8. Bijlage 1. Plan van aanpak Verduurzaming doorbraakaanpak Holland Rijnland (2769574)
Tekst van het document
Regionaal Plan van Aanpak verduurzaming doorbraakaanpak Holland Rijnland
tbv PHO 22 september 2021
“Voor elk kind in Holland Rijnland een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp”
1
Woord vooraf Deze notitie geeft een overzicht van de genomen maatregelen met betrekking tot de doorbraakaanpak in Holland Rijnland in 2021. We beschrijven wat we gedaan hebben, wat we daarvan geleerd hebben en wat we nog gaan doen. Dit vanuit de ambitie dat er voor elk kind in Holland Rijnland:
tijdig een jeugdbeschermer is;
tijdig een gedragen koers is;
en tijdig passende hulp is.
Deze notitie is een oplegger met achtergrondinformatie over de doorbraakaanpak in de regio’s van ZW 4 en in regio Holland Rijnland. Deze notitie staat in verbinding met de volgende voorstellen, die voorgelegd worden aan het PHO van Holland Rijnland:
Voorstel m.b.t. de experttafel
Voorstel m.b.t. de wachtlijstaanpak
Ter kennisneming: resultaatbeschrijving van het project Samenwerken aan Veiligheid
In het najaar van 2021 volgt een inhoudelijk voorstel aan het PHO over de continuering van de investeringsmiddelen m.b.t. het zgn. Verbeterplan van JB West en het toekennen van investeringsmiddelen voor de uitvoering van de Verbeterplannen van de William Schrikker Stichting en het Leger des Heils. In het PHO van 22 september liggend de volgende beslispunten aan u voor: 1. De notitie “Regionaal Plan van Aanpak verduurzaming doorbraakaanpak Holland Rijnland” vast te stellen; 2. Akkoord te gaan met de volgende financiële investeringen: 2a Caseloadverlaging voor de William Schrikker Stichting (€ 143.000 in 2022 en € 35.000 voor 2021) en het Leger des Heils (€ 35.000 in 2022 en € 9.000 voor 2021) 2b. een waarderingsactie voor jeugdbeschermers uit de regio HR (€ 10.000 voor 2022) 2c. een diepere analyse tav de doorbraakaanpak aan de hand van casuïstiek en het krachtenveld in de jeugdbeschermingsketen (okt-nov 2021, € 12.000).
2
1. Inleiding Op 5 juli jl. heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd het rapport vervolgtoezicht “Kwetsbare Kinderen Onvoldoende Beschermd” gepubliceerd. Daarin is meegedeeld dat de regio ZW4 (de jeugdhulpregio’s H10, Midden Holland, Zuid West Zuid en Holland Rijnland) voor 6 maanden onder verscherpt toezicht is geplaatst. Daarnaast geven de ministeries van VWS en JenV per email van 25 juli jl. aan dat zij i.v.m. de conclusies uit het rapport van de Inspectie overgaan tot interbestuurlijk toezicht. In het kader van het interbestuurlijk toezicht vindt er op 14 oktober 2021 een bestuurlijk
gesprek plaats tussen vier vertegenwoordigend wethouders in ZW4 en minister Grapperhaus en staatssecretaris Blokhuis.
Concreet verwachten de inspecties dat de ZW 4 regio’s per direct ervoor zorgen dat elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig (binnen drie maanden) passende hulp krijgt.
Daartoe dienen Plannen van Aanpak opgesteld te worden, waarin blijkt wat er gedaan is mbt de doorbraakaanpak en welke resultaten gehaald zijn en nog gehaald gaan worden. De inspectie geeft in het onderzoeksrapport de volgende aanbevelingen:
Gemeenten Maak mogelijk dat de GI de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging kan inzetten. Dat wil zeggen dat de inzet van hulp onverwijld plaatsvindt en dat de noodzakelijk geachte hulp niet wordt heroverwogen. Neem bureaucratische belemmeringen weg. Gecertifieerde Instellingen Overleg indien nodig tijdig met de daartoe aangewezen inhoudelijk deskundige van de gemeente over de beschikbaarheid en de mogelijkheden om de noodzakelijke hulp in te zetten. Tijdig wil zeggen: Gedurende of direct na het uitzetten van de koers met jeugdige, ouders en intern (en eventueel extern) betrokken disciplines. Schaal tijdig op naar het expertteam indien de passende hulp niet tijdig beschikbaar blijkt. Jeugdhulpregio’s, GI’s, zorgaanbieders en lokale teams gezamenlijk Scherp gezamenlijk de doorbraakaanpak aan op basis van de analyse van de inspecties en zet deze in voor kinderen met een maatregel die nu wachten op passende hulp. Daarnaast verwachten de inspecties in de periode van het verscherpt toezicht: Dat (betrokken partijen in) de jeugdhulpregio’s in deze periode tot een gezamenlijke aanpak komen, waarvan zij aannemelijk kunnen maken dat dit op de korte termijn leidt tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel.
3
De inspecties zien tot slot dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. De inspecties spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke rapport. De inspectie en het Rijk spreken de vier jeugdhulpregio’s in ZW4 samen aan en verwachten dat deze tot een gezamenlijke aanpak komen. Hiertoe is een Bovenregionaal Plan van
Aanpak opgesteld (zie bijlage 1), waarin staat dat de meeste maatregelen op regionaal
niveau opgepakt kunnen worden (vandaar dit Plan van Aanpak voor Holland Rijnland), maar dat een aantal maatregelen op bovenregionaal (ZW 4 niveau) opgepakt moet worden.
Bestuurlijk is reeds op diverse niveaus, oa tijdens het PHO van februari en juli 2021 de ambitie uitgesproken dat er op korte termijn geen kinderen met een
jeugdbeschermingsmaatregel in Holland Rijnland meer op de doorbraaklijst staan en
daarmee wachten op jeugdhulp. En ook dat deze doorbraakaanpak verduurzaamd moet gaan worden om (zo veel mogelijk) te voorkomen dat een dergelijke situatie met veel wachtende kinderen opnieuw ontstaat.
In deze notitie staan specifiek de regionale (Holland Rijnland) maatregelen beschreven met
betrekking tot (verduurzaming van) de doorbraakaanpak (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 2 staan we eerst stil bij het bovenregionale Plan van Aanpak.
