CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Beantwoording politieke vragen ex art. 41 van het RvO van het lid Spek van 25 januari 2022 inzake vervroegen plaatsing camera’s Brouwerstraat (2790441)

Raad 17 februari 2022, gemeente KatwijkBij agendapunt: A. Voor kennisgeving aan te nemen:4.473 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 589 – 2220 AN Katwijk

Contactpersoon:

Aan de gemeenteraad t.a.v. de heer Spek

Cees Moison Afdeling:

Beleid Fysieke Leefomgeving Te bereiken op:

071- 406 5000 c.moison@katwijk.nl Ons kenmerk:

D2790441 Bijlage(n): Verzenddatum:

geen 25-01-2022

Uw kenmerk: Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex. artikel 41 RvO over plaatsing camera's Katwijk, 25 januari 2022 Geachte heer Spek. Op 21-12-2021 heeft de heer Spek vragen ex art. 41 RvO gesteld over het vervroegd plaatsen van camera’s in de Brouwerstraat. Het college geeft met deze brief antwoord op de vragen.

1. Wat is het verwachte effect van de plaatsing van de VRI’s en wijziging voorrangsregeling op het aantal vrachtwagens in de Brouwerstraat? De bedoeling is dat zoveel mogelijk doorgaand (zwaar)vracht verkeer geweerd gaat worden. Met de voorgenomen overige maatregelen, zoals het plaatsen van VRI’s, streven wij erna om het doorgaande karakter op de Brouwerstraat deels weg te nemen. De realiteit is natuurlijk dat een structurele oplossing alleen geboden kan worden wanneer op hoofdwegenniveau alternatieven geboden worden. . 2. U stelt dat pas na november 2022 wordt gekeken naar de plaatsing van camera’s. Waarom kan op basis van de tellingen dit jaar niet worden geconstateerd dat de camera’s noodzakelijk zijn om het vrachtwagenverbod te handhaven? De camera’s kunnen alleen geplaatst worden nadat alle maatregelen aan de Brouwerstraat zijn uitgevoerd en er dan nog sprake is van (te grote) negatie van het verbod. Het openbare ministerie (OM) stelt dat vooraf de goede maatregelen genomen zijn en dat er een zorgvuldig proces doorlopen moet zijn alvorens de camera’s geplaatst worden. De door het college voorgestelde maatregelen, zoals het plaatsen van VRI’s en het instellen van een voorrangsregeling, zijn daar onderdeel van. De verwachting is dat de VRI’s pas in het 3 e kwartaal van 2022 geplaatst kunnen worden.

Daarbij dienen dan ook de voorrangsregeling met de bij behorende fysieke aanpassingen te zijn uitgevoerd. Pas daarna kunnen we het effect van het negeren van het verbod goed evalueren en met een plan van aanpak naar het OM gaan met het verzoek tot plaatsing van camera’s. gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, (T) 071 - 406 5000, (F) 071 - 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl

*2790441*

2/2

Ons kenmerk: Z2790323D2790441

3. Welke criteria zijn er opgesteld voor het wel of niet plaatsen van camera’s? Door het OM zijn beleidskaders opgesteld voor digitale handhaving geslotenverklaring, die beleidskaders beschrijven een zorgvuldig proces zoals: a. De gemeente stelt een plan van aanpak op naar aanleiding van problematiek in het kader van de leefbaarheid. Hierin zijn de uitgangspunten uitgewerkt die verderop in dit beleidskader besproken worden. b. De politie brengt – indien gewenst – op verzoek van de gemeente een advies uit over de huidige situatie. c. De gemeente zorgt voor afstemming met Parket CVOM (afdeling B&S) en het arrondissementsparket en verwerkt deze afspraken en het advies van de politie in het plan van aanpak. d. Het plan van aanpak wordt in de lokale driehoek vastgesteld. e. Naast het plan van aanpak wordt eveneens een zogenaamd algemeen procesverbaal ter beoordeling aan Parket CVOM voorgelegd. Zie de bijlage voor de invulling hiervan. f. Voorafgaand aan de handhaving worden diverse digitale opnamen ter beoordeling aan Parket CVOM voorgelegd. In de bijlage zijn de hieraan gestelde randvoorwaarden opgenomen. g. Ook beoordeelt Parket CVOM het brondocument dat aan het CJIB wordt overgelegd op volledigheid. Zie de bijlage voor een voorbeeldtekst. h.

