CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

31. Bijlage 1. Onderzoeksrapport Berenschot 'Roeien met te korte riemen' (1883384)

Raad 8 april 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: A. Voor kennisgeving aan te nemen:25.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Roeien met te korte riemen Onderzoek naar de financiële positie en beleidsruimte van gemeenten in Zuid-Holland Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de provincie Zuid-Holland

3 maart 2021

2

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Waarom dit onderzoek? De sfeer in gemeenteland is gespannen. Steeds meer gemeenten geven aan dat ze financieel in zwaar weer zitten, met grote risico’s voor de gemeenschap. En ze moeten roeien met de riemen die ze hebben. Met weinig middelen en met een beperkte eigen beleidsruimte, zo is het gevoel.

Sterk oplopende tekorten

Coronacrisis versterkt zorgen en onzekerheid

Wat zien de gemeenten als de oorzaak van de penibele financiële situatie van gemeenten? Een aantal factoren speelt

Naast grote zorgen over de huidige financiële positie, zijn

daarbij een rol: het beeld dat het sociaal domein overmatig fors

er zorgen over de financiële gevolgen van de coronacrisis.

op de begroting drukt, dat er groeiende tekorten zijn en dat het

Gemeenten zien zich geconfronteerd met aanvullende taken,

Rijk steeds meer uitvoerende taken naar de ‘eerste overheid’

maatschappelijke problemen en dalende inkomsten en moeten

over hevelt. Tegelijkertijd worden gemeenten gekort (het Rijk

extra maatregelen nemen. Het Rijk en de VNG (Vereniging

ging ervanuit dat gemeenten de overgehevelde taken efficiënter

van Nederlandse Gemeenten) hebben afspraken gemaakt om

en dus goedkoper konden uitvoeren) en fluctueert de hoogte

gemeenten financieel te compenseren.

van de algemene uitkering die gemeenten uit het gemeentefonds ontvangen. Zo is het beeld.

De gemeenten hebben verdeeld over drie coronapakketten in totaal een compensatie gekregen van ruim € 1,5 miljard

Als opdrachtgever heeft de provincie Zuid-Holland de

(Rijksoverheid, december 2020). Ondanks de compensatie

volgende hoofdvraag voor het onderzoek meegegeven:

en het bevriezen van het gemeentefonds-accres (het bedrag

wordt nog in voldoende mate voldaan aan het grond-

waarmee het beschikbare bedrag van het gemeentefonds

wettelijke uitgangspunt van autonomie en open

jaarlijks wordt aangepast) voor twee jaar, houden gemeenten

huishouding van gemeenten in Zuid-Holland?

hun hart vast voor de langetermijneffecten van de coronacrisis.

Deze hoofdvraag wordt beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: • Hoe heeft de financiële ruimte van

Donkere wolken boven grote ambities en opgaven

Zuid-Hollandse gemeenten zich ontwikkeld? • Hoe heeft de beleidsmatige ruimte van Zuid-Hollandse gemeenten zich ontwikkeld?

De komende jaren krijgen gemeenten te maken met stevige opgaven op het gebied van klimaat en energie. Daarnaast

• In hoeverre kunnen Zuid-Hollandse gemeenten

willen ze aan de slag om hun ambities te realiseren, zoals die

bijdragen aan de interbestuurlijke opgaven

zijn vastgelegd in het Interbestuurlijk Programma (IBP). Die

voor de komende jaren?

opgaven en ambities staan op gespannen voet met de financiële onzekerheden in de toekomst. Denk aan de herijking van het gemeentefonds, een mogelijk ander belastingstelsel, meer regionale financiering et cetera. Veel gemeenten ervaren deze onzekerheden als ‘donkere wolken’.

3

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Gemeenten en provincies komen in actie

Autonomie versus afhankelijkheid Gemeenten vormen een autonome bestuurslaag en hebben een

Gemeenten zien hun financiële toekomst somber in. Hoe

‘open huishouding’. Tegelijkertijd zijn ze afhankelijk van het

somber bleek wel op donderdag 2 juli 2020. Voorafgaand aan

gemeentefonds en de Rijksoverheid als ‘hogere wetgever’. Is het

het debat over de gemeentefinanciën dat plaatsvond in de

gerechtvaardigd dat gemeenten worden ‘gedwongen’ taken op

Tweede Kamer voerden gemeentebesturen actie. Zij werden

een bepaalde manier uit te voeren – zonder afdoende middelen

gedreven door het gevoel dat het water hen aan de lippen staat

– als het realiseren van hun traditionele taken en ambities en

en dat de inwoners straks de dupe worden van de financiële

hun vermogen daardoor onder druk komen te staan?

malaise. Ook de provincies lieten van zich horen en trokken

In hoeverre zijn gemeenten een autonome bestuurslaag?

aan de bel bij het Rijk. Als toezichthouders nemen zij het signaal van gemeenten ‘dat het zo niet langer gaat,’ heel serieus.

Op zoek naar antwoorden

Eind 2020 gaf minister Ollongren in de Kamer aan dat onderzoek wordt gedaan naar de financiële positie van gemeenten

In dit onderzoek gaan we op zoek naar antwoorden op deze

om in beeld te brengen of middelen voldoende waren om taken

vragen, kijkend vanuit een financieel perspectief, met speciale

uit te voeren. Het onderzoek naar de tekorten in de jeugdzorg

aandacht voor het sociaal domein en de beleidsruimte van

toonde al aan dat de structurele tekorten voor dit specifieke

gemeenten.

€ 1,6 miljard en € 1,8 miljard per jaar (AEF, 2020a). Het andere onderzoek, naar de financiële positie van gemeenten in Nederland, is naar verwachting binnenkort gereed. Verder beleid omtrent toekenning van aanvullende middelen wordt

Hoe zorgwekkend is de financiële situatie van gemeenten werkelijk?

aan het volgende kabinet overgelaten.

In hoeverre hebben gemeenten voldoende beleidsvrijheid?

Behoefte aan kwantitatieve onderbouwing Gemeenten lopen te hoop tegen het Rijk en de provincies steunen ‘hun’ gemeenten. Maar niemand weet precies hoe het zit. Zowel van de kant van de gemeenten als van het Rijk is de problematiek nog niet duidelijk in kaart gebracht en gekwantificeerd. Hoe groot zijn de financiële problemen van de gemeenten nu eigenlijk? De meeste gemeenten presenteren een sluitende meerjarenbegroting, maar ten koste van welke maatschappelijke opgaven en ambities? Wat gaat er verloren? Komt het grondwettelijk uitgangspunt van autonomie en open huishouding van de gemeenten niet in gevaar? Op dit soort vragen is nog geen goed antwoord, zodat het debat blijft hangen in casuïstiek en beeldvorming.

Analyse beleidsvrijheid

Financiële analyse

gemeenten in Nederland wordt geschat op een bedrag tussen

Analyse Sociaal domein

onderwerp aanzienlijk zijn, het structurele tekort voor alle

Figuur 1.

Dwarsdoorsnedes onderzoek

4

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Samenwerking met deskundigen Om tot relevante en betrouwbare resultaten en interpretaties te komen, hebben we voor ons onderzoek samengewerkt met een panel van hoogleraren en deskundigen van gemeenten in Zuid-Holland en met een duidingscommissie van twee hoogleraren en een ervaren bestuurder. Het panel heeft gekeken naar definities, formats en de onderzoeksopzet.

Begeleidingscommissie

Duidingscommissie

Dr. Tjerk Budding

Prof. mr. dr. Henk Addink

Hoofddocent management and Financial

Hoogleraar bestuursrecht en goed bestuur (em.),

Accounting, Vrije Universiteit Amsterdam

Universiteit Utrecht

Prof. dr. Martijn Groenleer

Drs. Bas Eenhoorn

Hoogleraar Regionaal Recht en Bestuur,

Burgemeester gemeente Vlaardingen

Tilburg University

Prof. dr. Barbara Vis

Prof. dr. Klaartje Peters

Hoogleraar Politiek en Bestuur,

Bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur,

Universiteit Utrecht

Maastricht University

Prof. dr. Olaf van Vliet Bijzonder Hoogleraar Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt in Internationaal Perspectief, Universiteit Leiden

5

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

De financiële analyse: afname vermogen, stijging kosten sociaal domein We starten met een analyse van de financiële situatie van gemeenten in Zuid-Holland over de periode 2011-2019. In deze analyse kijken we specifiek naar de totale exploitatieresultaten en naar de ontwikkeling van de financiële positie. Op verschillende plaatsen in de tekst kunt u ‘doorklikken’ voor bijvoorbeeld een verdiepende analyse of meer gedetailleerde informatie.