Als opmerking vooraf willen we opmerken dat de situatie op de arbeidsmarkt voor jeugdbeschermers zeer kwetsbaar is. Op 31 augustus 2021 heeft de William Schrikker Stichting (WSS, landelijke GI voor doelgroep verstandelijke beperkten) een “opnamestop” aangekondigd voor 3 regio’s in ZW 4, waaronder Holland Rijnland. Dit maakt, dat het in Holland Rijnland ook kwetsbaar wordt om aan het wettelijke criterium te blijven voldoen dat elk kind met een maatregel binnen vijf werkdagen een jeugdbeschermer krijgt toegewezen. De 3 GI’s in Holland Rijnland nemen zo veel mogelijk elkaars caseload over en bespreken met de partners (jeugd- en gezinsteams, JBT, RvdK) in hoeverre er geprioriteerd kan worden en hoe er meer vanuit een team-gedachte gewerkt kan worden
2. Bovenregionaal Plan van Aanpak ZW 4 In het bovenregionale Plan van Aanpak ZW 4 staan oa de uitgangspunten rond de samenwerking met de regio’s Haaglanden, Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid West Zuid beschreven. Deze zijn: 1. We werken samen om dit najaar voor alle kinderen met een
jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden;
Hierbij gaan we aan de slag met het mandaat, focus op het onderliggende probleem en worden creatieve oplossingen bovenregionaal gedeeld;
2. We beginnen met oplossingen voor de korte termijn;
De focus ligt bij de kinderen die langer dan 3 maanden op hulp wachten en ook bij de opnamestop van de WSS en maatregelen die hieromtrent genomen worden;
4
3. We leren van de maatregelen op korte termijn en gebruiken die om structurele verbeteringen te realiseren, op de verschillende niveaus; Concrete acties wat betreft het leren van de doorbraakaanpak; hoe kunnen we de governance beter benutten, hoe creëren we meer maatwerk, ontbrekend aanbod in beeld brengen etc. 4. We grijpen de huidige situatie aan om de situatie van de jeugdbescherming structureel verbeteren; Door onder andere het continueren van de verbeterplannen, de arbeidsmarktproblematiek, voortzetting van de diverse pilots. Op bovenregionaal ZW 4 niveau zien we de volgende 8 oplossingsrichtingen: 1. Het verder ontwikkelen en borgen van de doorbraakaanpak (korte en lange termijn) 2. Knelpunten bij het aanbod; 3. Bovenregionale samenwerking; 4. Continueren verbeterplannen; 5. Bureaucratische belemmeringen wegnemen; 6. Arbeidsmarkt; 7. Systeemcondities/landelijke op te lossen knelpunten 8. Monitoring en voortgangsbewaking In elk geval worden bovenregionaal op ZW 4 niveau de volgende zaken uitgewerkt:
We informeren elkaar met korte lijnen over ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen;
We leren van elkaars werkwijzen en verbeteren die waar nodig;
We stemmen tarieven, indexering, verantwoordingseisen en toe te kennen investeringsmiddelen voor de Gecertificeerde Instellingen in onze regio’s af en maken deze uniform. Hiertoe volgt in het najaar van 2021 een voorstel in het PHO Holland Rijnland voor het toekennen (LdH en WSS) cq continueren (JB West) van de investeringsmiddelen voor oa caseloadverlaging (de zgn “verbeterplannen”) bij de GI’s.
We verkennen welk aanbod aan zeer specialistische Jeugdhulp er nodig is en op welke schaal we dat moeten realiseren.
We adresseren landelijke knelpunten, o.a. m.b.t. de arbeidsmarkt en systeemcondities bij het Ministerie van VWS en JenV.
3. Regionaal Plan van Aanpak Holland Rijnland Naast de oplossingsrichtingen op bovenregionaal ZW 4 niveau, zijn er ook regionale maatregelen die bijdragen aan (de verduurzaming van) de doorbraakaanpak. In dit hoofdstuk beschrijven we welke maatregelen we in Holland Rijnland genomen hebben en nog gaan
5
nemen om ervoor de zorgen dat er geen kinderen meer op de doorbraaklijst staan en om de doorbraakaanpak te verduurzamen. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen: 3.1 Doorbraakaanpak verduurzamen 3.2 Regionale experttafel 3.3 Monitoring 3.4 Ontwikkeling aanbod en aanpak wachtlijsten 3.5 Preventie/ project Samenwerken aan Veiligheid 3.6 Autonome ontwikkelingen 3.7 Investeringen
3.1 Doorbraakaanpak verduurzamen 3.1.1 Prioriteit bij actuele casussen doorbraakaanpak We hebben in Holland Rijnland bestuurlijk aangegeven bij de Inspectie dat we de schouders eronder zetten om actuele casussen van de doorbraakaanpak op korte termijn op te lossen. Deze casussen worden in elke gemeente in Holland Rijnland met prioriteit opgepakt. In uiterste noodzaak zetten we hier de doorzettingsmacht/ de discretionaire bevoegdheid van de betrokken wethouder voor in.
3.1.2 Doorbraakaanpak Leidse regio en Duin- en Bollenstreek In de regionale visie, inkoopdocumenten en het beleid zijn recentelijk diverse acties en maatregelen ondernomen om de druk op de wachtlijsten (ook voor cliënten met een jeugdbeschermingsmaatregel) te verminderen. Hieronder volgt en overzicht van bestaande ontwikkelingen en ontwikkelingen die gepland staan voor dit onderwerp.
TCC Het Trajectberaad complexe casuïstiek is het gremium dat in deze regio de taak heeft om oplossingen te creëren voor ‘vastgelopen’ complexe casuïstiek. Het betreft een samenwerking tussen strategische aanbieders die wordt begeleid door een onafhankelijk voorzitter (Annette van Tol) die door Jeugdbescherming West ter beschikking is gesteld aan de regio. Binnen dit orgaan wordt ‘out of the box’ passend zorgaanbod gecreëerd, maatwerk geboden en aan intensieve zorgbemiddeling gedaan om complexe casuïstiek zo tijdig en effectief mogelijk te plaatsen.
Nee, tenzij-regeling Binnen de regio wordt sinds 2020 de zogeheten Nee, tenzij-regeling gehanteerd voor inzet van een zorgaanbieder bij urgente casuïstiek die zijn bestedingsruimte reeds heeft uitgenut. Gemeenten kunnen dan n.a.v. hun zorgplicht besluiten op cliëntniveau bij te financieren wanneer aan de criteria1 is voldaan.
1 ‘Is sprake van urgente casuïstiek?’, ‘Is het gevraagde aanbod passend?’ en ‘Zijn er alternatieven?’
6
Doorbraakaanpak 2021 N.a.v. de oplopende wachtlijst voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel is begin 2021 door de regiogemeenten besloten om deze casussen met extra urgentie op te pakken zodra duidelijk werd dat financiën het knelpunt waren. Als proces is hiertoe een soort ‘Nee tenzij-light’ ingericht, waarbij de casussen aan gemeenten werden voorgelegd en inzet werd geaccordeerd zonder nadere toetsing op de criteria.
Versnellen inkoopdoelen In het regionale inkoopplan voor de jeugdhulp worden per inkoopsegment doelen gesteld. Hoewel de nieuwe inkoopstructuur pas vanaf 2022 van kracht wordt, is gedurende het lopende jaar al eerder gestart met een aantal van deze doelen om de druk op het aanbod te verlichten. De gemeenten voeren hiertoe gesprekken met aanbieders over ambulantisering van het aanbod, doen onderzoek naar knelpunten in de uitstroom, faciliteren gesprekken tussen GGZ-aanbieders. Ook is een regionale aanpak wachtlijsten GGZ opgesteld.
Ophogen begroting en afwegingskader In mei 2021 is door het PHO besloten om de regionale begroting voor 2021 te verhogen, waarbij budget beschikbaar is gesteld om de druk op cruciaal aanbod te verlichten. Hiertoe is een afwegingskader opgesteld om dit budget toe te kennen aan aanbieders/sectoren waar dit het meeste knelt.
Doorontwikkeling Opdracht Jeugd- en gezinsteams Vanaf 1 juli 2021 zijn de toegangsteams voor jeugdhulp in verder doorontwikkeld per subregio (Leidse regio, HLT + Noordwijk en Katwijk). Gemene deler blijft echter dat procesregie en normaliseren meer dan voorheen speerpunten zijn van de inzet van deze teams, waarmee afschalen en uitstroom vanuit specialistisch aanbod wordt bevorderd.
Begrotingsmaatregelen In het najaar van 2020 zijn binnen de regio een 9 begrotingsmaatregelen ingezet om de druk op cruciale onderdelen van het aanbod te verlichten. Zo wordt sindsdien gewerkt met kaders voor de inzet van begeleiding, zodat budget dat hierop wordt bespaard kan worden benut voor knelpunten m.b.t. cruciaal aanbod voor complexe casuïstiek.
