CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 Bijlage 6. BSGR Begroting 2022-2025 (1910021)

Raad 27 mei 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Concept-begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen23.539 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Begroting 2022-2025

Begroting 2022-2025

2

Begroting 2022-2025

3

Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................... 4 Opbouw meerjarenbegroting ...................................................................................... 5 Indeling programmabegroting ................................................................................. 5 Beleidsbegroting ..................................................................................................... 5 Inleiding................................................................................................................... 7 Strategie.................................................................................................................. 7 Dienstverlening naar inwoners en bedrijven ........................................................... 9 Financieel beleid ................................................................................................... 11 Programma 1: Heffen ............................................................................................ 12 Programma 2: Informatie & Inning ........................................................................ 15 Programma 4: Overhead (voorheen Directie en bedrijfsvoering) .......................... 24 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................

25 Paragrafen ................................................................................................................ 27 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................... 27 Financiering & treasury ......................................................................................... 31 Verplichte kengetallen ........................................................................................... 33 Bedrijfsvoering ...................................................................................................... 34 Financiële begroting ................................................................................................. 41 Inleiding................................................................................................................. 41 Overzicht Baten en lasten ..................................................................................... 42 Geprognosticeerde Balans.................................................................................... 45 Meerjaren-investeringsplanning ............................................................................ 46 Overzicht reserves en voorzieningen .................................................................... 46 BTW Compensatie ................................................................................................

47 Bijlage 1: Overzicht baten en lasten conform Iv3 matrix ........................................... 48 Bijlage 2: Kerngegevens ........................................................................................... 49 Bijlage 3: Deelnemersbijdragen 2022-2025 .............................................................. 50 Bijlage 4: Baten en lasten 2022 per taakveld verdeeld over de programma’s .......... 51 Bijlage 5: Baten en lasten 2022 per taakveld verdeeld over de programma’s per deelnemer................................................................................................................. 52

Begroting 2022-2025

4

Inleiding Voor u ligt het voorstel voor de begroting 2022-2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Eerder is de aan deze begroting ten grondslag liggende meerjarenbegroting 2021-2024 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Hierna is de begroting aan de raden c.q. de verenigde vergadering van de deelnemers voorgelegd, waarbij hen gevraagd is hun zienswijzen ten aanzien van het beleid van de BSGR kenbaar te maken. Tenslotte is de definitieve programmabegroting en het programmaplan – met inachtneming van mogelijke zienswijzen van de deelnemers – definitief door het algemeen bestuur in haar vergadering van 25 juni 2020 vastgesteld. De vastgestelde begroting en de zienswijzen zijn ter kennisname van Provinciale Staten van Zuid-Holland en Noord-Holland gebracht. Vanwege de toetreding van gemeente Velsen is er in december 2020 nog een eerste wijziging gemaakt De indexering van de deelnemersbijdrage 2022 ten opzichte van 2021 is bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 1,4% en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)) 1,1%. Voor de periode 2023-2025 worden op dit moment vooralsnog geen taakstellingen en indexaties benoemd.

De meerjarenbegroting bestaat uit het hoofdstuk opbouw meerjarenbegroting waarin de kaders van de begroting uiteen worden gezet, een hoofdstuk waarin het programmaplan nader wordt uitgewerkt met specificering naar de individuele programma’s, de paragrafen waarin een toelichting wordt gegeven op de aanwezige risico’s en bedrijfsvoeringelementen en afsluitend de financiële begroting naar economische kostencategorieën. In bijlage 4 wordt de deelnemersbijdrage 2022-2025 gepresenteerd.

Begroting 2022-2025

5

Opbouw meerjarenbegroting Indeling programmabegroting De programmabegroting bestaat uit verschillende onderdelen, die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) door het Rijk zijn vastgesteld. Het zijn de beleidsbegroting, met daarin het programmaplan, de paragrafen en de financiële begroting. De verschillende onderdelen worden hieronder beschreven. Beleidsbegroting 1. Programmaplan In de begroting zijn de werkzaamheden van de Belastingsamenwerking verdeeld over vier programma’s namelijk: programma 1 – Heffen programma 2 – Informatie & inning programma 3 – Waarderen programma 4 – Overhead (voorheen Directie en bedrijfsvoering) Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. Bestaande programma-indeling met verantwoording overhead x € 1.000 Jaarrekening Lasten

2020

Begroting Begroting Begroting 2021 2021 Primitief na 2022 incl. wijziging Velsen maart 2021

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

Programma Heffen Programma Informatie & Inning Programma Waarderen Programma Overhead Algemene dekking en onvoorzien

2.611 2.675 4.427 2.867 62

3.030 3.045 4.422 3.163 209

2.920 2.940 4.740 3.158 295

2.959 2.977 4.482 3.184 294

2.959 2.977 4.482 3.184 109

2.959 2.977 4.482 3.184 109

2.959 2.977 4.482 3.184 109

Totaal Lasten

12.641

13.868

14.052

13.895

13.710

13.710

13.710

Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead Algemene dekking en onvoorzien

-2.611 -2.675 -4.017 -2.867 144

-3.030 -3.045 -4.344 -3.163 -109

-2.920 -2.940 -4.682 -3.158 -109

-2.959 -2.977 -4.482 -3.184 -109

-2.959 -2.977 -4.482 -3.184 -109

-2.959 -2.977 -4.482 -3.184 -109

-2.959 -2.977 -4.482 -3.184 -109

Totaal Baten

-12.026

-13.690

-13.808

-13.710

-13.710

-13.710

-13.710

615

178

244

185

0

0

0

Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves

0 0 -471

0 139 -317

0 139 -383

0 0 -185

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Saldo mutaties reserves

-471

-178

-244

-185

0

0

0

Resultaat na bestemming

144

0

0

0

0

0

0

Baten

Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserves

De indeling per programma is gelijk. In elk programma wordt antwoord gegeven op de ‘3W-vragen’: 1. Wat willen we bereiken aan maatschappelijke effecten? 2. Wat gaan we daarvoor doen? 3. Wat gaat dat kosten? Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, zullen de maatschappelijke effecten zich vooral vertalen in de te verwachten productie die voor de deelnemers gedraaid zal worden en de kwaliteit van die productie. Bij de ontwikkeling van besturingsinstrumentarium zijn de deelnemers betrokken. De sturingselementen zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.