Na akkoord van Parket CVOM op het plan van aanpak, de digitale opnamen, het algemeen proces-verbaal en het brondocument wordt met handhaving gestart. Voorgenoemd traject is maar een onderdeel van het totale proces daarom voegen wij in de bijlage kenmerk 279059 het document “Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden” toe. Zodat u zich een beeld kan vormen wat er allemaal voor de plaatsing van de camera’s nodig is en dat daar zowel zorgvuldigheid als tijd voor noodzakelijk zijn. 4. Bent u bereid om de plaatsing van de camera’s te baseren op de tellingen die na ingaan van het vrachtwagenverbod zijn uitgevoerd? Zo nee, waarom niet? Nee, zie daarvoor beantwoording bij vragen 2 en 3 5. Bent u bereid om de eventuele plaatsing van de camera’s uit te voeren in het eerste kwartaal van 2022? Zo nee, waarom niet? Nee, zie daarvoor beantwoording bij vragen 2 en 3

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Katwijk, de secretaris, de burgemeester,

mr. drs. R.T. Jie Sam Foek

ir. C.L. Visser

Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden

Auteur:

Parket CVOM, afdeling Beleid en Strategie

Versie:

Augustus 2018

Contact:

aanvragen.geslotenverklaringen.cvom@om.nl

17 december 2015

Inleiding Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (Parket CVOM) is hét expertisecentrum verkeer en vervoer van het Openbaar Ministerie (OM). Hiermee borgt Parket CVOM de kwaliteit bij de verwerking van zowel Mulder- als strafzaken op het gebied van verkeer. Het parket geeft daarnaast adviezen over wet- en regelgeving op verkeersgebied aan onder andere gemeenten en lokale parketten. Ook beoordeelt Parket CVOM alle beroepen die zijn ingediend tegen Mulder feiten. Gemeenten, maar ook andere opsporingsinstanties, kunnen handhaven op kleine verkeersfeiten, bijvoorbeeld het negeren van geslotenverklaringen en rijden in voetgangersgebied. Gemeentelijke buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) kunnen wanneer zij handhaven vanuit domein I (Openbare Ruimte) of II (milieu, welzijn en infrastructuur) ook schrijven voor hieraan gerelateerde overtredingen. Gemeenten zijn vanwege de omvang van de handhavingsproblematiek en de schaarse capaciteit die beschikbaar is, op zoek naar efficiëntere middelen om te kunnen handhaven. Voor bijvoorbeeld milieuzones en autoluw (winkel)gebied wordt daarom sinds enige tijd teruggegrepen op handhaving door middel van camera’s. Dit kader is een doorontwikkeling van het Beleidskader Flitspalen uit 2015 en is uitgebreid met kaders voor handhaving binnen voetgangersgebied. Met dit kader wordt de uniformiteit van handhaving gewaarborgd.

Door een duidelijke kaderstelling volgt een eenduidige toetsing op de proportionaliteit bij het handhaven door middel van camera’s. Dit kader levert een bijdrage aan het vergroten van de kwaliteit van de aanvragen wat resulteert in een hogere kwaliteit van landelijke digitale handhaving door gemeenten.

Ontwikkelingen De boa’s uit in de genoemde domeinen I en II van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar beschikken over bevoegdheden welke gericht zijn op de aanpak van overlast, kleine ergernissen en andere feiten die de leefbaarheid aantasten. 1 Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is volgens deze beleidsregels toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid en de bescherming van het milieu en de natuur door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht) auto's, zoals de zogeheten milieuzones. Ontwikkelingen in de praktijk vragen om uitbreiding van de digitale handhaving, waaronder een uitbreiding van het digitaal handhaven van ‘niet rijdend de rijbaan gebruiken’, zoals voor voetgangersgebieden aangegeven met bord G7. Ook is in 2017 de mogelijkheid onderzocht van digitale handhaving bij spoorwegovergangen. Daarnaast kan gehandhaafd worden met behulp van een scanauto (ANPR). Dit beleidskader heeft hier geen betrekking op; dit beleidskader richt zich op het handhaven met vaste camera’s. De randvoorwaarden en uitgangspunten van dit kader zijn echter wel van toepassing op het handhaven van geslotenverklaringen door een auto met ANPR.

