33. Bijlage 2. De aangevulde lijst met minimumeisen van de VNG (1805353)
Tekst van het document
Minimale acties Omgevingswet voor gemeenten Versie 3.0 / 20 februari 2020
Dit overzicht van minimale acties Omgevingswet laat zien wat gemeenten minimaal moeten regelen voor 1 januari 2022 om klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. We onderscheiden hierin de volgende categorieën: 1. Juridische eisen: dit zijn eisen die één op één terug te voeren zijn op verplichtingen in wet- en regelgeving; 2. Bedrijfsmatige eisen: deze zijn niet juridisch verplicht, maar worden wel vanuit bedrijfsmatige optiek noodzakelijk geacht voor het uitvoeren van de wet; 3. Adviezen: niet verplicht per 1-1-22, maar wel noodzakelijk voor het (op termijn) bereiken van de doelen van de Omgevingswet De ordening van de minimale acties is gebaseerd op de beleidscyclus, waarbij vanuit de fase uitvoering is teruggewerkt naar de voorgaande fasen (achtereenvolgens beleidsdoorwerking, beleidsvorming, monitoring en evaluatie). Daaraan is een blokje ‘strategie’ en ‘overig’ toegevoegd. Een aantal van de eisen is ontleend aan de interbestuurlijke minimumlijst. Dit is bij de betreffende eisen aangegeven (namelijk 2, 3, 4, 5 en 14). Algemene strategie 1. Ambities, strategie, aanpak en financiën bepaald
Advies
De gemeente heeft de ambities, strategie en aanpak voor de invoering van de Omgevingswet bepaald en de financiële consequenties in beeld gebracht. Gemeenten krijgen door de Omgevingswet meer bestuurlijke afwegingsruimte. Daarnaast liggen er keuzes hoe het instrumentatrium van de Omgevingswet in te zetten en de wijze waarop en het tempo waarin de Omgevingswet wordt ingevoerd. Daarbij dienen de financiële consequenties van de Omgevingswet in beeld te worden gebracht. De VNG adviseert deze keuzes op korte termijn expliciet te maken, omdat ze gevolgen hebben voor het verdere traject. Geadviseerd wordt om daarbij ook een planning op te stellen voor de door de raad te nemen besluiten; een overzicht van noodzakelijke raadsbesluiten is opgenomen in de roadmap. Aanvragen, meldingen & vergunningen 2. Kunnen ontvangen aanvragen en meldingen
Eis (juridisch)
Vergunningen en meldingen: Techniek: Per 1-1-22 is het bevoegd gezag (en/of de uitvoeringsorganisatie) in staat om conform de daarvoor geldende standaard een aanvraag of melding (art. 14.1 Ob) vanuit de landelijke voorziening te ontvangen (Deze eis is maakt als nummer 5.1 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst).
Voor de continuïteit van de dienstverlening moet de gemeente (en/of de uitvoeringsorganisatie) vanaf 1-1-22 aanvragen en meldingen vanuit DSO-LV kunnen ontvangen. Dit behelst ook aanvragen voor ‘vooroverleg’ of ‘verkennen initiatief’; zie eis 8. DSO-LV biedt aanvragen en meldingen aan conform de STAM standaard. Dit is een ander koppelingsmechanisme dan bij het huidige Omgevingsloket Online. De gemeente dient de benodigde aanpassingen in de software te hebben gedaan. Daarnaast moeten zaaksystemen zijn ingericht conform Omgevingswet (zaaktypen en processen) en moeten deze overweg kunnen met het begrip milieubelastende activiteit (i.p.v. inrichting) en locatie.
1
3. Proces behandelen vergunningaanvragen en meldingen ingericht
Eis (juridisch)
Vergunningen en meldingen: Proces: Per 1-1-22 is het bevoegd gezag (en/of de uitvoeringsorganisatie) voorbereid op de gewijzigde vergunningprocedure conform de eisen van de Omgevingswet. Hieronder valt het kunnen verwerken van een enkelvoudige en een meervoudige aanvraag. (Deze eis is maakt als nummer 5.2 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst).