Begroting 2022-2025

6

De kosten van een programma worden weergegeven door middel van een tabel, waarin een aantal wettelijk voorgeschreven elementen verwerkt zijn: a. per programma c.q. productgroep de raming van de baten en lasten en het saldo; b. het geraamde resultaat voor bestemming; c. de mutaties in de reserves per programma (een + is een storting, een – is een onttrekking); d. het geraamde resultaat na bestemming volgend uit de onderdelen b. en c. De tabel is opgebouwd uit jaarschijven. Aanmerkelijke verschillen tussen de verschillende jaarschijven worden toegelicht. In de Regeling financieel beheer is opgenomen dat in de begroting een overzicht gegeven wordt van de producten, respectievelijk diensten en de daarmee samenhangende baten en lasten. Voor deze begroting wordt volstaan met de opmerking dat de programma-indeling overeenstemt met het productenoverzicht. Paragrafen In de paragrafen wordt aandacht besteed aan een aantal financiële en bedrijfsmatige onderwerpen die dwars door het beleid van de programma’s heen lopen. De onderwerpen – die het Rijk vanaf 2004 in de programmabegroting verplicht stelt en welke van toepassing zijn op de BSGR zijn:  de bedrijfsvoering;  het weerstandsvermogen (de mate waarin tegenvallers financieel kunnen worden opgevangen);  financiering (lenen en uitzetten van geld). 2.

Financiële begroting In de financiële begroting wordt de financiële positie van de BSGR toegelicht en een meerjarig overzicht van inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) gegeven. Daarnaast bevat dit onderdeel de investeringsplanning en een overzicht van de reserves en voorzieningen. Op basis van de te verwachten ontwikkelingen wordt er in april 2021 een begrotingswijziging over 2021 aangeboden. Bij de besluitvorming over de jaarrekening 2020 zal aan het bestuur formeel worden voorgesteld het negatieve resultaat 2020 ten laste van het eigen vermogen te brengen.

Begroting 2022-2025

7

Programmaplan

Inleiding De onderhavige begroting is in hoge mate bepaald door de brief van 4 november 2020 van het bestuurlijk overleg financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen van gemeenten in de regio Midden-Holland. In deze brief worden de uniforme afspraken, gemaakt tussen de gemeenten en de gemeenschappelijke regelingen, over indexeringen en algemene taakstellingen weergegeven. Voor het begrotingsjaar 2022 is er geen sprake van een taakstelling ten opzichte van 2021. De indexering van de deelnemersbijdrage 2022 ten opzichte van 2021 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 1,4% en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)) 1,1%. De algemene reserve mag, conform de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen 2019, niet meer bedragen dan 5% van het totaal van de begrote lasten. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Strategie Vanaf de operationele start van de BSGR in 2011 is er hard gewerkt om op het huidige zeer optimale prijs-kwaliteitsniveau te komen waarop de organisatie nu presteert.

Het verkrijgen van de ISAE3402 type 2 verklaring, een waarborg voor de validiteit en betrouwbaarheid van de belastingprocessen is daar een voorbeeld van. Tot op heden is de BSGR nog steeds de enige belastingorganisatie in Nederland die in het bezit is van deze type 2 kwalificatie. Ook voor de komende jaren zal het behoud van deze certificering centraal staan. Immers, ieder jaar zal opnieuw moeten worden getoetst of de BSGR aan de hoge standaarden van deze certificering blijft voldoen. Certificering is daarmee een belangrijk “unique selling point” in de aansluiting van nieuwe deelnemers bij de BSGR. Deze certificering is des te meer van belang doordat met betrekking tot de belastingrapportage volstaan wordt met uitsluitend de ISAE3402 rapportage. Om interessant te blijven voor de huidige en nieuwe deelnemers is een optimale prijs-kwaliteit verhouding essentieel. Continue aandacht voor kostenreductie blijft noodzakelijk, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening door de BSGR minimaal op hetzelfde niveau blijft. Door de druk van kostprijsreductie en verdergaande ontwikkelingen in de werkzaamheden, waarbij voor de individuele medewerker een verschuiving plaatsvindt van data-entry naar meer inzicht en analytische vaardigheden, blijft de aandacht uitgaan naar een voortzetting van het maken van een verdere kwaliteitsslag met het personeel.

Het ingezette traject naar een meer zakelijke en bedrijfsmatige cultuur wordt dan ook voortgezet. Een belangrijk kenmerk van de BSGR is dat de prijs van haar producten gedetailleerd kan worden doorgerekend. De door het Algemeen Bestuur van de BSGR vastgestelde kostprijsmethodiek speelt daarbij een grote rol. De kostprijsmethodiek wordt gebruikt voor het verkrijgen van inzicht in de kostenstructuur van de BSGR en wordt gebruikt als sturingselement voor de BSGR zelf, als berekeningsmethodiek voor potentiele nieuwe deelnemers en als basis voor de kostenverdeling tussen de deelnemers onderling. Element in de prijs-kwaliteit verhouding is tevens de verhouding tussen harmonisatie en standaardisatie enerzijds versus maatwerk anderzijds. Harmonisatie en standaardisatie van uitvoering is elementair in een grootschalig productieproces en feitelijk een randvoorwaarde voor toetreding tot de BSGR. Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld betaaltermijnen, betaalwijzen (bijvoorbeeld automatische incasso’s vanaf een bepaald bedrag), combineren van aanslagen en dergelijke. Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid lastig te realiseren. Deze politieke beleidsvrijheid heeft echter wel een prijs, welke met het kostprijscalculatiemodel berekend kan worden.

Het streven naar harmonisatie staat de mogelijkheid daarmee niet in de weg dat de BSGR ook maatwerk aan haar deelnemers kan en wil leveren. In dat geval zal de BSGR voor de betreffende deelnemer inzichtelijk maken wat daarvan de kosten zijn ten opzichte van het afnemen van een geharmoniseerd product. Uitgangspunt is daarbij wel dat de deelnemer de integrale kosten voor maatwerk betaalt. Daarbij dient niet onvermeld te blijven dat

Begroting 2022-2025

8

de BSGR, volgens het principe van kostprijscalculatie (KPC), begroot op basis van voorcalculatie en afrekent op basis van nacalculatie. De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen overigens de komende jaren waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. In samenwerking met andere belastingkantoren en onze softwareleverancier wordt wel getracht zoveel mogelijk gedeelde klantwensen in te bouwen in deze standaard. Duidelijk is daarnaast wel dat de BSGR als uitvoeringsorganisatie als gevolg van externe factoren de kosten de komende jaren waarschijnlijk zal zien oplopen. Was het enkele jaren geleden nog de verwachting dat digitalisering en basisregistraties (die momenteel nog verre van optimaal functioneren) zouden leiden tot meer efficiency en lagere kosten, dan laat de praktijk inmiddels het tegenovergestelde zien. Het stellen van zeer hoge eisen aan beveiliging en privacy binnen deze digitaliseringsgolf is daarbij een belangrijk element.