1

Staatscourant 2017 nr. 36058

1

Stappenplan Gemeenten stemmen het plan van aanpak voor digitale handhaving af met het Parket CVOM. Vervolgens legt de gemeente het plan voor aan de lokale driehoek waarin besloten wordt óf wordt overgegaan tot handhaving. Indien akkoord is gegaan met het voorstel, wordt voor nadere afstemming van de inzet van camera’s bij het handhaven van de geslotenverklaring, contact opgenomen met Parket CVOM. De afdeling Beleid en Strategie (afdeling B&S) van Parket CVOM voert de regie over hoé de handhaving wordt ingericht en beoordeelt of de aanvraag voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in dit beleidskader. Om de kwaliteit van de handhaving te waarborgen, wordt een aanvraag enkel toegewezen indien aan deze uitgangspunten is voldaan. In het kort ziet het traject van een verzoek te mogen handhaven met camera’s (HGV) tot de start van de handhaving er als volgt uit: 1.

De gemeente stelt een plan van aanpak op naar aanleiding van problematiek in het kader van de leefbaarheid. Hierin zijn de uitgangspunten uitgewerkt die verderop in dit beleidskader besproken worden.

2.

De politie brengt – indien gewenst – op verzoek van de gemeente een advies uit over de huidige situatie.2

3.

De gemeente zorgt voor afstemming met Parket CVOM (afdeling B&S) en het arrondissementsparket en verwerkt deze afspraken en het advies van de politie in het plan van aanpak.

4.

Het plan van aanpak wordt in de lokale driehoek vastgesteld.

5.

Naast het plan van aanpak wordt eveneens een zogenaamd algemeen proces-verbaal ter beoordeling aan Parket CVOM voorgelegd. Zie bijlage 1 voor de invulling hiervan.

6.

Voorafgaand aan de handhaving worden diverse digitale opnamen ter beoordeling aan Parket CVOM voorgelegd. In bijlage 2 zijn de hieraan gestelde randvoorwaarden opgenomen.

7.

Ook beoordeelt Parket CVOM het brondocument dat aan het CJIB wordt overgelegd op volledigheid. Zie bijlage 3 voor een voorbeeldtekst.

8.

Na akkoord van Parket CVOM op het plan van aanpak, de digitale opnamen, het algemeen proces-verbaal en het brondocument wordt met handhaving gestart.

2

Dit advies ziet op het plan om digitaal te gaan handhaven. Indien tevens een verkeersbesluit moet worden genomen (instellen voetgangersgebied of geslotenverklaring) is het verplicht om de politie om advies te vragen op grond van art. 24 BABW.

2

Plan van aanpak De gemeente stelt een plan van aanpak op waarin het handhaven van geslotenverklaringen of het handhaven van ‘niet rijdend de rijbaan gebruiken’ zoals met bord G7 aangeduide voetgangersgebieden (HGV) met behulp van camera’s uiteen wordt gezet. Bij de aanvraag zijn de volgende situaties denkbaar: A.

Er is sprake van besluit tot een nieuwe geslotenverklaring of nieuw voetgangersgebied3

In een nieuwe situatie geldt als uitgangspunt bij het plaatsen van camera’s het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto's, zoals de zogeheten milieuzones.4 Deze uitgangspunten worden getoetst aan de hand van politiemutaties, overlastmeldingen en met resultaten van leefbaarheidsonderzoek. Aan de hand van een situatieschets wordt in het plan van aanpak de aanleiding omschreven voor het digitaal handhaven van de geslotenverklaring. Een nieuwe situatie vraagt eveneens om een proportionaliteitstoets. Hierbij wordt de afweging gemaakt of er andere, minder ingrijpende mogelijkheden tot handhaving zijn, zoals bijvoorbeeld aanpassing van bebording. Een camera is een ultimum remedium en geen eerste keus. B.