Financiële problemen spelen al langer, maar inhoud verschilt Duidelijk is dat de gemeenten in Zuid-Holland van 2011 tot

tale saldo van de jaarrekening van gemeenten in Zuid-Holland

2015, dus nog voor de decentralisatie van het Sociaal Domein,

weergegeven, vóór mutaties reserves en bestemming resultaat.

al aanzienlijke financiële tekorten hadden. In de nasleep van

Miljoenen

In figuur 2 is voor de periode 2011-2019 voor ieder jaar het to-

de economische crisis van 2008 zien we financiële proble-

€ 300 235

men ontstaan in het ruimtelijk domein (figuur 26) en sociaal

179

€ 200

domein (1) (figuur 9). In de jaren 2015 en 2016 is er een lichte

€ 100

opleving en laat de jaarrekening positieve cijfers zien. Vanaf

€0

2016 ontstaan opnieuw tekorten en dat is opmerkelijk, gezien

-38

€ -100 -143

€ -200

de economische hoogconjunctuur. De belangrijkste oorzaak

-114

-124

-154

het sociaal domein (2) (figuur 10).

-235 € -300 € -400

-334 2011

Figuur 2.

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

van deze nieuwe financiële tegenvaller zijn de tekorten binnen

2019

Het totale saldo van de jaarrekening van gemeenten in Zuid-Holland.

6

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Eigen vermogen gemeenten neemt fors af

“Wij zijn ieder jaar bezig met nieuwe bezuinigingsrondes op het sociaal domein. Ook dit jaar moeten we weer snijden, is de verwachting. De rek is er hier

In de volgende figuur is de solvabiliteitsratio gemeenten in

praktisch wel uit.”

Zuid-Holland in 2010 en 2019 gepresenteerd. De solvabiliteits-

Strateeg gemeente Leiden

ratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Wat opvalt, is dat de kaart

“Wij gaan nog één keer een bezuinigingsoperatie doen.

van Zuid-Holland steeds meer geel en rood kleurt in 2019. Dat

Daarbij moeten we keuzes maken die ons dwingen om

betekent dat de solvabiliteitsratio van de betreffende gemeenten

basisvoorzieningen op te heffen.”

in deze periode achteruitging. Van gemiddeld 35,5% in 2010

Controller gemeente Krimpenerwaard

naar 29,4% in 2019. De daling van het eigen vermogen van gemeenten is de belangrijkste oorzaak van deze achteruitgang.

De situatie bij gemeenten is extra zorgelijk, omdat het aantal gemeenten met financiële problemen voorlopig nog niet minder lijkt te worden. Zo blijkt uit onderzoek naar de gemeentelijke begroting 2021 dat maar liefst 79% van de gemeenten een tekort voorziet, tegenover 65% in 2019 (BDO, 2021). Miljarden

€ 20

2010

2019

€ 15

19,4

19,4

35,5%

34,2%

6,6

Ontwikkeling solvabiliteitsratio gemeenten Zuid-Holland 2010-2019.

19,5

19,5

19,4

19,6

18,9

18,9

18,9

33%

31,9%

30,4%

31,5%

31,4%

31,9%

30% 30,6% 29,4%

6,4

6,2

5,9

6,1

6,1

6,0

5,8

5,6

2014

2015

2017

2018

2019

€ 10 €5 €0 2011

2012

Activa

De solvabiliteitsratio laat zien in hoeverre de gemeente in

10% 0%

2010

Tekorten dekken met eigen vermogen

40%

20% 6,9

Figuur 3.

19,4

Figuur 4.

2013

2016

Eigen vermogen

Solvabiliteit

ontwikkeling solvabiliteitsratio en eigen vermogen gemeenten Zuid-Holland 2010-2019

Voor meer informatie: zie bijlage 1A, pagina 29

staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (figuur 4). Klik op de onderstaand kaartje van de provincie Zuid-Holland Het gezamenlijke balanstotaal van de gemeenten is over de

voor verdiepende gegevens per gemeenten op het gebied van

periode 2010-2019 relatief stabiel. In 2010 bedroeg het totaal

solvabiliteit (%), beleidsruimte begroting (%), aandeel sociaal

van de activa € 19,4 miljard, tegen € 18,9 miljard in 2019,

domein begroting (%), aandeel GR’en begroting (%) en de ver-

een daling van ongeveer 2,6%. Het eigen vermogen van de

wachte aanvullende apparaatskosten t/m 2030 met betrekking

gemeenten is in dezelfde periode een stuk sneller gedaald. In

tot de energietransitie.

2010 bedroeg het totale eigen vermogen nog € 6,9 miljard, in 2019 was dit gedaald tot € 5,6 miljard, een daling van 18,9%! De totale solvabiliteit van alle gemeenten in Zuid-Holland samen, berekend door het eigen vermogen te delen door de totale activa, is in de periode 2010-2019 gedaald van 35,51% in 2010 naar 29,44% in 2019. De daling van de totale solvabiliteit van gemeenten in Zuid-Holland is ruim 17% in de periode 2010-2019.

Figuur 5.

Gemeenten in Zuid-Holland.

7

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Aantal financiële problemen in sociaal domein neemt toe

Wat opvalt, is dat het sociaal domein qua kosten al vóór de

Wat zijn nu precies de ‘hete hangijzers’ in het sociaal domein

In 2014 besloeg het sociaal domein met € 3,8 miljard, dus

als het gaat om kosten en beleidsruimte? Om hier goed zicht op

ruim een derde (34%) van de totale lasten. Bij de start van de

te krijgen, hebben we vijf casussen samen gesteld. Gebaseerd op

decentralisaties in 2015 namen de totale lasten voor het sociaal

reële situaties. De omgeving en personen zijn fictief. De casus-

domein toe met zo’n € 1,5 miljard tot € 5,3 miljard. Deze

sen beschrijven de belangrijkste thema’s in het sociaal domein.

stijging betekent dat de kosten voor het sociaal domein na

Aan de hand van deze casussen zijn we in gesprek gegaan met

1 januari 2015 stegen tot ongeveer 43% van de totale lasten

gemeenten (bestuurders en ambtenaren). De vraag was: zijn dit

van € 12,4 miljard. In de jaren erna zijn de lasten voor het

inderdaad de vijf belangrijkste thema’s in het sociaal domein

sociaal domein verder gestegen, naar € 5,6 miljard in 2019. Het

en illustreren deze casussen voldoende de knelpunten waar je

sociaal domein is qua aandeel van de jaarrekening echter niet

als gemeente tegenaan loopt? De casussen geven een duide-

verder toegenomen.

decentralisaties in 2015 veruit de grootste kostenpost was.

lijk beeld van de situatie in de praktijk en de problemen waar gemeenten en inwoners mee worstelen.

Flinke verschuivingen van posten binnen begroting en jaarrekening

U vindt de casussen in bijlage 2, vanaf pagina 39

In de onderstaande figuur (7) van de jaarrekening van de gemeenten in Zuid-Holland zien we de ontwikkeling van de

Kosten sociaal domein waren al een grote post in begroting; flinke toename in 2015

kosten van de hoofdtaakvelden, over de periode 2011-2019. 50%

In figuur 6 zijn de totale lasten weergegeven in de jaarrekening

30%

van de gemeenten in Zuid-Holland, in de periode 2011-2019, 10%

verdeeld over de hoofdtaakvelden van het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten).

