40. Beantwoording politieke vragen ex art. 41 RvO van het lid Spek van 18 februari 2021 inzake handelen van de gemeente Katwijk inzake DSV (1864191)
Tekst van het document
Postbus 589 – 2220 AN Katwijk
Contactpersoon:
Gemeenteraad Katwijk t.a.v. de heer S. Spek
Mevrouw V. Nguyen Afdeling:
Inkoop en Juridische Zaken Te bereiken op:
071 – 406 5227 v.nguyen@katwijk.nl Ons kenmerk:
Bijlage(n):
1864191
geen
Verzenddatum: 18-02-2021
Uw kenmerk: Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 41 RvO
Katwijk, 16 februari 2021 Geachte heer Spek, Per brief van 18 januari 2021 heeft u de volgende vragen gesteld over het handelen van de gemeente Katwijk inzake DSV. Hieronder hebben wij uw vragen overgenomen en daarop (cursief) onze beantwoording gegeven. 1.
Er wordt in de tweede mail gesteld dat de notitie van Finance Ideas “ bekeken vanuit de inval van het risicomanagement ” is. Wat waren de conclusies van deze ambtenaar vanuit de invalshoek van het risicomanagement? Vanuit oogpunt van risicomanagement gaf de notitie van Finance Ideas aanleiding tot nader intern overleg. Op basis van dit overleg is het risicoprofiel garantstelling DSV bijgesteld in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen van de begroting.
2.
De opvolging/acties op de aanbevelingen aan DSV baarde de ambtenaren zorgen. Waarom was dit voor het college geen reden om in het verdere verloop een hardere houding tegen DSV aan te nemen? Klopt het dat er werd gekozen voor een ‘nette doch formele lijn’ (citaat uit latere mailwisseling) richting DSV? De gemeente heeft in de periode 2015 tot en met mei 2019 de druk op DSV stapsgewijs verhoogd. De gemeente heeft richting DSV een professionele en zakelijke houding aangenomen gericht op de monitoring van DSV (met de vernieuwde procesafspraken als belangrijke tussenstap). Dit proces is onder andere beschreven in de brief aan de gemeenteraad d.d. 23 juni 2020 “Verantwoording Garantstelling DSV” alsook in het PwC rapport. Er is onder andere externe expertise ingeschakeld om de monitoring en toezicht op de Grantstelling DSV te verstevigen. Tevens hebben wij in voornoemde brief de gemeenteraad laten weten, dat is gebleken dat de overeenkomst die bij het aangaan van de garantstelling was opgesteld onvoldoende mogelijkheden gaf voor de gemeente om in te grijpen toen duidelijk werd dat er sprake was van financiële problemen bij DSV.
gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, (T) 071 - 406 5000, (F) 071 - 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl
**
2/6
Ons kenmerk 1864191
3.
De bevindingen van Finance Ideas baarden de ambtenaren zorgen. Worden hier alleen de bevindingen zoals deze in voetnoot 188 in het PWC-rapport (“De notitie van Finance Ideas d.d. 8 februari 2018 ter zake van de beoordeling van de meerjarenbegroting van DSV beschrijft onder andere het volgende (bijlage 38): “essentiële onderdelen ontbreken wederom. Het gaat dan met name om een uitgebreide scenario- en risicoanalyse en inzicht in de bijsturingsmogelijkheden die DSV heeft.” Daarnaast wordt opgemerkt dat de liquide middelen van DSV in 2018/2019 niet aan de minimale liquiditeitsbuffer voldoen en dat de opgenomen onderbouwing van de uitgangspunten niet voldoende is.”) zijn geformuleerd bedoeld of speelde er meer? In het (FW-)mailbericht staat specifiek de FI-notitie als basis voor de zorgen van betrokken ambtenaren. Die bevindingen zijn op dat moment de beschikbare kennis rondom DSV, er speelde niet meer.
4.
Op het moment dat er meer speelde: waarom zijn de andere bevindingen die ook meespeelden niet opgetekend in het rapport? Niet van toepassing.
5.
