6. Bijlage 1.2. Integraal overzicht Wensen en Bedenkingen op Concept RES (1907184)
Tekst van het document
Overige wensen en bedenkingen
Gemeente Alphen aan den Rijn
Gemeente Hillegom
Gemeente Kaag en Braassem
Gemeente Katwijk
Gemeente Leiden
Gemeente Leiderdorp
Gemeente Lisse
Gemeente Nieuwkoop
Gemeente Noordwijk
Gemeente Oegstgeest
Gemeente Teylingen
Gemeente Voorschoten
Gemeente Zoeterwoude
Hoogheemraadschap van Rijnland
Programmaraad
Provincie
1. Overnemen in RES 1.0: was al gepland, is uitvoerbaar en/of vergt niet al te grote kosten of inzet. Dit betreffen vooral wensen om de komende periode een onderwerp nader te belichten of te onderzoeken
2. Lastig over te nemen aangezien dit veel inzet/kosten vergt, Hier is een besluit over nodig in de Stuurgroep/PHO+ 3. Lastig over te nemen aangezien de wensen en bedenkingen van verschillende partijen niet met elkaar in lijn zijn of omdat een partij iets vraagt ten aanzien van het proces dat nog niet eerder is besproken. Dit betreffen vooral wensen en bedenkingen over het ruimtelijk spoor en de kaart en over het vervolgproces. Hier is een besluit over nodig in Stuurgroep/PHO+ 4. Niet direct over te nemen in de RES 1.0 aangezien de kennis/inzicht het komend jaar er nog niet is. We zullen het wel op de voet blijven volgen. Hier kunnen we komend jaar alleen nog maar een procesantwoord op geven 5. Past niet in de RES 1.0. Aangeven waarom niet en of dit wel of niet elders al is of wordt opgenomen. Actualisatie medio januari 2021: dit onderwerp zal in de RES 1.0 op de volgende wijze worden verwerkt
Verwijzing naar paragraaf en paginummer in concept van de RES 1.0 waarin dit onderwerp behandeld wordt en waarop de wensen en betrekking betrekken hebben
Aandacht voor sociale kant van de transitie, zoals onderwijs en arbeidsmarkt (3 maal) A4. We willen de Regionale Energie Transitie niet alleen zien als een bestuurlijk- en technisch vraagstuk maar ook als een sociaal vraagstuk.
KW5. In de RES en het participatietraject moet uitgebreid aandacht zijn voor het onderwerp ‘arbeidsmarkt’ en ‘onderwijs’, waarbij als voorbeeld de reeds opgestelde uitgangspunten uit de RES van Zeeland kunnen worden genomen.
P11. Arbeidsmarkt en scholing dient verankerd te worden in de RES. Beroepsonderwijs is een onmisbare schakel en partner om de grote energie- en klimaatopgaven te verwezenlijken.
In de RES 1.0 zal aandacht worden besteed aan de sociale kant van de energietransitie. En zal dit thema worden geagendeerd. Dat wil daarmee echter niet zeggen dat de uitwerking en uitvoering daarmee is geregeld. Die zal voor een groot deel liggen bij andere beleidsterreinen.
Arbeidsmarkt, onderwijs en de sociale kant van de energietranistie krijgen weinig aandacht. Het is lastig om dit momenteel goed verder uit te werken. Idee is ook niet dat dit een belangrijk thema is in de participatie. Het is waarschijnlijk niet realistisch om hier in RES 1.0 al een uitwerking van te verwachten. Uitwerking zal waarschijnlijk plaatsvinden in de RES 2.0. Dit thema is nog niet geland in de RES 1.0, maar zal wel aandacht krijgen in aanloop naar de RES 2.0. Mogelijk zal de Programmaraad bij verdere uitwerking van dit thema een belangrijke rol kunnen spelen.
