5. Begroting gemeenschappelijke regeling ODWH 2022 en meerjarenraming 2023-2025 voor zienswijze, ontvangen op 23 april 2021 (1920831)
Tekst van het document
Onderwerp: Verzoek tot indienen zienswijze Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025 Omgevingsdienst West-Holland Geachte heer/mevrouw, Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland heeft in haar vergadering van 12 april 2021 ingestemd met het voorleggen van de Begroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025 aan (de raden of provinciale staten van) de deelnemers, zodat deze de mogelijkheid hebben zienswijzen in te dienen. Derhalve ontvangt u hierbij de Begroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025 van de Omgevingsdienst West-Holland. De zienswijzen op de Begroting 2022 worden op 21 juni 2021 behandeld in het dagelijks bestuur voor doorgeleiding naar het algemeen bestuur (voor de vergadering van 12 juli 2021). Om het dagelijks bestuur te kunnen adviseren, verzoek ik u om uw zienswijze voor 1 juni 2021 aan mij door te geven. U kunt uw zienswijze voor de Begroting 2022 en meerjarenraming 2023 – 2025 uiterlijk in de vergadering van het algemeen bestuur op 12 juli 2021 kenbaar maken. Namens het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland, Met vriendelijke groet, Noor de Kruif Bestuursadviseur
Omgevingsdienst West-Holland 06-47910019 N.deKruif@odwh.nl www.odwh.nl Werkdagen: maandag, dinsdag en donderdag
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 23 april 2021 Status (versie voor zienswijze)
INHOUDSOPGAVE Voorwoord
5
1
Inleiding
6
2
Financieel kader Algemeen Gemeenschappelijke Regelingen en het BBV Dienstplan 2021 als basis voor Begroting 2022 Kadernota 2021 Financieringssystematiek Uurtarief 2022 2.6.1 Uurtarief 2021 deelnemers 2.6.2 Uurtarief BIP
8 8 8 9 9 9 10 10 10
3
Strategie 2022 - 2025 Inleiding en proces 3.2 Inhoud
11 11 11
4
Programma’s Algemeen Milieu en Bodem 4.2.1 Toezicht op activiteiten 4.2.2 Milieu- en bodemvergunningen 4.2.3 Projectmatige controles en handhaving 4.2.4 Aanvulllingswet bodem Omgevingswet 4.2.5 Wat mag het kosten? Omgevingsadvies 4.3.1 Nieuwe naam 4.3.2 Omgevingswet 4.3.3 Energie en duurzaamheid 4.3.4 Schipholadvisering 4.3.5 Wat mag het kosten? Duurzaamheid 4.4.1 Wettelijke taken 4.4.2 Nieuwe wetgeving 4.4.3 Klimaatadaptatie en circulariteit 4.4.4 Wat mag het kosten? Bouwen 4.5.1 Nieuwe manier van werken 4.5.2 Vergunningen, Toezicht en Handhaving 4.5.3 Asbest en wegverkeerslawaai 4.5.4 Wat mag het kosten?
12 12 12 12 13 13 13 13 14 14 14 14 14 14 15 15 15 15 16 16 16 16 17 17
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
3 / 49
Randvoorwaardelijke taken 4.6.1 Dienstverlening 4.6.2 Omgevingswet en DSO 4.6.3 Wat mag het kosten?
17 17 18 18
5
Begroting Omgevingsdienst Begroting 2022 Toelichting begroting 2022 5.2.1 Toelichting op de lasten van de begroting 2022 5.2.2 Toelichting op de baten van de begroting 2022 Ontwikkelingen in de begroting 2022 Meerjarenbegroting 2023-2025 Ontwikkelingen in meerjarenbegroting 2023-2025
19 19 21 21 23 24 25 26
6
Ontwikkelingen NIET in de begroting
28
7
Bezuinigingslasten Bezuinigingslasten als gevolg van taakstellingen Bezuinigingslasten 2022
29 29 29
8
Paragrafen Weerstandsvermogen 8.1.1 Omvang weerstandsvermogen 8.1.2 Risicomanagement 8.1.3 Financiële kengetallen Financiering Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen Lokale heffingen Grondbeleid Verbonden partijen
30 30 30 31 32 33 34 34 34 35 35
9
Ondertekening
36
Bijlagen
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
37
4 / 49
VOORWOORD ‘Als ik een glazen bol had, dan zat ik hier nu niet’, zei laatst iemand tegen mij. Natuurlijk weten we allemaal dat de toekomst niet te voorspellen valt, maar in 2020 werd dat nog eens extra duidelijk toen er een wereldwijde pandemie uitbrak die alle plannen en begrotingen op zijn kop zette. Voor de één een catastrofe, de ander voer er wel bij. Gelukkig is de Omgevingsdienst West-Holland een stabiele organisatie gebleken. We hebben kwalitatief en financieel goede resultaten gehaald. Dat had onder andere te maken met dat we de afgelopen jaren hard hebben gewerkt aan de uitvoering van de reorganisatie met als doel de dienst weer financieel gezond te maken. We zijn blij dat onze inspanningen zijn beloond en presenteren u daarom vol vertrouwen de begroting voor 2022. In de Kadernota 2021 zijn alle uitgangspunten voor de begroting vastgelegd. De begroting is gebaseerd op de laatste werkplannen van de deelnemers, die bijeengebracht zijn in het Dienstplan 2021. De inhoudelijke uitgangspunten zijn gebaseerd op de vier programma’s Milieu en Bodem, Omgevingsadvies, Duurzaamheid, Bouwen en de dienst-brede service van Randvoorwaardelijke Taken. Die schetsen in de begroting een beeld van onze verwachtingen over 2022, dat wordt ingekleurd door een veranderende samenleving waarin het klimaat, energie, wonen en veiligheid een grote rol spelen.
We stellen steeds meer belang in het verbeteren van de kwaliteit van onze leefomgeving en die stopt niet bij gemeente- of provinciegrenzen. Naast het uitvoeren van de wettelijke taken, geeft de dienst daarom ook steeds vaker advies. Om dat te kunnen doen participeren we in projecten en werkgroepen. We zoeken actief naar voor de samenleving aanvaardbare en duurzame oplossingen, voor problemen die alleen in hun onderlinge samenhang effectief kunnen worden aangepakt. Daarbij komt het steeds meer aan op het verzamelen en interpreteren van betrouwbare data. Met behulp van datagericht onderzoek kan de dienst ook haar wettelijke taken beter en sneller uitvoeren. Op 1 januari 2022 zal naar verwachting de Omgevingswet van kracht worden. De dienst heeft de taak om de effecten van de Omgevingswet voor haar deelnemers zichtbaar te maken en uit te voeren. We zijn ons daar al vele jaren op aan het voorbereiden door de kwaliteit van de eigen dienstverlening te verhogen. We hebben geïnvesteerd in een nieuw zaaksysteem en nieuwe procedures vastgelegd. En we hebben (vooral online) trainingen gevolgd. Ook in 2022 ligt de nadruk weer sterk op het investeren in onze kwaliteit. We hopen dat we met deze begroting tegemoet komen aan de doelen en wensen van onze deelnemers.