Er is sprake van een bestaande geslotenverklaring of bestaand voetgangersgebied waar de toegang wordt gereguleerd met behulp van bijvoorbeeld pollers

Bij bestaande geslotenverklaringen en handhaving binnen voetgangersgebieden wordt er van uitgegaan dat de punten onder A destijds bij de besluitvorming tot handhaven reeds zijn afgewogen. In het plan van aanpak volstaat een beknopte argumentatie bij de continuering van het handhaven met camera’s. Hierbij wordt opgemerkt dat een combinatie van een digitaal gehandhaafde geslotenverklaring en de aanwezigheid van pollers in beginsel niet wordt goedgekeurd door Parket CVOM.

3

Indien sprake is van een nieuw verkeersbesluit is het verplicht om op basis van art. 24 BABW hierover in overleg te treden met de politie. 4 Voor de afbakening van het begrip ‘leefbaarheid’ wordt verwezen naar domein I onder 6.1 A van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Staatscourant 2017 nr. 36058).

3

Randvoorwaarden en uitgangspunten 

De gemeente stelt een plan van aanpak op waarin wordt voldaan aan de eisen zoals in dit beleidskader beschreven;

Alle kosten voor aanschaf en beheer van camera’s worden volledig door de gemeente gedragen;

De gemeente stemt af met het CJIB over de eventueel door hen gestelde eisen aan bijvoorbeeld de interfaces, het datatransport en de databeveiliging. De verwerking van de overtredingen vindt door het CJIB plaats. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te toetsen onder welke voorwaarden de verwerking kan plaatsvinden;

Om in de beginperiode een opeenstapeling van het aantal beschikkingen per kenteken te voorkomen, wordt gestart met communicatie naar omwonenden en overtreders en vervolgens wordt gefaseerd gestart met handhaving. In de eerste periode wordt volstaan met een waarschuwingsbrief die door de gemeente aan betrokkenen wordt verzonden en vervolgens wordt per week maximaal één beschikking per kenteken geregistreerd. De eerste beschikking moet in ieder geval aan betrokkene zijn verzonden voordat de volgende wordt opgelegd. Indien vervolgens blijkt dat sprake is van recidive, kan voor elke volgende overtreding een beschikking worden opgelegd;

Als tussen bepaalde venstertijden gehandhaafd wordt, moet een activeringstijd voor de camera ingesteld worden. Dit houdt in dat pas 5 minuten na ingaan van het tijdstip dat de geslotenverklaring van toepassing is of het voetgangersgebied niet meer mag worden ingereden, de camera geactiveerd wordt. Omgekeerd geldt hetzelfde: 5 minuten voor het einde van het tijdvak waarin het verbod geldt, stopt de handhaving. Hiermee worden discussies over de exacte tijd voorkomen;

De “no hits” zijn de voertuigen die geen overtreding hebben begaan en moeten zo spoedig mogelijk (bij voorkeur binnen 72 uur) verwijderd worden uit het systeem. Voorbeelden hiervan zijn hulpdiensten, bewoners of ontheffingshouders. Indien een voertuig zich legitiem in een bepaald gebied bevindt, wordt deze (technisch) uitgezonderd van de werking van de handhaving. De gemeente draagt zorg voor een juist en volledig overzicht van dit soort uitzonderingsgevallen en houdt dit overzicht actueel;

De locaties van de camera’s en de borden waarop gehandhaafd wordt, worden op een plattegrond van het gesloten gebied helder weergegeven. Deze plattegrond wordt in het plan van aanpak opgenomen en als bijlage bij het algemeen proces-verbaal (zie bijlage 1) gevoegd.