Kosten en betaalbaarheid (9 maal)
H9. Wij vragen Holland Rijnland om in het proces richting de RES 1.0 inzichtelijk te maken welk financieel instrumentarium er beschikbaar is, zowel vanuit de regio als hogere bestuurslagen, en inzichtelijk te maken hoe de beschikbaarheid van financiële middelen afweegt tegen de haalbaarheid en betaalbaarheid van voorgenomen ambities en doel.
KW8. Vanuit haar regierol moet Holland Rijnland een duidelijk beeld schetsen van wat een kosten-effectieve aanpak is, zodat het voor gemeenten duidelijk wordt wat hun handelingsperspectief is en zij zoveel mogelijk in staat worden gesteld ervoor te zorgen dat de kosten van de energietransitie evenwichtig en rechtvaardig worden verdeeld.
LD11. Holland Rijnland zou in de RES 1.0 een duidelijk beeld moeten schetsen wat het handelingsperspectief van gemeenten is ten aanzien van de verdeling van de kosten van de energietransitie, zodat gemeenten zoveel mogelijk in staat worden gesteld ervoor te zorgen dat die kosten evenwichtig en rechtvaardig worden verdeeld.
Ldorp14. Woonlastenneutraliteit: De Gemeente Leiderdorp verzoekt Holland Rijnland om aandacht te geven aan de woonlastenneutraliteit in de RES 1.0, dit begrip verder te operationaliseren, en deze belofte inzichtelijk en concreet te maken voor haar inwoners.
LS16. Lisse maakt zich zorgen over de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie. Wij vragen Holland Rijnland om in het proces richting de RES 1.0 inzichtelijk te maken welk financieel instrumentarium er beschikbaar is, zowel vanuit de regio als hogere bestuurslagen, en inzichtelijk te maken hoe de beschikbaarheid van financiële middelen afweegt tegen de haalbaarheid en betaalbaarheid van voorgenomen ambities en doelstellingen in de RES.
NO11. De energietransitie zal gepaard gaan met substantiële financiële investeringen. Wij zouden in het vervolgtraject graag zien dat, voor zover mogelijk, de verwachte kosten in beeld worden gebracht, met daaraan gekoppeld het beschikbare en nog benodigde financiële instrumentarium op de ambities waar te kunnen maken.
O8. De gemeenteraad van Oegstgeest markeert nogmaals dat hij de noodzaak voor een regionale verduurzamingsopgave onderstreept, maar juist vanwege dit belang verwacht dat realisme voorop staat. De gemeenteraad verzoekt Holland-Rijnland om te gaan werken met realistische doelen. De gemeenteraad van Oegstgeest verwacht dat de ambities uit het regionale Energie-akkoord in de vertaalslag naar concrete doelen periodiek worden herijkt, op basis van de kennis van dat moment, inclusief de geldende juridische en politieke kaders, opdat voortdurend een zo realistisch mogelijk beeld wordt geschetst.
O9. De gemeenteraad van Oegstgeest markeert nogmaals dat betaalbaarheid en draagvlak dominant dienen te zijn in de uitvoering, juist vanwege het belang van de verduurzamingsopgave. De gemeenteraad verzoekt HollandRijnland met klem om te komen tot een maximaal mogelijke inpassing van de dure belofte van 'woonlastenneutraliteit', die door het kabinet, het parlement en uiteindelijk ook door de VNG aan alle inwoners van Holland-Rijnland is gedaan, als conditio sine qua non in de definitieve Regionale Energie Strategie. T13. Teylingen vraagt Holland Rijnland om in het proces richting de RES 1.0 inzichtelijk te maken welk financieel instrumentarium er beschikbaar is, zowel vanuit de regio als hogere bestuurslagen, en inzichtelijk te maken hoe de beschikbaarheid van financiële middelen afweegt tegen de haalbaarheid en betaalbaarheid van voorgenomen ambities en doelstellingen in de RES;
PS18. Wens: Maak richting de RES1.0 de haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen inzichtelijk. Geef daarbij aan wat daarbij de invloed is van keuzes die zijn gemaakt voor duurzame opwek van elektriciteit (in relatie tot bijvoorbeeld de benodigde aanpassing van de infrastructuur) en de inzet van warmtebronnen. PS19. Wens: Houd bij de RES rekening met de doorlooptijden, niet alleen voor de ruimtelijke planvorming, maar ook met het feit dat benodigde investeringsbeslissingen, bijvoorbeeld voor infrastructuur, genomen moeten worden lang voordat deze infrastructuur er ook is en gebruikt kan gaan worden
Voor zover bekend en onderzocht, zullen we in de RES 1.0 aandacht besteden aan de kosten van de energietransitie. Ook zal er aandacht worden besteed aan het aan het voor de gemeenten beschikbare instrumentarium bij de energietransitie en mogelijk in te zetten middelen.