Waarom was het zeer gewenst om de beide betrokken portefeuillehouders hierover te informeren? Het was wenselijk om de beide toenmalige betrokken portefeuillehouders hierover te informeren, zodat deze op de hoogte waren van de situatie.
6.
In hoeverre is het gebruikelijk om in zo’n ‘zeer gewenste’ situatie waarbij er hoge financiële risico’s worden gelopen niet de gemeenteraad hiervan op de hoogte te stellen? De gemeenteraad wordt in situaties waar sprake is van hoge financiële risico’s zo tijdig mogelijk op de hoogte gesteld. De financiële krapte voor DSV in die periode is al vanaf 2013 bekend bij de gemeenteraad en de rapportages van DSV gaven geen aanleiding om te concluderen dat de gemeente op de garantiestelling zou worden aangesproken.
7.
Wat is het afwegingskader om de gemeenteraad wel of niet op de hoogte te stellen bij dergelijke zorgelijke signalen? De informatieplicht aan de gemeenteraad is geregeld in de Gemeentewet en artikel 3, 5 en 6 van de financiële verordening gemeente Katwijk. Daarnaast is het beleidskader risicomanagement en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het uitgangspunt.
8.
Is de gemeenteraad volgens dit afwegingskader correct geïnformeerd? Ja. PwC heeft ten aanzien van het uitgevoerde toezicht door de ambtelijke organisatie echter wel een aanbeveling gedaan. Op basis van de uitgevoerde interviews heeft PwC afgeleid dat wethouders op ad hoc basis vragen stelden aan de ambtelijke organisatie over het toezicht op DSV. De aanbeveling die door PwC is gedaan, is dat zowel het college als de raad periodiek zouden moeten worden geïnformeerd over de uitkomsten van het uitgevoerde toezicht door de ambtelijke organisatie. Deze aanbeveling is geborgd in het Verbeterplan .
3/6
Ons kenmerk 1864191
9.
In de notulen van 16 juli 2020 staat het volgende: ‘Wethouder Van Helden deelt mee dat de raad zou zijn geïnformeerd als deze vraag aan de orde was geweest. Echter, uit alle rapportages bleek dat het goed ging. Dat het kritisch was, was bekend, maar seinen stonden niet op rood.’ In hoeverre was er hier sprake van een ‘goede rapportage’? Hoe kan er zo’n duidelijk verschil zijn tussen ‘uit alle rapportages bleek dat het goed ging’ en de gealarmeerde toon van deze ambtenaren? De toon van de ambtenaren is, vooral vanuit risicomanagement, gebaseerd op de mogelijkheid dat een kritische situatie ook kan omslaan naar een situatie waarin de gemeente voor DSV zal moeten inspringen, mede gezien de omvang van de garantstelling. Volgens de rapportages van DSV tot en met eind 2018, is nog sprake van potentiele herstelmaatregelen om de kritieke periode door te komen. Dit is ook het beeld van DSV geweest gezien de brief van DSV d.d. 18 juni 2019, waarin is aangegeven dat diverse documenten geen aanleiding gaven tot onverwachte liquiditeitstekorten voor 2019. Zoals eerder ook aangegeven was het bekend dat de situatie kritisch was, maar stonden de seinen niet op rood en was er geen sprake van dat de gemeente op de garantiestelling zou worden aangesproken. Zie ook beantwoording vraag 2.
10. Bent u het met ons eens dat transparantie inzake het DSV-dossier de norm moet zijn vanuit de gemeente? Wij onderschrijven dat transparantie en openheid van groot belang is in dit dossier. (Zie ook brief college aan gemeenteraad d.d. 23 juni 2020: Verantwoording garantstelling DSV.) Vanuit de Gemeentewet en Wet openbaarheid van bestuur wordt de gemeente voorgeschreven om alle belangen, waaronder ook die van DSV, te behartigen, waardoor er niet op alle onderdelen van de informatie in openbaarheid transparantie kan worden betracht. Echter richting de raad zijn wij volledig transparant en zijn alle van belang zijnde documenten met de gemeenteraad gedeeld. 11. Hoe weegt u het maatschappelijk belang af tegenover het belang om ‘intern beraad’ en bedrijfsgevoelige informatie vertrouwelijk te houden? In het kader van opgelegde geheimhouding van de gemeenteraad vindt de afweging om geheimhouding op te leggen plaats aan de hand van de Gemeentewet. Geheimhouding op grond van de Gemeentewet kan slechts worden opgelegd op grond van een in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). ‘Intern beraad’ en het maatschappelijk belang zijn geen gronden om geheimhouding ingevolge de Gemeentewet op te leggen.
