CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Raadsvoorstel Verordening jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021 (8843)(versie 3 juni 2021)

Raad 24 juni 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp 20212.371 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

Kenmerk Programma Onderwerp

: 8843 (1863326) : Sociaal domein :Vaststelling Verordening jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021

Katwijk, 11 mei 2021.

Aanleiding en doel

Op grond van de Jeugdwet is bepaald dat de gemeenteraad richtinggevende kaders voor de uitvoering van de wet dient vast te leggen in een verordening, de zogenoemde verordening jeugdhulp. Het gaat daarbij onder andere om het aanbod van voorzieningen, de wijze waarop de toegang tot de jeugdhulp is geregeld en de wijze waarop het pgbtarief wordt bepaald. De verordening is een belangrijke leidraad voor de uitvoeringsprocessen en geeft aan wat jeugdigen en ouders van de gemeente mogen verwachten. De huidige verordening jeugdhulp dateert uit 2018 en is regionaal opgesteld. Door de veranderingen van afgelopen jaren is deze verordening niet meer passend en is er een nieuwe lokale conceptverordening opgesteld met regionale accenten. De huidige verordening jeugdhulp is geactualiseerd en heeft een aantal inhoudelijke wijzigingen. 1) De toegang tot jeugdhulp. In de huidige verordening wordt verwezen naar het jeugd- en gezinsteam. Echter, de lokale toegang in Katwijk heeft, met een meer integrale benadering als doel, als eerste gemeente in de regio (maar niet als enige) afscheid genomen van de jeugd- en gezinsteams. Daarom is dit aangepast naar wijkteams. 2) Het pgb-tarief dat wordt ingezet voor diensten door “niet-professionele zorgaanbieders” (bijvoorbeeld iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) is aangepast van €20,- naar €17,- per uur.

Dit tarief geldt voor alle nieuwe aanvragen en bij herindicatie en is verder toegelicht in artikel 17: Intrekking oude verordening en overgangsrecht. Tijdens het vaststellen van de bezuinigingsmaatregelen op 10 december 2020 is het voorstel gedaan om het tarief naar het minimumloon terug te brengen om zo 180k te bezuinigen. Uw Raad heeft ingestemd met een jaarlijkse bezuiniging van 22,5k vanaf 2022 oplopend tot 90k in 2025 wat maakt dat het tarief dus op 17 euro is uitgekomen. 3) Er is een artikel met betrekking tot de gemeentelijke toezichthouder opgenomen Hiermee is er een wettelijke grondslag waarmee de toezichthouder haar onderzoek naar onrechtmatig gebruik van bijvoorbeeld een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget rechtsgeldig kunnen doen. Bij het maken van de huidige verordening was dit nog niet aan de orde. Het is een nieuw inzicht, voortkomend uit de aandacht die is besteed aan de rol van de gemeentelijke toezichthouder en daarmee de aandacht voor de rechtmatigheid van de ingezette middelen in de jeugdhulp. De gemeente kan op basis van het onderzoek onjuiste bestedingen terugvorderen. Deze toezichthouder werkt in het sociaal domein zowel voor de WMO en de Jeugdwet en gaat over de rechtmatige besteding van zorgmiddelen waarbij onderzoek wordt gedaan naar budgethouders en zorgaanbieders. Na onderzoek adviseert zij het college over de vervolgstappen.

Voor het uitoefenen van toezicht moeten toezichthouders voldoen aan de legitimatieplicht (artikel 5:12 Awb) en de materiële zorgvuldigheids- en evenredigheidsnorm (artikel 5:13 Awb). Het toezicht mag niet verder gaan dan nodig is: dit is in principe het beginsel van de minste pijn (artikel 3:4 lid 2 Awb).

2

4) Er is voor gekozen een aantal onderwerpen van de verordening naar de nadere regels te verplaatsen De nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften ter uitwerking van onderdelen van de verordening. Denk aan de inhoud van een gesprek tussen inwoner en consulent en het bijbehorend gespreksverslag. Doordat de nadere regels collegebevoegdheid zijn geeft dit meer flexibiliteit en snelheid en dat is wenselijk gezien het wijkteam nog voortdurend in beweging is. Door deze onderwerpen naar de nadere regels te verplaatsen kan de gemeente dit in de toekomst gemakkelijker en sneller aanscherpen wanneer nodig, zodat dit blijft aansluiten op de daadwerkelijke werkwijze.

