CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage 1. Bestemmingsplan 2e herziening De Horn (1891380)

Raad 22 april 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan tweede herziening De Hom36.627 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

(bijvoorbeeld een gebouw) is opgericht, ingericht en daardoor gebruiksklaar is. Toezicht vindt plaats op grond van een verleende omgevingsvergunning of algemeen geldende voorschriften. Objecten worden volgens een vastgestelde controlefrequentie periodiek gecontroleerd. Hoofdzakelijk betreft het toezicht periodieke controles op basis van het Bouwbesluit 2012, de Wet milieubeheer, de APV (evenementen) en hieraan gerelateerde wetgeving. Ten slotte wordt toezicht gehouden op gebiedsniveau; (strijdig) gebruik en het illegaal oprichten van bouwwerken en ruimten. Op deze manier worden de ruimtelijke, esthetische en landschappelijke kwaliteiten versterkt en de veiligheid en leefbaarheid van de (openbare) ruimte verbeterd. Dit type toezicht is veelal naar aanleiding van een klacht of melding of op basis van vrije veldtoezicht. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar voor toezicht en handhaving.

status: vastgesteld

45

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "2e Herziening De Horn"

Hoofdstuk 8

Procedure bestemmingsplan

Burgemeester en wethouders geven het ontwerpbestemmingsplan 2e Herziening De Horn vrij voor ter visie legging conform art 3.8 (nieuwe) Wro. Na publicatie, wordt het ontwerp dan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. In die tijd kunnen door een ieder zowel mondelinge als schriftelijke zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad. Het ontwerpbestemmingsplan wordt tegelijkertijd gebruikt voor vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Na verwerking van de zienswijzen, vooroverlegreacties en mogelijke ambtelijke aanpassingen zal de gemeenteraad - binnen 12 weken na afloop van de zienswijzentermijn - besluiten over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan wederom 6 weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn). Belanghebbenden die tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangebracht.

46

status: vastgesteld

Bijlagen bij de Toelichting behorende bij bestemmingsplan "2e Herziening De Horn"

Bijlagen bij de Toelichting

status: vastgesteld

47

Bijlagen bij de Toelichting behorende bij bestemmingsplan "2e Herziening De Horn"

Bijlage 1 Quickscan Wet natuurbescherming

48

status: vastgesteld

Quickscan Wet natuurbescherming

Oegstgeesterweg te Rijnsburg Gemeente Katwijk

Projectadviseur Amber Heitman MSc

Kwaliteitscontrole Nick Kroese BSc

amber@habitus.nl 0172-204060

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de

Rapportage Amber Heitman MSc

opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend

Documentcode KATW2020-6-QS1-V1

uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden.

In opdracht van Gemeente Katwijk Contactpersoon opdrachtgever Dhr. A. Rustenhoven

Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.

Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894

Opleverdatum 20 augustus 2020

https://habitus.nl

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

2

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING EN ONDERZOEK 4

2.

PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 6

3.

RESULTATEN 7

4.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 14

5.

MAATREGELEN 15

BRONVERMELDING

BIJLAGEN

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

3

1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding

1.3 Criteria

Deze toetsing wordt aangevraagd voor een bestemmingsplanwijziging.

Er

dient

daarom

Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:

•

Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige

onderzocht te worden of met de voorgenomen

ecologen met een hbo of wo opleiding op

(ruimtelijke)

ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,

ontwikkeling

sprake

is

van

overtreding van de geldende natuurwet en -regelgeving.

•

dierecologie of bos -en natuurbeheer. Het

onderzoek

is

uitgevoerd

door

een

onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart Indien na het onderzoek geen overtredingen

hierbij geen enkel belang te hebben bij de

worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de

uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere

ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.

vaste medewerker de ethische gedragscode

Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

• •

ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. Het onderzoek voldoet aan onze eigen procesen kwaliteitseisen Bekijk deze hier. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang

1.2 Doel en centrale vraag

dit realistisch is, gezien de ecologie van de

Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is verricht.

•

betreffende soort(en). Voor het opsporen, vangen (met toegestane vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing

In

dit

rapport

wordt

een

voorgenomen

aanwezig.

ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt:

1.4 Werkwijze

Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met

De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.

de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming

(Wnb)

of

het

provinciaal

beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?

Toelichting op de afbeelding Op de nieuwe ligplaats voor de woonboot heeft niet eerder een woonboot gelegen.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

4

1.5 Reikwijdte

1.5.3 Provinciaal beleid

Onderstaand is beschreven aan welke wetten,

Daarnaast

artikelen en aan welk beleid de voorgenomen

beschermde gebieden, beschermd via de Wet

ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.

Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die

wordt

getoetst

aan

provinciaal

in de Verordening Ruimte zijn aangewezen als 1.5.1 Soortbescherming

Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan overige

Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de

beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst.

Wet natuurbescherming:

Tenzij dit specifiek overeengekomen is.

•

3.1

Vogelrichtlijn(soorten) Habitatrichtlijn(soorten)

Indien uit de toetsing naar voren komt dat er

•

3.5

•

3.10 Andere soorten

mogelijk sprake is van een overtreding, dan

•

1.11 Zorgplicht

is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij

In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In

valt te denken aan een soortgericht onderzoek

Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De

(soortbescherming),

vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.

Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).

Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij

Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg

ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling

op dit onderzoek. Zie Bijlage 11 voor een

is er geen kans op het overtreden van de Wet

processchema.

natuurbescherming.

Bij

(éénmalige)

een

NNN-toetsing

of

activiteiten

vindt wel een effect beoordeling plaats, omdat de vrijstelling dan niet geldt. Indien van toepassing worden wel altijd maatregelen voorgesteld om

Kader Omgevingswet (Ow) Naar verwachting zal in de nabije toekomst de Omgevingswet (Ow) met de huidige Wet natuurbescherming verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De exacte datum van invoering is echter nog niet bekend. Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld wordt, is hier te vinden.

1.5.2 Gebiedsbescherming Voor aan

gebiedsbescherming de

volgende

wordt

onderdelen

van

getoetst de

Wet

natuurbescherming:

• Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit

Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.

rekening te houden met de vrijgestelde soorten.

wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de artikelen 2.4 en 4.1).

• Bijzondere nationale gebieden. In de Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

5

2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie

2.2 Werkzaamheden en planning

De twee plangebieden (vanaf hier: 'het plangebied') ligt aan de Oegstgeesterweg te Rijnsburg en is

In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

gelegen in de provincie Zuid-Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In

1. vaststellen van de ligplaats van een woonboot. Er wordt hiervoor een klein oppervlak aan

de huidige situatie bestaat het westelijke plangebied uit een tuin behorend bij het bestaande woonhuis

riet verwijderd, voor de verlenging van de bestaande damwand. De woonboot die hier komt te liggen

op nummer 251. De tuin bestaat uit een gazon, omlijst door in- en uitheemse bomen en struiken. De

is reeds aanwezig in de omgeving en al jaren in gebruik, echter de boot zal enkele honderden meters

omgeving bestaat uit een woonwijk met grote huizen en diepe tuinen.

naar het oosten worden verplaatst.

Het oostelijke plangebied bestaat uit een stuk oever van het Oegstgeesterkanaal. Er is in het

2. vaststellen van een bouwvlak van een nieuw woonhuis. Het bouwvlak zal bouwrijp worden

plangebied een damwand aanwezig en er staat weinig tot geen beplanting. De omgeving bestaat uit

gemaakt er er zal een woonhuis worden gerealiseerd. Een kaart van het plangebied is weergegeven in

het Oegstgeesterkanaal, (agrarisch) grasland en industriegebied. De werkzaamheden beperken zich

Bijlage 5.

tot de in Figuur 1 rood omlijnde gebieden. Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 6) wordt verwacht dat er sterke trillingen en harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoeringsfase mogelijk extra

Legenda Onderzoeksgebied Plangebied

verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt niet gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Het is nog onduidelijk of er water onttrokken wordt of water wordt opgespoten. Er wordt in het oostelijke plangebied in het water en langs de oever gewerkt. Er kunnen zanddepots ontstaan. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet bekend.

Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand en het onderzoeksgebied is blauw omrand (PDOK, 2020). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

6

3. RESULTATEN

3.1 Beschermde gebieden In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in provincie Zuid-Holland benoemd. In Figuur 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied

Afstand tot plangebied (in meters)

Natura 2000-gebied*: 'Meijendel & Berkheide' Natura 2000-gebied*: 'Coepelduynen'. Beide gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie.

2.500 3.600

Natuurnetwerk Nederland

1.200

*In Bijlage 7 is de ingevulde effectenindicator te vinden (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over habitatsoorten en -typen.

Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld.

Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand.

Toelichting op de afbeelding De oever langs het Oegstgeesterkanaal is ter hoogte van het plangebied voorzien van een houten damwand.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

7

2000-gebied niet worden uitgesloten. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het

Legenda

plangebied geen andere habitatsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor

Onderzoeksgebied Plangebied

het betreffende gebied kunnen aan de orde zijn, indien een essentiële vliegroute onderbroken wordt

Beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland Natura 2000-gebied

door lichteffecten (zie ook Hoofdstuk 3.2). 3.1.2 Effecttoetsing NNN Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 1.200 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNNgebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. In provincie Zuid-Holland is er geen sprake van externe werking. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. 3.1.3 Effecttoetsing (stikstof)depositie Door de aard van de activiteit aan de Oegstgeesterweg 251 en de geringe afstand tussen het plangebied en de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, kan een depositie-effect van stikstof momenteel (vanwege het voormalige PAS) niet vooraf uitgesloten worden. Voor het oostelijke plangebied is dit niet aan de orde, aangezien de woonboot dier hier komt te liggen enkel verplaatst wordt, verder van het Natura 2000-gebied af.

Figuur 2: ligging plangebied (rode punten in cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (PDOK, 2020; provincie Zuid-Holland, 2020). 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 7) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebieden ‘Coepelduynen’ en ‘Meijendel & Berkheide’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebieden zullen reiken. De Natura 2000-gebieden liggen daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. De meervleermuis (habitatsoort van Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide) kan gebruik maken van het Oegstgeesterkanaal als essentiële vliegroute. Indien dit het geval is, kan een effect op dit Natura

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

8

3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 11 augustus 2020 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Amber Heitman MSc. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek op 11 augustus 2020 was het droog, circa 32 graden, onbewolkt en stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting noordoost. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8.

Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 9.

Toelichting op de afbeelding In het plangebied staat een grote paardenkastanje. Deze zal mogelijk moeten worden gekapt tijdens het bouwrijp maken van het perceel. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

9

Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Toelichting op Tabel 2:

Zie Figuur 3a en 3b voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.

In deze tabel staan enkel de soorten

Resultaten

waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar

is

een

nadere

Toetsing aan de Wnb

Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek

a/m/ vm

Te verwachten functies

Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied

Werkzaamheid1

Kans op overtreding Wnb2

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

m, a, vm

n

• •

1, 2

Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4

•

Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.

onderbouwing

te vinden over waarom een soort of

• •

beschermde functie is uitgesloten.

• Meervleermuis, watervleermuis

Legenda Tabel 2:

m

vl

a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen n = nest (vogels) Overig en omgeving vl = essentiële vliegroute

Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw en huiszwaluw worden niet verwacht, omdat holtes ontbreken (spreeuw) en er geen bebouwing aanwezig is (huiszwaluw). Oeverzwaluw kan zich vestigen indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen zich vestigen op bouwterreinen en kunnen broeden in hopen afval of bouwmateriaal. De volgende biotopen zijn aanwezig: bebouwing, gazon, struiken, bomen, open water, rietruigte en oeverzone. Zie Tabel 3a en 3b op pagina 11 en 12 voor voorbeelden van vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden in bomen en bosschages en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 5.1.1 voor de te nemen maatregelen voor vogels.

