook van toepassing op vervoer. Eerst dient te worden onderzocht of ouders het vervoer zelf kunnen organiseren. Bij het wegen van eigen kracht worden verschillende opties onderzocht, in de volgende volgorde: a. Vergoeding van openbaar vervoer; b. Vergoeding van eigen vervoer (km-tarief); c. Aangepast vervoer in de vorm van een taxi, of zo nodig een rolstoeltaxi. Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 5.

6.

Van een onderwijs-zorglocatie is sprake indien een onderwijsinstelling met BRIN-nummer en een zorgaanbieder op dezelfde of zeer nabijgelegen locatie een geïntegreerd aanbod hebben van zowel onderwijs als jeugdhulp. Dit vervoer valt onder het leerlingenvervoer, met de daarbij behorende regels zoals opgenomen in de verordening leerlingenvervoer. Indien er recht op vervoer ontstaat kan de uitvoering daarvan plaatsvinden door middel van een PGB indien ouders het vervoer zelf organiseren, door de jeugdhulpinstelling indien het bij die instelling is gecontracteerd of het kan door de gemeente worden georganiseerd.

Artikel 3.1. Taken PGB Het JGT geeft namens het College een PGB af tot de maximumleeftijd van 18 jaar. Soms is de ondersteuningsvraag nog aanwezig als de jeugdige 18 jaar wordt. De begeleiding kan dan doorlopen. Dit moet zijn opgenomen in het perspectiefplan. Het PGB op grond van de Jeugdwet eindigt. Als voortzetting van hulp noodzakelijk is, wordt een aanvraag voor hulp op grond van de WMO ingediend. Afstemming tussen de cliënt, het Team Sociale Ondersteuning (TSO) en het JGT is van belang. Er zijn drie mogelijkheden als de jongere 18 jaar wordt: 1. Ouder(s) en de jongvolwassene nemen contact op, omdat na het 18e jaar het budget afloopt en ze dat niet wenselijk vinden;

2.

De ondersteuningsvraag is al bekend bij het JGT en het JGT neemt contact op met de jongere/de ouder(s), samen en/of afgestemd met het betrokken Team Sociale Ondersteuning; 3. Indien het een nieuwe zorgvraag betreft, pakt het Team Sociale Ondersteuning de vraag op. In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat er geen enkel ander wettelijk kader van toepassing is. Het PGB kan dan doorlopen op grond van de Jeugdwet tot 23 jaar (voortgezette jeugdhulp). Sub 8 Taken van een budgethouder zijn: 1. Het kiezen van een zorgverlener; 2. Het regelen van een zorgovereenkomst; 3. De zorgovereenkomst aan de te SVB te versturen of digitaal te uploaden; 4. Het aansturen van de zorgverlener; 5. De voortgang van de hulp bewaken; 6. De kwaliteit van de zorg bewaken; 7. Facturen en declaraties afhandelen. Een budgethouder mag geen zorgverlener zijn, behoudens in de situatie waarin sprake is van een eerstegraads familielid. Het is mogelijk om een PGB toe te kennen aan een budgethouder met schulden. Met het trekkingsrecht is er geen risico meer dat geld voor zorg door schuldeisers wordt opgeëist, omdat het geld niet meer op de eigen rekening wordt overgemaakt. Wel kan na betaling van facturen PGB aan de zorgverlener, beslag worden gelegd op deze gelden van de zorgverlener. Net zoals er op loon uit werk beslag gelegd kan worden. Een PGB kan wel worden geweigerd als er sprake is van schuldsanering.

Artikel 3.2 Functiecategorieën Vervoer via het PGB kent geen aparte functiecategorie, omdat vervoer altijd in combinatie met een andere jeugdhulpvoorziening wordt toegekend. Daarnaast is het ook mogelijk om vervoer aan te vragen zoals omschreven in artikel 2.7. Artikel 3.3 PGB: niet voor gebruikelijke zorg, wel voor bovengebruikelijke zorg Jeugdhulp is niet bedoeld om gebruikelijke zorg van ouders over te nemen. Hieronder volgt een richtlijn voor het bepalen van gebruikelijke en boven gebruikelijke zorg en is het kader waarop het professionele oordeel over met name het aantal uren ‘begeleiding individueel en persoonlijke

verzorging’ gebaseerd moet worden. Het uitgangspunt van de richtlijn is de zorg die ouders volgens heersende maatschappelijke opvattingen moeten kunnen bieden aan hun kinderen zonder beperkingen. Gebruikelijke Zorg Gebruikelijke zorg is de dagelijkse zorg die ouders aan kinderen geacht worden te bieden, ook als de ouder de gebruikelijke zorg vanwege eigen aandoening, beperking, stoornis of handicap niet kan bieden. Gebruikelijke zorg omvat: 1. het door ouders aan kinderen bieden van een woonomgeving waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en hen een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Daarnaast wordt door ouders aan kinderen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans geboden die nodig is bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Gebruikelijke zorg bij kinderen kan ook zorg omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomt. 2. 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Hiermee wordt bedoeld dat zorg en toezicht gedurende het gehele etmaal in de nabijheid nodig is zonder dat daarbij permanente actieve observatie nodig is. Het gaat hier om een vorm van beschikbaarheid van zorg die voor een groot deel bestaat uit meer passief toezicht. De zorg is wel nodig op zowel geplande als ongeplande momenten, en ook voortdurend in de nabijheid.

