6.2 Bijlage 2a. Concept Begroting 2022 Holland Rijnland voor zienswijze (1906635)
Tekst van het document
Begroting 2022 Concept voor gemeenteraden van de deelnemende gemeenten
INHOUDSOPGAVE Voorwoord en algemene beschouwingen....................................................................................... 3
1 2
3
4
5
6
2.1 2.2 2.3
Algemene financiële beschouwingen.............................................................................................. 5 Inwonersbijdrage....................................................................................................................... 5 Cofinancieringsfonds................................................................................................................. 8 Regionaal Investeringsfonds per gemeente........................................................................... 10
Programma.................................................................................................................................... 13 3.1 Ruimte en Energie.................................................................................................................. 14 3.1.1 Integraal ruimtelijk kader.....................................................................................................14 3.1.2 Regionale woonagenda.......................................................................................................14 3.1.3 Huisvestingsverordening en uitvoering urgentieverklaring................................................. 15 3.1.4 Regionale strategieën voor bedrijventerreinen en kantoren............................................... 16 3.1.5 Regionale strategie natuur, landschap en recreatie...........................................................
17 3.1.6 Regionale strategie mobiliteit..............................................................................................19 3.1.7 Regionale energietransitie...................................................................................................20 3.1.8 Wat mag dat kosten?..........................................................................................................21 3.2 Maatschappij en Jeugd........................................................................................................... 22 3.2.1 Platform kennisdeling en beleidsafstemming sociaal domein............................................ 22 3.2.2 Aanjaagfunctie terugdringen laaggeletterdheid...................................................................23 3.2.3 Vertegenwoordiging en coördinatie jeugdhulpregio............................................................ 24 3.2.4 Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp)...........................................................24 3.2.5 Uitvoering jeugdbeschermingstafel..................................................................................... 26 3.2.6 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL).................................................................................... 26 3.2.7 Wat mag dit kosten?...........................................................................................................
27 3.3 Strategisch positioneren ........................................................................................................ 28 3.3.1 Cofinanciering......................................................................................................................28 3.3.2 Wat mag dat kosten............................................................................................................29 3.4 Organisatie en samenwerking ............................................................................................... 30 3.4.1 Overhead............................................................................................................................. 30 3.4.2 Wat mag het kosten?..........................................................................................................30 3.5 Algemene dekkingsmiddelen.................................................................................................. 32 4.1 4.2 4.3 4.4
Begroting Paragrafen.................................................................................................................... 33 Lokale heffingen...................................................................................................................... 33 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.............................................................................33 Financiering............................................................................................................................. 35 Bedrijfsvoering......................................................................................................................... 36
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Financiële begroting...................................................................................................................... 39 Meerjarenbegroting 2022 – 2025............................................................................................39 Incidentele lasten en baten.....................................................................................................40 Geprognosticeerde balans...................................................................................................... 41 Staat van reserves.................................................................................................................. 43 Taakvelden...............................................................................................................................44 Besluit............................................................................................................................................ 45
1
7
7.1
Bijlagen.......................................................................................................................................... 47 Btw-compensatiefonds............................................................................................................ 47
2
1 Voorwoord en algemene beschouwingen Voor u ligt de begroting voor het jaar 2022, aangeboden door het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland. De dertien samenwerkende gemeenten stelden de hieraan vooraf gaande kaderbrief vast tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van 16 december 2020. Deze kaderbrief legt de financiële kaders vast voor het opstellen van de begroting. De ambitie van onze gezamenlijke agenda sluit daarmee aan op de door de gemeenten beschikbaar gestelde middelen. Inhoudelijk baseren wij deze begroting op de Regionale Agenda 2019-2023, vastgesteld op 30 oktober 2019. De regionale agenda is onze samenwerkingsagenda voor de komende jaren. In deze begroting werken we die verder uit. We geven in grote lijnen aan hoe wij invulling willen geven aan de samenwerking in Holland Rijnland-verband. Deze begroting is opgebouwd op basis van onze opgaven en programma’s. Op programmaniveau beschrijven wij de opgaven en onze strategische doelen, gevolgd door wat we daarvoor structureel doen, en in 2022 in het bijzonder, en wat dat mag kosten. De gemeenten in Holland Rijnland wegen sectorale ruimtelijke claims onderling en integraal af daar waar dit regionale meerwaarde heeft. Zij maken voor regionale ruimtelijke opgaven strategische keuzes om gezamenlijk te agenderen richting provincie en Rijk en maken afspraken over de realisatie ervan.
Zo draagt Holland Rijnland bij aan de gewenste ontwikkeling van de regio en vergroten wij de leefkwaliteit. Op regionaal niveau organiseren wij, indien nodig, besluitvorming over de bijstelling van strategische ruimtelijke keuzes uit de regionale omgevingsagenda 2021 en verder. De regionale integrale ruimtelijke opgaven werken wij verder uit in de vorm van omgevingsprogramma's. Regionaal ruimtelijk samenwerken vraagt inzet vanuit de organisatie Holland Rijnland én vanuit de dertien samenwerkende gemeenten, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Dat is in tijden van een pandemie geen sinecure. Gemeenten hebben veel extra taken en het beslag op gemeentelijke middelen is groot. Ook gebeurt in tijden van corona het overleg en de participatie bijna geheel online. In deze begroting ziet u dat de woningbouwopgave op korte termijn al aanzienlijk is. Om voor 2030 30.000 nieuwe woningen te laten bouwen en procedures te versnellen, is een zorgvuldige afweging nodig van bouwlocaties en andere ruimteclaims en randvoorwaarden. Wij ronden in 2021 de actualisatie van de regionale woonagenda af en leggen in 2022 de nieuwe afspraken vast. Met onze inzet op natuurlijke en landschappelijke (icoon)projecten beogen wij versterking en behoud van de kwaliteit van natuur en landschap.
Wij streven naar een verhoging van de biodiversiteit, een versterking van cultuurhistorische waarden en een recreatieve aantrekkelijkheid van onze regio. Naast meer inkomsten en werkgelegenheid binnen deze sector, dragen we hiermee ook bij aan een gunstig (internationaal) vestigingsklimaat. In 2022 actualiseren wij onze regionale bedrijfsterreinenstrategie als dat nodig en zinvol is vanwege de provinciale behoefteraming en nieuw provinciaal beleid in relatie tot onze regionale omgevingsprogramma's. Het is lastig te voorzien wat voor invloed de toename van thuiswerken na verloop heeft op de benodigde vierkante meters voor kantoren en bedrijven.
3
Wij besteden aandacht aan mobiliteit en dragen bij aan het versterken van woonmilieus en economische ontwikkeling door de aanpak van en lobby voor urgente bereikbaarheidsopgaven. In de regionale strategie mobiliteit (RSM) hebben wij dit uitgewerkt. Mocht er vanuit de RSM in 2021 een nieuw regionaal fonds gewenst zijn, dan pakken wij dit op in 2022. Ook op mobiliteit is de invloed van de coronacrisis ongewis. Wij zien onder andere door het vele thuiswerken minder OV- en autogebruik. De OV-aanbestedingen worden uitgesteld. Want er zijn nog veel onzekere factoren. Blijven wij veel thuiswerken, gaan we meer fietsen en hoe lang mijden wij nog het OV? En neemt duurzame mobiliteit ook de gewenste vlucht? De regionale energiestrategie (RES) ontwikkelen wij in 2022 en 2023 door tot een RES 2.0. Het is nog niet duidelijk hoe wij de organisatie hiervan oppakken en of dit leidt tot wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling. Het sociale domein is ook volop in beweging. Per 2023 vindt de doordecentralisatie plaats van de Maatschappelijke zorg, van de Centrumgemeente Leiden naar de subregio's. Dit willen wij in 2022 doen met een regionaal team dat het beleid, de inkoop, contractbeheer, monitoring, toegang en financiën uitvoert over regionale specialistische voorzieningen in de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen.
