CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage 1. Verordening Jeugdhulp gemeente Katwijk 2022 (vastgesteld)(2733091)

Raad 23 december 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp 20225.258 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Jeugdhulp gemeente Katwijk 2022 Geldend van 1 januari 2022 t/m heden Intitulé Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk 2022 De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van Katwijk van 9 november 2021; gelet op; • Jeugdwet artikel 2.9, 2.10, 2.12 • Gemeentewet artikel 147 lid 1 Besluit: De Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk 2022 vast te stellen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder: a. het College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk; b. crisissituatie: Een ernstige verstoring van het normale, alledaagse functioneren van een individu of systeem waarbij sprake is van acute onveiligheid voor de jeugdige en/of diens omgeving wat vraagt om direct ingrijpen om het gevaar af te wenden. c. ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige en/of een ouder aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet; d. ondersteuningsplan: familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; e. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het College verstrekt budget aan een jeugdige en/of zijn ouder(s), dat hen in staat stelt de jeugdhulp die in de vorm van een individuele voorziening is toegekend van derden te betrekken; f. sociaal netwerk: een verzamelnaam voor een netwerk van betekenisvolle figuren (familie, vrienden en kennissen) dat functioneert als ondersteuningsbron voor het eigen welzijn en welbehagen en dat van de personen in het netwerk; g.

specialistische jeugdhulp: de individuele voorziening jeugdhulp die uitsluitend toegankelijk is op basis van een verwijzing van de gemeente, de huisarts, jeugdarts of medisch specialist of van een functionaris in justitieel kader als bedoeld in de wet; h. vaktherapieën: De aanduiding vaktherapie is een clusterbenaming van de beroepen Beeldende therapie, Danstherapie, Dramatherapie, Muziektherapie en Psychomotorische (Kinder)Therapie. Sinds 1 januari 2017 valt ook speltherapie onder vaktherapie. 1 van 16

i.

voorliggende voorziening: Voorzieningen die een jeugdige en/of gezin zelfstandig kan organiseren en financieren.

Artikel 2 Uitgangspunten Deze verordening is geschreven vanuit de lokale realiteit van de gemeente Katwijk, echter behoudt deze op onderdelen de regionale accenten gezien de regionale inkoop van jeugdhulp met de 13 gemeenten in de regio Holland Rijnland. De Jeugdwet en het op 12 maart 2020 vastgestelde Programmaplan Jeugdhulpaanbod vanaf 2021 Duin- en Bollenstreek en de Maatschappelijke agenda 2019-2023 geven de kaders voor deze Verordening. In dit artikel worden de voornaamste uitgangspunten benoemd. 1. Ouderlijke verantwoordelijkheid: Ouders zijn primair verantwoordelijk voor hun kind. Dit is vastgelegd in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (artikel 18 IVRK, United Nations, 1989) en de Nederlandse wet (1:247 Burgerlijk Wetboek). Hierin staat beschreven dat de verantwoordelijkheid om een jeugdige op te voeden primair bij de ouder(s) ligt. Jeugdhulp biedt tijdelijke ondersteuning aan jeugdigen en hun ouders. Het samenwerken met ouder(s) is dus een onlosmakelijk en essentieel onderdeel van jeugdhulp. 2. Eigen kracht: Het vermogen van jeugdigen en/of het gezin om zelf en/of samen oplossingen te bedenken voor hun eigen problemen en deze (deels) ook zelf uit te voeren. Daarbij kan ook het sociale netwerk ingezet worden voor het oplossen van, of het meedenken over de oplossing, van problemen.