Hogere kosten zullen ook het gevolg zijn als bevragingen bij de bron vanuit de Common Ground gedachte per eenheid getarifeerd gaan worden zoals dat ook nu ook al geldt voor de Berichtenbox en inzage/opvragingen via Digid. Opschaling van het aantal deelnemers kan in deze context niet alleen kostenvoordelen bieden maar kan ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het ‘in control” zijn van de interne organisatie. De eisen die gesteld worden aan informatiebeveiliging en privacy vormen daar een onderdeel van. De hiervoor benodigde kennis en expertise is gebaat bij meer schaalgrootte. De afgelopen jaren ontstane concurrentie met private commerciële organisaties lijkt niet door te zetten. Wel lijkt de rol van centrumgemeenten toe te nemen als alternatief voor het onderbrengen van belastingen in een Gemeenschappelijke Regeling. Met name ontwikkelingen in het kader van de koepelvrijstelling zullen de toekomst van samenwerkingsverbanden gaan beïnvloeden. Mocht immers de koepelvrijstelling verdwijnen dan betekent dit een fors kosten ophogend effect voor samenwerkende overheden. Bij dit alles dient echter niet uit het oog te worden verloren dat de BSGR primair een maatschappelijke organisatie is die “dienend” is richting haar deelnemers en burgers.

Basiswaarden als eerlijkheid, rechtvaardigheid en billijkheid staan daarbij immer voorop. Tegen deze achtergrond hanteert BSGR een groeistrategie die in de kern op het volgende neerkomt: 

Groei van het aantal deelnemers is een instrument om tot vermindering van de kwetsbaarheid, tot verlaging van de kosten en tot verbetering van de kwaliteit van de BSGR te komen.

Daarbij hecht de BSGR aan een verantwoorde, beheerste en gecontroleerde aanpak: organische groei waarbij het belang van de huidige deelnemers voorop staat. Er mag geen sprake zijn van discontinuïteit of afnemende kwaliteit van dienstverlening door (te snelle) groei. Het behoud van de ISAE-verklaring staat daarbij voor de BSGR voorop. Voor de BSGR is daarom een gecontroleerd en beheerst proces van toetreding belangrijk. Nieuwe deelnemers treden ‘schoon door de poort’ toe, wat betekent dat nieuwe deelnemers hun bestanden op orde hebben, er geen achterstanden zijn en de eisen van de Waarderingskamer op terrein van toezicht geabsorbeerd zijn of kunnen worden. Daarbij moet de BSGR een herkenbare eigen organisatie blijven. Vanuit dat perspectief is uitgangspunt dat nieuwe deelnemers toetreden tot de gemeenschappelijke regeling. Verder brengen nieuwe deelnemers het integrale belastingproces onder, niet slechts een deel ervan.

De BSGR kiest primair voor groei van het aantal bij het Hoogheemraadschap van Rijnland inliggende gemeenten. Toetreding van een tweede waterschap is ook een mogelijkheid, als dat past binnen de samenwerkingsstrategie van het Hoogheemraadschap in de waterschapssector.

Daarnaast kan het wenselijk zijn gezien de geschetste ontwikkelingen om ook een samengaan met een ander belastingkantoor te onderzoeken. Van belang is dan wel dat deze organisaties qua cultuur en kostenefficiency op elkaar lijken, dan wel op deze aspecten naar elkaar toegroeien voordat de daadwerkelijke integratie plaatsvindt.

Begroting 2022-2025

9

Belangrijke reden hiervoor is dat ambtenaren tegenwoordig onder het private arbeidsrecht vallen waardoor een overname of samengaan wordt gezien als een overgang van onderneming waarbij de betrokken medewerkers in principe allemaal met behoud van alle rechten en plichten overgaan. Als er dan een discrepantie bestaat tussen beide organisaties qua kostenefficiency “trekt de goedkoopste van de twee aan het kortste eind”, in die zin dat de deelnemers van deze organisatie dan ook moeten betalen voor de hogere kosten van de andere duurdere organisatie. Overigens speelt dit issue ook bij toetreding van een afzonderlijke nieuwe deelnemer. Ook dan mogen de betrokken medewerkers erop vertrouwen dat zij allen integraal met rechten en plichten overgaan. Duidelijke afspraken vooraf met de betrokken gemeente cq het betrokken waterschap zijn hierbij van wezenlijk belang. Toetreding van een nieuwe deelnemer wordt hierdoor minder makkelijk. Tot voor kort speelde de aanname dat de taken van belastingkantoren (fors) geraakt zouden kunnen gaan worden door de discussie over de integratie van de objectenregistraties BAG, WOZ en BGT in een samenhangende objectenregistratie (SOR). Op basis van de laatste ontwikkelingen is de verwachting dat de WOZ geen integraal onderdeel zal gaan uitmaken van de SOR. Slechts een aantal elementen van de WOZ zullen onderdeel gaan uitmaken van de SOR.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan objecttypen en eigenschappen bebouwing. Het zal dan vooral de afstemming tussen de WOZ en de SOR zijn die aandacht behoeft. Positionering van de SOR binnen een belastingkantoor lijkt daarmee minder logisch. Worden belastingkantoren minder geraakt door de ontwikkelingen inzake de SOR, dit gaat niet op voor de steeds verdergaande mogelijkheden voor burgers om bezwaar te maken tegen genomen overheidsbesluiten. Vanaf naar verwachting 1 januari 2022 zal het ook mogelijk worden om formeel bezwaar aan te tekenen tegen het niet toekennen van een kwijtscheldingsverzoek. De verwachting is dat hiermee een nieuwe doelgroep voor no cure no pay buro’s gaat ontstaan. Gezien de grote aantallen kwijtscheldingsverzoeken waar belastingkantoren mee te maken hebben zal dit een fors opstuwend effect op het volume van kostenvergoedingen kunnen hebben. De gevolgen van de coronacrisis zullen dit effect alleen maar versterken. Vraag is uiteindelijk dan ook of het al dan niet verlenen van kwijtschelding het meest effectieve instrumentarium is in het armoedebeleid van overheidsorganisaties. Temeer daar de wettelijk vastgestelde regels rond kwijtschelding niet altijd degenen helpen met de laagste netto besteedbare inkomens voor wie kwijtschelding toch feitelijk bedoeld zou moeten zijn.

De BSGR ziet daarmee de komende jaren een nieuwe golf van no cure no pay bezwaren op zich afkomen. En dit terwijl de WOZ bezwaren ook meer en meer worden ingediend door no cure no pay buro’s. Naast de kostenvergoedingen is hier ook steeds meer personele capaciteit voor benodigd. Het feit dat momenteel “slechts” 1-1,5% van de ontvangers van een OZB aanslag bezwaar maakt via een no cure no pay buro leidt tot grote zorgen zowel qua kosten en capaciteit als ook toestroom richting de rechterlijke macht als dit percentage verdubbelt, laat staan dat dit toeneemt tot 5, 10 of 20 procent! De taken rondom de wet WOZ kunnen landelijk zo leiden tot grote uitvoeringsproblemen. Deze ontwikkelingen overziende maakt de BSGR zich grote zorgen over de kostenontwikkeling in de komende jaren. Eventuele taakstellingen en bezuinigingen kunnen bij een organisatie die zo lean en mean in de belastingmarkt opereert helaas niet anders leiden dan tot een verschraling van de dienstverlening. Dienstverlening naar inwoners en bedrijven In 2019 heeft de BSGR met haar deelnemers een geactualiseerde Dienstverleningsovereenkomst (DVO) (tekst vastgesteld door het dagelijks bestuur van de BSGR op 21 maart 2019) afgesloten. In de DVO zijn met de deelnemers afspraken gemaakt over de dienstverlening van de BSGR.

