6. Bijlage 1. Bestemmingsplan 2e herziening De Horn (1891380)
Tekst van het document
Dit biotoop is niet aanwezig.
Vleermuis.net: Gewone grootoorvleermuis
Tweekleurige vleermuis* (gebouwbewonend in Nederland)
Omdat er geen werkzaamheden worden verricht aan hoge gebouwen (zoals flats), kunnen effecten op verblijfplaatsen van deze soort uitgesloten worden. Kraam- en zomerverblijfplaats: vooral nauwe ruimten in hoge flatgebouwen lijken te voldoen als verblijfplaats. In Vlaanderen zijn ze uitsluitend gevonden in of bij - meestal hoge gebouwen in de kustregio. In Utrecht is een kraamkolonie bekend. Winterverblijfplaats: er is maar zeer weinig bekend over waar tweekleurige vleermuizen de winter doorbrengen. Sporadisch worden ze gevonden in rotsspleten, nauwe ruimtes in gebouwen, grotten en kelders. De soort is opvallend kouderesistent en overwintert dus mogelijk ook in holle bomen. Essentiële vliegroute: op weg naar geschikte jachtgebieden zijn ze minder dan andere soorten afhankelijk van lijnvormige elementen in het landschap, en vliegen ze soms op enige tientallen meter hoogte in rechte vlucht richting jachtgebied. Omdat tweekleurige vleermuizen zich op grotere hoogte verplaatsen, kunnen effecten op een essentiële vliegroute uitgesloten worden. Essentieel foerageergebied: het jachtgedrag van de tweekleurige vleermuis lijkt op dat van de laatvlieger en de rosse vleermuis. Hij jaagt voornamelijk in rechtlijnige vlucht of in grote cirkels op vijf tot veertig meter hoogte. Gezien de onafhankelijkheid van landschappelijke structuren wordt geen effect verwacht.
Migratie: over mogelijke migratieroutes van tweekleurige vleermuizen in Europa is weinig bekend, maar waarschijnlijk volgen de dieren vooral de kust of grote rivieren.
Vleermuis.net: tweekleurige vleermuis
Bever*
Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor de bever, zoals moerasgebied, rivieren of meren omzoomd door broekbossen. Ook zijn geen sporen, zoals recente afdrukken gevonden en is er geen beverburcht aanwezig.
Zoogdiervereniging: Bever BIJ12: Kennisdocument Bever
Boommarter*
Er zijn geen konijnen-, vossen- of dassenholen aanwezig binnen het plangebied of binnen 50 meter afstand. Er zijn geen geschikte bomen met inrottingsgaten of spechtengaten. Verder zijn er geen eekhoornholen of gebouwen aan de rand van het bos aanwezig om als voortplantingsplaats te kunnen gebruiken.
Zoogdiervereniging: Boommarter
Waarneming.nl (vliegroute): Franjestaart
Waarneming.nl: tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
42
Uitgesloten soort
Onderbouwing voor uitsluiting
Bron (hyperlink)
Das*
Er zijn geen sporen aangetroffen, zoals burchten, haren of prenten, waaruit mogelijke aanwezigheid blijkt. Ook wordt geen essentieel foerageergebied of wissel aangetast die het functioneren van een burcht negatief kunnen beïnvloeden.
Zoogdiervereniging: Das
Eekhoorn*
Er zijn geen eekhoornnesten (bolvormige nesten) waargenomen binnen het plangebied en 50 meter daarbuiten. Ook zijn er geen geschikte boomholtes of spechtengaten aangetroffen die in gebruik zijn of gebruikt kunnen worden.
Zoogdiervereniging: Eekhoorn
Noordse woelmuis*
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals rietland, moeras, extensief gebruikt weiland, periodiek overstroomde terreinen of natte grazige vegetaties. In gebieden zonder andere woelmuizen komt de soort ook voor in drogere biotopen, zoals wegbermen en zelfs in droog naaldbos.
Zoogdiervereniging: Noordse woelmuis BIJ12: Kennisdocument Noordse woelmuis
Otter*
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Er zijn geen overstromingsvrije oeverholtes die kunnen dienen als nestplaats. Ook zijn geen dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages of kunstmatige holten aanwezig die kunnen dienen als dagrustplaats.Er zijn geen eetplekken, loopsporen, wissels, krabheuveltjes, ottergeil of spraints aangetroffen.
Zoogdiervereniging: Otter
Steenmarter*
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, omdat mogelijke verblijfplaatsen ontbreken (en niet toegankelijk zijn) zoals boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders, kruipruimtes, spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt.
Zoogdiervereniging: Steenmarter
Waterspitsmuis*
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De soort komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt de soort veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten.