Door hier gericht ruimte en aandacht aan te geven kan de jeugdige en/ of zijn ouders hun eigen kracht benutten en vergroten. Niet het aanbod van de voorzieningen, maar de vraag van de inwoner, de eigen mogelijkheden van de inwoner en de directe omgeving staan hierbij centraal. Iedere inwoner doet, naar eigen vermogen op maximaal niveau, mee aan de samenleving. Ondersteuning sluit dan ook zoveel mogelijk aan op de eigen initiatieven van inwoners en richt zich op de versterking van het sociaal netwerk, vrijwillige inzet en de activering en participatie van inwoners. Blijkt de eigen kracht van de jeugdige, zijn ouder(s) en hun informele netwerk ontoereikend, pas dan wordt ondersteuning geboden. 3. Normaliseren: Opvoeden en opgroeien is een natuurlijk en dynamisch proces waarbij ouder(s), jeugdigen en de directe omgeving elkaar beïnvloeden op basis van wederzijds begrip en respect. Soms kan opvoeden ook lastig zijn. Dan moeten informatie, advisering, ondersteuning en hulp beschikbaar zijn. Wanneer er hulp geboden wordt, is dit gericht op het herstel van het normale leven. Het uiteindelijke doel is om, als het kan, zo snel mogelijk (weer) zonder hulp verder te kunnen. Bij voorkeur wordt hulp daarom zoveel als mogelijk thuis geboden of in een situatie die het meest op thuis lijkt. Opname in een verblijfssetting wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Waar mogelijk worden ambulante alternatieven ingezet in plaats van verblijf. Daarnaast geldt dat het gebruik van jeugdhulp een uitzondering is. Waar passend wordt samen met de jeugdige en het gezin zo snel mogelijk een alternatief voor specialistische jeugdhulp gezocht dat aansluit bij het ‘normale’ leven en de directe omgeving van de jeugdige en het gezin. Er wordt actief ingezet op preventie en vroegsignalering om waar mogelijk te voorkomen dat jeugdigen in een (specialistisch) jeugdhulptraject instromen. 4. Optimale kansen: Jeugdigen moeten optimale kansen krijgen om zich te ontwikkelen, waardoor zij, nu en later, naar vermogen kunnen deelnemen en bijdragen aan de 2 van 16

maatschappij. Dit houdt onder andere in dat alle jeugdigen die onderwijs kunnen volgen, daadwerkelijk onderwijs genieten. Alle mogelijkheden voor het volgen van onderwijs worden benut in samenwerking met samenwerkingsverbanden en scholen, het Wijkteam en jeugdhulpaanbieders. Hierbij wordt ingezet op het creëren van een volledige keten van onderwijs- en jeugdhulpvoorzieningen. Daarnaast gaat optimale kansen ook over het kunnen en mogen meedoen aan de maatschappij door onder andere deelname aan een (sport)club en/of muziekschool. Hierbij worden competenties en talenten van jeugdigen ontwikkeld en dragen de opgedane contacten bij aan het versterken van het netwerk van de jeugdige en het gezin. 5. Doelgerichte hulpverlening: Het dient voorop te staan dat jeugdigen en gezinnen de juiste zorg en hulp krijgen. Daarbij geldt dat de hulp die wordt geboden zoveel mogelijk direct passend is (first time right). Dit brengt een integrale aanpak met zich mee en houdt in dat zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat naar verschillende instanties wordt doorverwezen, voordat de juiste hulp geboden kan worden. Daarnaast wordt er door middel van het ondersteuningsplan gericht aan doelen gewerkt om, de door de jeugdige en/of zijn ouders gestelde, resultaat te behalen.

3 van 16

Hoofdstuk 2. Voorveld Artikel 3 Voorliggende en algemene voorzieningen 1. Wanneer een jeugdige en/of ouder(s) aanspraak willen maken op jeugdhulp wordt er van hen verwacht dat zij eerst een oplossing zoeken in voorliggende en/of algemene voorzieningen. 2. Een voorliggende voorziening is een voorziening die rechtstreeks en openbaar toegankelijk is en die niet wordt georganiseerd door de gemeente. 3. Een algemene voorziening is een voorziening die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling, of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling. 4. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Jeugdgezondheidszorg; b. Informatie, training en opvoedadvies; c. Kortdurende pedagogische ondersteuning; d. Jeugd- en Jongerenwerk; e. Jeugd- en gezinsondersteuning vanuit het Wijkteam; f. Praktijkondersteuner Huisartsen GGZ Jeugd (POH GGZ Jeugd).

Artikel 4 Individuele jeugdhulpvoorzieningen 1. Een individuele jeugdhulpvoorzieningen is een specialistische jeugdhulpvoorziening die door het College wordt toegekend en verstrekt aan de in de gemeente Katwijk woonachtige jeugdige en/of ouder(s). Een individuele jeugdhulpvoorziening kan in natura of als persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt. 2. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan alleen worden verstrekt indien er geen oplossing gevonden kan worden door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van voorliggende wetten als de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatie, Wet Passend Onderwijs en de Zorgverzekeringswet. 3. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan alleen worden verstrekt in situaties, waarbij geen oplossing gevonden kan worden in het benutten van mogelijkheden in het kader van Eigen Kracht. 4. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan alleen worden verstrekt in situaties in situaties, waarbij geen oplossing kan worden gevonden in algemene of voorliggende voorzieningen. 5. Onder de individuele jeugdhulpvoorzieningen vallen specialistische jeugdhulpvoorzieningen. Deze zijn opgedeeld in segmenten. a. behandeling met verblijf; b. wonen; c. dagbehandeling en dagbesteding; d. ambulante jeugdhulp; e. onderwijs; f. crisis; g. veiligheid. 6.