Voorkomen moet worden dat bestuurders een fuik inrijden en daardoor bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren. Om dit te vermijden, moet in dergelijke gevallen een vooraankondiging van de geslotenverklaring worden geplaatst. Bij deze aankondiging heeft een bestuurder de mogelijkheid te keren. De borden met deze vooraankondiging moeten eveneens op de plattegrond zijn opgenomen;

4

 Het verwerken van de overtredingen kan op de volgende manieren plaatsvinden: 1. Alle overtredingen – oftewel “hits” – komen in de zgn. handbak. Van hieruit beoordeelt/ controleert een buitengewoon opsporingsambtenaar alle foto’s handmatig. Deze boa doet zelf de waarneming van de strafbare gedraging en stuurt deze door naar het CJIB; 2. In overleg met Parket CVOM kan, indien het handhavingssysteem daarvoor geschikt is, worden overgegaan tot volledig geautomatiseerde handhaving. Hierbij worden strikte eisen aan de kwaliteit van de overtredingsopnamen gesteld. Bij de ANPR registratie is slechts een gering foutpercentage toegestaan. Dit houdt in dat een uitgebreid onderhoud- en beheerplan wordt afgestemd met de leverancier. Als – na toestemming van Parket CVOM – wordt overgegaan tot volledig geautomatiseerde handhaving, dan is het van belang dat wordt voorkomen dat slechts één boa wordt gekoppeld aan alle overtredingen. Indien een deel van deze zaken via de handbak wordt afgehandeld, dan is de boa die deze zaken beoordeelt de verbalisant, omdat dit de opsporingsambtenaar is die de overtreding daadwerkelijk vaststelt. Voor de zaken die volledig geautomatiseerd worden afgedaan, kan de boa die deze zaken in een zogenaamde batch naar het CJIB verzendt als verbalisant worden aangemerkt. 

In het geval zoals onder 2 beschreven, moet naast het algemeen proces-verbaal bij de invoer van de overtredingsgegevens in de Transactiemodule CJIB bij het veld ‘opmerkingen verbalisant’ een tekst worden geplaatst waaruit blijkt dat de overtreding geautomatiseerd is geconstateerd. Deze tekst kan als volgt luiden: “De overtreding is geautomatiseerd geconstateerd met een camera die enkele meters na (of voor) bord C1 is geplaatst.” Zie voor een mogelijke tekst bijlage 3. Voor gebruik wordt deze tekst ter beoordeling aan Parket CVOM voorgelegd.

Indien camerasystemen in werking zijn waarop de borden niet zichtbaar zijn, dan zal een (minimaal) maandelijkse omgevingsschouw moeten plaatsvinden door een opsporingsambtenaar. Deze legt in een proces-verbaal vast dat de borden en de daarbij behorende onderborden juist zijn geplaatst;

Als blijkt dat er borden niet meer juist geplaatst of verwijderd zijn, moet zo snel mogelijk contact met Parket CVOM worden opgenomen. De handhaving dient te stoppen tot de borden weer zijn teruggeplaatst. De gemeente trekt de opgelegde beschikkingen binnen de periode waarbij twijfel over de juistheid bestaat, in bij het CJIB door middel van een correctieverzoek. Hierbij wordt Parket CVOM geïnformeerd, zodat nader kan worden afgestemd wat de werkwijze wordt m.b.t. reeds ingediende beroepen tegen deze beschikkingen;

De gemeente houdt een logboek bij waarin de schouwmomenten zijn opgenomen en maakt dit op verzoek van Parket CVOM inzichtelijk;

Het bord C1 heeft zonale werking indien voorzien van het opschrift ‘zone’. Onder het bord is – indien van toepassing – een onderbord geplaatst met uitzondering(en) die op de geslotenverklaring van toepassing zijn;

5

Bij de aanwezigheid/ de suggestie van een rijbaan moet worden gehandhaafd op basis van een C-bord;

Camera’s mogen enkel voor handhaving geslotenverklaring gebruikt worden en niet voor andere doeleinden;

Handhaving op categorie C- en aan G-borden gerelateerde verbodsbepalingen door boa’s vanuit verkeersveiligheid is niet toegestaan;

De gemeente dient zelf zorg te dragen dat een overtreder de overtredingsfoto bij de gemeente kan opvragen. De gemeente treft hier een aparte voorziening voor;

De gemeente moet als opsporingsinstantie de digitale opnames gedurende een periode van vijf jaar bewaren.