In het kader van Wob-verzoeken wordt er per keer een belangenafweging gemaakt tussen het algemeen belang en het eventueel van toepassing zijnde uitzonderingsgronden waaronder intern beraad (artikel 10 Wob) en bedrijfsgevoelige informatie (artikel 11 Wob). 12. Deelt het college onze mening dat bijlage 38 zeer belangrijk is om te kunnen beoordelen of er niet al eerder had moeten worden ingegrepen bij DSV? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Wij achten alle informatie (de bijlagen) van belang voor de beantwoording van deze vraag. In dit verband hebben wij PwC evenals de gemeenteraad de beschikking gegeven over alle van belang zijnde documenten inzake DSV, waaronder ook bijlage 38. 13. In de eerste mailwisseling wordt er gesproken over ‘opmerkingen’ die de ambtenaar zou hebben gemaakt bij bijlage 38 over de financiële situatie van DSV. Deelt het college onze mening dat bij zo’n gevoelig dossier deze opmerkingen openbaar zouden moeten worden gemaakt als deze geen bedrijfsgevoelige informatie bevatten? Zo nee, waarom niet?
4/6
Ons kenmerk 1864191
De gemeenteraad heeft kennis kunnen nemen van deze bijlage en heeft besloten, ingegeven door het bepaalde ten aanzien van geheimhouding in de Gemeentewet en de Wob, om de geheimhouding niet op te heffen van deze bijlage. Zoals ook eerder aangegeven bevat deze bijlage bedrijfsgegevens die vertrouwelijk aan de gemeente zijn meegedeeld. Tevens bevat het informatie die kan leiden tot onevenredige benadeling van partijen en die de (financiële) belangen kunnen schaden indien deze informatie openbaar wordt gemaakt. De informatie in dit document is tevens ook dermate met elkaar verweven dat deze integraal gelezen dient te worden en niet slechts gedeeltelijk. 14. Wij verzoeken u om vertrouwelijk per opmerking bij bijlage 38 aan te geven waarom dit bedrijfsgevoelige informatie zou bevatten en welke motivering er is om dit vertrouwelijk te houden. Zie beantwoording voorgaande vraag. Bovendien heeft de gemeenteraad ingestemd met de wijze van aanlevering door het college. 15. Daarnaast verzoeken wij u om vertrouwelijk per alinea bij bijlage 38 aan te geven wat exact de bedrijfsgevoelige informatie is. Zie beantwoording voorgaande vragen 13 en 14. 16. Waarom mogen er in het PWC-rapport citaten worden aangehaald uit vertrouwelijke stukken (bij voetnoot 188)? PwC is vrij geweest om te rapporteren zoals zij dat nodig hebben geacht ten behoeve van het onderzoek. 17.
Is het college van mening dat de citaten uit het PWC-rapport bedrijfsgevoelige informatie bevat? Zo ja, welke citaten zijn dat precies? Het PwC rapport is volledig openbaar. (Zie ook voorgaande beantwoording op vraag 16.) 18. Waarom heeft het college in raadsvoorstel 1805188, door de raad op 17 december 2020 behandeld, voorgesteld om de citaten uit bijlage 38 die openbaar in het PWC-rapport staan, toch geheim te houden? Is het college het met ons eens dat wat al openbaar is, niet geheim moet worden verklaard? Zo nee, waarom niet? Het college heeft voorgesteld om op bijlage 38 de geheimhouding te laten rusten, welk besluit de gemeenteraad heeft bekrachtigd. De openbaarheid van een enkele zin, te weten een citaat van bijlage 38 in het PwC rapport doet daar niet aan af. 19. Klopt het dat de interne mailwisselingen van ambtenaren niet zijn ingezien door de onderzoekers van PWC? Nee, dit klopt niet. PwC heeft alle gevraagde informatie ontvangen en diverse mailwisselingen ingezien. 20. Zo ja, waarom zijn deze niet verstrekt aan de onderzoekers van PWC? Niet van toepassing.
