6. Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0 (1907184)
Tekst van het document
Kenmerk Programma Onderwerp
: 1907184 : Volksgezondheid en milieu : Regionale energiestrategie 1.0
Katwijk, 20 april 2021. Aanleiding en doel In het nationaal klimaatakkoord van 28 juni 2019 is de opgave van CO2 reductie vastgelegd. Deze wordt uitgewerkt in onder andere de Regionale energiestrategie, de Transitievisie Warmte en de Lokale energiestrategie. De Klimaatwet verplicht gemeenten om 49% minder CO2 uit te stoten in 2030 en 95% in 2050 (t.o.v. 1990). De RES 1.0 is een tussenstap op weg naar de ambities voor 2030 en geeft richting om verdere stappen te zetten op zowel lokaal als regionaal niveau. In het vervolg en de verdere uitwerking is nadrukkelijk ruimte voor het verwerken van nieuwe inzichten. Op weg naar 2030, en zeker naar 2050, zullen onderdelen toegevoegd worden en afvallen, onder meer aan de hand van nieuwe inzichten, kansen en barrières. De RES 1.0 maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma RES (NP RES), een gezamenlijke interbestuurlijk programma van Rijk en decentrale overheden, inclusief de VNG. Het NP RES vraagt alle regio´s de RES 1.0 per 1 juli 2021 aan te leveren. Holland Rijnland is één van die dertig regio’s. Met dertien gemeenten, twee waterschappen, de provincie, de netbeheerder en andere partijen is vormgegeven aan de RES 1.0 van Holland Rijnland. Tevens zijn via een intensief proces vele andere lokale en regionale partijen, inwoners en bedrijven betrokken. De RES 1.0 kent zijn basis onder meer in het Regionale Energieakkoord uit 2017.
Hierin is door de samenwerkende overheden in Holland Rijnland uitgesproken om in 2050 zoveel mogelijk energieneutraal te zijn. De RES 1.0 gaat in elk geval in op opwek van hernieuwbare elektriciteit en warmte. Vanuit de gezamenlijke ambitie zijn besparing en mobiliteit ook onderdeel van de RES 1.0. Besluitvorming over de RES 1.0 vindt plaats in de volks vertegenwoordigende organen van de deelnemende overheden: de gemeenteraad, Provinciale Staten en Verenigde Vergadering van de Waterschappen. Beoogd doelen We zetten in op een gebalanceerde combinatie van inzet op besparing, mobiliteit, warmtevoorziening in de gebouwde omgeving en opwek van hernieuwbare elektriciteit. De laatste twee zijn standaard onderwerpen in de RES. Vanuit de gezamenlijke ambitie uit het Energieakkoord 2017, zijn ook de onderwerpen energiebesparing en duurzame mobiliteit onderdeel van de RES.
Figuur 1: doelen RES 1.0
Toelichting Energiebesparing Als eerste moeten we besparen. Want wat niet wordt gebruikt, hoeft niet te worden opgewekt. De ambitie voor besparing is 1,1 TWh in 2030 oftewel 11 procent minder dan in 2014. Dat doen we door 11 procent te besparen op mobiliteit en 15 procent op de gebouwde omgeving. In woningen kunnen we vooral besparen op warmte. Bij diensten ook op elektriciteit. Besparing is een gemeentelijke verantwoordelijkheid en taak. Focus van besparing ligt op de gebouwde omgeving (warmte in woningen, elektriciteit en warmte in utiliteiten). In regioverband wordt ook voor mobiliteit actief ingezet op besparing. Besparing gericht op land-/tuinbouw en industrie kan onderwerp van kennis- en informatie uitwisseling zijn in de regio en mogelijke nadere samenwerking op subregionaal verband. Toelichting Duurzame mobiliteit Wij zetten in op schonere, slimmere en andere mobiliteit. Dit leidt tot de volgende twee concrete doelen: Reductie van de CO2 uitstoot door mobiliteit in Holland Rijnland met 22 procent in 2030 ten opzichte van 1990 Reductie van het energieverbruik door mobiliteit in Holland Rijnland met 11 procent in 2030 ten opzichte van 2014. Er is in kaart gebracht welke maatregelen bijdragen aan het behalen van deze doelen. Verdere uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van de RES 1.0 en de Regionale Strategie Mobiliteit.