Verblijfplaatsen: er worden geen werkzaamheden aan gebouwen verricht. Er wordt mogelijk wel verlichting geplaatst. Echter, het woonhuis ten noorden van het westelijke plangebied heeft geen geschikte invliegopeningen voor vleermuizen aan de zuidzijde. Daarnaast zit er zeker 10 meter tussen dit gebouw en het nieuw te realiseren woonhuis, waardoor een eventuele aanvliegroute langs die gebouw niet onderbroken wordt. Twee gebouwen aan de zuidzijde staan buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Eventuele lichteffecten worden geblokkeerd door de schutting en de groene border die ertussen staan. Er zijn geen bomen met holtes aanwezig. Bij het oostelijke plangebied zijn eveneens geen geschikte vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Daarom worden effecten op verblijfplaatsen uitgesloten. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt of watergangen gedempt of geblokkeerd. Wel wordt er extra verlichting geplaatst. Afhankelijk van de richting waarop dit licht schijnt en de hoeveelheid strooilicht in de omgeving, kan dit extra licht een mogelijk essentiële vliegroute langs het oostelijke plangebied (het Oegstgeesterkanaal) ongeschikt maken. Effecten op een essentiële vliegroute kunnen daarom bij het oostelijke plangebied niet worden uitgesloten.

Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Er zijn in de directe omgeving alternatieve foerageergebieden aanwezig in de vorm van het verlengde van het Oegstgeesterkanaal. Verder wordt er geen groot oppervlak ongeschikt door eventuele verlichting. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht.

en/of Artikel 1.11

1

Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 HR-soorten

¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2

De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

10

Tabel 3a: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest in

Legenda

het oostelijke plangebied.

Onderzoeksgebied Plangebied Intensief beheerd grasland/gazon Solitaire boom (vogels) Border (struiken met bomen) Bebouwing

Aanwezige biotopen

Beschrijving biotoop

Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):

Bebouwing

woonhuis

kauw

Bomen of bos (niet lijnvormig)

solitaire bomen en bomen in de border

houtduif, turkse tortel, zwarte kraai

Border

struiken met bomen om gazon heen

heggenmus, tuinfluiter, kneu, braamsluiper, tjiftjaf, winterkoning, roodborst, zwartkop, merel

Figuur 3a: kaart met het oostelijke plangebied en biotopen waar diersoorten in verwacht worden. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn weergegeven in deze figuur. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. In het intensief beheerd grasland worden in de directe omgeving van het plangebied geen broedende vogels verwacht.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

11

Tabel 3b: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest

Legenda

in het westelijke plangebied.

Onderzoeksgebied Plangebied Oeverbegroeiing met riet en lisdodde Braakliggend terrein Open, in verbinding staand water (vleermuizen) Intensief beheerd grasland/gazon Meerkoet aanwezig

Aanwezige biotopen

Beschrijving biotoop

Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):

Braakliggend terrein

pioniersituatie

scholekster, kievit, kleine plevier, witte kwikstaart

Oeverzone

ondiep water met moerasplanten langs de oever

waterhoen, kleine karekiet, rietgors

Open, in verbinding staand water

Oegstgeesterkanaal

fuut, meerkoet, knobbelzwaan, canadese gans

Ruigte/oeverbegroeiing

oeverbegroeiing met riet en kleine lisdodde

rietzanger, rietgors

Intensief beheerd (gras)land

droge deel van oever

N.v.t.

Verharding algemeen

straatbetegeling, asfalt, paden, erfverharding

N.v.t.

Figuur 3b: kaart met het westelijke plangebied en biotopen waar diersoorten in verwacht worden. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn weergegeven in deze figuur. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. Het Oegstgeesterkanaal kan een functie hebben als essentiële vliegroute voor de meervleermuis en de watervleermuis.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

12

3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Planten Onder andere de volgende boom- en plantensoorten zijn binnen het westelijke plangebied aangetroffen: paardenkastanje, zomereik, gewone esdoorn, Spaanse aak, appel- en perenbomen, Cotoneaster spec., vlinderstruik, koninginnekruid, haagwinde en diverse algemene grassoorten. In het oostelijke plangebied zijn eveneens algemene grassoorten aangetroffen, kleine lisdodde en riet. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen bedreigde planten van de Rode Lijst aangetroffen. Dieren In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd. Grasland In het grasland kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: egel, konijn, woelrat en gewone pad. Bosschage In de bosschages kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: egel, huisspitsmuis, gewone pad en bruine kikker. Water en oever In het water worden soorten verwacht, zoals: kleine modderkruiper, zeelt, tiendoornige stekelbaars, bastaardkikker, meerkikker en kleine watersalamander.

