7. Bijlage 1. Verordening op de adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Katwijk incl. reglementen (vastgesteld)(13201)
Tekst van het document
De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. 2. Indien het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. 3. Het bevoegd gezag besluit op welke wijze de adviezen van de commissie openbaar gemaakt worden. Artikel 2.9 Conclusie van het advies Het advies kan de volgende conclusies hebben: a. Akkoord: Het plan voldoet naar mening van de commissie aan de van toepassing zijnde toetsingscriteria. Dit advies kan worden gecombineerd met suggesties om het plan op een
(nog) hoger niveau te tillen. Deze suggesties zijn vrijblijvend en staan los van de conclusie van het advies zelf; b. Akkoord, mits…: Het plan voldoet naar mening van de commissie aan de criteria voor monumenten mits voldaan wordt aan een aantal specifieke voorwaarden zoals aanvullend kleur- of archiefonderzoek of onderzoek ter plaatse aan het monument. Een akkoord onder voorwaarden kan alleen wanneer de aanvrager of initiatiefnemer hier schriftelijk mee instemt; c. Niet akkoord, tenzij…: Het plan voldoet naar mening van de commissie niet aan de toetsingscriteria. Dit betekent dat ingrijpende wijzigingen in het planconcept of de uitwerking van het ontwerp noodzakelijk zijn. De negatieve beoordeling wordt beargumenteerd op basis van de criteria; d. Aanhouden: Het plan kan op basis van de ingediende gegevens (nog) niet (definitief) van een advies, Akkoord of Niet akkoord, worden voorzien. Aanvullingen c.q. toelichting is noodzakelijk. Artikel 2.10 Toelichting op het advies 1. De indiener van een plan kan een mondelinge toelichting vragen op het advies. 2. Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven door de ambtelijk secretaris van de commissie. 3. Indien de indiener vervolgens een nadere toelichting wenst kan een afspraak worden gemaakt met de commissie. Hoofdstuk 3.
Ondersteuning Artikel 3.1 De instelling van subcommissies en afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie door lid, leden of subcommissie 1. De commissie kan uit haar midden een lid (stadsbouwmeester), enkele leden, een subcommissie of subcommissies aanwijzen die onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet [en artikel 2, derde lid,] de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie uitvoeren. 2. De commissie kan dit ook doen wanneer een specifiek initiatief of aanvraag daarom vraagt of wanneer bepaalde deskundigheid gewenst is. 3. Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam, een ervenconsulent of vergelijkbare planbegeleiders, zullen burgemeester en wethouders zorg dragen voor een heldere taakomschrijving en een goede afstemming tussen de planbegeleider en de commissie. Bij een dispuut voert de adviescommissie omgevingskwaliteit het doorslaggevende woord. 4. De voorzitter van de commissie draagt mede zorg voor de afstemming als bedoeld in het derde lid. 5.
Burgemeester en wethouders geven hierbij in ieder geval aan of de planbegeleider volledig zelfstandig opereert; dan wel in nauwe samenwerking met een lid van de commissie dat bevoegd is te adviseren namens de commissie; dan wel wordt benoemd als lid van de commissie met de bevoegdheid te adviseren namens de commissie. 6. Het verantwoordelijke lid of de leden, de subcommissie of subcommissies regelen zelf hun wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement. 7. De restauratiedeskundige adviseert samen met de stadsbouwmeester over de niet complexe aanvragen, zoals de aanvragen omgevingsvergunning met het aspect monumenten. Artikel 3.2 Adviseur
1. Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft kan burgemeester en wethouders op ad hoc of permanente basis specifieke deskundigen als adviseur van de commissie aanstellen zoals op het gebied van archeologie, landschap of elk ander relevant vakgebied of specialisme. Ook gemeentelijke adviseur(s) stedenbouw, monumenten, groen erfgoed of cultuurhistorie kunnen worden ingeschakeld als adviseur. 2. Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft kan de commissie op eigen initiatief een specifieke deskundige als adviseur raadplegen zoals bedoeld in het vorige lid. 3. De adviseur is geen lid van de commissie maar wordt voorafgaand aan de beraadslaging in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op het plan te geven. De adviseur neemt eventueel deel aan de beraadslaging maar heeft geen bijdrage in de oordeelsvorming en geen stem in de eindbeoordeling. Artikel 3.3 De ambtelijk secretaris van de commissie 1. Burgemeester en wethouders wijzen een ambtenaar aan als de ambtelijk secretaris van de commissie. 2. De ambtelijk secretaris van de commissie ondersteunt de commissie vanuit de ambtelijke organisatie zodanig dat deze optimaal kan functioneren bij de uitoefening van haar taken als onafhankelijk adviesorgaan van het gemeentebestuur. 3.
