7. Bijlage 1. Negende verordening tot wijziging van de APV (1516215)
Tekst van het document
Negende Verordening tot wijziging van de “Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk”. In de aanhef van het besluit tot vaststelling van de Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk wordt de tekst: “gelet op artikel 147 Gemeentewet en de artikelen 4, eerste tot en met derde lid en 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet”; vervangen door: “gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994”; De Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk wordt voorts als volgt gewijzigd: A.
Artikel 1:1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de bouwverordening; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet; - handelsreclame: iedere openbare 1
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de bouwverordening; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
-
-
-
-
-
-
-
aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet 1994; zeereep: de direct aan het strand gelegen duinenrij, inclusief de daarbij behorende harde waterkerende constructies en de (ondergrondse) parkeergarage alsmede de hierbij behorende voetpaden die al dan niet direct toegang geven tot het strand.
-
-
-
-
-
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet 1994; zeereep: de direct aan het strand gelegen duinenrij, inclusief de daarbij behorende harde waterkerende constructies en de (ondergrondse) parkeergarage alsmede de hierbij behorende voetpaden die al dan niet direct toegang geven tot het strand.
B. Het opschrift van hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Hoofdstuk 2. Openbare orde Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
2
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 1. Bestrijding van Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden ongeregeldheden C. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 2. Betoging D. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken E. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk de weg aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen. G. Artikel 2:11 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een zijn verboden bij een bestemmingsplan, bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. of voorbereidingsbesluit. 3. Voor de toepassing van het eerste lid 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat, alsmede alle daaronder verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen. gebouwen. 4. Het verbod is niet van toepassing 4.
Het verbod is niet van toepassing 3
voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de Wegenverordening Zuid-Holland 2010, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2016 (AVOI 2016)..
voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de Wegenverordening Zuid-Holland 2010, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2016 (AVOI 2016).
H. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 6. Veiligheid op de weg I. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 7. Evenementen Afdeling 3. Evenementen J. Artikel 2:24, lid 1, onder b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:24 Definities Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering verrichting van vermaak, met uitzondering van: van: a. bioscoop en theatervoorstellingen; a. bioscoop en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de eerste lid, onder h van de Gemeentewet en artikel 5:22; Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en e.
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f. in het tweede lid onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde c. een optocht op de weg, niet zijnde een 4
een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of barbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s 3. De organisator van een evenement waarvoor krachtens het tweede lid onder f een vergunning vereist is, is niet van slecht levensgedrag. 4. De burgemeester weigert een vergunning als de organisator van een evenement als bedoeld in het derde lid van slecht levensgedrag is.
betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of barbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s 3. De organisator van een evenement waarvoor krachtens het tweede lid onder f een vergunning vereist is, is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag. 4. De burgemeester weigert een vergunning als de organisator van een evenement als bedoeld in het derde lid van slecht levensgedrag is.
K. Artikel 2:25, lid 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning Artikel 2:25 Evenementenvergunning 10. Op de aanvraag om een vergunning is 10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet (positieve fictieve beschikking bij niet bestuursrecht (positieve fictieve tijdig beslissen) niet van toepassing. beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
L. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 8. Toezicht op openbare Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen inrichtingen M. Artikel 2:27 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:27 Definitie Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder 1 In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, strandpaviljoen of elke discotheek, buurthuis, andere voor het publiek strandpaviljoen of elke andere voor toegankelijke, besloten ruimte waarin het publiek toegankelijke, besloten bedrijfsmatig of in een omvang alsof ruimte waarin bedrijfsmatig of in een zij bedrijfsmatig was logies wordt omvang alsof zij bedrijfsmatig was verstrekt of dranken worden logies wordt verstrekt of dranken geschonken of rookwaren of spijzen worden geschonken of rookwaren of voor directe consumptie ter plaatse spijzen voor directe consumptie ter worden bereid of verstrekt. plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid 2 Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend bedoelde besloten ruimte liggend 5
deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. 3. Horecaconvenant: de schriftelijke afspraak tussen de gemeente Katwijk, Koninklijke Horeca Nederland afdeling Bollenstreek, het Openbaar ministerie, de Politie en de bij het convenant aangesloten horecaondernemer, welke als doel heeft beperking van de overlast in het centrum van de gemeente Katwijk en een betere handhaving van de openbare orde.