De afgelopen jaren is de samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland geïntensiveerd. Het investeren in werkgeversdienstverlening en een betere aansluiting van vraag en aanbod van personeel is essentieel voor de regio om er na de coronacrisis weer bovenop te komen. Als jeugdhulpregio biedt Holland Rijnland het platform voor samenwerking en willen we een sterke gesprekspartner zijn voor het Rijk, de VNG en andere regio’s om onze doelen ten aanzien van jeugdhulp te realiseren. Alle gemeenten hebben zich gecommitteerd aan de Norm voor Opdrachtgeverschap van de VNG. In 2021 leggen wij onze regionale en bovenregionale samenwerking vast in een regiovisie. Begin 2023 verwachten wij een wijziging van de Jeugdwet. Het Rijk is voornemens om de borging van regionale en bovenregionale samenwerking wettelijk voor te schrijven. We volgen de ontwikkelingen en anticiperen op de gevolgen voor Holland Rijnland. Gemeenten geven aan steeds meer lokaal te willen sturen op jeugdhulp, zonder het belang van regionale samenwerking uit het oog te verliezen. In dat kader wordt in 2021 een extern onderzoek uitgevoerd om de bestaande regionale governance tegen het licht te houden en met een voorstel te komen voor aanpassing van de gemeenschappelijke regeling of het inrichten van een andere samenwerkings- of uitvoeringsvorm.
In 2021 werd pijnlijk duidelijk hoe belangrijk onderwijs is voor kinderen en jongeren. Ons Regionaal Bureau Leerplicht zet zich ook in 2022 weer in om het recht op onderwijs, door herhalend verzuim en schooluitval te voorkomen en terug te dringen.
4
2 Algemene financiële beschouwingen De begroting 2022 is opgesteld overeenkomstig de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2022. Deze is vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 16 december 2020. Voor de indexatie is het advies gevolgd van de werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen van gemeenten in de regio Hollands-Midden. De indexatie voor 2022 bedraagt 1,40% voor loonkosten en 1,10% voor materiële kosten. Het gebruikte gewogen indexcijfer voor 2022 is 1,28%. Op grond hiervan is de maximale reguliere bijdrage van gemeenten vastgesteld op € 6.082.405, zijnde de reguliere bijdrage (exclusief TWO en frictie) van het voorgaande jaar vermeerderd met de indexatie. Deze indexatie wordt ook toegepast op de uitvoeringskosten van TWO Jeugdhulp. Er worden op dit moment geen frictie- en transitiekosten, zijnde salariskosten van boventallige medewerkers, verwacht in 2022. Door verschillende gemeenten en ook in de brief van de FKGR is een algemene oproep gedaan om te bezien in hoeverre GR-en en dus ook Holland Rijnland een bijdrage zouden kunnen leveren aan de reductie van de ontstane tekorten. Hierover het volgende: • Holland Rijnland ziet, mede gezien de inhoudelijke agenda die eind 2019 meerjarig is vastgesteld door gemeenten geen mogelijkheid (structureel) te bezuinigen zonder dat dit consequenties heeft voor de taken of het niveau van uitvoering.
• Door de aangepaste indexeringssystematiek krijgt Holland Rijnland ook minder compensatie dan zij hiervoor kreeg. Alleen dit al heeft mogelijkerwijs effect op het kunnen uitvoeren van de taken. • Holland Rijnland heeft met Kracht15# recentelijk reeds een bezuiniging van 25% ten uitvoer gebracht plus een fikse rentederving gecompenseerd. • Daarnaast is het relevant dat van de totale omvang van de begroting van Holland Rijnland een groot deel van de kosten zijn voor het Regionaal Bureau Leerplicht, een deel te maken heeft met de tijdelijke werkorganisatie en maar een relatief beperkt deel kosten zijn van de strategische eenheid. De strategische eenheid is bij Kracht#15 gehalveerd. Hierdoor is het moeilijk daar verder op te bezuinigen. Mocht dit toch moeten gebeuren dan blijft daar zo weinig van over dat de vraag reëel is of Holland Rijnland daar niet beter mee kan stoppen. Dat signaal hebben wij niet van de gemeenten ontvangen.
2.1 Inwonersbijdrage
De dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland bekostigen de organisatie Holland Rijnland. De gemeentelijke bijdrage wordt berekend aan de hand van de volgende criteria: het aantal inwoners van de gemeente en de taken die Holland Rijnland uitvoert voor deze gemeente. Het aantal leerlingen is het criterium voor de bijdrage voor de handhaving van de leerplicht. Voor het vaststellen van de bijdrage 2022 is 1 januari 2020 de peildatum voor het inwonertal (bron: CBS) en het aantal leerlingen (bron: landelijke leerlingenbasisadministratie). Door de verschillende taken kan de gemiddelde bijdrage per gemeente verschillen. Sommige gemeenten hebben de taken die Holland Rijnland uitvoert op een andere wijze georganiseerd: • Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop zijn niet aangesloten bij het Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland; • Voorschoten neemt niet deel aan de TWO Jeugdhulp;
5
• Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem doen een gedeelte van de inkoop jeugdhulp in eigen beheer. Zij dragen bij aan de TWO Jeugdhulp op basis van een nieuwe verdeelsleutel aan de hand van werkelijk gemaakte kosten van de TWO Jeugdhulp. De verdeelsleutel houdt rekening met het feit dat deze gemeenten een deel van de zorg lokaal inkopen. In 2022 is de gemiddelde reguliere bijdrage per inwoner € 10,65. In 2021 was dat € 10,59. De totale gemeentelijke bijdrage voor 2022 is daarmee als volgt opgebouwd (zie tabel 2.1). In de tabel 2.2 is de totale bijdrage per gemeente weergegeven. De begroting van TWO wordt verdeeld op basis van de realisatie jeugdhulp per gemeente van het jaar t-1. Voor de begroting 2021 is onderstaande tabel dus gebaseerd op de voorlopige productieverantwoording jeugdhulp 2019. Inmiddels is de definitieve productieverantwoording 2019 bekend. Dit leidt tot aanpassing van de verdeling voor 2021. Dit zal worden aangepast bij de TURAP 2021. Ten aanzien van de TWO begroting 2022 het volgende: de verschillen in de verdeling van de budgetten per gemeente staan in relatie met de realisatie van de Jeugdhulp in euro’s. Voor de begroting van 2022 is de meest actuele verdeelsleutel gehanteerd en dat is op dit moment die van de realisatie van het budgetjaar 2019. Echter, de definitieve verdeelsleutel zal worden gebaseerd op de realisatie Jeugdhulp van budgetjaar 2020.