Toelichting Warmte De voorkeursvolgorde van warmtebronnen, de zogenaamde warmteladder, is als volgt: 1. Restwarmte 2. Geothermie 3. Aquathermie (i.c.m.Warmte- en Koudeopslag WKO) 4. Open WKO's 5. Warmtepompen en all-electric oplossingen 6. Groen Gas 7. Biomassa Deze ladder is onder andere gebaseerd op het principe dat we elektrificatie van de warmtevraag zoveel mogelijk proberen te voorkomen. We volgen de mogelijkheden voor toepassing van waterstof als techniek in de gebouwde omgeving met belangstelling. De huidige verwachting is dat dit nog geen rol van betekenis zal vervullen voor 2030. Daarbij geldt dat groene waterstof leidt tot aanvullend benodigde opwek van hernieuwbare elektriciteit (windmolens en zonnepanelen). Collectieve warmtesystemen, oftewel warmtenetten, lijken voor een groot deel van de regio de meest geschikte manier voor verwarming. Om beter zicht te krijgen op de bronnen die het warmtenet gaan voeden, zijn er verschillende nieuwe onderzoeken gedaan naar bijvoorbeeld restwarmte, geo- en aquathermie. Ruimte bestaat daarbij voor oplossingen die de gedeeltelijke elektrificatie van de warmtevraag met zich meebrengen (zoals bijvoorbeeld aquathermie en hybride warmtepompen). Verwachting is dat waarschijnlijk voldoende duurzame bronnen (restwarmte, geothermie, aquathermie, groen gas) beschikbaar kunnen zijn om in 2050 de gebouwde omgeving te verwarmen.
Voorwaarden hierbij zijn: 1. Minimaal 15 procent besparing op warmte. Vooral door woningen te isoleren tot minimaal label D en bedrijven en utiliteitsgebouwen tot label B. 2. Een verbinding met het restwarmtenet uit Rotterdam. De samenwerkende partijen zetten hierop stevig in, net als op geothermie. 3. Goede samenwerking tussen de RES-partners om bovenlokale kansen te identificeren, af te stemmen en zo mogelijk te realiseren. Als regisseur van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving werkt elke gemeente aan een Transitievisie Warmte (TVW). In Katwijk wordt deze warmtevisie binnenkort aangeboden aan de gemeenteraad. Optimale afstemming van lokale vraag en warmtebronnen met bovengemeentelijke potentie vragen afstemming en 3
samenwerking tussen gemeenten. Op basis van de RES 1.0 gaat gewerkt worden aan regionale principes over warmte inzet (koppelen vraag en aanbod en de benodigde bovenlokale infrastructuur). Toelichting Elektriciteit De regionale ambitie is om in 2030 1,05 TWh aanvullende opwek van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te hebben. Dit is een passende inzet voor de regio en in lijn met de ambities uit het Regionale Energieakkoord (2017) en de nationale opgave van 35 TWh. Deze inzet wordt opgewekt door een combinatie van zonnepanelen op (grote) daken en zonnevelden en windturbines. Om in 2030 de opwek gerealiseerd te hebben, moeten begin 2025 de benodigde vergunningen verleend zijn. Dit vraagt om voortvarende verdere uitwerking en concretisering van de ambities. De RES 1.0 is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de regionale netbeheerder Liander. De plannen voor de regio Holland Rijnland leren dat Liander de elektriciteitsnetten komende jaren fors moet uitbreiden. Daarmee worden direct 'stopcontacten' gecreëerd, waarop latere lokale wind of zon projecten kunnen worden aangesloten. Dat zijn no-regret investeringen die hoe dan ook nodig zijn om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te voldoen. De verhouding tussen opwek via zon en via wind is opgenomen in de analyses. Door deze samenwerking hebben we alle plannen integraal kunnen beoordelen. Zo wordt o.a.