En ook al weten we niet wat de effecten van de pandemie op de lange termijn zullen zijn, we zien de toekomst met vertrouwen tegemoet. Laten we van 2022 weer een gezond jaar maken! Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
5 / 49
1
INLEIDING
De Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (verder te noemen: Begroting 2022) is de meerjarige uitwerking van de financiën voor de door de Omgevingsdienst West-Holland uit te voeren programma’s. Voor de Begroting 2022 zijn de Kadernota 2022, vastgesteld in het algemeen bestuur van 8 februari 2021, en de regelgeving in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de belangrijkste uitgangspunten. De Begroting 2022 kent de volgende inhoudelijke hoofdstukken: 2. Financieel kader 3. Strategienota 4. Programma’s 5. Begroting Omgevingsdienst 6. Ontwikkelingen niet in de begroting 7. Paragrafen Onderstaand lichten we deze hoofdstukken kort toe. 2. Financieel Kader In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting 2022. Voor deze begroting vormt het Dienstplan 2021 de basis. Het Dienstplan vormt de bundeling van de werkplannen voor de individuele deelnemers, en is daarmee de werkportefeuille voor de dienst. Het Dienstplan is een vaste bijlage bij de Kadernota. De uitgangspunten uit de Kadernota 2022 hebben we in deze begroting verwerkt.
De tarieven worden met 1,33 % geïndexeerd, conform de Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022 van het Financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden en de Uitgangspunten Financiële kader 2022 gemeenschappelijke regeling ODWH van de Provincie Zuid-Holland. In het Financieel Kader zijn de nieuwe tarieven opgenomen. Tevens lichten we de financieringssystematiek toe, zoals die in de Nota Planning en Control is opgenomen. 3. Strategienota In 2021 zal een nieuwe Strategienota opgesteld worden voor een nieuwe periode van vier jaar vanaf 2022. Vanzelfsprekend is in de Meerjarenraming 2023-2025 hierop nog niet vooruitgelopen en is van voortzetting van de huidige strategie uitgegaan. Wel is er rekening gehouden met de onderwerpen genoemd in de kadernota 2022. 4. Programma’s De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit verschillende programma’s: Milieu en Bodem, Omgevingsadvies, Duurzaamheid en Bouwen. Daarnaast kennen we Randvoorwaardelijke taken: taken die noodzakelijk uitgevoerd moeten worden voor verschillende of alle deelnemers, om de deelnemers goed te kunnen bedienen en de dienst goed te laten functioneren.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
6 / 49
5. Begroting Omgevingsdienst De reguliere werkzaamheden en de uitvoering van de speerpunten leiden tot financiële consequenties in de begroting voor 2022 en in de meerjarenraming voor 2023 tot en met 2025. Begroting en meerjarenraming zijn beide opgebouwd uit, door het BBV voorgeschreven, taakvelden; de verschillende posten lichten we uitgebreid toe. De uren en de bijbehorende lasten hebben we voor de verschillende deelnemers doorgerekend. Tot slot geeft dit hoofdstuk inzicht in de uitputting van reserves en de te behalen financiële resultaten. 6. Ontwikkelingen niet in de begroting In dit hoofdstuk benoemen we een aantal ontwikkelingen die relevant zijn voor de dienst, maar die we nog niet in de begroting hebben verwerkt, omdat ze nog te prematuur of te onzeker en/of onduidelijk zijn. Mogelijk zal een enkele ontwikkeling alsnog aanleiding geven tot een begrotingswijziging. 7. Paragrafen De paragrafen geven op een aantal – door het BBV voorgeschreven – onderdelen toelichting op de beheersmatige aspecten. De paragrafen gaan over onderwerpen die van invloed zijn op de begroting en de financiële positie van de dienst. Daarbij is er aandacht voor bestuurlijke en financiële risicofactoren.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
7 / 49
2
FINANCIEEL KADER ALGEMEEN
In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting 2022. Voor deze begroting vormt het Dienstplan 2021 de basis. Het Dienstplan vormt de bundeling van de werkplannen voor de individuele deelnemers en is daarmee de werkportefeuille voor de dienst. Het Dienstplan is een vaste bijlage bij de Kadernota. De figuur “Dienstplan” is nieuw opgenomen in de Nota Planning en Control 2020-2023, die op 5 november 2018 is vastgesteld door het algemeen bestuur. De uitgangspunten uit de Kadernota 2022 hebben we in deze begroting verwerkt. De tarieven worden met 1,33 % geïndexeerd, conform de Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022, die het Financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden in zijn brief van 4 november 2020 heeft aangegeven. De provincie Zuid-Holland heeft daarnaast de Uitgangspunten Financiële kader 2022 gemeenschappelijke regeling ODWH vastgelegd in haar brief van van 3 december 2020.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN EN HET BBV Voor verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen zoals de Omgevingsdienst West-Holland, is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2018 van kracht geworden. Belangrijke aandachtspunten zijn de uniforme taakvelden en de berekening van de overhead. Uniforme taakvelden Voor de begroting en de jaarrekening schrijft het BBV voor dat de baten en lasten worden ingedeeld naar uniforme taakvelden. De taakvelden kennen een indeling, die in overeenstemming is met de indeling die de gemeenten en de provincie hanteren. Het overzicht van de verschillende taakvelden die betrekking hebben op de dienst is hieronder opgenomen (de nummering is conform het BBV en uniform): 0.1 0.4 7.4 8.1 8.3
Bestuur Ondersteuning organisatie Milieubeheer (programma’s Milieu en Bodem en Duurzaamheid) Ruimtelijke Ordening (programma Omgevingsadvies) Wonen en Bouwen (programma Bouwen)
Overhead Eén van de voorschriften in het BBV is het centraal begroten en ramen van de overhead (taakveld 0.4, Ondersteuning organisatie). De definitie van overhead is beschreven in de “Notitie Overhead” van de commissie BBV. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Per programma(onderdeel) mogen alleen de lasten worden geraamd die betrekking hebben op het primaire proces. Alleen lasten die direct toewijsbaar zijn aan het primaire proces zijn daar opgenomen, de lasten voor overhead worden centraal begroot.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
8 / 49
DIENSTPLAN 2021 ALS BASIS VOOR BEGROTING 2022 Conform de uitgangspunten van de Nota Planning en Control 2020-2023 vormt het Dienstplan 2021 de basis voor de Begroting 2022. In tabel 2.1 is een trendanalyse van de afgelopen jaren opgenomen. Deze maakt zichtbaar dat een aanpassing van de begroting met (slechts) indexatie in eerdere jaren ertoe leidde dat de afwijking tussen de begroting en de werkplannen en realisatie in een jaar steeds groter werd. De koppeling van het dienstplan van een jaar aan de begroting van het daaropvolgende jaar maakt dat schommelingen in de conjunctuur gesignaleerd en gevolgd worden. Zo kan bij een dalende conjunctuur de beweging omlaag tijdig ingezet worden. Tabel 2.1: trendanalyse uren over de jaren 2018 tot en met begroting 2022
KADERNOTA 2021 Het algemeen bestuur heeft op 8 februari 2021 de Kadernota 2022 vastgesteld. In de Kadernota is een indexering verwerkt conform de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen”, een uniforme bestuurlijke afspraak tussen de gemeenten in Hollands-Midden en de Uitgangspunten Financiële kader 2022 gemeenschappelijke regeling ODWH van de Provincie Zuid-Holland. Dit betekent voor de dienst een toegestane indexering voor 2022 van 1,33%. Los van het financiële kader heeft de kadernota ook een inhoudelijk deel. Dit is meegenomen in de begroting.