Jeugdhulp op school is voorliggend aan de voorzieningen ambulante jeugdhulp. 7. Jeugdhulp in groepsvorm is voorliggend op individuele vormen van Jeugdhulp.

4 van 16

8. Het College heeft de bevoegdheid de in lid 5 genoemde individuele voorzieningen in nadere regels te specificeren en/of een deel daarvan als vrij toegankelijk te benoemen. 9. Het College kan nadere regels stellen ten aanzien van de duur en maximaal aantal uur waarop aanspraak kan worden gemaakt. 10. Het College zorgt ervoor dat inwoners een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. Daarnaast wijst het College de jeugdige en/ of ouder(s) op de mogelijkheid hiervan gebruik te maken. Deze cliëntondersteuning kan steun bieden in de gesprekken met het Wijkteam of andere professionals in het jeugdhulpdomein.

Artikel 5 Wijkteam 1. Het College draagt zorg voor een Wijkteam. 2. Het Wijkteam is een multidisciplinair team bestaande uit sociaal professionals. Zij bieden ondersteuning en zorg aan jeugdigen en volwassenen en verzorgen toeleiding naar algemene en individuele voorzieningen. Zo nodig worden professionals uit verschillende leefdomeinen in een gezamenlijke aanpak bij elkaar gebracht. Het Wijkteam werkt volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur. 3. Ten aanzien van jeugdhulpvragen biedt het Wijkteam consultatie en advies, basisdiagnostiek en zorgcoördinatie. Ambulante jeugdhulp en preventieve groepsgerichte trainingsaanbod wordt verricht door de jeugdhulpverlener van het Wijkteam.

5 van 16

Hoofdstuk 3. Behandeling Ondersteuningsvraag Artikel 6 Behandeling ondersteuningsvraag 1. Iedere jeugdige en/of ouder woonachtig in de gemeente Katwijk met een ondersteuningsvraag kan zich wenden tot: 1. het Wijkteam, of; 2. een bevoegde professional zoals een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. 2. In het geval dat de ondersteuningsvraag is gesteld aan het Wijkteam, vindt in navolging daarvan zo spoedig mogelijk een gesprek plaats tussen de jeugdige en/of zijn ouders en het Wijkteam. 3. De jeugdige en/of zijn ouders verstrekken desgevraagd aan het Wijkteam voorafgaand aan of tijdens het gesprek alle gegevens, die naar het oordeel van het Wijkteam voor het onderzoek nodig zijn. 4. Het Wijkteam verzamelt in overleg met de jeugdige en/of de ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. 5. Het Wijkteam informeert de jeugdige en/of de ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 6. Het Wijkteam stelt in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. Wat de ondersteuningsvraag is met daarbij specifiek aandacht voor de gezinssituatie op de verschillende leefgebieden, dit vormt de basis van de integrale werkwijze; b.

Wat de opgroei- en opvoedingsproblemen stoornissen en psychische problematiek zijn met daarbij specifiek aandacht voor de beoogde resultaten van de ondersteuning; c. Of en welke ondersteuning nodig is rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau, met daarbij specifiek aandacht voor de aard en omvang van de ondersteuning. d. Op welke wijze de ondersteuningsvraag opgelost kan worden, met daarbij specifiek aandacht voor: i. Wat de jeugdige, zijn ouder(s) en het sociale netwerk met de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zelf kunnen doen en wat naar algemene maatstaven van hen verwacht magen worden (gebruikelijke hulp). Als kader kan hierbij gebruik gemaakt worden van hoofdstuk 4 van de CIZ indicatiewijzer versie 7.1 van juli 2014 (toelichting op de beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014); ii. Of en welke ondersteuning nodig is vanuit de voorliggende en algemene voorzieningen; iii. Of en welke ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; iv. Op welke wijze de ondersteuning afgestemd moet worden met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, wonen of werk en inkomen; v. Of er sprake is van de wens voor een pgb en vi. Of een pgb passend is voor de situatie en of het beheren en of uitvoeren ervan niet tot overbelasting leidt. Het College stelt nadere regels over overbelasting. e.

