CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Concept begroting 2022 Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland ontvangen op 15 april 2021 (1915891)

Raad 27 mei 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Ter voorbereiding van beleid in handen van B&W te stellen13.010 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op inhoudelijk vlak gaat de aandacht uit naar de start van de nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders die per 1 januari 2022 in gaan en naar het versterken van de transformatie binnen de regio in het samenspel tussen gemeenten, TWO Jeugdhulp en aanbieders. Wat gaan we daarvoor doen? Structureel / 2022 Nu de zes jaren na de decentralisatie voorbij zijn, is het tijd om vooruit te kijken en gemeenten te ondersteunen bij de verantwoordelijkheid die zij hebben voor de jeugdhulp. Gemeenten wensen, in samenwerking met TWO Jeugdhulp, meer de regierol op te pakken c.q. te versterken en daarmee de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp te intensiveren. Doel is een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelsel in Holland Rijnland. De TWO Jeugdhulp voert in 2022 de volgende kern- en ondersteunende taken uit voor gemeenten: • inkoop & contractmanagement; • advies & ondersteuning; • monitoring; • ondersteunende taken op het gebied van financiën, administratieve processen en de servicedesk. Voor de uitvoering van haar kerntaken en haar taak als facilitator van beleidsprocessen, werkt de TWO Jeugdhulp als beheerorganisatie in opdracht van de gemeenten in Holland Rijnland, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet. Flexibiliteit bij TWO Jeugdhulp is noodzakelijk om als ondersteunende beheerorganisatie voor gemeenten te kunnen functioneren.

Zo kan TWO Jeugdhulp haar toegevoegde waarde voor de gemeenten (blijven) waarmaken. De toegevoegde waarde van het collectief (TWO) zit onder meer in: • Het gezamenlijk inkopen van specialistische jeugdhulp, waardoor de gemeenten voldoen aan hun taak om te zorgen voor een regionaal dekkend en toegankelijk jeugdhulplandschap; • Voldoende inkoopmacht generen als antwoord op de deskundigheidsmacht van de aanbieders en de kracht van de collectiviteit in onderhandelingen; • Het ondersteunen van gemeenten in het ontwikkelen van strategisch jeugdhulpbeleid waarbij kennis en kunde worden samengebracht; • Het bieden van een platform voor gemeenten (ontwikkeltafels) om samen met de jeugdhulpaanbieders en andere betrokken ketenpartners de transformatie te ontwikkelen;

25

• Efficiencyvoordelen, waaronder uniformiteit in ondersteunende processen tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders, zoals het berichtenverkeer en de financieel-administratieve organisatie zoals de controle en verantwoording van de jeugdhulp; • Signaleringsfunctie van zowel TWO Jeugdhulp als gemeenten onderling ten aanzien van inhoud, financiën en processen.

3.2.5 Uitvoering jeugdbeschermingstafel

Wat willen we bereiken? De Jeugdbeschermingstafel Holland Rijnland wordt ingezet als betrokken professionals zich zorgen maken over een ontwikkelingsbedreiging van een kind onder de 18 jaar. Aan de Jeugdbeschermingstafel (JBT) wordt gesproken met gezinnen waarin het opvoedklimaat onveilig is of waarbij anderszins sprake is van een bedreigde ontwikkeling bij één of meerdere kinderen in het gezin. De JBT is ondergebracht bij Holland Rijnland. Wat doet de TWO Jeugdhulp daarvoor? TWO Jeugdhulp faciliteert de Jeugdbeschermingstafel voor de gemeenten. De JBT bestaat uit twee voorzitters en een secretaris die in dienst zijn van Holland Rijnland. Dit team werkt op locatie bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Op deze manier draagt de JBT bij aan een goede ketensamenwerking in het zorg- en veiligheidsdomein.

