7. Brief van het college van 21 juni 2023 inzake terugkoppeling gesprek PZH betreffende aanpak meeuwenoverlast (3136471)
Tekst van het document
Postbus 589 – 2220 AN Katwijk
Contactpersoon:
Gemeenteraad Katwijk
De heer L. Robbemond Afdeling:
Vergunningen Toezicht en Handhaving Te bereiken op:
071- 406 5000 l.robbemond@katwijk.nl Ons kenmerk:
Z3136471D3144178 Bijlage(n): Verzenddatum:
21 juni 2023
Uw kenmerk: Onderwerp: Terugkoppeling gesprek PZH betreffende aanpak meeuwenoverlast Katwijk, 20 juni 2023 Geachte raadsleden, In uw vergadering van 13 april 2023 heeft u het college verzocht in gesprek te gaan met de Provincie Zuid-Holland (verder: PZH) over de Herziening Omgevingsbeleid Module Soortenbeleid m.b.t. de meeuwenoverlast. Dit om te onderzoeken of er toch een realistische mogelijkheid bestaat om een ontheffing voor het dompelen van meeuweneieren te verkrijgen om op bepaalde locaties te voorkomen dat meeuweneieren uitkomen. Op 25 mei 2023 hebben wethouder Spek en de betrokken ambtenaren een gesprek gehad met een beleidsmedewerker Faunabeheer van PZH. Door middel van deze brief koppelen wij dit gesprek aan u terug. Soortenbeleid In maart 2023 is de Herziening Omgevingsbeleid Module Soortenbeleid vastgesteld. In dit beleid is ook een passage opgenomen over de meeuwen in de stedelijke omgeving1. In dit beleidskader geeft PZH aan dat de meeuwen horen bij de provincie, maar eigenlijk van nature broeden in de duinen. Hier zijn ze echter verdreven door de vos en recreatie waardoor zij noodgedwongen zijn veranderd in dakbroeders.
1 Beheer van (on)beschermde diersoorten in de stedelijke/industriële omgeving (Maatregel) -
Omgevingsbeleid Provincie Zuid-Holland gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, (T) 071 - 406 5000, (F) 071 - 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl
*3144178*
2/3
Ons kenmerk: Z3136471D3144178
Vanuit het soortenbeleid wil PZH onderzoeken of het mogelijk is om de broedende meeuwen zoveel mogelijk in de buiten stedelijke broedkolonies te houden of naar nieuwe broedkolonies te verplaatsen waarbij dit niet conflicteert met broedgelegenheid van andere kustbroedvogels. Meeuwen broeden nu al jaren op daken en het is lastig om dit patroon te doorbreken en de meeuwen te verlokken weer in de duinen te gaan broeden. Wij zijn bereid om te kijken naar de mogelijkheden om in samenwerking met Staatsbosbeheer en PZH mee te onderzoeken of er in Katwijk gedeelten van de duinen geschikt kunnen worden gemaakt als broedgebied. Eisen ontheffing Om een ontheffing te kunnen afgeven voor het bewerken van meeuwennesten moet aan de onderstaande voorwaarden worden voldaan. Te weten: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing om tot hetzelfde resultaat te komen; Oftewel welke preventieve maatregelen (bijvoorbeeld broedvrijhouden van bepaalde locaties) zijn reeds genomen en waarom is dit niet toereikend? - De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Hiervoor moet tellingen worden verricht om zo te kunnen aantonen wat voor effect bepaalde maatregelen hebben. Het aantal broedparen mag niet significant worden verminderd.