voorkomen dat extra elektriciteitsstations moeten worden gebouwd met verdere oplopende kosten tot gevolg. Zon op Daken We zetten zoveel mogelijk in op het opwekken van zonne-energie op daken, ook om de ruimtelijke claims op het buitengebied te beperken. Die inzet doen we binnen de marges van de netcapaciteit en de optimale verhouding in opgesteld vermogen voor wind- en zonne-energie. Concreet gaat dit om 0,25 TWh aan elektriciteit op grote daken. Ook voor de opwek van elektriciteit op kleine daken is de regionale inzet stevig: 0,24 TWh in 2030 (huidig: 0.07 TWh). De opbrengst van zon op kleine daken telt alleen mee voor het RES-bod als er meer geproduceerd wordt dan 0,24 TWh. Dit is op dit moment niet de verwachting en de opbrengst van zon op (kleine) daken telt daarom niet mee in de regionale bijdrage aan de nationale opgave. Zonnevelden en windturbines Voor invulling van de ambitie van dit deel (0,8 TWh) zijn zoekgebieden bepaald. De Concept RES bevatte op dit onderwerp twee denkrichtingen als basis voor verdere uitwerking. Aan de hand van onder meer bestuurlijke weging van de wensen en bedenkingen zijn deze samengebracht tot één kansenkaart. Deze kansenkaart vormde de basis voor de verdere (lokale) participatie rondom dit onderwerp. Op basis daarvan heeft een nadere gezamenlijke beschouwing plaatsgevonden van mogelijke gebieden.
Hierbij is gekeken naar (on)mogelijkheden vanuit het elektriciteitsnetwerk, de ruimtelijke kwaliteit en het bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak. Daarbij zijn zogenaamde ‘niet te mitigeren restricties’ voor milieu en veiligheid verwerkt. De (bestuurlijke) duiding van (lokale) participatie is hierin ook nadrukkelijk verwerkt, hetgeen veelal heeft geleid tot het verkleinen van de potentiele grotere zoekgebieden. De zoekgebieden zijn ruimtelijk geduid en bevinden zich voor een groot deel langs (rijks)infrastructuur. De meest kansrijke zoekgebieden van dit moment dekken theoretisch de genoemde ambitie. De kaart markeert gebieden die voldoende kansrijk worden geacht een bijdrage te leveren aan de regionale ambitie, om nader uit te werken en te concretiseren richting de RES 2.0. De gebieden worden op weg naar de RES 2.0 verder uitgewerkt: welke projecten landen uiteindelijk waar? Ook de PlanMER die momenteel wordt opgesteld zal hierbij worden meegenomen. Op dit moment kan nog niet worden gezegd welke of welk deel van de zoekgebieden uiteindelijk gerealiseerd wordt. Gegeven de regionale ambitie vraagt dit om commitment van alle overheden om te blijven zoeken naar aanvullende kansen en zoekgebieden. Ook gaat elke deelnemende overheid aan de slag met inventarisatie van de benodigde aanpassingen van beleid. Het waarmaken van deze ambities is een grote opgave.