Wanneer en op welke wijze wordt geëvalueerd of aan de ondersteuningsvraag is voldaan of dat het ingezette ondersteuningsbeleid gewijzigd dient te worden. 6 van 16

7. Het Wijkteam en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het zesde lid vast in een ondersteuningsplan dat door het Wijkteam en de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. 8. Als een jeugdige en/of zijn ouders zich bij een jeugdhulpaanbieder meldt met een verwijzing, niet via het Wijkteam, dan beoordeelt de jeugdhulpaanbieder vervolgens met deze verwijzing inhoudelijk welke diensten de jeugdige precies nodig heeft, met welke frequentie en voor hoe lang (de duur en de omvang). 9. Een jeugdhulpaanbieder past bij de beoordeling zoals genoemd in lid 8 en bepaling van de inhoud van de voorziening de werkwijze toe zoals de het Wijkteam deze toepast, en betrekt in haar oordeel de eigen kracht, het sociale netwerk, algemene (voorliggende) voorzieningen en de goedkoopst adequate individuele voorziening. De jeugdhulpaanbieder treedt in overleg met de het Wijkteam als dat nodig is.

Artikel 7 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening 1. Het College besluit binnen 8 weken na aanvraag over toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening. Als aanvraag wordt enkel aangemerkt een door het Wijkteam en de jeugdige en/of diens ouders ondertekend ondersteuningsplan. 2. In afwijking van het eerste lid blijft een ondersteuningsplan achterwege na verwijzing door een bevoegd professional zoals de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 3. Wanneer het oordeel van de jeugdhulpaanbieder is dat de inzet van jeugdhulp die benodigd is de grenzen van de verordening of de door het College gestelde nadere regels overschrijdt, besluit het College niet over toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening voordat de jeugdhulpaanbieder de overschrijding nader heeft gemotiveerd. 4. Het College legt haar besluit als bedoeld in voorgaande leden vast in een beschikking in ieder geval: a. Bij de verstrekking van een pgb; b. Bij de afwijzing van een aanvraag; c. Bij een verzoek van de jeugdige en/of zijn ouders om een beschikking te ontvangen. 5. Een jeugdige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en die de jeugdhulp heeft aangevraagd ontvangt een beschikking aan zijn persoon gericht.

7 van 16

Hoofdstuk 4 Kaders Jeugdhulp Artikel 8 Kaders Jeugdhulp 1. Het College kan nadere regels stellen om te bepalen welke aanbieder(s) de noodzakelijke ondersteuning mogen bieden. 2. Het College kan doorverwijzen naar zorg in natura voor zover dit financieel past binnen het met de jeugdhulpaanbieder afgesproken maximale financiële plafond in betreffend jaar. 3. De ondersteuning gaat niet eerder in dan de datum van het ondertekenen van de aanvraag. 4. Het College kan, na zorgvuldige afweging, de ondersteuning voor een kortere termijn toekennen dan door de jeugdige en/of zijn ouder(s) wordt gevraagd. 5. Het College evalueert ten minste 1 keer per jaar in een evaluatiegesprek met de jeugdige en/of het gezin en de jeugdhulpaanbieder de resultaten van de afspraken gemaakt in het ondersteuningsplan. Zo nodig wordt het plan en de versterkte individuele voorzieningen bijgesteld.

Artikel 9 Passende Onderwijsplek 1. Het College maakt aanvullende afspraken met de samenwerkingsverbanden primair- en voortgezet onderwijs over: a. de basis- en extra ondersteuning die de school zelf biedt en het vastleggen van afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplicht in het onderwijsperspectiefplan (OPP); b. de uitvoering van de werkwijze integraal arrangeren; c. de gezamenlijke onderwijszorgarrangementen en de toegang hiertoe; d. de uitstroom van dagbehandeling/dagbesteding naar onderwijs en van onderwijszorgarrangementen terug naar onderwijs; e. de weg naar inclusiever onderwijs en de rol en verantwoordelijkheden van het onderwijs en gemeenten hierin. 2. Het College en de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs leggen de afspraken als bedoeld in het eerste lid vast in een handreiking.