3.1.3 Doorbraakaanpak Rijnstreek De gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem hebben in samenspraak met GO! en JB West een duurzame aanpak ontwikkeld voor tijdige inzet van jeugdhulp voor kinderen met een JB of JR maatregel van de doorbraaklijst. Deze casussen worden door GO! gemarkeerd als “Urgent GI” of “Urgent+ GI” en krijgen daarmee prioriteit bij de screeners en daarmee ook voorrang op zorg. Het werkproces is hierbij als volgt:
1. GO! neemt binnen het wachtlijstbeleid 2 nieuwe statussen op: Urgent GI en Urgent+ GI
7
2. Binnen GO! worden de screeners geïnstrueerd om bij aanvragen vanuit de jeugdbescherming aan te geven dat het om een kind gaat met een beschermingsmaatregel; 3. Alle kinderen met een beschermingsmaatregel komen direct met de status Urgent GI op de wachtlijst van GO! 4. Jeugdbescherming West werkt met “acute veiligheid” en “blijvende veiligheid” als criteria, bij “acute veiligheid” wordt de casus binnen GO! direct op Urgentie+ GI gezet; 5. Als na 2,5 maanden de casus niet is uitgedeeld op het wekelijkse verdeel moment springt de casus naar Urgent + GI waarmee hij de status krijgt dat in het opvolgende verdeeloverleg de casus hoe dan ook uitgedeeld moet worden; 6. Om te voorkomen dat er casussen uit beeld raken is er regelmatig contact tussen GO! wachtlijstbeheer en JBW; 7. Waar mogelijk is er bij nieuwe casussen een contactmoment tussen betrokken jeugdbeschermer, zorgcoördinator JBW en wachtlijstbeheer GO!
GO! heeft in 2021 extra middelen gekregen om de wachtlijst aan te pakken en om kinderen tijdig hulp te geven. De werkwijze van de gemeente Nieuwkoop is vergelijkbaar met de werkwijze van de subregio’s Duin- en Bollenstreek en Leidse regio, zij het dat deze plaats dit op eigen wijze doet. Per 2023 zal de gemeente Nieuwkoop aanhaken op de werkwijze van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem.
3.1.4 Leren van elkaars aanpak We vinden het belangrijk om van elkaar te leren m.b.t. de doorbraakaanpak in de subregio’s in Holland Rijnland. We benutten het gesprek met de Inspectie en uitvoerenden bij de doorbraakaanpak in onze regio (half september 2021) om over en weer te leren van elkaars aanpak. We zullen vanuit segment 7 (Veiligheid) in het najaar van 2021 een ambtelijke ontwikkeltafel met de Gecertificeerde Instellingen houden om succesfactoren en belemmerende factoren van de doorbraakaanpak over en weer uit te wisselen.
3.2 Regionale experttafel De GI’s in onze regio hebben meermalen op ambtelijk en onlangs ook op bestuurlijk niveau aangedrongen om in onze regio te komen tot een zgn “regionale experttafel” waar zeer moeilijke en vastlopende problematiek besproken wordt. Het beoogde effect van de experttafel is het realiseren van passende hulp voor jeugdigen en gezinnen, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten bij jeugdhulpaanbieders. De Inspectie heeft de experttafel in het onderzoeksrapport ook benoemd als een belangrijke maatregel om gemakkelijker (maatwerk)aanbod te realiseren voor jeugdigen, die dit nodig hebben. Dit geldt zeker ook voor de jeugdigen in de doorbraakaanpak. Het is daarmee een belangrijke vervolgstap om tot resultaten te komen. Hierover vindt tijdens het PHO van 22 september
2021 besluitvorming plaats.
8
3.3 Monitoring We hechten aan duidelijke monitoring van de cijfers van de doorbraakaanpak, zeker in deze periode van verscherpt toezicht. We vragen deze cijfers actief op bij de betrokken Gecertificeerde Instellingen in onze regio. Met de ZW 4 hebben we afgesproken dat we de cijfers in elk geval ontvangen op de peildata 1 september, 1 oktober, 1 november en 1 december 2021. We duiden deze cijfers vervolgens actief met de samenwerkingspartners. In de periode september-december 2021 ontvangt het PHO maandelijks een actualisatie van de cijfers. Hieronder staan de cijfers voor ZW 4 per 1 september, zoals aangeleverd door de GI’s:
Start (nov 2020)
15-jan 2021
15-feb
15-mrt
15-jun
1-sep
2021
2021
2021
2021
H-10
134
83
20
14
17
15
ZHZ
96
96
58
44
20
24
HR
79
72
39
36
20
26
MH
20
10
7
3
4
3
Totaal
329
261
124
97
61
68
JB west
WSS
LdH
H-10
3
11
1
15
ZHZ
7
12
5
24
HR
12
11
3
26
MH
2
0
1
3
Totaal
24
34
10
68
Wat opvalt is dat er op ZW 4 niveau een lichte stijging is, waarbij JB West aangeeft dat er waarschijnlijk sprake is van onderrapportage omdat professionals in de zomer geen prioriteit hebben gegeven aan registratie. Verder is het opvallend dat WSS de helft van het aantal cliënten heeft die langer dan 3 maanden moeten wachten. Dit is beduidend meer dan hun proportionele aandeel; de aansluiting op de doorbraakaanpak vanuit WSS laat te wensen over.
9
De cijfers voor Holland Rijnland, zoals aangeleverd door de GI’s, zijn op peildatum 1 september 2021 als volgt: Gemeente*
JB West
WSS
Alphen aan den Rijn
6
2
(GO!)
Leimuiden (GO!)
1
Leiden
3
6
Noordwijk
1
1
Rijnsburg
1
Zoeterwoude
1
onbekend Totaal
LdH
3
1 12
11
3
*als de naam van een gemeente niet genoemd wordt, dan staan er voor die gemeente geen kinderen op de doorbraaklijst
We hebben deze aantallen op 9 september ambtelijk geduid met de GI’s. Daaruit blijkt, dat:
bij JB West 5 kinderen al eerder dan juni 2021 op de lijst stonden;
bij de WSS 2 kinderen al eerder dan juni 2021 op de lijst stonden;
er sprake is van onderrapportage vanwege de zomervakantie;
er wachtlijsten in de hele jeugdhulpketen zijn;
er budgetplafonds bij veel zorgaanbieders zijn (die voor deze doelgroep via de neetenzij regeling wel omzeild kunnen worden);
een aantal kinderen lang wacht op zorg omdat diverse zorgaanbieders hen geen prioriteit geven en/ of hen niet willen aannemen (vanwege contra indicaties);
de lijsten op casusniveau besproken moeten worden met het lokale team om lering te trekken, oa tav benodigde investeringen in het zorglandschap.
We stellen het PHO voor om werkbudget van € 12.000 beschikbaar te stellen om een diepergaande analyse in oktober-november 2021 tav de doorbraakaanpak uit te voeren aan de hand van lerende aspecten uit de casuïstiek en aan de hand van het krachtenveldanalyse in de jeugdbeschermingsketen.
3.4 Ontwikkeling aanbod en aanpak wachtlijsten 3.4.1 Uitbreiding aanbod verblijfszorg en gezinsvormen/ versnellen inkoopdoelen In de inkoop van 2022 is door de Leidse regio en de Duin-en Bollenstreek de ambitie geformuleerd om het aanbod van verblijfszorg in gezinsvormen (pleegzorg en gezinshuizen) te vergroten. Deze ambitie geldt ook voor GO! en is bekend bij aanbieders en verschillende
10
aanbieders hebben aangegeven hun aanbod te willen laten groeien. We willen en moeten de ontwikkeling van dergelijke aanbod gaan versnellen. Hoewel de nieuwe inkoopstructuur pas vanaf 2022 van kracht wordt, is gedurende het lopende jaar al gestart met een aantal van deze doelen om de druk op het aanbod te verlichten. De gemeenten voeren hiertoe gesprekken met aanbieders over ambulantisering van het aanbod, doen onderzoek naar knelpunten in de uitstroom en de doorstroom in de jeugdhulpketen en faciliteren gesprekken tussen jeugdhulpaanbieders om meer maatwerk mogelijk te maken. Daarnaast zijn verschillende initiatieven bekend voor het starten van een gezinshuis. Tijdens de ontwikkeltafel in september vindt een inventarisatie plaats van de randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om het aanbod op korte termijn (waar mogelijk nog in 2021) verder te vergroten. De werving van pleegzorg- en gezinshuisouders wordt door gemeenten en betrokken aanbieders in gezamenlijkheid georganiseerd. Tijdens de bestuurlijke ontwikkeltafel van 15 juli jl meldden de bestuurders van grote aanbieders in Holland Rijnland dat oa ook gezinsgerichte opnames als aanbod ontwikkeld zouden moeten worden. Daarnaast is het leveren van maatwerk door integrale hulpverlening te bieden (bv Jeugdhulp en Wmo in elkaar) een oplossing voor complexe problemen in gezinnen.