FINANCIERINGSSYSTEMATIEK De lasten van de dienst berekenen we door aan de deelnemers op basis van werkelijk gerealiseerde uren tegen het geldende uurtarief, vermeerderd met materiële lasten. Aan het einde van het jaar vindt een afrekening plaats van het bedrijfsresultaat. Hierbij houden we eerst rekening met het bereiken van de minimale en maximale omvang van de algemene reserve.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
9 / 49
UURTARIEF 2022 De uurtarieven zijn aangepast conform de Kadernota 2022.
2.6.1 Uurtarief 2021 deelnemers Conform de vastgestelde indexering in de Kadernota 2022 is het tarief voor 2022 gebaseerd op het tarief uit de Begroting 2021, vermeerderd met de indexering. We gaan uit van een standaard uurtarief van € 94,25 voor de deelnemende gemeenten en de Provincie Zuid-Holland. Dit is als volgt opgebouwd: Tabel 2.2 Uurtarief deelnemende gemeenten en Provincie Zuid-Holland Tarief begroting 2021 2022 Vastgesteld tarief begroting t-1 € 90,00 € 93,02 Indexering in % 3,36% 1,33% Indexering in € € 3,02 € 1,23 Tarief begroting € 93,02 € 94,25
2.6.2 Uurtarief BIP De dienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt. Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een kostendekkende vergoeding per aanvraag. Tabel 2.3 Uurtarief BIP Tarief per aanvraag BIP Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
2021 € 40,75 3,36% € 1,40 € 42,15
2022 € 42,15 1,33% € 0,56 € 42,71
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
10 / 49
3
STRATEGIE 2022 – 2025 INLEIDING EN PROCES
2022 is het eerste jaar van de nieuwe Strategie 2022-2025, die in 2021 wordt voorbereid en begin 2022 zijn afronding krijgt. De Strategie dient om richting te geven aan de toekomstige ontwikkelingen van de dienst, maar ook als overdrachtsdocument aan een (gedeeltelijk) nieuw bestuur als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 2022. Uiteraard zal aan het nieuwe bestuur in 2022 nog de gelegenheid geboden worden om hun wensen en suggesties kenbaar te maken en die door te voeren. Omdat deze begroting vooruitloopt op de nieuwe Strategie was het noodzakelijk dat in de Kadernota voor 2022 hierop al een voorschot werd genomen. In de Kadernota is de koerswijziging eigenlijk al aangegeven: naast de financiële gezondheid van de dienst die in de afgelopen periode centraal heeft gestaan, komt het investeren in de kwaliteit van de dienst er als een belangrijk thema bij. De Strategie is vooral een product van het bestuur. Maar hoe meer alle mensen uit de dienst en van de deelnemers betrokken zijn bij - of op de hoogte zijn van die Strategie des te groter de kans dat die ook echt gaat leven, uitgevoerd wordt en tot de gewenste resultaten leidt.
INHOUD Inhoudelijke zal de Strategie 2022-2025 drie grote inhoudelijke thema’s kennen die nader worden uitgewerkt: 1. De doorontwikkeling van dienst als dienstverlener. Bij dit onderwerp gaat het om het wezen van de dienst: het takenpakket, de kwaliteit, de relatie met de deelnemers, de financiering: eigenlijk de thema’s die de Commissie Van Aartsen in haar recent gepubliceerde rapport als aandachtspunten heeft aangegeven. 2. De Omgevingswet in de praktijk. 2022 is het jaar waarin de Omgevingswet (op dit moment nog steeds: naar alle waarschijnlijkheid) van kracht wordt. Dat is het einde van een periode van voorbereiding, maar het begin van een periode van overgang, wennen, verder uitvinden, etc. die waarschijnlijk dit hele decennium zal beslaan. Hoe de dienst zich daarmee moet en kan verhouden is een belangrijk onderwerp. 3. Duurzaamheid en de regionale energie strategie. Duurzaamheid is het thema voor en van de toekomst, en ook in de huidige Strategienota is het als kernpunt benoemd. Inmiddels hebben we meer ervaring opgedaan met het thema, en is beter uitgekristalliseerd waar de deinst wel en niet van kan en wil zijn. Ook dat verder uitgewerkt worden in de Strategie 2022-2025.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
11 / 49
4
PROGRAMMA’S ALGEMEEN
De Omgevingsdienst West-Holland is de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van en voor twaalf deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Hij levert zijn bijdrage aan het verbeteren en bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in Holland Rijnland. Om dit te bereiken voert de dienst alle milieutaken uit voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude en voor de provincie Zuid-Holland. Voor de gemeente Katwijk is dit uitsluitend het Basistakenpakket. Daarnaast adviseert de dienst over milieuaspecten bij ruimtelijke planvorming en is de dienst actief op het brede terrein van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hierbij gaat het om onderwerpen zoals bodem- en luchtverontreiniging, geluidhinder, gevaarlijke stoffen, natuur, omgevingsveiligheid en energie- en waterbesparing. De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit vier thematische programma’s: 1. Milieu en Bodem 2. Omgevingsadvies 3. Duurzaamheid 4. Bouwen Voor de programmastructuur is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij hetgeen gebruikelijk is bij onze deelnemers en het BBV (zie paragraaf 2.1). Naast de programma’s zullen ook de randvoorwaardelijke taken nader worden belicht.
MILIEU EN BODEM
Het programma Milieu en Bodem voert voornamelijk wettelijke VTH taken uit. Deze bestaan uit het verlenen van vergunningen, toezicht houden en handhaven. Zo zorgen we met de deelnemers voor een gezonde en veilige leefomgeving. 4.2.1 Toezicht op activiteiten In 2022 zal door de geplande invoering van de Omgevingswet het toezicht op bedrijven veranderen in toezicht op activiteiten. Hierdoor zal er een verschuiving plaatsvinden in de werkzaamheden van de Omgevingsdienst. Er zullen daar waar mogelijk meer administratieve controles plaatsvinden waarbij er gebruik wordt gemaakt van informatie die van verschillende bronnen afkomstig is. Met dit risicogericht onderzoek kan er slimmer gecontroleerd worden op deelaspecten binnen een groep bedrijven, zoals brandveiligheid of lozing van afvalwater. Hiervoor zal van elk bedrijf moeten worden bepaald wat de milieubelastende activiteiten zijn. Fysieke en onaangekondigde controles zullen daarnaast ook blijven plaatsvinden.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
12 / 49
4.2.2 Milieu- en bodemvergunningen De dienst controleert alle vergunningen periodiek én na verandering van wet- en regelgeving; dit is opgenomen in het uitvoeringsbeleid VTH. Doel is dat bedrijven altijd over een actuele vergunning beschikken. De verwachting is dat na invoering van de Omgevingswet de procedure om een milieuvergunning aan te vragen voor de meeste bedrijven korter wordt. Alleen het onderdeel waarvoor vergunningplicht geldt, wordt vanaf dat moment in de vergunning geregeld. Vergunningen aan bedrijven die onderzoek doen met genetisch gemodificeerde organismen, worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet via de Bruidsschat vergunning-plichtig. Gemeenten kunnen deze vergunningplicht daarna in het Omgevingsplan overnemen. Er zijn ook bedrijven die geen omgevingsvergunning hoeven aan te vragen of een melding hoeven in te dienen, omdat zij weinig belastende activiteiten hebben. Deze bedrijven zijn wel opgenomen in onze database en worden op projectbasis gecontroleerd.