Artikel 10 Van 18- naar 18+ 1. Uiterlijk wanneer een jeugdige 16,5 jaar oud is stelt de betrokken hulpverlener, indien van toepassing samen met het Wijkteam, met de jeugdige een perspectiefplan op. Dit plan gaat naast zorgcontinuïteit in op relevante leefdomeinen zoals wonen, werk, onderwijs, inkomen, gezondheid, financiën en vrije tijd. Er wordt beschreven wat de stand van zaken is en welke doelen nog bereikt gaan worden. Uiteraard wordt steeds gekeken wat nodig is en welke leefdomeinen voor een jongere belangrijk zijn. De jeugdhulpaanbieder begeleidt daarnaast actief bij de realisatie van deze doelen. 2. Het College blijft verantwoordelijk voor het voortzetten van de jeugdhulp tot 23 jaar, behoudens artikel 1.1, lid 3 Jeugdwet als het om een vorm van jeugdhulp gaat die voor meerderjarigen niet op grond van een andere wet kan worden voortgezet (met name jeugd- en opvoedhulp, niet zijnde - GGZ of jeugd-LVG).

8 van 16

Artikel 11 Kwaliteitskaders 1. Jeugdhulpaanbieders (voor zowel ZiN als PGB) moeten voldoen aan de volgende eisen. Zij: a. hebben enkel medewerkers in dienst die in bezit zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag; b. beschikken over een passende aansprakelijkheidsverzekering; c. verlenen veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte hulp; d. werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling; https://professionaliseringjeugdhulp.nl/assets/brochures/kwaliteitskader-Jeugdv2.1.pdf e. werken volgens de richtlijn van 1Gezin 1Plan 1Regisseur; f. dienen een kwaliteitssysteemborgingssysteem te hebben; g. hebben een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; h. hebben een meldplicht bij een calamiteit; i. hebben een meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; j. hebben de beschikking over een klachtenprocedure; k. hebben de beschikking over een cliëntenraad indien de Jeugdwet dat vereist; l. hebben de verplichting een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen; m. staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als jeugdhulpaanbieder, hebben een KVK-nummer en staan geregistreerd bij het CIBG. 2. Bij inzet van het Sociaal Netwerk, uitbetaald via een Pgb, zijn de kwaliteitseisen bij lid 1 sub a en sub c van toepassing. De kwaliteitseis in bij lid 1 sub a geldt niet in de gevallen dat de zorgverlener familie in de 1e lijn, is. 3.

Een professional is een MBO/HBO opgeleid persoon met algemene deskundigheid en brede kennis van jeugdhulp. De zorgorganisatie of ZZP’er staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 12 Crisishulp 1. In crisisgevallen treft het College zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening, of vraagt het College een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, aan. 2. Gemandateerde verwijzers voor Crisis Jeugdhulp zijn het Crisis Interventie Team (CIT), het Wijkteam, (huis)artsen en Gecertificeerde Instellingen (GI). 3. Het eerste contact tussen het gezin en de jeugdhulpaanbieder vindt plaats binnen maximaal 24 uur, op verzoek van een gemandateerde verwijzer. 4. Crisishulp start in eerste instantie met een ambulant traject. Plaatsing in een instelling wordt alleen gedaan als blijkt dat een ambulant traject ontoereikend is om de crisissituatie te stabiliseren. De plaatsing wordt zo kort als nodig ingezet waarbij er wordt gewerkt aan een snelle terugkeer naar huis. 5. De plaatsing in een residentiële crisishulp betreft maximaal 6 weken, tenzij er geen passende vervolghulp beschikbaar is.

Artikel 13 Jeugdhulp bij kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering 1. Het College zorgt voor inzet van de jeugdhulp die: 9 van 16

a. De rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, en/of b. De rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.

