6. Politieke vragen ex art. 41 van het RvO van het lid I.W. van der Plas van 7 december 2021 inzake aardwarmte en drinkwater in Zuid-Hollandse duinen (2771507)
Tekst van het document
Aan: het college van B&W van de gemeente Katwijk Van: Irene van der Plas-de Groot, CDA Katwijk Katwijk, 7 december 2021
Betreft: aardwarmte en drinkwater in Zuid-Hollandse duinen Geacht college, Hierbij stuur ik u, namens de CDA-fractie, een aantal vragen toe over de botsende belangen tussen onderzoek naar aardwarmte aan de ene kant en drinkwaterwinning aan de andere kant in de Zuid-Hollandse duinen. Ook de bescherming van aanvullende grondwatervoorraden die aangewezen moeten worden voor de drinkwatervoorziening komt aan bod. Bij voorbaat dank voor de beantwoording. Toelichting Het Zuid-Hollandse duinengebied is voor miljoenen Nederlanders de bron van uitstekend drinkwater, valt onder de beschermende status van Natura 2000 en is grotendeels in handen van waterbedrijf Dunea en Staatsbosbeheer. En toch mag worden gekeken of het gebied geschikt is om aardwarmte uit de bodem te halen terwijl mijnbouwactiviteiten, zoals boren naar aardwarmte, een risico kunnen vormen voor grondwater dat is bestemd voor de drinkwatervoorziening. De afgelopen week verscheen er een uitgebreid achtergrondartikel in het Leidsch Dagblad en het NRC 1 van de hand van Erik van der Walle. Strekking van het bericht is dat de ontwikkelingen rondom aardwarmte en het veilig stellen én de kwaliteit van het drinkwater in de Zuid-Hollandse duinen moeilijk samen gaan.
De CDA fractie heeft n.a.v. het bovenstaande de volgende vragen ex art. 41 RvO:
1. Is het college op de hoogte van het feit dat drinkwaterbedrijf Dunea vreest dat met het afgeven van vergunningen aan bedrijven als Shell er risico ontstaat voor onomkeerbare schade in de duinen bij het zoeken naar aardwarmte? 2. Waterwin- en Natura2000 gebieden in de duinen vallen vaak samen met een gebied met hoge potentie voor geothermie. Waar D4 en Shell nu stellen „niet te gaan boren in waterwingebieden, gezien hun grote belang voor de regio” kan dit in de toekomst wellicht anders zijn. Officieel worden waterwingebieden niet voldoende door de overheid beschermd. De Rekenkamer noemt de bescherming van waterbronnen „onduidelijk”. Hoe kijkt het college hiernaar en wat is de inschatting van het college? 3. Is het college het met de CDA-fractie eens dat het belang van de veiligheid van ons drinkwater uit de duinen moet prevaleren boven de mogelijkheid van bedrijven om bodemonderzoek naar aardwarmte te doen? Zo nee, waarom niet? 4. Is het college voor de vergunningverlening in gesprek geweest met Dunea over de risico’s die Dunea benoemt voor de veiligheid van het drinkwater zoals het door lekkages terecht komen van zout water in het zoete grondwater? Zo nee, waarom niet?
5. Begrijpt het college de behoefte van Dunea om de bescherming van waterbronnen doeltreffend geregeld te zien zodat er geen concurrentie tussen water en warmte ontstaat? Is het college bereid hier aan mee te werken en hier een rol te pakken? 6. In het genoemde artikel staat dat Katwijk (met vijf andere gemeenten) initiatieven voor aardwarmte toejuicht en daarom geen aanleiding ziet om bezwaar aan te tekenen tegen de vergunningen? Klopt dat en wat is precies de argumentatie geweest om in de vergunningen niet de voorwaarde te stellen om waterwingebieden uit te sluiten van onderzoeken naar aardwarmte? 7. Heeft het college geprobeerd om als gemeentelijke overheid het duinengebied volledig uit te sluiten bij de verleende vergunningen voor onderzoek naar aardwarmte? Zo nee, waarom niet? 8. Is het college bereid om alsnog bij het ministerie aan te dringen om duidelijke, harde afspraken te maken zodat kwetsbare waterwingebieden worden uitgesloten bij een vergunning en dat ook schuinboringen onder waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden niet worden toegestaan? Graag met uitleg. 9. Zijn er ook nog andere mogelijkheden om te sturen op basis van de gemeentelijke bevoegdheden? Zo ja, welke? 10. a.