Ook waterfauna zoals grote spinnende watertor, tuimelaar (Cybister lateralimarginalis), zwanenmossel en gewone poelslak kunnen aanwezig zijn. Toelichting op de afbeelding In het westelijke plangebied groeit Haagwinde.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

13

4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

4.1 Conclusie

Algemene opmerking:

De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag: Is

de

voorgenomen

ontwikkeling

Wet

natuurbescherming

(Wnb)

dienen

genomen

worden

te

in

strijd

met

of

het

provinciaal

beleid?

met

uitvoering

voor

de de

soort-

of

gebiedsbescherming En

welke gestart

uit

de

vervolgstappen kan

worden?

Hieronder volgt een antwoord op de centrale vraag. In tabel 4 is de conclusie samengevat.

In 4.1 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het plangebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 9.

De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk nesten van 'vogels zonder jaarrond beschermd nest'

4.2 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden

op de planlocatie aanwezig zijn. Verder kan het Oegstgeesterkanaal dienen als essentiële vliegroute

Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie

voor vleermuizen. De voorgenomen ontwikkeling is daarnaast mogelijk ook in strijd met het onderdeel

(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.

gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Verder zijn de plannen niet in strijd met provinciale gebiedsbescherming.

• Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Dit onderzoek is enkel benodigd als niet voldaan kan worden aan de maatregelen zoals benoemd in 5.1.2. Als dit niet mogelijk is dient dit onderzoek uitgevoerd te worden tussen 15 april en 15 augustus volgens het meest recente

Tabel 4: Samenvatting conclusie

vleermuisprotocol (momenteel: 2021). Er zijn veldbezoeken in het najaar en voorjaar benodigd.

Soort(groep)/gebied

Maatregel

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

x

Vleermuizen (water- en meervleermuis)

x

Natura 2000 (stikstofdepositie en

x

instandhoudingsdoelstelling meervleermuis)

Onderzoek

Overig/opmerking

• Natura 2000 (geldt enkel voor Oegstgeesterweg 251): er is een aeriuscalculatie benodigd om te bepalen of er depositie-effecten optreden op Natura 2000-gebieden.

zie paragraaf 5.1.1

• Natura 2000 (geldt enkel voor de te verplaatsen woonboot): indien niet voldaan kan

(x)

zie paragraaf 5.1.2

worden aan de maatregelen in 5.1.2, is nader onderzoek nodig naar de vliegroutefunctie die het

x

zie paragraaf 4.2 en 5.1.2

x = maatregel of onderzoek is benodigd, (x) = onderzoek is enkel benodigd als de maatregelen niet uitgevoerd kunnen

Oegstgeesterkanaal heeft voor vleermuizen. Indien uit dit onderzoek blijkt dat dit een essentiële vliegroute is voor de meervleermuis, is een nadere effectbeoordeling of een voortoets Natura 2000 benodigd.

worden.

Zie paragraaf 5.1 voor informatie over hoe om te gaan met soorten waarvoor geen onderzoek benodigd is, maar waarvoor wel maatregelen benodigd zijn. In Bijlage 11 is een stroomschema te vinden waarin de vervolgstappen zijn opgenomen met een indicatieve doorlooptijd.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

14

5. MAATREGELEN Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een

Algemene opmerking: Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 5.4.

Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:

• 5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10) en beschermde gebieden; • 5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11); • 5.3 Bovenwettelijke maatregelen.