€ 10

13,5 7%

13,4 8%

8%

13,0

11%

12,8

-30%

€6

42%

41%

40%

42%

43%

34%

31%

29%

-50%

31%

€8

11,6

12,4 11%

12,5

13%

13,3

16%

€ 12

13,3

19%

€ 14

17%

Miljarden

-10%

-70% 2011

2012

2013

2014

8.0 - Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

€4

7.0 - Volksgezondheid en milieu 6.0 - Sociaal Domein

€2

5.0 - Sport, cultuur en recreatie

Figuur 7.

€0 2011

2012

2013

2014

8.0 - Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 7.0 - Volksgezondheid en milieu 6.0 - Sociaal Domein 5.0 - Sport, cultuur en recreatie

Figuur 6.

2015

2016

2017

2018

2019

2015

2016

2017

2018

3.0 - Economie 2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat 1.0 - Veiligheid 0.0 - Bestuur en ondersteuning

De ontwikkeling van de kosten van de hoofdtaakvelden.

4.0 - Onderwijs

Ook hier zien we een sterke stijging van de kosten van het

3.0 - Economie

sociaal domein (mintgroene lijn). Er is een sterke stijging

2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat 1.0 - Veiligheid

zichtbaar in 2015, het jaar van de decentralisaties. Na een

0.0 - Bestuur en ondersteuning

kleine dip in 2017 stegen de lasten van het sociaal domein

De totale lasten weergegeven in de jaarrekening van de gemeenten in Zuid-Holland.

2019

4.0 - Onderwijs

veel harder dan andere taakvelden binnen de begroting. Een tegenovergestelde beweging is zichtbaar voor de taakvelden economie (oranje lijn) en volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (paarse lijn). Het taakveld economie wordt vooral beïnvloed door de gemeente Rotterdam.

8

De sterke kostendaling op het gebied van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing zien we ook bij

Miljoenen

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

€ 200 € 150

de grondexploitaties. Zuid-Hollandse gemeenten hebben in de

€ 100

loop der jaren aanzienlijk minder geïnvesteerd in ruimtelijke

€ 50

ontwikkeling en wonen, ook als gevolg van de vastgoed crisis

€0

waarbij gemeenten verliezen hebben moeten nemen en zich

€ -50

daardoor meer risicomijdend zijn gaan opstellen. Tegelijkertijd is de behoefte aan woningbouw op landelijk en provinciaal

€ -100

niveau onverminderd groot. De Rijksoverheid geeft zo nu en

€ -150

dan impulsen aan de woningbouw met cofinanciering (in de

€ -200

vorm van woondeals e.d.) Er is echter steeds minder ruimte in

€ -250

de Zuid-Hollandse begrotingen om de woonopgaven structureel in te vullen. Ons beeld is dat de toenemende financiële druk,

Figuur 9.

610 Bijstandsverlening 622 Huishoudelijke verzorging 652 Voorzieningen gehandicapten

2010

2011

2012

2013

2014

2015

De verschillen tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende functies binnen het sociaal domein.

vooral vanuit het sociaal domein, investeringen in woningbouw In zowel 2010 als 2011 was het resultaat op de jaarrekening

en ruimtelijke ontwikkeling steeds meer in de weg staan.

negatief ten opzichte van de begroting. Deze verschillen zijn vooral te wijten aan tekorten op de bijstandsverlening.

In figuur 8 zien we de uiteindelijke kosten voor het sociaal

In 2011 bedroeg het tekort op bijstandverlening € 217 miljoen.

domein in de jaarrekening van de gemeenten Zuid-Holland

In 2012 pakte de jaarrekening positiever uit en werd voor het

tegenover de begrote kosten.

sociaal domein een bescheiden overschot gerealiseerd, ondanks

Miljoenen

Financiële problemen vóór 2015 én daarna

het tekort op huishoudelijke hulp van € 65 miljoen. In de

€ 150

jaren 2013 en 2014 was er ook een overschot. Opvallend zijn

€ 100 € 50

de overschotten op bijstandsverlening en huishoudelijke hulp.

€0

In 2015, het eerste jaar van de decentralisaties, ontstonden er

€-50 € -100

wederom tekorten op het sociaal domein, in totaal ging het om

€ -150

zo’n € 295 miljoen.

€ -200 € -250 € -300 € -350

Figuur 8.

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

De uiteindelijke kosten voor het sociaal domein.

Meevallers maskeren tekorten maatwerk­ dienstverlening In figuur 10 zijn de verschillen te zien tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende taakvelden binnen het

Hieruit blijkt dat de tekorten in het sociaal domein niet nieuw

sociaal domein, in de periode 2016-2019.

de economische crisis, waren er ook al tekorten. In de jaren erna, van 2012 tot 2014, ging het even bergopwaarts en was

Miljoenen

zijn voor de gemeenten. In 2010 en 2011, in de nasleep van

€ 100 73 € 50

het resultaat in de jaarrekening positief in vergelijking met

€0

de begroting. Maar sinds 2015 kampen de gemeenten, met

€ -50

uitzondering van 2016, met aanzienlijke tekorten. Om deze

€ -100

ontwikkelingen, voor én na de decentralisaties in 2015, goed

€ -150

te kunnen duiden, kijken we naar de functies en taakvelden. In figuur 9 zien we de verschillen tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende functies binnen het sociaal domein, in de periode 2010-2015.

48

-75

6.3 Inkomensregelingen 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.82 Geëscaleerde zorg 18-

€ -200 € -250

2017

2018

-221 2019

Figuur 10. De verschillen tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende taakvelden binnen het sociaal domein.

9

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

De grootste verschillen ontstonden in de periode tussen

Drie grote opgaven rond klimaatverandering

2016 en 2019 binnen de taakvelden maatwerkdienstverlening

Eén van de meest uitdagende opgaven in de huidige tijd is de

18- (individuele voorzieningen jeugdhulp) en Wmo. De

klimaatverandering. Er zijn drie centrale thema’s binnen dit

tekorten op deze taakvelden lopen steeds verder op.

onderwerp: ‘energietransitie’, ‘klimaatadaptie’ en ‘circulaire economie’.

Tegelijkertijd liggen bij een aantal taakvelden binnen het sociaal domein begroting en realisatie erg dicht bij elkaar. In 2019 vallen de kosten voor een aantal taken zelfs lager uit dan begroot. De post inkomensregelingen, waaronder alle inkomens- en bijstandsvoorzieningen vallen, spant de kroon met een positief verschil van € 73 miljoen. Deze meevallers maskeren de aanzienlijke tekorten binnen andere taakvelden van het sociaal

1. Energietransitie Om de opwarming van de aarde te beteugelen, zijn maatregelen nodig. Daarom hebben Nederlandse overheden en organisaties in 2019 het Klimaatakkoord gesloten: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015).

domein.

De Raad voor het Openbaar Bestuur is gevraagd een onderzoek

Verschuivingen in resultaten

die nodig zijn om het Klimaatakkoord uit te voeren. Op basis

Vanaf 2017 zien we een verschuiving in de tekorten binnen het

van dit onderzoek1 wordt gesteld dat de kosten voor gemeen-

sociaal domein. Zo was het tekort op inkomensregelingen in

ten in 2024 € 599,6 miljoen zullen bedragen. De totale extra

2017 nog € 79 miljoen, terwijl in 2018 een bescheiden positief

uitvoeringslasten bedragen € 1.589,3 miljoen voor de periode

resultaat van € 4 miljoen werd geboekt ten opzichte van de

2022-2024. Let op, het gaat hierbij alleen om de structurele

begroting. In de jaarrekening voor 2019 liep dit bedrag verder

extra apparaatslasten van gemeenten! Programmalasten en

op tot € 73 miljoen. Bij de Wmo ging het juist de andere kant

investeringen zijn nog niet meegenomen in de genoemde be-

op, met als gevolg een negatief resultaat van € 36 miljoen in

dragen.

te begeleiden naar de hoogte van de extra uitvoeringslasten

2017, € 15 miljoen in 2018 en € 75 miljoen in 2019. Bij maatwerkdienstverlening 18- (jeugdhulp) waren de verschillen nog

Uitgaande van dit onderzoek hebben wij nauwkeurig kunnen

groter. De tekorten liepen daar op van € 79 miljoen in 2017,

berekenen wat de komende meerkosten zijn voor de Zuid-

naar € 90 miljoen in 2018 tot € 221 miljoen in 2019.