4.2.3 Projectmatige controles en handhaving Eenvoudige en minimum bedrijven en activiteiten worden alleen nog projectmatig bezocht op basis van een branchegerichte of risicogerichte aanpak. In een aantal gevallen wordt de projectmatige aanpak ook ingezet voor bedrijven en activiteiten met een zwaardere milieubelasting aansluitend bij de actualiteit of landelijke speerpuntprojecten. Er is ook ruimte voor specifieke wensen van deelnemers; zo werkt de dienst samen met gemeenten en de politie om ondermijning tegen te gaan.
4.2.4 Aanvulllingswet bodem Omgevingswet De Aanvullingswet bodem Omgevingswet bepaalt dat de regels uit de Wet bodembescherming (Wbb) blijven gelden voor bodemsaneringen of maatregelen die onder de Wbb zijn beschikt of gestart. Het overgangsrecht is van grote betekenis voor de uitvoeringspraktijk. Het uitvoeren van bodemsaneringen op grond van de Wbb kan in volle gang zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Om te zorgen dat deze saneringen kunnen worden afgerond, is voor een aantal situaties in overgangsrecht voorzien. Dit betekent dat het kader van de Wbb en de Circulaire bodemsanering blijven gelden op situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn aangegeven. Bodemsaneringen duren vaak lang, zeker bij saneringen met nazorgmaatregelen en beheermaatregelen. Daarom heeft het overgangsrecht geen vaste einddatum. De Wbb blijft gelden totdat het besluit tot instemming met een evaluatieverslag of een nazorgplan onherroepelijk is geworden. Het gevolg hiervan is dat de bijdrage van de Provincie Zuid-Holland in de komende jaren geleidelijk zal worden afgebouwd. Hierover zijn afspraken gemaakt met de Provincie in het kader van de ‘warme overdracht’ bodemtaken. Voor nieuwe gevallen van bodemsanering zijn de gemeenten het bevoegd gezag onder de Omgevingswet. Over de effecten voor de gemeenten worden naar verwachting afspraken gemaakt in het kader van de werkplannen.
4.2.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2021 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Milieu betekent dit dat de totale lasten € 6.460.036 bedragen. Begroting programma 2022 Begroting 2022
Programma Milieu en Bodem Totaal uren
66.027
Uren x tarief
€
6.223.009
Materieel budget
€
237.027
Totaal bijdrage deelnemers
€
6.460.036
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
13 / 49
OMGEVINGSADVIES
Het programma Omgevingsadvies adviseert de deelnemers over actuele ontwikkelingen, plannen en initiatieven op het gebied van wonen, werken, recreëren en mobiliteit. 4.3.1 Nieuwe naam We spreken in deze begroting niet meer over Ruimtelijke Ordening, maar over Omgevingsadvies. We hebben voor deze nieuwe naam gekozen omdat ons werk steeds meer opgeschoven is richting advisering. Bovendien vallen sinds 2021 de adviestaken van de programma’s Milieu en Bodem, zoals bodemondergrond, advies bij ontheffingen bouwlawaai en advies betreffende spoed- en nazorglocaties van de provincie, ook binnen het programma van Omgevingsadvies. 4.3.2 Omgevingswet Vanaf 2022 gaat er vanuit een ander kader gewerkt worden. Per 1 januari zal naar verwachting de Omgevingswet de wet op de Ruimtelijke Ordening vervangen en dat betekent een nieuwe manier van (samen)werken. Daarom heeft Omgevingsadvies samenwerkingscontracten gesloten met ketenpartners zoals de GGD en de veiligheidsregio. Om de werkprocessen die zeker gaan veranderen onder de Omgevingswet goed te laten verlopen, wordt er vooral ingezet op het verdiepen en verbreden van de kennis van de medewerkers.
4.3.3 Energie en duurzaamheid Het programma Omgevingsadvies is een dynamisch programma. Voor 2022 zullen bodem, geluid, externe veiligheid, ecologie, lucht en archeologie weer belangrijke thema’s zijn. We verwachten bovendien veel aandacht voor de thema´s gezondheid, energie, ondergrond en duurzaamheid. We nemen deel aan de Omgevingstafels bij onze deelnemers en adviseren inzake complexe omgevingsvergunningen. Ook zullen we gebiedsgericht adviseren met aandacht voor milieubelastende activiteiten.
4.3.4 Schipholadvisering Vanuit het programma milieu is de Schipholadvisering overgekomen. Dit betekent dat de Omgevingsdienst bestuurders adviseert over beleid- en wetgeving rondom Schiphol met name op het gebied van geluid, veiligheid en stikstof. We schrijven bestuurlijke annotaties en bereiden reacties voor. Ook het faciliteren van een secretaris voor de twee clusters waarvoor de Omgevingsdienst werkzaam is, hoort bij onze werkzaamheden.
4.3.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2021 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Omgevingsadvies betekent dit dat de totale lasten € 2.895.100 bedragen.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
14 / 49
Begroting programma 2022 Begroting 2022
Programma Omgevingsadvies Totaal uren
30.309
Uren x tarief
€
2.856.600
Materieel budget
€
38.500
Totaal bijdrage deelnemers
€
2.895.100
DUURZAAMHEID
Voor het programma Duurzaamheid zijn er in 2022 drie speerpunten: energietransitie en klimaatadaptatie, met daaraan verbonden biodiversiteit en mobiliteit. Het derde, tot nu toe wat onderbelichte, speerpunt is circulariteit. 4.4.1 Wettelijke taken Het programma richt zich op de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot energiebesparing en informatieplicht van bedrijven. Daarnaast zijn wij nauw berokken bij de Regionale Energie Strategie en in dit verband de trekker van energiebesparing. We faciliteren diverse duurzaamheidsfondsen met daaraan gekoppeld het Duurzaam Bouwloket. In de werkplannen worden met de deelnemers afspraken gemaakt over specifieke werkzaamheden naast de uitvoering van de wettelijke taken.
4.4.2 Nieuwe wetgeving In 2022 wordt naar verwachting de Omgevingswet van kracht. Hierdoor zullen alle deelnemers en ook de Omgevingsdienst te maken krijgen met een andere manier van samenwerken. Maar er staan nog meer wettelijke wijzigingen op stapel, zoals het verplichte energielabel C voor kantoren in 2023. In 2021 start het programma Duurzaamheid met een communicatiecampagne rondom het Kantorenlabel C. In 2022 zal dit verder uitgewerkt worden naar wettelijke taken. Daarnaast is er aandacht voor de nieuwe wetgeving rond het EPBD III, met richtlijnen voor de gebouwde omgeving. Bovendien is het noodzakelijk om de milieugevolgen van zakelijk verkeer en vervoer in kaart te brengen. De dienst bereidt zich voor op al deze veranderingen en zal met de diverse deelnemers afspraken maken over nieuwe taken en opdrachten.
4.4.3 Klimaatadaptatie en circulariteit De komende jaren zal verder vorm gegeven moeten worden aan de 7 speerpunten uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Dit houdt onder andere in aandacht voor klimaatadaptief bouwen waarbij de Omgevingsdienst kan adviseren.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
15 / 49
In het landelijke Grondstoffenakkoord is afgesproken dat er in 2030 de helft minder materialen gebruikt mogen worden en in 2050 moeten zelfs alle grondstoffen hergebruikt worden. Om deze doelstelling te bereiken participeert de Omgevingsdienst in provinciale werkgroepen die over circulariteit gaan. Met onder andere de kennis die hier wordt opgedaan kan de dienst de deelnemers adviseren over te nemen stappen.