Veel zaken zijn echter nog niet bekend en daarom ook nog niet uit te drukken in kosten.
In de RES 1.0 zullen ontwikkelingen, ambities, vraag en aanbod nader uitgewerkt worden. Ook zullen mogelijke maatregelen en instrumenten concreter worden. De verwachting is echter dat er ten aanzien van de kosten slecht globale indicaties gegeven kunnen worden. Er kunnen bij ter per se geen van de RES 1.0 nog geen schattingen van kosten worden gemaakt. Dat zal zijn beslag krijgen bij verdere uitwerking en concretisering van de RES in concrete uitvoeringsplannen.
Aandacht voor innovaties en pilots (5 maal)
LD6. Wij wensen dat de Regionale Energie Strategie een flexibel karakter heeft en houdt, waarbij – naast de op dit moment al beschikbare technieken – ook wordt ingezet op innovatie en dat veelbelovende ontwikkelingen kunnen worden ingepast. Daarom zou doorlopend onderzoek naar veelbelovende technieken en een periodieke actualisatie van de RES op zijn plaats zijn.
Voorlopig en dynamisch doel (3 maal)
N14. Nieuwkoop betwijfelt of de doelstelling van 80% opwek in eigen regio met het oog op 2050 haalbaar is en pleit ervoor dat deze als een voorlopig en dynamisch doel moet worden beschouwd. Bij de tweejaarlijkse herijking van de RES moet dit doel steeds opnieuw geëvalueerd worden op noodzaak en haalbaarheid op basis van indicatoren binnen de regio en binnen Nederland als geheel. Nieuwkoop vraagt Holland Rijnland om dit op te nemen in het proces rond de RES en verwijst daarbij nadrukkelijk naar het college van Rijksadviseurs, getiteld ‘Via Parijs’.
N15. Nieuwkoop is van mening dat de (on)mogelijkheden van alternatieve energiebronnen en andere innovaties nadrukkelijk als volwaardige opties moeten worden meegenomen bij de tweejaarlijkse herijking van de RES en vraagt Holland Rijnland een strategie te ontwikkelen om innovatieve technieken structureel te kunnen blijven monitoren en ondersteunen.
N17. Nieuwkoop wenst dat de regio zich actief positioneert als regio waar innovaties lokaal binnen proefprojecten nader onderzocht kunnen worden. Nieuwkoop wil daar best wel een pilot gemeente voor zijn.
NO20. Noordwijk betwijfelt of de doelstelling van 80% opwek in de dichtbevolkte eigen regio met het oog op 2050 haalbaar is en pleit ervoor dat deze doelstelling als een voorlopig en dynamisch doel wordt beschouwd. Bij de tweejaarlijkse herijking van de RES moet dit doel steeds op basis van voor de gemeente en regio relevante indicatoren en ontwikkelingen worden herijkt, waarbij deze lijst van wensen en bedenkingen een terugkerende plek behoort te krijgen. Ook de ontwikkeling van relevante innovaties op het gebied van energieopwekking dient daarin meegenomen te worden. Noordwijk vraagt Holland Rijnland om dit op te nemen in het proces rond de RES.