Hollandse gemeenten, vanaf 2022. Omdat de meeste gemeenten al begonnen zijn, hebben we voor de jaren

Voor meer informatie: zie bijlage 1B, vanaf pagina 29

2018-2021 een inschatting gemaakt op basis van dezelfde cijfers. Niet elke extra taak is al aan de orde; sommige taken (bijvoorbeeld het uitrollen van wijkuitvoeringsplannen in het

De samenleving heeft te maken met grote opgaven en transities

kader van de warmtetransitie) worden nog opgestart. Miljoenen

Nieuwe interbestuurlijke opgaven zorgen voor extra financiële druk die de grenzen van individuele overheden overschrijden, zowel

€120 €100

101,6 91,4

€80

76,7

€60

waar het gaat om de problematiek als om het vinden van de

€40

oplossing. Overheden werken daarom steeds vaker samen op

Verwachting kosten Ondergrens kosten Bovengrens kosten

€20

basis van regionale en/of landelijke afspraken.

€-

2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Hierna bespreken we de twee voornaamste opgaven die de komende jaren een groeiende inzet zullen vragen van de overheid

Figuur 11.

als geheel en daarmee ook van de gemeenten. Die opgaven zijn:

Verwachte extra apparaatskosten energietransitie gemeenten Zuid-Holland 2018-2030

de klimaatverandering en het toekomstbestendig (en betaal-

We zien dat de opgetelde extra apparaatskosten (loonkosten

baar) wonen.

en overheadkosten) oplopen van € 31 tot € 42 miljoen in 2019 tot maximaal zo’n € 100 miljoen in de jaren die nog komen. Let wel: dit zijn alleen de apparaatskosten. Hier komen de operationalisaties van beleid en de investeringen nog bij. 1

Zie voor de resultaten https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/ publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-praktijk

10

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

2. Klimaatadaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. “Bij ons wordt klimaat heel belangrijk gevonden, maar we hebben geen idee hoeveel kosten de energietransitie nog met zich mee zal brengen.”

Woonopgave lastig te realiseren Het tweede interbestuurlijke thema is wonen. Het woonbeleid is een gemeentelijke taak, waarvoor gemeenten financieel verantwoordelijk zijn en de financiële risico’s dragen. In de ‘Staat van de Woningmarkt 2020’ stelt het Ministerie van BZK voor om in de periode 2020-2030 in totaal 845.000 woningen te realiseren en de bouw door te laten gaan tijdens de coronacrisis om een terugval, zoals tijdens de kredietcrisis, te voorkomen.

Strateeg gemeente Leiden

diverse categorieën gemeenten (klein, middelgroot, groot) hebben we een indicatie gemaakt voor de apparaatsuitgaven. Voor de gemeenten in Zuid-Holland komen wij uit op een bedrag van € 7,5 miljoen in 2019, € 11,1 miljoen in 2021 en daarna € 5,6 miljoen per jaar. Programmalasten en investeringen zijn nog niet meegenomen in de genoemde bedragen. De piek in 2021 houdt verband met de initiële (participatieve) beleidsontwikkeling op dit gebied. 3. Circulaire economie In het ‘Publiek Kader Huishoudelijk Afval’ legden gemeenten en Rijk vast dat in 2020 de hoeveelheid restafval per persoon, per jaar gemiddeld niet meer mag zijn dan 100 kilogram en dat 75% van het huishoudelijk afval moet worden gescheiden.

De activiteiten van de gemeente variëren van het stellen van randvoorwaarden (visie, plannen en regelgeving) tot een actieve rol (aankoop en verkoop van gronden, ontwikkeling). De huidige lokale financiering en het verrekenen van de kosten en opbrengsten van de gronden gebeurt in principe via de grondexploitatie. Dit is een balans van kosten en opbrengsten per locatie. Als we kijken naar de omvang van deze grondexploitaties, zien we het volgende beeld: Miljarden

Aan de hand van een taakanalyse en capaciteitsberekening voor

€ 2,0 € 1,8 € 1,6

€-

van de inkomsten uit het gemeentefonds. Ook werd rekening gehouden met de mogelijkheid dat het Rijk aanvullende middelen ter beschikking zou stellen. Dat laatste is inderdaad gebeurd in de vorm van een aantal decentralisatie-uitkeringen. Het gaat daarbij grotendeels om incidentele middelen. Deze uitkeringen liepen voor alle Zuid-Hollandse gemeenten tezamen op tot € 8,0 miljoen in 2016, € 1,0 miljoen in 2017, € 29,7 miljoen in 2018, € 29,2 miljoen in 2019 en € 0,3 miljoen in 2020. Hierbij moet opgemerkt worden dat de middelen vanuit het gemeentefonds niet voldoende zijn om de kosten van gemeente te dekken. Het verschil wordt (incidenteel) door gemeenten zelf opgelost.

0,97 0,81

0,76

0,82

0,76

€ 0,6

€ 0,2

konden worden opgevangen binnen de geraamde stijging

0,95

€ 0,8

inwoners. Deze heffing is met een stijging van 10% in 2021

werd ervan uitgegaan dat de kosten van de gemeenten

1,15

€ 1,0

€ 0,4

Bij het sluiten van het IBP (Interbestuurlijk Programma)

1,25

€ 1,2

zij (kunnen) doorberekenen in de afvalstoffenheffing aan de

Vergoedingen voor het Interbestuurlijk Programma vanuit het Rijk niet afdoende

1,46

€ 1,4

Deze normen vertalen zich in kosten voor de gemeenten die

de sterkst stijgende factor in de lokale lasten (CBS, 2021).

830 Bouwgrondexploitatie 820 Woningexploitatie/woningbouw 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijvente.. 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

1,75

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Figuur 12. Grondexploitaties (woningen en bedrijventerreinen) in begroting gemeenten Zuid-Holland 2011-2020.

In figuur 12 staan de begrote kosten voor grondexploitaties (woningen en bedrijventerreinen) van gemeenten over de periode 2011-2020. In deze periode is de grondexploitatie sterk afgenomen. Waar het volume in 2011 nog € 1,8 miljard bedroeg, is dit in de begroting van 2020 gedaald tot € 760 miljoen. Dit betekent een afname van ongeveer € 1,0 miljard in de begroting. Er zijn twee belangrijke redenen voor deze daling: de kredietcrisis van 2008 (tevens de voornaamste reden); steeds meer gemeenten in Zuid-Holland kopen of verkopen zelf geen grond meer, maar faciliteren (marktpartijen) bij de ontwikkeling van woningbouw en bedrijventerreinen. Voor meer informatie: zie bijlage 1C, vanaf pagina 29

11

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Eigen baten gemeenten In dit hoofdstuk analyseren we de inkomsten van de gemeenten in Zuid-Holland voor de periode 2011-2019. De baten worden

Miljarden

2,5

2

uitgesplitst in: algemene uitkering, gemeentelijke belastingen en heffingen en overige baten. Ook verkennen we in hoeverre de

1,5

baten gemeenten in staat stellen om beleidsruimte te creëeren.

0,11 0,02 0,08

In figuur 13 zien we de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor gemeenten in Zuid-Holland, in de periode 2011-2019. Het zijn de gerealiseerde baten op basis van

0,15 0,03

0,35

0,37

0,37

0,36

0,50

0,51

0,50

0,47

0,49

0,86

0,87

0,90

2017

2018

2019

0,11 0,02 0,14

0,31

0,33

0,53

0,53

0,72

0,77

0,78

0,79

0,84

0,84

2011

2012

2013

2014

2015

2016

0,31

0,53

0,19

0,22

0,32

0,72

1

0,15 0,03 0,18

0,12 0,01 0,15

0,11 0,1 0,13

0,14 0,04

0,13 0,02 0,18

0,11 0,02 0,16

0,5

,07

de jaarrekening van de gemeenten. 0 Miljarden

€7

OZB Afvalstofheffing en reinigingsrechten Rioolheffing

€6

€5 €4 €3 €2

5,9 4,7

4,7

4,6

6,2

6,1

6,5

6,9

Figuur 14. De gerealiseerde inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen.