Deze is vanaf eind mei beschikbaar. De bijdragen per gemeente aan de TWO kunnen dus nog wijzigen. Een mutatie in het aandeel van gerealiseerde Jeugdhulp 2020 leidt direct tot een mutatie met een zelfde verhouding in de bijdrage Holland Rijnland voor het programma TWO Jeugdhulp. Tabel 2.1 Totale bijdrage van gemeenten aan Holland Rijnland 2022 Bedrag
Ontwikkeling totaalbedrag t/m 2022 (cumulatief in €)
Reguliere bijdrage gemeenten in 2021
€ 6.005.352
Bijdrage gemeenten TWO in 2021
€ 2.319.148
€ 8.324.500
Loon- en prijscompensatie regulier 2022
€ 77.053
€ 8.401.553
Loon- en prijscompensatie TWO 2022
€ 29.756
€ 8.431.310
Totale bijdragen van gemeenten in 2022
€ 8.431.310
Tabel 2.2 Bijdrage gemeenten aan Holland Rijnland 2022 per gemeente en deelname Aantal inwoners CBS 1-1-2020
Aantal leerlingen 5-17jr 1-1-2020
Verdeling TWO
Alphen ad Rijn
111.897
0
Hillegom
22.209
Kaag & Braassem
Begroting 2021
Begroting 2022
Totaal
Regulier
TWO
Totaal
4,88%
1.001.711
847.549
114.615
962.164
3.119
5,33%
372.468
258.956
125.184
384.141
27.297
3.879
0,68%
326.200
319.605
15.971
335.576
Katwijk
65.753
10.833
18,68%
1.225.075
813.189
438.731
1.251.920
Leiden
125.099
14.147
27,78%
2.017.168
1.359.108
652.460
2.011.568
6
Totaal
Aantal inwoners CBS 1-1-2020
Aantal leerlingen 5-17jr 1-1-2020
Verdeling TWO
Leiderdorp
27.056
3.952
Lisse
22.955
Nieuwkoop
Begroting 2021
Begroting 2022
Totaal
Regulier
TWO
Totaal
5,60%
455.910
319.903
131.525
451.428
3.260
4,90%
374.807
268.709
115.085
383.794
28.811
0
7,02%
381.791
218.225
164.877
383.102
Noordwijk
43.508
5.955
8,35%
674.941
502.787
196.114
698.901
Oegstgeest
24.840
4.139
6,25%
417.466
308.558
146.792
455.350
Teylingen
37.440
5.678
8,88%
644.592
448.768
208.562
657.329
Voorschoten
25.596
4.161
0,00%
303.357
314.925
0
314.925
Zoeterwoude
8.605
1.270
1,66%
129.015
102.124
38.988
141.112
571.066
60.393
100%
8.324.500
6.082.405
2.348.904
8.431.310
NB: bovenstaande tabel is geüpdatet met de meest recente cijfers over 2020 (uit het CBS).
7
2.2 Cofinancieringsfonds
Het Cofinancieringsfonds Holland Rijnland is ingesteld in 2016. Het fonds is bedoeld voor bovengemeentelijke initiatieven uit de regio die een innovatief karakter hebben en bijdragen aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland. Om op een financiële bijdrage te kunnen rekenen, moet een initiatief actueel, kansrijk, op te schalen en duurzaam van aard zijn. Het deel dat Holland Rijnland financiert, is bedoeld als multiplier om externe gelden aan te trekken. Een belangrijke voorwaarde is dan ook dat externe partijen (kennisinstellingen, ondernemingen of andere overheden) het grootste deel van de investering financieren. Vanaf de instelling van het fonds heeft het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland met advies van het Portefeuillehoudersoverleg besloten om aan vele verschillende initiatieven een financiële bijdrage te verstrekken. De bijdrage kan binnen één jaar worden uitgekeerd, maar loopt soms ook over meerdere jaren. Per initiatief wordt jaarlijks gerapporteerd over de voortgang. Holland Rijnland heeft ook jaarlijks de mogelijkheid om de bijdrage uit het cofinancieringsfonds stop te zetten. Tot nog toe blijkt dat elke euro uit het Cofinancieringsfonds van Holland Rijnland leidt tot een investering van circa € 20,-. In 2019 is het fonds geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie is besloten om het fonds ook na 2020 voort te zetten en in 2023 te evalueren.
Overzicht 2.3 geeft aan welke bestedingen vastliggen en gaan plaatsvinden. We voorzien voor 2021 een vrij besteedbare ruimte van circa € 617.000 incl. btw. Het vrij besteedbare bedrag 2022 is afhankelijk van de uitgaven in 2021 en daarom op dit moment niet in te schatten. We gaan actief op zoek naar nieuwe projecten. We zien kansen voor innovatieve projecten vanuit mogelijkheden voor cross overs tussen topsectoren zoals bioscience & health, greenports enz. Verder benutten we kansen van de aanwezigheid van deze topsectoren en kennisinstellingen voor het MKB, op het vlak van onderwijs en arbeidsmarkt, de inclusieve samenleving, biodiversiteit en projecten rond de energietransitie en digitalisering.
8
Tabel 2.3: Cofinancieringsfonds: vastgelegde en waarschijnlijke bestedingen 2016-2022 2016-2019
2020
2021
2022
Inleg (incl. indexering) per jaar
968.738
282.421
287.504
290.667
Totaal inleg
968.738
1.251.159
1.538.663
1.829.330
Instrumentation for Space
75.000
25.000
Taalhuizen
50.000
-
Nationaal Park Hollandse Duinen
24.200
-
Back on Track
100.000
-25.000
Labs2Meet
100.000
-
EUPlantcropp
24.000
-
5G Fieldlab (TU Delft)
100.000
-
Levend Lab
32.670
-
Onderwijsbus (SIE)
100.000
-
Grenzeloos Actief
15.000
-
-
-
100.000
-
-
-
50.000
-
OADB 2020
-
50.000
Project Environmental Omics
-
60.000
Samen Leren 2020
-
41.000
totale uitgave
770.870
151.000
-
-
Resterend in fonds
197.868
329.289
616.793
907.460
Topsurf Technolab Voorkomen laaggeletterdheid Cultuur om de Hoek
9
2.3 Regionaal Investeringsfonds per gemeente
Het Regionaal Investeringsfonds (RIF) loopt tot en met 2024. Alleen de gemeenten die in 2008 deel uitmaakten van Holland Rijnland, betalen mee aan het RIF. Voor de gemeente Kaag en Braassem geldt daarom dat zij alleen meebetaalt voor het gebied van de voormalige gemeente Alkemade. De gemeenten Nieuwkoop en Alphen aan den Rijn nemen niet deel aan het RIF. Noordwijk en Noordwijkerhout zijn 1 januari 2019 gefuseerd. In de periode van 2008-2020 storten de gemeenten een bijdrage op basis van een afgesproken verdeelsleutel. Voor de tweede tranche die ingesteld is voor de RijnlandRoute, geldt een andere verdeelsleutel. Tabel 2.4 Bijdrage Regionaal Investeringsfonds per gemeente tot en met 2022 Gemeenten
Bijdrage t/m 2021
Bijdrage 2022
Bijdrage t/m 2022
Hillegom
6.021.778
430.127
6.451.905
Kaag & Braassem
5.164.110
368.865
5.532.975
Katwijk
33.328.018
1.764.337
35.092.355
Leiden
59.445.828
3.076.652
62.522.480
Leiderdorp
8.749.282
571.022
9.320.304
Lisse
5.733.938
409.567
6.143.505
Noordwijk
13.496.084
964.006
14.460.090
Oegstgeest
5.612.320
400.880
6.013.200
Teylingen
10.246.670
731.905
10.978.575
Voorschoten
8.013.880
572.420
8.586.300
Zoeterwoude
2.303.700
164.550
2.468.250
158.115.608
9.454.331
167.569.939
639.366
45.669
685.035
158.754.974
9.500.000
168.254.974
Subtotaal rentecorrectie Totaal
Het fonds is een belangrijke motor voor cofinanciering van specifieke regionale projecten om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio te verbeteren. Concreet gaat het om een bijdrage aan de volgende projecten: 1. RijnlandRoute (2x € 37,5 miljoen) 2. HOV-netwerk Zuid-Holland Noord (€ 37,5 miljoen) 3. Programma Ontsluiting Greenport Duin- en Bollenstreek (POG) (€ 37,5 miljoen). Het POG bestaat uit meerdere projecten. Voor de de Mobiliteitsopgave Noordelijke Duin- en Bollenstreek € 12,5 miljoen gereserveerd; € 20 miljoen is gereserveerd voor enkele maatregelen in het middengebied van de Bollenstreek en € 5 miljoen is bestemd voor het HOV Noordwijk – Schiphol 4. Greenport OntwikkelingsMaatschappij (€ 10 miljoen) 5. Regionaal Groenprogramma Holland Rijnland (€ 20 miljoen). 6. Voor de projecten en programma’s 1 tot en met 4 geldt dat de genoemde bedragen gereserveerd zijn (AB-besluit d.d. 29 juni 2011) en grotendeels reeds uitgegeven danwel verplicht (zie voortgangsrapportage RIF december 2020). Naar aanleiding van de aanbieding van deze voortgangsrapportage aan het AB is besloten om de gelden voor de RIF-projecten HOV-net Zuid Holland Noord en het Programma Ontsluiting Greenport (POG) tot 31 december 2027
10
beschikbaar te houden. Op het moment van afronding van het RIF wordt bezien of de Strategische Agenda Ruimte van Holland Rijnland aanleiding geeft om het verwachte positief saldo een nieuwe bestemming te geven en daartoe een voorstel voor te leggen aan het AB. Indien de gereserveerde middelen niet worden besteed aan projecten zoals vastgesteld door het AB, moet het AB besluiten over een alternatieve besteding van de middelen of terugstorting aan de gemeenten. Voor het Groenprogramma is eveneens een bedrag gereserveerd. Holland Rijnland is hierbij ook verantwoordelijk voor de programmering. De uitvoeringstrategie van het Groenprogramma reikt tot 2020, met een mogelijke uitloop naar 2024. Toekenning van gelden vanuit het Groenprogramma vindt plaats op basis van Uitvoeringsovereenkomsten (UO). Holland Rijnland sluit deze overeenkomsten met clusters van gemeenten. Gemeenten zijn zelf vrij om clusters te vormen. Zij kunnen ook deelnemen in meerdere clusters. In de uitvoeringsovereenkomsten zijn projecten opgenomen. In deze overeenkomsten wordt per project een bedrag begroot. De uiteindelijk gerealiseerde projectkosten worden bij de eindverantwoording vastgesteld. Het uitgangspunt was dat Holland Rijnland 25% van de uiteindelijk gerealiseerde projectkosten cofinanciert.