Daarnaast worden er op regionaal niveau, in relatie tot de regionale inkoop jeugdhulp, in afstemming met jeugdhulpaanbieders, onderwijs en andere specialisten in het krachtenveld rondom jeugdhulp (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Wet passend onderwijs) nieuwe en duidelijkere kaders geformuleerd voor specifieke vormen van jeugdhulp. Dit is momenteel nog in ontwikkeling. De belangrijkste afspraken zijn op het gebied van inhoudelijke afbakening, maximale ureninzet en duur van de inzet. Dit creëert mogelijkheden om beter te sturen op instroom, doorstroom en uitstroom. Voor wat betreft het jeugdhulpproduct begeleiding zijn deze afspraken inmiddels opgenomen in de contracten voor de gecontracteerde aanbieders. Door de toevoeging van artikel 4 lid 3 beperken deze afspraken zich niet enkel tot de gecontracteerde zorg maar voor alle jeugdhulpaanvragen. 5) Het beoordelingskader van de Centrale Raad is toegevoegd De Centrale Raad gaat in op de vraag hoe de gemeente (het college) een jeugdhulpvraag moet behandelen. De Centrale Raad overweegt dat uit artikel 3:2 AWB volgt dat het college voldoende kennis moet vergaren over de relevante feiten en omstandigheden voordat zij een goed en zorgvuldig besluit over de jeugdhulp kan nemen. De Raad geeft hiervoor een beoordelingskader.

Verder wordt er bij bepaling of en welke ondersteuning nodig is gekeken wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk met de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zelf kunnen doen en wat naar algemene maatstaven van hen verwacht magen worden (gebruikelijke hulp). Als kader wordt hierbij gebruik gemaakt van hoofdstuk 4 van de CIZ indicatiewijzer versie 7.1 van juli 2014 (toelichting op de beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014). Hierin worden kaders gegeven wat binnen de grenzen van gebruikelijke hulp valt. 6) Rol van de inwonersadviesraad in oprichting Sinds dit jaar is er een inwonersadviesraad in oprichting in de Gemeente Katwijk. Dit is aangepast in een artikel rondom inspraak en medezeggenschap, zodat dit in lijn is met de huidige situatie. Zij zijn betrokken in het traject rondom de aanpassing van de verordening en geïnformeerd over de veranderingen.

Tot slot is de structuur van de concept-verordening veranderd. Een aantal artikelen is samengevoegd en de volgorde is op bepaalde punten aangepast. Dit alles met het doel om het leesbaar en begrijpelijk te maken voor onze inwoners en het wijkteam en het te laten aansluiten bij de nieuwe werkwijze. Indicatoren (facultatief)

Motivering voorstel

1.1 De concept-verordening sluit aan bij de gemeentelijke werkwijze en het beleid voor jeugdhulpverlening. De huidige verordening is in 2018 vastgesteld. De concept-verordening is op een aantal punten geactualiseerd. De uitvoeringspraktijk is veranderd en de regelingen moeten hierop worden aangepast; Er is in de loop van de jaren nieuwe jurisprudentie bij gekomen, die actualisatie nodig maakt. Daarbij is het beoordelingskader van de Centrale Raad explicieter toegevoegd aan het zesde lid van artikel 5. 3