De opgave en de bijbehorende lusten en lasten, waaronder die van de opwek van hernieuwbare elektriciteit, moet evenredig verdeeld worden over de regio, waarbij rekening gehouden moet worden met de mogelijkheden van elke gemeente. Door het vaststellen van de RES 1.0 voldoet de regio aan de afspraken binnen het NP RES. 4
De RES 1.0 is tevens het startdocument om: benoemde zoekgebieden voor wind of zon verder te onderzoeken en waar mogeli jk verder te concretiseren; per gemeente te beginnen met het ruimtelijk instrumentarium aan te passen om grootschalige duurzame opwek van elektriciteit door middel van wind op land of zon op land daar waar gewenst mogelijk te maken; de voortgang van de RES (regionaal) te monitoren; het opzetten van verschillende lobby-trajecten om de benodigde juridische en financiële mogelijkheden bij Rijk onder de aandacht te brengen; verder onderzoek te doen naar de regionale potentie (in zowel aanbod als vraag) rondom het warmtevraagstuk; afspraken te maken op welke wijze de regio inhoud kan geven aan de RES 2.0 (actualisatie van de RES 1.0) die over twee jaar klaar moet zijn. Wat ging vooraf In 2019 en de eerste helft van 2020 is eerst gewerkt aan de Concept RES (verseon 1629203). Die is tot stand gekomen in een intensief samenwerkingsproces tussen publieke partners, de netbeheerder en brede belanghebbenden. Het document is voorgelegd aan de dagelijkse besturen (DB) van de overheidspartners (gemeenten, provincie en waterschappen). Elk DB heeft er voor gekozen om dit te behandelen in haar eigen Raad, de Staten of de Verenigde Vergadering, waarbij zij wensen en bedenkingen konden indienen.
Ook de Programmaraad, een adviserend orgaan waarin het bedrijfsleven en maatschappelijke partners zijn vertegenwoordigd, heeft wensen en bedenkingen ingediend. Op basis hiervan heeft de voorzitter van de Stuurgroep eind september 2020 de Concept RES met de ontvangen wensen en bedenkingen aan het NP RES aangeboden. In de periode daarna is volop ingezet op enerzijds participatie met inwoners en anderzijds op verdere uitwerking van de inhoudelijke thema’s. Basis hiervoor was enerzijds de inhoud van de Concept RES en anderzijds de verzamelde wensen en bedenkingen op de Concept RES van de gemeenteraden. De wensen en bedenkingen van de Katwijk en de reactie van de RES-organisatie daarop, zijn in aparte bijlage (1.3) opgenomen. Participatie met inwoners heeft eind 2020 (doorlopend naar begin 2021) plaatsgevonden over de energietransitie en de RES in het bijzonder. Dat gebeurde op regionaal en lokaal niveau (verseon 1851346), op velerlei manieren en daarbij zoekend naar de juiste wijze, rekening houdend met de beperkingen door de Covid-pandemie. In de RES-regio zijn inwoners betrokken, via webinars, enquêtes, straatgesprekken en op andere wijze. Het lijkt erop dat veel inwoners zich bewust zijn van de noodzaak dat er verduurzaamd moet worden en dat daarvoor ook flink wat dient te gebeuren.
Deze eerste activiteiten en opbrengsten zijn de eerste stap in een langdurig participatieproces over de energietransitie. Ook hebben diverse bijeenkomsten met volksvertegenwoordigers plaatsgevonden. De inhoudelijke uitwerking heeft plaatsgevonden in diverse (ambtelijke) werkgroepen waarin alle gemeenten deel konden nemen. Daarna volgde terugkoppelingen en overleg op bestuurlijk niveau. De opbrengst van het participatieproces is in januari 2021 verzameld, en is meegenomen en verwerkt in de voorliggende RES 1.0. Samenhang De warmtevisie 2030 geeft aan welke wijken gaan wanneer van het aardgas af en welke alternatieven voor aardgas worden daar geboden. De Lokale Energiestrategie (LES) is een uitwerking van de ambities voor energiebesparing en energieopwekking (wind en zon) uit de RES 1.0 Beide worden in 2021 nog afgerond. Rond deze beide producten zal een communicatiecampagne worden opgezet om inwoners en bedrijven verder voor te lichten en bij de verdere invulling te betrekken. Duurzame mobiliteit wordt opgenomen in het uitvoeringsprogramma van de Katwijkse Agenda Mobiliteit.