Met de nieuwe inkoopperiode is door de Leidse regio en de Duin- en Bollenstreek ervoor gekozen om het budgetplafond voor pleegzorg los te laten. Voor GO! geldt dat de lumpsumvergoeding opgehoogd is, oa om aanbod te realiseren om tot 0 uithuisplaatsingen te komen. Er wordt op korte termijn een nieuwe, kleinschalige woonvoorziening gerealiseerd voor een complexe doelgroep. In oktober 2021 organiseert betreffende aanbieder De Driestroom hiervoor een bijeenkomst om ouders en medewerkers voor deze woonvoorziening aan te trekken. Als regio faciliteren wij deze ontwikkeling en ondersteunen wij dit proces waar nodig.
3.4.2 Uitbreiding intensief ambulante hulp, zeer specialistische J-GGZ De uitbreiding van intensief ambulante jeugdhulp is opgenomen in de nieuwe inkoopperiode per januari 2022. Hierover vinden momenteel de voorbereidende gesprekken plaats.
3.4.3 Aanpak wachtlijsten Er is een plan van aanpak voor een brede wachtlijstaanpak opgesteld. Hierover vindt tijdens
het PHO van 22 september 2021 ook besluitvorming plaats. Het vereist een doelmatige aanpak om de wachtlijsten weg te werken. In het plan van aanpak geven we aan welke thema's er al lopen in de regio Holland Rijnland en welke interventies daar aanvullend op kunnen zijn. Dit zijn interventies die op korte termijn resultaten zijn laten zien, maar ook een duurzame borging kennen.
11
Er zijn enkele bijeenkomsten geweest met jeugdhulpaanbieders waaruit deze interventie volgt. De eerste stap die we nu gaan zetten, is in september/oktober met een aantal GGZ jeugdhulpaanbieders (specialistisch en hoog specialistisch) een actie doen om iedereen op de wachtlijsten te gaan contacten. Doel hiervan is enerzijds een opschoning van de wachtlijsten, afspraken maken over mogelijkheden tot overbruggingszorg en anderzijds het analyseren van de uitkomsten voor een duurzame aanpak en het opzetten van een transfertafel waarop jeugdigen waarvoor geen pasklare oplossing is, wel een oplossing geboden kan worden. Bij de transfertafel sluiten breed ketenpartners aan van de hele jeugdhulpketen. Deze interventie helpt tevens om de duurzame aanpak te concretiseren middels de analyse over de praktijk en deze aanpak te verbreden.
3.5 Preventie/ project Samenwerken aan Veiligheid De afgelopen twee jaar is in de regio Holland Rijnland het project ‘Samenwerken aan Veiligheid’ uitgevoerd, waarbij de samenwerking tussen de lokale toegangsteams en de GI centraal staat. Binnen het project is een gemeenschappelijke visie beschreven, zijn er bouwstenen ontwikkeld en is een nauwere samenwerking in drie pilots geoefend. Doel van het project is om de rol van de toegang te versterken als het gaat om het signaleren en tegengaan van onveilige opvoedingssituaties, waarbij intergenerationele problematiek kan worden gesignaleerd en terugkerende patronen duurzaam worden verbroken. De resultaten en ervaringen vanuit de pilots zijn positief. In de komende periode is het de bedoeling om de werkwijze van de pilots in Holland Rijnland breed te implementeren. De eindrapportage en
het implementatieadvies van dit project worden ter kennisname aan het PHO van 22 september aangeboden.
3.6 Autonome ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen m.b.t. de arbeidsmarkt voor jeugdhulpwerkers en systeemcondities en landelijke op te lossen knelpunten, staan beschreven in het Bovenregionale Plan van Aanpak voor ZW 4 (zie oplossingsrichting 6 en 7 van bijlage 1). Het gaat hier naast de al genoemde arbeidsmarktknelpunten bv om:
Beschikbaarheid van zeer specialistische vormen van zorg Jeugdigen zitten vaak vast op een verblijfplek
Overgangen tussen stelsels vormen een drempel
Aansluiting met volwassen GGZ ontbreekt, maar is wel nodig
Om in Holland Rijnland de jeugdbeschermers een hart onder de riem te steken en hen te bedanken voor het mooie werk dat zij met zoveel passie voor onze kinderen doen, zullen we is in 2022 een waarderingsactie voor onze jeugdbeschermers te houden. Mogelijk draagt dit een bij aan het werkplezier van de jeugdbeschermers en daarmee aan een iets steviger arbeidsmarkt in onze regio.
12
3.7 Investeringen Om de doorbraakaanpak te verduurzamen zijn opeenvolgende stappen, en daarmee samenhangende financiering nodig. In deze eerste fase zetten we in op de kwaliteitsverbetering van de Gecertificeerde Instellingen, het proces aan de voorkant en op meer directe samenwerking in de jeugdbeschermingsketen. Daarvoor zijn de volgende investeringen nodig: € 40.000
Aanstellen projectleider Regionale experttafel (opgenomen in de begroting 2021)
€ 300.000
Doorontwikkeling project Samenwerken aan Veiligheid (opgenomen in de begroting 2022 voor verduurzaming van het project)
€ 467.000
Caseloadverlaging JB West verduurzamen in 2022 (opgenomen in de begroting 2022)
€ 143.000
Caseloadverlaging William Schrikker Stichting (WSG) per 2022
€ 35.000
Caseloadverlaging (Leger des Heils) 2022 (bedrag voor Q 4 2021 is € 9.000, nog niet op de begroting 2021)
€ 10.000
Waarderingsactie jeugdbeschermers in 2022
€ 12.000
Werkbudget voor diepere analyse doorbraakaanpak ahv casuïstiek en krachtenveld jeugdbeschermingsketen (okt-nov 2021)
De middelen voor de caseloadverlaging voor de WSS en LdH en andere middelen die nodig zijn voor de doorbraakaanpak zijn in eerdere versies als risico bij de begroting 2022 HR opgenomen. In de tweede fase maken we in het vierde kwartaal van 2021 een diepgaande analyse van de doorbraakaanpak aan de hand van casuïstiek en van het ontbrekende aanbod in onze regio: wat is er nog meer nodig? We weten uit rapportages van JB West en van TWO dat er meer jeugdhulp in gezinsvormen, meer intensief ambulante zorg en meer zeer gespecialiseerde Jeugd GGZ nodig is. Aan de hand van casuïstiek uit de doorbraakaanpak en later ook uit de experttafel willen we tot een concretere en meer diepgaand analyse komen. Dit aanbod zal vervolgens ook ontwikkeld moeten gaan worden, in Holland Rijnland of eventueel op bovenregionaal niveau. Hiervoor zijn nadere investeringen nodig, die we op dit moment echter nog niet kunnen kwantificeren. Daarnaast spreken we ook in de ontwikkeltafels met aanbieders uit de diverse segmenten over het “anders” inrichten van de jeugdhulp: niet vanuit het denken in producten, maar meer vanuit samenwerking met elkaar en vanuit een integrale gedachte. Dit vraagt ontwikkeltijd, maar ook de bereidheid van gemeentes en aanbieders om met elkaar deze onconventionele oplossingen te realiseren.