Opvallend is dat de overige inkomstenbronnen van

4,4

gemeenten steeds verder zijn gestegen. Zo zijn de inkomsten

€1 €0

Parkeerheffing Toeristenbelasting Overige heffingen

uit parkeerbelasting gestegen van € 165 miljoen in 2015 naar 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Figuur 13. De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

€ 221 miljoen in 2020. Inkomsten uit de OZB (woningen en niet-woningen) zijn in dezelfde periode gestegen van € 838 miljoen in 2015 naar € 897 miljoen in 2020.

De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. In de bovenstaande figuur

Landelijke ontwikkeling gemeentelijke heffingen

zien we de ontwikkeling van de gezamenlijk algemene uitkering

De woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing)

voor gemeenten in Zuid-Holland in de periode 2011-2019.

nemen in 2021 toe met 4,4% ten opzichte van 2020. Dat blijkt

Over deze periode is een duidelijk stijging zichtbaar, van € 4,7

uit een analyse van de begroting 2021 van alle gemeenten in

miljard in 2011 naar € 6,9 miljard in 2019. De grootste ver-

Nederland, door het CBS (2021). De verdeling van die

klaring voor deze stijging is de decentralisatie van aanvullende

woonlasten is te zien in de onderstaande figuur 15.

taken binnen het sociaal domein in 2015. In de figuur zien we dat terug in ‘de sprong’ tussen 2014 en 2015. Deze ontwik-

8%

keling leidde tot een stijging van de algemene uitkering van

3%

ongeveer € 1,6 miljard.

5%

In de jaren voor de decentralisaties van 2015 zien we een lichte daling van de totale algemene uitkering. Deze valt vooral te

Onroerendezaakbelasting

9%

verklaren uit de lagere vergoeding voor bijstandverlening. De

Afvalstofheffing en reinigingsrechten

40%

Rioolheffing

vergoeding is vanuit het Rijk gekoppeld, zij het met enige vertra-

Parkeerheffingen

ging, aan de werkelijke volumes.

Leges wonen en bouwen Toeristenbelasting

In figuur 14 staan de gerealiseerde inkomsten uit gemeentelijke

15%

Overige heffingen

belastingen en heffingen in de periode 2011-2019. De grootste inkomstbronnen zijn de onroerendezaakbelasting (OZB) op woningen en niet-woningen, de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen

19%

stijgen geleidelijk van € 1,8 miljard in 2011 naar € 2,1 miljard in 2019.

Figuur 15. De verdeling van de gemeentelijke woonlasten in Nederland (Bron: CBS 2021)

12

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Uit de voorgaande figuur blijkt dat het grootste deel van de

In de periode 2011-2019 is een duidelijk dalende trend zicht-

inkomsten van Nederlandse gemeenten afkomstig is uit de OZB

baar, van € 6,5 miljard in 2011 naar € 4,4 miljard. De belang-

(40,3%), rioolheffing (15,3%) en afvalstoffenheffing (19,2%).

rijkste verklaring voor deze daling zijn de teruglopende op-

Kijkend naar de verschillen met 2020 trekt het CBS (2021) de

brengsten uit grondexploitaties: van € 1,8 miljard in 2011 naar

volgende conclusies:

€ 800 miljoen in 2019. Ook de specifieke uitkeringen binnen het sociaal domein, voor inkomensregelingen (bijstand), zijn in

• De begrote OZB-opbrengst is 5,8% hoger in 2021 ten opzich-

de periode 2011-2019 ongeveer met € 400 miljoen gedaald.

te van 2020. Dit is de grootste stijging sinds 2004. Jarenlang waren grondexploitaties een belangrijke bron van • De inkomsten uit de afvalstoffenheffing stijgen op basis van

inkomsten voor gemeenten. Door de economische crisis

de begroting 2021 met 10% ten opzichte van 2020. Dit is de

werden deze grondexploitaties een ‘schip van bijleg’ (Raad voor

grootste stijging in 26 jaar tijd, terwijl ook vorig jaar al een

de Financiële verhoudingen, 2015). Uit onderzoek blijkt dat

toename van 8,6% is doorgevoerd.

de totale hoeveelheid bouwgrond die wordt geëxploiteerd door de gemeente (met een correctie voor gewijzigde regelgeving) is

• De inkomsten uit de rioolheffing stijgen op basis van de be-

gedaald van € 8,4 miljard in 2012 naar € 5,3 miljard in 2018

groting 2021 met 2,6% procent ten opzichte van 2020.

(Deloitte, 2020). Deze daling werd veroorzaakt door afboekingen, een strenger en strakker regime om financiële debacles te

Deze conclusies bevestigen het beeld dat gemeenten de inkom-

voorkomen en een terughoudende opstelling van gemeenten bij

sten uit gemeentelijke heffingen en belastingen verder proberen

het aankopen van grond.

te vergroten, zeker waar het gaat om de opbrengsten uit de OZB en afvalstoffenheffing. Voor meer informatie: zie bijlage 1E, vanaf pagina 29

In figuur 16 zien we de gerealiseerde ‘overige baten’ van de gemeenten in Zuid-Holland in de periode 2011-2019. Het gaat onder meer om baten uit grondexploitaties, bouwvergunningen en specifieke middelen vanuit het Rijk voor inkomensregelingen Miljarden

(bijstand). €7 6,5

6,6

€6

5,8 1,8

1,9 1,5

€5

5,0 4,7

4,6

1,1

€4

€3

2,4

4,7

4,6 4,4

1,1 1,2

1,0

1,0

0,8

2,4 2,4 2,4

1,9

1,8

1,9

1,8

1,9

€2

€1

€0

0,7

0,8

0,8

2011

2012

2013

0,5 2014

0,8

0,7

0,8

0,9

0,8

2015

2016

2017

2018

2019

8.0 - Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 7.0 - Volksgezondheid en milieu 6.0 - Sociaal Domein 5.0 - Sport, cultuur en recreatie 4.0 - Onderwijs

3.0 - Economie 2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat 1.0 - Veiligheid 0.0 - Bestuur en ondersteuning

Figuur 16. De gerealiseerde ‘overige baten’ van de gemeenten.

13

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Beperkte en verder slinkende eigen beleidsruimte De positie van de gemeente in het Openbaar Bestuur is sinds 2012 steeds belangrijker geworden. Als ‘eerste overheid’ kreeg

Eigen beleidsruimte op formele gronden

de gemeente steeds meer taken. Ze is immers de eerste overgemeente moet dus zoveel mogelijk vormen van dienstverlening

Geen duidelijk financieel onderscheid tussen autonomie en medebewind

bieden (VNG-Commissie Gemeentewet en Grondwet, 2007).2

Het traditionele juridische onderscheid tussen ‘autonomie’ en

heid voor burgers, indien zij steun of hulp nodig hebben. De

‘medebewind’ gaat niet op bij de financiering van decentrale Beleidsruimte

taken. Het verschil tussen autonome en medebewindstaken is

In het onderzoek wordt de term beleidsruimte gebruikt.

steeds diffuser geworden. Gemeenten moeten uitgaven voor

In veel gevallen zou hier ook beleidsvrijheid en/of auto-

beide taken bekostigen uit het gemeentefonds. In hoeverre

nomie gelezen kunnen worden. Het gaat hierbij in alle

is de gemeente vrij om zelf haar beleidsdoelen en de daaraan

gevallen om de mate waarin gemeenten ruimte hebben/

verbonden taken vast te stellen? Kan de gemeente bijvoorbeeld

ervaren om eigen keuzes te maken. Met het gebruik van

zelf aanvullende regels maken op landelijke wetgeving? Is ze

de term beleidsruimte volgen wij de uitspraken van de

gehouden aan uitvoeringsregels of regels over besluitvorming

afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

of kan ze zelf kiezen met wie ze wil samenwerken?