5
Figuur 2: samenhang RES en andere plannen/projecten in de energietransitie
Motivering voorstel 1.1. De raad heeft de bevoegdheid de RES 1.0 vast te stellen. Door het op deze wijze te doen onderschrijft de gemeenteraad ook de doelstellingen van het Klimaatakkoord uit 2019 zoals die nu zijn opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0, die momenteel ter inzage ligt. 1.2. De raad geeft hiermee kaders aan voor verdere uitwerking. Met dit besluit krijgt het college de opdracht van de gemeenteraad om bij het verwerken van de RES 1.0 in het lokale ruimtelijke instrumentarium dit zorgvuldig af te stemmen met de Regionale Omgevi ngsagenda. Op deze wijze wordt geborgd dat bij toekomstige besluitvorming rondom de ruimtelijke componenten uit de RES1.0 andere prioritaire ruimtevragers worden meegewogen. 2.
De RES 1.0 bevat geen directe afspraken over het vervolg. De RES 1.0 moet gezien moet worden als een startdocument. Er zijn nog geen afspraken gemaakt hoe deze moet worden omgezet in regionale acties. De lokale acties zoals het opstellen van een warmtevisie en een LES zijn wel helder. Het is daarbij ook nuttig de totstandkoming van de RES 1.0 te evalueren en de resultaten daarvan mee te nemen in het vervolg richting RES 2.0. Het is wel duidelijk dat een aantal uitvoeringszaken en het invulling geven aan de RES 2.0 beter in regionaal verband kunnen worden opgepakt. Hierbij moet gedach t worden aan onderzoeken naar de toepassingsmogelijkheden van warmtebronnen en nieuwe opwekkingstechnieken, maar ook de monitoring en bewaking van de voortgang. Een voorbeeld om tot een goede regionale samenwerking te komen is de mogelijke komst van restwarmte uit het havengebied van Rotterdam (WarmtelinQ+). In regionaal verband is het afgelopen jaar hard gewerkt om met bovenregionale partners zoals Gasunie, het ministerie van EZK en de provincie Zuid-Holland de randvoorwaarden te scheppen voor de totstandkoming van een warmtetransportnet tussen Rijswijk en de Leidse regio. 6
Over een bredere (ook voor andere warmteoplossingen) en meer structurele samenwerking zijn nog geen afspraken gemaakt. Het is daarom verstandig om gezamenlijk, dus in regioverband, hiervoor een proces- en organisatieplan voor het vervolg te maken. Kanttekeningen 1.1. Wanneer de gemeenteraad de RES 1.0 niet (tijdig) vaststelt, voldoet de RES 1.0 niet aan de ‘spelregels’ van het NP RES. Het is niet helemaal duidelijk hoe het proces verder moet wanneer één of meerdere gemeenteraden, verenigde vergaderingen of provinciale staten de gevraagde besluiten niet neemt. Op dit moment worden moties of amendementen van één of meerdere van de deelnemende overheden gezien als wensen & bedenkingen die worden meegenomen in de voorbereiding van RES 2.0. In de RES 1.0 is (bestuurlijke) input en lokale participatie van gemeenten verwerkt. Deze input is niet altijd even gedetailleerd of bevindt zich in hetzelfde stadium van ontwikkeling . Het is een verzameling momentopnames van ontwikkelingen in de regio die in verschillende snelheid verlopen. Zo gaan de ontwikkelingen rondom WarmtelinQ+ en de geothermie (aardwarmte) vergunningaanvragen erg snel, terwijl de ontwikkelingen rondom zon-op-daken gestadig voortgang maak. 2.
