CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

33. Bijlage 3. Voortgang projecten Omgevingswet (toelichting Routeplanning 2021) (1805353)

Raad 28 januari 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Voor kennisgeving aan te nemen:5.342 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Routeplanning 2021

1

2

3

Toelichting Routeplanning 2021 - Voortgang projecten Omgevingswet In deze bijlage wordt voor de verschillende projecten rondom de Omgevingswet de voortgang toegelicht en vooruitgeblikt op de planning voor 2021. Hierbij wordt de, in de Routeplanning 2021 gehanteerde, volgorde aangehouden. De indeling is daarbij als volgt: 1. De omgevingsvisie 1.1 Het Ruimtelijk Afwegingskader 1.2 De uitwerking van de omgevingsvisie 1.3 De programma’s 1.4 Het kostenverhaal 2. Het omgevingsplan 2.1 De bouwstenen, data op orde 2.2 De leergang omgevingsplan 2.3 Het transitiedocument 3. Processen en organisatie (BVTH) 3.1 De omgevingstafel 3.2 Vergunningverlening 3.3 Toezicht en handhaving 3.4 Vragenbomen en vergunningcheck 3.5 Werkprocessen 4. Het DSO 5. De ontwikkelopgave 5.1 De leergang BVTH 5.2 Het ontwikkelprogramma 5.3 Het traject sociale kwaliteit 5.4 Het A&O fonds (Verantwoording 2020) 6. Programma en communicatie 6.1 De externe communicatie 6.2 De planning en voortgang 6.3 De financiën 6.4 De organisatie 6.5 De interne communicatie

4

1. De omgevingsvisie Onder de omgevingsvisie worden de volgende onderdelen verstaan, waarbij de voortgang er als volgt voor staat:

1.1 Het Ruimtelijk Afwegingskader (RAK): Het RAK is een digitaal informatiesysteem. Het biedt de medewerkers van de gemeentelijke organisatie een uniform en makkelijk toegankelijk digitaal platform voor het raadplegen van informatie met een geografische component. Het is daarmee een uitwerking van het “open stelsel” van het Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) zoals de wetgever zich dat voorstelt. Het RAK functioneert binnen de gemeente Katwijk als een eigen toepassing naast de wettelijke verplichte onderdelen van het DSO op het gebied van vergunningverlening en publicaties.

Deze informatie in het RAK is opgebouwd uit datasets van interne- en externe origine, vastgesteld beleid (gemeente en hogere overheden) en beleidsanalyses. Deze informatie wordt op kaartbeeld weergegeven en is interactief via ARCGIS beschikbaar. Het RAK ondersteunt de medewerkers om de ruimtelijke impact van beleid te kunnen toetsen en om initiatieven en activiteiten te beoordelen op effectiviteit en doorwerking. Het RAK is daarmee een handig instrument bij omgevingstafels en de gebiedsgerichte- en thematische uitwerking van bijvoorbeeld de omgevingsvisie. Het RAK is gebaseerd op ARCGIS en is in november in een eerste release als pilot beschikbaar gesteld aan de beleidsmedewerkers van het fysieke- en sociale domein. Daarmee verwachten we voldoende praktijkervaring op te doen om medio 2021 het RAK te vervolmaken en te kunnen borgen in de gemeentelijke organisatie. Verder vindt in Q1 van 2021 een verkenning plaats naar de mogelijkheden van het toepassen van het RAK als instrument voor online participatie.

1.2 De uitwerking van de omgevingsvisie: De verplichting om een gebiedsdekkende omgevingsvisie te hebben geldt vanaf 31 december 2024. De VNG geeft in de lijst met minimale eisen (bijlage 2) wel aan dat het van belang is dat de gemeente voor inwerktreding van de Omgevingswet al wezenlijke stappen heeft gezet in het formuleren van een integrale omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet. De gemeente kan volgens de VNG op deze wijze leren hoe zij het instrument omgevingsvisie wil inzetten en bovendien helpt duidelijkheid over de omgevingsvisie bij het opstellen van het omgevingsplan. In Katwijk lopen wij op dit gebied voor, zo is de ontwerp omgevingsvisie bijna gereed.