Lange tijd was er consensus over het neerleggen van

De Raad voor het Openbaar Bestuur concludeert – op basis van

(zoveel mogelijk) taken bij de gemeente. Enerzijds speelt de

een globale inventarisatie van de uitgaven op de verschillende

gemeente daarin de rol van uitvoerder, anderzijds heeft de

beleidsclusters – dat slechts een beperkt deel van de gemeen-

gemeente ook beleidsruimte of autonomie nodig om de

telijke uitgaven het gevolg is van volledig autonome beleids­

overgehevelde taken goed te kunnen vervullen. Die ruimte

keuzes. Het overgrote deel van de uitgaven is het gevolg van

is er niet altijd. Gemeenten voelen zich soms een

politiek bestuurlijke keuzes die in nationale wet- en regelgeving

‘brandweerman die het vuur wil blussen, maar geen

zijn vastgelegd of uit rijksbeleid volgen. Een substantieel deel

water heeft’.

van de uitgaven wordt ingegeven door de wens van gemeenten om vooral niets anders te doen dan vergelijkbare gemeenten.3 Er is er sprake van aanzienlijke beperkingen van de met de decentralisatie oorspronkelijk beoogde beleidsruimte, deze wordt in veel gevallen geminimaliseerd.” Prof. mr. dr. H. Addink

3 2

VNG-Commissie Gemeentewet en Grondwet: De eerste overheid, juni 2007.

Raad voor het Openbaar Bestuur: Beleidsvrijheid geduid. Beleidsvrijheid bij decentrale taken: een nadere uitwerking ten behoeve van de financiële verhoudingen. Maart 2019.

14

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Intergemeentelijke en interbestuurlijke samenwerking

samenwerkingsverbanden werken door in de budgetten van de gemeenten. Het Interbestuurlijk Programma, het Klimaatakkoord, woondeals en talrijke andere afspraken

Verantwoordelijkheden en budgetten belemmeren het samen

hebben geen wettelijke grondslag, maar brengen wel

oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken.

financiële verplichtingen met zich mee. Verplichtingen

Bij maatschappelijke verander opgaven zijn vaak meerdere

die niet vrijblijvend zijn en van invloed zijn op de vrije

overheidslagen betrokken, ieder met eigen budgetten, kennis

beleidsruimte van gemeenten.

en democratische verantwoording. De middelen, kennis en lossen, zijn verdeeld over vele partijen. Dit stelt enerzijds extra

Beperking autonomie werkt door op andere terreinen

eisen aan democratische legitimiteit en verantwoording (ROB,

We zien dat de democratische beslissingsruimte voor gemeen-

Van den Berg & Leurs, 2020) en beperkt tegelijkertijd de

ten afneemt door de eisen die (formeel en informeel) aan

bewegingsruimte van de spelers. En dus ook van gemeenten.

gemeenten worden gesteld. Dat heeft vergaande gevolgen.

mogelijkheden om samen een maatschappelijk vraagstuk op te

Niet alleen wordt binnen het beleidsterrein waar het om gaat Daarnaast zien we de autonomie van gemeenten afnemen door

de beslissingsruimte kleiner, het werkt ook door op andere

de regionale verbanden waarin gemeenten hun taken (moe-

terreinen. Geld kun je maar één keer uitgeven. Als je een

ten) oppakken en uitvoeren. Deze ‘horizontale samenwerking’

gemeente verplicht geld te besteden aan bepaalde zaken,

heeft altijd een verticale component. In wezen creëer je met

blijft er logischerwijs minder geld over voor andere zaken.

de regionale samenwerking een nieuwe laag die in de optiek van de deelnemers vaak leidt tot een verticale verhouding. Dat

“Afgerekend worden op vrije keuzes, die je als burge-

betekent dat het belang van de samenwerking (vaak ver) boven

meester maakt -meer of minder handhaven bijvoor-

de individuele belangen van de deelnemers wordt gesteld.

beeld- is onderdeel van het politieke bedrijf. Aangesproken te worden op beleidskeuzes in het sociale domein,

Naast formele samenwerkingsverbanden wemelt het in

waarvoor op gemeentelijk niveau geen verantwoorde-

overheidsland van de convenanten, deals en akkoorden:

lijkheid kan worden gedragen, frustreert elke burge-

samenwerkingsverbanden die (koepels van) overheden

meester als bewaker van het democratisch proces”

ogenschijnlijk op gelijkwaardige basis aangaan. Al deze

Drs. B. Eenhoorn

2017

Decentralisatie vergunningverlening, toezicht en handhaving

Decentralisatie individuele studietoeslag

Decentralisatie voorschoolse voorziening peuters

Decentralisatie kansen voor alle kinderen

Afkomstig van: Provincies Overgeheveld budget naar GF: €47 mln

Afkomstig van: OCW Overgeheveld budget naar GF: €35 mln Decentralisaties sociaal domein Afkomstig van: VWS, SZW & V&J

Interbestuurlijke opgaven (wonen/klimaat

Overgeheveld budget naar GF: €9.609 mln

Afkomstig van: SZW Overgeheveld budget naar GF: €60 mln

2018

2019

2020

2021

2022

Nieuwe Wet inburgering Gemeenten leveren maatwerk en ontzorgen statushouders in de bijstand

Afkomstig van: SZW Overgeheveld budget naar GF: €85 mln Sociaal domein

Sociaal domein

Sociaal domein

Sociaal domein

Sociaal domein

AMvB reële prijs: Regels ter waarborging prijs en kwaliteit van voorzieningen binnen de Wmo

Vergoeding werkgeverslasten bij loonkostensubsidie naar 23,5%

Invoering abonnementstarief maatwerkvoorzieningen Wmo

Wijziging Wmo Invoering vast maandtarief Wmo-voorzieningen

Wijziging gemeentelijke schuldhulpverlening

Bestuursakkoord klimaatadaptatie

Klimaatakkoord

Wonen

Omgevingswet

Samenwerking met medeoverheden, maatschappelijke partners, inwoners en bedrijfsleven om de doelstellingen en maatregelen uit te voeren

Verklaring ‘Samen doorbouwen aan Nederland’

70% van de uitvoeringskosten komen op rekening van de gemeenten

Gemeenten komen in aanmerking voor een impulsregeling Interbestuurlijk programma Nieuwe fase van interbestuurlijke samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid

Figuur 17. Tijdlijn ontwikkelingen met impact op gemeenten.

2023 Algemene ontwikkelingen/ decentralisaties

2016

Decentralisaties/ ontwikkelingen sociaal domein

2015

Omgevingswet

2014

15

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

De eigen beleidsruimte vanuit een financieel perspectief

Ontwikkeling van het aandeel gemeen­schappelijke regelingen in de begroting

In figuur 18 is voor de periode 2011 tot en met 2019 het totaal van de begroting van de Zuid-Hollandse gemeenten ingedeeld

In de onderstaande figuur is het aandeel van de gemeenschap-

volgens de systematiek van de Raad voor het Openbaar Bestuur

pelijke regelingen (GR’en) aangegeven op het totaal van de

(ROB, 2019). Zie ook bijlage 5. De scores zijn weergegeven

begroting van de gemeenten in Zuid-Holland, voor de periode

in drie categorieën: weinig beleidsruimte (1-3,5), gemiddelde

2011-2020. We zien een duidelijk oplopende trend. In 2011

beleidsruimte (4-7) en veel beleidsruimte (7,5-10).

bedroeg het aandeel van bijdragen aan de GR’en nog 10,2%. In

Miljarden

2020 is dat percentage al opgelopen tot 24,4%. Dit betekent dat € 14

13,3

13,2

€ 12 5,4

€ 10

5,6

12,3 5,1

11,6 4,4

€8 1,9

€6 €4

1,7

12,6

3,7

3,9

1,5

1,7

7,0

7,0

2015

2016

13,0

13,5

bijna een kwart van de begroting van gemeenten wordt gere-

3,5

3,5

3,4

serveerd voor gemeenschappelijke regelingen. Bij een gemeen-

1,7

1,6

1,7

schappelijke regeling hebben individuele gemeenten beperkt invloed op de uitvoering en de kosten. Hierdoor is het voor de