Aanvulling handhaving inrijden voetgangersgebied (G7) Op basis van de in domeinen I en II van de beleidsregels opgenomen lijst zijn boa’s bevoegd te bekeuren voor het inrijden van een voetgangersgebied. Plaatsing van een G7 bord maakt handhaving op basis van dit RVV 1990 artikel mogelijk. Bij de keuze op welke categorie gehandhaafd wordt, is van belang een goede afweging te maken. Dit is van belang, omdat het sanctiebedrag bij overtreding van een C-bord voor bestuurders van motorvoertuigen aanzienlijk lager is dan het inrijden van voetgangersgebieden aangeduid met bord G7. Daarom moet aanvullend aan de volgende eisen worden voldaan en worden de volgende overwegingen meegegeven: 

Voorwaarden om digitaal te mogen handhaven is dat de wegindeling er uitziet als een voetgangersgebied. Hiermee wordt bedoeld dat er geen sprake meer mag zijn van een rijbaan met trottoirs of dat bijvoorbeeld door het soort wegdek niet de indruk gegeven mag worden dat er sprake is van een rijbaan. Er moet ook een voor bestuurders duidelijk herkenbare scheiding zijn tussen de rijbaan en het begin van het voetgangersgebied;

Bij handhaving in een voetgangersgebied wordt voor bestuurders van motorvoertuigen digitaal gehandhaafd op feitcode R315a: “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken” en voor bestuurders van bromfietsen op feitcode R311: “als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken fiets/bromfietspad (G 12a) wat werd gebruikt; waar werd gereden; ook gebruiken bij bord G7, G11 en G13”.

Voor zover van toepassing geldt het bovenstaande eveneens indien het de wens is om digitaal te handhaven op een voor ander verkeer bestemd weggedeelte dat is aangeduid met een Gbord, zoals (brom)fietspaden of, indien digitaal gehandhaafd wordt, op het negeren van een rood kruis boven een rijstrook of het negeren van spoorweglichten.

6

Bijlage 1 Algemeen proces-verbaal Parket CVOM beoordeelt het algemene proces-verbaal alvorens gestart wordt met het handhaven van de geslotenverklaring of andere wijze van digitaal handhaven. In dit procesverbaal is onder andere opgenomen: 

De voorgeschiedenis/ aanleiding van de geslotenverklaring en/of instellen van het voetgangersgebied. Een korte en bondige weergave van de feitelijke situatie volstaat;

De periode waarin gewaarschuwd is voor de geslotenverklaring en/of het inrijden van een voetgangersgebied;

Verklaring dat enkel sprake is van een overtreding indien men zich binnen de geslotenverklaring en/of het voetgangersgebied bevindt en de overtreding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden;

Indien hier sprake van is, vermelding van de aankondiging van het gesloten gebied en/of het voetgangersgebied voordat men dit gebied ingaat. Hiermee is de keuzemogelijk gecreëerd om de zone in te rijden of niet;

In een bijlage een plattegrond met de weergave van de locatie van de bebording en een afbeelding van de bebording met het eventuele onderbord.

Hieronder is een voorbeeld van een algemeen proces-verbaal weergegeven.

Gemeente <naam gemeente> Registratie nr.: <nummer>

Algemeen PROCES-VERBAAL Ik, <naam verbalisant>, handhaver in dienst van de gemeente <naam gemeente>, <naam standplaats> tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, aangesteld in domein I, openbare ruimte, met de akte van beëdiging <nummer> en derhalve bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten zoals in de akte van beëdiging gesteld, verklaar het navolgende. De volgende zaken zijn mij ambtshalve bekend: De geslotenverklaring <locatie> in de gemeente <naam gemeente> en de bebording  Voorgeschiedenis/ aanleiding van de geslotenverklaring, bijvoorbeeld: Na het uitvoeren van een variantenonderzoek voor de geslotenverklaring in de <locatie> in <jaartal> en het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure in <periode> waar de geslotenverklaring locatie integraal onderdeel van uitmaakt is er gekozen voor een geslotenverklaring met een camera;  Invulling van handhaving (welke bebording wordt gebruikt), bijvoorbeeld: Er is gekozen voor een geslotenverklaring met bebording <bord type> met een camera.  Bron bevoegdheid boa, bijvoorbeeld: In de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Staatscourant 2017 nr. 36058) zijn bevoegdheden van boa’s