5

De ontwerp omgevingsvisie bestaat uit een boekje waarin de visie in tekst en beeld beschreven is en waarvan een uitvoeringsparagraaf op hoofdlijnen en verantwoording van het kostenverhaal onderdeel uitmaken. Begin november is de visie ambtelijk ter consultatie voorgelegd aan de ketenpartners, gemeenten in de regio, gemeenten die samenwerken in de Greenport en aan actieve deelnemers van de koploperscafé’s in 2017, ten tijde van de uitgebreide participatie voor de eerste versie van de omgevingsvisie. Parallel daaraan loopt de consultatie binnen de gemeentelijke organisatie. Ten behoeve van de consultatie is voor alle groepen een informatiebijenkomst gehouden. Op 25 november is de reactietermijn voor de consultatieronde gesloten. We verwachten dat het ontwerp van de omgevingsvisie (conform de planning) uiterlijk januari 2021 gereed zal zijn voor agendering in het college. Het college neemt dan een besluit om de visie vrij te geven voor ter inzagelegging met een termijn van 6 weken. Eind maart, begin april, wordt besluitvorming door de raad verwacht. Voor die tijd zullen we het college en de raad in de gelegenheid stellen de visie informatief te bespreken.

1.3 De programma’s: Om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken kunnen we een programma opstellen met maatregelen. Een programma is een verzameling van tijdelijke inspanningen (projecten, routines en improvisaties) om meerdere, unieke doelen te bereiken die zonder deze coördinatie niet gerealiseerd kunnen worden. De VNG adviseert gemeenten in de lijst met minimale eisen (bijlage 2) om in de aanloop naar de inwerktreding van de Omgevingswet alvast kennis te vergaren over dit instrument. In 2021 gaan we aan de slag met het verplichte programma Actieplan geluid (artikel 3.6. Ow). Daarnaast wordt met de greenportgemeenten onderzocht of het instrumentarium programma (vrijwillig onverplicht programma) gebruikt kan worden om de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) met zijn herstructureringsinstrumentarium ook onder de Omgevingswet te borgen.

1.4 Het kostenverhaal: Per 1 januari 2022 moeten gemeenten volgens de minimale lijst met eisen van de VNG (bijlage 2) de procedures en (reken)methoden voor het kostenverhaal hebben geïmplementeerd, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. In de uitvoeringsparagraaf van de omgevingsvisie wordt gemotiveerd hoe de gemeente haar, in de visie geformuleerde, beleid wil operationaliseren (sturingsfilosofie). Tevens biedt deze paragraaf de wettelijke grondslag om de mogelijkheden die de Grondexploitatiewet (als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening) biedt in het kader van het kostenverhaal te benutten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 2022 zullen bovenplanse vereveningen en bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen komen te vervallen en daarmee ook de relatie met de omgevingsvisie. Voor de tussenliggende periode en lopende exploitaties zal echter nog wel in de koppeling moeten worden voorzien. In de Omgevingswet komen daar gewijzigde beleidsregels voor het kostenverhaal voor in de plaats. Hoe deze regels bij de vaststelling van deze omgevingsvisie concreet uit te werken is door het Rijk nog onvoldoende uitgewerkt. Daarom is het kostenverhaal nu nog in de basis geformuleerd conform het vigerende Wro. De voortgang op dit onderdeel loopt integraal mee in de voortgang van de 0mgevingsvisie onder 4.2.

2. Het omgevingsplan Onder het omgevingsplan worden de volgende onderdelen verstaan, waarbij de voortgang er als volgt voor staat:

2.1 De bouwstenen, data op orde: De (digitale) informatie (zoals bestemmingsplannen, ruimtelijke besluiten) die nu beschikbaar is op Ruimtelijkeplannen.nl zal met ingang van de Omgevingswet de basis vormen voor het omgevingsplan (van

6

rechtswege) in het nieuwe Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De planvoorraad op Ruimtelijkeplannen.nl bevat veel data, met tot voorkort een verzameling aan actuele en vervallen planversies door elkaar. Na de aanschaf van de software voor het maken en publiceren van het omgevingsplan heeft er in september 2020 een migratie plaatsgevonden van de huidige Wro-module naar de Tercera-module. Hierbij zijn direct de bestemmingsplannen opgeschoond en alleen de juridisch bindende (onherroepelijk vastgestelde) bestemmingsplannen teruggezet op RuimtelijkePlannen.nl. Het doel hiervan is dat bij het omzetten van RuimtelijkePlannen.nl naar het DSO de juiste plannen worden omgezet. Samen met het team dat zich bezighoudt met het DSO wordt nu verder onderzocht op welke wijze we op een correcte manier de bestemmingsplannen (inclusief de vervallen planversies) kunnen archiveren zodat deze ook in de toekomst nog raadpleegbaar blijven. Hierover zijn gesprekken gaande met de medewerkers van het E-depot van Erfgoed Leiden en omstreken.