10 van 16

Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Artikel 14 Individuele jeugdhulpvoorziening via pgb 1. Pgb-vaardigheid budgetverantwoordelijke Het pgb brengt voor de budgetverantwoordelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen met zich mee. Het Wijkteam bepaalt de pgb-vaardigheid van diegene die het Pgb budget gaat beheren (budgetverantwoordelijke). Deze vaardigheid wordt getoetst op de volgende onderdelen: a. Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan (pgb-plan) b. Financieel beheer c. Zorginhoudelijk beheer d. Werkgeverschap 2. Persoonlijk budgetplan In afwijking van artikel zeven, eerste lid, wordt pgb aangevraagd middels een door het College vastgesteld pgb-plan. In het pgb-plan staat in ieder geval: a. Welke soort en de mate van jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouder(s) willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; b. Hoe het beoogde resultaat bijdraagt aan de doelen in het ondersteuningsplan; c. Hoe de jeugdige en/of zijn ouder(s) de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uitvoeren, of wie hiervoor is gemachtigd; d. Waarom de jeugdige en/of zijn ouder(s) de jeugdhulp “zorg in natura” niet passend vinden; e. Hoe de kwaliteit van de zelf in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; f. Hoe er wordt omgegaan met uitval door ziekte van de zorgverlener. 3.

Het tarief voor een pgb: Is gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouder(s) opgesteld ondersteuningsplan over hoe zij het pgb gaan besteden: a. Bedraagt niet meer dan het voor zorg in natura overeengekomen tarief van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; b. Is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen. 4. Bij toekenning van afzonderlijke budgetten heeft de budgetverantwoordelijke binnen deze afzonderlijke budgetten bestedingsvrijheid ten aanzien van de keuze van zorgaanbieder. 5. Het is niet toegestaan het budget voor professionele begeleiding in te zetten voor nietprofessionele hulpverlening. 6. De budgetverantwoordelijke en/of budgethouder stemt met de zorgaanbieder af op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt. 7. Het pgb mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen. Het budget kan niet besteed worden aan bemiddelings- en administratiekosten en er is geen eenmalig vrij te besteden bedrag. 8. De wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld, is als volgt: a.

Indien voor een bepaalde voorziening geen adequate individuele voorziening in natura is ingekocht, wordt ter bepaling van de hoogte van het pgb: • één of meerdere offertes opgevraagd; • eventueel een nader gesprek gevoerd met de jeugdhulpaanbieder; 11 van 16

• voor jeugd wordt het Tarievenoverzicht Zorg in Natura Jeugdhulp regio Holland Rijnland gehanteerd, als basis voor het toe te kennen bedrag aan pgb. b. Als een zorgaanbieder voldoet aan de eisen zoals gesteld in het Besluit nadere regels jeugdhulp gemeente Katwijk, bedraagt het pgb maximaal 100% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. De zorgaanbieder wordt dan aangeduid als ‘professionele zorgaanbieder’; c. Het pgb dat wordt ingezet voor diensten door ‘niet-professionele zorgaanbieder’ (bijvoorbeeld door iemand uit het sociale netwerk van de jeugdige en/of ouder(s)) bedraagt voor individuele ondersteuning en persoonlijke verzorging het vaste bedrag van € 17,- per uur. d. Indien jeugdhulp geboden wordt door bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is er altijd sprake van informele hulp en geldt het tarief voor 'nietprofessionele zorgaanbieder’. 9. Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de problemen zal hebben met het omgaan met het Pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het Pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn bijvoorbeeld: a. De jeugdige/ouder heeft als gevolg van een verstandelijke aandoening of stoornis of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie; b. er sprake van schuld- en/of verslavingsproblematiek is; c.

er eerder misbruik gemaakt is van het Pgb; d. eerder sprake is geweest van fraude.

Artikel 15 Inzet Niet-professionele zorgverlener 1. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een Pgb wordt toegekend, kunnen alleen jeugdhulp betrekken van niet-professionele zorgaanbieder als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de kwaliteit van de inzet van niet-professionele zorgaanbieders is aantoonbaar minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning; b. de geboden hulp is passend, adequaat en veilig; c. de niet-professionele zorgaanbieder heeft aangegeven dat de zorgverlening voor hem niet tot overbelasting leidt; d. indien de niet-professionele zorgverlener een persoon uit het sociale netwerk betreft, mag deze op geen enkele wijze druk op de jeugdige en/of zijn ouder(s) hebben uitgeoefend bij hun besluitvorming. 2. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een Pgb wordt toegekend kunnen alleen een nietprofessionele zorgaanbieder inzetten voor: a. begeleiding; b. dagactiviteiten; c. persoonlijke verzorging. 3. Voor niet-professionele zorgaanbieder geldt een maximum uurtarief van 17 euro per uur voor maximaal 40 uur per week, overeenkomend met de RLZ, artikel 5.22, lid 5. Wanneer een informele hulp ook parttime of fulltime betaalde arbeid verricht, geldt een maximumaantal uren van de te verlenen hulp. De hulp op basis van een Pgb en de betaalde arbeid mag samen het gemiddelde van 48 uren per week niet overschrijden.

