5. Bijlage Aanvraagformulier Vangnetuitkering Participatieweg over 2020 (16625)
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20201 Versie: uitgebreid verzoek2
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2020
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? In de aanvraag geeft het college inzicht in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren. Deze aanvraag beoogt, naast de gemeenteraad, ook andere gemeenten inzicht te geven in de maatregelen die het college heeft getroffen om het tekort te reduceren. Immers, de vangnetuitkering is gebaseerd op solidariteit tussen gemeenten: de vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget van twee jaar na het tekortjaar. Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Hieronder verklaart het college maatregelen te hebben getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. Het gaat hierbij om de informatiepositie van de gemeenteraad.
De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om te kunnen beoordelen of er een duidelijke inhoudelijke analyse is gegeven, die betrekking heeft op de gemeente, waaruit blijkt welke maatregelen moeten worden getroffen en wat hiervan het effect is op de reductie van het tekort.
1 Versie aanvraagformulier d.d. 1 december 2020
2 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.
1
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? Per onderdeel (A, B en C) is aangegeven wat de gemeenteraad van het college mag verwachten.
Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2021 hebben ontvangen. Ze beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van de Toetsingscommissie. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college. Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2020
3 https://vng.nl/onderwerpenindex/werk-en-inkomen/participatiewet/nieuws/vangnetuitkering-participatiewet-
2020-rol-raadsleden
2
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Het beleid van de gemeente Katwijk is erop gericht mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zo snel mogelijk naar werk te begeleiden. Er worden maatregelen getroffen om enerzijds de instroom van bijstandsklanten te beperken en anderzijds om de uitstroom van bijstandsklanten te bevorderen. Desondanks heeft de gemeente Katwijk al jaren een aanzienlijk tekort op de uitkeringen die onder de regeling BUIG vallen. Zo ook over 2020. Zie hiervoor de tabellen 1 en 2 op de volgende pagina. Covid-19 ons heeft beperkt in onze mogelijkheden op het gebied van re-integratie en participatie. Vanaf 2018 was er duidelijk een daling in het bestand waar te nemen. Helaas heeft deze daling vanwege de coronacrisis niet doorgezet. Veel trajecten liepen als gevolg hiervan vertraging op of lagen stil, zodat er in 2020 minder beweging was dan we hadden gewild. Door toch binnen onze mogelijkheden in te zetten op re-integratie is het gelukt om het uitkeringsbestand niet te veel te laten oplopen in 2020. Het aantal uitkeringen per jaar op peildatum 1 januari: 2018: 901 2019: 885 2020: 845 2021: 874 Daarnaast kent Katwijk relatief veel klanten met de grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Ook zijn veel mensen tijdelijk of permanent ontheven van één of meerdere arbeidsverplichtingen op basis van een onafhankelijk medisch advies.
Wij hebben ons klantenbestand ingedeeld in doelgroepen die de afstand tot de arbeidsmarkt weergeven. Voor dit jaar ziet deze indeling er als volgt uit: Doelgroep 1: perspectief op regulier werk binnen 0,5 jaar 100 (12%) Doelgroep 2: regulier werk met begeleiding binnen 0,5 tot 2 jaar 120 (14%) Doelgroep 3: regulier werk met begeleiding langer dan 2 jaar 230 (26%) Doelgroep 4: participatie met zorg en welzijn 366 (42%) Onbekend, niet ingedeeld 51 (6%) 3
Uit deze cijfers blijkt dat doelgroep 3 en 4 in Katwijk oververtegenwoordigd zijn. Door intensieve inzet op sociale activeringstrajecten, vrijwilligerswerk en andere vormen van participatie trachten wij voor iedere klant de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen, dus ook voor deze groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Tabel 1: berekening tekort 2020
Tabel 3: berekening gecumuleerde tekort over periode 2018-2020
A. Budget (inkomsten) B. Netto lasten (uitgaven) C. Resultaat A-B (gemeentelijke kosten) D. Resultaat in % C/A (tekort) A2.
2018 2019 11.397.594 11.743.556 12.629.958 12.538.936 -1.232.364 -795.380 11% 7%
2020 11.689.490 12.728.441 -1.038.951 9%
Gecumuleerd tekort
-3.066.695 26%
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
De gemeente probeert al jaren met diverse maatregelen de inkomsten en uitgaven in balans te brengen en daarmee het tekort te reduceren. Kijkend naar in- en uitstroom cijfers dan heeft dat in 2018 en 2019 4
wel effect gehad, maar lukt dat in 2020 – het coronajaar – nog niet heel goed. Het eerste kwartaal 2021 gaat het wel weer de goede kant op. Zie onderstaande tabel. Tabel 3: Instroom en uitstroomcijfers vanaf 2018 Jaar 2018 2019 2020 2021 (eerste kwartaal)
Instroom 268 219 257 62
Uitstroom 277 231 223 75
Effect +9 + 12 - 29 + 13
Het aantal klanten dat aan een (geregistreerd) traject deelneemt is de afgelopen jaren gestegen, en is nog steeds aan het stijgen: - 1 mei 2019: 706 - 1 november 2019: 719 - 1 mei 2020: 763 - 1 november 2020: 813 - 1 mei 2021: 841 Het aantal trajecten is niet gelijk aan het aantal uitkeringen (pag. 3). Dat heeft te maken met (tijdelijke) ontheffingen die op medische basis worden verstrekt. A3.
Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.
De gemaakte analyse is gebaseerd op gemeentelijke informatie, afkomstig uit InZicht enCiVision.
5
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
1. Effectiever aan de poort Bij de aanvraag van een bijstandsuitkering wordt iedere klant die (mogelijk) kan werken gesproken door een zogenaamde jobcoach (ook wel werkcoach genoemd). Samen met de klant wordt door de jobcoach gekeken wat de mogelijke kansen op de arbeidsmarkt zijn. Daar waar mogelijk worden “korte klappen” gemaakt door de klant direct aan een openstaande vacature te matchen, zodat een uitkering mogelijk slechts van korte duur of helemaal niet aan de orde is. Bij de klanten waar dit niet direct lukt, wordt de afstand tot de arbeidsmarkt vastgesteld (zie punt 2, diagnose) en vindt vervolgens een warme overdracht plaats naar het Servicepunt Werk (SPW). Parallel hieraan loopt de aanvraagprocedure voor een uitkering. 2. Diagnose t.b.v. vaststellen afstand tot de arbeidsmarkt In het gesprek met de jobcoach ligt de nadruk op werk. Als onderdeel van deze werkwijze wordt in samenspraak met de klantmanager (inkomensconsulent) een diagnose-instrument ingezet, waarmee de afstand tot de arbeidsmarkt wordt bepaald. De klant wordt ingedeeld op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt.
Daarbij wordt gekeken naar de inspanning, tijd en kosten die naar verwachting nodig zijn om doorstroming naar werk te realiseren: Doelgroep 1: perspectief op regulier werk binnen 0,5 jaar Doelgroep 2: regulier werk met begeleiding binnen 0,5 tot 2 jaar Doelgroep 3: regulier werk met begeleiding langer dan 2 jaar Doelgroep 4: participatie met zorg en welzijn In principe wordt iedereen die kan werken direct overgedragen naar het Servicepunt Werk (SPW). Dit komt in de praktijk neer op iedere aanvrager die is ingedeeld in doelgroep 1, 2 of 3. Voor degene die ingedeeld zijn in doelgroep 4 wordt zo veel mogelijk een sociaal activeringstraject ingezet. Binnen de gemeente Katwijk bestaat er een keuze uit talrijke sociale activeringstrajecten, uiteenlopend van vrijwilligerswerk in de zorg tot trajecten bij een sportvereniging of de bibliotheek. 3. Extra inspanning vanuit lokaal team participatie en inkomen om klanten beter in beeld te krijgen Er is inzet frequenter contact tussen de klantmanager en de klant. Hiermee krijgen we een beter zicht op de situatie en de mogelijkheden van de klant. Tevens bevorderen we hiermee ook een goede overdracht naar het SPW. Een belangrijk effect van regelmatige contacten is dat klanten een grotere prikkel voelen om aan het werk te gaan, wat leidt tot lagere uitkeringskosten en een betere benutting van de arbeidsmarktkansen.
Als gevolg van economische crisis en bezuinigingsmaatregelen binnen de gemeente Katwijk waren er jaren geleden veel tijdelijke, via 6
externe bureaus ingehuurde klantmanagers werkzaam binnen het team participatie en Inkomen. Ook was er veel personeel verloop onder deze tijdelijke krachten. Hierdoor was er niet de mogelijkheid om de klant beter te leren kenen en beter in beeld te krijgen. Vanaf 2019/2020 is deze “flexibele schil” geleidelijk aan vervangen door vast personeel. In 2020 zijn er drie nieuwe klantmanagers aangenomen, en in 2021 werken we bijna geheel met een vast team. We verwachten hier veel van. Met name als het aantal spreekkamercontacten weer toe kan nemen en niet meer digitaal of telefonisch verloopt als gevolg van corona. Verder is er in 2020 verder geïnvesteerd in het (nog) beter registreren en bewaken/monitoren van de re-integratieactiviteiten van de klant. Hiervoor gebruiken wij de applicatie CiVision. Zo heeft de klantmanager een beter overzicht van de activiteiten van de klant op het gebied van re-integratie en participatie. Eenmaal per kwartaal is een bewakingsmoment in bovengenoemde applicatie opgevoerd om de stand van zaken vast te leggen. 4. Extra inzet op jongeren Het beleid is om jongeren die een beroep doen op een uitkering zoveel mogelijk naar werk of terug naar school te begeleiden. Voor jongeren zetten we speciale klantmanagers in. Er wordt in samenspraak met de jongere een individueel trajectplan opgesteld.