4.4.4 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2021 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Duurzaamheid betekent dit dat de totale lasten voor nu € 1.527.270 bedragen. Begroting programma 2022 Begroting 2022
Programma Duurzaamheid Totaal uren
12.978
Uren x tarief
€
1.223.129
Materieel budget
€
304.141
Totaal bijdrage deelnemers
€
1.527.270
BOUWEN
Het programma Bouwen richt zich op toezicht, handhaving en het verlenen van vergunningen. Daarnaast zijn er taken en projecten op het gebied van asbest en wegverkeerslawaai. 4.5.1 Nieuwe manier van werken Op 1 januari 2022 zal de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) in werking treden, tegelijk met de Omgevingswet. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Dit zijn onafhankelijke partijen die controleren of een bouwwerk voldoet aan het Bouwbesluit. De kwaliteitsborger zal alleen toetsen, het handhaven blijft bij het bevoegd gezag. De verwachting is dat er een verschuiving van het type werkzaamheden zal optreden.
4.5.2 Vergunningen, Toezicht en Handhaving De dienst verleent alle omgevingsvergunningen die te maken hebben met bouwen voor de gemeente Noordwijk en voor provinciale inrichtingen. Bouwtoezicht voert inspecties en controles uit op de verleende vergunningen en houdt toezicht op het gebied van bestaande bouw. Ook handelt de dienst klachten en meldingen af en behandelt hij handhavingsverzoeken.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
16 / 49
Handhaving richt zich op het ongedaan maken van overtredingen en illegale situaties in relatie tot de bebouwde omgeving en strijdig gebruik binnen bestemmingsplannen; vaak via een thematische aanpak. Ook juridische bezwaar- en beroepsprocedures, die voortvloeien uit het vergunningen- en handhavingsproces, maken onderdeel uit van dit programma.
4.5.3 Asbest en wegverkeerslawaai Het programma Bouwen voert bovendien de wettelijke taken op het gebied van asbestsanering uit, voor sommige deelnemers aangevuld met onder andere asbestmeldingen. In 2022 zal ook meer gebruik gemaakt worden van vrije veld en wijkgerichte controles om de niet gemelde saneringen in beeld te krijgen. Voor een aantal deelnemers zijn er projecten om geluidhinder te beperken van wegverkeerlawaai bij de aanleg en wijziging van wegen.
4.5.4 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2021 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Bouwen betekent dit dat de totale lasten € 4.200.432 bedragen. Begroting programma 2022 Begroting 2022
Programma Bouwen Totaal uren
43.897
Uren x tarief
€
4.137.245
Materieel budget
€
63.187
Totaal bijdrage deelnemers
€
4.200.432
RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN
De kwaliteit van dienstverlening van de Omgevingsdienst wordt mede gegarandeerd door de randvoorwaardelijke taken. Hieronder vallen alle diensten, taken en projecten die uitgevoerd worden voor alle deelnemers. 4.6.1 Dienstverlening Voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, algemene juridische advisering, voorbereiding en ondersteuning van het bestuurlijk overleg behoren allemaal tot de Randvoorwaardelijke taken. Bovendien vallen de activiteiten van het informatieloket voor burgers en bedrijven onder deze diensten.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
17 / 49
4.6.2 Omgevingswet en DSO Naar verwachting zal in 2022 de Omgevingswet in werking treden en zal de dienst worden aangesloten op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). We hebben ons door middel van scholing en de implementatie van een nieuw zaaksysteem goed voorbereid op de nieuwe wetgeving. Ook hebben we de deelnemers geïnformeerd over de te verwachten veranderingen. We gaan ervan uit dat onze dienst de nieuwe manier van werken snel eigen zal maken, maar we zijn ook realistisch genoeg om te beseffen dat dit zeker in het begin wat extra tijd zal lasten. Want al doende leert men! Met de ervaring die we door het werken onder de Omgevingswet zullen opdoen, kunnen we in 2022 (indien nodig) het zaaksysteem uitbreiden en verdiepende trainingen volgen om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen.
4.6.3 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2021 zijn de lasten bepaald. Voor de Randvoorwaardelijke Taken betekent dit dat de totale lasten voor nu € 2.309.705 bedragen. Begroting programma 2022 Begroting 2022
Programma Randvoorwaardelijk Totaal uren
23.385
Uren x tarief
€
2.204.036
Materieel budget
€
105.668
Totaal bijdrage deelnemers
€
2.309.705
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
18 / 49
5
BEGROTING OMGEVINGSDIENST BEGROTING 2022
Specificatie van de lastenbestuurslasten (0.1) Uitsluitend de accountantslasten mogen, en dienen verplicht, voor de Omgevingsdienst WestHolland onder dit taakveld begroot en verantwoord te worden. Specificatie overhead (0.4) Het BBV geeft de volgende definitie van overhead: alle lasten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De lasten van personeel in het primaire proces worden rechtstreeks doorberekend aan de betreffende taakvelden. Uitwerking taakveld overhead Personeel: Het betreft hier de loonlasten van het personeel dat we niet direct aan een taakveld kunnen toerekenen, zoals alle leidinggevenden in het primaire proces, financiën, P&O, ICT, inkoop, algemene juridische zaken, bestuurszaken. Personeel dat werkt voor het primaire proces kan worden toegedeeld aan het betreffende taakveld, zoals functioneel beheer van inhoudelijke applicaties, juristen die primaire taken verrichten (bijvoorbeeld vergunningverlening en handhaving). Ook projectleiders en coördinatoren vallen voor het productieve deel buiten de overhead. P&O/HRM: dit betreft lasten die gemaakt worden voor het personeelsbeheer, zoals opleidingslasten, reis- en verblijfslasten, stagevergoedingen, trainingen, werving en selectie, arbodienst, catering en het voeren van de administratie.
Facilitaire zaken: dit betreft lasten die betrekking hebben op verzekeringen, waterverbruik, abonnementen, telefoonlasten, reproductielasten, kantoorbenodigdheden en het wagenpark. Huisvesting: dit betreft lasten die betrekking hebben op kantoorruimten die voor algemene gemeentelijke taken worden gebruikt, zoals kantoorpand, fietsenstalling, schoonmaaklasten en daarnaast het onderhouden/aanschaffen van meubilair. Automatisering en ICT: dit betreft lasten die gemaakt worden voor het aanschaffen van hardware- en software, licenties, onderhoud, systeem- en netwerkbeheer, helpdesk, applicatiebeheer en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. De licentielasten ten behoeve van het zaaksysteem zijn direct toegerekend aan de taakvelden Milieubeheer en Wonen en Bouwen. De overgebleven lasten zijn verantwoord onder overhead. Juridische zaken: dit betreft lasten die betrekking hebben op juridische zaken, zoals de gemeenschappelijke regeling, en juridische advies ten behoeve van de eigen organisatie. Communicatie: dit betreft de lasten die worden gemaakt ten behoeve van de interne communicatie.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
19 / 49
Specificatie Milieubeheer (7.4) Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke en provinciale taken ter bescherming van het milieu. Voor de dienst betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu, Duurzaamheid en Bodem. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Specificatie Ruimtelijke Ordening (8.1) Tot dit taakveld behoren taken op grond van de wet Ruimtelijke Ordening, zoals voorbereiden van vaststellen structuurplannen en - visies; BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie); voorbereiden en vaststellen bestemmingsplannen. In de begroting vielen deze werkzaamheden voorheen onder milieu, bij de organisatieontwikkeling is dit ontvlochten en ondergebracht onder het taakveld ruimtelijke ordening. Specificatie Wonen en Bouwen (8.3) Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening. Voor de Omgevingsdienst West-Holland betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. In tabel 5.1 is de taakveldonderverdeling voor begroting 2022 opgenomen. Tabel 5.1 Begroting 2022 (bedragen x €1000)
Bestuur
Milieubeheer
Baten Deelnemersbijdragen uren Deelnemersbijdrage materieel en projecten Overige inkomsten Subsidies Totaal Baten Lasten Personeelskosten Salarissen & soc lasten Inhuur Huisvestingskosten ICT Overige kosten Projectkosten Subsidies Afschrijvingskosten
45
Ruimtelijke ordening
Wonen en Bouwen
9.975 860 500
2.951
3.976 96 -
11.336 #VERW!