3.2.6 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL)

Wat willen we bereiken? Ons doel is het verwezenlijken van het recht op onderwijs van iedere jongere. Elf van de dertien gemeenten in Holland Rijnland organiseren samen de uitvoerende taken rondom leerplicht en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten. De inzet van het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) van Holland Rijnland is in 2022 gericht op drie hoofddoelstellingen, het tegengaan van: • herhalend verzuim • langdurig thuiszitten • voortijdige schooluitval Schooluitval is niet alleen maatschappelijk, maar ook economisch ongewenst. Net als een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp, is een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt van belang om talenten optimaal te kunnen benutten. Hiertoe werkt het RBL intensief samen met onderwijs, zorg, gemeenten en andere ketenpartners. Wat doet het RBL hiervoor? Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. Door het volgen van onderwijs kunnen jeugdigen zich ontplooien en ontwikkelen. Door het behalen van een startkwalificatie voldoen zij aan het minimale niveau dat nodig is om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt en mee te doen in de samenleving.

Als uitvoeringsorganisatie heeft het RBL de structurele taak om de leerplichtfunctie (5- tot 16-jarigen), de kwalificatieplicht (16- en 17-jarigen) en de RMC-functie (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten) (18- tot 23-jarigen) uit te voeren. De kern van het werk

26

bestaat uit het (aan)spreken en begeleiden van kinderen en jongeren (en hun ouders) die kort- of langdurig niet naar school gaan, dreigen uit te vallen, of uitgevallen zijn. Het RBL werkt hierbij nauw samen met scholen, hulpverlening, gemeenten en andere ketenpartners. Ook speelt het RBL een coördinerende rol bij het regionale VSV-programma. Hierin werken scholen, gemeenten en RBL samen om gericht en effectief acties te ondernemen om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. In recente jaarverslagen vindt u meer gedetailleerde informatie over de aanpak van het RBL en de hiermee geboekte resultaten.

3.2.7 Wat mag dit kosten? Rekening 1 2020 Domein 2 Maatschappij en Jeugd

1

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025

Programmakosten 2.646.495

1.133.403

909.947

909.947

909.947

909.947

Kosten Werkorganisatie

2.978.846

3.121.002

3.162.665

3.162.665

3.162.665

3.162.665

Bijdragen van derden

-2.583.198 -1.010.400

-820.798

-820.798

-820.798

-820.798

Saldo baten en lasten

3.042.143

3.244.005

3.251.814

3.251.814

3.251.814

3.251.814

Onttrekking uit reserves

-753.428

-

-

-

-

-

Saldo reserveringen

-753.428

-

-

-

-

-

Resultaat

2.288.715

3.244.005

3.251.814

3.251.814

3.251.814

3.251.814

Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021

In dit programma zijn de baten en lasten nogal omlaag gegaan. De verklaring hiervoor is dat in het PhO Maatschappij van 30 oktober 2019 is besloten om een aantal regionale VSV-projecten (vroegtijdig schoolverlaten) in het Regionaal Meld en Coördinatiepunt regio Zuid-Holland Noord gezamenlijk te financieren. Hiervoor is vanuit de gemeenten in totaal €200.000 beschikbaar gesteld voor zowel 2020 als 2021. In 2022 is derhalve de begroting qua baten en lasten met dit bedrag verlaagd.

27

3.3 Strategisch positioneren 3.3.1 Cofinanciering

Wat willen we bereiken? Voor vernieuwing en versterking van economische sectoren in onze regio sluiten we aan bij de economische agenda’s van de subregio’s, zoals: Economie071, de Economische agenda Duinen Bollenstreek en Groene Hart Werkt. Wij zoeken nadrukkelijk de samenwerking met subregio’s, maatschappelijke partners en andere overheden. Ook regio-overstijgend via de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) en de Economic Board Duin en Bollenstreek (waaronder de greenports). Hiermee ontsluiten we voor onze regio relevante netwerken en verkennen we inhoudelijke en financiële kansen. Voor onze regio dragen we projecten aan binnen het netwerk van de Economic Board ZuidHolland in het verlengde van de Groeiagenda Zuid-Holland vanuit onze Regionale Omgevingsagenda en de Regionale Strategie Mobiliteit Ook stimuleren we vernieuwing van economische sectoren en de arbeidsmarkt via het Cofinancieringsfonds. Het Cofinancieringsfonds Holland Rijnland is ingesteld voor regionale initiatieven die de gemeentegrens overstijgen, een innovatief karakter hebben en een bijdrage leveren aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland. Om op een financiële bijdrage te kunnen rekenen, moet een initiatief ook actueel, kansrijk, opschaalbaar en duurzaam van aard zijn. Het deel dat Holland Rijnland financiert, is bedoeld als multiplier om externe gelden aan te trekken.