13
Bijlage 1. Concept Bovenregionaal Plan van Aanpak ZW 4 met de titel: “Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio ZW: voor elk kind een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp”.
14
Bijlage 1: concept Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio ZW 4 “Voor elk kind een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp”
Ambtelijk concept d.d. 090921
15
Inleiding/leeswijzer Dit plan van aanpak is opgesteld door de regio's Haaglanden, Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid (regio Zuidwest). In dit plan laten de regio's zien hoe zij lokaal, regionaal en bovenregionaal de door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna IGJ) gesignaleerde problematiek aanpakken. Hierbij volgen wij de richtlijn van de IGJ: voor elk kind een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp. Om dit te bereiken en versterken, zijn er vier gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd: 5. We werken samen om dit najaar voor alle kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden; Hierbij gaan we aan de slag met het mandaat, focus op het onderliggende probleem en worden creatieve oplossingen bovenregionaal gedeeld; 6. We beginnen met oplossingen voor de korte termijn; De focus ligt bij het realiseren van passende hulp binnen drie maanden voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Daarnaast vraagt de opnamestop van de WSS en maatregelen die hieromtrent genomen worden nú om extra aandacht; 7.
We leren van de maatregelen op korte termijn en gebruiken die om structurele verbeteringen te realiseren, op de verschillende niveaus; Concrete acties wat betreft het leren van de doorbraakaanpak; hoe kunnen we de governance beter benutten, hoe creëren we meer maatwerk, ontbrekend aanbod in beeld brengen etc. 8. We grijpen de huidige situatie aan om de situatie van de jeugdbescherming structureel verbeteren; Door onder andere het continueren van de verbeterplannen, de arbeidsmarktproblematiek, voortzetting van de diverse pilots. Uitwerking In het document hieronder werken we de uitgangspunten verder uit in 8 oplossingsrichtingen: 9. Het verder ontwikkelen en borgen van de doorbraakaanpak (korte en lange termijn) 10. Knelpunten bij het aanbod; 11. Bovenregionale samenwerking; 12. Continueren verbeterplannen; 13. Bureaucratische belemmeringen wegnemen; 14. Arbeidsmarkt; 15. Systeemcondities/landelijk op te lossen knelpunten; 16. Monitoring en voortgangsbewaking. Bij iedere oplossingsrichting geven we aan: om welk probleem het gaat; welke belemmeringen we zien; welke oplossingen er zijn; wat we gaan we doen; wat de planning is. We zoeken daarbij naar een balans tussen wat lokaal, regionaal en bovenregionaal wordt opgepakt.
Daarmee doen we recht aan de verscheidenheid van de regio’s maar kunnen we ook, waar nodig, bijvoorbeeld complexe problematiek bovenregionaal agenderen. Ook maken we onderscheid tussen korte en lange termijn doelen. 16
N.B. Aandacht voor arbeidsmarkt: Tijdens het schrijven van dit plan van aanpak is de arbeidsmarktproblematiek voor de GI's zeer kwetsbaar gebleken. Drie van de vier regio's hebben te maken met een opnamestop bij de WSS. De WSS zag zich hiertoe genoodzaakt door een forse uitstroom van personeel in de recente maanden. Ondanks de druk op de GI’s lukt het nog goed om kinderen tijdig een jeugdbeschermer toe te wijzen. Ook doordat de GI’s goed samenwerken en de regio’s en GI’s hierin gezamenlijk optrekken. Er is een wekelijks instroomoverleg ingesteld met de GI’s, RvdK en de regio’s waarin we samen oplossingen bedenken zodat de jeugdbescherming zoveel als mogelijk beschikbaar blijft. We merken dat het evenwicht in de veiligheidsketen kwetsbaar is; wanneer een onderdeel van de keten uit evenwicht is, zoals nu met de arbeidsmarktproblematiek, heeft dit een sneeuwbaleffect op de hele keten en hierdoor kunnen de GI-indicatoren uiteindelijk in het gedrang komen. Hiernaast zorgt dit voor een hogere caseload voor jeugdbeschermers waardoor de uitstroom van personeel mogelijk verder wordt vergroot. We zien het als een gezamenlijke opgave met de gehele veiligheidsketen om hier een plan op te maken.
17
Verdere uitwerking en beschrijving van de maatregelen 1. Verder ontwikkelen doorbraakaanpak passende zorg en borgen van de aanpak a. Beter benutten van de doorbraakaanpak (korte termijn) Wat is het probleem: De inspectie heeft gerapporteerd op basis van de stand per 15 februari, waarbij 124 kinderen langer dan 3 maanden op passende hulp wachtten. In de maanden daarna is dit aantal terug gebracht tot 61 kinderen op 15 juni, in de zomer is dit aantal opgelopen naar 76 op 1 februari. De regio’s hebben de opdracht om voor deze kinderen per direct passende hulp te regelen, dit sluit aan bij onze ambitie om geen enkel kind met een jeugdbeschermingsmaatregel langer dan drie maanden te laten wachten op jeugdhulp. We verwachten dat er meer winst is te halen in de samenwerking en flexibiliteit van aanbieders en bij het ontwerpen van maatwerk voor complexe zorgvragen. Soms leidt maatwerk (op korte termijn) tot extra kosten. Welke belemmeringen zijn al bekend:
Wachtlijsten; analyse van de oorzaken Aanbieders die jeugdigen afwijzen; analyse van deze handelswijze Mandaten zijn niet goed geregeld en/of zijn niet aanwezig Contra indicaties van jeugdhulpaanbieders Onvoldoende maatwerk Gemeenten kunnen administratief slecht uit de voeten met maatwerk Onvoldoende integrale samenwerking tussen jeugd- en opvoedhulp, gehandicaptenzorg en geestelijke jeugdgezondheidszorg Onvoldoende flexibiliteit in intake - en in inhoud jeugdhulptrajecten Administratieve handelingen die vertragend werken op de start van de zorg (zoals bijvoorbeeld financiën en woonplaatsbeginsel)
Welke oplossingen zien we:
We scherpen het opdrachtgeverschap van het expertiseteam2 richting de experttafel/zorglogistiek/verblijfstafel aan. De experttafel krijgt de opdracht van het expertiseteam om passende hulp te regelen. De benadering daarbij is “regel het, of leg uit” Als het niet tot een passende oplossing komt, dient men verantwoording af te leggen aan vertegenwoordigers van gemeenten3 (gedacht wordt aan directeuren sociaal domein, maar dit kan per regio verschillen, afhankelijk van de structuren) Als de uitleg niet overtuigend is, kan de casus worden terugverwezen naar de experttafel. Hierdoor komt beter in beeld welke aanbieders afwijzen en waarom. De gemeente wil hiermee de positie als opdrachtgever verstevigen, waarbij wel aandacht blijft voor samenwerking Naast deze aanpak per casus vragen we de experttafel ook op geaggregeerd niveau informatie over alle vastgelopen casuïstiek te overleggen aan de regio’s. Deze informatie gaan we analyseren en rubriceren om zo in samenspraak met de aanbieders te komen tot gerichte acties om het aanbod naar passende hulp sneller voor de jeugdigen te gaan realiseren en de werking van de doorbraakaanpak te verbeteren
2 Of een andere uitvoerder van de doorbraakaanpak
2 Bij voorkeur wordt hierbij aangesloten op een bestaand overleg, bijvoorbeeld de stuurgroep waarmee de doorbraakaanpak wordt aangestuurd. Dit kan per regio verschillen.