1.2 De aanpassing van de gemeentelijke toegang door de inzet van de wijkteams De toegang in de Gemeente Katwijk verschilt van de toegang in de regio Holland Rijnland. Dit leidt ertoe dat de toegang zoals beschreven in de huidige verordening onjuist is voor de lokale situatie in Katwijk. In de huidige (regionale) verordening wordt nog verwezen naar het jeugd- en gezinsteam en dit moet worden aangepast. In de gemeente Katwijk is de toegang belegd bij het gemeentelijk wijkteam. 1.3 De aanpassing van de pgb-tarieven voor niet-professionele zorgaanbieders De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om vast te stellen op welke wijze de PGB-tarieven worden bepaald. De tarieven voor professionele aanbieders worden, met het oog op jaarlijkse indexatie, gelieerd aan het tarief voor Zorg in Natura (art. 7.8 sub a in de concept-verordening). Omdat de niet-professionele zorg geen onderdeel uitmaakt van het tarievenoverzicht Zorg in Natura moet de gemeenteraad de hoogte van het pgb-tarief voor niet-professionele zorg zelf vaststellen. In de voorliggende verordening is het pgb-tarief dat wordt ingezet voor diensten door “niet-professionele zorgaanbieders” (bijvoorbeeld iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) aangepast van €20,- naar €17,- per uur. Dit is voor de komende jaren een adequaat tarief, wat betekent dat er geen jaarlijkse aanpassing in de verordening vereist is.

Tijdens het vaststellen van de bezuinigingsmaatregelen op 10 december 2020 is het voorstel gedaan om het tarief naar het minimumloon terug te brengen om zo 180k te bezuinigen. Uw Raad heeft ingestemd met een jaarlijkse bezuiniging van 22,5k vanaf 2022 oplopend tot 90k in 2025 wat maakt dat het tarief op 17 euro is uitgekomen. Met de verlaging van het pgb-tarief voor niet-professionele zorgaanbieders geven we invulling aan bezuinigingsmaatregel 30 (volgens notitie bezuinigingen meerjarenperspectief 2021-2025).

1.4 Het toevoegen van een artikel omtrent de toezichthouders Het is noodzakelijk om een artikel in de verordening op te nemen, waarin staat dat de gemeente een toezichthouder aanwijst, die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet. Hiermee is er een wettelijke grondslag waarmee de toezichthouders hun onderzoek naar onrechtmatig gebruik van bijvoorbeeld een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget rechtsgeldig kunnen doen en de gemeente op basis van het onderzoek onjuiste bestedingen kan terugvorderen. Dit is aan de orde omdat er in de huidige verordening geen artikel is opgenomen waarin staat dat de gemeente een toezichthouder aanwijst die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet. De Jeugdwet heeft het toezichthouderschap niet als directe verplichting opgedragen aan de lagere overheid te weten de gemeente. Wel heeft de wetgever in de Jeugdwet een opdracht verstrekt aan de gemeente nl artikel 2.9: “De gemeenteraad stelt bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet in ieder geval regels (onder d) voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgeboden budget, alsmede voor misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet”.

Door deze opdracht is legitimiteit ontstaan om bij de concept-verordening toezichthouders (rechtmatigheid) aan te wijzen, conform de AWB. Het doel van toezicht en handhaving is er om met name de belangen te beschermen van de (meest) kwetsbare inwoners. Daarnaast moet de inwoner erop kunnen vertrouwen dat waar het gaat om de besteding van gemeenschapsgeld de overheid, ook de lokale, daar zorgvuldig mee omgaat. Dit betekent ook dat de inwoner erop mag vertrouwen dat er maatregelen genomen worden om misstanden te voorkomen en te bestrijden. Daarnaast is het doel het bevorderen van het nalevingsgedrag van aanbieders om risico's te verminderen en kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning te verbeteren. Waar kwaliteitstoezicht bijdraagt aan passende en kwalitatief goede ondersteuning, draagt rechtmatigheidstoezicht ertoe bij dat het geld voor die ondersteuning op de juiste plek terecht komt. Dat kan zijn aan gecontracteerde leveranciers of in de vorm van persoonsgebonden budgetten of uitkeringen aan inwoners. Binnen de Jeugdwet en WMO zijn toezicht en handhaving meer gericht op zorgaanbieders dan op inwoners. 4