7

opgenomen welke zien op de aanpak van overlast, kleine ergernissen en andere feiten die de leefbaarheid aantasten binnen de openbare ruimte. In Domeinlijst I onder punt 16 van deze beleidsregels is het handhaven op C-borden in relatie tot leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones genoemd. Het doel van het instellen van de geslotenverklaring in de gemeente <naam gemeente> is het weren van niet ontheffingshouders en daarmee wordt het leefbaarheidscriterium binnen de stad gewaarborgd. Vanaf <datum> is er een geslotenverklaring ingesteld voor voertuigen. Deze verkeersmaatregel is geregeld met het volgende besluit:  Verkeersbesluit <locatie>, instellen geslotenverklaring uitgezonderd ontheffing houders en uitgezonderd bromfietsen, gepubliceerd op <datum> in de Staatscourant NR.

<nummer>;  Bij de ingang van de geslotenverklaring wordt de geslotenverklaring aangeduid met bord <bord type> voorzien van een onderbord met vermelding tekst <onderbord> van bijlage 1 van het RVV 1990;  Het is voertuigen (uitgezonderd ontheffingshouders, (brom)fietsers ) de <locatie>, niet toegestaan de geslotenverklaring aangeduid met <bord type> te passeren;  Voorafgaand aan de geslotenverklaring is er voor de bestuurder van het voertuig altijd een mogelijkheid om niet de geslotenverklaring in te rijden. Wijze van vaststelling van overtreding 

Overtredingen van de geslotenverklaring (handelen in strijd met geslotenverklaring <type> bord) worden geautomatiseerd geconstateerd en op een digitale foto vastgelegd door een vaste camera;

Dagelijks worden de diverse systemen gecontroleerd op een juiste werking;

De vaste camera staat binnen de gemeentegrenzen van de gemeente <naam gemeente>;

De vaste camera is zo gericht dat deze te allen tijde binnen de grens van de zone geslotenverklaring is gericht. Op deze wijze staat vast dat het voertuig op de foto zich binnen de zone geslotenverklaring bevindt en de overtreding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden;

De vaste camera is zodanig geplaatst dat alleen voertuigen die het bord passeren worden gecontroleerd;

Op de foto is zichtbaar dat het voertuig het bord is gepasseerd;

De vaste camera controleert alle voertuigen vlak na het moment dat het voertuig de geslotenverklaring inrijdt;

Alle kentekens worden gecontroleerd in het digitale ontheffingensysteem van de gemeente <naam gemeente> om na te gaan of er ten aanzien van het betreffende kenteken een ontheffing is verleend.

8

Communicatie geslotenverklaring locatie door de gemeente naam gemeente Voorgeschiedenis/ aanleiding van de geslotenverklaring, bijvoorbeeld: Na het uitvoeren van een variantenonderzoek voor de geslotenverklaring in de <locatie> in <jaartal> en het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure in <jaartal> waar de geslotenverklaring integraal onderdeel van uitmaakt, is de publiciteit gezocht om de geslotenverklaring onder de aandacht te brengen van het publiek. De belangrijkste activiteiten staan hieronder opgesomd:            