Hierin wordt gekeken welke verschillende leefgebieden de jongeren belemmeren om aan het werk te gaan. De daaruit voortvloeiende acties worden strak bewaakt. Als een jongere (terug) naar school kan, wordt dat bevorderd. Er wordt in dat geval geen uitkering meer verstrekt zodra de jongere naar school kan. Bij het toeleiden naar een baan werken we regionaal samen met het Servicepunt Werk. Door deze werkwijze is het aandeel jongeren in het bestand relatief laag, ongeveer 10 tot 12 procent van het totaal. We merken dat de doelgroep van de jongeren wijzigt en dit vraagt specifieke kennis. Veel jongeren die zich melden hebben een behoorlijke rugzak waarbij inzet nodig is van beschut werk of indicatie banenafspraak. Uitstroom van deze jongeren gaat ook via het Servicepunt Werk. 5. Extra inzet op statushouders Statushouders die zich in Katwijk vestigen, worden intensief begeleid via een programmatische aanpak. Dit programma is door Katwijk zelf ontwikkeld en wordt in samenwerking met diverse organisaties (COA, woningcorporatie Dunavie, Welzijnskwartier Katwijk en Servicepunt Werk Duinen Bollenstreek) uitgevoerd. De gemeente Katwijk heeft voor dit programma in eerste instantie een speciale klantmanager en een afzonderlijke beleidsmedewerker ingezet. Vervolgens zijn de ervaringen van de klantmanagers gedeeld me alle integrale klantmanagers die nu allen statushouders begeleiden.
Ook het SPW heeft voor dit programma een speciale reintegratieconsulent aangesteld. Samen met het Welzijnskwartier Katwijk vindt bij iedere nieuwe statushouder een duale intake plaats waarbij wordt ingezet op zowel inburgering, werk- en reintegratie als maatschappelijke begeleiding. De begeleiding van statushouders vindt plaats op verschillende leefgebieden en beïnvloedt de instroom op de arbeidsmarkt of in het onderwijs. Het doel van deze aanpak is het bevorderen van de zelfstandigheid en het welbevinden van deze nieuwe Katwijkers.
7
6. Uitstroom jongeren praktijkonderwijs (PrO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) Jongeren die in het laatste jaar van het PrO/VSO onderwijs zitten, worden samen met vertegenwoordigers vanuit het onderwijs begeleid. Met deze inspanningen proberen we te voorkomen dat jongeren instromen in de uitkering. Zodra jongeren uit het PrO/VSO onderwijs uitstromen, worden zij door het Servicepunt Werk begeleid. In samenwerking met de regio Holland Rijnland is een doorgaande lijn voor schoolverlaters uit het PrO/VSO onderwijs opgezet. Onderdeel hiervan is een warme overdracht van onderwijs naar werk. Daar waar mogelijk worden stages omgezet in garantiebanen. 7. Formulierenbrigade In Katwijk is al lange tijd een goedwerkende formulierenbrigade actief. Door het laagdrempelig helpen van mensen met het invullen/aanvragen van inkomensondersteunende maatregelen wordt het bereik van regelingen voor minima vergroot en wordt de zelfredzaamheid van mensen bevorderd. De formulierenbrigade blijkt ook een effectief re-integratietraject te zijn. Klanten met een bijstandsuitkering krijgen door deelname aan de formulierenbrigade meer perspectief op uitstroom naar werk. Zij worden opgeleid en doen werkervaring op. Om continuïteit te bieden worden telkens 8 klanten ingezet. In 2019 zijn er 3 nieuwe klanten gestart als brigadier.
In 2020 zijn 3 brigadiers uitgestroomd met een baan en er zijn 2 nieuwe klanten gestart als brigadier. 8. Harmonisering werkgeversdienstverlening In 2018 heeft de gemeenteraad van Katwijk de gewijzigde Re-integratieverordening vastgesteld. De inhoud stemt nu overeen met de gemaakte afspraken om de re-integratie instrumenten in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland te harmoniseren. De harmonisatie maakt het voor werkgevers makkelijker om mensen uit de doelgroep van de Participatiewet in dienst te nemen. Zo is 2020 gewerkt aan de harmonisatie van de beleidsregels jobcoaching. De verwachting is dat de harmonisatiemaatregelen een positief effect hebben op de uitstroom naar werk. Op dit moment worden in de regio de laatste re-integratie instrumenten geharmoniseerd. In 9. Taalverbeterproject In Katwijk is 13% van de inwoners laaggeletterd. Het taalverbeterproject Katwijk is een educatieprogramma voor klanten die vanwege een taalachterstand (nog) niet begeleid kunnen worden naar de arbeidsmarkt. In het trainingsprogramma wordt gewerkt aan verhoging van het taalniveau en het rekenniveau, verbetering van digitale vaardigheden en oriëntatie op de arbeidsmarkt. De uiteindelijke doelstelling is naast de bevordering van de zelfredzaamheid, het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt waardoor deelnemers beter kunnen worden toegeleid naar werk .