In het AB van 16 december 2020 is besloten om dit te verhogen naar 40% daar waar geen provinciale financiering mogelijk is. Holland Rijnland financiert uitvoeringskosten die worden gemaakt vanaf het moment dat het definitief ontwerp vastgesteld is. Eind 2020 is besloten dat ook een deel van de voorbereidingskosten kan worden gefinancierd vanuit het Groenprogramma. In totaal is per 1 januari 2021 bij het opstellen van de begroting van het beschikbaar gestelde budget voor het Groenprogramma van €20mln een bedrag van bijna €7,5mln daadwerkelijk uitgegeven en verantwoord. Op een bedrag van circa €7,7 mln rusten verplichtingen op basis van vastgestelde uitvoeringsovereenkomsten en principebrieven. Derhalve resteert er nog een bedrag van ca €4,8 mln dat beschikbaar is voor het Groenprogramma. In 2019 is besloten om het Groenprogramma te verlengen.Het is de bedoeling dat zowel Landschapstafel Leidse Ommelanden en Duin en Bollenstreek een nieuwe uitvoeringsovereenkomst (UO) aandragen voor het Groenprogramma. In de nieuw af te sluiten UO’s zullen icoonprojecten prioriteit krijgen zoals besloten is in het AB op 16 december 2020. De aangesloten gemeenten (incl.
de Rijn en Veenstreek) beogen hiermee icoonprojecten te realiseren in Holland Rijnland die groter zijn dan de schaal van de Landschapstafel en bij voorkeur onderdeel zijn van een breder programma zoals landbouwtransitie, waterrecreatie en verstedelijking. Naast financiering uit het Groenprogramma willen de samenwerkende gemeenten voor bovenstaande ambities gelden mobiliseren vanuit de provincie Zuid-Holland en andere partijen zodat er een multiplier bereikt wordt.
11
12
3 Programma In dit hoofdstuk worden drie inhoudelijke en vervolgens twee ondersteunende programma’s beschreven. Dit zijn: 1. Ruimte en Energie 2. Maatschappij en Jeugd 3. Strategisch positioneren 4. Organisatie en samenwerking 5. Algemene dekkingsmiddelen Per programma worden de doelstellingen weergegeven, wat de organisatie Holland Rijnland doet om deze doelstellingen te bereiken en wat dit kost. Het totaaloverzicht is opgenomen in de financiële begroting. De begrotingstabellen laten de volgende kosten en bijdragen zien: 1. Programmakosten: kosten voor leveringen, goederen en diensten die rechtstreeks ten laste komen van projecten in de programma’s. 2. Kosten werkorganisatie: kosten voor personeel, die via toerekening van uren worden verdeeld over de projecten in de programma’s. Ook de huur van het kantoor valt hieronder. 3. Bijdragen van derden: baten die rechtstreeks ten gunste komen van projecten in de programma’s worden opgenomen, indien van toepassing. Het gaat voornamelijk om subsidies van Rijk en provincie of bijvoorbeeld om leges. Als er geen bijdragen van derden zijn, worden de baten niet weergegeven.
13
3.1 Ruimte en Energie 3.1.1 Integraal ruimtelijk kader
Wat willen we bereiken? De gemeenten in Holland Rijnland wegen sectorale ruimtelijke claims onderling integraal af daar waar dit meerwaarde heeft op regionaal niveau. Zij maken strategische keuzes voor gezamenlijke agendering van regionale ruimtelijke opgaven richting provincie en Rijk en maken afspraken over de realisatie ervan. Zo draagt Holland Rijnland bij aan de gewenste ontwikkeling van de regio en vergroten we de leefkwaliteit. Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? Structureel • Op regionaal niveau organiseren we besluitvorming over strategische ruimtelijke keuzes en ontwikkelen daarvoor een integraal ruimtelijk afwegingskader als hulpmiddel. De sectorale deelprogramma’s leveren input. • We signaleren kansen en knelpunten voor de ruimtelijk economische ontwikkeling van Holland Rijnland. • We houden de regie op het proces om, op regionaal niveau, een integrale beknopte omgevingsagenda actueel te houden • We organiseren lobby & belangenbehartiging voor de omgevingsagenda Holland Rijnland bij de provincie Zuid-Holland, het Rijk en andere stakeholders. • Op aanvraag bieden wij ondersteuning bij de realisatie van regionale ruimtelijke opgaven die in kleinschaligere samenwerking binnen Holland Rijnland worden opgepakt.
• Daarnaast bieden wij een platform voor: het organiseren van ambtelijk en bestuurlijk overleg (Ambtelijk Overleg RO & EZ, Portefeuillehoudersoverleg Ruimte+) voor afstemming van visievorming en voor de aanpak van ruimtelijke opgaven op verschillende schaalniveaus. In 2022 • De regionale integrale ruimtelijk opgaven worden verder uitgewerkt in de vorm van omgevingsprogramma’s. Indien gewenst ondersteunen we bij deze opgaven met oppakken van een regierol, bij fondsvorming en lobby en met belangenbehartiging bij hogere overheden en maatschappelijke partners.
3.1.2 Regionale woonagenda
Wat willen we bereiken? Ons doel met de Regionale Woonagenda is om voor 2030 30.000 nieuwe woningen te laten bouwen. De provincie Zuid-Holland aanvaardt de ambities uit deze Regionale Woonagenda wat helpt om procedures te versnellen. Daarnaast stimuleren we ook andere mogelijkheden die de woningbouw aanjagen. De woningen die we plannen, passen bij de behoefte. In de regionale woonagenda besteden wij aandacht aan kwantiteit en kwaliteit: juiste plek, duurzaamheid, bereikbaarheid en huisvestingsbehoefte van bijzondere doelgroepen. Huisvesting voor doelgroepen maatschappelijke zorg en arbeidsmigranten heeft daarbij onze bijzondere aandacht. We stemmen de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en anticiperen op de gevolgen voor mobiliteit.
