CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage Verordening jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021 (vastgesteld)(8843)

Raad 24 juni 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp 20212.759 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Jeugdhulp Gemeente Katwijk 2021 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder: a. Andere voorziening: voorziening niet vallend onder de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; b. Het college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk; c. Ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of een ouder aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet; d. Ondersteuningsplan: familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; e. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die in de vorm van een individuele voorziening is toegekend van derden te betrekken; f. Wijkteam: Multidisciplinair team bestaande uit sociaal professionals die zorg en ondersteuning bieden aan alle inwoners van Katwijk en die de toeleiding verzorgen naar algemene en individuele voorzieningen.

Artikel 2 Wijkteam 1.

Het college draagt zorg voor een wijkteam.

2.

Het wijkteam biedt ondersteuning en zorg aan jeugdigen en volwassenen door zo nodig professionals uit verschillende leefdomeinen in een gezamenlijke aanpak bij elkaar te brengen die werken volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur.

3.

Ten aanzien van jeugdhulpvragen biedt het wijkteam consultatie en advies, basisdiagnostiek en zorgcoördinatie. Ambulante jeugdhulp en preventieve groepsgerichte trainingsaanbod wordt verricht door de jeugdhulpverlener van het wijkteam.

Hoofdstuk 2. Vormen van jeugdhulp Artikel 3 Algemene voorzieningen 1.

Een algemene voorziening is een voorziening die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling, of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling.

2. a. b. c. d. e. f.

De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: Jeugdgezondheidszorg; Informatie, training en opvoedadvies; Kortdurende pedagogische ondersteuning; Jeugd- en Jongerenwerk; Jeugd- en gezinsondersteuning vanuit het wijkteam; Praktijkondersteuner Huisartsen GGZ Jeugd (POH GGZ Jeugd).

Artikel 4 Individuele jeugdhulpvoorzieningen 1.

Een individuele jeugdhulpvoorzieningen is een specialistische jeugdhulpvoorziening die door het college wordt toegekend en verstrekt aan de in de gemeente Katwijk woonachtige jeugdige en/of ouder. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan in natura of als persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt.

2.

Als individuele jeugdhulpvoorziening wordt overeenkomstig de Dienstomschrijvingen Jeugdhulp Holland Rijnland aangemerkt: Generalistische Basis GGZ Jeugd; Specialistische GGZ Jeugd; Gespecialiseerde jeugdhulp jeugdigen met een beperking; Dagbehandeling en dagbesteding Ambulante jeugdhulp; Ernstige enkelvoudige dyslexie;

a. b. c. d. e. f.

g. 24-uurs zorg Jeugd- en Opvoedhulp; h. Gesloten jeugdhulp; i. Jeugdbescherming; j. Jeugdreclassering; k. Vervoer van en naar een locatie waar jeugdhulp door een jeugdhulpaanbieder wordt geboden. 3.

Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de duur en maximaal aantal uur waarop aanspraak kan worden gemaakt.

4.

Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is en wijst de jeugdige en/ of ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning.

Hoofdstuk 3. Behandeling Jeugdhulpvraag Artikel 5 Ondersteuningsvraag 1. a. b.

Iedere jeugdige en/of ouder woonachtig in de gemeente Katwijk met een ondersteuningsvraag kan zich wenden tot: Het wijkteam, of Een bevoegde professional zoals een huisarts, medisch specialist of jeugdarts.

2.

In het geval dat de ondersteuningsvraag is gesteld aan het wijkteam, vindt in navolging daarvan zo spoedig mogelijk een gesprek plaats tussen de jeugdige en/of zijn ouders en het wijkteam.

3.

De jeugdige of zijn ouders verstrekken desgevraagd aan het wijkteam voorafgaand aan of tijdens het gesprek alle gegevens, die naar het oordeel van het wijkteam voor het onderzoek nodig zijn.

4.

Het wijkteam verzamelt in overleg met de jeugdige en/of de ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie.

5.

Het wijkteam informeert de jeugdige en/of de ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure.

6.