- Het wettelijk belang moet worden aangetoond zoals dat de volksgezondheid of de openbare veiligheid in het geding is (geluidsoverlast door meeuwen). Overlast is geen wettelijk belang op grond van de Wet natuurbescherming waarop ontheffing kan worden verleend. - In het soortenbeleid is aangegeven dat van een initiatiefnemer wordt verlangd om compenserende al dan niet mitigerende maatregelen uit te voeren. Zoals het realiseren van geschikte locaties waar de meeuwen wel kunnen broeden, zogenaamde gedooggebieden Op dit moment gaat het niet goed met de zilvermeeuw. Als wij willen overgaan tot het nemen van maatregelen (het bewerken van nesten) zal moeten worden onderbouwd dat de staat van instandhouding van de meeuwen niet zal verslechteren door de inzet van de maatregelen. Wij moeten ons daarom vooral richten op de aanpak van de kleine mantelmeeuw waar de populatie, in ieder geval in Katwijk, wel toeneemt. In het faunabeheerplan voor het havengebied van Rotterdam is op basis van het 1% mortaliteitscriterium2 getoetst/ onderbouwd dat de maatregelen die daar worden toegepast geen effect hebben op de populatie o.a. door het aantal te bewerken nesten te maximaliseren. Gezien het groot aantal broedparen in dit gebied (22.000 kleine mantelmeeuwen en 3.000 zilvermeeuwen) gaat dit daar om een significant aantal.
Bovendien leveren broedparen daar op sommige plekken gevaar op voor bedrijfsprocessen en kans op incidenten (het gaat hier immers om petrochemische industrie). Op deze locaties worden nesten verplaatst. Deze benadering zou ook een mogelijkheid kunnen zijn voor Katwijk. Echter betekent dit dat er een zeer beperkt aantal nesten bewerkt of verplaatst kunnen worden. Het aantal broedparen kleine mantelmeeuwen in Katwijk is in 10 jaar tijd gestegen van 466 in 2012 naar 865 in 2022, bij een mortaliteitscriterium van 1% zou het dus gaan om 8 a 9 broedparen. In Alkmaar, waar men recent een ontheffing heeft verkregen van de Omgevingsdienst aldaar, hebben zij toestemming om nesten te verplaatsen. Alleen voor de kleine mantelmeeuw mogen de eieren, als blijkt uit de escalatieladder er geen andere mogelijkheden zijn, geolied worden.
2 In jurisprudentie is de systematiek van de Europese Commissie geaccepteerd dat verhoging van de
sterfte met minder dan 1% niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding.
3/3
Ons kenmerk: Z3136471D3144178
Dit betreft echter een andere Omgevingsdienst bovendien gaat het, gezien het eerder genoemde 1% moraliteitscriterium, om een gering aantal broedparen. Gunstige staat van instandhouding De staat van instandhouding moet op gemeentelijk niveau, provinciaal en landelijk niet achteruitgaan bij het verlenen van een ontheffing. Hierbij wordt het eerder genoemde 1% moraliteitscriterium gehanteerd. Het aantal broedparen mag dus maximaal met dit percentage verminderen. Vorige ontheffing De ontheffing die wij in het verleden hebben ontvangen was op grond van onderzoek verleend. Er wordt, mede gelet op de uitgebreide jurisprudentie op dit gebied, zeer kritisch gekeken naar de onderbouwing voordat er een ontheffingen wordt verleend op dit gebied. Conclusie Gelet op de toelichting van de PZH zal het zeer moeilijk zijn om aan te tonen dat: 1. De volksgezondheid in gevaar komt door de meeuwenoverlast. 2. De gunstige staat van instandhouding lokaal, landelijk en provinciaal niet in gevaar komt. 3. Compenserende maatregelen kunnen worden genomen, zoals het aanwijzen van gedoogdaken of het creëren van veilige gebieden in de duinen voor nieuwe broedkolonies. Als dit alles al kan worden gerealiseerd en aangetoond zal voor hooguit 9 broedparen kleine mantelmeeuwen ontheffing worden verleend.
Voorstel Gelet op zowel personele als financiële inspanningen voor het verkrijgen van een ontheffing en het geringe aantal broedparen waar ontheffing voor kan worden verleend adviseert het college af te zien van het aanvragen van een ontheffing voor het dompelen van meeuweneieren. De financiële consequenties voor verdere onderzoeken en het aanwijzen van gedooggebieden staan niet in verhouding tot het mogelijke resultaat van ongeveer 10 broedparen.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Katwijk, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. R.T. Jie Sam Foek
ir. C.L. Visser