Het taalverbeteringsproject wordt gefinancierd uit de WEB gelden (Wet educatie en beroepsonderwijs). In 2020 is dit voortgezet, binnen de beperkte mogelijkheden die aanwezig waren. Ook in 2021 zal dit voortgezet worden, binnen de kaders van een lokaal uitvoeringsplan voor laaggeletterden.
8
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? 1. Doorontwikkeling Servicepunt Werk naar breed ontwikkelbedrijf Bij het Servicepunt Werk (SPW) zijn de re-integratietaken van de Participatiewet en de gezamenlijke werkgeversbenadering voor de regio Duin- en Bollenstreek ondergebracht. Het SPW neemt de reintegratie van alle bijstandsklanten en de specifieke doelgroepen van de Participatiewet vanuit één centraal punt ter hand en fungeert als één aanspreekpunt voor alle werkgevers. In 2020 is naar aanleiding van een businesscase verder ingezet op de doorontwikkeling van het Servicepunt Werk naar een breed ontwikkelbedrijf. Er is een toekomstvisie opgesteld en een uitvoeringsplan gemaakt. Uitgangspunt van de opgestelde toekomstvisie is de ontwikkeling naar geïntegreerd werkbedrijf / een verbindingscentrum voor werk ontwikkeling en re-integratie.
Met deze doorontwikkeling wordt gericht op een optimale dienstverlening voor klanten met een afstand tot de arbeidsmarkt, duidelijkheid en eenduidigheid voor alle betrokkenen (klanten en werkgevers) en het vergroten van de efficiency. Bron: SPW en Maregroep; ‘Businesscase uitwerking toekomstvisie Gemeenschappelijke Regeling Kust, Duin- en Bollestreek’ (april 2020). Inzicht: doorontwikkeling van SPW en Maregroep naar een ontwikkelbedrijf zoals hierboven beschreven moet meer rendement opleveren. Externe maatregel: de beschreven doorontwikkeling is met steun van de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling in gang gezet. 2. Werkgeversdienstverlening Het Servicepunt Werk (SPW) organiseert banenmarkten tussen klanten en werkgevers. Het doel is te komen tot een match via persoonlijk contact. De banenmarkten zijn voor klanten om zichzelf (eventueel met hulp van consulenten van het SPW) te presenteren en daarmee hun kansen op een baan te verhogen. Daarbij wordt nauw samengewerkt in de regio met het regionale servicepunt werk Holland Rijnland. Verder worden werkgevers actief geïnformeerd en ondersteund met arrangementen en tools om mensen met een psychische aandoening in dienst te nemen en te begeleiden.
Bron: SPW, GGZ Rivierduinen, AWVN, Lumen Holland Rijnland Inzicht: er is behoefte om op een efficientere manier te matchen en er is onbekendheid over hoe om te gaan met mensen met een psychische beperking op de arbeidsmarkt (een groter wordende doelgroep) 9
Externe maatregel: inzetten van banenmarkten en een regionaal project om werkgevers te faciliteren in het aannemen en begeleiden van mensen met een psychische aandoeningen 3. Extra inzet op statushouders De integratie van statushouders wordt bevorderd door het stimuleren van (vrijwilligers)werk en taalprojecten in nauw overleg met het SPW en het Welzijnskwartier. Er is in 2020 extra gemeentelijk geld beschikbaar gesteld voor de begeleiding van statushouders. Bron: COA, SPW, Welzijnskwartier, woningcorporatie Dunavie Inzicht: Katwijk kent een relatief hoog aantal statushouders in het uitkeringenbestand. Deze doelgroep vraagt doorgaans een andere inzet en begeleiding dan andere doelgroepen. Een programmatische aanpak moet daarbij helpen. Externe maatregel: statushouders in Katwijk worden intensief begeleid op verschillende leefgebieden waaronder werk. Hiervoor wordt een speciale klantmanager ingezet. 4. Versterkte samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland De dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden kan in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland, met drie subregio’s en drie werkbedrijven worden verbeterd. Ook de afstemming van re-integratie instrumenten van gemeenten in deze subregio’s kan beter op elkaar worden afgestemd. Met de coronacrisis en ook de gewijzigde wet SUWI is de noodzaak om de gezamenlijke dienstverlening te verbeteren alleen maar toegenomen.