Enerzijds naar de deelnemers zelf (wat mogen de deelnemers zelf van de BSGR verwachten) en anderzijds naar de inwoners en bedrijven van het verzorgingsgebied (wat mogen zij, op basis van afspraken tussen de deelnemer en de BSGR, verwachten). Daarnaast wordt ook nog in andere regelingen, zoals het Besluit gegevensverstrekking, invulling gegeven aan de dienstverlening naar de deelnemers.

Begroting 2022-2025

10

Voor wat betreft de dienstverlening naar inwoners en bedrijven is deze in de DVO geconcretiseerd in afspraken over kwaliteitsaspecten. Hierover wordt twee keer per jaar aan de deelnemers gerapporteerd te weten in de 8-maandsrapportage en de jaarlijkse belastingrapportage. In de afgelopen jaren heeft de BSGR al op verschillende manieren de dienstverlening naar de inwoners en bedrijven verbeterd en/of uitgebreid op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en betalingsmogelijkheden. In 2020 is in dat verband als betaalmogelijkheid de ‘betaallink’ beschikbaar gesteld. Daarnaast is in 2020, als extra service naar de belastingplichtigen die na de vervaldatum de belastingaanslag nog niet hebben voldaan, de kosteloze betalingsherinnering ingevoerd. Verder zal, ingaande 2022, het maximum grensbedrag waarbij gebruik mag worden gemaakt van het maximum aantal betaaltermijnen (acht) bij automatische incasso worden verhoogd van € 5.000,- naar € 10.000. Tevens gaat er in 2021 nog een nader onderzoek plaatsvinden naar de mogelijkheid om het maximum aantal betaaltermijnen bij automatische incasso nog met twee te verhogen tot 10. Tenslotte zal de BSGR, daar waar mogelijk binnen de wettelijke, technische en financiële kaders, blijven streven naar een verdere verbetering van haar service aan haar klanten.

Zo zal de BSGR bijvoorbeeld ‘aanhaken’ bij initiatieven om te voorkomen dat bij inwoners de schuldenlast verder oploopt (Vroegsignalering) en hiertoe sociale wijkteams van de aan de BSGR deelnemende gemeenten inzage geven in de openstaande belastingschulden inzake individuele dossiers. Alhoewel de BSGR dus continu zoekt naar mogelijkheden om haar dienstverlening te verbeteren, wordt hierbij uitdrukkelijk wel de kanttekening geplaatst dat bij eventuele taakstellingen in de komende jaren het juist de dienstverlening is die ‘geraakt’ zal worden. Dit omdat de BSGR voornamelijk wettelijke taken uitvoert waarop, gezien het zeer lage kostenniveau van de BSGR, niet verder kan worden bezuinigd.

Begroting 2022-2025

11

Financieel beleid Voor het begrotingsjaar 2022 is er geen sprake van een taakstelling ten opzichte van 2021. De indexering van de deelnemersbijdrage 2022 ten opzichte van 2021 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 1,4% en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)) 1,1%. De algemene reserve mag, conform de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen 2019, niet meer bedragen dan 5% van het totaal van de begrote lasten. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Voor het begrotingsjaar 2021 en volgende jaren is geprognosticeerd dat de algemene reserve € 480K zal bedragen. Dit bedrag zit tussen de 3% en 5% in. Onderstaand zal per programma de meerjarenbegroting nader worden toegelicht.

Begroting 2022-2025

12

Programma 1: Heffen Onderwerp Het programma Heffen omvat het tijdig, correct en volledig opleggen van zowel subject- als object gebonden aanslagen waterschapslasten en gemeentelijke heffingen. Dit is inclusief de vergaring en verwerking van de daartoe benodigde gegevens vanuit interne en externe bronnen (onder andere Basisregistraties en de door de gemeenten en het waterschap aan te leveren belastinggrondslagen). Daarnaast omvat het programma de activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van bezwaren tegen plicht en maatstaf. Tevens worden ingebrekestellingen wegens het uitblijven van een uitspraak binnen de wettelijke beslistermijn met betrekking tot deze bezwaren binnen het programma Heffen opgepakt.

Wat gaan we doen? Aanpassing belastingstelsel waterschapsheffingen Het huidige belastingstelsel van de waterschappen bevat enkele knelpunten. Begin 2020 heeft een stuurgroep onder leiding van voormalig staatssecretaris Menno Snel het voortouw genomen. Het voorstel van de stuurgroep kon op 11 december 2020 in de Ledenvergadering van de Unie van Waterschappen op unanieme steun rekenen. Het voorstel is op 25 januari 2021 naar de 2e Kamer gestuurd. De watersysteemheffing zorgt voor de middelen voor waterveiligheid, voldoende en schoon oppervlaktewater. Volgens de huidige systematiek moeten de waterschappen de kosten voor een belangrijk deel verdelen op basis van de waarde van gebouwen, grond en natuurterreinen. Het belangrijkste knelpunt van deze heffing is de onredelijke invloed die de hoge waarde van wegen en spoorwegen op de tarieven van de eigenaren van onbebouwde grond heeft. Hierdoor stijgen de kosten voor deze groep zonder dat er extra voorzieningen tegenover staan. Het voorstel van de waterschappen gaat uit van een model waarin de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld. Het model geeft de algemeen besturen daarbij meer mogelijkheden dan nu om bij het verdelen van de kosten rekening te houden met specifieke omstandigheden in het gebied en met de taakuitoefening.

Toepassing leidt tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de tarieven voor alle betalende categorieën. De waterschappen introduceren met deze voorstellen ook de mogelijkheid om te differentiëren in de tarieven voor de watersysteemheffing gebouwd. Die kent op dit moment één tarief voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen. De WOZ-waarden van woningen is echter de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Met de mogelijkheid van tariefdifferentiatie kunnen de waterschappen binnen de categorie gebouwd tot een gelijkmatige lastenontwikkeling komen. Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling dat deze tariefdifferentiatie enkel voor deze toepassing wordt gebruikt. Ook de zuiverings- en verontreinigingsheffing worden aangepast. De zuiveringsheffing dekt de kosten van het zuiveren van rioolwater. De verontreinigingsheffing wordt in rekening gebracht als afvalwater rechtstreeks in oppervlaktewater wordt geloosd. Op basis van de huidige wetgeving moeten waterschappen mens- en milieubelastende stoffen gebruiken bij de laboratoriumanalyses voor het vaststellen van de vervuilingswaarde van het afvalwater van bedrijven. Dat willen de waterschappen niet meer. Daarom komen zij met een alternatief voor deze methode dat geen gebruik maakt van mensen milieubelastende stoffen.