2.2 De leergang omgevingsplan: Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikken gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan ontstaat van rechtswege en bestaat uit alle dan vigerende bestemmingsplannen, de voorbereidingsbesluiten en de rijksregels die aan de gemeente worden overgedragen (de Bruidsschat). Volgens de minimale lijst met eisen van de VNG (bijlage 2) moeten gemeenten per 1 januari 2022 in staat zijn om het tijdelijke omgevingsplan te wijzigen en hiermee te kunnen werken. In de periode tot 31-12-2029 moeten gemeenten het tijdelijk omgevingsplan stap voor stap (per onderwerp en/of gebied/locatie) omzetten in het omgevingsplan nieuwe stijl, dat voldoet aan alle regels van de Omgevingswet. Om het proces na de invoeringsdatum goed te laten verlopen, zijn in tien werksessies de dillema’s rondom het opstellen van een omgevingsplan inzichtelijk gemaakt. Tegelijkertijd kregen de betrokken medewerkers de noodzakelijke kennis en ervaring aangereikt. De eerste aanzet voor het concept van het leerdocument is gereed. Hierover vindt nog een laatste correctieronde plaats met KuiperCompagnons. Het leerdocument is gebruikt voor- en zal als bijlage worden toegevoegd aan het transitiedocument (zie 2.3).

2.3 Het transitiedocument: Volgens de minimale lijst met eisen van de VNG (bijlage 2) moeten gemeenten een plan(ning) hebben gemaakt voor het nieuwe omgevingsplan. In de periode 2022-2029 zal het omgevingsplan opgebouwd moeten worden vanuit het tijdelijk omgevingsplan, dat gemeenten via het overgangsrecht krijgen. Het in één keer oppakken van het omgevingsplan is niet realistisch en haalbaar. Dit gaan we in fases doen. In de transitieaanpak, om te komen van het tijdelijk deel naar het omgevingsplan nieuwe deel, kunnen we zelf onze route bepalen. In het transitiedocument wordt inzichtelijk gemaakt welke stappen er gezet moeten worden om te komen tot één omgevingsplan in 2029 en inzicht gegeven in de strategische en ontwerpkeuzes rondom het omgevingsplan. Het concept transitiedocument is in het eerste kwartaal van 2021 gereed. In 2021 gaan we oefenen en concreet aan de slag met twee omgevingsplannen. Welke en hoe wordt in het transitiedocument opgenomen.

3. Processen en organisatie (BVTH) Onder processen en organisatie (BVTH) worden de volgende onderdelen verstaan, waarbij de voortgang er als volgt voor staat:

3.1 De omgevingstafel: De gemeente moet volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) het proces ‘verkennen initiatief’ ingericht hebben, zodanig dat een volledig en betrouwbaar beeld wordt verkregen van het initiatief, van het draagvlak bij belanghebbenden en van de mogelijkheden van het bevoegd gezag om de benodigde vergunning(en) hiervoor te verlenen. Het proces 'verkennen initiatief' gaat vooraf aan het

7

indienen van de definitieve vergunningaanvraag. Effectief inrichten van dit proces is noodzakelijk voor het kunnen halen van de 8-wekentermijn bij (complexe) vergunningaanvragen. Hierbij moeten alle betrokken stakeholders worden aangehaakt, mogelijkheden en alternatieven verkend, alle benodigde informatie verzameld en een betrouwbare inschatting van de haalbaarheid zijn gemaakt. De omgevingstafel is een door de VNG geadviseerde en in de praktijk beproefde methode om hieraan invulling te geven. In het tweede kwartaal van 2020 zijn we in Katwijk begonnen met het oefenen met de omgevingstafel. De omgevingstafel is een instrument om sneller tot een uitspraak te komen op een vergunningaanvraag. Ook wordt de beoordeling door de methode meer integraal gemaakt. Beide verbeteringen van het beoordelingsproces zijn in lijn met de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking zal treden. De methode om de omgevingstafel te ontwikkelen is “learning by doing”. We zijn gestart met het oefenen met eenvoudige aanvragen om vervolgens steeds complexere aanvragen te beoordelen met meerdere partijen aan tafel. Ook externe partijen hebben aan de omgevingstafel plaatsgenomen. Ervaringen worden vastgelegd in een logboek waardoor de tafel steeds beter verloopt. In 2021 voegen we een intaketafel toe.

De belangrijkste ontwikkelpunten zijn: het aansluiten van de intaketafel op de omgevingstafel, de opvolging van de uitkomst van de omgevingstafel, het verder aanwijzen van vaste rollen, zoals de voorzitter en het vaker oefenen met initiatiefnemers.

3.2 Vergunningverlening: Per 1-1-2022 dient de gemeente volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) de vergunningverlenings- en meldingsprocessen betreffende bouwactiviteiten te hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de legesverordening, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. Dit proces zal begin volgend jaar verder worden ingezet en het gehele jaar door lopen. Ook het proces behandelen vergunningaanvragen en meldingen in het kader van de Omgevingswet wordt in 2021 ingericht. Per 1-1-2022 is het bevoegd gezag (en/of de uitvoeringsorganisatie) namelijk verplicht om voorbereid te zijn op de gewijzigde vergunningprocedure conform de eisen van de Omgevingswet. Hieronder valt het kunnen verwerken van een enkelvoudige en een meervoudige aanvraag en de uitwerking van verschillende dienstverleningsformules. Wanneer bovenstaande gereed is zal er geoefend worden met het ontvangen van aanvragen en meldingen, maar ook met het beoordelen van vergunningaanvragen.