In de arbeidsmarktregio zijn verschillende regelingen en instrumenten geharmoniseerd en is een start gemaakt met de analyse voor een eenduidig landelijke preferent werkproces voor loonkostensubsidies. Er is een uitvoerinsplan SUWI ontwikkeld, er zijn regionale mobiliteitsteam dienstverlening ingericht en er is een aanpak jeugdwerkloosheid ontwikkelt. De uitvoering daarvan wordt in 2021 ter hand genomen. Bron: Werkgevers Servicepunt (WSP) Holland Rijnland + UVW Inzicht: corona, de gewijzigde wet SUWI en de wetenschap dat de drie subregio’s binnen de arbeidsmarktregio de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden konden verbeteren heeft er toe geleid dat een aantal maatregelen is genomen. Externe maatregel: zie de beschrijven hierboven: een uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening met een pakket aan harmonisatiemaatregelen op gebied van beleid en uivoering, de instelling van regionale mobiliteitsteams en het opstellen van een plan van aanpak jeugdwerkloosheid.
10
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord. C1. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie De gemeente Katwijk is voortdurend bezig met het verbeteren van de uitvoeringspraktijk. Het doel is verhoging van de uitstroom naar werk. Om het tekort op het BUIG-budget terug te dringen zet de gemeente Katwijk in op de onder B geschetste maatregelen. Voor de meeste maatregelen is het niet mogelijk een kwantitatief effect op de uitstroom te voorspellen. De omvang van de projecten verschilt en daarom zijn ook de effecten heel verschillend. De eerste inzichten in het verloop van het eerste kwartaal van 2021 doen ons hoopvol stemmen. Ook de inzet van de werkcoaches (maatregel 1 bij B1) werpt zijn vruchten af. En voorafgaand aan het coronajaar had de inzet ook effect, getuige de terugloop van het tekort en het aantal uitkeringen (zie de analyse bij A2 en A3). De gemeente zal ook nadrukkelijk gaan kijken welke maatregelen andere gemeenten treffen om daar van te leren. Het doel is het tekort terugbrengen naar 0.
C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. De monitoring van de interne maatregelen verloopt via maandelijkse statistieken over het aantal uitkeringsaanvragen en via de P&C-cyclus. De voortgang van de externe maatregelen verloopt zoveel mogelijk via diezelfde P&C-cyclus, maar ook via voortgangsrapportages van de externe partners. Ook wordt gewerkt aan het opnemen van resultaatindicatoren in de begroting van de Gemeenschappelijke Regeling van de Kust-, Duin- en Bollenstreek.
11
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] verklaart dat het voor 15 augustus 2021 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
12
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben.
Met de instemming van de gemeenteraad stelt de gemeenteraad vast dat het college inzicht heeft gegeven in de oorzaken van het tekort, de getroffen interne en externe maatregelen, het beoogde effect van deze maatregelen en de bijdrage die deze samen leveren om het tekort verder te reduceren. De instemming heeft geen betrekking op het inhoudelijk oordeel dat de gemeenteraad eventueel over de maatregelen van het college heeft uitgesproken. Het is geen vereiste dat de gemeenteraad het eens is met de getroffen maatregelen. De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient uiterlijk voor het moment van indiening van het verzoek haar instemming te hebben gegeven, uiterlijk 15 augustus 2021. De gemeenteraad van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] stemt in met de onder 1. afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Datum: ___________
Ondertekening De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________
13
Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording
Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2020 dient uiterlijk op 15 augustus 2021 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2021 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende:
indien uw gemeente zowel over 2018 als over 2019 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
indien uw gemeente over 2018 en/of over 2019 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’. 14
De verklaring van het college verschilt tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’. De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadsbesluit.
Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat betekent dat het naar het oordeel van de commissie niet nodig zou moeten zijn om een extern bureau te betrekken bij het invullen van het aanvraagformulier. . Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht. Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2020 wordt een en ander verder toegelicht.
Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.
15
Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1 Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis waarvan de conclusies over de oorzaken worden getrokken, , anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Daardoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse, waardoor het voor de gemeenteraad transparant wordt gemaakt waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en deze kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. Geef bij onderdeel A2 een analyse van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren. Geef bij onderdeel A3 een korte algemene beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.
Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze beschrijving op hoofdlijnen te houden. Het is dus niet wenselijk of noodzakelijk om per oorzaak of maatregel de gehanteerde bronnen aan te geven. Suggesties bij de beantwoording van A
Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat opnieuw een tekort zou ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 20204 en/of de Benchmark van Divosa5. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn en wat dit betekent voor de verschillende oorzaken van het tekort, zoals deze worden beschreven in de analyse.