Daarnaast wordt in paragraaf 5.4 besproken wat u kunt doen bij een wijziging van de ontwikkeling of wanneer de gegeven adviezen niet passen in de uitvoering of planning. 5.1 Maatregelen beschermde soorten Er zijn maatregelen nodig voor de volgende beschermde soorten: vogels, vleermuizen en rugstreeppad. 5.1.1 Vogels zonder jaarrond beschermd nest Voorkom vernietiging van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op

ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperiode is er veelal een grote kans op het aantreffen van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is vooraf niet te geven. Oeverzwaluw Voorkom vestiging van oeverzwaluw door in de periode april t/m juni steilwanden te voorkomen (in de vorm van zanddepots en afgravingen). Of zorg voor geleidelijke overgangen met een minimale verhouding van 1:3 óf dek de zandhopen af met een stevig zeil. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart Vogelsoorten zoals de witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het plangebied. Of dek de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek. 5.1.2 Vleermuizen (soortbescherming én gebiedsbescherming) Voorkom de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de planlocatie.

Voorkom ook het direct schijnen op het wateroppervlak van het Oegstgeesterkanaal om ervoor te zorgen dat een eventuele vliegroute van vleermuizen niet onderbroken wordt door lichteffecten. Als het schijnen van licht op het wateroppervlak voorkomen kan worden, is er geen nader onderzoek benodigd naar vleermuizen én hoeft er geen voortoets Natura 2000 uitgevoerd te worden. Als het schijnen van licht op het wateroppervlak niet voorkomen kan worden is nader vleermuisonderzoek nodig. Als hieruit blijkt dat er een essentiële vliegroute onderbroken wordt door lichteffecten is er mogelijk een voortoets Natura 2000 benodigd, (zie par. 4.2).

basis van het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de aanwezige biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half februari t/m oktober. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

15

5.2 Zorgplichtmaatregelen

5.2.2 Amfibieën

In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat

In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende

nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden óf dat noodzakelijke maatregelen getroffen

maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

worden. Hieronder volgt de strategie om met deze soorten om te gaan, zie kader.

• Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

• Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet

Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd:

in de oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met een

1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden

ecoloog om negatieve effecten te voorkomen als niet aan (één van) beide maatregelen voldaan

de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten.

kan worden.

2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden

5.2.3 Algemene waterfauna

van. In paragraaf 3.3 zijn per biotoop de zorgplichtsoorten opgenomen die in het plangebied

In het plangebied kunnen algemene zorgplichtsoorten voorkomen, zoals benoemd in paragraaf 3.3.

verwacht worden.

De volgende maatregelen zijn nodig om schade aan individuen te voorkomen:

• Werkzaamheden in de watergangen dienen zoveel als mogelijk uitgevoerd te worden in de maanden september-oktober. Dit is na de voortplantingsperiode en vóór de winterrust van

Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende

vissen en amfibieën. Bovendien hebben in deze periode vrijwel alle water- en oeverplanten

maatregelen minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen.

zaad gezet.

5.2.1 Zoogdieren In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

• Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.

• Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst en voorkom dat verlichting op groenelementen of wateroppervlakken schijnt.

• Zorg dat er voldoende dekking aanwezig blijft van bosschages voor bijvoorbeeld de egel en diverse muizensoorten. Plant nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

16

5.3 Bovenwettelijke of aanvullende maatregelen

•

Op het gebouw kan een groendak aangelegd worden. Met een groendak krijgt een plat dak

Dit rapport is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het

een unieke en duurzame uitstraling. Daarnaast wordt het dak multifunctioneel, waardoor er

rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk

ecologische, economische of sociale voordelen kunnen ontstaan. In deze flyer wordt kort uitgelegd

beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast

wat een groendak is en worden diverse ecologische en economische voordelen benoemd. Er is

zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om

ook een handreiking groene daken ontwikkeld, waarin details staan over wat een groendak is, de

ook daar aandacht aan te geven.

voordelen en hoe een groendak kan worden aangelegd. Nieuwe aanplant of vegetatie-ontwikkeling

Biodiversiteit Wil je met een onafhankelijke en herhaalbare meting weten hoe het met de biodiversiteit gesteld

•

vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen

is in jouw plangebied? En wil je daarnaast aanbevelingen om gericht maatregelen te nemen die de biodiversiteit verhogen? Vraag ons dan om een Quickscan Biodiversiteit uit te voeren! Met de Quickscan Biodiversiteit wordt aantoonbaar gemaakt wat de huidige biodiversiteit is. Bij een vervolgmeting kan de bijdrage dan objectief worden bepaald. Vraag de projectadviseur

Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten, soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve

•

exoten, zoals japanse duizenknoop, watercrassula en grote waternavel. Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang in de vegetatie. Deze rand

gerust om de folder of om meer informatie.

is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst.