Door de bestaande structuur, het PHO+ energie, te vragen de totstandkoming van de RES1.0 te evalueren en zorg te dragen voor een nieuw procesplan, ontstaat een situatie waarin een staande organisatie(structuur) wordt gevraagd haar eigen functioneren te beoordelen. Dit risico is minder groot aangezien binnen de bestaande structuur voldoende ‘lokale vertegenwo ordigers’ de kwaliteit van de evaluatie kunnen bewaken. Het PHO+ heeft geen mandaat besluiten namens de individuele colleges of volks vertegenwoordigende organen te nemen. Dit betekent dat de effectiviteit van de organisatie(structuur) onderdeel van de eva luatie en het procesplan zullen moeten zijn.
Voorstel voor raadsbehandeling (facultatief) College
Raad / Informatief
Raad / Oordeelsvormend
Raad / Besluitvormend
20-04-2021
27-05-2021
10-06-2021
24-06-2021
Zie verder onder motivering 1.1 en 1.2 en kanttekening 1.1 Middelen De directe kosten die voortvloeien uit het vaststellen van de RES 1.0 zijn beperkt tot: • lokaal verder onderzoek van zoekgebieden voor zon; • verankering in het lokale ruimtelijke instrumentarium; • ambtelijke inzet bij het traject naar de RES 2.0. Voor de evaluatie en het opstellen van het procesplan voor de RES 2.0 beschikt Holland Rijnland vooralsnog over voldoende middelen. Bij het opstellen van de begroting 2022 is het nog niet duidelijk of er ook (zoals in 2019, 2020 en 2021) rijksbudget beschikbaar is. De deelnemende gemeenten leveren sinds 2017 structureel een bijdrage voor de uitvoering van het Regionaal Energieakkoord. Voor Katwijk is dat ca. € 65.00o per jaar.
7
Toelichting De baten en lasten voor de RES regio zijn van 2021 naar 2022 behoorlijk verlaagd. De verklaring van dit verschil tussen de begroting 2021 en 2022 wordt primair veroorzaakt door de rijksbijdrage RES die via een doeluitkering is binnengekomen bij de gemeente Alphen aan den Rijn en aan Holland Rijnland ter beschikking is gesteld. Deze bijdrage is, zoals uit het AB besluit van 30 oktober 2019 blijkt voor onze regio in totaal €1.258.118. Het bedrag hiervoor is in 3 jaren aan de begroting van Holland Rijnland toegevoegd. De laatste termijn waarin een bedrag van €500.000 is toegevoegd is 2021. Om duidelijkheid te verschaffen ten aanzien van de rijksbijdrage is op 25 maart 2021 door de energieregio's verenigd in het RES-beraad (IPO, VNG, Unie van Waterschappen en het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord) een brief opgesteld naar de demissionair Ministers van Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Financiën. Momenteel wordt gewacht op een reactie op dit schrijven en daarmee de continuering van een financiële bijdrage vanuit het Rijk om het RES-proces ná het vaststellen van de RES 1.0 te continueren. Uitvoering Nadat de RES 1.0 in de gemeenteraden, de verenigde vergadering en provinciale staten is vastgesteld worden deze besluiten door de stuurgroep RES Holland Rijnland verzameld en voor 1 juli 2021 aangeboden aan het Nationaal Programma RES.
Binnen de RES Holland Rijnland zal daarna een evaluatie van het gelopen proces plaatsvinden. De uitkomsten van deze evaluatie, gecombineerd met de wensen van de portefeuillehouders, zullen de input vormen voor een op te stellen procesvoorstel voor het vervolgtraject. In dit procesvoorstel zal in ieder geval een duidelijke scheiding van lokale en regionale taken moeten worden vastgelegd. In Katwijk wordt met de vaststelling van de warmtevisie en de LES voor 1 oktober 2021 de RES 1.0 in principe al in het lokale beleid verankerd. Tegelijkertijd zal een plan van aanpak worden opgesteld voor het verankeren van de relevante stukken uit de RES 1.0 in het lokale ruimtelijke instrumentarium. De RES 1.0 is is opgebouwd uit verschillende componenten die ook via andere tafels lopen. Zo wordt momenteel gewerkt aan een Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland (ruimtelijke impact zon, wind en warmte) en een Regionale Strategie Mobiliteit (verduurzaming mobiliteit). Doordat deze producten op dit moment nog in ontwikkeling zijn en zich in een verschillende dynamiek bevinden, zullen deze pas werkelijk aan elkaar verbonden worden in de RES 2.0. Juridisch advies De RES 1.0 is een politiek-bestuurlijk document dat keuzes markeert en richting geeft, oftewel een strategische verkenning. De RES 1.0 is in die zin geen ‘plan’ of beleidsdocument dat (derden) partijen hier rechten aan kunnen ontlenen.