4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/10/21/rekentool-participatiewet-2020 5 www.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark
16
Onderdeel B Inleiding In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere reductie van het tekort. Bij onderdeel A2 is een analyse gegeven van de bijdrage van de maatregelen in voorgaande jaren aan de reductie van het tekort. Bij B worden de uitkomsten van deze analyse expliciet meegenomen en vertaald naar de maatregelen. Dat houdt in dat als blijkt dat het effect van sommige maatregelen (sterk) achterblijft bij het verwachte effect, dat de betreffende maatregelen dan niet terugkomen in de maatregelen voor dit jaar. Andersom als er sprake is van een grote bijdrage van bepaalde maatregelen, ligt het voor de hand deze maatregelen, waar nodig en mogelijk, te intensiveren. Het is de bedoeling om dit onderdeel op hoofdlijnen te beschrijven en alleen waar nodig en mogelijk van gedetailleerde informatie te voorzien. Onderdeel B bestaat uit 2 onderdelen:
B1. Beschrijf de getroffen interne maatregelen onder B1. Onder interne maatregelen worden alle getroffen maatregelen verstaan die niet tot stand zijn gekomen door externe consultatie, maar door de gemeente zelf. B2. Beschrijf de getroffen externe maatregelen, waarbij ook wordt beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen.
Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘getroffen externe maatregelen’. Wat wordt verwacht van de beschrijving van de getroffen externe maatregelen? Van het college wordt verwacht duidelijk te beschrijven hoe externe consultatie heeft plaatsgevonden en hoe deze consultatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Omschrijf hoe een externe maatregel tot stand is gekomen. Hieruit moet blijken dat het college actief externe consultatie heeft verricht om te komen tot deze externe maatregel en hoe dit heeft geleid tot het treffen van de externe maatregel(en) voorafgaand aan het moment van indiening door het college. Beschrijving getroffen externe maatregelen Per getroffen maatregel dient eerst de naam en de omschrijving van de maatregel te worden gegeven, gevolgd door de antwoorden op de volgende drie vragen: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? 17
Alle drie de vragen dienen te zijn beantwoord, zodat een duidelijk inzicht wordt geboden dat hier sprake is van ‘externe maatregel(en)’. Onderaan dit formulier staat in de bijlage een verdere toelichting op deze vragen en een voorbeeld van een duidelijke beschrijving. Suggesties bij de beantwoording van B
U kunt waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen aangeven. U kunt bij de getroffen maatregelen aangeven welke overwegingen hebben geleid tot het treffen van deze maatregelen en welke bronnen bij die afwegingen zijn gebruikt. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO o de benchmark Divosa o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt in uw antwoord bij voorkeur onderscheid maken tussen eerder getroffen maatregelen (voorafgaande jaren) en nieuwe (nog te treffen, lopende het jaar tot indiening). U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten met de andere onderdelen in het sociale domein benoemen.
U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden extra heeft getroffen.
Onderdeel C In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect (C1). Ook wordt aangegeven op welke wijze het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C2). Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. In de regelgeving staat dat het college verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen. Het tekort verder reduceren betekent dat het college 18
inzichtelijk maakt dat het maatregelen heeft getroffen waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan het verder reduceren van het tekort ten opzichte van voorgaande jaren. Verder reduceren kan ook worden geïnterpreteerd als maatregelen die een reducerend effect hebben op de stijging van de uitgaven. Dus wordt hier verwacht om inzichtelijk te maken dat maatregelen zijn getroffen waarmee het college verwacht/beoogt de eerdere bijdrage aan de neerwaartse trend te vervolgen. De beschrijving van de effecten van maatregel kan per maatregel of per groep van maatregelen worden beschreven, afhankelijk van de beschikbare informatie en de aard van de maatregel. Bij voorkeur worden de effecten kwantitatief beschreven als hiervoor de informatie beschikbaar is. Indien het niet mogelijk is om de effecten te kwantificeren, volstaat het kwalificeren van de effecten. De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate waarin de maatregelen een bijdrage leveren aan het reduceren van het tekort en geeft ook geen oordeel over de mate van tekortreductie. De commissie beoordeelt of een antwoord wordt gegeven op de hoofdvraag C. Het college geeft vervolgens aan op welke wijze de effecten worden gemonitord. Aan de wijze van monitoring worden geen verdere eisen aan gesteld. Het is dus aan het college en de gemeenteraad hoe de monitoring precies wordt ingericht.