Zoogdiervereniging: Waterspitsmuis
*Deze soort wordt altijd behandeld en volgt niet noodzakelijkerwijs uit het literatuur- of veldonderzoek.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
43
BIJLAGE 10 - RELEVANTE FOTO’S
Figuur: het plangebied aan de Oegstgeesterweg 251 te bestaat uit een perceel intensief beheerd grasland, omzoomd door een border met (in- en uitheemse) struiken en bomen. Kijkrichting: zuidoost.
Figuur: op het perceel aan de Oegstgeesterweg 251 is een solitaire paardenkanstanje aanwezig, welke naar verwachting zal worden gekapt. Er zijn geen nesten aanwezig in deze boom.
Figuur: het plangebied aan de Oegstgeesterweg 251 te bestaat uit een perceel intensief beheerd grasland, omzoomd door een border met (in- en uitheemse) struiken en bomen. Aan de noordwestzijde is meer intensief beheerd grasland aanwezig.
Figuur: in de border rondom het nieuwe bouwvlak op nummer 251 zijn diverse (fruit)bomen aanwezig, zoals peer, appel en zomereik.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
44
BIJLAGE 10 - RELEVANTE FOTO’S
Figuur: het oostelijke plangebied (de ligplaats voor een woonboot) bestaat uit een deel van het Oegstgeesterkanaal en de kade. De woonboot zal tussen de twee palen komen te liggen (zie ook de afbeelding rechts).
Figuur: langs een groot deel van de oever is al jaren een ijzeren damwand aanwezig. In het voorjaar van 2020 is deze damwand verlengd met een houten damwand. Het Oegstgeesterkanaal kan de functie hebben als essentiële vliegroute voor water- en meervleermuis.
Figuur: aan de westzijde van het plangebied is rietruigte aanwezig. Hier kunnen vogels tot broeden komen.
Figuur: in het plangebied was tijdens het veldbezoek een meerkoet aanwezig. Deze had op dat moment geen nest.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
45
BIJLAGE 11 - STROOMSCHEMA ECOLOGISCH ONDERZOEK Zoom in om de teksten beter te kunnen lezen (bijvoorbeeld via ctrl+muiswieltje). Indicatieve doorlooptijd in weken
start
8 weken
2 - 4 weken
enkele weken tot circa zes maanden
uitvoering quickscan (in optimale periode*)
2 tot 8 weken
2 weken
4 tot 8 weken
soort wordt aangetroffen én overtreding wordt verwacht
offerte ontheffingsaanvraag
ontheffingsaanvraag opstellen en indienen
Na akkoord op offerte
of:
vervolgonderzoek nodig of: nee: geen vervolgonderzoek nodig.
nee: geen maatregelen nodig
maatregelen nodig?
einde
ja: maatregelen nodig
zelf maatregelen toepassen
ja: offerte vervolgonderzoek
uitvoeren vervolgonderzoek
rapportage opstellen en opleveren
12 tot 20 weken
beoordeling ontheffingsaanvraag door bevoegd gezag + vragen beantwoorden en aanvulling indienen.
Doorlooptijd
4 weken
goedkeuring door bevoegd gezag. Ontheffing wordt verleend
start werkzaamheden zonder overtreding en met aantoonbare goedkeuring bevoegd gezag
einde
alternatief: kies voor een planaanpassing
of: geen soorten aangetroffen en/of geen effect
alternatief: kies voor een planaanpassing
overleg over tijdelijke en definitieve compensatie met opdrachtgever Periode is sterk afhankelijk van informatievoorziening door de opdrachtgever. Opdrachtgever dient bijvoorbeeld een onderbouwing van het belang aan te leveren.
er worden aanvullende voorwaarden gesteld ecoloog moet begeleiden bij maatregel of een EWP1 is nodig offerte voor begeleiding en/ of EWP
uitvoering maatregel(en)
einde
*Indien een quickscan niet in de optimale periode (oktober t/m maart) wordt uitgevoerd, kan het voorkomen dat een soort op korte termijn niet onderzocht kan worden. Wij moeten dan met het onderzoek wachten (vanwege protocollen) tot de geschikte periode. Dit kan in een ongunstige geval toe leiden dat er een vertraging van circa negen maanden ontstaat. Betrek daarom vroeg in het proces een ecologisch adviseur, bij voorkeur in de planvormingsfase. Ecologische risico’s inventariseren kan veelal vrij vlot en desnoods globaal plaatsvinden. Onderzoek naar soorten kan veelal niet versneld worden, omdat er vastgestelde onderzoeksperioden zijn (protocollen). Wij kunnen wel vroeg in het proces een plan op hoofdlijnen beoordelen op ecologsiche risico’s. Vraag ons gerust naar de mogelijkheden. 1 Een EWP is een afkorting van Ecologisch WerkProtocol
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
46
Over ons Habitus is een vooruitstrevend advies- en onderzoeksbureau voor biodiversiteit en natuurwetgeving. Wij zijn als organisatie betrokken bij de klant. Wij zorgen door constante ontwikkeling van onze diensten voor verhoging van de tevredenheid van onze klanten over onze dienstverlening. Wij zijn experts met passie voor ons vak en zorgen voor een soepel traject door kwaliteitsdiensten te bieden. Wij helpen onze klanten met praktisch advies over biodiversiteit en beschermde soorten. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en collega’s op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.
