5. Bijlage 4. Samenvatting keuzenotitie Diftar (1786188)
Tekst van het document
1.
Doelstelling
In Katwijk is de doelstelling dat in 2023 80 procent van het afval gescheiden wordt. Het scheidingspercentage ligt op dit moment rond 50 procent, met 207 kg restafval per inwoner in 2018. Onderzocht is hoe de afvalstoffenheffing als financiële prikkel kan worden ingezet, om tot een hoger scheidingspercentage te komen. Uiteraard worden ook andere mogelijkheden onderzocht, zoals bijvoorbeeld de wijze en de frequentie van het inzamelen. 2.
Juridische uitgangspunten
Op grond van art. 15.33 Wet milieubeheer (hierna: Wm) kunnen gemeenten een afvalstoffenheffing instellen ter bestrijding van de kosten van het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen. Er is sprake van een bestemmingsheffing. Belastingplichtig voor deze heffing zijn diegenen die gebruikmaken van een perceel waarvoor de gemeente op grond van art. 10.21 en 10.22 Wm de verplichting heeft tot inzameling van (grove) huishoudelijke afvalstoffen. De inzamelverplichting geldt voor percelen waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Kort gezegd is dus belastingplichtig de gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Huishoudens die geen afvalstoffen aan de inzameldienst aanbieden, moeten ook bijdragen in de algemene kosten van de gemeentelijke reinigingsdienst. Dit vaste bedrag kan worden gedifferentieerd, bijvoorbeeld naar het aantal personen in het huishouden. Naast dit vaste bedrag kan de gemeente een hoger bedrag in rekening brengen al naar gelang er meer afvalstoffen worden aangeboden (Diftar). Uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing niet meer dan kostendekkend is. Op de gemeente rust de taak om de baten en de lasten inzichtelijk te maken. Het is lastig op voorhand, voordat principiële keuzes (bijvoorbeeld over de inzameling) gemaakt zijn, iets te zeggen over de hoogte van de tarieven.
Wel worden bij de onderstaande varianten de financiële aandachtspunten benoemd. Daarnaast moet ook boekhoudkundig een aantal zaken worden onderzocht, zoals de toerekening van de veegkosten aan de afvalstoffenheffing, de kosten van zwerfafval (voor zover toe te rekenen aan huishoudelijk afval), van BTW en de hoogte en typering van de aanwezige voorzieningen. Andere zaken die een rol spelen zijn de toe te rekenen rente en overhead. 2.
Varianten
Voor alle varianten geldt dat deze vooraf met BSGR moeten worden gecommuniceerd, omdat dit kan een aanpassing in de software met zich mee kan brengen. De uiteindelijke voorkeursvariant moet dus vooraf op de uitvoerbaarheid worden getoetst. 2.1
Vast deel (verplicht)
Omdat ook huishoudens die geen afval aanbieden moeten meebetalen, is het onvermijdelijk dat de gemeente zowel een vast deel en een variabel deel heft. Het vaste deel kan voor ieder huishouden een gelijk bedrag zijn. Ook kan een extra bedrag vast worden geheven per extra container. Dit ontmoedigt het aanvragen van extra containers. Het vaste deel van de afvalstoffenheffing kan echter ook worden gedifferentieerd, bijvoorbeeld naar het aantal personen in het huishouden (één- of meerpersoonshuishouden), of naar de methode van inzameling (via containers of ondergronds). Voordeel van differentiatie: Huishoudens die (naar verwachting) minder afval aanbieden, worden ook in het vaste deel van de aanslag tegemoetgekomen.
Nadeel van differentiatie: Administratief leidt dit tot extra kosten, omdat het toepasselijke tarief in de belastingapplicatie moet worden bijgehouden. Financieel: De gemeente is vrij om te kiezen welk deel van de kosten door het vaste deel wordt gedekt, en welk door het variabele deel. Dit moet op grond van art. 10 van het BBV inzichtelijk worden gemaakt in de paragraaf lokale heffingen. Indien het vaste deel wordt gedifferentieerd, bijvoorbeeld tussen een één- en een meerpersoonshuishouden, dan moet ook inzichtelijk worden gemaakt in hoeverre er kruissubsidiering plaatsvindt in die zin, dat een éénpersoonshuishouden meer betaalt dan zijn eigen vaste kosten en het meerpersoonshuishouden dus minder of andersom. 2.2
Variabel deel (Diftar)
Voor wat betreft het variabele deel van de heffing zijn verschillende varianten bekeken. De volgende twee varianten zijn nader onderzocht. Uiteraard zijn vele tussenvormen mogelijk, doch deze varianten zijn het meest basaal en het eenvoudigst uit te leggen. 1. Een variabel deel afhankelijk van het aantal keer dat afval wordt aangeboden (bedrag per aanbieding). 2. Een vast bedrag in het kalenderjaar, mogelijke teruggave achteraf bij minder aanbiedingen dan gemiddeld (de Woerdense variant). 2.2.1
Vast bedrag per aanbieding (rest)afvalbak
Er wordt een bedrag geheven per keer dat de container wordt aangeboden, of de verzamelcontainer wordt ontgrendeld. Voordeel: Het is belastingplichtigen goed uit te leggen dat iedere aanbieding geld kost. Dat kan een positief effect hebben op het aantal aanbiedingen. Een bedrag per aanbieding noemen is duidelijker dan een “mogelijke” korting achteraf. Indien bij de inzameling wordt gekozen voor grote (240 liter) en kleine (120 liter) containers, dan kan hier ook tussen worden gedifferentieerd in die zin dat het aanbieden van een kleine container goedkoper is. Het is ook mogelijk om per container te differentiëren, bijvoorbeeld GFT gratis, en restafval duurder. Dit is ook te combineren met omgekeerd inzamelen. Natuurlijk vergt dit ook handhaving, omdat mensen dan mogelijk afvalstromen gaan mengen. Ter illustratie: de gemeente Echt-Susteren verwacht in 2020 van 204 kilo restafval naar 75 kilo restafval te gaan door een systeem van omgekeerd inzamelen en een bedrag per aanbieding voor alleen restafval. Wel nam daar de dumping en het zwerfafval toe.1 Nadeel: De aanslag voor het variabele deel kan pas na afloop van het belastingjaar worden opgelegd. Deze kan wel worden gecombineerd met de combi-aanslag van het volgende belastingjaar. Huishoudens krijgen dan de combi-aanslag 2022 met daarop het aantal ledigingen van 2021.