De enige eis is dat de wijze van monitoring beschreven wordt onder vraag C2. Onder monitoring wordt verstaan het volgen van de resultaten van de getroffen maatregelen in relatie tot de verwachte opbrengsten, zodat op grond van deze informatie bijstelling van het beleid en de uitvoering van maatregelen mogelijk is. De monitoring kan fijnmazig per maatregel of per totaalpakket van maatregelen worden uitgevoerd. De monitoring kan specifiek gericht zijn op het domein van de Participatiewet of de andere onderdelen van het sociaal domein. Ook kan dit onderdeel uitmaken van een reguliere maand- of kwartaalrapportage. De monitorinformatie kan vervolgens worden gebruikt om de gemeenteraad te informeren en ook kan deze informatie worden gebruikt bij een analyse van het volgend jaar (zie vraag A1). Het is aan het college en de gemeenteraad om de wijze van monitoring te bepalen die het beste aansluit bij het kunnen volgen van de uitgavenontwikkeling en zo een bijdrage levert aan de tekortreductie. Suggesties bij de beantwoording van C
Geef inzicht in de redenering op basis waarvan het college verwacht dat het tekort verder reduceert met de onder B genoemde maatregelen. U kunt een inschatting van het beoogde effect kwantitatief uitdrukken en als dat niet mogelijk is kunt u het beoogde effect kwalitatief uitdrukken. Onder kwantificering wordt verstaan: de beoogde opbrengst in minder uitkeringen respectievelijk in het beoogde besparingsbedrag. U kunt de beoogde effecten presenteren per maatregel of als dat niet mogelijk is voor meerdere maatregelen gezamenlijk. U hoeft geen onderscheid te maken tussen beoogd effect van interne maatregelen en beoogd effect van externe maatregelen. 19
U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden extra heeft getroffen en welk effect hiermee wordt beoogd.
Wet- en regelgeving en ondersteuning Wet- en regelgeving In het BPw is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering kan indienen, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. De verklaring van het college voor een basisverzoek kunt u vinden in het BPw, artikel 10, eerste lid, onder d. De verklaring van het college voor een uitgebreid verzoek kunt u vinden in het BPw artikel 10, eerste lid, onder d, jo. artikel 10, tweede lid. In het BPw staat dat de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier (BPw, artikel 10, onderdeel e). Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie –mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren. Ondersteuning Divosa Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het Sociaal Domein, zal periodiek bijeenkomsten organiseren waarbij wordt ingegaan op de vangnetuitkering. Daarnaast wordt de Benchmark door Divosa ondersteund en heeft Divosa een factsheet maatregelen uitgegeven.
Ook heeft Divosa bijgedragen aan het beschikbaar komen van een tool waarin de aanvragen van de afgelopen drie jaar zijn verwerkt. De tool en aanvragen worden per VU-jaar op de website van de Toetsingscommissie gepubliceerd. Zie hiervoor de rubriek: informatie over eerdere aanvragen.
20
Bijlage: Toelichting op externe maatregel Een voorbeeld6 van een duidelijke beschrijving is: Maatregel 1. Bevorderen ondernemerschap A) De externe bronnen voor deze maatregel zijn geweest: a. Een rapport van Radar Advies: Werkzame bestanddelen van parttime ondernemen, dec 2019 b. Achterbanraadpleging ZZP Nederland, mei 2020 c. Divosa, innoveren van het BBZ, november 2020 B) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe bron? Het inzicht dat investeren in begeleiding van en naar zelfstandig ondernemerschap bijdraagt aan het verkleinen van het bijstandstekort. C) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? De maatregel die getroffen is om meer capaciteit beschikbaar te stellen. Hiermee kunnen naar schatting 45 bijstandsgerechtigden extra naar zelfstandige ondernemerschap worden begeleid en wordt tevens in 20 gevallen vroegtijdige beëindiging van zelfstandig ondernemerschap zoveel mogelijk voorkomen. Toelichting op de drie vragen. 1.
Wat wordt verstaan onder een externe bron(nen): externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Een externe partij is een persoon of organisatie buiten de grenzen van de gemeente. o
o
o
Een veelgestelde vraag is of in geval van een gemeenschappelijke regeling (ISD of RSD) de consultatie als extern wordt aangemerkt. Het antwoord hierop is, dat in geval van een gemeenschappelijke regeling (ISD of RSD) er sprake is van een gemeenschappelijk beleid en uitvoering voor alle aangesloten gemeenten. Dat betekent dat consultatie van gemeenten die onderdeel uitmaken van een gemeenschappelijke regeling niet als extern wordt gezien. Dit ligt anders voor een SW-bedrijf omdat hier ook sprake kan zijn van privatisering, waardoor verantwoordelijkheden en bevoegdheden anders kunnen worden belegd. Om die reden wordt consultatie van het SW-bedrijf wel gezien als externe consultatie. Onder externe ‘schriftelijke’ informatie wordt alle informatie verstaan die vastgelegd is in een document of een digitale drager (website, bestand etc.) en voortkomt uit een bron buiten de grenzen van de eigen gemeente respectievelijk ISD of RSD. Deze externe informatie dient dan wel ook informatie te bevatten over het effect en de aanpak van deze maatregel. Anders is raadpleging van de partij van wie de informatie komt noodzakelijk.