Wat vindt het college van de uitspraak 5 van de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) dat een functiescheiding tussen mijnbouw en drinkwater van belang is voor de Aanvullende Strategische Voorraden? Dit tegen de achtergrond van het feit dat een groeiende drinkwatervraag, klimaatverandering en bedreigingen van drinkwaterbronnen ervoor zorgen dat aanvullende grondwatervoorraden aangewezen moeten worden voor de drinkwatervoorziening. b. Wat vindt het college van de gezamenlijke oproep van Vewin en IPO om te zorgen voor een goede bescherming van de toekomstige watervoorraden? c. Wat kan het college doen om gehoor te geven aan deze uitspraak en de oproep? 11. Op zoeklocaties voor nieuwe waterwingebieden zoals bij het Valkenburgse Meer mag nu ook naar aardwarmte worden gezocht. Is het college niet bang dat de drinkwaterproductie die de komende jaren aanzienlijk verhoogd moet worden, door de onderzoeken naar aardwarmte bij bovengenoemde locatie niet voldoende kan stijgen? Graag met toelichting. 12. In de Informatiebrief initiatief Geothermie (1709465) 2 staat te lezen dat er een initiatief is voor de ontwikkeling van een open en publiek warmtenet alsmede verdergaand onderzoek naar de potentie van geothermie in onze regio.
Tevens wordt er gemeld dat initiatiefnemers (Shell, Firan, D4) een intentieovereenkomst hiertoe met de betrokken gemeentes willen sluiten. Is er die intentieovereenkomst al gesloten? Zo nee, wat is dan de stand van zaken en de status van de projectstructuur? 13. In de Nota van zienswijzen warmtevisie (76107) 3 is onder zienswijze nummer 3.2 een uitgebreide zienswijze van Dunea te vinden waarin onder meer de bescherming van de grondwaterkwaliteit voor de drinkwatervoorziening én de ruimtedruk op de bescherming van duin en water nu en in de toekomst aan de orde komt. Als reactie op de zienswijze van Dunea zijn flinke aanpassingen in de tekst van de warmtevisie gedaan en is Dunea benoemd als stakeholder. Schat het college in dat deze aanpassingen juridisch gezien voldoende zijn om de bescherming van onze drinkwatervoorziening, kwalitatief én kwantitatief, voor nu én in de toekomst, veilig te stellen? Graag met toelichting.
14. In de Warmtevisie van de gemeente Katwijk 4 staat op pag. 32 te lezen: “In de duinen in het westen van de gemeente Katwijk zijn bodemsystemen niet toegestaan vanwege hun functie als waterwingebied. Het waterwingebied is voor het grootste gedeelte tevens een natuurgebied. Restricties kunnen in overleg met de provincie of andere regulerende overheden mogelijk versoepeld worden.” Ziet het college met de CDA-fractie in dat alleen uit deze laatste zin uit de eigen Warmtevisie al blijkt dat de bescherming van het waterwingebied dus niet 100% vaststaat maar dat daaraan getornd kan worden? Graag met uitleg.
Met vriendelijke groeten, Irene van der Plas-de Groot namens fractie CDA Katwijk
1 https://www.nrc.nl/nieuws/2021/11/29/drinkwater-en-aardwarmte-botsen-in-de-zuid-hollandse-duinen-a4067223 2 https://katwijk.notubiz.nl/document/9010899/1/22_%20Brief%20van%20het%20college%20van%20B&W%20van%2014%20juli%202020 %20inzake%20initiatief%20Geothermie%20(1709465) 3 https://katwijk.notubiz.nl/document/10593524/1/9_%20Bijlage%202_%20Nota%20van%20zienswijzen%20warmtevisie%20(76107) 4 https://katwijk.notubiz.nl/document/10760340/1/21_%20Bijlage%201_%20Warmtevisie%20-%20Gemeente%20Katwijk%20(76107) 5 https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/nieuws/niet-naar-aardwarmte-boren-in-drinkwatergebieden.19120847.lynkx