Er moet worden onderzocht of van alle huishoudens kan worden bepaald hoe vaak het afval wordt aangeboden. Dit kan lastig zijn bij bijvoorbeeld hoogbouw met verzamelcontainers en zorginstellingen. Voor dergelijke objecten, waar mensen dus mogelijk niet goed kunnen scheiden, kan echter ook een afzonderlijk (vast) tarief worden bepaald. Om mensen een inzicht te kunnen geven in hun “verbruik” kiezen sommige gemeenten voor het inrichten van een afvalteller. Daarmee kunnen mensen real time zien hoeveel keer ze in het jaar al hebben aangeboden. Dit vergt een extra investering.
1
https://www.limburger.nl/cnt/dmf20200214_00147632/echt-susteren-gaat-controle-op-plastic-afvalverscherpen
Financieel: Om te voorkomen dat de uiteindelijke opbrengst tegenvalt omdat mensen “te goed” gaan scheiden en het tarief het jaar erna weer omhoog moet, moet een goede balans worden gevonden tussen het vaste deel van de heffing en het variabele deel. Het is essentieel om op voorhand een goede analyse te maken van de vaste kosten voor de gemeente, de variabele kosten, het aantal huishoudens en het aantal geraamde aanbiedingen. 2.2.2
Vast bedrag en mogelijke teruggave achteraf (de Woerdense variant)
Het is mogelijk om in het belastingjaar zelf een vast bedrag te heffen en achteraf, als blijkt dat het aantal ledigingen meevalt, een bedrag terug te geven op de combi-aanslag van het volgende jaar. Voordeel: Het vooruitzicht van een teruggaaf (in feite een korting op de aanslag van het jaar erna) kan mensen ertoe aanzetten om actief te scheiden voor de korting. Het is administratief eenvoudig in het jaar zelf, omdat iedereen een vast bedrag betaalt. Nadeel: Het is administratief lastig in het jaar van de korting. Omdat de combi-aanslagen voor (bijvoorbeeld) 2022 al in januari gereed moeten zijn om deze in februari 2022 te kunnen verzenden, moeten reeds in de eerste of tweede week van januari de aantallen ledigingen van 2021 bekend zijn. Het is de vraag of het lukt om deze gegevens tijdig te krijgen. Vervolgens is het de vraag of het BSGR lukt om deze gegevens tijdig te verwerken. Als dat niet het geval is, dan moet de teruggave worden gedaan op een afzonderlijk aanslagbiljet, hetgeen extra kosten met zich meebrengt. De gemeente Woerden hanteert een dergelijk systeem. Indien het aantal aanbiedingen binnen een bepaalde bandbreedte blijft, bestaat recht op een teruggaaf. In Woerden is deze maximaal € 40 voor een meerpersoonshuishouden bij een aanbieding van de container van maximaal 4 keer per jaar.
Het recht op een teruggaaf verloopt in Woerden bij een aanbieding van meer dan 16 keer voor een meerpersoonshuishouden. Dat is ruwweg 1 container per 3 of 4 weken. Een teruggaafsysteem kan alleen werken indien van alle belastingplichtigen kan worden gemonitord hoeveel keer de container wordt aangeboden en hoeveel keer de verzamelcontainer wordt ontgrendeld. Mensen die niet kunnen scheiden (hoogbouw, zorginstellingen) lopen de korting mis hoewel ze die wel zouden willen kunnen verdienen. Het systeem vraagt beleidskeuzes over hoe om te gaan met mensen die in de loop van het jaar verhuizen en mensen die de aanslag kwijtgescholden krijgen. Hebben deze mensen ook recht op een teruggaaf? Feitelijk is de korting een sigaar uit eigen doos. Omdat de afvalstoffenheffing maximaal kostendekkend is, wordt de korting uiteindelijk ook door de belastingplichtigen zelf betaald. Als dit gaat “rondzingen” is het effect naar verwachting snel weg. Financieel: Er moet op voorhand een inschatting worden gemaakt van het bedrag dat teruggegeven moet worden. Dat drukt op het betreffende belastingjaar (en niet op het jaar erna). Dit moet worden meegenomen bij de kostenonderbouwing (tenzij dit wordt gedekt uit de algemene middelen of een andere pot) en vormt dus een transitorische post “nog terug te betalen” of een dergelijke benaming.