14
Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? Structureel • We zorgen voor procesregie, monitoring en terugkoppeling over waar we staan bij de realisatie van de afspraken uit de Regionale Woonagenda, onder andere ten aanzien van het aandeel sociale huur, middeldure huur, goedkope koop en het bouwen binnen/buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Daarbij werken we nauw samen met de gemeenten, de provincie Zuid-Holland en woningcorporaties verenigd in Holland Rijnland Wonen. • We signaleren en denken mee over subsidiemogelijkheden bij provincie en Rijk. • We dragen zorg voor een actuele Regionale Woonagenda. • We regisseren het proces van de jaarlijkse actualisatie van de planlijst woningbouw. Deze bieden we ter aanvaarding aan aan de provincie. Daarnaast stellen we jaarlijks een monitor op waarmee de gemeenten kunnen sturen op de voortgang van de Regionale Woonagenda: bouwen we de juiste woning op de juiste plek? • We bieden een platform voor ambtelijke en bestuurlijke overleggen (oa Portefeuillehoudersoverleg Wonen, Ambtelijk Overleg wonen, bestuurlijk en ambtelijk Provinciaal Overleg Wonen & Verstedelijking). In deze overleggen organiseren we kennisdeling en besluitvorming over de voortgang van de ambities uit de Regionale Woonagenda en bespreken we ieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen.
• We zetten ons platform in voor kennisdeling en beleidsafstemming voor verschillende huisvestingsvraagstukken, bijvoorbeeld arbeidsmigranten, opvang van asielzoekers, huisvesting van statushouders, tijdelijke huisvesting, juridische (on)mogelijkheden, woonwagens/standplaatsen, spoedzoekers en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de vergrijzing, toename van éénpersoonhuishoudens, toename statushouders en de decentralisatie van de maatschappelijke zorg. • Voor de doelen uit de Regionale Woonagenda dragen we zorg voor lobby & belangenbehartiging bij de provincie Zuid-Holland en andere belangrijke stakeholders. • We signaleren kansen en knelpunten bij de realisatie van onze woonopgave in relatie tot andere maatschappelijke (decentralisatie maatschappelijke zorg) en ruimte-vragende activiteiten (mobiliteit, landschap, energie en bedrijventerreinen en klimaatadaptatie) in onze regio. • Vanuit het perspectief van wonen adviseren we over het actualiseren van de Regionale omgevingsagenda Holland Rijnland, net zoals dat gebeurt vanuit de andere sectorale beleidsterreinen. Zo dragen we onder meer bij aan het bouwen van de juiste woning op de juiste plek. In 2022 • De huidige Regionale Woonagenda, die op 14 maart 2018 is vastgesteld, is op onderdelen niet meer actueel.
Afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning (bestuursopdracht wonen) van de woonopgave, leggen we nieuwe afspraken vast.
3.1.3 Huisvestingsverordening en uitvoering urgentieverklaring
Wat willen we bereiken? Wij streven naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woonruimte in de sociale sector. Daarvoor stelden gemeenten samen de regionale huisvestingsverordening vast. We zorgen ervoor dat de afgesproken spelregels op de juiste, klantgerichte en efficiënte wijze worden toegepast.
15
Wat doen de strategische eenheid en het bedrijfsbureau daarvoor? Structureel • We voeren het secretariaat van de regionale urgentiecommissie. • We voeren het verweer in bezwaar- en beroepsprocedures bij de rechtbank en Raad van State. • Ook zorgen we voor de regionale behandeling van bezwaren omtrent woonruimteverdeling door de bezwaarschriftencommissies van Alphen aan den Rijn, Katwijk en Servicepunt71 in opdracht van Holland Rijnland. • We voeren het secretariaat Beleidscommissie woonruimteverdeling. • Jaarlijks actualiseren we op grond van de huisvestingsverordening het contingent dat door de woningcorporaties beschikbaar wordt gesteld voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen, met name uitstroom uit de maatschappelijke zorg. • We dragen zorg voor een toekomstbestendig woonruimteverdeelsysteem. In 2022 • Uiterlijk in 2022 bereiden we de vaststelling voor van nieuwe regels voor de woonruimteverdeling. In 2023 eindigt van rechtswege de huisvestingsverordening 2019. De gedachtewisseling over een heroriëntatie van het woonruimteverdeelsysteem is al gestart. Aandachtspunten zijn onder meer de toewijzing van woonwagens en standplaatsen en de decentralisatie van maatschappelijke zorg (en de extramuralisatie in het bijzonder).
3.1.4 Regionale strategieën voor bedrijventerreinen en kantoren
Wat willen we bereiken? Het is noodzakelijk dat de plancapaciteit én de gebruikte capaciteit beter aansluiten op de werkelijke ruimtebehoefte in onze drukke regio. We willen de vraag naar werklocaties zoveel mogelijk ruimtebesparend invullen. Eind 2019 hebben we sub-regionaal (geformaliseerd in 2020) en regionaal keuzes gemaakt over welke soort bedrijvigheid we waar in ons gebied willen bundelen. We willen van elkaar leren hoe je daarbij slimmer met de schaarse ruimte omgaat, bijvoorbeeld door in te zetten op intensivering en functiemenging. Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? Structureel • We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Jaarlijks stellen we de kantorenmonitor Holland Rijnland op. Met de provincie bekijken we nog of we een monitor bedrijventerreinen gaan ontwikkelen. • We bieden een platform om kennis te delen over hoe we slim omgaan met een veranderende vraag naar ruimte voor werklocaties (Ambtelijk Overleg Ruimte en Economie, Portefeuillehouderoverleg Economie en Leefomgeving). • We dragen zorg voor lobby & belangenbehartiging. We signaleren nieuwe ontwikkelingen en vertalen economische trends naar de verwachte veranderende regionale vraag naar ruimte voor bedrijvigheid.
Dit agenderen we in relevant bestuurlijk (en ambtelijk) overleg op regionaal en bovenregionaal niveau (zoals de Economic Board Zuid-Holland, Bestuurlijke Tafel Ruimte, Wonen en Economie provincie Zuid Holland). • Wij adviseren vanuit inzicht in de regionale ruimte- en mobiliteitsvraag voor werklocaties over het integraal ruimtelijk afwegingskader en de actuele omgevingsagenda Holland Rijnland, als één van de sectorale programma’s met ruimtelijke gevolgen.
16
In 2022 • We bepalen of het zinvol is om in 2022 aan de slag te gaan met de actualisatie van onze Regionale Bedrijvenstrategie. Dit doen we aan de hand van de provinciale behoefteraming bedrijventerreinen die medio 2021 wordt opgeleverd, nieuw provinciaal beleid voor bedrijventerreinen en onze eigen Regionale Omgevingsagenda en de nadere uitwerking daarvan.
3.1.5 Regionale strategie natuur, landschap en recreatie
Wat willen we bereiken? Wij dragen bij aan het versterken en het behouden van de kwaliteit van natuur en landschap. Daarbij streven we naar een verhoging van de biodiversiteit, de versterking van cultuurhistorische waarden en de recreatieve aantrekkelijkheid van onze regio. We werken hierbij aan de totstandkoming en uitvoering van concrete projecten (icoonprojecten). We geven invulling aan de rol van het landschap in regionale omgevingsprogramma’s. Naast meer inkomsten en werkgelegenheid binnen deze sector, dragen we hiermee ook bij aan een gunstig (internationaal) vestigingsklimaat. Holland Rijnland biedt een unieke combinatie van kust, stad, plassengebied en veenweide. Deze rijkdom van landschappelijke diversiteit vormt de basis voor toekomstige ontwikkeling.