3
deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Horecaconvenant: de schriftelijke afspraak tussen de gemeente Katwijk, Koninklijke Horeca Nederland afdeling Bollenstreek, het Openbaar ministerie, de Politie en de bij het convenant aangesloten horecaondernemer, welke als doel heeft beperking van de overlast in het centrum van de gemeente Katwijk en een betere handhaving van de openbare orde.
N. Artikel 2:28, lid 3 en lid 5 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting inrichting 1. Het is verboden in door de burgemeester 1. Het is verboden in door de burgemeester aangewezen gebieden voor (een) daarbij aangewezen gebieden voor (een) daarbij aangewezen categorie(ën) openbare aangewezen categorie(ën) openbare inrichting(en) zonder vergunning van de inrichting(en) zonder vergunning van de burgemeester een openbare inrichting te burgemeester een openbare inrichting te exploiteren. exploiteren. 2. De burgemeester weigert de vergunning 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 3.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of indien de aanvrager geen beïnvloed of indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de exploitant en de leidinggevende tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de overlegt die uiterlijk drie maanden voor de vergunningaanvraag is ingediend, is datum waarop de vergunningaanvraag is afgegeven. ingediend, is afgegeven. 6
4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; d. een bedrijfskantine of –restaurant of e. rouwcentra, begraafplaatsen of crematoria. 5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; d. een bedrijfskantine of –restaurant of e. rouwcentra, begraafplaatsen of crematoria. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
O. Artikel 2:29, lid 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:29 Sluitingstijden Artikel 2:29 Sluitingstijden 1. Het is verboden een openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers te laten verblijven aldaar bezoekers te laten verblijven tussen 02.00 uur en 05.00 uur of aldaar tussen 02.00 uur en 05.00 uur of aldaar bezoekers toe te laten na 01.00 uur; bezoekers toe te laten na 01.00 uur; 2. Het is verboden openbare inrichtingen van 2. Het is verboden openbare inrichtingen van instellingen die zich richten op activiteiten instellingen die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige levensbeschouwelijke of godsdienstige aard geopend te hebben tussen 01.00 uur aard geopend te hebben tussen 01.00 uur en 05.00 uur of aldaar bezoekers toe te en 05.00 uur of aldaar bezoekers toe te laten na 00.00 uur; laten na 00.00 uur; 3. Het is verboden terrassen geopend te 3. Het is verboden terrassen geopend te hebben of daar bezoekers toe te laten hebben of daar bezoekers toe te laten tussen 23.00 uur en 09.00 uur; tussen 23.00 uur en 09.00 uur; 4. Het is verboden openbare inrichtingen die 4.
Het is verboden openbare inrichtingen die zich op het strand bevinden zich op het strand bevinden (strandpaviljoens) geopend te hebben (strandpaviljoens) geopend te hebben tussen 0.00 uur en 07.00 uur of daar tussen 0.00 uur en 07.00 uur of daar bezoekers toe te laten na 22.30 uur; bezoekers toe te laten na 22.30 uur; 5. Het in het derde lid bepaalde geldt niet 5. Het in het derde lid bepaalde geldt niet voor terrassen bij openbare inrichtingen voor terrassen bij openbare inrichtingen die zich op het strand bevinden die zich op het strand bevinden (strandpaviljoens); (strandpaviljoens); 6. Het in het vierde lid bepaalde geldt niet 6. Het in het vierde lid bepaalde geldt niet voor openbare inrichtingen die zich op het voor openbare inrichtingen die zich op het strand bevinden (strandpaviljoens) indien strand bevinden (strandpaviljoens) indien er in de betreffende inrichting een er in de betreffende inrichting een besloten feest wordt gehouden, met dien besloten feest wordt gehouden, met dien 7
verstande dat het dan verboden is om openbare inrichtingen aan het strand (strandpaviljoens) geopend te hebben tussen 01:30 uur en 7:00 uur, of aldaar bezoekers toe te laten na 22:30 uur; 7. Het is de houder van een horecabedrijf of van een inrichting en instelling die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele of educatieve aard verboden deze voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven vanaf 31 december, 20.00 uur tot en met 1 januari, 05.00 uur; 8. Het is de houder van een openbare inrichting verboden gedurende 0:30 uur voorafgaande aan de sluitingstijd alcohol te verstrekken of muziekgeluid ten gehore te brengen; 9. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste, tweede, derde, vierde, zevende en achtste lid bepaalde; 10. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor openbare inrichtingen aangesloten bij het horecaconvenant, in de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag, met dien verstande dat het voor openbare inrichtingen die zijn aangesloten bij het horecaconvenant verboden is om in de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag bezoekers toe te laten na 01:00 uur; 11.
