CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlage Het proces tot nu toe (1889605)

Raad 8 april 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: E. Ter agendering in handen van het presidium te stellen:703 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Het proces tot nu toe. Waar komen wij vandaan, waar staan wij nu en waar gaan wij naartoe 1. Waar komen wij vandaan. De gemeente is medio augustus 2020, vanuit haar rol als bevoegd gezag ingevolge het Besluit bodemkwaliteit, gestart met het inwinnen van informatie omtrent de mogelijke aanwezigheid van PFAS-verbindingen in de Beaumix. Op 26 augustus 2020 heeft gemeente Katwijk opdracht verstrekt aan IDDS Milieu om indicatief onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van PFAS in de toegepaste Beaumix langs de N206. De gemeente heeft de resultaten van het indicatieve onderzoek op 4 september 2020 per e-mail ontvangen van IDDS Milieu. Uit het onderzoek bleek dat PFAS-verbindingen niet af nauwelijks in de Beaumix aanwezig zijn. In de Beaumix van leverancier ACCN werd op basis van indicatief niet genormeerd onderzoek een overschrijding van de maximale emissiewaarde voor Antimoon geconstateerd. Op 29 september 2020 heeft de toezichthouder van de gemeente en de externe adviseur van IDDS Milieu een bezoek gebracht aan de productielocatie van ACCN te Assendelft. Doel van het bezoek was om te kunnen vaststellen hoe het mogelijk is dat er aanzienlijke hoeveelheden plastics en batterijen in de gezuiverde bodemas (Beaumix) aanwezig zijn.

Op 26 oktober 2020 heeft gemeente Katwijk opdracht verstrekt aan IDDS Milieu om aanvullend analytisch onderzoek (fase 2; hetzelfde monster dat eerder genomen is) te verrichten op de Beaumix. Hiervoor is gebruik gemaakt van monstermateriaal dat sinds de monstername op 26 augustus 2020 door het laboratorium onder beschermde omstandigheden werd bewaard. Op 24 november 2020 is de definitieve rapportage van het uitgevoerde indicatieve onderzoek door IDDS Milieu verstuurd aan gemeente Katwijk. In de rapportage, met kenmerk 2008P003/JKE/rap3.2, is aangeven dat er in de partij Beaumix van leverancier HVC lage gehalten aan dioxines, dibenzofuranen en dioxineachtige PCB zijn aangetoond. Verder zijn diverse elementen aangetroffen. Met betrekking tot de gemeten overschrijding van de maximale emissiewaarde voor Antimoon is geconcludeerd dat, vanwege de toegepaste indicatieve analysemethode, de resultaten van de door Certicon Bodemadviseurs namens de leverancier uitgevoerde keuringen dienden te prevaleren. De partijkeuringen Beaumix zijn volledig uitgevoerde volgens de hiervoor geldende protocollen en richtlijnen. Op 30 november 2020 heeft gemeente Katwijk per e-mail vragen gesteld aan de helpdesk Bodemplus van het Ministerie van Infrastructuur en Veiligheid omtrent de te onderzoeken stoffen in Beaumix en of het is toegestaan dat gewassen bodemas (Beaumix) batterijen bevat.

Op 22 december 2020 heeft de gemeente Katwijk verkennend telefonisch contact gezocht met de landelijke politie eenheidsdienst Infra. De dienst Infra gaf aan dat het feit dat er op grote schaal batterij restanten aan worden getroffen voor hen aanleiding zou zijn om er in het kader van waarheidsvinding werk van te maken. Op 23 december 2020 is door gemeente Katwijk nogmaals de helpdesk Bodemplus van het Ministerie van Infrastructuur en Veiligheid geraadpleegd. Op 12 januari 2021 heeft het college besloten om een externe partij, de Omgevingsdienst West-Holland te verzoeken te onderzoeken of in de onderhavige situatie de zorgplicht uit de Wet bodembescherming is overtreden. 2. Waar staan wij nu Op 18 maart 2021 stemt het college in met het op 12 maart 2021 van de ODWH ontvangen voorstel voor het plan van aanpak betreffende het vervolgonderzoek of de zorgplicht uit de Wet Bodembescherming met het gebruik van het product Beaumix in de ir. G. Tjalmaweg, onderdeel van de RijnlandRoute, is overschreden. De gemeenteraad wordt hierover met een aparte raadsbrief geinformeerd. 3. Waar gaan wij naar toe. Fase 0. De ODWH is in gesprek met het ingenieursbureau Antea en verwacht tussen 19 en 23 maart een voorstel voor het uit te voeren fase 0 onderzoek: het fysieke onderzoek ter plaatse naar de aanwezigheid van genormeerde stoffen in de in het werk aangebrachte bodemas.

De juridische grondslag hiervoor is bijlage A, tabel 1/ BBK. De monstername start in maart.

De genomen monster blijven in bewaring; worden bewaard om eventueel in een later onderzoek verdere analyses op toe te passen. De monsters wordt geanalyseerd volgens de daarvoor geldende wet en regelgeving. De resultaten worden na 2 a 3 maanden verwacht. Fase 1. Het ketenonderzoek. Deze wordt door de provincie als opdrachtgever in haar privaatrechtelijk rol op gepakt. Fase 2. Deze fase volgt op basis van de resultaten van fase 0 en fase 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9910190/2