18
We starten dit proces door uit te spreken wat we van de aanbieders aan de experttafel verwachten en dat we dat op de voet gaan volgen. Uiteindelijk doel is dat er een cultuur en werkwijze ontstaat waarbij aanbieders dit zelf als vanzelfsprekend gaan oppakken. Door een scherper opdrachtgeverschap vanuit expertiseteam én de verantwoording achteraf wordt de doorbraakaanpak structureel versterkt en tevens de resterende problematiek op korte termijn aangepakt De experttafel wordt bij zijn werk gefaciliteerd doordat gemeenten/inkooporganisaties het gesprek organiseren met aanbieders en GI’s en oplossingen/werkwijzen bedenken, ook met aanbieders die niet aan de Experttafel zitten Hiermee werken we aan de volgende resultaten: - Aanbieders stellen zich flexibeler op en werken beter samen waardoor meer kinderen wél geholpen kunnen worden i.p.v. met een contra-indicatie te worden geconfronteerd, bijvoorbeeld door hulp op een verblijfslocatie aan te bieden - Aanbieders puzzelen langer door en komen vaker dan nu met maatwerk voor kinderen met een zeer complexe problematiek Gemeenten gaan het mogelijk maken om in meer situaties maatwerk te declareren We richten bovenregionaal een leertafel in. Good practices worden uitgewisseld en vooral ook aandacht voor waar het vastloopt en waarom.
Wat kan daar op bedacht worden? Deze leertafel wordt bij voorkeur aangesloten op bestaande structuren (zoals het BREN) Voor de lange termijn via ontwikkeltafels contractuele afspraken maken waar aanbieders op aangesproken kunnen worden zoals maatwerk, samenwerking en flexibiliteit in aannamebeleid van cliënten. Dit kan leiden tot herzieningen in contracten.
Wat gaan we doen?
We zorgen dat de doorbraakaanpak beter wordt benut. In eerste instantie per regio omdat op dat niveau de aanpak is georganiseerd De dossiers van de jeugdigen die nog steeds op passende hulp wachten, worden grondig geanalyseerd. Specifieke te analyseren punten in de dossiers worden samen met de GI’s en het ECZ of andere betrokkenen bij de doorbraakaanpak bepaald We vragen de cijfers m.b.t. de doorbraakaanpak in de periode van het verscherpt toezicht maandelijks op. Daarna zullen we deze cijfers periodiek en actief blijven volgen We leren daarbij van hoe wij, vanuit ons opdrachtgeverschap, eerst per regio en later wellicht bovenregionaal een effectievere werking van de doorbraakaanpak kunnen regelen waardoor er geen jeugdigen tussen wal en schip vallen
b. Leren en doorontwikkelen doorbraakaanpak (lange termijn) Wat is het probleem:
Het ECZ (Expertiseteam Complexe Zorg ) wordt nog niet altijd tijdig benut, of is nog in ontwikkeling Ervaring bij o.a. Experttafels/- teams/zorglogistiek/verblijfstafel: Geen mandaat en gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid om voor alle jeugdigen passende hulp te vinden. Daardoor wordt nog te vaak 'nee' gezegd door aanbieders Nog niet alle aanbieders zijn betrokken (bv. bij Verblijfstafel/zorglogistiek)
Welke belemmeringen zien we: Nog aanvullen evt.
19
Oplossingen:
Voortdurende aandacht intern bij GI’s voor inzetten Experttafel/-teams etc. bij vastlopende casuïstiek Duidelijke mandaten bij bv. Expert- en Verblijfstafels/zorglogistiek Duidelijke spelregels voor zowel aanbieders als gemeenten en GI's waar men zich aan committeert Na uitwerken van bovenstaande drie acties ontwikkelen van een bovenregionale route waarin duidelijk is, wanneer GI’s contact opnemen met de experttafel of ECZ
Wat gaan we doen:
leren van elkaar: delen van successen, creatieve oplossingen delen van de knelpunten, gezamenlijk oplossingen bedenken hierbij de uitvoering, aanbieders, GI’s en inkooporganisaties betrekken vaststellen op welke onderwerpen we samen gaan uitwerken (n.a.v. gesprekken Inspectie met regio’s).
Planning:
September/oktober: vaststellen welke elementen we gezamenlijk gaan oppakken en door ontwikkelen. September-november: Gesprekken voeren, December/januari, Analyse n.a.v. gesprekken Februari: Analyse bespreken met aanbieders Voorjaar 2022: Besluitvorming Oktober-december 2022 (e.v.): Implementeren
c. Borgen door duurzame financiering en een vaste plek in het werkproces We zorgen er voor dat de doorbraakaanpak duurzaam wordt gefinancierd en daarmee is geborgd. Met de GI’s, jeugdhulpaanbieders en gemeenten zal worden afgesproken dat de doorbraakaanpak een vaste plek in het werkproces heeft. Planning: wordt nog aangevuld 2. Knelpunten bij het aanbod Wat is het probleem: (Bron: Inspectierapport juli, analyse ontbrekend zorgaanbod Haaglanden en inventarisatie JBwest ):
Wachtlijsten voor: gezinshuizen, jeugd-(S)GGZ, ambulante jeugdhulp en forensische jeugdhulp, groepsdagbehandeling (SGGZ), residentiele voorzieningen; voor kinderen vanaf 12 jaar met complexe gedragsproblemen en met LVB-problematiek Het hulpaanbod voor complexe scheidingen is onvoldoende effectief Behoefte aan specifiek (nieuw) aanbod: Passende 3 milieus voorziening LVB ontbreekt Een locatie waar jeugdigen met voogdijmaatregel voor langere tijd kunnen opgroeien in de buurt van hun sociale netwerk Woonvormen (met begeleiding) voor jongeren op de grens van 18 jaar 20
Een opname waar ouders samen met kinderen verblijven waarbij er wordt gewerkt aan het doorbreken van patronen en het creëren van een duurzame veilige opvoedsituatie thuis Specialistische voorzieningen (zoals ASS, eetstoornissen, forensische zorg); deze zijn ook niet 1-2-3 op te lossen
Welke belemmeringen zien we:
Er zijn onvoldoende mogelijkheden voor doorstroom uit residentiële voorzieningen, groepsdagbehandeling (SGGZ) etc. De ombouw van Jeugdhulpplus verloopt stroef. De doorontwikkeling naar kleinschalige voorzieningen gaat traag en ook de realisatie van ambulante alternatieven
N.B. Het rapport van de Inspectie veronderstelt een bepaalde maakbaarheid, waardoor er altijd oplossingen voorhanden zouden zijn; maar bijvoorbeeld het realiseren van nieuwe residentiele kleinschalige voorzieningen vragen soms veel tijd, en inzet van capabele en gemotiveerde mensen, bijvoorbeeld voor het beschikbaar krijgen van vastgoed, maar ook voor het vormen van een team. Welke oplossingen zien we:
Zorg aanbod (boven)regionaal in kaart brengen; wat zijn de meest essentiële aanbieders? Is het zorgaanbod compleet? Wat ontbreekt? Het bovenregionaal expertisenetwerk (BREN), waarin consultatie en advies, het organiseren van hulp en leren & kennisdelen samenkomen Zorgaanbod bovenregionaal in kaart brengen; wat zijn de meest essentiële aanbieders? Is het zorgaanbod compleet? Wat ontbreekt?