Onze missie en kernwaarden Het is onze missie om de biodiversiteit te beschermen en te verhogen. Met het team van collega's werken we dagelijks in vele projecten met passie aan onze missie. Met wetgeving gerelateerde adviezen dragen we bij aan de bescherming van soorten en zo aan bescherming van biodiversiteit. Met biodiversiteitsadviezen dragen we gericht en direct bij aan het verhogen van de biodiversiteit. Onze kernwaarden zijn: •
betrokken bij onze klanten
•
constante ontwikkeling van onze dienstverlening
•
passie voor natuur.
Klanttevredenheid en kwaliteit Wij staan voor de kwaliteit die we leveren. Onder kwaliteit verstaan wij de mate waarin aan de klantverwachting wordt voldaan of wordt overtroffen. De klant is dus degene die bepaalt of wij kwaliteit leveren. Onze dienstverlening wordt door klanten gemiddeld met hoger dan een acht beoordeeld. Dit geeft aan dat we een passende invulling geven aan de klantverwachting. Wij vinden dat we in eerste instantie zelf aan de lat staan voor de te leveren kwaliteit. Om die reden hebben wij dan ook onze eigen kwaliteitseisen geformuleerd. In samenspraak met onze opdrachtgevers bepalen we de gewenste kwaliteit van een dienst.
Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Wist je bijvoorbeeld dat elke soort unieke vleugelkenmerken heeft? De paarse kleuren zijn een combinatie van blauw (dat staat voor stabiliteit) en de energie van rood. Paars staat ook voor passie en wordt verder geassocieerd met kracht, waardigheid (royalty), creativiteit en ambitie.
18
Bijlagen bij de Toelichting behorende bij bestemmingsplan "2e Herziening De Horn"
Bijlage 2 Onderzoek externe veiligheid
96
status: vastgesteld
Ontwikkeling woonschepenligplaats te Rijnsburg Onderzoek externe veiligheid
Rapportnummer O 16484-2-RA-001 d.d. 25 september 2020
Ontwikkeling woonschepenligplaats te Rijnsburg Onderzoek externe veiligheid
opdrachtgever
Gemeente Katwijk
rapportnummer
O 16 48 4- 2 - R A- 0 01
datum
2 5 s e p t e m b e r 2 02 0
referentie
K v d N/ I K a / C J / O 1 64 84 - 2- R A - 00 1
verantwoordelijke ir. K.V. van der Nat opsteller
MSc I.H. Kalverboer +31 85 8228758 i.kalverboer@peutz.nl
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon
O 16484-2-RA-001 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
De beoogde ontwikkeling
5
2.1
Ligging plangebied
5
2.2
De beoogde ontwikkeling
5
3
Wet- en regelgeving
7
3.1
Algemeen
7
3.2
Relevante begrippen
7
3.3
Besluit externe veiligheid buisleidingen
8
3.4
Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb)
8
3.5
Bestuurlijk kader externe veiligheid Holland Rijnland (2014)
9
4
Risicobronnen in de omgeving
11
4.1
Inventarisatie risicobronnen
11
4.2
Conclusie
13
5
QRA buisleiding
14
5.1
Uitgangspunten
14
5.2
Rekenresultaten
17
5.3
Beoordeling
20
6
Conclusie
21
O 16484-2-RA-001 3
1
Inleiding In opdracht van gemeente Katwijk is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico's ter plaatse van een woonschepenligplaats aan de Oegstgeesterweg te Rijnsburg. Het voornemen bestaat om een bestaande woonboot circa 100 meter te verplaatsen. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘De Horn’, dat in 2006 is vastgesteld door gemeente Katwijk. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt thans een nieuwe bestemmingsplan, te weten de '2e herziening De Horn', opgesteld. Hierbij dient aangetoond te worden dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In dat kader vraagt het aspect externe veiligheid om aandacht. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een kwetsbaar object conform wetgeving op het gebied van externe veiligheid. In de omgeving van de beoogde ontwikkeling is daarbij sprake van transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Aangezien de beoogde ontwikkeling zich binnen het invloedsgebied van een tweetal buisleidingen bevindt dienen de externe veiligheidsrisico’s nader inzichtelijk gemaakt te worden. In voorliggend rapport zijn de externe veiligheidsrisico's ter plaatse van de beoogde ontwikkeling middels een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) inzichtelijk gemaakt.
O 16484-2-RA-001 4