De impact van de wijzigingen voor de BSGR wordt als relatief beperkt gezien. Aandacht dient er wel te zijn voor de overgangsperiode waarin twee stelsels naast elkaar moeten worden geadministreerd. Aangezien sprake is van een wetswijziging kan het mogelijk nog tot 2025 duren voordat het nieuwe stelsel in werking treedt. Hervorming gemeentelijk belastinggebied: een belastingschuif van Rijk naar gemeenten Op 18 mei 2020 heeft het rapport “Herziening gemeentelijk belastinggebied” het licht gezien. Hierin wordt gesproken over een verschuiving van 4 tot 6 miljard euro aan rijksbelastingen naar het gemeentelijk belastinggebied. Gemeenten zijn voor het overgrote deel van hun inkomsten financieel sterk afhankelijk van het Rijk. Minder dan 20% bestaat uit gemeentelijke belastingen en heffingen. Daardoor hebben gemeenten

Begroting 2022-2025

13

weinig ruimte om zelf keuzes te maken voor lokale prioriteiten. Tegelijkertijd zijn gemeenten verantwoordelijk voor een divers en complex pakket aan taken dat de afgelopen jaren groter is geworden. Zij nemen 40% van de overheidsuitgaven voor hun rekening terwijl de gemeentelijke belastingen maar 3% uitmaken van de totale belastingdruk. Een herziening van het gemeentelijk belastinggebied geeft gemeenten meer autonomie over hun inkomsten, zo schrijft de ambtelijke werkgroep in het advies aan de Tweede Kamer. Over de voorstellen in het rapport zal het volgende kabinet moeten beslissen. Naast de genoemde verschuiving waarbij enerzijds het gemeentefonds afneemt, anderzijds inwoners worden gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting wordt gesproken over een aanpassing van de grondslag voor de OZB en modernisering en uitbreiding van de overige gemeentelijke belastingen. Net als bij de aanpassing van de waterschapsbelastingen zal dit consequenties hebben voor de uitvoeringstaken van de BSGR. Het heffen en innen van een breder gemeentelijk belastingscala zal als vanzelfsprekend leiden tot hogere uitvoeringslasten. Basisregistraties: een update Lag in voorgaande jaren de nadruk op de invoering en implementatie van een aantal basisregistraties, in de komende jaren zal de focus nadrukkelijk liggen op het beheer hiervan. De eerste beheertools zijn inmiddels ontwikkeld en in gebruik.

Het (door)ontwikkelen van deze tools moet leiden tot een beheersituatie op de vakafdelingen. Was vorig jaar nog de idee dat zowel de BAG als de WOZ samen met de BGT zouden opgaan in een Samenhangende Objectenregistratie (SOR), inmiddels wordt duidelijk dat de WOZ als geheel hier niet in opgaat en dat slechts enkele kenmerken van de WOZ onderdeel van de SOR gaan worden. De consequenties van de SOR voor de BSGR zijn daarmee meer beperkt dan voorheen gedacht. Met name zal de aandacht zich focussen op een continue afstemming tussen de WOZ en de SOR. De basisregistratie Kadaster BRK 1.0 zal vooralsnog niet worden opgevolgd door een API (Application Programming Interface)oplossing. Na een zeer brede en uitvoerige landelijke consultatie is het advies aan belastingkantoren en WOZ afdelingen van gemeenten om voor bulkbevragingen gebruik te gaan maken van de opvolger van BRK 1.0, te weten BRK 2.0. Uiterlijk tweede kwartaal 2022 zal deze geïmplementeerd dienen te zijn in de organisatie. Het nu gebruik gaan maken van de API oplossing wordt als te risicovol gezien voor de continuïteit van de belastingprocessen. Voor wat betreft het Handelsregister worden de gegevens vanuit deze basisregistratie inmiddels aangeleverd zoals deze ook in het register staan geregistreerd, te weten op 3 niveaus: statutair, maatschappelijke activiteit en adresgegevens.

Op deze wijze is er een betere afstemming met de werkprocessen mogelijk. Door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt er naar gestreefd om uiterlijk in 2021 het gebruik van de gegevens uit het handelsregister voor alle bestuursorganen verplicht te stellen. Naast de basisregistraties spelen er op het vlak van ICT ook nog andere ontwikkelingen, zoals Common Ground, GDI en GGI die gevolgen gaan hebben voor de bedrijfsvoering binnen de afdeling Heffen. Werkprocessen zullen op een andere wijze moeten worden opgezet, mogelijk worden werkprocessen in de uitvoering gecompliceerder. De medewerkers zullen dan ook middels opleiding in staat moeten worden gesteld om de komende ontwikkelingen bij te kunnen benen.

Beheer in de cloud In steeds toenemende mate worden er door IT bedrijven diensten aangeboden in de cloud. Kostenbesparing en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de cloud en de komende jaren zal landelijk gezien het aantal diensten en oplossingen dat in de cloud draait, alleen maar verder toenemen. Ook onze software leverancier, Centric, gaat zijn software de komende jaren aanbieden vanuit de cloud. Dat wil zeggen de software aanbieden middels een SaaS oplossing (Software as a Service). Centric beoogt om eind 2023 alle software die zij nu aan overheden aanbiedt alleen nog via een SaaSoplossing beschikbaar te stellen. De eerste overheidsdienst die Centric volledig via de cloud wil gaan aanbieden betreft de software voor lokale heffingen. Dit moet eind 2021/begin 2022 op deze wijze al (grotendeels) operationeel zijn. Dit heeft wel de nodige consequenties, zowel voor de variaties van de nu gehanteerde heffingsmethodieken als op het personele vlak.

Begroting 2022-2025

14

De verwachting is dat:  Vanuit de cloud een standaardpakket zal worden aangeboden. Standaardisatie van heffingstechnieken wordt de norm, waarbij voor eventueel maatwerk afzonderlijk zal moeten worden afgerekend. De BSGR beoogt voor wat betreft de standaardisatie wel, in samenspraak met collega belastingkantoren, de nodige inspraak hierin te krijgen, zodat bestaand maatwerk deels toch in de standaard kan komen.  Onderhoud van de software een stuk eenvoudiger en overzichtelijker zal worden, aangezien er primair nog maar één systeem behoeft te worden onderhouden.  De inzet van eigen applicatiebeheer kan worden ingeperkt. Het overgrote deel van de werkzaamheden vindt dan immers plaats bij de leverancier. Dit laatste heeft bij een aantal applicatiebeheerders van de BSGR ertoe geleid dat zij hebben geopteerd voor een baan elders. De hierdoor ontstane ruimte wordt door BSGR nu ingevuld door enerzijds externen, anderzijds door capaciteit van Centric zelf. Met dit laatste wordt beoogd de overgang naar de SaaS uiteindelijk makkelijker te laten plaatsvinden Voor belastingorganisaties en gemeenten en waterschappen die hun belastingtaak nog zelf uitvoeren zal er overigens geen ontkomen zijn aan de overstap naar de cloud. De verwachting is dat op middellange termijn alle aanbieders van software voor lokale heffingen dit nog slechts zullen doen op basis van een SaaS.