Dit is gebruikelijke zorg omdat ook een kind met een normaal ontwikkelingsprofiel tot een bepaalde leeftijd: a. Niet zelf de noodzaak van zijn behoefte aan de inzet van zorg kan inschatten; b. Niet zelf in staat is om op relevante momenten adequaat hulp in te roepen om ernstig nadeel te voorkomen; c. Ook vaak op ongeplande momenten zorg in de zin van begeleiding of overname van zelfzorg nodig heeft. Kinderen van 0 tot 3 jaar: a. hebben 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig, omdat zij niet in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen; b. hebben voortdurend, dat wil zeggen op geplande én ongeplande momenten, overname van zelfzorg nodig; c. hebben een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wordt geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en

stimulans wordt geboden nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Kinderen van 3 tot 5 jaar: a. hebben overdag zorg in de nabijheid nodig, omdat zij niet in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen; b. hebben overdag voortdurend begeleiding en overname van zelfzorg nodig; c. hebben ’s nachts soms nog begeleiding en overname van zelfzorg nodig; d. hebben een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wordt geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans wordt geboden nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Kinderen van 5 tot 8 jaar: a. hebben tot 8 jaar overdag zorg in de nabijheid nodig omdat zij niet in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen; b. hebben tot 8 jaar overdag nog voortdurend begeleiding nodig; c. hebben tot 8 jaar overdag op geplande en soms op ongeplande momenten hulp bij of overname van zelfzorg nodig; d. hebben een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wordt geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans wordt geboden nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Kinderen vanaf 8 tot 18 jaar: a.

hebben vanaf 8 jaar geen zorg in de nabijheid nodig omdat zij in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen; b. hebben tot 18 jaar een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wordt geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans wordt geboden nodig en passend bij hun ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. c. NB: deze zorg is geen gebruikelijke zorg als is vastgesteld dat het gaat om een kind met ernstige meervoudig complexe handicaps

waaronder een verstandelijke handicap en een blijvend zeer laag ontwikkelingsperspectief. Gebruikelijke zorg omvat niet: Permanent toezicht in de zin van onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen. Het gaat om toezicht dat geboden moet worden op basis van actieve observatie die als doel heeft dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheidssituatie van de jeugdige vroegtijdig te signaleren, waardoor altijd tijdig ingegrepen kan worden en escalatie van onveilige, gevaarlijke, (levens)bedreigende gezondheids- en/of gedragssituaties voor het kind kan worden voorkómen. Bij kinderen die een behoefte hebben aan permanent toezicht kan elk moment iets (ernstig) misgaan. Vrije tijd en vakantie PGB voor bovengebruikelijke zorg in vrije tijd en vakantie kan onderdeel zijn van een PGB, mits het jeugdhulpdoelen dient. a. In het gezinsplan kunnen jeugdhulpdoelen staan, die te maken hebben met de vrijetijdsbesteding van het kind. Activiteiten die overeenkomen met vormen van vrijetijdsbesteding (zoals paardrijden, roofvogelclub, boksen, scouting, zwemles e.d.) kunnen ook jeugdhulpdoelen dienen zoals het reguleren van emoties, het vergroten van zelfvertrouwen en het doorbreken van isolement.

Ook hier dient de afweging te worden gemaakt wat gebruikelijk is en wat in het kader van het gezinsplan een noodzakelijk bovengebruikelijke zorg is. b. De normale contributie (lidmaatschap) of activiteitkosten zijn niet uit jeugdhulpmiddelen te bekostigen; de bovengebruikelijke zorg die aan deelname gekoppeld is wel. Bij het normaliseren van de hulp betekent dit dat de basiskosten van vrijetijdsbesteding voor rekening van de ouders komt. c. Vakantie is een bijzondere vorm van vrijetijdsbesteding. Tijdens de vakantie bevat gebruikelijke zorg dat ouders er voor de kinderen zijn en voor elkaar. Begeleiding vanuit eigen netwerk moet feitelijk extra oppas/begeleiding inhouden en niet de inzet van een ouder. In een vakantieperiode kan er, indien mogelijk, minder ingezet worden op jeugdzorgdoelen. Het aantal uren dat per week aan begeleiding door derden wordt ingezet, kan ook in de vakantie worden voortgezet. Respijtzorg

Respijtzorg biedt ouders de mogelijkheid hun zorgtaken voor hun kind tijdelijk aan een ander over te dragen. Hierdoor kunnen zij af en toe vrijaf nemen van de zorg voor hun kind en kunnen zij de zorg voor hun kind beter volhouden. Respijtzorg is een belangrijk middel om overbelasting van ouders te voorkomen. Respijtzorg kan aangevraagd worden door middel van een PGB. Artikel 4.1 EED De samenwerkende partners bij dyslexiezorg zijn gemeente, scholen en zorgaanbieders. Scholen zijn verantwoordelijk voor signalering en begeleiding van kinderen met dyslexie of ernstige leesproblemen. De gemeente is verantwoordelijk voor dyslexiezorg bij Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED). Het document ‘Signalering, diagnostiek en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie’ is te vinden via https://jeugdhulphollandrijnland.nl/documenten. Artikel 5.1 Vertrouwenspersoon Artikel 5.1 gaat in op de kwaliteit. Een algemene kwaliteitseis is dat de Jeugdwet gemeenten verplicht tot het beschikbaar stellen van een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor Jeugdwetcliënten. De functie van vertrouwenspersoon wordt uitgevoerd door de Stichting Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg en geldt voor alle vormen van jeugdhulp, uitgezonderd de jeugd-GGZ intramuraal. Het Ministerie van VWS blijft verantwoordelijk voor het vertrouwenswerk voor het intramurale deel van de jeugd-GGZ.

Belangenvereniging Voor informatie en advies over het PGB: Belangenvereniging Per Saldo www.Pgb.nl T: 0900-7424857

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10927695/1