Een belangrijke voorwaarde is dan ook dat externe partijen (kennisinstellingen, ondernemingen of andere overheden) het grootste deel van de investering financieren. Cofinanciering maakt deel uit van de programmabegroting, maar is ondersteunend aan de hiervoor beschreven inhoudelijke programma's. Projecten uit uiteenlopende programma’s worden meegefinancierd. Daarom is het Cofinancieringsfonds uitvoeriger beschreven in paragraaf 2.2 Cofinancieringsfonds, onder algemene financiële beschouwingen. Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? • Monitoring, communicatie en stimulering van (sociaal-)economische projecten vanuit het Cofinancieringsfonds. • Signaleren en agenderen van aanvullende subsidiemogelijkheden. • Agendering, verbinden, lobby & belangenbehartiging van doelen in (sub)regionale economische agenda’s, onder andere door het ondersteunen van onze ambtenaren en bestuurders in Economic Board Zuid-Holland en onderliggende gremia, Bestuurlijk Overleg Economie Zuid-Holland, Greenport Nederland. • Platform: agendering en kennisdeling kansen en uitdagingen onder andere in de overgangnaar een (meer) circulaire economie. In 2022 • De verwachting is dat het cofinancieringsfonds meefinanciert aan de nodige innovatieve projecten.

28

3.3.2 Wat mag dat kosten Rekening 1 2020 Domein 3 Strategisch positioneren

Programmakosten

Saldo baten en lasten 1

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025

151.000

287.504

290.667

290.667

290.667

290.667

151.000

287.504

290.667

290.667

290.667

290.667

Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021

29

3.4 Organisatie en samenwerking 3.4.1 Overhead

Alle werkzaamheden en kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces behoren tot dit programma. Het zijn kosten die gemaakt worden om bijvoorbeeld afstemming, communicatie en besluitvorming voor de programma’s van de strategische eenheid, het RBL en de TWO jeugdhulp mogelijk te maken. Kortom, onder andere de organisatie van en ondersteuning bij Themacafés, regiodagen, vergaderingen van het bestuur horen bij dit programma. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn deze kosten als overhead gedefinieerd. We streven naar een effectieve en efficiënte ondersteuning. Waar het om personeel gaat, behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead: • Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch); • Control, informatie- en beveiligingsbeleid; • Interne en externe communicatie; • Bestuurszaken en bestuursondersteuning; • Documentatie en informatieverstrekking (DIV) (hiertoe hoort ook expertiseontwikkeling en advies over de procesinrichting); • Managementondersteuning voor het primair proces; Een manager of leidinggevende drukt volledig op het programma Organisatie en samenwerking, ongeacht of deze voor een deel van zijn tijd ook inhoudelijke taken vervuld. Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen.

De overige overhead-taken, zoals HRM en ICT, zijn ondergebracht bij Servicepunt71. De bijdrage aan Servicepunt71 voor het leveren van de bedrijfsvoering wordt eveneens weergegeven in dit programma. Naast deze behoren ook tot het programma: • de kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; • de verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • de bijdrage aan een verbonden partij, voor zover deze verbonden partij werkzaam is voor het taakveld 0.4 Overhead.

3.4.2 Wat mag het kosten? Rekening 1 2020 Domein 4 Organisatie en samenwerking

Programmakosten

154.884

133.098

1.283.738

1.283.738

1.283.738

1.283.738

Kosten Werkorganisatie

2.992.205

2.943.871

1.805.224

1.805.224

1.805.224

1.805.224

Bijdragen van derden

-47.670

-

-

-

-

-

3.099.418

3.076.969

3.088.962

3.088.962

3.088.962

3.088.962

Saldo baten en lasten 1

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025

Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021

In programma Organisatie en samenwerking waar ook overhead onder valt vindt een grote verschuiving plaats naar programmakosten van kosten werkorganisatie. Dit heeft als reden dat de

30

kostenplaats algemene personeelskosten altijd via een afdelingskostenplaats werd begroot en dat is nu direct op overhead opgenomen.