3.3 Toezicht en handhaving: Ook toezicht en handhaving dient volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) in 2021 aangepast te worden op de Wkb en de Omgevingswet. Dit omvat de inrichting van processen, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. Het komende jaar zal toezicht en handhaving verder worden afgestemd op de bedoelingen en eisen van de Omgevingswet, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen.

3.4 Vragenbomen en vergunningcheck: Volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) moeten gemeenten in staat zijn om toepasbare regels voor de vergunningcheck op te stellen en aan te leveren aan het DSO-LV, conform de daarvoor geldende standaard. Per 1-1-2022 moeten gemeente dit kunnen, tenminste voor die activiteiten waarvoor het uitvoeren van een vergunningcheck nu ook al mogelijk is (gelijkblijvend dienstverleningsniveau). Voor de zogenaamde toepasbare regels hebben wij een kernteam samengesteld, dat bestaat uit medewerkers van verschillende functiegebieden. Op deze manier kunnen alle vraagstukken door het kernteam behandeld worden. Eerst hebben wij gekeken naar onze eigen top 10 van diensten/producten/aanvragen. Deze top 10 hebben we naast de regels van de Bruidsschat gelegd. Wij zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat het efficiënt is te wachten op de Bruidsschat en dan de processen aan te passen naar onze wensen.

8

Als vervolgstap hebben wij alle indieningsvereisten genoteerd die vertaald moeten worden naar de toepasbare regels. Op dit moment zijn wij bezig met de indieningsvereisten. Daarnaast heeft de leverancier de evenementenvergunningaanvraag omgebouwd tot toepasbare regels. Deze moet nog doorgelopen worden met het kernteam. Begin 2021 zal in het teken staan van het oefenen met en het opstellen van de toepasbare regels.

3.5 Werkprocessen: 3.5.1 Het ontwikkelen en vastleggen van nieuwe werkprocessen, inclusief oefenen: Er wordt al langere tijd gewerkt aan het ontwikkelen en vastleggen van de nieuwe werkprocessen, inclusief het oefenen hiermee. Voor VTH zijn de minimale eisen van de VNG (bijlage 2) vastgelegd in een ‘Planningsbord’. Aan de afzonderlijke acties worden verantwoordelijken toegewezen, die vervolgens deze acties zullen realiseren. Uiteraard loopt het oefenen met de nieuwe werkprocessen door in 2021. 3.5.2 Scenario's in college en in Kadernota: Gemeenten krijgen door de Omgevingswet meer bestuurlijke afwegingsruimte. Daarnaast liggen er keuzes over hoe het instrumentatrium van de Omgevingswet in te zetten en de wijze waarop en het tempo waarin de Omgevingswet wordt ingevoerd. Daarbij dienen de financiële consequenties van de Omgevingswet in beeld te worden gebracht. De VNG (bijlage 2) adviseert deze keuzes op korte termijn expliciet te maken, omdat ze gevolgen hebben voor het verdere traject. Geadviseerd wordt om daarbij ook een planning op te stellen voor de door de raad te nemen besluiten. Hiervoor zonden wij de raad samen met het BBV Keuzeopgaven Omgevingswet (kenmerk 1788033) in oktober een op de laatste ontwikkelingen aangepast procesvoorstel (bijlage 1, kenmerk 1788042 van dat BBV).

Wij verwachten de verschillende scenario’s voor keuzes in maart in het college te kunnen presenteren en in de kadernota te kunnen meenemen. Dit is wel afhankelijk van de landelijke vorderingen. Hier gaan wij onder de kanttekeningen van het BBV verder op in. 3.5.3 De keuze van 10 kernprocessen (I/VNG): We selecteerden in september 10 kernprocessen uit de Toolbox van de VNG die Katwijk als eerste in het DSO wil gaan inrichten. Deze actie dient ter voorbereiding van het inrichten van de snelle dienstverlening voor de topactiviteiten (3.5.6) en kan als afgerond worden beschouwd. 3.5.4 De participatiedocumenten: Volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) moeten gemeenten de minimaal noodzakelijke processen en werkwijzen voor participatie bij initiatieven, voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben ingericht. Voor de participatie door initiatiefnemers is een handreiking opgesteld die momenteel wordt beproefd. Hier gaan wij onder 6.1 nader op in. Op dit moment wordt er door een team gewerkt aan het Omgevingswetproof maken van het huidige participatiebeleid. De eerste bijeenkomsten hebben plaatsgevonden. Er is in kaart gebracht wat er allemaal nodig wordt geacht om dit te realiseren en hoe de participatie rond de Omgevingswet zich verhoudt tot het huidige participatiebeleid.