2.951
6.727 5.408 1.319
1.991 1.601 390
14.115 2.318 566
204 221 860 500
60 65
87 95 96
-
4.071 #VERW!
Overhead
Totaal
16.902 956 500
-
#VERW!
18.358
2.901 2.332 569 555 449 95
196
14.503 11.659 2.844 555 800 521 956 500 196
-
Totaal lasten
45
8.512
2.117
3.162
4.196
18.031
Saldo Baten en Lasten
-45
2.824
834
910
-4.196
327
Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
-327 -327 -
20 / 49
In de begroting 2022 hebben we een aantal effecten verwerkt ten opzichte van de begroting 2021 Hieronder staan de belangrijkste effecten. In paragraaf 4.2 staat een uitgebreide toelichting op de begroting 2022. De belangrijkste effecten verwerkt in de begroting 2022 zijn: 1. Er is een indexatie van 1,33% op de uurtarieven in de deelnemersbijdragen verwerkt conform de Kadernota 2022, zoals vastgesteld in het AB van 8 februari 2021. 2. De vacatures zijn opgenomen in de inhuur. Onze inzet is nog steeds om vaste mensen aan te nemen voor structureel werk en daarmee de inhuur te beperken. 3. De subsidies voor 2022 zijn nu nog niet in te schatten, in de begroting zijn de lasten en opbrengsten op hetzelfde niveau gehouden als de begroting 2021. Als daar aanleiding toe is, zullen we eventuele gevolgen via een begrotingsvoorstel voorleggen. 4. In de begroting zijn mogelijke extra lasten die de voorbereiding en uitvoering van de nieuwe strategienota met zich meebrengt, nog niet opgenomen. Als deze zich voordoen zullen ze apart aan het bestuur worden voorgelegd.
TOELICHTING BEGROTING 2022 Onttrekking aan de reserves
5.2.1 Toelichting op de lasten van de begroting 2022 Hieronder geven wij per taakveld en lastencategorie een toelichting op de begrote lasten. I.
Toelichting per lastencategorie
Personeelslasten De personeelslasten zijn de lasten voor de salarissen, sociale lasten en overige personeelslasten voor vast personeel. Per taakveld worden de salarislasten zichtbaar gemaakt. De omvang van het vaste personeel is onvoldoende om de gevraagde capaciteit volledig te leveren, daarom is inzet vanuit de flexibele ruimte noodzakelijk. Aangezien we voor de jaren 2022-2025 een gelijkblijvend aantal uren van de deelnemers hanteren, is ook de formatie gedurende deze periode vooralsnog gelijk gehouden.
ICT De licentie- en ontwikkelingslasten voor het zaaksysteem zijn naar rato aan de taakvelden Milieubeheer, Ruimtelijke Ordening en Wonen en Bouwen toegerekend. De overige lasten, die gelden voor de hele dienst, zijn onder Overhead opgenomen. Dit betreft ICT lasten zoals netwerk, support, en bedrijfsmatige applicaties zoals Afas. Overige lasten Hieronder vallen de algemene lasten voor onder andere administratie, communicatie, en organisatie gebonden lasten . Deze post is getoetst aan de werkelijke uitgaven van 2020 en ten opzichte van de begroting van 2021, voor 2022 met 1,1 % geïndexeerd conform de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen”, een uniforme bestuurlijke afspraak tussen de gemeenten in Hollands-Midden en de Uitgangspunten Financiële kader 2022 gemeenschappelijke regeling ODWH van de Provincie Zuid-Holland..
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
21 / 49
Afschrijvingen De afschrijvingslasten zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke investeringen tot en met 2020 en de verwachte investeringen in 2021-2025. II.
Toelichting per taakveld
Bestuur Dit betreft de lasten van de accountant. Het BBV schrijft voor dat we accountantscontrole onder taakveld Bestuur opnemen. Overhead Hier zijn de personeelslasten en overige kosten verdeeld over de taakvelden. De huisvestings- en afschrijvingslasten zijn volledig aan Overhead toegerekend. ICT-lasten zijn dienstbreed meegenomen, exclusief het zaaksysteem. Milieubeheer Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke taken en provinciale taken ter bescherming van het milieu. Voor de dienst gaat dit over de personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu en Bodem en Duurzaamheid., en het ServiceburO binnen de afdeling Dienstverlening. De overige personele lasten en ICT (zaaksysteem) zijn pro rato toegerekend aan Milieubeheer. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen, gebaseerd op de projecten 2022. Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ordening bestaat uit het adviseren over- en begeleiden van oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken, met name op het gebied van milieu. Voor de dienst gaat dit over personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Omgevingsadvies. De overige personele lasten en ICT (zaaksysteem) zijn pro rato toegerekend aan Ruimtelijke Ordening. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen, gebaseerd op de projecten 2022.
Wonen en Bouwen Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening. Voor de Omgevingsdienst West-Holland betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen. De opleidingslasten, overige personele lasten en ICT (zaaksysteem) zijn pro rato toegerekend aan Wonen en Bouwen. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen, gebaseerd op de projecten 2022.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
22 / 49
5.2.2 Toelichting op de baten van de begroting 2022 I.
Toelichting per opbrengstcategorie
Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen zijn gebaseerd op de uren en materiele lasten van het Dienstplan 2021, tegen het tarief dat op basis van de indexering in de Kadernota 2022 in het algemeen bestuur is vastgesteld. Overige inkomsten Dit betreft de inschatting van de aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland, inschatting van de subsidies en overige opbrengsten. Tabel 5.2 Opbrengsten Deelnemers (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal bijdrage deelnemers Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend Subsidies Overige inkomsten Totale opbrengsten
Begroting 741 1.009 578 3.136 544 686 988 5.002 526 911 297 704 2.271 17.393 450 500 15 18.358
De Provincie Zuid-Holland heeft naast de bijdrage voor de reguliere werkzaamheden ook aanvullende opdrachten. Onder overige inkomsten is rekening gehouden met extra opdrachten ter hoogte van een bedrag van ca. € 450.000 in 2022 bestaande uit:
Aanvullend budget PZH Spoed en nazorg Briks-advisering gemeenten E-PRTR Aanvullende bodemtaken Bijenlandschap Totale opbrengsten
2022 0 35.000 7.000 258.000 150.000 450.000
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
23 / 49
II.