31

3.5 Algemene dekkingsmiddelen

De middelen die Holland Rijnland ontvangt van de deelnemende gemeenten, zijn opgenomen in het programma Algemene dekkingsmiddelen. De bijdragen van de gemeenten bestaan uit een regulier deel en de bijdrage voor de TWO Jeugdhulp. Rekening 1 2020 Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen

1

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025

Bijdrage regiogemeenten

-5.965.028 -6.005.352 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405

Bijdrage regiogemeenten Jeugd

-2.239.854 -2.319.148 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904

Saldo baten en lasten

-8.230.808 -8.324.500 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309

Onttrekking uit reserves

-131.094

-

-

-

-

-

Saldo reserveringen

-131.094

-

-

-

-

-

Resultaat

-8.361.902 -8.324.500 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309

Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021

32

4 Begroting Paragrafen 4.1 Lokale heffingen

Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. De onkosten voor het programma Vernieuwing huisvestingsverordening en uitvoering urgentie worden vooral gedekt uit de reguliere bijdrage van alle deelnemende gemeenten.

4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De deelnemende gemeenten zijn op grond van de gemeenschappelijke regeling gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit betekent dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft te hebben (zie kader). Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft wel een algemene reserve die evntueel kan worden ingezet bij eventuele risico's die zich voordoen. De deelnemende gemeenten worden driemaal per jaar geïnformeerd over het verloop van de begroting van Holland Rijnland door middel van de begroting, de Tussenrapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde wordt het AB door het DB geïnformeerd over tussentijdse wijzigingen. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. De gemeenten worden in staat geacht op basis van deze informatie voldoende voorzieningen in de eigen begroting te treffen. Deze eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeente gelopen risico’s. Uit dit oogpunt is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.

Risico’s Onder risico's worden verstaan alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.

Risico’s uit reguliere bedrijfsvoering Elke organisatie kent risico’s uit reguliere bedrijfsvoering, zo ook Holland Rijnland. Oorzaken hiervan kunnen gelegen zijn in onder meer: • Automatisering / datalek; • Aanbestedingsprocedure Er zijn processen ingericht om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. De maximale omvang van eventueel optredende risico’s worden geraamd op € 100.000 (afgerond), zijnde 1% van de totale begrote lasten.

33

Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen:

Rek.2020

Begr.2021 Begr.2022 Begr.2023 Begr.2024 Begr.2025

Netto schuldquote

-17,1%

-28,3%

-30,0%

-30,1%

-30,2%

-30,3%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-17,1%

-28,3%

-30,0%

-30,1%

-30,2%

-30,3%

Solvabiliteitsratio

5,7%

5,7%

5,7%

5,7%

5,7%

5,7%

Structurele exploitatieruimte

3,4%

1,8%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De quote is negatief. Dit betekent dat de eigen middelen hoger zijn dan de schuldenlast. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen: Holland Rijnland leent geen gelden uit. Derhalve is deze schuldquote gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het getal geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en de schulden. Holland Rijnland heeft slechts een beperkte algemene reserve en bestemmingsreserves. Vandaar dat dit getal zeer laag is. Structurele exploitatieruimte:Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er geen sprake van structurele exploitatieruimte. Daarnaast ontvangt Holland Rijnland subsidies van de provincie Zuid-Holland en worden reserves ingezet voor incidentele lasten. Hierdoor ontstaat een beperkt negatieve ratio exploitatieruimte. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet. Tabel 4.2 Normering financiële indicatoren Kengetallen:

Voldoende

Matig

Onvoldoende

Netto schuldquote

< 100%

100% > < 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 100%

100% > < 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

30% < > 50%

< 30%

Structurele exploitatieruimte

> 0,6%

0% > < 0,6%

0%

34

4.3 Financiering

De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt tevens de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Zo spoedig mogelijk daarna vindt er een verrekening plaats met de gemeenten. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgesluisd naar de betreffende instanties. Kasgeld Tijdelijke overschotten worden in verband met het Schatkistbankieren (zie kader) uitgezet bij de Schatkist. Dit gebeurt in daggeld of in deposito’s. Tijdelijke tekorten komen sporadisch voor en zijn slechts van korte duur. Hiervoor wordt dan gebruik gemaakt van de kredietlimiet (rood staan) van de BNG-bank. Leningenportefeuille Het samenwerkingsverband beschikt niet over een leningenportefeuille. In- en externe ontwikkelingen Er zijn geen in- of externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, de treasury-organisatie, het risicoprofiel, de financiële posities, de vermogenswaarden en/of de geldstromen. Deze worden ook niet verwacht. Risicobeheer Treasury dient uitsluitend de publieke taak en het beheer van de uitzettingen gebeurt zorgvuldig.

Er wordt ruim voldaan aan de kasgeldlimiet, er zijn geen geldleningen en de kasgeldoverschotten worden tijdelijk uitgezet bij de Schatkist. Renterisico’s Vanwege de zeer beperkte financieringsbehoeften en het zorgvuldig wegzetten van overtollige kasgeldmiddelen in de Schatkist is het renterisico gering. Holland Rijnland is geen vaste geldleningen aangegaan. Het samenwerkingsorgaan voldoet dan ook aan de renterisiconorm. Financieringsrisico’s Omdat de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van het samenwerkingsorgaan en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, zijn er geen financieringsrisico’s. Kasgeldlimiet Het samenwerkingsorgaan bleef gedurende vele jaren steeds binnen de kasgeldlimiet. Dit is voor gemeenschapppelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De verwachting is dat dit ook voor de komende jaren blijft gelden. Voor 2022 bedraagt de kasgeldlimiet € 838.887. Meerjarenprognose Op basis van de meerjarenbegroting is de inschatting dat Holland Rijnland ook de komende jaren geen geldleningen hoeft aan te gaan. Een renterisico vaste schuld is dan ook niet aanwezig.

35

4.4 Bedrijfsvoering

Servicepunt71 is het servicecenter dat bedrijfsvoeringstaken voor Holland Rijnland uitvoert, zoals deze dat ook doet voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor het samenwerkingsorgaan gaat het hierbij om: • Financiële administratie; • ICT; • HRM; • Facilitaire zaken; • Juridische zaken; • Inkoop. Servicepunt71 biedt geen dienstverlening aan op het gebied van Documentaire Informatievoorziening (DIV). Deze activiteiten voert Holland Rijnland nog zelf uit. Organisatie Holland Rijnland De organisatie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: • Strategische Eenheid; • Regionaal Bureau Leerplicht (RBL); • Bedrijfsbureau (inclusief Urgentiecommissie, Verkeersveiligheid, Regiotaxi en DIV); • TWO Jeugdhulp. De leiding van de organisatie ligt bij de secretaris-directeur. Concerncontrol is een zelfstandige functie die uit de lijnorganisatie is gehaald en de secretaris-directeur adviseert. Dit is vanwege de gewenste onafhankelijke positie ten opzichte van de lijnorganisatieonderdelen.

36

Beleidsindicatoren Voor de bedrijfsvoering heeft Holland Rijnland, mede op instigatie van de nieuwe BBV een aantal indicatoren opgesteld. Hieronder een weergave voor 2022: Tabel Beleidsinsicatoren Beleidsindicator

Eenheid

Periode

Holland Rijnland

1. Formatie

Fte per 1.000 inwoners

2022

0,11

2. Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

2022

0,10

3. Apparaatskosten

Kosten per inwoner

2022

€ 11,11

4. Externe inhuur

Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur

2022

4,2%

5. Overhead

% van totale lasten

2022

30,2%

Indexatie Voor het jaar 2022 vindt een indexatie van de gemeentelijke bijdrage plaats. We gaan we uit van het voorstel van de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (WFGR) waarin de werkgroep voor 2022 een indexatie adviseert van gemiddeld 1,40% voor loonkosten (inclusief de loonkosten van de dienstverleningsovereenkomst met het Servicepunt71), en 1,10% voor materiële kosten. Het gebruikte gewogen indexcijfer voor 2021 is 1,28%.