De Omgevingswet stelt nieuwe eisen aan het proces van vergunningverlening. Belangrijke veranderingen zijn a) een verkorting van de beslistermijn voor de meeste aanvragen naar 8 weken, b) integraal besluit van meer sectoren dan nu. In bepaalde gevallen verandert het bevoegd gezag en/of adviesschap van andere bestuurslagen. De bekendmaking van de verleende vergunning vindt ook na 1-1-22 nog plaats via DROP1. Gemeenten moeten processen en systemen aanpassen en hun medewerkers opleiden. Samenwerkingsafspraken met uitvoeringsorganisaties en ketenpartners moeten mogelijk worden bijgesteld (procesafspraken, taken bij meldings- en vergunningplicht, verkennen initiatief, toezicht en handhaving, adviestaken). Tenslotte moeten - als dit aan de orde is de besluiten van de gemeenteraad inzake 'advies met instemming voor de raad' (bij de buitenplanse Omgevingsplanactiviteit) en 'verplichting tot participatie' in het proces worden verwerkt. 4. Kunnen beoordelen vergunningaanvragen
Eis (juridisch)
Vergunningen en meldingen: Beoordeling: Per 1-1-22 is het bevoegde gezag (en/of haar uitvoeringsorganisatie) in staat om aanvragen voor omgevingsvergunningen te beoordelen conform de eisen van de Omgevingswet. (Deze eis is maakt als nummer 5.3 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst).
De Omgevingswet brengt nieuwe juridische begrippen en kaders voor vergunningverlening. Er zijn twee grote wijzigingen in systematiek. In de milieuregelgeving wordt het begrip ‘inrichting’ losgelaten en komt het begrip activiteit daarvoor in de plaats. Bij een aanvraag moet beoordeeld worden welke activiteiten en regels in het besluit activiteiten leefomgeving van toepassing zijn. De tweede grote wijziging is het loskoppelen van de technische bouwactiviteit (regels in het besluit bouwwerken leefomgeving) van de ruimtelijk bouwactiviteit (regels in de bruidsschat). Daarnaast komen er nieuwe rekenregels en normen voor geluid en verschuiven er bodemtaken van de provincie naar de gemeente. Bij gemeenten en uitvoeringsdiensten ligt een forse opgave om voor 2022 kennis en expertise op te bouwen over deze inhoudelijke wijzigingen. Juist in de overgangsfase is het daarbij heel belangrijk dat de gemeente zich een helder beeld verwerft wélke aanvragen gedaan op wélk moment moeten worden getoetst aan wélke regels (bij zowel vergunningverlening als handhaving)! Immers: er zijn gerelateerde wetten die (nog) niet overgaan in de Omgevingswet. Ook kunnen regels verhuizen als gevolg van de stelselwijziging (van regeling-niveau naar AMvB of bruidsschat) Lokale verordeningen gaan stapsgewijs op in het nieuwe omgevingsplan, geheel of deels.
Soms gelden daarbij de lokale aanvraagvereisten, soms zijn deze opgenomen in de bruidsschat, etc. 5. Kunnen aanleveren indieningsvereisten
Eis (juridisch)
Vergunningen en meldingen: Indieningsvereisten: Per 1-1-22 stellen provincie, waterschap en gemeente de informatie beschikbaar die nodig is om een aanvraagformulier in de landelijke voorziening samen te stellen, waarin ook de door hen gestelde indieningsvereisten zijn meegenomen. (Deze eis is maakt als nummer 5.4 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst).
De aanvraagformulieren in het DSO-LV zijn zogenaamde 'dynamische formulieren'. Deze formulieren worden opgebouwd met 'toepasbare regels', die gebaseerd zijn op de indieningsvereisten die zijn opgenomen in wet- en regelgeving. Als start wordt het DSO-LV gevuld 1 De wijze waarop de kennisgeving voor de buitenplanse OPA in DSO-LV wordt getoond wordt nog nader
uitgewerkt.