Aan het uitvoeren van de acties die hieruit voortvloeien wordt eind dit jaar nog begonnen. Deze exercitie zal ook volgend jaar nog doorlopen. In het verlengde van het Omgevingswet-proof maken van het participatiebeleid ligt het inrichten van participatie bij initiatieven en het proces verkennen initiatief (3.1) inrichten. Ook hier zal in 2021 aan worden gewerkt. 3.5.5 De keuzes m.b.t. de Bruidsschat: Om goed te kunnen werken met het tijdelijke omgevingsplan moeten gemeenten volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) de inhoud van de Bruidsschat doornemen en oefenen met het nieuwe omgevingsloket, waarin de Bruidsschat en ruimtelijke plannen naast elkaar getoond worden. Gemeenten kunnen de Bruidsschat nog even ongemoeid laten, maar kunnen ook besluiten om die, vanaf 1-1-2022, te

9

vervangen door eigen regels in het nieuwe omgevingsplan. Het advies van de VNG is om daar in 2021 over na te denken. Daarnaast raadt de VNG aan om voor 2022 de bestemmingsplannen 'op te schonen' (zie 2.1). De Bruidsschat is medio september in zijn totaal in een overzicht gezet (inclusief toelichting en vragen ten behoeve van de te maken analyse: schrappen, overnemen, aanpassen). In het laatste kwartaal van 2020 is in de regionale ‘leerkring omgevingsplan’ de Bruidsschat besproken. Tijdens de leerkring is geoefend met het analyseren van de Bruidsschat voor het onderdeel bouwen. Diverse collega’s hebben hieraan deelgenomen. Er zijn handvatten meegegeven omtrent de wijze waarop wij de Bruidsschat kunnen gaan analyseren en welke ketenpartners (denk aan de veiligheidsregio en de GGD) hierbij betrokken moeten worden. Begin 2021 wordt de Bruidsschat geanalyseerd en worden de gevolgen van de Bruidsschat voor de samenwerking met de omgevingsdienst inzichtelijk gemaakt. 3.5.6 Het inrichten van snelle dienstverlening voor topactiviteiten: De VNG (bijlage 2) adviseert gemeenten om voor inwerkingtreding van de Omgevingswet processen voor snelle en simpele dienstverlening in te richten voor eenvoudige topactiviteiten (zoals eenvoudige verbouwingen in en om het huis, t.w. dakkapel, uitbouw, kappen etc.).

In de laatste maanden van 2021 wordt de snelle dienstverlening (snel-service-formules) voor topactiviteiten ingericht. 3.5.7 De procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen: Per 1-1-2022 moet de gemeente volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) de procedurele wijzigingen van het voorkeursrecht kunnen toepassen, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. Er is nagedacht over de toepassing van procedures en regels voor het voorkeursrecht en onteigenen en geconcludeerd dat er procedureel niets verandert voor Katwijk. Er verandert slechts dat zowel een voorkeursrecht als een onteigening hun grondslag moet vinden in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (onteigening) of een omgevingsvisie (voorkeursrecht). Waar mogelijk en wenselijk is dit inmiddels opgenomen in de geactualiseerde omgevingsvisie. Besluitvorming over de nog ontbrekende delen voorkeursrecht, onteigenen, evenals over de regels kostenverhaal en de verordening planschade zal naar verwachting in Q3/Q4 volgend jaar plaatsvinden.

3.5.8 De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit: De gemeente moet volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) voor inwerkingtreding van de Omgevingswet een commissie hebben ingesteld die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument (gemeentelijke adviescommissie). In november 2020 heeft het eerste overleg over het instellen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit plaatsgevonden. In dit overleg zijn wij tot een bondig plan van aanpak gekomen. Dit plan van aanpak zal in 2021 worden uitgerold. Wij zullen de raad in Q3 2021, onder voorbehoud, een voorstel aanbieden. 3.5.9 De gedecentraliseerde bodemtaken: Per 1-1-2022 moet de gemeente volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) afspraken hebben gemaakt over de overdracht van bodemtaken, de regels en de bijbehorende middelen vanuit de provincie en moet de gemeente in staat zijn om de overgedragen taken uit te (laten) voeren. Elke twee maanden wordt er een bijeenkomst met de provincie en omgevingsdienst georganiseerd om te spreken over de gedecentraliseerde bodemtaken, hier sluiten vanuit Katwijk twee medewerkers bij aan. Deze bijeenkomsten lopen tot eind dit jaar door. In 2021 wordt n.a.v. deze bijeenkomsten inzicht verwacht in de werkvoorraad die de gedecentraliseerde bodemtaken met zich meebrengen.