<Periode> – Communicatie naar bewoners in aangewezen ontheffingengebied voor de aanvraag van een ontheffing; <Periode> – Een tijdelijke vooraankondiging staat op de locaties met de datum van de invoering geslotenverklaring van de geslotenverklaring; <Datum> – <Forum 1>: bericht laatste stand van zaken invoering geslotenverklaring; <Datum> – Artikel in <forum 2> over invoering geslotenverklaring n.a.v. <forum 1>; <Datum> – Inloopavond voor belanghebbenden in <locatie>; <Datum> – Publicatie in de <forum 3>; <Datum> – Persbericht naar lokale pers; <Datum> – Redactioneel artikel in <forum 4>, n.a.v. persbericht; <Datum> – Bericht in <forum 5>. Bereik: <namen gemeenten>; <Datum> – Gerichte Facebookadvertentie op de pagina van de gemeente <naam gemeente> en omgeving, met kaartje met alternatieve routes naar <locatie>; Vanaf <datum> tot <datum> verzendt de gemeente <naam gemeente> een waarschuwingsbrief als een voertuig zonder ontheffing de geslotenverklaring passeert; <Datum> – Inzet tijdelijke bebording en tekstkarren aan beide zijden van de geslotenverklaring;

Vanaf <datum> tot heden zijn aan alle kentekenhouders van de voertuigen die in deze periode de kentekenchecker passeerden op naam gestelde waarschuwingsbrieven verstuurd. In deze brief was opgenomen dat met het betreffende voertuig de toegangseisen van de geslotenverklaring waren overtreden van de gemeente <naam gemeente>. In totaal zijn er tot <datum> ongeveer <aantal> waarschuwingsbrieven verstuurd. Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:

Plattegrond met de weergave van de locatie van de bebording en een afbeelding van de bebording met het eventuele onderbord; Foto van de ingang van het voetgangersgebied; Voorbeeld bebording geslotenverklaring <locatie>.

Ondertekening Dit proces-verbaal is door mij op ambtsbelofte opgemaakt te <naam gemeente> op <datum>. De verbalisant, <naam verbalisant>

9

Bijlage 2 Eisen digitale overtredingsopname Voor aanvang van de handhaving moeten een aantal digitale opnamen ter beoordeling aan Parket CVOM (afdeling B&S) worden voorgelegd om te voorkomen dat foto’s worden afgekeurd en dat de keten wordt overbelast. Deze opnamen moeten de volgende situaties betreffen: dagopname, nachtopname, regen en laagstaande zon indien sprake kan zijn van overbelichting door invallend zonlicht. Met een goede kwaliteit van de verschillende opnamen, wordt eveneens de kwaliteit van de handhaving gewaarborgd. Randvoorwaarden  Op de foto moet het kenteken van het voertuig, de contouren van het voertuig en het genegeerde bord goed zichtbaar zijn;  Op de foto is zichtbaar dat het voertuig het bord is gepasseerd. Indien het bord niet zichtbaar is, wordt de overtreding onderbouwd aan de hand van de schouwgegevens;  Op de digitale opname moet een tekstvak worden geplaatst waarin de onderstaande teksten duidelijk leesbaar en chronologisch zijn geplaatst: -

-

Uniek foto- IDnummer. Zowel de betreffende camera als de locatie worden hiermee weergeven; Datum en tijdstip van de overtreding (dag-maand-jaar) en het tijdstip volgens 24 uur-systeem aangeduid in seconden;5 Locatie conform BPS-systeem en rijrichting voertuig;6 Rijstrooknotatie. Dit is enkel van belang indien dit noodzakelijk is voor de bewijsvoering; Kenteken voertuig. Bij voorkeur wordt het door ANPR gelezen kenteken eveneens op de afbeelding vermeld en niet als afzonderlijk bestand bijgevoegd. Feitcodevermelding van soort overtreding. Indien meerdere feitcodes van toepassing zijn, zoals bij milieuzones, wordt het verkeersbord vermeld dat is genegeerd.

Voorbeeld opschrift digitale opname

5

In geval van overtredingen die zijn geconstateerd in het dubbele uur bij overgang van zomertijd naar wintertijd moet worden vermeld of het zomer- of wintertijd betreft dan wel worden overtredingen die in dit uur zijn geconstateerd niet ingevoerd in de TM-CJIB; 6 Zie: publicaties.minienm.nl/documenten/beschrijvende-plaatsaanduiding-systematiek-bps-1994.

10

Bijlage 3 Voorbeeldtekst brondocument

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11073364/1