2
met de toepasbare regels (de aanvraagformulieren dus) die zijn gebaseerd op de bruidsschat. Daarna dienen gemeenten de gewenste wijzigingen hierin zelf aan te leveren aan DSO-LV volgens de voorschreven standaard (STTR). Gemeenten dienen daarom in 2020 de hiervoor benodigde kennis op te bouwen en systemen (of diensten) te verwerven. Ook zijn afspraken nodig met de omgevingsdiensten over hun rol bij het opstellen van de indieningsvereisten en (indien gewenst) toepasbare regels. Daarnaast is van belang dat gemeenten in 2020 vragenbomen opstellen voor díe vergunningchecks en meldingen die niet worden geleverd met de bruidsschat, maar die ze nu wel in OLO hebben (behouden gelijkblijvend dienstenniveau). 6. Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit ingesteld
Eis (juridisch)
De gemeente heeft een commissie ingesteld die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument (gemeentelijke adviescommissie). Onder de Omgevingswet is een welstandscommissie (of een commissie ruimtelijke kwaliteit) alleen verplicht voor het toetsen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument. Ook andere adviesrollen kunnen bij de commissie belegd worden. Gemeenten moeten zich voor 1-1-22 beraden op de gewenste invulling en inrichting van deze commissie. 7. Vergunningverlening aangepast op de Wkb
Eis (juridisch)
Per 1-1-2022 dient de gemeente de vergunningverlenings- en meldingsprocessen betreffende bouwactiviteiten te hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de legesverordening, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. Het proces voor vergunningverlening voor bouwwerken wordt in tweeën opgeknipt: de ruimtelijk component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid) loopt via de gemeente en de bouwtechnische component via een melding. Hiertoe wordt de papieren toets op het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit toetst en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Dit alles vraagt een aanzienlijk aantal wijzigingen in processen, legesverordening, competenties en informatievoorziening die de gemeente in 2020 dient te implementeren. 8. Proces verkennen initiatief ingericht
Eis (bedrijfsmatig)
De gemeente heeft het proces ‘verkennen initiatief’ ingericht zodanig dat een volledig en betrouwbaar beeld wordt verkregen van het initiatief, van het draagvlak bij belanghebbenden en van de mogelijkheden van het bevoegd gezag om de benodigde vergunning(en) hiervoor te verlenen. Het proces 'verkennen initiatief' gaat vooraf aan het indienen van de definitieve vergunningaanvraag. Effectief inrichten van dit proces is noodzakelijk voor het kunnen halen van de 8-wekentermijn bij (complexe) vergunningaanvragen. Hierbij moeten alle betrokken stakeholders worden aangehaakt, mogelijkheden en alternatieven verkend, alle benodigde informatie verzameld en een betrouwbare inschatting van de haalbaarheid zijn gemaakt. De omgevingstafel is een door VNG geadviseerde en in de praktijk beproefde methode om hieraan invulling te geven. 9. Participatie bij initiatieven ingericht
Eis (bedrijfsmatig)
De gemeente heeft de minimaal noodzakelijke processen en werkwijzen voor participatie bij initiatieven ingericht. Participatie is één van de belangrijke aspecten van de Omgevingswet en kan op veel ambitieniveaus vorm krijgen. Participatie is niet verplicht bij omgevingsvergunningen (behoudens de
3
door de raad aan te wijzen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) en kent geen vormvereisten. De gemeente dient enkele belangrijke zaken, zoals benoemd in de roadmap, te regelen voor 2022. NB: uit de motie Nooren (11 februari 2020) vloeit voort dat gemeenten, liefst voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, participatiebeleid moeten vaststellen. Daarin wordt vastgelegd hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden. 10. Kunnen opstellen en aanleveren vragenbomen vergunningcheck
Advies