17
Wat gaan we daarvoor doen? Structureel • We bieden een platform voor het organiseren van ambtelijk en bestuurlijk overleggen (AO natuur, landschap en recreatie, Bestuurlijke tafel Natuur, Landschap en Recreatie, subregionale landschapstafels, regionaal netwerk klimaatadaptatie) werkgroep Nationaal Park Hollandse Duinen en bestuurlijk overleg Hollandse Plassen (HP). Deze overleggen gaan over nieuwe projecten en uitvoeringsovereenkomsten voor het groenprogramma (icoonprojecten), over de voortgang van lopende projecten en uitvoeringsovereenkomsten voor het groenprogramma en projecten met betrekking tot klimaatadaptatie. • Procesregie: programmering en borging samenhang projecten in nieuwe uitvoeringsovereenkomsten (UO’s) en beheer van het (in 2019 verlengde) Regionaal Groenprogramma. Totstandkoming voortgangsrapportages. We signaleren en benutten aanvullende subsidiemogelijkheden bij provincie, Rijk, en Europa. • Op het vlak van lobby & belangenbehartiging signaleren en beïnvloeden we relevante (beleids-)ontwikkelingen en initiatieven (zoals de Bubble Barrier in de Oude Rijn bij Katwijk). • Als lid van de Lokale Actiegroep (LAG) - uitvoerder van het Europese LEADER-programma stimuleren we projecten of leiden deze door naar de provincie Zuid-Holland (PZH) en het RVO. Dit zijn projecten op het gebied van circulaire economie en gezondheid en voor de ontwikkeling van het platteland.
We sturen de secretaris van LEADER aan op de inhoud voor bijeenkomsten en nieuwsbrieven. We verlenen opdracht voor onderzoeken en bereiden declaraties voor bij PZH/ RVO en financieel en juridisch zijn we eindverantwoordelijk voor declaraties bij PZH/RVO, voor facturering en financiële administratie en we bewaken de kwaliteit van LAG en subsidieprocedures. In 2021 wordt besloten om het huidige programma te verlengen tot en met 2023. • We adviseren het Landschapsfonds Holland Rijnland. • We dragen bij aan de verbetering van het recreatieve waternetwerk en de Hollandse Plassen. Dit doen we onder andere via de Landschapstafels en de uitvoeringsprogramma’s Hollandse Plassen en omstreken.(groenprogramma), stimuleren van meerdaagsvaren en het gezamenlijke programma waterrecreatie met nog 2 regio's, 3 waterschappen en PZH.We streven naar een zorgvuldige afweging van de belangen van transport over water enerzijds en recreatievaart anderzijds. In samenwerking met onder andere de provincies Noord Holland en Zuid Holland en gemeenten uit Noord Holland zetten we in op de versterking van de procesregie voor het uitvoeringsprogramma Hollandse Plassen e.o. • Vanuit het perspectief van natuur- en landschap adviseren we over het actualiseren van de Regionale omgevingsagenda Holland Rijnland, net zoals dat gebeurt vanuit de andere sectorale beleidsterreinen.
Zo dragen we onder meer bij aan het vergroten van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur en landschap. In 2022 • Verantwoording uitgaven Zuidvleugel Zichtbaar Groen door Landschapsfonds.
18
3.1.6 Regionale strategie mobiliteit
Wat willen we bereiken? Met de strategische aandacht voor mobiliteit en agendering van urgente bereikbaarheidsopgaven draagt Holland Rijnland bij aan versterking van woonmilieus, de bereikbaarheid van recreatieve gebieden en de economische ontwikkeling. Hierbij ligt de focus op de interne en externe bereikbaarheid van Holland Rijnland voor zowel personen als goederen. De prioriteit ligt bij duurzame oplossingen in relatie met het klimaatakkoord en bij de samenhang met de verstedelijkingsopgave en de realisatie van een inclusieve samenleving. Holland Rijnland stimuleert ook veiliger weggedrag en probeert verkeersonveilige situaties te voorkomen door de aanpassing van infrastructuur en in te zetten op educatie en handhaving van verkeersregels. Wat gaan de Strategische Eenheid en het Bedrijfsbureau daarvoor doen? Structureel • We zorgen voor het actueel houden van de regionale strategie mobiliteit en van de uitvoeringsprogramma’s van het Regionaal Verkeers- en Vervoersplan (RVVP). Ook zorgen we voor de monitoring en de rapportage van de voortgang van projecten uit het Regionaal Investeringsfonds (RIF).
• We dragen zorg voor lobby & belangenbehartiging richting andere vervoersregio’s (zoals MRA (metropoolregio Amsterdam) en MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag)), provincies (NoordHolland en Zuid-Holland) en Rijk (onder andere ten behoeve van BO MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport)). • We signaleren en agenderen aanvullende subsidiemogelijkheden. • We bieden een platform voor het organiseren van ambtelijk en bestuurlijk overleg (AO en PHO verkeer & vervoer) over de strategische agenda en de voortgang van projecten. • We participeren in regionaal en bovenregionaal ambtelijk en bestuurlijk overleg over concrete projecten (zoals de A4, N11 en het Plan van Aanpak mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duinen Bollenstreek), HOV lijnen, maar ook voor regionale strategiebepaling (onder andere PVVB (Proviciaal Verkeer- en Vervoerberaad), routeplan OV-concessie, Toekomstbeeld OV2040, ontwikkeling OV knoop Leiden, mobiliteit Alphen en omstreken). • We stimuleren en ondersteunen maatregelen voor (regionale) snelfietsroutes en monitoren de voortgang van de realisatie. Hiervoor leveren we onder meer bijdragen aan het Nationaal Toekomstbeeld Fiets waarvoor in 2021 een landelijke contourenschets wordt opgesteld. De provincie Zuid-Holland coördineert hiervoor de bijdragen uit de regio's.
• We adviseren vanuit het perspectief van mobiliteit over het integraal ruimtelijk afwegingskader, zoals dat ook gebeurt vanuit de andere programma’s met ruimtelijke impact. • Voor de Regiotaxi beheren we het contract en coördineren overleg tussen klantorganisaties en vervoerder. • We initiëren maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid door het toekennen van subsidies op basis van het Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid 2020. Dit programma stellen we in 2021 op volgens de aanpak van het Rijks Strategisch Plan Verkeersveiligheid. Hierbij zoeken we ook aansluiting bij het meerjarenplan Verkeersveiligheid van de provincie Zuid-Holland dat in 2021 wordt afgerond. • We zijn opdrachtgever naar uitvoerende partijen zoals de Onderwijsbegeleidingsdienst die projecten voor verkeerseducatie opzet.
19
In 2022 • Als er in het najaar 2021 een nieuw RIF wordt geadviseerd, op basis van opgaven die voortkomen uit de regionale strategie mobiliteit en de Regionale Omgevingsagenda, dan werken we in 2022 mee aan de voorbereiding van dit fonds. • We stellen uitvoeringsprogramma op voor snelfietsroutes en het verder concretiseren van een regionale bijdrage aan het Nationaal Toekomstbeeld Fiets in het verlengde van een contourenschets uit 2021. • In 2021 is een start gemaakt met de aanbesteding van een nieuwe contractperiode voor de Regiotaxi die op 1 januari 2023 moet ingaan. Ook in 2022 vraagat dit nog extra inzet van ons. • We voeren het Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid 2022-2024 uit.
3.1.7 Regionale energietransitie
Wat willen we bereiken? In 2017 is het Energieakkoord Holland Rijnland opgesteld met daarin ambities om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. In 2018, 2019 en 2020 is hiervoor een uitvoeringsprogramma opgesteld met daarin verschillende uitvoeringslijnen. Als regio waren we hierin voorloper. Na de totstandkoming van het landelijke Klimaatakkoord werd elke regio verplicht een zogenaamde Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. Het gebied Holland Rijnland is aangewezen als één van de dertig RES-regio’s. Naast de dertien gemeenten zijn ook de provincie en de twee waterschappen vertegenwoordigd in de RES. De RES is een product dat beschrijft welke strategie een regio hanteert om lokale en regionale energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. De RES heeft een horizon tot 2030 met een doorkijk naar 2050. Op deze wijze wordt duidelijk hoeveel elke regio bijdraagt aan het realiseren van de nationale klimaatdoelen. Deze zijn vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord. In 2020 hebben we in de Concept RES Holland Rijnland onze regionale ambities vastgelegd, voortbordurend op het energieakkoord uit 2017. Hier zijn door de raden, staten en Verenigde Vergadering (hoogheemraadschap) zogenaamde wensen en bedenkingen op ingediend. Medio 2021 wordt de RES 1.0 opgeleverd en ingediend bij het Nationaal Programma (NP) RES.