Het wijkteam stelt in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. Wat de ondersteuningsvraag is met daarbij specifiek aandacht voor de gezinssituatie op de verschillende leefgebieden, dit vormt de basis van de integrale werkwijze; b. Wat de opgroei- en opvoedingsproblemen stoornissen en psychische problematiek zijn met daarbij specifiek aandacht voor de beoogde resultaten van de ondersteuning; c. Of en welke ondersteuning nodig is rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau, met daarbij specifiek aandacht voor de aard en omvang van de ondersteuning. d. Op welke wijze de ondersteuningsvraag opgelost kan worden, met daarbij specifiek aandacht voor:

III.

iv.

V.

vi. vii.

Wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk met de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zelf kunnen doen en wat naar algemene maatstaven van hen verwacht magen worden (gebruikelijke hulp). Als kader wordt hierbij gebruik gemaakt van hoofdstuk 4 van de CIZ indicatiewijzer versie 7.1 van juli 2014 (toelichting op de beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014); Of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen; Of en welke ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; Op welke wijze de ondersteuning wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, wonen of werk en inkomen; Welke andere voorzieningen (deels) voorliggend zijn; Of er sprake is van de wens voor een pgb en Of een pgb passend is voor de situatie en of het beheren en of uitvoeren ervan niet tot overbelasting leidt.

e. Wanneer en op welke wijze wordt geëvalueerd of aan de ondersteuningsvraag is voldaan of dat het ingezette ondersteuningsbeleid gewijzigd dient te worden. 7.

Het wijkteam en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het zesde lid vast in een ondersteuningsplan dat door het wijkteam en de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt.

Artikel 6 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening 1.

Het college besluit over toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening. Als aanvraag wordt enkel aangemerkt een door het wijkteam en de jeugdige en/of diens ouders ondertekend ondersteuningsplan.

2.

In afwijking van het eerste lid blijft een ondersteuningsplan achterwege na verwijzing door een bevoegd professional zoals de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.

3.

Wanneer het oordeel van de jeugdhulpaanbieder is dat de inzet van jeugdhulp die benodigd is de grenzen van de verordening of de door het college gestelde nadere regels overschrijdt, besluit het college niet over toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening voordat de jeugdhulpaanbieder de overschrijding nader heeft gemotiveerd.

4.

Het college legt haar besluit als bedoeld in voorgaande leden vast in een beschikking in ieder geval: Bij de verstrekking van een pgb; Bij de afwijzing van een aanvraag; Bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen.

a. b. c. 5.

Een jeugdige die de leeftijd van zestien ja ren heeft bereikt en die de jeugdhulp heeft aangevraagd ontvangt een beschikking aan zijn persoon gericht.

Artikel 7 Individuele jeugdhulpvoorziening via pgb 1.

a. b. c. d. 2.

a. b. c. d. e. f. 3. a. b. c.

Pgb-vaardigheid aanvrager Het pgb brengt voor de budgetverantwoordelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen met zich mee. Het wijkteam bepaalt de pgb-vaardigheid van de aanvrager. Deze vaardigheid wordt getoetst op de volgende onderdelen. Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan (pgb-plan) Financieel beheer Zorginhoudelijk beheer Werkgeverschap Persoonlijk budgetplan In afwijking van artikel zes, eerste lid, wordt pgb aangevraagd middels een door het college vastgesteld pgb-plan. In het pgb-plan staat in ieder geval: Welke soort en de mate van jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders gezien de ondersteuningsvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; Hoe het beoogde resultaat bijdraagt aan de doelen in het ondersteuningsplan; Hoe de jeugdige of zijn ouders de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uitvoeren, of wie hiervoor is gemachtigd; Waarom de jeugdige of zijn ouders de jeugdhulp “in nature” niet passend vinden; Hoe de kwaliteit van de zelf in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; Hoe er wordt omgegaan met uitval door ziekte van de zorgverlener; Het tarief voor een pgb: Is gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld ondersteuningsplan over hoe zij het pgb gaan besteden; Bedraagt niet meer dan het voor zorg in nature overeengekomen tarief van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in

nature; Is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen.

4.

Bij toekenning van afzonderlijke budgetten heeft de cliënt binnen deze afzonderlijke budgetten bestedingsvrijheid ten aanzien van de keuze van zorgaanbieder.

5.

Het is niet toegestaan het budget voor professionele begeleiding in te zetten voor nietprofessionele hulpverlening.

6.

De cliënt stemt met de zorgaanbieder af op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt.

7.