De gemeente is in staat om toepasbare regels voor de vergunningcheck op te stellen en aan te leveren aan DSO-LV, conform de daarvoor geldende standaard; Per 1-1-22 tenminste voor die activiteiten waarvoor het uitvoeren van een vergunningcheck nu ook al mogelijk is (gelijkblijvend dienstverleningsniveau). Met de vergunningcheck kunnen burgers en bedrijven eenvoudig checken of een vergunning nodig is, in eerste instantie voor topactiviteiten. Het aanbieden van een vergunningcheck per 1-1-22 is geen juridische verplichting. Het behouden van het huidige dienstverleningsniveau is wel bestuurlijk overeengekomen. Dit betekent dat vragenbomen moeten worden gemaakt voor alle activiteiten waarvoor nu in het OLO een vragenboom bestaat. Een deel van deze vragenbomen wordt meegeleverd met de bruidsschat en valt daarna onder gemeentelijk beheer. Een klein deel moet door de gemeente zelf opgesteld worden. 11. Snelle dienstverlening voor topactiviteiten ingericht
Advies
De gemeente heeft processen voor snelle en simpele dienstverlening ingericht voor eenvoudige topactiviteiten (zoals eenvoudige verbouwingen in en om het huis, t.w. dakkapel, uitbouw, kappen etc.). De Omgevingswet heeft onder andere ten doel het verbeteren van de dienstverlening. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar veel uitgevoerde (vaak kleine) initiatieven, vooral worden ondernomen door burgers en MKB. De wet biedt kansen om dergelijke initiatieven vergunningvrij te maken (via Algemene Regels) en daar waar vergunningen nodig blijven is het de uitdaging om de processen zo snel en simpel mogelijk in te richten. De 'snelserviceformule' biedt een concrete aanpak om deze doelstelling vorm te geven. Toezicht en handhaving 12. Toezicht en Handhaving ingericht
Eis (juridisch)
De gemeente heeft toezicht en handhaving afgestemd op de bedoelingen en eisen van de Omgevingswet, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen. De Omgevingswet heeft op uiteenlopende wijzen consequenties voor toezicht en handhaving. Zo is er vaker sprake van algemene regels en zorgplichten. Zorgplichten kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Een overtreding van een gedoogplicht is onder de Omgevingswet strafbaar te stellen. De mogelijkheden voor de bestuurlijke boete zijn uitgebreid. Prioriteringsbeleid mag een formele reden zijn om niet te handhaven en tenslotte kunnen bevoegdheden worden overgedragen aan een ander bestuursorgaan. Deze veranderingen zullen deels effect hebben vanaf 1-1-22 – als gevolg van de wet, AMVB's en Regeling – en deels in de jaren daarna door nieuwe (typen van) regels in de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Dit vraagt aanpassingen van organisatie, processen en systemen, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen. De gemeente moet zich hier in 2020 een beeld van vormen. 13. Toezicht en handhaving aangepast aan de Wkb
Eis (juridisch)
Per 1-1-2022 dient de gemeente de toezichts-en handhavingsprocessen bij bouwactiviteiten te hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen,
4
de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. De Wet kwaliteitsborging betekent een groot aantal veranderingen bij toezicht en handhaving inzake bouwactiviteiten. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en blijft het bevoegd gezag. Bouwtoezicht voor categorie 1 bouwwerken wordt echter primair belegd bij private kwaliteitsborgers. De toets op het bouwplan vooraf wordt vervangen door toetsing op het bouwwerk zoals gebouwd. De gemeente toetst niet meer inhoudelijk aan bouwtechnische voorschriften, maar controleert of de opdrachtgever werkt met een toegelaten, geschikt instrument en een onafhankelijke kwaliteitsborger. De Wkb voert daarbij ook verschillende aanpassingen door in het Burgerlijk Wetboek om de positie van de opdrachtgever te versterken. Dit alles vraagt een aanzienlijk aantal wijzigingen in processen, competenties en informatievoorziening die de gemeente in 2020 dient te implementeren. Planvorming 14. Kunnen wijzigen omgevingsplan
Eis (juridisch)
Als een gemeente een omgevingsplan wil wijzigen, dan stelt de gemeente deze wijziging per 1-1-22 vast conform de eisen van de Omgevingswet. Het gewijzigde deel van het plan voldoet aan de provinciale instructieregels en aan de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De wijziging wordt met behulp van de geldende standaard ontsloten via DSO-LV. (Deze eis is maakt als nummer 4 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst).