Het bepaalde in het negende lid geldt niet voor openbare inrichtingen aangesloten bij het horecaconvenant, tenzij deze inrichtingen een collectieve festiviteit als bedoeld in artikel 4:2 of een incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4:3 houden; 12. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
8
verstande dat het dan verboden is om openbare inrichtingen aan het strand (strandpaviljoens) geopend te hebben tussen 01:30 uur en 7:00 uur, of aldaar bezoekers toe te laten na 22:30 uur; 7. Het is de houder van een horecabedrijf of van een inrichting en instelling die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele of educatieve aard verboden deze voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven vanaf 31 december, 20.00 uur tot en met 1 januari, 05.00 uur; 8. Het is de houder van een openbare inrichting verboden gedurende 0:30 uur voorafgaande aan de sluitingstijd alcohol te verstrekken of muziekgeluid ten gehore te brengen; 9. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste, tweede, derde, vierde, zevende en achtste lid bepaalde; 10. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor openbare inrichtingen aangesloten bij het horecaconvenant, in de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag, met dien verstande dat het voor openbare inrichtingen die zijn aangesloten bij het horecaconvenant verboden is om in de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag bezoekers toe te laten na 01:00 uur; 11.
Het bepaalde in het negende lid geldt niet voor openbare inrichtingen aangesloten bij het horecaconvenant, tenzij deze inrichtingen een collectieve festiviteit als bedoeld in artikel 4:2 of een incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4:3 houden; 12. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
P. Artikel 2:39, lid 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door situaties waarin wordt voorzien door de de Wet op de kansspelen. Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 3. Onverminderd het bepaalde in 1:8 weigert de burgemeester de artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de exploitatie wordt beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid of van de speelgelegenheid of b. de exploitatie van de b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. geldend bestemmingsplan. 4.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van 4. Op de aanvraag om een vergunning is de Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet fictieve beschikking bij niet tijdig bestuursrecht (positieve fictieve beschikking beslissen) niet van toepassing. bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Q. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 8A wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over Afdeling 5. Regulering paracommerciële horecabedrijven als bedoeld in de Drank- rechtspersonen en overige en Horecawet aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet R. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf. het verschaffen van nachtverblijf S. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 10. Toezicht op Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden speelgelegenheden
9
T. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming en baldadigheid van overlast, gevaar of schade U. Artikel 2:57, lid 1, onder b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:57 Loslopende honden Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college of op een andere door het college aangewezen plaats; aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg en in b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats en in de zeereep als de de zeereep als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het hond niet is aangelijnd; college aangewezen plaats als de hond c. buiten de bebouwde kom op een door het niet is aangelijnd; college aangewezen plaats als de hond d. op de weg als de hond niet is voorzien niet is aangelijnd; van een halsband of een ander d.
op de weg als de hond niet is voorzien identificatiemerk dat de eigenaar of de van een halsband of een ander houder duidelijk doet kennen. identificatiemerk dat de eigenaar of de 2. Het eerste lid, aanhef en onder b is niet houder duidelijk doet kennen. van toepassing op de door het college 2. Het eerste lid, aanhef en onder b is niet aangewezen plaatsen. van toepassing op de door het college 3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar aangewezen plaatsen. het verbod, gesteld in het eerste lid 3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar aanhef en onder a niet geldt. het verbod, gesteld in het eerste lid aanhef en onder a niet geldt. V. Artikel 2:59 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:59 Gevaarlijke honden Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van openbare plaats of op het terrein van een ander. een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond 2.
Een aanlijngebod houdt in dat de aan wie een aanlijngebod is eigenaar of houder verplicht is de opgelegd, is verplicht de hond kort hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van aangelijnd te houden, met een lijn hand tot halsband, van ten hoogste met een lengte, gemeten van hand 10
1,50 meter. 3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem die zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
3.
a. b.
c.