N.B. Bovenregionaal = waarschijnlijk ook provinciaal (Zuid- Holland) Ook samen met Rijnmond. Wat gaan we doen:
Dilemma’s delen over schaarste: als regio’s met elkaar, als aanbieders maar ook met ouders en ervaringsdeskundigen. Breder kijken naar wat er nodig is Bestuurders zetten zich ervoor in om gezamenlijk in specifieke casuïstiek op een gezinsgerichte manier praktisch en snel oplossingen organiseren, los van de verschillende inkoopsystemen die er nu eenmaal per regio zijn Strategische partners bovenregionaal uitnodigen en gezamenlijk het gesprek aangaan over: wat zijn de belemmeringen (organisaties, systeem, regio etc.) maar vooral wat is er wel mogelijk? Hoe kunnen belemmeringen opgelost worden? Wie staat daarvoor aan de lat? Wie staat daarvoor aan de lat? Waar kan er wel samengewerkt worden? Aanbieders daarbij aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Idem voor gemeenten. Zorgen voor duidelijker Governance en mandaat in de bovenregionale samenwerking (o.a. in de verschillende projecten die er zijn zoals bij Jeugdzorgplus)
Planning: Wordt nog aangevuld 3. Bovenregionale Samenwerking Wat is het probleem: Het probleem was dat tarieven en verantwoordingseisen verschilden in de regio’s. 21
Wat is de oplossing: Op dit wordt er bovenregionaal al samengewerkt met betrekking tot GI’s met de volgende resultaten: Verbeterplannen zijn ingediend voor de gehele regio en financiering is bovenregionaal afgestemd De tarieven zijn geharmoniseerd De verantwoordingseisen zijn uniform Welke belemmeringen zijn bekend: Als bij de onderwerpen in dit plan van aanpak nauwkeurig is bepaald wat er per onderwerp bovenregionaal wordt opgepakt, zal deze paragraaf worden aangevuld. Wat gaan we doen:
Tarieven blijven de komende jaren geharmoniseerd Verbeterplannen worden voor 2022 doorgezet (zie ook 4.)
Planning: Wordt nog aangevuld. 4. Continueren verbeterplannen GI Wat is het probleem: De regio’s H10, Midden Holland en Holland Rijnland hebben begin 2020 aan de drie GI’s gevraagd om een “verbeterplan” in te dienen. Aanleiding hiervoor was de hoge caseload van en werkdruk bij jeugdbeschermers en daardoor een groot verloop van personeel. Het doel van het zgn. verbeterplan is om te investeren in de kwaliteit van de GI (de basis op orde), en meer tijd voor de gezinnen. Daarmee voldoen de regio’s aan de caseload norm van 20144. JB West heeft in april 2020 een verbeterplan ingediend dat door de 3 regio’s voor de periode juli 2020-februari 2022 is goedgekeurd. Belangrijke elementen in het plan zijn: meer tijd voor de gezinnen door ondersteuning en coaching van de jeugdbeschermers (gemiddeld 15 minuten meer tijd per maatregel) ondersteuning van de jeugdbeschermers door de inzet van zorg coördinatoren (toeleiding naar/vinden van passende hulp) inzet teamondersteuners die administratieve taken uit handen nemen verlaging van de caseload van de jeugdbeschermer, waardoor minder werkdruk wordt ervaren JB West heeft hiervoor 8 fte extra jeugdbeschermers voor de 3 regio’s aangesteld. De financiële bijdrage van de regio’s hiervoor was ruim 2,5 miljoen euro (totaalbedrag 2020 - december 2021). Door deze investeringen is het ook gelukt om aan de wettelijke norm te voldoen, dat elk kind
4 zie https://vng.nl/sites/default/files/nieuws_attachments/2014/201406-normenkader-_gecertificeerde-instellingen-
_jeugdbescherming-jeugdreclassering.pdf en https://vng.nl/files/vng/20160106_brochure_factsheet_over_tarieven_voor_jbjr_2014.pdf)
22
binnen vijf werkdagen na een uitspraak van de kinderrechter een jeugdbeschermer krijgt toegewezen. Daarnaast hadden we in ZW 4 te maken met verschillende tarieven voor de Gecertificeerde Instellingen. Deze zijn m.i.v. 2021 geharmoniseerd in ZW 4 verband en deze worden vanaf 2022 jaarlijks in afstemming geïndexeerd (zie punt 3.). Wat gaan we doen: We blijven in ZW 4 gemeentelijke middelen vrijmaken voor kwaliteitsverbeteringen bij de Gecertificeerde Instellingen, o.a. voor caseloadverlaging en andere investeringen om de basis op orde te krijgen. Hierbij heeft ook regio ZWZ aangegeven om per 2022 middelen vrij te zullen maken. We continueren in principe het verbeterplan van JB West; We maken deze investeringen in principe ook mogelijk voor het Leger des Heils JBJR en de William Schrikker Stichting JBJR (WSS). We voldoen op deze manier aan de normen voor de caseload voor GI’s. Welke belemmeringen zijn al bekend:
Het Leger des Heils JBJR en de William Schrikker JBJR (WSS) zijn in eerste instantie niet op de uitnodiging van de gemeenten tot het indienen van een verbeterplan ingegaan. Het Leger des Heils heeft in het voorjaar van 2021 alsnog nog een verbeterplan ingediend De WSS had in eerste instantie een landelijk verbeterplan ingediend, dat niet is opgepakt. De WSS gaf n.a.v. een verzoek van ZW 4 voor een verbeterplan eind 2020 aan bij de regio’s dat de WSS geen verbeterplan zou indienen. In juli 2021 heeft de WSS aangegeven toch een verbeterplan te willen opstellen, dat vervolgens in concept op 16 augustus 2021 is ingediend Gemeentelijke middelen voor Jeugdhulp staan onder druk, ondanks de extra financiële middelen die gemeenten van het Rijk gaan ontvangen
Welke oplossingen zien we:
We handhaven de gezamenlijk bepaalde tarieven voor de GI’s in ZW 4 en we indexeren deze jaarlijks; We blijven investeren in kwaliteitsverbeteringen in de GI’s, financieel gezien, maar ook in versterking van de keten van jeugdhulp. We werken in partnerschap samen met de GI’s.
Planning: Korte termijn, sept-dec 2021: We monitoren periodiek de (tussen-)resultaten van de caseloadverlaging van JB West; We zetten het verbeterplan en de caseloadverlaging van JB West voor ZW4 voort in 2022. Hiervoor is bestuurlijke besluitvorming in het najaar van 2021 in ZW 4 voorzien; We brengen de verbeterplannen van het Leger des Heils en de WSS in het najaar van 2021 in de route voor bestuurlijke besluitvorming in ZW 4. Langere termijn, 2022 – 2026: In 2022 zijn de verantwoordingseisen voor de GI’s zoveel mogelijk geharmoniseerd in ZW4. We stemmen mogelijkheden tot verdergaande gezamenlijk inkoop van de diensten van de GI in ZW 4 af 23
We gaan met de GI’s in gesprek hoe we het samenwerken in partnerschap en de dialoog over en weer kunnen versterken We werken op inhoud verdergaand met elkaar samen en gaan bezien of we een bovenregionaal ambitiedocument over de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering gaan opstellen Hierin nemen we in ieder geval de beweging naar 0 uithuisplaatsingen en het voorkomen van lang wachten op jeugdhulp op. We betrekken hierin ook het cliëntperspectief van ouders en van jeugdigen We bespreken met de partijen wat er nodig is om tot verdergaande verbetering van de jeugdbeschermingsketen te komen. Dit bezien we ook in het kader van het landelijke traject (toekomstscenario) om te komen tot Regionale Veiligheidsteams, in samenwerking tussen de lokale teams, de GI’s, VT en de Raad voor de Kinderbescherming. Dit kan ook onderdeel van het ambitiedocument worden
9. Bureaucratische belemmeringen wegnemen Wat is het probleem: De inspecties benoemen in de rapportages dat GI's belemmeringen ervaren bij het inzetten van zorg. Zo vindt er regelmatig overleg plaats met de gemeente; dit overleg is er primair op gericht om te weten welke jeugdhulp door de gemeente is gecontracteerd en anderzijds dat de gemeente als financier dient te weten welke jeugdhulp nodig wordt geacht. Een goede samenwerking op casusniveau tussen GI's en gemeente is belangrijk zodat er tijdige passende hulp ingezet kan worden. Het administratieve en bureaucratische proces mag daarin niet vertragend, belemmerend werken of ertoe leiden dat hulp aan een jeugdige laat of niet wordt ingezet. De werkwijzen binnen ZW4 verschillen van elkaar en kunnen ook binnen een regio van elkaar verschillen zoals in Holland Rijnland. Wat gaan we doen:
Inzichtelijk maken welke belemmeringen er zijn Per regio/per gemeente Per onderdeel (zoals woonplaatsbeginsel, overgang 18-/18+ etc. Bovenstaande knelpunten bovenregionaal agenderen met betrokkenen in themabijeenkomsten; hierin staat het leren van elkaar centraal. Welke knelpunten zijn er? Welke oplossingen zijn al bedacht? Zijn er mogelijkheden om werkwijzen met elkaar bovenregionaal af te stemmen en te harmoniseren zoals woonplaatsbeginsel, inhoud van een bepaling etc. Concrete afspraken maken, vastleggen in routekaarten en communiceren.