5.3.1 Ecologische kansen Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig: Nieuwbouw

Parkeerplaatsen of erfverharding

•

Gebruik grastegels voor het aanleggen van erfverharding of parkeerplaatsen, waardoor kruiden en grassen alsnog kunnen groeien en hemelwater beter afgevoerd wordt.

•

Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden

•

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om

bij nieuwbouw of renovatie. in de nieuwbouw voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer

•

informatie beschikbaar ter inspiratie. Denk aan de huismus als er een vogelschroot wordt geplaatst. Doe dit dan ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model. Mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

17

5.4 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in dit rapport zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de voorgenomen ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het plangebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Vervolgstappen niet inpasbaar? Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheffing benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.

Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het plangebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder.

Andere beschermde soorten aangetroffen? Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in dit rapport benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

18

BRONVERMELDING Internetpagina’s, programma's en online documenten •

BIJ12 (2017). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.

•

Boomvalk (z.d.). Voortplanting.

•

BWLG (2007). Tonghaarmuts.

•

Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (z.d.). Vermiljoenkever.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland.

•

Floron (z.d). Verspreidingsatlas.

•

Haarsma, A-J. (2011). De meervleermuis in Nederland. Rapport nr. 2011.40. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

•

Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR.

•

IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.

•

Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.

•

Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Wet natuurbescherming.

•

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2015). Ecologie bataafse stroommossel.

•

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2008). Nauwe korfslak (Vertigo angustior) H1014.

•

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). PAS-gebieden.

•

NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.

•

Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017.

•

Netwerk Groene Bureaus (2017b). Soortinventarisatieprotocollen.

•

PDOK (2019). Viewer.

•

Provincie Zuid-Holland (2020). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.

•

Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina

•

Rijksoverheid (2020). Omgevingswet.

•

Sovon (z.d.). Sovon.

•

Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.

•

Vleermuis.net (2018). Pagina soorten.

•

Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids.

•

Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina zoogdiersoorten.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

19

BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming (Wnb)

Verbodsartikel

Lid

Toelichting

3.1 Vogelrichtlijn

Lid 1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd.

Lid 2

Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingwet 1998 die

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming

Lid 3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen

Lid 4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Lid 5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van

in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast is weergegeven waar wij aan toetsen.

instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 3.5 Habitatrichtlijn

Soortbescherming

Lid 1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te

De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de

vangen.

voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen

Lid 2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Lid 3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Lid 4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden

Lid 5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag

en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend

van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te

door het bevoegd gezag. In de tabel hiernaast is weergegeven op welke

vernielen.

beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn.

Artikel 3.10 andere

Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten

soorten

vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn in Bijlage 3 weergegeven.

Lid 1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen,

Omgevingswet

c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied

Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan

opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2021 in werking treden.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

20

Beschermde gebieden

Beschermde nesten *Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de

In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-

soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn

gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2

jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in

verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de

categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.

instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of

• Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.

• Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de

de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking).

nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

• Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broe-

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

den en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen

voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet

• Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat

natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

zijn een nest te bouwen.

• Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten die beschermd zijn staan in Bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen.

In het Natuurnetwerk Nederland liggen:

• • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en

Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere

bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt

nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.

Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

21

Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Wij beoordelen ook eventuele effecten op beschermde beleidsgebieden. Zuid-Holland: strategische reservering natuur en belangrijke weidevogelgebieden Het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. Het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f.

uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

22

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN

Nederlandse naam

Categorie

SvI* (als broedvogel)

Nederlandse naam

Categorie

SvI (als broedvogel)

Steenuil

1

matig ongunstig

Gekraagde roodstaart

5

matig ongunstig

Gierzwaluw

2

gunstig

Glanskop

5

matig ongunstig

gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10

Huismus

2

matig ongunstig

Grauwe vliegenvanger

5

matig ongunstig

andere soorten.