Het pgb mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen. Het budget kan niet besteed worden aan bemiddelings- en administratiekosten en er is geen eenmalig vrij te besteden bedrag.

8. a.

b.

c.

d.

De wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld, is als volgt: Indien voor een bepaalde voorziening geen adequate individuele voorziening in natura is ingekocht, wordt ter bepaling van de hoogte van het pgb: • één of meerdere offertes opgevraagd; • eventueel een nader gesprek gevoerd met de jeugdhulpaanbieder; • voor jeugd wordt het Tarievenoverzicht Zorg in Natura Jeugdhulp regio Holland Rijnland gehanteerd, als basis voor het toe te kennen bedrag aan pgb. De geoffreerde prijs mag dus maximaal het bedrag zijn zoals genoemd in het Tarievenoverzicht Zorg in Natura Jeugdhulp regio Holland Rijnland. Als een zorgaanbieder voldoet aan de eisen zoals gesteld in het Besluit nadere regels jeugdhulp gemeente Katwijk, bedraagt het pgb maximaal 100% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. De zorgaanbieder wordt dan aangeduid als ‘professionele zorgaanbieder’. Het pgb dat wordt ingezet voor diensten door ‘niet-professionele zorgaanbieder’ (bijvoorbeeld door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) bedraagt voor individuele ondersteuning en persoonlijke verzorging het vaste bedrag van € 17,- per uur. Voor groepsgerichte ondersteuning wordt rekening gehouden met groepscontacttijd; Totale tijd van aanwezige begeleider/ondersteuner, delen door het aantal aanwezige cliënten.

Indien jeugdhulp geboden wordt door bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is er altijd sprake van informele hulp en geldt het tarief voor ’niet-professionele zorgaanbieder’.

Artikel 8 Jeugdhulp bij kinderbeschermingsmaatregel en Jeugdreclassering 1.

Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die: a. De rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, en/of b. De rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.

Artikel 9 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1.

Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen een jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening.

2.

Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het college een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. De jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. De jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele jeugdhulpvoorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. De individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet meer toereikend is om de doelen te behalen; d. De jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb; e. De jeugdige of zijn ouders de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd en

3.

4.

f. De jeugdigen of zijn ouders het persoonsgebonden budget besteden aan een persoon die gebruikelijke hulp zou moeten bieden maar daartoe niet (meer) in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen een halfjaar na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is toegekend niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 10 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik 1.

Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

2.

Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet.

3.

Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.

Artikel 11 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. De aard en omvang van de te verrichten taken; b. De voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie.

Artikel 12 Vertrouwenspersoon 1.

Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en/of ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

2.

Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 13 Inspraak en medezeggenschap 1.

Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

2.

Het college legt periodiek ontwikkelingen en belangrijke te nemen besluiten op het gebied van jeugdhulp voor aan een vertegenwoordiging van ingezetenen, zoals een inwonersadviesraad, waarover zij advies kunnen uitbrengen. Waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aandragen, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

Artikel 14 Klachtregeling Het college behandelt klachten van jeugdigen en/of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling door of namens het college van jeugdhulpvragen en aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de bepalingen van de vastgestelde regeling van klachtenbehandeling.

Artikel 15 Toepassen verordening en stellen nadere regels 1.

Indien bij het toepassen en uitvoeren van deze verordening onduidelijkheid ontstaat over het

gebruik, dan zijn de in de Jeugdwet opgenomen begrippen en bepalingen leidend. 2.

Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze verordening, kan het college nadere regels stellen.

3.

Het college maakt nadere afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de venwijzing.

Artikel 16 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 17. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.

De Verordening jeugdhulp Katwijk 2015 wordt ingetrokken.

2.

Een jeugdige of ouders houdt(en) recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp Katwijk 2015 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.

3.

Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp Katwijk 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

4.

Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Katwijk 2015 geschiedt op grond van deze verordening, die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt.

Artikel 18 Inwerkingtreding 1.

De verordening treedt in werking op 2 juli 2021.

2.

De Verordening Jeugdhulp Katwijk 2015 vervalt op 2 juli 2021.

Artikel 19 Citeertitel 1.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Katwijk 2021.

Aldus vastgesteld In de openbare vergadering van 24 juni 2021

De griffier

De voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10329161/1