Indien men hier nog aan wil ontkomen is het enige alternatief het zelf bouwen van een applicatie. Wat gaat het kosten? x € 1.000

Jaarrekening

Lasten

2020

Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatiseringskosten

1.991

Totaal Lasten

Begroting Begroting 2021 2021 Primitief na wijziging incl. Velsen maart 2021

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

313

2.310 335 386

2.200 335 386

2.231 338 390

2.231 338 390

2.231 338 390

2.231 338 390

2.611

3.030

2.920

2.959

2.959

2.959

2.959

Bijdragen deelnemers

2.611-

3.030-

2.920-

2.959-

2.959-

2.959-

2.959-

Totaal Baten

2.611-

3.030-

2.920-

2.959-

2.959-

2.959-

2.959-

Resultaat voor bestemming

-

-

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves

-

-

-

-

-

-

-

Resultaat na bestemming

-

-

-

-

-

-

-

306

Baten

De personeelslasten blijven de komende jaren op een redelijk gelijkblijvend niveau. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen.

Begroting 2022-2025

15

Programma 2: Informatie & Inning Onderwerp Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. De aanmaningen kunnen uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Daarnaast bevat dit programma de klantencontacten in de vorm van correspondentie, algemene telefoonbeantwoording en balie- en receptiewerkzaamheden. Tenslotte omvat het programma de behandeling en afdoening van bezwaar- en beroepschriften inzake respectievelijk invorderingskosten en kwijtscheldingen.

Wat gaan we doen? De BSGR en dus ook de afdeling I&I blijven de maatschappelijke trend volgen met betrekking tot meer maatschappelijk invorderen. Door de decentralisering in het sociale domein wordt van lokale overheden verwacht dat zij hier een actieve invulling aangeven. Er dient dus al in een vroeg stadium een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen ‘niet kunnen’ en ‘niet willen’ betalen van aanslagen. Met ingang van 2021 zijn een aantal grote wijzigingen die de afgelopen jaren zijn aangegeven in werking getreden. De vereenvoudiging berekening beslagvrije voet is de grootste aanpassing, aangezien deze berekening opnieuw dient te worden gemaakt voor alle invorderingsdossiers die in de beslagfase verkeren (loon-/uitkerings-beslag). Ook de implementatie van vroegsignalering bij de gemeenten gaat ondanks capaciteitsproblemen bij veel gemeenten door. Zij kunnen met belangrijke organisaties zoals woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars, nuts-bedrijven, sociale verzekeringsbank, etc. een convenant afsluiten, waarin wordt afgesproken dat indien er bij één van de aangesloten organisaties betalingsachterstand ontstaat, een sociaal wijkteam wordt ingeschakeld om met de betreffende burger in gesprek te gaan om erger te voorkomen.

Gemeentelijke heffingen mogen wettelijk geen deel uitmaken van vroegsignalering, en afspraken over de invordering van gemeentelijke heffingen mogen niet door het sociale wijkteam gemaakt worden. De BSGR zal in 2021 voor de sociale wijkteams van de deelnemende gemeenten toegang verlenen tot haar systeem zodat deze hier hun informatie van hun eigen inwoners kunnen opvragen. Burgers kunnen indien gewenst op afspraak langskomen bij het kantoor van de BSGR, ook voor het uitvoeren van een betaling. Hoewel het aantal bezoekers de afgelopen jaren wel terugloopt, blijft dit een contact- en betaalmogelijkheid voor burgers die gewaardeerd wordt. Degenen die ‘niet willen’ betalen, zullen eerder, maar ook “harder” en gerichter dienen te worden aangepakt. De mogelijkheden om te betalen (per pin/contant aan de deurwaarder, maar ook via een betaallink per sms of email) zijn er al, maar ook de inzet van de deurwaarders zal hier meer en meer op worden ingezet, waarbij op resultaat gestuurd wordt.

Extern speelt daarnaast een aantal ontwikkelingen die de BSGR op zich af ziet komen.  Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) De wijziging in artikel 25 in de Invorderingswet zal worden ingevoerd. Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken aan de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Vanaf 2021 zou er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift kunnen worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De implementatie van de wijziging is echter wederom uitgesteld. Verwacht wordt dat deze wijziging nu in 2022 ingaat.

Begroting 2022-2025

16

Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken, mogelijk extra kosten voor de BSGR met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan :  Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s)  Kosten voor beroepsprocedures  Griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen  Behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere ‘No Cure No Pay’-bureaus die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bureaus nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling) Zodra er meer inzicht is in, of als er landelijke informatie beschikbaar is gekomen over de mogelijke hoogte van de extra kosten en personele inzet, dan zullen deze via een begrotingswijziging worden aangegeven. De BSGR gaat in 2021 in samenwerking met Centric het kwijtscheldingsproces zodanig herinrichten zodat al zo veel mogelijk gewerkt kan gaan worden conform de eerder genoemde behandeltermijnen.

 Robotisering / Artificiële Intelligentie RPA (Robotic Process Automation) of robotisering is de automatisering van op business rules gebaseerde bedrijfsprocessen door middel van een software-applicatie of een ‘software robot’. Met name processen die een hoog repeterend karakter kennen qua verzamelen, invoeren en valideren van informatie uit systemen of spreadsheets komen hiervoor in aanmerking. De BSGR werkt met name met ‘scripting’ (processen die door een programma uitgevoerd worden, of aanvullend op een proces worden uitgevoerd). Omdat de BSGR overgaat naar een nieuwe ‘standaardversie’ van het belastingpakket, zullen alle scripts die momenteel worden gebruikt ter efficiency en/of controle van de huidige processen, dienen te worden (her)beoordeeld of deze in de nieuwe standaardversie dienen te worden opgenomen.

Kwijtschelding 3.0 In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0 is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er vanaf 2021 al (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden. Een tegengeluid in deze ontwikkeling rondom kwijtschelding is dat sommige waterschappen en gemeenten er voor kiezen juist geen of beperkt kwijtschelding te verlenen. Een voorbeeld is om voor het vastrecht van Diftar wel kwijtschelding te verlenen maar voor het aangeboden vuil niet. Teveel verschillende varianten kunnen overigens wel leiden tot onduidelijkheid bij de burgers en problemen bij de verwerking in het belastingsysteem. Immers op een combibiljet waar verschillende variaties gehanteerd worden is dit niet alleen onduidelijk maar ook automatiseringstechnisch lastig uitvoerbaar. Net niet in aanmerking komen voor kwijtschelding maar toch net niet rond kunnen komen.