Toelichting per taakveld
Overhead Voor 2022 worden er geen baten verwacht op dit taakveld Milieubeheer De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Milieubeheer. De materiële- en projectlasten zijn volledig toegerekend aan Milieubeheer. Met subsidies is vooralsnog geen rekening gehouden. Ruimtelijke Ordening De deelnemersbijdrage en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Ruimtelijke Ordening Wonen en Bouwen De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Wonen en Bouwen.
ONTWIKKELINGEN IN DE BEGROTING 2022 In de Begroting 2022 zijn de uren uit het Dienstplan 2021 als uitgangspunt genomen. Het meerjarige urenoverzicht is opgenomen in bijlage B. Voor de toelichting van de uren per deelnemer verwijzen we naar de betreffende werkplannen van 2021 (structurele werkzaamheden). Nog niet alle werkplannen 2021 zijn op het moment van het opstellen van de begroting vastgesteld. Bij significante aanpassingen bereiden we zo nodig een begrotingswijziging voor. Tabel 5.3 Urenoverzicht 2022 Deelnemers Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal
Begroting 2022 7.680 10.564 5.951 32.475 5.509 7.090 10.272 49.785 5.343 9.460 3.027 6.123 23.315 176.594
Toelichting • De uren uit het Dienstplan 2021 zijn voor de raming voor de toekomstige jaren als uitgangspunt genomen. Omdat toekomstige ontwikkeling in de uren nu niet nauwkeuriger zijn in te schatten zijn we voor de jaren 2022-2025 hetzelfde aantal uren uitgegaan. • Een uren inschatting voor projecten en subsidies is in bovenstaand overzicht niet meegenomen.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
24 / 49
MEERJARENBEGROTING 2023-2025 Tabel 5.4 Meerjarenbegroting 2023-2025 per taakveld (bedragen x €1000)
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen Totaal Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
Begroting 2023 Baten Lasten 11.265 3.008 4.148 18.421 -
46 4.212 8.504 2.115 3.158 18.036 -
Saldo -46 -4.212 2.761 893 989 385
-385 -385 0
Begroting 2024 Baten Lasten 11.320 3.066 4.210 18.596 -
47 4.302 8.567 2.173 3.228 18.317 -
Saldo -47 -4.302 2.753 892 982 279
-279 -279 -0
Begroting 2025 Baten Lasten
11.479 3.125 4.286 18.890 -
48 4.387 8.675 2.216 3.285 18.611 -
Saldo -48 -4.387 2.804 909 1.001 279
-279 -279 0
Korte toelichting op meerjarenbegroting 2023-2025 In de meerjarenbegroting 2023-2025 is een beperkt aantal effecten verwerkt ten opzichte van de begroting 2022. Hieronder staat een toelichting op de begrote lasten en baten als deze afwijken van 2021. De belangrijkste verwerkte effecten in de meerjarenbegroting zijn: 1. Het streven is om de inhuur terug te brengen en voor structureel werk mensen waar mogelijk in dienst te nemen. 2. De indexaties vinden plaats op basis van de meerjaren inschatting in lijn met het Financieel Kader Gemeenschappelijke Regelingen Hollands-Midden. 3. De deelnemersbijdragen zijn gebaseerd op het meerjarige verloop van de uren. Dit verloop staat in paragraaf 5.5 nader toegelicht.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
25 / 49
ONTWIKKELINGEN IN MEERJARENBEGROTING 2023-2025 Voor de jaren 2023 tot en met 2025 is voor deze meerjarenbegroting uitgegaan van een vooralsnog ongewijzigd takenpakket. Wijzigingen in het takenpakket kunnen in de toekomst leiden tot een bijstelling van de begroting. Hieronder is een overzicht van de urenontwikkeling opgenomen. Tabel 5.5 Uren ontwikkelingen in meerjarenbegroting 2023-2025 Deelnemers Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Hillegom 7.680 7.680 7.680 Kaag en Braassem 10.564 10.564 10.564 Katwijk 5.951 5.951 5.951 Leiden 32.475 32.475 32.475 Leiderdorp 5.509 5.509 5.509 Lisse 7.090 7.090 7.090 Nieuwkoop 10.272 10.272 10.272 Noordwijk 49.785 49.785 49.785 Oegstgeest 5.343 5.343 5.343 Teylingen 9.460 9.460 9.460 Voorschoten 3.027 3.027 3.027 Zoeterwoude 6.123 6.123 6.123 Provincie Zuid-Holland 23.315 23.315 23.315 Totaal 176.594 176.594 176.594
Tabel 5.6 Totaaloverzicht deelnemersbijdrage 2023-2025 Deelnemers (x €1.000) Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Hillegom 755 769 782 Kaag en Braassem 1.028 1.047 1.065 Katwijk 589 600 604 Leiden 3.194 3.254 3.307 Leiderdorp 554 564 571 Lisse 699 712 725 Nieuwkoop 1.007 1.026 1.044 Noordwijk 5.092 5.184 5.275 Oegstgeest 536 546 553 Teylingen 928 946 959 Voorschoten 303 308 312 Zoeterwoude 715 726 735 Provincie Zuid-Holland 2.314 2.357 2.401 Totaal 17.714 18.039 18.333 Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend 192 42 42 Subsidies 500 500 500 Overige inkomsten 15 15 15 Totale opbrengsten 18.421 18.596 18.890
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
26 / 49
De Provincie Zuid-Holland heeft naast de bijdrage voor de reguliere werkzaamheden ook aanvullende opdrachten. Onder overige inkomsten is rekening gehouden met extra opdrachten bestaande uit: Aanvullend budget PZH 2023 2024 2025 Spoed en nazorg 0 0 0 Briks-advisering gemeenten 35.000 35.000 35.000 E-PRTR 7.000 7.000 7.000 Aanvullende bodemtaken 0 0 0 Bijenlandschap 150.000 0 0 Totale opbrengsten 192.000 42.000 42.000
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
27 / 49
6
ONTWIKKELINGEN NIET IN DE BEGROTING
Een aantal ontwikkelingen is niet opgenomen in de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 20232025. Van deze ontwikkelingen is nog onvoldoende bekend over de te verwachten inzet of er is nog onvoldoende afstemming met de deelnemers geweest. Hieronder beschrijven we deze ontwikkelingen. Inwerkingtreding Omgevingswet Op dit moment is de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet nog definitief besloten. De beoogde ingangsdatum is nog steeds 1 januari 2022. De lasten voor zover te voorzien zijn wel in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 meegenomen. Nieuwe structurele taken, werkzaamheden of andere onvoorziene lasten die mogelijk nog uit de nieuwe wet voortkomen, zijn niet meegenomen in deze begroting. De taakuitvoering van de opdracht van de provincie kan veranderen, bijvoorbeeld door de introductie van het digitale stelsel omgevingswet (DSO). Daarnaast gaat het bevoegd gezag voor de provinciale bodemtaken grotendeels over naar de gemeenten. In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de gevolgen van de invoering van de wet naar verwachting duidelijker. De dienst gaat er vooralsnog vanuit dat zij de werkzaamheden in het kader van de voorziene overdracht van de bodemtaken en eventuele andere voorgestane wijzigingen ongewijzigd voor de deelnemers blijft uitvoeren.