5/6
Ons kenmerk 1864191
21. Zo nee, waarom zijn deze mailwisselingen niet bijgevoegd bij de lijst van bijlagen zoals die is opgenomen in het PWC-rapport? Dit is in de bijlagen 1, 2 en 3 van het PwC rapport opgenomen. Daarin wordt aangegeven welke documenten door de gemeente beschikbaar zijn gesteld aan PwC. 22. Deelt het college de mening van DURF dat de laatste vraag (of de gemeente Katwijk op basis van deze informatie voldoende en correct geïnformeerd werd) van groot belang is om te beantwoorden? Een ja of nee voldoet. Op basis van de ontvangen mondelinge en schriftelijke informatie van de interim bestuurder en de Raad van Toezicht had ons college al eerder geconstateerd en met de gemeenteraad gedeeld dat de financiële informatievoorziening van DSV niet adequaat ingericht was. Vanaf april 2018 is er derhalve vanuit de gemeente ook een proces in gang gezet om te komen tot een nieuw monitoringsproces ten behoeve van de informatievoorziening. DSV heeft zelf extern onderzoek laten uitvoeren naar de ontstane situatie. In dat onderzoek werd het ontstane beeld nogmaals bevestigd. Hierin staat onder meer “dat niet is gezorgd voor passende monitoring en risicobeheersing”. Het college heeft in de opdrachtformulering naar PwC zich vooral gericht op het leren van lessen voor de toekomst en niet op het herbevestigen van het feit dat de financiële informatievoorziening binnen DSV niet op orde was.
Deze informatie was immers zowel bij raad als college al bekend. Het college deelt op basis van bovenstaande daarom de mening van DURF niet dat het van groot belang was een bekend gegeven te onderzoeken. 23. Wist het college het antwoord al op de genoemde onderzoeksvraag? Door de informatie die wij van DSV ontvingen na mei 2019 wisten wij dat DSV zelf onvoldoende zicht had op de financiële situatie en daardoor ook niet in staat was om de gemeente correct te informeren. Dit is ook in diverse sessies met de gemeenteraad besproken. Daarmee was ten tijde van de opdrachtverlening aan PwC het antwoord op de vraag voldoende bekend. 24. Is er tijdens het bespreken van de mogelijke onderzoeksvragen voor PWC ook gesproken over de onderzoeksvraag die op pagina 8 door het PWC wordt genoemd? Of is een soortgelijke variant besproken? Deze onderzoeksvraag is niet aan de orde gekomen in het gesprek met PwC vanwege het antwoord op vraag 23. 25. Zo ja, is het college niet van mening dat het beter is om een antwoord te laten formuleren door een onafhankelijk onderzoeksbureau? Niet van toepassing. 26. Zo nee, wat is de reden dat deze onderzoeksvraag niet is opgenomen in de opdracht voor PWC? Zie het antwoord op vraag 22 en 23. 27. Er wordt in de mailwisseling gesproken over het informeren van de betrokken portefeuillehouders.
Wanneer is het volledige college geïnformeerd over het rapport van Finance Ideas? Dit is niet bekend.
6/6
Ons kenmerk 1864191
28. Betreurt het college het eigen handelen rond de garantstelling voor DSV? Zoals ook in de brief ‘Verantwoording Garantstelling DSV’ van 26 juni 2020 is verwoord, onderschrijven wij de lijn uit het PwC rapport dat de besluitvorming over de Garantstelling DSV zorgvuldig is verlopen en dat er steviger ingezet had kunnen en moeten worden op monitoring en toezicht. Naar aanleiding van het PwC rapport zijn er lessen getrokken en is er een Verbeterplan vastgesteld. Een aantal van die lessen zijn in de bijsturing sinds mei 2019 al ingezet. De overige worden/zijn met de implementatie van het Verbeterplan structureel geborgd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Katwijk, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. R.T. Jie Sam Foek
ir. C.L. Visser