Deze gevallen komen helaas vaak voor. Dit komt doordat de berekening van de betalingscapaciteit (= inkomen minus woonlasten minus zorgkosten minus rijksnormbedrag), te ingewikkeld is geworden. Hierdoor kan het voorkomen dat burgers met een iets lager inkomen wel huurtoeslag ontvangen, maar dan geen kwijtschelding krijgen, terwijl burgers met een hoger inkomen, maar zonder huurtoeslag, wel kwijtschelding krijgen. Het totaalbedrag van kwijtschelding is veelal lager dan het totaalbedrag van huurtoeslag, waardoor iemand met een lager inkomen uiteindelijk meer netto te besteden heeft dan iemand met een hoger inkomen.

Begroting 2022-2025

17

Dwanginvordering De focus van invordering ligt op het voorkomen van ‘instroom’ van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er natuurlijk direct (gedeeltelijk) per PIN of contant worden betaald. De komende jaren zal het leggen van beslag op roerende zaken verder gaan veranderen. Wordt het enerzijds makkelijker voor deurwaarders om ‘administratief’ beslag te leggen op een auto, door de opkomst van ‘private-lease’ wordt het steeds lastiger om nog beslag te kunnen leggen omdat het eigendom van de auto dan ligt bij de leasemaatschappij. Het leggen van derdenbeslag (bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan, waardoor dit via een beveiligde emailomgeving zal worden gedaan. Als eerdere invorderingsacties geen gewenst resultaat opleveren, is een laatste actie veelal een binnentreding conform artikel 44 van de Invorderingswet.

Hierbij wordt onder toezicht van een Hulpofficier van Justitie toegang tot de woning van de belastingplichtige geforceerd, waarna de deurwaarder in staat is om beslag op roerende zaken te leggen. Deze invorderingsactie zal de komende jaren verder worden geïntensiveerd. Een andere laatste actie kan, in het geval van eigendom, zijn het leggen van beslag op onroerende zaken. Hiermee kan een verkoop van een onroerende zaak worden geblokkeerd bij de notaris. De wanbetaler wordt gedwongen zijn schuld te voldoen om de verkoop doorgang te laten vinden, of de schuld wordt verrekend met de verkoopsom. Het inzetten van de scan-bus is een succesvolle toevoeging op de invorderingsmogelijkheden en heeft tot extra directe betalingen en betalingsregelingen geleid. Ook zal er worden geparticipeerd in regionale ANPR-acties (Automatic Number Plate Recognition) in samenwerking met de Politie en Belastingdienst. Mocht een minnelijk akkoord niet mogelijk zijn met alle schuldeisers, dan kan de rechter besluiten tot het traject Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om een burger na 36 maanden weer schuldenvrij te laten zijn. Er is dan sprake van extern budgetbeheer (bewindvoering) bij de burger. Aan het einde van de WSNP ontvangen alle schuldeisers een percentage van de vordering tegen finale kwijting.

Samenvattend betekent dit voor de toekomst van invorderen een veel meer informatie gestuurde en digitale procesgang. Het administratieve werk zal geleidelijk steeds verder verdwijnen. Deze capaciteit zal dan worden ingezet om steeds pro-actiever burgers te benaderen.

Begroting 2022-2025

18

Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten

Jaarrekening Begroting 2021 Begroting Begroting 2021 2020 Primitief incl. na 2022 Velsen wijziging maart 2021

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Bijdrage GDI

1.603 659 201 212

1.784 814 254 193

1.729 764 254 193

1.753 772 257 195

1.753 772 257 195

1.753 772 257 195

1.753 772 257 195

Totaal Lasten

2.675

3.045

2.940

2.977

2.977

2.977

2.977

Doorbelastingen GDI

2.463212-

2.852193-

2.747193-

2.782195-

2.782195-

2.782195-

2.782195-

Totaal Baten

2.977-

Baten

Bijdragen deelnemers

2.675-

3.045-

2.940-

2.977-

2.977-

2.977-

Resultaat voor bestemming

-

-

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves

-

-

-

-

-

-

-

Resultaat na bestemming

-

-

-

-

-

-

-

De personeelslasten blijven de komende jaren op een redelijk gelijkblijvend niveau. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen.

Begroting 2022-2025

19

Programma 3: Waarderen De Belastingsamenwerking voert voor haar deelnemers de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, bijvoorbeeld de basisregistratie BAG bij de gemeenten. De BSGR voert het WOZ proces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit. Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZ-als plichts- en maatstaf(hoger)beroepschriften. De uitvoering van de activiteiten dient plaats te vinden conform het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer. Wat gaan we doen? De lange-termijn-agenda van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) biedt voor de belastingsector van gemeenten en waterschappen een helder overzicht van de thema’s, ontwikkelingen en initiatieven welke tot ongeveer 2024 binnen het belastingdomein te verwachten zijn.

Daarnaast worden in het strategiedocument van de Waarderingskamer (2020-2025), van de belangrijkste onderwerpen binnen deze ontwikkelingen, de verwachte invloed op de werkzaamheden binnen de Wet WOZ weergegeven. De Waarderingskamer vraagt blijvend aandacht voor de investeringsagenda Informatievoorziening WOZ en geo-informatie. De komende jaren zal nadrukkelijk ingezet (moeten) gaan worden op betere en verder geïntegreerde vastgoed-gerelateerde basisregistraties: samenwerking en technische ontwikkeling gaan daarbij ‘hand in hand’. Deze investeringen zullen naast een kwaliteitsupgrade ook, maar meer op de langere termijn, invloed hebben op de efficiency die behaald kan worden wanneer meer data geautomatiseerd aangeleverd en verwerkt kan (gaan) worden. Alhoewel de laatste ontwikkelingen erop duiden dat de WOZ geen integraal onderdeel zal gaan uitmaken van de Samenhangende Objecten Registratie (SOR) blijft integratie c.q. aansluiting van de WOZ-uitvoering met de bijhouding (geo-) basisregistraties een beoogde toekomstontwikkeling. Ook al zal dit naar alle waarschijnlijkheid slechts voor een beperkt aantal relevante componenten gaan gelden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden verder toeneemt, is het van belang dat de WOZ-uitvoering mee blijft ontwikkelen met deze maatschappelijke en technische ontwikkelingen.

Tussen 2021 en 2025 zal zich binnen de drie disciplines op de afdeling WOZ (waarderen, objectenbeheer en bezwaar & beroep) een aantal relevante ontwikkelingen gaan voordoen die invloed hebben op het (toekomstige) werk van de medewerkers. Belangrijk is om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten, daar waar mogelijk op te anticiperen en medewerkers zich bewust te laten zijn van de veranderingen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen. Ontwikkelingen op het gebied van gegevensbeheer (medewerkers objecten): - Verwachte toename van uitvoeringswerkzaamheden De gevolgen van de coronamaatregelen zullen er, volgens een rapport van Planbureau voor de Leefomgeving, toe leiden dat de leegstand van winkels de komende twee jaar kan oplopen tot 25 à 40%. Dit laatste is met name het geval in de binnensteden; de wijkwinkelcentra worden naar verwachting minder geraakt. Naast het feit dat dit gevolgen heeft voor de WOZ-waarden en de opbrengsten OZBE en OZBG, zal dit ook leiden tot (veel) meer WOZ-mutaties en afbakeningsonderzoeken als gevolg van mogelijke bestemmingswijzigingen. De omvang van de areaaluitbreiding zal de komende jaren, per gemeente, elke 3 jaar in kaart gebracht worden. Bovenstaande kan hierin voor een extra dimensie gaan zorgen.