Met herverdeling van bijdragen in het kader hiervan is in de meerjaren begroting nog geen rekening gehouden, omdat hierover nog geen enkele helderheid is verstrekt.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
28 / 49
7
BEZUINIGINGSLASTEN BEZUINIGINGSLASTEN ALS GEVOLG VAN TAAKSTELLINGEN
Bezuinigingslasten zijn niet aan de orde.
BEZUINIGINGSLASTEN 2022 In het algemeen bestuur van 8 februari 2021 is de Kadernota 2022 vastgesteld. In het financiële kader is geen taakstelling voor 2022 opgenomen.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
29 / 49
8
PARAGRAFEN
In dit hoofdstuk staan de verplichte paragrafen conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Niet alle verplichte paragrafen zijn van toepassing op de dienst. De relevante paragrafen zijn in detail uitgewerkt en gaan over het weerstandsvermogen, risicomanagement en de financiering van de dienst, de ontwikkeling en verbeteringen in de bedrijfsvoering en het onderhoud van kapitaalgoederen.
WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen geeft een indicatie hoe robuust de (meerjaren-)begroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de Omgevingsdienst indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot maatregelen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van de Omgevingsdienst West-Holland ook direct onder druk. Daarom heeft de Omgevingsdienst West-Holland op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement die op 2 november 2015 door het algemeen bestuur is vastgesteld, zijn de uitgangspunten vastgesteld voor het bepalen van de risico's in euro's en de hoogte van het weerstandsvermogen. Hiermee wordt voldaan aan de wens van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico's. Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de Omgevingsdienst West-Holland. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV ten minste: a.
het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's b. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit c. een inventarisatie van de risico's.
8.1.1 Omvang weerstandsvermogen Uit de risico-inventarisatie in onderstaande paragrafen blijkt dat de omvang van het weerstandsvermogen binnen de maximale omvang van de reserve valt, zoals die in de Gemeenschappelijke Regeling bepaald is. De maximale omvang van de algemene reserve is 5% van de verwachte omzet in 2022 en bedraagt € 945.300. De omvang van de algemene reserve per 1 januari 2022 bedraagt € 992.000 en dekt daarmee de geïnventariseerde risico's af. De omvang van de risico's staat toegelicht in bijlage C. Bepaling omvang weerstandsvermogen
Bedrag
verwachte omzet 2022
€ 18.358.000
Norm weerstandsvermogen Maximale omvang algemene reserve
5% € 917.900
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
30 / 49
Bepaling vrije ruimte algemene reserve
Bedrag
Verwachte omvang van de algemene reserve per 1 januari 2022
€ 992.000
Risico impact
€ 640.500
Vrije ruimte in de algemene reserve
€ 351.500
Op basis van de risicoanalyse en inschatting is de risico impact bepaald voor 2022. Het weerstandsvermogen is voldoende om deze impact op te vangen. Het is niet de inschatting dat alle risico’s daadwerkelijk zullen plaats vinden in 2022. De dienst heeft de juiste beheersmaatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Mochten de risico’s toch plaats vinden in 2022, dan zal de dienst deze proberen op te vangen binnen de exploitatie. 2022 is ook het jaar van herstel van de algemene reserve. In de onderstaande paragrafen staat de volledige inventarisatie van de risico's nader uitgewerkt. Vervolgens is de verwachte omvang van de risico's ingeschat, rekening houdend met doorgevoerde beheersmaatregelen. Op basis van de spelregels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is vervolgens de financiële impact van het risico bepaald. De omvang van de risico impact geeft uiteindelijk de benodigde omvang van de algemene reserve weer.
8.1.2 Risicomanagement Algemeen De Omgevingsdienst West-Holland heeft een maatschappelijke doelstelling op het gebied van regulering en toezicht en handhaving op basis van milieu- en bouwwetgeving. Om deze doelstelling ook in de toekomst te kunnen realiseren, treft de dienst waarborgen voor een goede reputatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Dit vindt plaats in het kader van 'good public governance'. Een onderdeel van deze waarborgen is het opzetten en onderhouden van een systeem van risicomanagement. Daarbij wordt het begrip risico breed opgevat als de kans dat een gebeurtenis zich in de toekomst kan voordoen en die gevolgen heeft op de realisatie van de maatschappelijke doelstelling van de Omgevingsdienst West-Holland. Het risicomanagement is geïmplementeerd met het doel: identificatie van risico's, de kwantificering van deze risico's, het bepalen van bijpassende beheersingsmaatregelen en het inbedden in de reguliere planning en controlcyclus. De doelstelling is het borgen van risicomanagement in de organisatie, waarbinnen twee deeldoelstellingen zijn te onderscheiden: 1. Risicobewustzijn; het besef te laten doordringen dat ook (middel)grote en goed bekendstaande organisaties als de Omgevingsdienst West-Holland fouten maken en van die fouten ook kunnen leren.
En dat risico-management één van de instrumenten is om dat besef te laten indalen en fouten tegen te gaan. 2. Inbedden van risicomanagement in de reguliere planning en control cyclus. De basis voor ingebed risicomanagement is risicobewustzijn. Met die basis worden vervolgens verschillende fasen in systematisch en cyclisch risicomanagement onderscheiden: 1. risico's identificeren 2. risico's analyseren en kwantificeren 3. risico’s eigenaren benoemen en beheersingsmaatregelen vaststellen 4. risico's monitoren aan de hand van risico indicatoren
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)
31 / 49
Benoembare specifieke risico's Uit het geheel van bedrijfs- en bestuur risico’s is een aantal risico’s specifiek benoemd. Dit zijn dus niet alle risico's, maar wel de risico's die in de komende jaren specifieke aandacht in de beheersing vragen. In bijlage 3 is de risico-inventarisatie opgenomen. Beheersing De beheersing op de verschillende risico’s vindt plaats door de voortgangsanalyse op de risico’s periodiek te bespreken in het MT. Indien noodzakelijk en mogelijk worden in het MT aanvullende maatregelen afgesproken. De voortgang wordt periodiek besproken met het bestuur, indien nodig zal tussentijds contact gezocht worden met de betreffende vertegenwoordigers van de besturen. Afdekken risico’s In de huidige Nota planning en control is gekozen voor het maximeren van het weerstandsvermogen op 5% van de omzet. In de meerjarenbegroting is uitgegaan van de voorgenomen wijziging in de nieuwe nota planning en control waarbij het weerstandsvermogen moet aansluiten bij de hoogte van de ingeschatte risico’s.
8.1.3 Financiële kengetallen Gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen moeten, in de paragraaf Weerstandsvermogen in zowel de jaarrekening als in de meerjarenbegroting, een set van vijf financiële kengetallen opnemen. Dit zijn kengetallen voor de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De laatste twee zijn voor de Omgevingsdienst niet van toepassing.
Kengetallen
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Realisatie 2020
Begroting 2021
0% 4% 0%
Begroting 2022
4% 5% 2%
-1% 15% 0%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Door investeringen in 2021 zijn de structurele lasten qua aflossing gestegen. Dit leidt tot een netto schuldenquote, welke binnen de normale bedrijfsvoering valt. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva en geeft aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de dienst in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen?). Hoe hoger dit percentage, des te groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft antwoord op de vraag of de dienst voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 (voor zienswijzen naar de deelnemers)