Gemeenten beschikken op 1-1-22 over een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege. Het wijzigen hiervan moet volgens de regels van de Omgevingswet. Dit betekent dat wijzigingen moeten voldoen aan de instructieregels van rijk en provincie, maar ook aan andere kaders vanuit wet- en regelgeving. Denk aan: wat mag in het omgevingsplan, welke omgevingswaarden mag de gemeente zelf stellen, waar is maatwerk op rijksregels mogelijk etc. Bij het maken van een omgevingsplan nieuwe stijl krijgen gemeenten te maken met een aantal beleidsvernieuwingen rond met name geluid. Zo zullen de huidige geluidproductieplafonds van (spoor)wegen en gezoneerde industrieterrein in omgevingswaarden in het omgevingsplan moeten worden opgenomen en zijn de rekenregels aangepast. Ook de systematiek voor externe veiligheid verandert: in het nieuwe omgevingsplan komen zogenaamde aandachtsgebieden. De wijzigingsbesluiten (en de daaraan voorafgaande voorbereidingsbesluiten) moeten volgens de nieuwe standaard (STOP/TP) aan de LVBB (en daarmee indirect aan DSO-LV) worden aangeboden. Dit vraagt nieuwe ICT-systemen. Het is van belang dat gemeenten zich hierop voorbereiden voor 1-1-22. 15. Kunnen werken met tijdelijk omgevingsplan
Eis (bedrijfsmatig)
Per 1-1-22 is de gemeente in staat om te kunnen werken met het tijdelijk omgevingsplan (van rechtswege). De gemeente heeft zich hiervoor verdiept in de bruidsschat, het overgangsrecht en de wijze waarop het tijdelijk omgevingsplan geraadpleegd kan worden in het DSO-LV. Daarnaast heeft de gemeente de bestaande 'planvoorraad' opgeschoond en – voor zover nodig geacht – de oude bestemmingsplannen geactualiseerd in ruimtelijkeplannen.nl. Elke gemeente krijgt van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan: de verzamelde bestaande ruimtelijke plannen aangevuld met de bruidsschat - regels die van het Rijk overgaan naar gemeenten. Om hiermee goed te kunnen werken moet de gemeente de inhoud van de bruidsschat doornemen en oefenen met het nieuwe omgevingsloket, waarin de bruidsschat en ruimtelijke plannen naast elkaar getoond worden. Gemeenten kunnen de bruidsschat nog even ongemoeid laten, maar kunnen ook besluiten om die, vanaf 1-1-22, te vervangen door eigen regels in het nieuwe omgevingsplan. Het advies is om daar in 2020 over na te denken. Daarnaast raden we aan om voor 2022 de bestemmingsplannen 'op te schonen'.
5
16. Plan(ning) gemaakt voor een nieuw omgevingsplan
Advies
De gemeente heeft keuzen gemaakt over de uitgangspunten, structuur en insteek van het nieuwe omgevingsplan. Daarbij is ook bepaald in welke stappen en in welk tempo het nieuwe omgevingsplan wordt opgesteld. Eén en ander in lijn met de kaders vanuit rijks- en provinciale regelgeving en vastgelegd in een met de raad afgestemd plan van aanpak. De gemeente heeft tot 1-1-2029 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te vormen tot een omgevingsplan dat voldoet aan de bedoeling van de Omgevingswet. Dit is in de meeste gemeenten een proces van jaren. Daarom is het verstandig om nu te beginnen met oriënterende en voorbereidende stappen. Relevant hierbij is dat wanneer het langer duurt om te komen tot het nieuwe omgevingsplan dit tot gevolg heeft dat een langere periode het oude regime (tijdelijk omgevingsplan) en nieuwe regime (nieuw omgevingsplan) naast elkaar bestaan, hetgeen de lijnorganisatie belast. Daarom wordt geadviseerd in het plan te sturen op een zo kort mogelijke periode voor het opstellen van het nieuwe omgevingsplan. Het is daarnaast van belang om de kaders vanuit rijksregelgeving en de provinciale verordening goed te bestuderen; provinciale instructieregels kunnen bijvoorbeeld betekenen dat sommige onderdelen van het omgevingsplan al (ruim)voor 2029 vastgesteld moeten zijn (denk aan klimaatadaptatie, energietransitie etc.). Programma(’s) 17.