4.
tot halsband, van ten hoogste 1.50 meter. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
W. Artikel 2:63, lid 5 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:63 Duiven Artikel 2:63 Duiven 1. De rechthebbende op duiven is verplicht 1. De rechthebbende op duiven is verplicht er voor te zorgen dat die duiven niet er voor te zorgen dat die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 en 18.00 kunnen uitvliegen tussen 8.00 en 18.00 uur in een door het college te bepalen uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni. tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni. 2. Het college kan ontheffing verlenen van 2. Het college kan ontheffing verlenen van het gebod. het gebod. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale ophokverordening. Provinciale ophokverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet fictieve beschikking bij niet tijdig bestuursrecht (positieve fictieve beslissen) van toepassing. beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
11
X. Artikel 2:64 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:64 Bijen Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waarin woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven. overdag mensen verblijven. b. binnen een afstand van 30 meter van de b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. weg. 2. Het in het eerste lid, aanhef en onder a 2. Het in het eerste lid, aanhef en onder a gestelde verbod geldt niet indien op een gestelde verbod geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. voorkomen. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a is niet van toepassing voor de onder a is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 4.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en 4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op situaties onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de waarin wordt voorzien door de Wegenverordening Zuid-Holland 2010. Wegenverordening Zuid-Holland 2010. 5. Het college kan ontheffing verlenen van 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. het verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet fictieve beschikking bij niet tijdig bestuursrecht (positieve fictieve beslissen) van toepassing. beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Y. Artikel 2:65 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:65 Bedelarij Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare aangewezen gebieden op of aan de plaats te bedelen om geld of andere zaken. openbare weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken. Z. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding Afdeling 9. Bestrijding van heling van van heling van goederen goederen
12
AA. Artikel 2:67, lid 4 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:67 Verplichtingen met Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt door de burgemeester gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te nemen: register en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed en voor overdracht van het goed en e. de naam en het adres van degene die het e.
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan bepalen dat de 2. De burgemeester kan bepalen dat de verplichting als bedoeld in lid 1 tevens of verplichting als bedoeld in lid 1 tevens of uitsluitend langs elektronische weg kan uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden. geschieden. 3. De burgemeester kan vrijstelling verlenen 3. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. van deze verplichtingen. 4. Op de aanvraag om een vrijstelling is 4. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet fictieve beschikking bij niet tijdig bestuursrecht (positieve fictieve beslissen) van toepassing. beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. BB. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 13. Consumentenvuurwerk Afdeling 10. Consumentenvuurwerk CC. Artikel 2:72, lid 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen. verkoopdagen. 1. Het is verboden in de uitoefening van een 1.
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college. vergunning van het college. 2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van 2. Op de aanvraag om een vergunning is de Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet 13
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
DD. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 14. Drugsoverlast Afdeling 11. Drugsoverlast EE. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden veiligheidsrisicogebieden en van de burgemeester cameratoezicht op openbare plaatsen FF. Artikel 2:79 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die 1.
Degene die een woning of een bij woning behorend erf gebruikt, of die woning behorend erf gebruikt tegen betaling in gebruik geeft aan of tegen betaling in gebruik geeft een persoon die niet als ingezetene aan een persoon die niet als met een adres in de gemeente in de ingezetene met een adres in de basisadministratie personen is gemeente in de ingeschreven, draagt er zorg voor dat basisadministratie personen is door gedragingen in of vanuit die ingeschreven, draagt er zorg voor woning of dat erf of in de dat door gedragingen in of vanuit onmiddellijke nabijheid van die die woning of dat erf of in de woning of dat erf geen ernstige en onmiddellijke nabijheid van die herhaaldelijke hinder voor woning of dat erf geen ernstige omwonenden wordt veroorzaakt. en herhaaldelijke hinder voor 2. De burgemeester kan een last onder omwonenden wordt veroorzaakt. bestuursdwang wegens overtreding 2. De burgemeester kan een last van het eerste lid in ieder geval onder bestuursdwang wegens opleggen bij ernstige en overtreding van het eerste lid in herhaaldelijke: ieder geval opleggen bij ernstige a. geluid- of geurhinder; en herhaaldelijke: b. hinder van dieren; a. geluid- of geurhinder; c. hinder van bezoekers of b. hinder van dieren; personen die tijdelijk in een c. hinder van bezoekers of woning of op een erf aanwezig personen die tijdelijk in een zijn; woning of op een erf d.
overlast door vervuiling of aanwezig zijn; verwaarlozing van een woning of d. overlast door vervuiling of een erf; verwaarlozing van een e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf; woning of een erf. e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
14
GG. Het opschrift van hoofdstuk 4, afdeling 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting HH. Artikel 4:6 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4:6 Overige geluidhinder Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op 3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale Bouwbesluit of de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland. milieuverordening Zuid-Holland. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. tijdig beslissen) niet van toepassing. II. Artikel 4:13 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien 1.