Welke belemmeringen zijn al bekend
Grensproblemen tussen gemeenten; Verandering van woonplaatsbeginsel; Stelselovergang bij het bereiken van het 18e jaar; Verschillende aanmeldroutes voor aanbieders; Verschillende administratieve processen bij gemeentes.
Welke oplossingen zien we?
Onderzoeken welke gemeenten wel of geen last hebben van bovenstaande aandachtspunten; wat kunnen we hierin leren van elkaar? 24
Routes vereenvoudigen daar waar nodig; Zorgen voor heldere informatie over regelgeving en wat wel mogelijk is (zoals bv verlengde jeugdhulp, informatie over woonplaatsbeginsel etc.) voor GI en gemeenten; Bovenregionaal gecontracteerde aanbieders verzoeken om gebruik te maken van één aanmeldformulier; Routekaarten maken bij veelvoorkomende administratieve handelingen zoals het opstellen van een bepaling; Onderling afspraken maken over de afhandeling van wijziging in woonplaatsbeginsel; Lijst met contactpersonen maken zodat er snel gehandeld kan worden als een probleem zich voordoet.
Planning:
September/oktober: concretiseren van knelpunten; voorbeelden ophalen vanuit de praktijk; September/oktober: bij elkaar brengen van afdelingen binnen gemeenten die betrokken zijn bij administratieve processen; Oktober/november: uitvoeren oplossingen November/december: evalueren en bijstellen
6. Arbeidsmarkt Wat is het probleem: De jeugdhulpsector kampt, mede vanwege een slecht imago, met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt. De Jeugdbescherming heeft grote moeite om (ervaren en gekwalificeerd) personeel te vinden en binnen te houden. Het werk is zwaar, kent grote verantwoordelijkheden en heeft grote impact op de jeugdbeschermer als persoon door het van overheidswege (zwaar) ingrijpen in opvoedingssituaties. Wellicht is een systeem van job-rotatie (carrousel) tussen GI’s en/of met aanpalende organisaties (RVDK, VT, lokale teams) een idee om de functie in het veiligheidsdomein meer divers en afwisselend in zwaarte te maken. De uitstroom zou wellicht hierdoor meer ingeperkt kunnen worden omdat de continue druk op de JB-er vermindert. Het imago van de JBer/jeugdzorgwerker zou via een meer wisselende en roterende functie in het veiligheidsdomein kunnen verbeteren. Ook de opleidingen kunnen bij het plan betrokken worden voor wat betreft de werving en ideeën voor job-rotatie. Wat gaan we doen:
Actief aansluiten op wat landelijk gebeurt. Gemeenten hebben weinig instrumenten om hierop te sturen en zijn in belangrijke mate afhankelijk van wat het Rijk hierop kan verbeteren. In brief 5 juli jl. is door kabinet aangegeven met alle betrokken partijen specifiek voor de jeugdbescherming te willen verkennen waar nog extra mogelijkheden zijn om de arbeidsmarktproblematiek aan te pakken. Wij zien met veel belangstelling de uitkomsten van deze verkenning tegemoet. We vragen de drie GI’s, om gezamenlijk tot een concreet plan te komen voor het arbeidsmarktprobleem voor de korte & langere termijn, daar waar mogelijk met Veilig Thuis en Raad v.d. Kinderbescherming en lokale teams. We maken nog een afweging of we dat op bovenregionaal niveau doen.
Planning: wordt nog aangevuld 25
7. Systeemcondities/landelijke op te lossen knelpunten Wat is het probleem:
Beschikbaarheid van zeer specialistische vormen van zorg Dit punt wordt nog aangevuld. Jeugdigen zitten vaak vast op een verblijfplek/woningtekorten wat de doorstroom vanuit jeugdhulpvoorzieningen laat stagneren: o Bij toenemende vraag naar bijzondere woonvormen/gezinsvormen voor jeugdigen die uit de jeugdzorg komen; o Bij doorstroming van jongeren uit pleeggezinnen; o Bij doorstroming uit studentenwoningen etc., hetgeen ook drukt op de markt. Aansluiting met volwassen GGZ ontbreekt, maar is wel nodig: informatie delen jeugdbescherming en volwassen GGZ, samenwerken aan 1 plan, zicht op psychiatrische problematiek bij ouders die van invloed is op opvoeding kinderen en hierop snel en outreachend inzetten, jeugdbeschermers kunnen niet verwijzen naar volwassen GGZ. Overgangen tussen stelsels vormen een drempel: Door- en uitstroom van (gesloten) jeugdhulp naar voorzieningen begeleid- of beschermd wonen; o.a.
RIBW en jongerenhuisvesting; Uitstroom (bijvoorbeeld vanuit KDC’s) naar (speciaal) onderwijs, men is 1,5 - 2 jaar van te voren bezig met een aanmelding); Overgang naar WLZ is een struikelblok: (landelijk probleem): Indicatie WLZ is star: geen inhoudelijke matching maar indicatie op basis van “het plaatsen van vinkjes”, discrepantie tussen kijken naar mogelijkheden/ontwikkelperspectief in jeugdwet en ontwikkelbelemmeringen die aangetoond moeten worden voor toegang tot de WLZ, instroomleeftijd steeds later schuift op
Welke oplossingen zien we: Woningtekorten/doorstroom vanuit jeugdhulp: Maak uitstroomprofielen voor jongeren en bespreek dit met gemeenten, woningcorporaties GI's en zorgaanbieders (Voorbeeld: https://voordejeugd.nl/praktijkvoorbeelden/van-geenplek-naar-eigen-stek/ ) Aansluiting met volwassen GGZ ontbreekt, maar is wel nodig: Hiervoor wordt landelijk aandacht gevraagd, VWS is hiermee bezig: zou meer sturing op kunnen komen want dit loopt moeizaam. Betekent vertraging in zicht op veiligheid in gezinssystemen. Vraagt om afstemming met zorgverzekeraar en GGZ-volwassenen 8. Monitoring en voortgangsbewaking De monitoring van de situatie van de jeugdbescherming tijdens het verscherpt toezicht, houdt in dat er maandelijks de volgende gegevens worden opgevraagd:
Het aantal kinderen dat binnen 5 werkdagen een jeugdbeschermer heeft Het aantal kinderen waarvoor binnen 6 weken een gedragen koers is vastgesteld Het aantal kinderen waarvoor binnen 3 maanden geen passende jeugdhulp ontvangt
Na de periode van het verscherpt toezicht zal de monitoring een maal per kwartaal plaats vinden. Over de voortgang van dit plan van aanpak zal worden gerapporteerd. Op dit 26
moment zitten we in het stadium van het bepalen van het “wat” van het plan. Daarna gaan we aan de slag om het hoe in te vullen en daarbij zullen we een voorstel maken hoe de voortgang kan worden gevolgd. Planning:
Tijdens periode verscherpt toezicht: maandelijkse aanleveren cijfers
27
28