Programma luchtkwaliteit vastgesteld
Eis (juridisch)
Per 1-1-22 beschikken die gemeenten die daartoe verplicht zijn over een vastgesteld programma luchtkwaliteit. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is een omgevingsnorm voor luchtkwaliteit opgenomen. Gemeenten waar deze norm overschreden wordt, moeten per 1-1-22 een vastgesteld programma luchtkwaliteit hebben. 18. Kennis vergaard over kerninstrument programma
Advies
De gemeente heeft haar programma('s) vastgesteld en (zodra mogelijk) gepubliceerd via DSO-LV. Het programma is een belangrijk kerninstrument dat een rol vervult als verbindend instrument tussen omgevingsvisie en het omgevingsplan. De VNG adviseert om tijdig kennis op te bouwen over dit kerninstrument, aangezien de wijze waarop de gemeente het programma in wil zetten van invloed is op het opstellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Omgevingsvisie 19. Omgevingsvisie in voorbereiding
Advies
De gemeente heeft wezenlijke stappen gezet in het formuleren van een integrale omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet, en heeft besloten of zij gebruik maakt van de gelijkstellingsbepaling, welke regelt dat een voor 1-1-22 vastgestelde omgevingsvisie ook na ‘21 blijft gelden als omgevingsvisie De verplichting om een gebiedsdekkende omgevingsvisie te hebben geldt vanaf 1-1-24. De doorlooptijd voor het opstellen van een omgevingsvisie en de besluitvorming is echter vaak lang. Daarom is het zinvol om hiermee nu te beginnen. De gemeente kan op deze wijze leren hoe zij het instrument omgevingsvisie wil inzetten en bovendien helpt duidelijkheid over de omgevingsvisie bij het opstellen van het omgevingsplan. Indien een gemeente voor 2022 reeds beschikt over een omgevingsvisie kan ze gebruik maken van de zogenaamde ‘gelijkstellingsbepaling'. In dat geval geldt een omgevingsvisie die is vastgesteld voor 2022 daarna ook als een omgevingsvisie. Indien een gemeente na 1-1-22 een omgevingsvisie vaststelt, dient deze bekendgemaakt en beschikbaar gesteld te worden via de LVBB.
6
Monitoring en evaluatie 20. Monitoring en evaluatie ingericht
Advies
De gemeente heeft monitoring & evaluatie afgestemd op de bedoelingen en eisen van de Omgevingswet. De Omgevingswet heeft op uiteenlopende wijzen consequenties voor monitoring. Deels per 1-1-22 als gevolg van wet- en regelgeving op landelijk niveau en deels (in toenemende mate) in de jaren daarna door nieuwe (typen van) regels in de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Dit vraagt aanpassingen van organisatie, processen en systemen in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen. In het bijzonder dient hierbij - vanuit het aanvullingsspoor geluid – aandacht te zijn voor monitoring van geluid: dit moet structureel en fijnmaziger worden ingericht. Er komen daarnaast nieuwe normen en meetwaarden (dit betekent anders meten). Bij gebiedsontwikkeling wordt een preventieve geluidstoets verplicht. Tevens komt er de verplichting geluidsbelastingkaarten te bepalen, gekoppeld het omgevingsplan. Deze moeten landelijk worden ontsloten via de Cvgg, naar verwachting per 2023. Overig 21. Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken
Eis (juridisch)
Per 1-1-22 heeft de gemeente afspraken gemaakt over de overdracht van bodemtaken, de regels en de bijbehorende middelen vanuit de provincie en is in staat om de overgedragen taken uit te (laten) voeren. Als gevolg van de aanvullingswet bodem gaat een aantal bodemtaken over van de provincie naar de gemeente. (29 gemeenten voeren deze taken nu al uit). Dit betreft onder meer onderzoek en regelgeving van bodemsanering. De gemeente dient afspraken te maken met de provincie over de overdracht van deze taken en de bijbehorende middelen en zich voor te bereiden op de uitvoering ervan. Hierin dienen ook de betreffende uitvoeringsorganisaties te worden betrokken. 22. Kunnen toepassen procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen
Eis (juridisch)
Per 1-1-22 kan de gemeente de procedurele wijzigingen van het voorkeursrecht toepassen, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. Als een gemeente vanaf 1-1-22 een voorkeursrecht wil vestigen moeten procedurele en juridische wijzigingen zijn doorgevoerd. Dit betreft onder meer de van toepassing zijnde grondslagen, termijnen, etc. Hetzelfde geldt voor onteigeningen. Beide wijzigingen maken deel uit van de Aanvullingswet grondeigendom. Deze nieuwe regels moeten worden toegepast vanaf 1-1-22; de gemeente moet zich daarop in 2020 voorbereiden. 23. Kunnen toepassen procedures en regels kostenverhaal
Eis (bedrijfsmatig)
Per 1-1-22 heeft de gemeente de procedures en (reken)methoden voor kostenverhaal geïmplementeerd, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. De Omgevingswet (aanvullingswet grondeigendom) betekent aanzienlijke wijzigingen voor kostenverhaal. Dit wordt gekoppeld aan nieuwe instrumenten. Daarnaast veranderen de grondslagen, de kostensoortentabel en de procedurele vereisten en termijnen. Zeer belangrijk is tenslotte dat verandert welke kosten de gemeente kan verhalen. De nieuwe regels moeten worden toegepast vanaf 1-1-22; de gemeente moet zich daarop in 2020 voorbereiden. Ook is het verstandig om bij trajecten die nu in voorbereiding zijn te kiezen of de gemeente kostenverhaal wil inzetten onder het oude regime of juist onder het nieuwe.