De RES 1.0 vraagt om vertaling naar (lokale en bovenlokale) projecten en (ruimtelijk) beleid om tot realisatie te kunnen komen. De individuele RES-partners zijn hiervoor aan zet: zij bepalen hoe de RES verder wordt uitgewerkt en vertaald wordt naar beleid. In die zin moet de RES 1.0 als een startdocument worden gezien. Communicatie De vrijgave van de RES 1.0 voor besluitvorming in de raden, verenigde vergaderingen en provinciale staten is begeleid door een persmoment. Lokaal bestaat geen voornemen om voor de vaststelling van de RES 1.0 een eigen communicatiecampagne op te stellen. De nadruk bij de communicatie rondom de energietransitie is in Katwijk voorzien rondom de vaststelling van de warmtevisie en de LES.
8
Bijlage(n) 1. RES 1.0 2. Bijlage 1.1 Samenvatting reactie Wensen en Bedenkingen 3. Bijlage 1.2 Integraal overzicht Wensen en Bedenkingen op Concept RES 4. Bijlage 1.3 Overzicht Wensen en Bedenkingen Katwijk en reactie. 5. Bijlage 2.1 Energie als samenhangend systeem 6. Bijlage 3.1 Energiebesparing- Ontwikkeling, potentie en instrumentarium in 7. Bijlage 4.1 Uitkomsten onderzoek duurzame mobiliteit in RES 1.0_def2 8. Bijlage 5.1 Toelichting vraag en aanbod 9. Bijlage 5.2 Notitie piek- en back-up voorziening 10. Bijlage 5.3 Waterstof in de gebouwde omgeving 11. Bijlage 5.4 Cascadering 12. Bijlage 6.1 Netimpact rapportage RES 1.0 Holland Rijnland 13. Bijlage 6.2 Ruimtelijke Kwaliteit analyse 14. Bijlage 6.3 Routekaart zon op dak 15. Bijlage 6.4 Procesbeschrijving denkrichtingen concept RES naar kansrijke gebieden RES 1.0 16. Bijlage 6.5 Handreiking verankering in omgevingsbeleid 17. Bijlage 6.6 RES-kaart Holland Rijnland 18. Bijlage 6.7 Omgevingsparticipatie 19. Bijlage 8.1 Uitkomsten regionale enquête energietransitie in de RES -regio Holland-Rijnland 20. Bijlage 8.2 Uitkomsten aanvullende enquête ruimtelijke voorwaarden /financiële participatie 21. Bijlage 8.3 Opbrengsten lokale participatie
Burgemeester en wethouders van Katwijk, De secretaris De burgemeester
9
Raadsbesluit Kenmerk Programma Onderwerp
: 1907184 : Volksgezondheid en milieu : Regionale energiestrategie 1.0
De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Katwijk van 20 april 2021 gelet op artikel 2 van de Klimaatwet; gelet op artikel 147:2 van de Gemeentewet;
BESLUIT: 1. de RES 1.0 vast te stellen. 2. het college opdracht te geven de RES mee te nemen in de verankering van het lokaal (omgevings-)beleid, in afstemming met de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 24 juni 2021 De griffier
De voorzitter
10