Dit wordt gemeten over een periode van 16 aaneengesloten werkweken.

12 van 16

4. Als er sprake is van ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk, zal nadrukkelijk onderzocht worden of er geen sprake is van belangenverstrengeling. 5. Het College staat het niet toe dat de jeugdhulpaanbieder (anders dan de aanbieder van gesloten jeugdhulp; zie artikel 8.1.1.2. van de Jeugdwet) het Pgb beheert, of dat er sprake is van een zakelijke relatie tussen Pgb-beheerder en jeugdhulpaanbieder, dan wel anderszins sprake is van mogelijke belangenverstrengeling. De Pgb-beheerder moet op een neutrale manier toezicht kunnen houden op de levering van de met het Pgb ingekochte diensten.

13 van 16

Hoofdstuk 6 Overige bepalingen Artikel 16 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen een jeugdige en/of zijn ouder(s) op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het College mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening. 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het College een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening herzien dan wel intrekken als het College vaststelt dat: a. De jeugdige en/of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. De jeugdige en/of zijn ouder(s) niet langer op de individuele jeugdhulpvoorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. De individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet meer toereikend is om de doelen te behalen; d. De jeugdige en/of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb; e. De jeugdige en/of zijn ouder(s) de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd en f.

De jeugdige of zijn ouder(s) het persoonsgebonden budget besteden aan een persoon die gebruikelijke hulp zou moeten bieden maar daartoe niet (meer) in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting. 3. Als het College een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het College van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen een halfjaar na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is toegekend niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Artikel 17 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik 1. Het College informeert jeugdige en/of ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Het College kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 3. Het College onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Tevens beoordeelt

14 van 16

het College of de jeugdige en/of ouder(s) nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.

Artikel 18 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het College houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie.

Artikel 19 Vertrouwenspersoon 1. Het College zorgt ervoor dat de jeugdige en/of ouder(s) een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het College wijst de jeugdige en/of ouder(s) erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 20 Inspraak en medezeggenschap 1. Het College betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het College legt periodiek ontwikkelingen en belangrijke te nemen beleidsmatige besluiten op het gebied van jeugdhulp ter advisering voor aan de inwonersadviesraad als bedoeld in de Verordening Inwonersadviesraad Sociaal Domein Katwijk 2021.

Artikel 21 Klachtregeling en Second Opinion 1. Het College behandelt klachten van de jeugdige en/of ouder(s) die betrekking hebben op de wijze van afhandeling door of namens het College van jeugdhulpvragen en aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de bepalingen van de vastgestelde regeling van klachtenbehandeling. 2. Het College stelt een regeling vast die de jeugdige en/of zijn ouder(s) de mogelijkheid biedt van een herbeoordeling van de hulpvraag door een andere medewerker van het Wijkteam voor de gevallen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) en de medewerker niet tot overeenstemming komen over de inhoud van een ondersteuningsplan.

Artikel 22 Toepassen verordening en stellen nadere regels 1. Indien bij het toepassen en uitvoeren van deze verordening onduidelijkheid ontstaat over het gebruik, dan zijn de in de Jeugdwet opgenomen begrippen en bepalingen leidend. 2. Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze verordening, kan het College nadere regels stellen. 3. Het College maakt nadere afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de verwijzing. 4. Deze verordening wordt tenminste eenmaal per 2 jaar geëvalueerd. Het college communiceert hiertoe aan de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. 15 van 16

Artikel 23 Hardheidsclausule Het College kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 24 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. 2.

De Verordening jeugdhulp Katwijk 2021 wordt ingetrokken. Een jeugdige en/of ouder(s) houdt(en) recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp Katwijk 2021 totdat het College een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp Katwijk 2021 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4. Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Katwijk 2021 geschiedt op grond van deze verordening, die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt.

Artikel 25 Inwerkingtreding 1. 2.

De verordening treedt in werking op 1 januari 2022. De Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021 vervalt op 1 januari 2022.

Artikel 26 Citeertitel 1.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk

2022.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 23 december 2021.

De griffier

De vooyzitter

16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10975917/1