37

Tabel Index wegings factor

Index

indexatie 2022

Lasten Beloning werknemers

61%

101,40

Netto materieel

39%

101,10

Overige (niet geïndexeerd)

0%

0

Gewogen gemiddelde indexatie

100%

101,28

Bijdrage gemeenten

82%

101,28

Overige baten

18%

101,28

38

5 Financiële begroting 5.1 Meerjarenbegroting 2022 – 2025

Domein 1 Ruimte en Energie

Rekening 1 2020

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025

Lasten

8.164.070

3.192.299

2.778.086

2.778.086

2.778.086

2.778.086

Baten

-6.849.171 -1.476.277

-978.220

-978.220

-978.220

-978.220

1.314.899

1.716.022

1.799.866

1.799.866

1.799.866

1.799.866

Lasten

5.672.447

4.254.405

4.072.612

4.072.612

4.072.612

4.072.612

Baten

-2.630.305 -1.010.400

-820.798

-820.798

-820.798

-820.798

3.042.143

3.244.005

3.251.814

3.251.814

3.251.814

3.251.814

151.000

287.504

290.667

290.667

290.667

290.667

151.000

287.504

290.667

290.667

290.667

290.667

Lasten

3.114.473

3.076.969

3.088.962

3.088.962

3.088.962

3.088.962

Baten

-15.055

-

-

-

-

-

3.099.418

3.076.969

3.088.962

3.088.962

3.088.962

3.088.962

saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd

saldo Domein 3 Strategisch positioneren

Lasten saldo

Domein 4 Organisatie en samenwerking

saldo totaal lasten

17.101.990 10.811.177 10.230.327 10.230.327 10.230.327 10.230.327

totaal baten

-9.494.531 -2.486.677 -1.799.018 -1.799.018 -1.799.018 -1.799.018

Saldo baten en lasten programma's

7.607.459

Algemene dekkingsmiddelen

8.324.500

8.431.309

8.431.309

8.431.309

8.431.309

Bijdragen gemeenten regulier

-5.965.028 -6.005.352 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405

Bijdragen gemeenten TWO

-2.239.854 -2.319.148 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904

totaal baten

-8.230.808 -8.324.500 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -623.349

-

-

-

-

-

Onttrekking uit reserves

-884.522

-

-

-

-

-

Saldo reserveringen

-884.522

-

-

-

-

-

Resultaat

-1.507.871

-

-

-

-

-

Saldo baten en lasten Storting in reserves

1

Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021

39

5.2 Incidentele lasten en baten

In de begroting 2022 is geen sprake van incidentele lasten. Er is daarom sprake van een structureel evenwicht voor alle jaren. Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Ja

Ja

Ja

Ja

Structureel evenwicht ?

40

5.3 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1000,-

Realisatie Begroting Begroting 2020

2021

2022

Meerjarenbegroting 2023

2024

2025

ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Overig

65

42

34

25

17

8

340

340

340

340

340

340

53.613

53.716

53.724

53.732

53.741

53.749

330

250

250

250

250

250

380

380

380

380

380

380

54.727

54.727

54.727

54.727

54.727

54.727

Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar Liquide middelen (kas- en banksaldi) Overlopende activa Overige overlopende activa