De ambtelijk secretaris van de commissie is betrokken bij of verantwoordelijk voor de inhoud van de beraadslagingen en de inhoud van advisering door de commissie. 4. De ambtelijk secretaris van de commissie brengt de organisatorische en budgettaire aspecten in beeld en overlegd deze aan burgemeester en wethouders. 5. De ambtelijk secretaris van de commissie is aanwezig bij alle vergaderingen van de commissie en fungeert als dagelijks aanspreekpunt van de commissie. 6. De ambtelijk secretaris van de commissie onderhoudt de contacten met de ambtelijke diensten, neemt de adviesaanvragen in behandeling en bereidt de behandeling van de plannen voor. Hij of zij controleert of de plannen zijn voorzien van de benodigde bescheiden en draagt zorg voor de benodigde informatie over de omgeving, de locatie en het plan, en overigens alle voor de beoordeling relevante informatie. 7. De ambtelijk secretaris van de commissie verzorgt in overleg met de voorzitter, de agendering van de adviesaanvragen en draagt er zorg voor dat de commissie kan adviseren binnen de voorgeschreven termijn. 8. De ambtelijk secretaris van de commissie maakt de afspraken voor mondelinge toelichtingen, in overleg met de voorzitter. 9. De ambtelijk secretaris van de commissie geeft indieners van plannen een mondelinge toelichting op het advies van de commissie. 10.
De ambtelijk secretaris van de commissie levert desgevraagd gegevens aan voor het jaarverslag van de commissie. Hoofdstuk 4. De selectie en voordracht van kandidaat-leden Artikel 4.1 Samenstelling 1. De commissie kan zich desgewenst door adviseurs laten bijstaan. 2. De deskundige leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de deskundigheid die nodig is voor de advisering op het beleidsterrein van de omgevingskwaliteit, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De disciplines die de deskundige leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). 4. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt.
5. De leden zijn niet aangesteld in een functie bij een belangenorganisatie waaraan het risico van belangenverstrengeling verbonden is. 6. De commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste 2 deskundige leden aanwezig zijn. De commissie kan over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een monumentenactiviteit slechts advies uitbrengen als ten minste 2 leden aanwezig zijn die beschikken over deskundigheid op het gebied van monumentenzorg. Artikel 4.2 Profielschets van alle deskundige commissieleden 1. De leden van de commissie worden door de gemeenteraad benoemd. 2. De deskundige leden van de commissie hebben geen professionele binding met de gemeente, maar moeten geïnteresseerd zijn in Katwijk en de gemeente kennen of willen leren kennen. 3. De deskundige leden van de commissie zijn bereid zich te verdiepen in de vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet). 4. De deskundige leden van de commissie moeten in staat zijn bouwplantekeningen te lezen en cultureel besef en kennis hebben van de (geschiedenis van de) bouwkunst. 5. De deskundige leden van de commissie moeten in staat zijn hun oordeel begrijpelijk te verwoorden, met respect voor allen die bij de advisering een rol spelen.
Dit vraagt van alle deskundige leden van de commissie zekere communicatieve vaardigheden. 6. De deskundige leden van de commissie hebben een geheimhoudingsplicht inzake de aan hen voorgelegde plannen en beleidsdocumenten, niet zijnde bouwaanvragen. 7. De deskundige leden van de commissie zijn onpartijdig, dat betekent dat zij geen persoonlijk belang mogen hebben bij de door burgemeester en wethouders te nemen beslissingen en dat zij hun taak niet met vooringenomenheid mogen vervullen. 8. De deskundige leden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de adviezen. 9. De deskundige leden hebben een eigen, actieve beroepspraktijk of aantoonbare beroepskennis en hebben ervaring met het beoordelen van ontwerpen van (aanstaande) collega’s in bijvoorbeeld onderwijssituaties of jury’s. 10. In ieder geval 2 leden van de commissie zijn deskundig op het gebied van monumentenzorg. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt immers niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste 2 leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 11. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouwen architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, stedenbouw en landschap. Zie ook artikel 4 van de verordening. 12.
Naast de onder lid 9 genoemde deskundigen, neemt de stadsbouwmeester zitting in de commissie. 13. De deskundigen genoemd in lid 9 en 10 vormen het uitgangspunt van de commissie, waar nodig wordt de commissie aangevuld met met adviseurs als benoemd in artikel 10 van de verordening. Artikel 4.3 Profielschets van de voorzitter 1. De voorzitter wordt door de gemeenteraad in functie benoemd. 2. De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en bewaakt de deugdelijkheid van de advisering in brede zin. 3. De voorzitter draagt naast het burgemeester en wethouders medeverantwoordelijkheid voor de relatie met een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit. Bij een dispuut voert de adviescommissie omgevingskwaliteit het doorslaggevende woord.