1,7

5,9

5,7

5,5

5,5

2011

2012

2013

2014

€2 €0

1,9

12,2

13,4

7,9

8,3

8,4

2017

2018

2019

gemeenteraad moeilijker om grip te houden. Je zou kunnen stellen dat, naarmate een gemeente meer GR-taken heeft, de vrije beleidsruimte afneemt, al was het alleen maar omdat de

Figuur 18. Beleidsruimte van de begroting van de Zuid-Hollandse gemeenten.

doorlooptijd van het doorvoeren van aanpassingen (inhoudelijk of financieel) een stuk langer is dan bij taken die in eigen beheer worden uitgevoerd. Ook moet een gemeente rekening

In de periode 2011-2019 zien we een duidelijke verschuiving.

houden met voorkeuren en belangen van andere gemeenten

Het aandeel ‘weinig beleidsruimte’ nam toe ten koste van het

binnen de GR, waardoor de vrije beleidsruimte nog kleiner

aandeel ‘veel beleidsruimte’. Het aandeel ‘weinig beleidsruimte’

wordt.

neemt toe van 44% in 2011 naar 62% in 2019. De twee belangrijkste verklaringen voor deze verschuiving zijn:

Als we verschillende grootteklassen (figuur 27) van gemeenten in Zuid-Holland onder de loep nemen, zien we grote verschillen

13,6

13,5

13,4

13,0

12,8

12,4

11,6

12,5

13,3

10%

€6 €4

5% 3,3

2011

3,1

€0

2,9

€2 2,7

(figuur 28) gemeenten.

15%

2,2

er duidelijke verschillen tussen de verschillende groepen

20%

€8

2,1

ZuidHollandse gemeenten neemt steeds verder af. Wel zijn

€ 10

1,4

deze trend zich door: de beleidsruimte in de begrotingen van

€ 12

1,4

In de jaren na de decentralisatie in het sociaal domein, zet

25%

13,3

in 2015.

€ 16 € 14

1,4

• uitbreiding takenpakket van gemeenten in het sociaal domein

gen in de totale begroting.

1,4

(grondexploitaties) van de gemeenten in Zuid-Holland;

in de ontwikkeling van het aandeel gemeenschappelijke regelin-

Miljarden

• de sterke afname van eigen grond (figuur 26)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Lasten in GR’en

Lasten totaal

0%

Percentage lasten in GR’en

Figuur 19. Het aandeel gemeenschappelijke regelingen in de totale begroting.

16

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Beleidsruimte gezien vanuit het perspectief van het sociale domein

De theoretische beleidsruimte per domein

Deze passage gaat nader in op de volgende vraag: is er beleids-

In ons onderzoek hanteren we de volgende definitie voor

ruimte binnen het sociale domein? Hierbij is het de veron-

beleidsruimte: ‘Het maken van beleid is het opstellen van uit­

derstelling dat de financiële kaders (kleine budgetten), de

voerings-, inkoop-, samenwerkings- of visiebeleid; hoe interpreteren

beperkingen vanuit de rechterlijke kaders en de kaders van het

we de decentralisatiewetten binnen onze gemeente en vertalen we

Rijk dusdanig limiterend werken dat er geen sprake meer is van

dat naar regels, instructies, werkprocessen en reglementen?’

beleidsruimte. Ruimte interpreteren we voor dit onderzoek als volgt: ‘De moge­

Drie onderzoekmethodes

lijkheid om jezelf beperkingen op te leggen.’ Hierbij zijn twee zaken

Drie methodes zijn gebruikt om beleidsruimte in het sociale

van belang: je wordt hierin niet of niet volledig beperkt door

domein te onderzoeken. Allereerst hebben we financieel onder-

anderen en je kan zelf komen tot regels (i.e. beperkingen).

zoek gedaan, waarbij we vooral keken naar de verhouding tussen de volumes, budgetten, begrotingen en jaarrekeningen. In

Voor gemeentelijke taken zijn we uitgegaan van de letter van

aanvulling daarop hebben we relevante rapporten, publicaties

de wet. Dat betekent dat we in de wet kijken wat de gemeente

en jurisprudentie bestudeerd. Tot slot hebben we, zoals we al

moet doen en wat de gemeente mag doen. Gemeenten kun-

eerder aangaven in dit document, een aantal casussen geformu-

nen ook nog andere taken doen (zoals het verlenen van lichte

leerd dat de ‘hete hangijzers’ in het sociaal domein beschrijven.

hulp in het sociaal wijkteam of in de toegang). Deze taken zijn

Aan de hand van deze casussen zijn we in gesprek gegaan met

bovenwettelijk en vallen daarom deels buiten onze definitie. In

gemeenten (bestuurders en ambtenaren) van verschillende

het onderdeel praktische uitvoering besteden we hier nog wel

groottes om een representatief beeld van de provincie te krijgen.

aandacht aan.

Samen met hen hebben we bekeken of dit inderdaad de vijf belangrijkste thema’s zijn binnen het sociaal domein en of ze

Het antwoord op de hoofdvraag: ‘Is er binnen het sociaal

(al dan niet) het gebrek aan beleidsruimte illustreren.

domein sprake van gemeentelijke beleidsruimte?’ verschilt per domein. Hierna geven we onze theoretische bevindingen per domein en daarna de praktische kanttekeningen.

U vindt de casussen in bijlage 2, vanaf pagina 39

Tot slot: het sociaal domein kent vele definities. In dit onderzoek hebben we gekeken naar de volgende onderdelen: de drie decentralisatiewetten (Jeugdwet, Wmo, Participatiewet), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de genoemde casussen.

17

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Jeugdwet

Wmo

Bij de Jeugdwet is het minst sprake van gemeentelijke beleids-

Ook bij de Wmo wordt de beleidsruimte van gemeenten steeds

ruimte. Uit de financiële analyse blijkt dat de budgetten vaak

meer beperkt. Dit komt onder andere door rechterlijke uitspra-

niet in verhouding staan tot de stijgende volumes. Gemeenten

ken (bijvoorbeeld over de resultaatfinanciering, rechtbank Leeu-

worstelen met de vraag hoe ze passende zorg kunnen leveren

warden), beperkende maatregelen vanuit het Rijk (AMvB reële

binnen de beperkte budgetten en wat passende zorg is als

prijs) en door knellende budgetten. Kenmerkend is de oproep

er geen budget is. De beleidsruimte wordt dus in hoge mate

van de VNG om wachtlijsten langer te laten worden of inwo-

bepaald door de financiën. Niet alleen op macroniveau

ners te weigeren onder het mom van ‘financiële zelfredzaam-

(gemeentefonds) maar ook als het gaat om de samenwerking

heid’, om zo processen en jurisprudentie uit te lokken. Deze

met andere gemeenten en andere partijen. Voor zware jeugd-

onorthodoxe aanpak is wel een uiting van beleidsruimte, maar

zorg heb je als gemeente weinig keus. Vooral kleine gemeenten

zal uiteindelijk leiden tot een externe beperking (aangezien het

voelen zich ‘kansloos’ als ze moeten onderhandelen met grote

via de rechterlijke macht loopt). Samenvattend kunnen we stel-

partijen, zoals conglomeraten van gemeenten in een GR of

len dat de Wmo met relatief veel beleidsruimte is begonnen in

grote landelijke of regionale aanbieders.

2015, maar in de afgelopen zes jaar steeds verder is ingeperkt.

Het jeugdzorgtraject van Jeffrey

Huishoudelijke hulp voor Ricardo

Jeffrey begint vol goede moed aan een nieuw

Ricardo is alleenstaand, met toenemende zorg-

jeugdzorgtraject. Hij hoopt in deze nieuwe omgeving

behoefte en daarom overweegt hij om te verhuizen

helemaal opnieuw te kunnen beginnen. Tot zijn schrik

naar een andere gemeente. In de nieuwe gemeente

verschilt het nieuwe traject nauwelijks van het vorige!

kan hij veel goedkoper hulp kan aanvragen dan de hulp

Hij is zwaar teleurgesteld en verliest het vertrouwen

die hij in zijn huidige gemeente uit eigen zak betaalt.

dat het ooit nog goed komt.

Hoewel hij de hulp makkelijk zelf kan betalen, wil hij graag een paar tientjes minder uitgeven.