7
24. Legesmodel, mandaatregelingen en verordening planschade aangepast
Eis (bedrijfsmatig)
De gemeente heeft haar legesmodel, de mandaatregelingen en de procedureverordening planschade aangepast op de situatie per 1-1-22. Aanpassingen door de stelselwijziging per 1-1-22 moeten in het legesmodel worden verwerkt. (Dit is een reguliere periodieke activiteit voor het team dat de legesverordening beheert.) Hierbij moet in ieder geval worden gekeken naar de milieubelastende activiteit, het bijbehorend bouwwerk, brandveilig gebruik, de gevolgen van de Wkb en (in een latere fase) de gevolgen van al dan niet dereguleren. Ook de mandaatregelingen dienen te worden aangepast, zoals dit algemeen gebruikelijk is bij de invoering van nieuwe wetgeving. Tenslotte moet worden bezien of en hoe de procedureverordening planschade wordt geactualiseerd (‘nadeelcompensatie’ onder de Omgevingswet). 25. Financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien
Eis (bedrijfsmatig)
De gemeente heeft de financiële arrangementen met haar uitvoeringsdiensten herzien. Het takenpakket van uitvoeringsdiensten verandert in veel gevallen per 1-1-22. De dienstverleningsovereenkomsten, samenwerkingsafspraken en financiële arrangementen met de uitvoeringsdiensten moeten hierop voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn aangepast. Belangrijke aandachts- en bespreekpunten in dit kader zijn o.a.: • Herintroductie van de milieuleges (misschien gaat de OD die heffen namens de gemeente); • Wijzigingen omtrent de kleine bouw (gevolgklasse 0: deregulering, gevolgklasse 1 naar de Wkb); • Wijzigingen in vermindering van gebruiksvergunningen / meldingen / informatieplicht, ook omtrent brandveiligheid; • Wijzigingen in het basistakenpakket; • Wijzigingen op basis van beleidskeuzes van de gemeente (ambities aangaande dienstverlening, deregulering, of juist lokaal maatwerk, bijvoorbeeld vanuit de bruidsschat) 26. Verstrekken informatie over de Omgevingswet
Eis (bedrijfsmatig)
De gemeente (en uitvoeringsorganisatie) kan burgers en bedrijven voorzien van correcte en begrijpelijke informatie over de Omgevingswet. Voorafgaand aan de invoering van de wet dienen burgers en bedrijven te worden geïnformeerd over de aanstaande wijzigingen. Gemeenten hebben hierin taken, aanvullend aan een geplande campagne van het Rijk. Daarnaast verstrekken gemeenten (en hun uitvoeringsorganisaties) via uiteenlopende kanalen informatie aan burgers en bedrijven over de procedures verbonden aan de wet, over de eisen die wet- en regelgeving stellen aan initiatieven, etc. Dit gebeurt zowel door middel van algemene voorlichting als in reactie op vragen. Alle communicatie uitingen (website, brochures, formulieren, standaardbrieven etc.) dienen per 1-1-22 te zijn aangepast. 27. Veranderopgave na 2022 bepaald
Advies
Gemeentebestuur, management en 'uitvoering' hebben een beeld van de verdere veranderopgave die voortvloeit uit de bedoeling van de wet en hebben op basis daarvan een aanpak gedefinieerd om de organisatie verder te laten groeien in de wijze waarop de Omgevingswet wordt uitgevoerd. Voor het bereiken van onderliggende doelstellingen van de Omgevingswet is meer nodig dan invulling geven aan de minimumeisen. De gewenste ontwikkeling vraagt niet alleen het 'technisch' aanpassen van regels, processen en werkwijzen, maar (vooral) om een verdergaande ontwikkeling van o.a. cultuur, vaardigheden, gedrag, gedeelde waarden. Het is van belang dat gemeenten de verdere organisatieontwikkeling vormgeeft en/of faciliteert. Deze ontwikkeling vraagt duurzaam aandacht tot 2029 (en wellicht daarna)
8