4. De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang van de agenda. In discussies draagt hij of zij er zorg voor dat alle commissieleden hun mening voldoende naar voren kunnen brengen. Na de discussie geeft de voorzitter een korte, heldere samenvatting van het uit te brengen advies, als basis voor de schriftelijke uitwerking. 5. De voorzitter treedt op als gastheer of – vrouw voor de planindieners, ontwerpers en andere bezoekers. 6. De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse, inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden en heeft hiertoe tenminste eenmaal per jaar een evaluerend overleg met de portefeuillehouder. De uitkomsten van het evaluatiegesprek worden opgenomen in het jaarverslag van de commissie. 7. De voorzitter onderhoudt de contacten met de pers en andere belangstellenden. Bij een persgesprek is altijd een bij welstandstoezicht betrokken derde aanwezig. Hoofdstuk 5. Oordeel van het bevoegd gezag Artikel 5.1 Deugdelijkheid van het advies 1. Het bevoegd gezag vergewist zich er van dat het aan haar uitgebrachte advies naar inhoud en wijze van totstandkoming deugdelijk is. 2. Indien dit naar mening van het bevoegd gezag niet het geval is kan zij de commissie gemotiveerd om een heroverweging vragen. Artikel 5.2 Afwijken op inhoudelijke grond 1.
Het bevoegd gezag kan op inhoudelijke grond afwijken van het advies indien zij tot het oordeel komt dat de commissie niet alle voor het plan relevante onderdelen heeft betrokken, de van toepassing zijnde beleidscriteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie naar haar oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. 2. Indien het bevoegd gezag op inhoudelijke grond afwijkt van het advies wordt dit in de beslissing op de vergunningaanvraag gemotiveerd. De commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Artikel 5.3 Afwijken van het advies om andere redenen 1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen ondanks strijdigheid met redelijke eisen van omgevingskwaliteit of ingeval beschermde waarden van het betreffende monument onvoldoende worden gerespecteerd, indien zij van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn. 2. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de gemotiveerd. De commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. 3. Het bevoegd gezag zal uiterst terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid omdat de omgevingskwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan andere belangen. Hoofdstuk 6. Slotbepaling Artikel 6.1 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement van orde treedt tegelijk met de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Katwijk in werking. 2.
Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van orde van de adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Katwijk”.
Bijlage 2. Werkwijze stadsbouwmeester Artikel 1. De advisering door de stadsbouwmeester 1. De stadsbouwmeester als wettelijke figuur vervalt onder de Omgevingswet (afdeling 17.2 of artikel 16.15 lid 2). 2. De huidige stadsbouwmeester kan als adviseur (artikel 16.15, lid 2) of als lid van adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Katwijk worden benoemd. Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De raad kan werkzaamheden aanwijzen die door de stadsbouwmeester worden uitgevoerd. De stadsbouwmeester werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 en 2, ̊en onder b, van de Verordening op de adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Katwijk. 2. Dit takenpakket wordt onder verwijzing naar de taken genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Verordening op de adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Katwijk, aangewezen in het besluit van de raad waarin de stadsbouwmeester als lid van de commissie wordt benoemd. Artikel 3. Profielschets van de stadsbouwmeester 1. De stadsbouwmeester is deskundig op het gebied van architectuur en omgevingskwaliteit. 2. De stadsbouwmeester is onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. 3. De stadsbouwmeester wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris of diens plaatsvervanger. Artikel 4. Jaarlijks verslag 1.
De stadsbouwmeester stelt jaarlijks een verslag op van de werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de Omgevingswet; b. de werkwijze van de stadsbouwmeester; c. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van de zittingen; d. de aard van de beoordeelde plannen; e. de bijzondere projecten. 2. De stadsbouwmeester kan in zijn jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van de gemeentelijke beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet). 3. Het verslagjaar loopt van januari tot en met december. Het jaarverslag wordt jaarlijks vóór 1 juni aangeboden aan de gemeenteraad. Artikel 5. Termijn van advisering 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de stadsbouwmeester advies uit binnen een termijn van vier weken. 3. Indien geen advies wordt uitgebracht binnen de genoemde adviestermijn, staat dit de besluitvorming door het college niet in de weg (artikel 3:6, tweede lid, van de Awb). 4.
Bij adviesvragen waar (nog) geen sprake is van een vergunningaanvraag geeft de stadsbouwmeester aan op welke termijn hij zijn advies kan uitbrengen.
Artikel 6. Openbaarheid van vergaderen 1. De behandeling van plannen door de stadsbouwmeester is openbaar. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling, als de adviezen. De stadsbouwmeester maakt voor iedere zitting door middel van een publicatie melding op welke dag, welke plaats en welk tijdstip hij plannen behandelt. Hij vermeldt tevens in de publicatie dat inwoners bij de secretaris van de stadsbouwmeester de volledige agenda kunnen opvragen. Bij de kennisgeving van aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen wordt tevens aangegeven dat de zittingen van de stadsbouwmeester openbaar zijn en de secretaris van de stadsbouwmeester op verzoek aangeeft in welke zitting een bepaald bouwplan wordt behandeld. De openbaarheid geldt zowel voor de beoordeling als de adviezen. 2. Indien het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. 3. Het bevoegd gezag besluit op welke wijze de adviezen van de stadsbouwmeester openbaar gemaakt worden. Artikel 7. Mondelinge toelichting 1.
Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt hij door of namens de stadsbouwmeester in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het plan. 2. In het geval het plan door de stadsbouwmeester wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de stadsbouwmeester een uitnodiging te ontvangen voor de zitting, waarin de aanvraag wordt beoordeeld. 3. Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilosofie en de gemaakte keuzes in relatie tot de ruimtelijke en maatschappelijke context en het gemeentelijke beleid. De toelichting wordt gegeven voorafgaand aan de beraadslaging door de stadsbouwmeester en bedraagt maximaal 5 minuten, voor omvangrijke ontwikkelingen maximaal 15 minuten. 4. De mondelinge toelichting kan namens de indiener van een plan gegeven worden door de ontwerper. 5. De stadsbouwmeester kan de indiener verzoeken om een mondelinge toelichting. 6. De ambtelijk secretaris van de commissie is verantwoordelijk voor de afspraken met betrekking tot mondelinge toelichtingen. Artikel 8. Schriftelijke advisering en motivering 1. De stadsbouwmeester adviseert schriftelijk en gemotiveerd.
Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het openbare advies door of namens het college gevoegd bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning. 2. Voor wat betreft de formeel wettelijke adviezen geldt: a. Het advies geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, al dan niet in strijd is met redelijke eisen van omgevingskwaliteit en/of de mate waarin de beschermde waarden van het betreffende monument voldoende en op een juiste manier worden gerespecteerd. Van de in de vergadering uitgesproken bevindingen en adviezen worden notulen opgesteld; b. Het advies geeft aan op welke toetsingscriteria de beoordeling is gebaseerd; c. Het advies kan worden gecombineerd met suggesties voor beleid of procedurele zaken die naar mening van de commissie in acht genomen zouden moeten worden. Deze suggesties zijn vrijblijvend en staan duidelijk los van de conclusie van het advies zelf.
3. Bij geïntegreerde omgevingskwaliteit- en monumentenadviezen wordt in het advies zichtbaar onderscheid gemaakt tussen de monumentenbeoordeling en de omgevingskwaliteitsbeoordeling. 4. Een advies zal nooit zodanig geformuleerd zijn dat één der betrokkenen zich daardoor beledigd of in goede naam of eer aangetast kan voelen. 5. De conceptadviezen worden in principe binnen 5 werkdagen na de vergadering digitaal ter kennisname aan het bevoegd gezag gezonden. In het geval van meer complexe plannen worden adviezen binnen 10 werkdagen na de vergadering digitaal ter kennisname aan het bevoegd gezag gezonden. Na waarmerking door de commissie worden de definitieve adviezen (afhankelijk van de noodzaak van waarmerking binnen het proces) aangeboden aan de ambtelijk secretaris van de commissie.
Bijlage 3. Reglement van orde van de stadsbouwmeester Artikel 1. Advisering door de stadsbouwmeester 1. Naast de advisering over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen adviseert de stadsbouwmeester burgemeester en wethouders omtrent andere zaken waarbij het esthetisch aspect of het landschapsschoon is betrokken. 2. De stadsbouwmeester is bevoegd, ook ongevraagd, burgemeester en wethouders voorstellen te doen die kunnen strekken tot verfraaiing van de gemeente, of van zijn inzichten aangaande desbetreffende aangelegenheden te doen blijken. Artikel 2. Spreekrecht 1. De aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen die gebruik wenst te maken van het spreekrecht, dient zich hiervoor tenminste 2 werkdagen voor de dag van de zitting aan te melden bij de secretaris van de stadsbouwmeester. 2. Per zitting worden voor maximaal 3 bouwplannen insprekers toegestaan. Latere verzoekers om inspreekrecht wordt hiertoe de gelegenheid geboden in de volgende zitting(en) van de stadsbouwmeester, zulks in volgorde van aanmelding van het daartoe strekkende verzoek. Artikel 3. Benoeming 1. De nieuw te benoemen stadsbouwmeester kan op aanbeveling van de stadsbouwmeester door burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad worden voorgedragen. 2.
Alvorens burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad een voordracht doen, worden met de sollicitanten gesprekken gevoerd, dit in aanwezigheid van de portefeuillehouder, de zittende stadsbouwmeester, het hoofd van de afdeling, de teamleider Vergunningen alsmede de secretaris van de stadsbouwmeester. Artikel 4. Citeertitel Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde van de stadsbouwmeester Katwijk”.