Roek

2

matig ongunstig

Groene specht

5

gunstig

Grote gele kwikstaart

3

gunstig

Grote bonte specht

5

gunstig

Kerkuil

3

gunstig

Hop

5

artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek

Oehoe

3

gunstig

onbekend, vermoedelijk ongunstig

Huiszwaluw

5

matig ongunstig

benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de

Ooievaar

3

gunstig

IJsvogel

5

gunstig

Slechtvalk

3

gunstig

Kleine bonte specht

5

gunstig

Boomvalk

4

matig ongunstig

Kleine vliegenvanger

5

Buizerd

4

gunstig

onbekend, vermoedelijk geen broedvogel

Havik

4

gunstig

Koolmees

5

gunstig

Kortsnavelboomkruiper

5

gunstig

Oeverzwaluw

5

gunstig

Pimpelmees

5

gunstig

Raaf

5

gunstig

Ruigpootuil

5

onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel

Spreeuw

5

matig ongunstig

Tapuit

5

zeer ongunstig

Torenvalk

5

matig ongunstig

Zeearend

5

gunstig

Zwarte kraai

5

gunstig

Zwarte mees

5

matig ongunstig

Zwarte roodstaart

5

gunstig

Zwarte specht

5

matig ongunstig

Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten

Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in

vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.

Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)

Ransuil

4

zeer ongunstig

Sperwer

4

gunstig

kolonie)

Wespendief

4

gunstig

Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest

Zwarte wouw

4

onbekend, vermoedelijk gunstig

Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen

Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer

Blauwe reiger

5

matig ongunstig

ongunstige SvI (zie tekst onder kader).

Boerenzwaluw

5

gunstig

Bonte vliegenvanger

5

gunstig

Boomklever

5

gunstig

Boomkruiper

5

gunstig

Bosuil

5

gunstig

toekomstperspectief.

Brilduiker

5

zeer ongunstig

De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,

Draaihals

5

zeer ongunstig

Eidereend

5

zeer ongunstig

Ekster

5

zeer ongunstig (in het buitengebied)

*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)

leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.

Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

23

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)

Nederlandse naam

Categorie

SvI

Nederlandse naam

Categorie

SvI

Bijeneter

4

onbekend, vermoedelijk gunstig

Blauwe reiger

4

matig ongunstig

Buizerd

4

gunstig

Draaihals

4

zeer ongunstig

Grauwe klauwier

4

gunstig

Grutto

4

matig ongunstig

IJsvogel

4

gunstig

Boerenzwaluw

2

gunstig

Boomvalk

3

matig ongunstig

Bosuil

2

gunstig

Gierzwaluw

2

gunstig

Grote gele kwikstaart

2

gunstig

Legenda tabel

Havik

3

gunstig

Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten

Huismus

2

matig ongunstig

Huiszwaluw

2

matig ongunstig

een specifiek nest

Kerkuil

1

gunstig

Categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar

Oehoe

1

gunstig

voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig

Ooievaar

2

gunstig

Raaf

3

gunstig

Ransuil

3

zeer ongunstig

Rode wouw

3

matig ongunstig

Roek

1

matig ongunstig

De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b)

Slechtvalk

2

gunstig

ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)

Steenuil

1

matig ongunstig

Torenvalk

3

matig ongunstig

Wespendief

3

gunstig

Zwarte wouw

3

onbekend, vermoedelijk gunstig

Limburg: vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels met jaarrond beschermde nesten conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg.

Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar

kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen.

*SvI: Staat van Instandhouding

toekomstperspectief. De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie, leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.

Kramsvogel

4

zeer ongunstig

Kwartelkoning

4

zeer ongunstig

Oeverzwaluw

4

gunstig

Paapje

4

zeer ongunstig

Ringmus

4

zeer ongunstig

Roerdomp

4

zeer ongunstig

Sperwer

4

gunstig

Spotvogel

4

matig ongunstig

Visdief

4

zeer ongunstig

Wulp

4

matig ongunstig

Zomertortel

4

zeer ongunstig

Zwarte specht

4

matig ongunstig

Vetgedrukte soorten zijn specifiek in Limburg beschermd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10004775/1