In de maanden april, mei en juni vindt er besluitvorming plaats in de gemeenten, provincie en het hoogheemraadschap. We zetten ons op regionaal niveau in om ruimte te scheppen voor de opwekking van duurzame energie, duurzame warmtevoorziening en duurzame mobiliteit. Deze thema's maken bij ons deel uit van de RES. Lokaal ligt het primaat op het stimuleren van energiebesparing en zonnepanelen op daken. Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? Structureel • We leveren capaciteit in de vorm van een programmacoördinator die ook zorgt voor het budgetbeheer en het proces faciliteert voor de uitvoering van de RES en hierover rapporteert. • We bieden een platform voor onderlinge kennisdeling en signaleren en delen mogelijkheden voor aanvullende financiering en subsidies. • We participeren in de werkgroep energie & ruimte en brengen onze kennis in over ruimtelijke ontwikkeling in de regio.
20
• We adviseren vanuit het oogpunt van ruimte voor grootschalige opwekking van duurzame energie over het integraal ruimtelijk afwegingskader, net zoals dat gebeurt vanuit het sectorale perspectief van andere beleidsterreinen. • We participeren in de werkgroep duurzame mobiliteit met onze kennis over mobiliteit. • We lobbyen voor financiering en subsidiemogelijkheden. In 2022 • Medio 2021 wordt de RES 1.0 vastgesteld. Waarschijnlijk volgt er een uitvoeringsprogramma voor de verschillende uitvoeringslijnen. Bij het opstellen van de begroting 2022 is het nog niet duidelijk of er ook (zoals in 2019, 2020 en 2021) rijksbudget beschikbaar is. De verwachting is dat dit wel het geval zal zijn. Daarnaast hebben de gemeenten structureel een bijdrage toegezegd voor de uitvoering van het Regionaal Energieakkoord. Hiermee zal voor uitwerking en uitvoering van de RES naar verwachting een bedrag van €570.000 beschikbaar zijn. Zowel de rijksbijdrage als de gemeentelijke bijdrage zijn nog niet in deze begroting opgenomen.
3.1.8 Wat mag dat kosten? Rekening 1 2020 Domein 1 Ruimte en Energie
Programmakosten 7.296.774
2.180.958
1.689.339
1.689.339
1.689.339
1.689.339
Kosten Werkorganisatie
867.296
1.011.341
1.088.747
1.088.747
1.088.747
1.088.747
Bijdragen van derden
-6.849.171 -1.476.277
-978.220
-978.220
-978.220
-978.220
1.716.022
1.799.866
1.799.866
1.799.866
1.799.866
Saldo baten en lasten 1
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
1.314.899
Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021
De programmakosten zijn van 2021 naar 2022 behoorlijk verlaagd. De verklaring van dit verschil wordt primair veroorzaakt door de rijksbijdrage RES van €1.258.118 voor de periode 2019 - 2021 die conform de besluitvorming van het algemeen bestuur van 30 oktober 2019 voor het laatst is opgenomen in de begroting 2021 voor een bedrag van €500.000. Hierdoor is het bedrag van de begroting 2022 structureel lager.
21
3.2 Maatschappij en Jeugd 3.2.1 Platform kennisdeling en beleidsafstemming sociaal domein
Wat willen we bereiken? Het sociaal domein is een complex beleidsterrein dat continue in ontwikkeling is. Om zo effectief mogelijk te opereren, is het van belang dat gemeenten onderling afstemmen en kennis met elkaar delen. Holland Rijnland is een platform voor kennisdeling en bestuurlijk en ambtelijk overleg. Gemeenten kunnen hier beleid ontwikkelen en afstemmen en ervaringen en kennis met elkaar delen. Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? Holland Rijnland vervult een spilfunctie in deze platformrol. We organiseren, faciliteren, ondersteunen en zorgen voor afstemming van bestuurlijke en ambtelijke overleggen en bijeenkomsten op de terreinen maatschappelijke zorg, arbeidsmarktbeleid en jeugdhulp: • Portefeuillehoudersoverleg Maatschappij en Jeugd Maatschappelijke zorg: • Bestuurlijk en ambtelijk overleg samenwerking gemeenten en Zorg- en Zekerheid inzake GGZ • Regionale projectgroep Maatschappelijke zorg • Werkgroep Inkoop regionale voorzieningen Maatschappelijke zorg • Werkgroep Governance regionaal team Maatschappij • Ambtelijk overleg WMO Arbeidsmarktbeleid: • Bestuurlijk overleg Werk en Onderwijs • Ambtelijk overleg Participatie • Managementteam Werkgeversdienstverlening • ondersteuning inhoudelijke ontwikkelingen en initiatieven om de aansluiting onderwijs arbeidsmarkt te stimuleren • aansluiting bij de provinciale Human Capital agenda • verbinding met economische –
en technische innovaties zoals Technolab en waterstofbus • beheren en coördineren van een regionaal scholingsfonds • ondersteunen van een regionale arbeidsmarktmonitor. Bureau Tympaan verzorgt deze monitor Jeugdhulp: • Ambtelijk Opdrachtgeversoverleg Jeugd • Regionaal Beleidsoverleg Jeugd We signaleren en delen mogelijkheden voor aanvullende financiering en subsidies. Op het vlak van lobby en belangenbehartiging signaleren en beïnvloeden we relevante (beleids-)ontwikkelingen. We delen actuele ontwikkelingen, kennis en nieuwe inzichten actief met gemeenten en andere partners. Ook verbinden wij verschillende partijen met elkaar.
22
In 2022 • Platformfunctie Maatschappelijke zorg Per 2023 wordt de Maatschappelijke zorg doorgedecentraliseerd van de centrumgemeente Leiden naar de subregio's. Dit wordt in 2022 door verschillende regionale werkgroepen voorbereid. Ook wordt er dan gewerkt aan de vorming van een regionaal team die het beleid, de inkoop, contractbeheer, monitoring, toegang en financiën zullen uitvoeren over regionale specialistische voorzieningen in de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen. In 2022 wordt dit regionale team in de regio belegd. Het is nog niet duidelijk waar en hoe dat precies gerealiseerd gaat worden. • Platformfunctie arbeidsmarktbeleid De afgelopen jaren is de samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland geïntensiveerd. Het investeren in werkgeversdienstverlening en een betere aansluiting van vraag en aanbod van personeel is essentieel voor de regio om na de Corona-crisis er bovenop te komen en speelt zeker in 2022. De landelijke regelgeving vereist het komen tot harmonisatie van werkwijzen en instrumenten binnen de arbeidsmarktregio. De aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt is in toenemende mate een cruciale factor in de versterking van de economische structuur. Human capital is immers een belangijke productiefactor. De regiefunctie binnen de arbeidsmarktregio ligt bij de centrumgemeente Leiden.
Vanwege het toenemende belang van de arbeidsmarktregio en de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt is een inhoudelijk platform over beleidsontwikkelingen essentieel. Het platform vervult een schakel tussen beleid en uitvoering. Holland Rijnland vervult hier de inhoudelijke secretariaatsfunctie.