Totalen

41

Bedragen x € 1000,-

Realisatie Begroting Begroting 2020

2021

2022

Meerjarenbegroting 2023

2024

2025

PASSIVA Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves

1.597

3.105

3.105

3.105

3.105

3.105

Saldo van rekening

1.508

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

11.891

11.891

11.891

11.891

11.891

11.891

Overige overlopende passiva

39.731

39.731

39.731

39.731

39.731

39.731

Totalen

54.727

54.727

54.727

54.727

54.727

54.727

Vlottende schuld Banksaldi Overige vlottende schulden Overlopende passiva

42

5.4 Staat van reserves Omschrijving

Saldo 1-1-2022

Mutaties Toevoeging

Saldo 31 -12- 2022

Onttrekking

Algemene reserve 8700001 Algemene Reserve

200.000

0

0

200.000

8710006 Reserve RBL

26.757

0

0

26.757

8710007 Reserve cofinanciering

197.868

0

0

197.868

8710010 Reserve onderwijsarbeidsmarkt

115.877

0

0

115.877

8710011 Reserve Energieakkoord

138.079

0

0

138.079

8710013 Reserve regionale energiestrategie (RES)

50.000

0

0

50.000

8710014 Reserve Transformatiefonds Jeugd

868.416

0

0

868.416

1.596.997

0

0

1.596.997

Bestemmingsreserves

Totaal reserves

43

5.5 Taakvelden Hoofdtaakvelden

Taakveld

Lasten

Bestuur en ondersteuning

0.4

Overhead, Ondersteuning organisatie

0.8

Overige baten en lasten

Totaal Verkeer, vervoer en waterstaat

2.1

Verkeer en wegen

Totaal Economie

3.1

Economische ontwikkeling

Totaal Onderwijs

4.3

Onderwijsbeleid en leerling-zaken

Totaal 5.7

Openbaar groen en (open lucht) recreatie

Totaal

Sociaal domein

3.088.962

0

0

0

3.088.962

0

983.308

-1.167.115

983.308

-1.167.115

538.819

-693.670

538.819

-693.670

1.878.751

-3.121.938

1.878.751

-3.121.938

344.813

-452.684

344.813

-452.684

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

661.630

-867.962

6.5

Arbeidsparticipatie

240.190

-353.540

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

1.589.398

-2.348.904

2.491.218

-3.570.406

Totaal Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

Baten

8.1

Ruimtelijke ordening

115.080

-159.059

8.3

Wonen en bouwen

789.376

-1.065.456

904.456

-1.224.515

10.230.327

-10.230.327

Totaal Totaal

44

6 Besluit Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland in de vergadering van 30 juni 2021.

L.A.M. Bakker

H.J.J. Lenferink

secretaris

voorzitter

45

46

7 Bijlagen 7.1 Btw-compensatiefonds

Een gemeenschappelijke regeling in de vorm van dit samenwerkingsorgaan wordt niet in de btwheffing betrokken. De btw is hierdoor voor de gemeenschappelijke regeling een kostenpost. Alleen een gemeenschappelijke regeling die op de prestaties een winsttoeslag oplegt en daardoor doet aan vermogensvorming, heeft recht op aftrek van btw. Dit laatste is niet van toepassing voor Holland Rijnland. Voor de begroting van Holland Rijnland is er dan ook niets veranderd. Evenals voorgaande jaren zijn alle lasten geraamd inclusief btw. Met ingang van 1 januari 2003 hebben provincies en gemeenten te maken met het Btwcompensatiefonds. Per individuele gemeente wordt een opgave verstrekt over welke voorbelasting compensabel is en kan worden doorgeschoven naar de betreffende gemeente. De deelnemende gemeente kan deze kosten dan meenemen met de opgave voor het Btw-compensatiefonds. Verdeling BTW BCF

Algemeen 13 gemeenten

Leerplicht 11 gemeenten obv leerlingen

Leerplicht 11 gemeenten obv inwoners

Jeugdhulp 12 gemeenten

4.097.898

2.945.923

157.489

10.264

984.222

Raming compensabele BTW

711.205

511.276

27.333

1.781

170.815

Alphen ad Rijn

108.516

100.181

0

0

8.335

Hillegom

30.491

19.884

1.412

92

9.104

Kaag & Braassem

27.469

24.439

1.756

113

1.161

Katwijk

95.949

58.869

4.903

272

31.905

Leiden

166.370

112.001

6.403

518

47.448

Leiderdorp

35.689

24.223

1.789

112

9.565

Lisse

30.491

20.552

1.475

95

8.369

Nieuwkoop

37.785

25.795

0

0

11.990

Noordwijk

56.090

38.953

2.695

180

14.262

Oegstgeest

34.890

22.239

1.873

103

10.675

Teylingen

51.412

33.520

2.570

155

15.167

Voorschoten

24.905

22.916

1.883

106

0

Zoeterwoude

11.150

7.704

575

36

2.835

Raming inclusief BTW

Totaal BTW

47

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10039581/1