V4. Bij de geplande periodieke herijking van de RES moet er aandacht blijven voor mogelijkheden van innovatie en bijsturing met de kennis van het moment. Denk hierbij aan het mogelijk beschikbaar komen van alternatieven als groen synthetisch gas of waterstof. Op deze wijze kunnen de best passende middelen worden ingezet om de doelstelling te behalen. Biomassa wordt niet als alternatief gezien.
HH4. Zonnepanelen op water zijn onder strikte voorwaarden mogelijk en bieden soms zelf kansen voor verbetering van waterkwaliteit. P1. De ambities in de RES lijken haalbaar, maar zijn vaak ook nog vaag en oningevuld.
PS15. Bedenking: Innovatie is onderbelicht in de RES’en, ook omdat focus ligt op de periode tot 2030 en bestaande technieken.
PS16. Wens: Neem in de RES1.0 een doorkijk naar het beoogde energiesysteem in 2050 en de RES2.0 op en benoem hoe innovatieve technieken een rol (kunnen) spelen op deze termijn.
Er is en blijft aandacht voor innovaties. Ook blijven Er is een monitor opgezet waarmee we we actief kijken om in onze regio pilots en jaarlijks kunnen meten in hoeverre de proefprojecten op te zetten. doelstelling gehaald zullen worden. Hier zal ook bij de RES 2.0 zeker naar worden gekeken.
Ook landelijk is er aandacht voor monitoring. Zo mogelijk zullen we daarbij aansluiten.
In hoofdstuk 2 (energiesysteem) wordt ruim aadancht besteed aan dit thema.
Monitoring is een belangrijk onderdeel bij opvolging van de RES 1.0. Zie ook 9.2
In kaart brengen milieu effecten RES (1 maal)
Al acties in gaan zetten (1 maal)
N10. Nieuwkoop acht het van belang dat in de uitwerking naar een definitieve RES er nadrukkelijk aandacht is voor de milieueffecten (CO2 en NOx) van de uitbreiding van duurzame elektriciteitsproductie, het winnen en/of gebruik van (rest)warmte en de toepassing van nieuwe mobiliteitsvormen.
P2. Een aantal acties die een lange voorbereidingstijd vragen al in gang zetten voordat de RES definitief is omdat anders realisatie van de ambities voor 2030 niet mogelijk lijkt.
De milieu effecten van de energietranistie worden Momenteel gebeurt er binnen de regio de komende periode uitgewerkt in een MER op de al het nodige op het gebied van de RES. Daarmee is Holland Rijnland een van de vijf energietranistie. Met name ten aanzien pilots in Nederland, aangezien de MER in deze van het thema energiebesparing. Ten fase van de RES nog niet verplicht is. aanzien van een aantal thema's (zoals duurzame opwekking van energie) zal echter eerst besluitvorming over de RES plaats moeten vinden voordat de uitvoering plaats kan vinden.
Hollland Rijnland neemt deel aan een pilot voor een planMER voor de RES. Daarin zullen de mogelijke milieu effecten van de RES uitgebreid aan bod komen. De planMER loopt parallel aan het RES traject. Uitwerking van de Plan MER loopt nog bij de vrijgave van het RES 1.0 document voor besluitvorming en zal binnen enkele maanden gereed zijn en mee worden genomen richting de
Aandacht voor opslag (2 maal)
PS13. Bedenking: De noodzaak tot opslag (van elektriciteit en warmte) is nog onderbelicht en biedt ook kansen in de RES’en.
PS14. Wens: Blijf hierover in gesprek met de partners en zorg dat ambities en maatregelen in de RES1.0 aansluiten bij wat mogelijk is.
Daarover zijn en blijven we in gesprek met Liander en andere partners.
Staat beschreven in hoofdstuk 2.3.4.