3.2.2 Aanjaagfunctie terugdringen laaggeletterdheid
Wat willen we bereiken? De regio Holland Rijnland telt naar schatting 50.000 laaggeletterde volwassenen (16-65 jaar). Zij hebben moeite met lezen en schrijven, waardoor het lastig is goed mee te doen in onze (steeds meer digitaliserende) samenleving. Het bevorderen van geletterdheid leidt tot een hogere arbeidsproductiviteit, minder ziekteverzuim en minder beroep op sociale voorzieningen, maar het helpt mensen vooral uit een isolement. Wij zetten ons in voor het voorkomen en terugdringen van laaggeletterdheid, samen met meer dan veertig partners in het Bondgenootschap Geletterdheid in de regio Holland Rijnland. Hiervoor is in 2020 een regionaal programma Integrale aanpak Laaggeletterdheid 2020-2024 Holland Rijnland opgesteld. In 2021 hebben de gemeenten hierop met hun relevante partners in de regio Taalpacten/Uitvoeringsagenda's opgesteld. Daarnaast is in 2020 de aanbesteding van volwasseneneducatie voorbereid om per 2021 voor een periode van zeven jaar regionale trajecten voor taal-, reken- en digitale vaardigheden in te kopen. Wat gaat de Strategische Eenheid daarvoor doen? In 2022: • We adviseren gemeenten en ketenpartners over Volwasseneneducatie. We zijn adviseur voor de uitvoering van het Regionaal programma Integrale aanpak Laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024 en de subregionale Taalpacten/Uitvoeringsagenda's.
• We participeren in de werkgroep Vervolgaanpak laaggeletterdheid met onze kennis over deze aanpak. • We trekken subsidies aan voor activiteiten in het kader van het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid.
23
3.2.3 Vertegenwoordiging en coördinatie jeugdhulpregio
Wat willen we bereiken? Regionale samenwerking op het gebied van jeugdhulp is van belang voor een effectieve uitvoering van de jeugdhulptaken van gemeenten en beperking van de administratieve lasten voor jeugdhulpaanbieders. Daarnaast spreekt het Rijk gemeenten niet individueel aan, maar als jeugdhulpregio. Daarom willen we een sterke gesprekspartner zijn voor het Rijk, de VNG en andere regio’s om onze doelen ten aanzien van jeugdhulp te realiseren. Alle gemeenten in Nederland hebben zich gecommitteerd aan de Norm voor Opdrachtgeverschap van de VNG, waarmee gemeenten de samenwerking op het niveau van de jeugdhulpregio en bovenregionaal niveau duurzaam vastleggen middels het opstellen van een regiovisie. Begin 2023 wordt een wijziging van de Jeugdwet verwacht. Het Rijk is voornemens om de borging van regionale en bovenregionale samenwerking wettelijk voor te schrijven. We volgen de ontwikkelingen en anticiperen op de gevolgen voor Holland Rijnland. Gemeenten geven aan steeds meer lokaal te willen sturen op de jeugdhulp, zonder het belang van regionale samenwerking uit het oog te verliezen. In dat kader wordt in 2021 een extern onderzoek uitgevoerd om bestaande regionale governance tegen het licht te houden en met een voorstel te komen voor de beste vorm voor Holland Rijnland.
Dit onderzoek kan mogelijk gevolgen hebben voor onder andere de taken van de Strategische Eenheid van Holland Rijnland in 2022. Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? structureel: • We vertegenwoordigen de regio in VNG-verband. • We zorgen voor lobby en belangenbehartiging bij onder andere het Rijk. • We coördineren regionale beleidsopgaven en beheren het regionale werkbudget.
3.2.4 Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp)
De decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten per 1 januari 2015 zette een verandering in gang die ook nu nog grotendeels vorm moet krijgen. De Jeugdwet geeft gemeenten de verantwoordelijkheid voor preventie én het bieden van hulp, ondersteuning en zorg aan jeugdigen en gezinnen bij problemen en stoornissen. Uitgangspunten hiervoor zijn betere samenwerking van hulpverleners rond gezinnen, eerdere ondersteuning, hulp op maat en zorg dichtbij. Dat vergt op allerlei niveaus ‘leren’ van nieuwe kennis en vaardigheden tot het realiseren van de transformatie van de jeugdhulp. De tussenstand na zes jaar decentralisatie is dat op dit moment sprake is van zowel erg hoge financiële uitgaven (groot verschil inkomsten en uitgaven) als van een aarzelende transformatie. Ook in 2022 zetten gemeenten in op versnelling van de transformatie van de jeugdhulp. Dit doen zij vanuit hun lokale verantwoordelijkheid. Het is daarbij belangrijk om (specialistische) jeugdhulp beschikbaar te hebben en te houden voor kinderen die dit nodig hebben. Daarom werken de gemeenten samen met de TWO Jeugdhulp aan een duurzaam zorglandschap in de regio. De TWO Jeugdhulp verzorgt de inkoop, contractering, monitoring en verantwoording van de (specialistische) jeugdhulp voor gemeenten. Daarnaast biedt de TWO Jeugdhulp ondersteuning aan gemeenten bij de procesregie op de transformatie.
Wat willen we bereiken? De TWO Jeugdhulp maakt als uitvoeringsorganisatie onderdeel uit van Holland Rijnland en realiseert namens de deelnemende gemeenten een adequaat aanbod van goede, passende
24
en tijdige (specialistische) hulp voor jeugdigen en gezinnen in de regio. Voor de uitvoering van het gezamenlijk opdrachtgeverschap via de TWO Jeugdhulp sloten gemeenten een dienstverleningsovereenkomst (DVO) af met Holland Rijnland. De DVO bevat afspraken over de diensten die TWO Jeugdhulp levert aan gemeenten en de governance (waaronder mandaat en volmacht). De dienstverleningsovereenkomst tussen gemeenten en Holland Rijnland is verlengd tot 1 januari 2022. Besloten is om de inzet van de TWO Jeugdhulp ook in 2022 voort te zetten. De Inkoop 2022 en de intensivering van gemeentelijke sturing op de jeugdhulp zijn redenen om de rollen, taken en verantwoordelijkheden te actualiseren en in lijn te brengen met de toekomst. In 2021 wordt de Governance 2.0 uitgewerkt waarbij de taken van de TWO Jeugdhulp structureel worden ingebed bij Holland Rijnland of op een andere manier worden geregeld. Op basis van deze uitwerking wordt in 2022 een stevig fundament gelegd voor de bestendiging van de TWO Jeugdhulp. 2022 zal op organisatorisch vlak in het teken staan van de omslag van een tijdelijke pioniersorganisatie naar een professionele servicegerichte beheerorganisatie die haar taken goed beheerst en beheert.
Op inhoudelijk vlak gaat de aandacht uit naar de start van de nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders die per 1 januari 2022 in gaan en naar het versterken van de transformatie binnen de regio in het samenspel tussen gemeenten, TWO Jeugdhulp en aanbieders. Wat gaan we daarvoor doen? Structureel / 2022 Nu de zes jaren na de decentralisatie voorbij zijn, is het tijd om vooruit te kijken en gemeenten te ondersteunen bij de verantwoordelijkheid die zij hebben voor de jeugdhulp. Gemeenten wensen, in samenwerking met TWO Jeugdhulp, meer de regierol op te pakken c.q. te versterken en daarmee de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp te intensiveren. Doel is een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelsel in Holland Rijnland. De TWO Jeugdhulp voert in 2022 de volgende kern- en ondersteunende taken uit voor gemeenten: • inkoop & contractmanagement; • advies & ondersteuning; • monitoring; • ondersteunende taken op het gebied van financiën, administratieve processen en de servicedesk. Voor de uitvoering van haar kerntaken en haar taak als facilitator van beleidsprocessen, werkt de TWO Jeugdhulp als beheerorganisatie in opdracht van de gemeenten in Holland Rijnland, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet. Flexibiliteit bij TWO Jeugdhulp is noodzakelijk om als ondersteunende beheerorganisatie voor gemeenten te kunnen functioneren.