Het is verboden op door het college van de gemeente, ter voorkoming of in het belang van het uiterlijk aanzien opheffing van overlast dan wel ter van de gemeente, ter voorkoming of voorkoming van schade aan de opheffing van overlast dan wel ter openbare gezondheid aangewezen voorkoming van schade aan de plaatsen, buiten een inrichting in de openbare gezondheid aangewezen zin van de Wet milieubeheer, in de plaatsen, buiten een inrichting in de openlucht of buiten de weg de zin van de Wet milieubeheer, in de volgende voorwerpen of stoffen op te openlucht of buiten de weg de slaan, te plaatsen of aanwezig te volgende voorwerpen of stoffen op te hebben: slaan, te plaatsen of aanwezig te a. onbruikbare of aan hun hebben: oorspronkelijke bestemming a. onbruikbare of aan hun onttrokken voer- of vaartuigen of oorspronkelijke bestemming 15
onderdelen daarvan; b. bromfietsen of motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. 3. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen. 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland.
b. c.
d.
2.
3. 4.
onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen of motorvoertuigen of onderdelen daarvan; kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel of mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland.
JJ. Het opschrift van hoofdstuk 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente betreffende de huishouding van de gemeente KK. Het opschrift van hoofdstuk 5, afdeling 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 1. Parkeerexcessen Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod LL. Artikel 5:2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor a. het gebruiken van een voertuig voor 16
het geven van lessen of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
het geven van lessen of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
MM. Artikel 5:3 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:3 Te koop aanbieden van Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen voertuigen 1. Het is verboden op een door het 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van bestuursrecht (positieve fictieve de Algemene wet bestuursrecht beschikking bij niet tijdig (positieve fictieve beschikking bij beslissen) niet van toepassing. niet tijdig beslissen) niet van 17
toepassing.
Artikel 5:6 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wegenverordening Zuid-Holland 2010 of de Verordening Bescherming Landschap en Natuur. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wegenverordening Zuid-Holland 2010 of de Verordening Bescherming Landschap en Natuur. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
OO. Artikel 5:7 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:7 Reclamevoertuigen Artikel 5:7 Reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijke doel parkeren met het kennelijke doel om om daarmee handelsreclame te daarmee handelsreclame te maken. maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen 2. Het college kan ontheffing van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de ontheffing is paragraaf is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene 4.1.3.3 van de Algemene wet wet bestuursrecht (positieve fictieve 18
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
PP. Artikel 5:8 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:8 Grote voertuigen Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet 3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of weg worden geplaatst of gehouden. gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van bestuursrecht (positieve fictieve de Algemene wet bestuursrecht beschikking bij niet tijdig (positieve fictieve beschikking bij beslissen) van toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. QQ. Artikel 5:14 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:14 Definitie Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de venten verstaan het in de 19
uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren vano goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, o verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet of artikel 5:22 c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
o
o
o
uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet of artikel 5:22 c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
RR. Artikel 5:15, lid 4 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:15 Ventverbod Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden op of aan het strand 1. Het is verboden op of aan het strand te venten. te venten. 2. Het is verboden te venten indien 2. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. gevaar komt. 3. Het is verboden te venten op 3. Het is verboden te venten op zondagen en maandagen t/m zondagen en maandagen t/m zaterdag tussen 18.00 en 08.00 uur. zaterdag tussen 18.00 en 08.00 uur. 4. Het verbod geldt niet voor zover in 4. Het verbod geldt niet voor zover in het het daarin geregelde onderwerp daarin geregelde onderwerp wordt wordt voorzien door artikel 5 van de voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Wegenverkeerswet.
SS. Artikel 5:17 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:17 Definitie Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder 1. In deze afdeling wordt onder 20
standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een o jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
o
o
o
standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
TT. Artikel 5:22 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:22 Definitie Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: verstaan: a. een markt of jaarmarkt als o a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet; Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. artikel 2:24. UU. Het opschrift van hoofdstuk 5, afdeling 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 6 Openbaar water Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken VV. Artikel 5:25 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een 1.
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben ligplaats in te nemen of te hebben 21
2. 3.
a.
b. 4.
5.
6.
dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. Het college kan van het in lid 1 bepaalde ontheffing verlenen. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegenverordening Zuid-Holland. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.