10

Nog voor april 2021 willen wij inzichtelijk hebben wat de koppeling tussen de bodemtaken en het omgevingsplan in zal gaan houden. Wanneer dit inzicht volledig is zullen wij in oktober inzichtelijk kunnen maken wat het kostenaspect is dat zich hiertoe verhoudt. Dit alles leidt ertoe dat wij op 1 januari 2022 de gedecentraliseerde bodemtaken zullen kunnen uitvoeren.

4. Het DSO Technisch gezien staat het DSO aan de gemeentelijke kant klaar en kunnen wij aanvragen ontvangen in onze software. Centric (Leverancier VTH) is nu bezig met Circle-software (leverancier zaaksysteem) om een koppeling te realiseren. Daarnaast gaan we aan de slag met de inrichting van de DSO-systemen (Portaal van de leefomgeving en Djuma). Zodra er een werkende koppeling is aangebracht tussen beide systemen kunnen wij uitgebreid gaan testen en mogelijk al live gaan met de toezichthouders.

5. De ontwikkelopgave Onder de ontwikkelopgave worden de volgende onderdelen verstaan, waarbij de voortgang er als volgt voor staat:

5.1 De leergang BVTH: Mede door Corona schuiven er twee modules van de leergang BVTH door naar volgend jaar. Deze modules worden naar verwachting in januari en februari 2021 opgepakt.

5.2 Het ontwikkelprogramma: De ontwikkelopgave heeft betrekking op het anders werken onder de Omgevingswet. Kortweg gaat het hier om de ontwikkeling van ‘nee tenzij’ naar ‘ja, mits…’; om de samenhangende benadering van de leefomgeving als geheel en om meer en anders samenwerken met de regio. Deze opgave vullen we als gemeente Katwijk in door samen lerend te ontwikkelen, aan de omgevingstafel, in leergangen, in het project Hoornes Samen in Beweging en in het traject sociale kwaliteit. Deze ontwikkelopgave is sinds dit jaar ook direct gekoppeld aan de organisatieontwikkeling in brede zin. De halfjaarlijkse Middag van de Omgevingswet is voor de komende sessie in verband met de thuiswerksituatie geïntegreerd met de week van persoonlijk leiderschap. De praktijkervaringen aan de omgevingstafel worden langs maatlat van de eigenschappen van persoonlijk leiderschap gelegd. In een panelgesprek geven deelnemers aan welke aspecten van persoonlijk leiderschap nodig zijn voor de omgevingstafel en hoe deze eigenschappen worden versterkt. Voor 2021 wordt ingezet op het verder versterken van de vaardigheden die nodig zijn voor integrale samenwerking, voor de participatie met de omgeving en voor helder communiceren. Hiervoor worden twee middagen georganiseerd.

5.3 Het traject sociale kwaliteit (verbinding fysieke en sociale leefomgeving): In 2019 is de Maatschappelijke Agenda (MAG) vastgesteld. Deze bevat vijf beleidsopgaven: Sociale veiligheid, Gezondheid, Zorg en ondersteuning, Opgroeien en ontwikkelen en Meedoen. In de MAG is op hoofdlijnen beschreven dat deze samenhangt met de omgevingsvisie. Alle vijf de beleidsopgaven hebben een relatie met het fysieke domein. Daarbij gaan we verder dan het klassieke voorzieningenniveau van o.a. buurthuizen en sportaccommodaties, waar traditioneel de verbinding lag. Dit vindt u op verschillende plekken in de visie 2.0 terug. Een fictief voorbeeld over hoe we hier meerwaarde kunnen creëren: collectief maken van de ondersteuning Wmo: scootmobiel. Mensen gebruiken hun scootmobiel niet de hele dag door. Door een breng- en haalsysteem op te zetten worden meerdere doelen behaald: een nieuwe baan (lokale werkgelegenheid en kostenbesparing uitkeringen), ontmoeting faciliteren, eenzaamheid terugdringen en kostenbesparing individuele voorzieningen. Dit vraagt vervolgens om ruimtelijke inpassing, apart of binnen een bestaande accommodatie.

11

Om deze verbinding te verdiepen is de methode Sociale Kwaliteit geïntroduceerd. Hiermee kunnen we op vier manieren sturen op maatschappelijke waarden en doelen in samenspraak met bewoners als medeeigenaar van de vraag en de oplossingsrichting: 1. 2.

3.

4.