Zeker wanneer er op grote(re) schaal winkelbestemmingen worden omgezet naar woonbestemmingen, zoals dat ook in delen van het land bij (verouderde) kantoorbestemmingen het geval is geweest.

Begroting 2022-2025

-

20

Samenhangende Objecten Registratie (SOR) De mogelijke scenario’s, waarin ook zaken als organisatiestructu(u)r(en) en transitiepaden worden beschreven, zullen de komende jaren verder uitgewerkt worden door het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en de VNG. Helder lijkt op dit moment wel dat de WOZ hiervan geen integraal onderdeel zal gaan uitmaken. Was het enkele jaren geleden nog de verwachting dat digitalisering in combinatie met basisregistraties zou leiden tot efficiency en lagere kosten, dan laat de praktijk dat op dit moment nog niet zien. Na een overgangsfase richting 2025, zal de meest efficiënte wijze van uitlevering en verwerking van gegevens welke gezamenlijk gebruikt en bewerkt worden, uiteindelijk moeten kunnen leiden tot een efficiencyslag. Met de afronding van het project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ zal hier op kleine schaal vanaf 2e helft 2021 al een aanvang mee gemaakt gaan worden. De mate van efficiencywinst is afhankelijk van de graad van uniformiteit welke tussen BSGR en de deelnemende gemeenten bereikt kan worden en de kwaliteit die de desbetreffende gemeenten vanuit de BAG afdelingen kunnen leveren. Het is niet ondenkbaar dat werkwijzen en efficiencywinst per gemeente gaan verschillen mede doordat er qua kwaliteit grote verschillen tussen de diverse gemeenten zijn.

In aanvulling op de wens en noodzaak tot meer uniformiteit zal de komende jaren worden ingezet op meer landelijke uniformering (en toezicht daarop) met betrekking tot de soortobjectcodes (woningtyperingen) en deelobjectcodes (onderdeeltyperingen). Doelstelling is een nog doelmatigere WOZ uitvoering alsmede toepassing van een meer verfijnde, op de WOZgegevens aansluitende, gebruikstypering in de BAG zodat op een breder vlak sprake zou kunnen worden van ‘gezamenlijk gegevensbeheer’.

-

Rijksprogramma Regie op Gegevens (RoG) Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening en handelt in opdracht van de ministeries van BZK en EZK. De impact op belastingorganisaties is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin persoonlijk datamanagement (PDM) wordt ingevoerd, zal dit van invloed worden op onze dienstverlening. Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een meer interactieve ‘MijnOverheid’. Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens. Specifiek voor het WOZ-gegevensbeheer betekent dit dat in de toekomst (nog) meer ingespeeld moeten worden op de ontwikkeling dat er steeds meer belang gehecht wordt aan de wijze waarop met (persoonlijke)gegevens wordt omgegaan. De planning is om vanaf 2021/2022 een project op te starten waarin de objectgegevens permanent ‘opengezet’ worden ter inzage en/of aanpassing.

Vooralsnog zal gestart gaan worden met het kleinschalig opdoen van ervaringen, bijvoorbeeld door het doen van voormeldingen, waarna na analyse en getrokken conclusies deze mogelijkheid in de daarop volgende jaren over alle WOZ-objecten binnen de BSGR uitgerold kan gaan worden. Kanttekening hierbij is wel dat dit slechts een middel is en dat controle en analyse door de medewerkers (ook in verband met synchroon houden van koppelingen tussen basisregistraties) noodzakelijk blijft.

Bovenstaande ontwikkelingen geven aan dat deze werkzaamheden op de afdeling WOZ aan veranderingen onderhevig blijven. Steeds meer specifieke en diepgaande kennis van het totale belastingproduct gecombineerd met voldoende inzicht (helicopterview) in het stelsel van basisregistraties, technisch en ruimtelijk inzicht alsmede het kunnen maken van onderbouwde analyses zullen richtinggevend zijn in de doorontwikkeling van de medewerkers objecten WOZ. Het leveren van Stuf WOZ-bestanden vanuit de LV WOZ aan Waterschappen en de Belastingdienst is tot uiterlijk 1 juli 2021 verlengd. De Waarderingskamer neemt de kosten voor deze verlenging voor haar rekening. Zij heeft daarbij wel de wens uitgesproken dat ook de Stuf TAX-bestanden op korte termijn worden uitgefaseerd. Tot slot zal uiterlijk op 1 januari 2022 het Kadaster het beheer en de ontsluiting van de WOZdetailgegevens van Dataland overnemen. De BSGR zal, als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten, een nieuwe overeenkomst met het Kadaster aangaan en deze gegevens bij het Kadaster blijven aanleveren. Het Kadaster heeft in de aangeleverde overeenkomsten nog

Begroting 2022-2025

21

onvoldoende rekening gehouden met aanlevering door uitvoeringsorganisaties maar zal aangepaste overeenkomsten, naar eigen zeggen, tijdig ter beschikking stellen.

Ontwikkelingen op het gebied van waarderen (taxateurs woningen, niet-woningen en specialisten taxaties): -

De ontwikkeling van een nieuwe generatie taxatiemodellen De traditionele taxatiemodellen, veelal gebaseerd op sec vergelijkings- of (lineaire) regressiemethodieken, die op dit moment gebruikt worden zullen tussen 2021 en 2025 in hoog tempo aan veranderingen onderhevig blijven. Wanneer voor ons huidige taxatiemodel, met name op het gebied van de woningen, geen ontwikkelingen richting integratie met Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning (ML) zullen volgen, zal op (korte) termijn een aanbestedingstraject op dit vlak overwogen moeten worden. Deze nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen flexibeler gebruik maken van verschillende vormen van informatie en (open) data. Dit maakt dat, met name voor de Specialist Taxaties Woningen, steeds meer nadruk komt te liggen op hoogwaardige analyse-skills, inrichten, verfijnen en kalibreren van moderne modellen. In 2021 zal bekeken worden of er in 2022 een aanbesteding op dit vlak zal volgen. Het uiteindelijke doel blijft, binnen de context van de geldende eisen voor de uitvoering van de WOZ-werkzaamheden, dat de aansluiting op marktwaarde zo maximaal/optimaal mogelijk is. Aan de hand van (internationale) standaarden wordt de kwaliteit van de taxatiemodellen door de Waarderingskamer bewaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10114616/1