2. Het vaststellen van verordeningen is een wettelijke bevoegdheid van de gemeenteraad In de Jeugdwet (artikel 2.9, 2.10 en 2.12) en de Gemeentewet (artikel 147 lid 1.) is bepaald dat de gemeenteraad het bestuursorgaan is dat de gemeentelijke verordeningen vaststelt. Deze concept-verordening is gebaseerd op een modelverordening, waarbij ook de meest recente jurisprudentie is meegenomen. Kanttekeningen 1) De verordening regelt nog niet alles Het is wenselijk dat de verordening vooral op hoofdlijnen is ingericht. Dit maakt het overzichtelijk en leesbaar voor onze inwoners. Het huidige stuk impliceert dat het college in elk geval nog nadere regels moet opstellen en dit wordt dan ook binnen afzienbare tijd gedaan. De gemeenteraad gaat met name over de kaders. Deze kaders worden in deze concept-verordening gegeven en daarmee wordt voldaan aan de verplichting die de Jeugdwet oplegt. Er is voor gekozen een aantal onderwerpen van de verordening naar de nadere regels te verplaatsen. Denk aan de inhoud van een gesprek tussen inwoner en consulent en het bijbehorend gespreksverslag. Doordat de nadere regels collegebevoegdheid zijn geeft dit meer flexibiliteit en snelheid en dat is wenselijk gezien het wijkteam nog voortdurend in beweging is.

Door deze onderwerpen naar de nadere regels te verplaatsen kan de gemeente dit in de toekomst gemakkelijker en sneller aanscherpen wanneer nodig, zodat dit blijft aansluiten op de daadwerkelijke werkwijze. Er is een balans gezocht in het bieden van rechtsbescherming aan cliënten en flexibel leveren van maatwerk. 2) Deze concept-verordening is een tussenstap Deze nieuwe concept-verordening is vooral een actualisatie, zodat de basis weer klopt met de huidige werkwijze. Onder andere de financiële situatie maakt het noodzakelijk dat we inhoudelijke kaders gaan opstellen voor wat wel en niet onder door de gemeente gefinancierde jeugdhulp valt. Die keuzes moeten weloverwogen en in gesprek met de samenleving gemaakt worden. Na vaststelling van deze concept-verordening zullen we het traject in gaan om die keuzes te maken, met op relatief korte termijn weer een nieuwe verordening tot gevolg.

Voorstel voor raadsbehandeling (facultatief)

Aanpassingen naar aanleiding van commissiebehandeling (Facultatief)

Middelen Het pgb-tarief dat wordt ingezet voor diensten door “niet-professionele zorgaanbieders” (bijvoorbeeld iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) is aangepast van €20,- naar €17,- per uur. Tijdens het vaststellen van de bezuinigingsmaatregelen op 10 december 2020 is het voorstel gedaan om het tarief naar het minimumloon terug te brengen om zo 180k te bezuinigen. Uw Raad heeft ingestemd met een jaarlijkse bezuiniging van 22,5k vanaf 2022 oplopend tot 90k in 2025 wat maakt dat het tarief dus op 17 euro is uitgekomen. Met de verlaging van het pgb-tarief voor niet-professionele zorgaanbieders geven we invulling aan bezuinigingsmaatregel 30 (volgens notitie bezuinigingen meerjarenperspectief 2021-2025). Deze oplopende bezuiniging zal worden gerealiseerd door gefaseerde herindicatie van de pgb beschikkingen.

5

Uitvoering Na vaststelling van de verordening door de raad, wordt deze met de bijbehorende stukken bekendgemaakt in het digitale gemeenteblad (GVOP) op www.officiëlebekendmakingen.nl. Tevens wordt de vastgestelde verordening gepubliceerd in de centrale voorziening voor de decentrale regelgeving op www.overheid.nl.

Juridisch advies

Deze verordening is in samenwerking met de afdeling Juridische Zaken tot stand gekomen. Communicatie De verordening wordt na vaststelling door de gemeenteraad gepubliceerd op www.overheid.nl en www.katwijk.nl Daarnaast worden de budgethouders waarbij de tariefswijziging van op invloed is geïnformeerd middels een brief. Bijlage(n)

Verordening jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021.

Burgemeester en wethouders van Katwijk, De secretaris De burgemeester

6

Raadsbesluit Kenmerk Programma Onderwerp

: 8843 (1863326) : Sociaal domein : Vaststelling Verordening jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021

De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Katwijk van 11 mei 2021.; gelet op  Jeugdwet artikel 2.9, 2.10, 2.12  Gemeentewet artikel 147 lid 1

BESLUIT: De Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021 vast te stellen

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van De griffier

De voorzitter

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10238393/1