Analyse model voor maatschappelijke vraagstukken (wat is er aan de hand?): hier ligt de relatie met het RAK; sociale data uit het databoek van de MAG zijn al toegevoegd aan het RAK. Model voor interventiedoelen (wat gaan we er aan doen?): welke concrete integrale doelen willen we bereiken? Hier ligt de relatie met de ontwikkelstrategieën van de visie 2.0 en met de doelen van zowel de visie 2.0 als de MAG. Projecten en activiteiten in een samenhangende integrale benadering in beeld brengen (hoe draagt het bij aan de opgave?): welke maatregelen gaan we treffen? Hier ligt de relatie met de uitvoeringsagenda. Model als afwegingskader, gezamenlijke prioritering in het licht van de dialoog tussen bewoners, gemeente en maatschappelijke organisaties (welke keuzes maken we?): participatie waarin de beleving, zo men wil ervaringsdeskundigheid van inwoners en maatschappelijke partijen over de fysieke leefomgeving nadrukkelijk meegewogen wordt. Hier is de relatie met het beoordelingskader te leggen.

Om dit te implementeren is onlangs een eerste kennismaking met de methode georganiseerd voor een brede groep ambtenaren. In 2021 worden een drietal leersessies gepland, waarbij we, afhankelijk van de leerbehoeften en –wensen, on the job (werk met werk) gaan oefenen met deze methode. In Q1 of Q2 willen we u graag een toelichting geven op dit model en de wijze waarop het kan worden toegepast in de Katwijkse praktijk.

5.4 Het A&O fonds (Verantwoording 2020): Bij het A&O Fonds gemeenten is in 2020 een projectaanvraag ingediend voor de “Ontwikkelopgave Omgevingswet; Samen aan tafel”. Het programma is in de loop van 2019 gezamenlijk voorbereid, in 2020 organisatiebreed van start gegaan en zal zoveel mogelijk voor het einde van 2020 worden afgerond. In het programma zijn alle ontwikkelactiviteiten opgenomen vanaf november 2019 en 2020: voor bestuur, management, medewerkers en stakeholders en wel door dit samen te doen en lerend te ontwikkelen. Hieronder vallen bijvoorbeeld de leergangen met thematische werksessies om gebiedsgericht te oefenen met de omgevingstafel. Bestuur en raad worden regelmatig meegenomen in eigen sessies of webinars. Tevens wordt geoefend met interne en externe stakeholders en gewerkt aan de Participatiehandreiking. Het projectplan betreft het ontwikkelen en verankeren van de nieuwe werkwijze, kennis en vaardigheden van de Omgevingswet in de organisatie en mensen én het ondersteunen van initiatiefnemers (inwoners en ondernemers) in de nieuwe samenwerking. De verbinding met het lopende traject van organisatieontwikkeling is inmiddels gelegd. Ook de verruiming met anderen, in het bijzonder lokale externe stakeholders is in uitvoering.

Belangrijkste uitdaging voor het vervolg van het programma ligt in het vasthouden van de energie in komende perioden van hoge werkdruk, het ‘nieuwe normaal’ in huisvesting en werkwijze en uiteindelijk het realiseren van de implementatie. Dat geldt voor de bestuurlijke besluitvorming, de intaketafel, de omgevingstafel, het verder betrekken van externen, de uitwerking van de werkprocessen, de benodigde communicatie en het oefenen en werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Er is van het A&O een voorlopige beschikking ten bedrage van € 50.000 ontvangen. Periodiek wordt over de voortgang gerapporteerd aan A&O. Zo zal ook in 2021 nog gerapporteerd moeten worden over de voortgang die in 2020 is gemaakt.

12

6. Programma en communicatie Onder de programmaopgave worden de volgende onderdelen verstaan:

6.1 De externe communicatie: Volgens de lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) moeten gemeenten (en uitvoeringsorganisatie(s)) burgers en bedrijven voor inwerkingtreding van de wet voorzien van correcte en begrijpelijke informatie over de Omgevingswet. Na december 2020 worden de publieksactiviteiten rondom de aankondiging van de Omgevingswet gestart. Deze publieksactie omvat een externe campagne gericht op het informeren, bewust maken en aanzetten tot participeren over/met betrekking tot de Omgevingswet. Het verstrekken van informatie over de Omgevingswet loopt door tot ver in 2021. Daarbij richten we ons vooral op de informatie die voor de verschillende doelgroepen in hun rol relevant is. Voor inwoners en ondernemers in de rol van initiatiefnemer, zullen we ons vooral richten op de wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie en de processen en indieningevereisten voor omgevingsactiviteiten. In de publiekscampagne zullen wij ook aandacht besteden aan participatie en met name het actief stimuleren hiervan zullen. Op dit moment wordt de Participatiehandreiking al naar buiten gebracht. Hier gingen wij onder 3.5.4 kort op in. Vooruitlopend op de komst van de omgevingswet wordt de concept handreiking ‘In gesprek met de omgeving’ meegegeven bij een omgevingsvergunningaanvraag om initiatiefnemers te informeren over het participatieproces onder de omgevingswet.