6 Dit voorbeeld is genomen uit een aanvraag VU 2018, met de daarbij behorende data.
21
2.
Wat heeft de externe consultatie opgeleverd? Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Hier wordt beschreven welk inzicht door consultatie van die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie is gekregen bij de gemeente, dat geleid heeft tot het treffen van de externe maatregel? o
Wat wordt verstaan onder consultatie van een externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Onder consultatie wordt verstaan het raadplegen van een externe bron (partij of ‘schriftelijke’ informatie) buiten de gemeente respectievelijk ISD of RSD. Dat kan het raadplegen van een externe partij zijn, maar het kan ook het raadplegen van externe ‘schriftelijke’ informatie zijn, mits deze ook informatie over de toepasbaarheid (effect, uitvoerbaarheid en aanpak etc.) omvat, anders is het inwinnen van advies bij de betreffende gemeente noodzakelijk. Voorbeelden van externe consultatie zijn onder andere: gebruik maken van goed werkende maatregelen van andere gemeenten; gebruik maken van beleidsplannen e.d.
van gemeenten en op basis daarvan inwinnen van advies over deze maatregelen (zoals werkwijze, uitvoering en effect etc.); inwinnen van advies bij andere gemeenten; gebruik maken van een kennisgroep of leercirkel, bijeenkomst van Divosa; gebruik maken van de signalen op basis van benchmarking Divosa; gebruik maken van de signalen op basis van de SEO-tool; gebruik maken van de publicatie van aanvragen van eerdere jaren en de betreffende tools op de website van de toetsingscommissie en op basis daarvan inwinnen van een advies over deze maatregelen (zoals werkwijze, uitvoering en effect etc.); advies van een extern adviesbureau voor het nemen van extra maatregelen; onder voorwaarden kunnen samenwerking met en uitvoering door een externe partij ook onder externe consultatie vallen. Dat is alleen het geval indien de consultatie duidelijk is beschreven en deze vervolgens leidt tot een maatregel, zie ook onder punt 3 externe maatregel. Het inschakelen van een externe voor het opstellen van de aanvraag, is géén externe maatregel. In geval van consultatie van een groep van externen, bijvoorbeeld bij het voorleggen van een beleidsplan, volstaat het aangeven van de betrokken externen en de uit deze groepsconsultatie opgedane inzichten en tot welke (groep van) maatregelen dit heeft geleid.
3.
Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze ‘consultatie’?. Dit is een beschrijving van een getroffen externe maatregel. 22
Hierna volgen nog enkele toelichtingen over de externe maatregel (n.a.v. veelgestelde vragen): o Wat wordt verstaan onder een maatregel? Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. o Met ‘externe’ maatregel wordt bedoeld: een maatregel die is getroffen naar aanleiding van externe consultatie. Onder voorwaarden gelden de volgende externe maatregelen ook: Het samenwerken met een externe partij voldoet als ‘externe maatregel’ mits binnen deze samenwerking consultatie heeft plaatsgevonden. Beschrijf duidelijk op welke wijze de consultatie in deze samenwerking heeft geleid tot de getroffen maatregel. Het uitvoeren van een maatregel door een externe partij voldoet pas als ‘externe maatregel’ indien deze maatregel is getroffen naar aanleiding van consultatie van een externe partij (dat kan de uitvoerende partij zijn). Indien maatregelen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente) tot stand komen, worden ze als extern aangemerkt. o Wat wordt verstaan onder een getroffen externe maatregel. Dit is een externe maatregel die voor het tijdstip van indiening van de aanvraag door het college, de gemandateerde directeur en/of de wethouder is getroffen. Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen en waarvan de uitvoering in gang is gezet.
o Moet het steeds een nieuwe (aanvullende) maatregel zijn? Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of het, in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen ten einde het tekort verder te reduceren. Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven. In alle gevallen dient het college externe maatregelen te nemen. Dat kunnen ook, afhankelijk van de hiervoor genoemde afweging, bestaande maatregelen zijn, die in hun effect meerjarig doorlopen. Om die reden staat “aanvullende” tussen haakjes. o Hoeveel getroffen externe maatregelen zijn vereist? Het is aan het lokaal bestuur om te bepalen hoeveel maatregelen moeten worden getroffen om het tekort verder te reduceren. Dat houdt in dat de toetsingscommissie nagaat of één dan wel meerdere externe maatregel zijn getroffen. Het is aan het college en de gemeenteraad om na te gaan of en te beschrijven dat de getroffen maatregelen tezamen het tekort verder reduceren (zie onderdeel effecten).
23