De concept handreiking is een voorbereidingsdocument waarin een voorschot wordt gegeven op het invoeren van de omgevingswet. De concept handreiking biedt ideeën en tips over hoe participatie vorm te geven. Er wordt bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt tussen kleine plannen (erfafscheiding), middelgrote plannen ((ver)bouwen) van een schuur) en grote plannen (bouwen bedrijfslocatie). Volgend jaar zal er een verdere uitwerking plaatsvinden van het participatiebeleid onder de omgevingswet. Er zullen tevens landelijk als lokaal publiekscampagnes worden voorbereid, waarin wordt benadrukt wat de omgevingswet voor een ieder gaat betekenen. Wij zoeken aansluiting bij deze campagnes en zullen daar waar mogelijk ook gebruik maken van de landelijke communicatiemiddelen zoals flyer en animatiefilmpjes over participatie.

6.2 De planning en voortgang: Begin oktober ontving u van ons de Raadsmonitor 2020 (kenmerk 1773023). Ook het komende jaar zal u deze, naar verwachting in april, van ons ontvangen om u op de hoogte te houden van de planning en voortgang. In het laatste kwartaal van 2021 zullen we een verantwoordings- en overdrachtsdocument leveren voor het gehele implementatietraject dat we de afgelopen jaren hebben doorlopen.

6.3 De financiën: De landelijke vorderingen rondom de financiën betreffende de Omgevingswet worden op de voet gevolgd. Hier gaan wij onder de kanttekeningen in het BBV, behorende bij deze bijlage, dieper op in. De VNG heeft voor de financiële effecten een dialoogmodel ontwikkeld. Samen met de resultaten van de lopende verkenningen zullen we deze benutten bij het opstellen van de Kadernota 2022 om een zo goed mogelijk inschatting te maken van de incidentele en structurele effecten. Aan de minimale eis voor inwerktreding van de Omgevingswet van de VNG: 'Ambities, strategie, aanpak en financiën bepaald', wordt middels een eindverantwoording en aanbevelingen invulling gegeven. In de kadernota 2022 worden de keuzes die hieraan voorafgaan uitgewerkt. De gemeente moet de financiële arrangementen met haar uitvoeringsdiensten volgens lijst met minimale eisen van de VNG (bijlage 2) hebben herzien voor 1 januari 2022. In 2021 zullen wij ons richten op het herzien van de financiële arrangementen met de uitvoeringsdiensten (Milieudienst West Holland). Het takenpakket van uitvoeringsdiensten verandert in veel gevallen namelijk per 1-1-2022. De

13

dienstverleningsovereenkomsten, samenwerkingsafspraken en financiële arrangementen met de uitvoeringsdiensten moeten hierop voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn aangepast. Belangrijke aandachts- en bespreekpunten in dit kader zijn o.a. de herintroductie van de milieuleges en de wijzigingen in vermindering van gebruiksvergunningen/meldingen/informatieplicht, ook omtrent brandveiligheid. In 2021 zullen wij ons verder richten op het aanpassen van de legesverordening, mandaatregeling en de nadeelcompensatieverordening.

6.4 De organisatie: Het vaststellen en presenteren van scenario's voor organisatie en formatie zal begin 2021 plaatsvinden, zodra de landelijke inzichten hierover beschikbaar zijn. Onder de kanttekeningen in het BBV, behorend bij deze bijlage, gaan wij hier dieper op in. Eind 2021 zullen wij samen met de betrokken medewerkers de veranderopgave voor na 1 januari 2022 in kaart brengen. De implementatiewerkzaamheden die er na inwerkingtreding van de Omgevingswet nog liggen, zullen in de lijn belegd worden, direct gekoppeld aan de betreffende organisatieprocessen.

6.5 De interne communicatie: In de Routeplanning 2021 is de rij voor interne communicatie nog leeg. Voor de interne communicatie wordt maandelijks een review georganiseerd. In december en januari wordt een tweetal webinars georganiseerd, waarin de deelnemers van de review zullen worden bijgepraat over de vorderingen rondom de Omgevingswet. In het eerste webinar zal aandacht worden geschonken aan de omgevingsvisie en de week van persoonlijk leiderschap in samenhang met de omgevingstafel. In het tweede webinar komen het DSO en het traject sociale kwaliteit aan bod. De interne communicatie in de vorm van reviews loopt door gedurende het komende jaar. Bij dit onderdeel hoort ook de informatie voor college en raad. Deze verloopt via de besluitvorming over concrete ontwikkelingen. Voorstel is om tenminste op drie momenten gedurende het jaar via een technische briefing de besluitvorming in te leiden.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9648433/1