• Zware jeugdhulp met verblijf is de allerduurste vorm van zorg die we in Nederland hebben

• Vanaf het begin van de decentralisaties gingen

(+/- € 200.000 per jaar per cliënt). Een stijging

gemeenten over de wijze waarop de wet Wmo werd

van slechts een paar cliënten kan al een grote impact

uitgevoerd. Het Rijk en de rechterlijke macht leggen

hebben op een begroting van een kleine gemeente.

echter steeds meer beperkingen op deze uitvoering.

Dit bemoeilijkt voor de gemeenten de financiële

Gemeenten hebben daarmee minder sturings-

beheersbaarheid.

mogelijkheden. Zo kunnen ze geen inkomensgrens bepalen. Iedereen heeft recht op zorg vanuit de Wmo.

• Qua uitvoering van de wet heeft de gemeente weinig sturingsmogelijkheden. Dit komt doordat

• Gemeentelijke beleidsruimte binnen de Wmo

de toegang en programma-uitvoering vaak extern

wordt steeds kleiner, doordat het aantal opgelegde

belegd zijn.

beperkingen almaar groter wordt.

Lees in de bijlage het hele verhaal over Jeffrey en waar

Lees in de bijlage het hele verhaal over Ricardo en waar

gemeenten mee worstelen op het gebied van jeugdzorg.

gemeenten mee worstelen op het gebied van de Wmo.

18

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Participatiewet

Het re-integratietraject van Jurre

De Participatiewet heeft twee gezichten. Als het gaat om ‘inkomen’ is de wet heel bepalend en speelt de gemeente een vrij uitvoerende rol. “In het inkomensdeel van de Participatiewet is geen komma ruimte. De moeite die het gemeenten heeft gekost om op hele kleine schaal te mogen experimenteren, was immens. Dat is zo dichtgetimmerd. Dat is eigenlijk helemaal geen decentralisatie.” Prof. dr. K. Peters Als het gaat om ‘werk’ heeft de gemeente, binnen de wettelijke kaders, relatief veel beleidsruimte. Denk aan het bepalen van

Jurre is 36. Hij heeft een beperking en is voor zijn

welke doelgroepen prioriteit hebben, het inzetten van een

inkomen afhankelijk van de gemeente. Hij heeft

SW-bedrijf voor re-integratie of de overlap van de Participatie-

eerder wel gewerkt en wil graag deelnemen aan een

wet met Wmo-voorzieningen. Omdat de uitkering (BUIG) een

re-integratietraject bij een externe partner van de

doeluitkering is, en geoormerkt, is het duidelijker wat de kaders

gemeente. Afgelopen jaar zijn er veel inwoners van deze

zijn (meer dan bij de Wmo en Jeugdwet). Hierdoor is het voor

gemeente in de bijstand ingestroomd. Daarom koos

gemeenten eenvoudiger om zichzelf beperkingen op te leggen.

de gemeente ervoor om de contracten met de externe

Er zijn dus duidelijke kaders, maar binnen die kaders heeft de

partners voorlopig te stoppen. Kan hij ooit weer aan het

gemeente beleidsruimte.

werk? • De financiële kaders door instroom zijn dwingend. Gemeenten zijn verplicht om levensonderhoud uit te keren. Het is gemeenten niet toegestaan om bijstand te weigeren of mensen uit te sluiten. Hierdoor kunnen eventuele aanvullende investeringen uit de BUIG niet of in mindere mate gedaan worden. • Wanneer gemeenten alsnog aanvullende investeringen willen doen, moeten deze uit andere bronnen bekostigd worden. Lees in de bijlage het hele verhaal over Jurre en waar gemeenten mee worstelen op het gebied van re-integratie

19

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Schuldhulpverlening De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening kent de meeste

Beleidsruimte in het sociaal domein samengevat

beleidsruimte. In vergelijking met de 3D’s is er zelfs fors meer beleidsruimte. De wet laat de gemeente erg vrij in het bepalen

In de deze passage zetten de we de juridische en financiële

van de uitvoering of afhandeling van trajecten en heeft de

beleidsruimte van de verschillende wetten op een rij:

minste impact op de begroting. Daardoor is het eenvoudiger om budgetten toe te wijzen aan deze wet. Voor de cliënten pakt de

• Jeugdwet: bij de Jeugdwet is het minste sprake van gemeen-

beleidsruimte niet altijd even prettig uit. Mensen lopen ertegen-

telijke beleidsruimte. Qua uitvoering van de wet heeft een

aan dat er bij de ene gemeente meer of juist minder kan dan bij

gemeente vooral een administratieve functie. De toegang

de andere gemeente.

en programma-uitvoering zijn vaak extern belegd, waardoor er weinig sturingsmogelijkheden zijn voor gemeenten. Dit

Het schuldhulpverleningstraject van Tamara

terwijl de grootste financiële problemen binnen het sociaal domein op dit moment ontstaat binnen deze wet. • Wmo: ten aanzien van de Wmo neemt de beleidsruimte die gemeenten hebben gekregen bij de start van de decentralisaties steeds meer af. Ook de financiële situatie laat een dalende trend zien, de tekorten lopen steeds verder op. De verwachting is dat deze trend in de toekomst verder door zal zetten gezien de demografische ontwikkelingen en de interventies vanuit het Rijk en de rechtelijke macht. • Participatiewet: deze wet kent een tweedeling, enerzijds is de wet zeer bepalend en is de gemeente een relatief uitvoerende

Bij de Belastingdienst bouwt Tamara (45) een enorme

instantie. Dit geldt met name voor het deel inkomen. Ten

schuld op. Ook heeft ze problemen met het betalen

aanzien van het deel werk kent de gemeente echter relatief

van de hypotheek, nutsvoorzieningen en haar private-

veel beleidsruimte, binnen de kaders van de wet. De finan-

leaseauto. Ze zit met haar handen in het haar en is bang

ciële situatie is relatief stabiel te noemen, het blijkt dat de

dat ze haar kapsalon moet opgeven. Een vriendin die

financiële impact met name afhankelijk is van de conjunctu-

in een andere gemeente woont, krijgt voor hetzelfde

rele ontwikkelingen (bijv. door economische crisissen).

probleem passende hulp van een vrijwilliger. Dat wil

• Wet gemeentelijke schuldhulpverlening kent de meeste

Tamara ook. Maar is deze hulp er in de gemeente waar

beleidsruimte. De impact op de financiële kant is momen-

zij woont?

teel slecht in kaart te brengen. Er is weinig bruikbare data voorhanden over volumes en trends; dit is dan ook een van

• Er is sprake van gemeentelijke beleidsruimte. Omdat

de belangrijkste gebreken voor het deel Wgs.

de gemeenten gaan over het ‘wat’ en het ‘hoe’ en daarmee de invulling van het beleid bepalen, maakt

Wat opvalt is dat de onderdelen binnen het sociaal domein

het voor mensen als Tamara uit in welke gemeente ze

waar gemeenten het minste beleidsruimte hebben zorgen voor

woont. Dit knelpunt speelt dus voornamelijk voor de

de grootste financiële problemen.

doelgroep. • Gemeenten zijn sinds 2021 verplicht om meer moeite te doen mensen met schulden te bereiken. Dit ‘outreachend’ werken kan lastig zijn omdat schulden vaak worden opgebouwd bij andere overheden dan de gemeente, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst. Lees in de bijlage het hele verhaal over Tamara en waar gemeenten mee worstelen op het gebied van schuldhulpverlening.

20

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Eigen beleidsruimte in de praktijk

De verschillende hulpverleners van gezin Mulder

Een puur formele en bestuurlijk-juridische beschouwing, aangevuld met een financiële analyse, is onvoldoende als we de sturingsruimte van gemeenten goed in kaart willen brengen. De praktijk van alledag is minstens zo belangrijk om een goed beeld te krijgen. Voor onze analyse van ‘beleidsruimte in de praktijk’ spraken we met een groot aantal gemeenten. Ook hebben we de rijke ervaring met begrotingsprocessen meegenomen en gekeken naar onderzoeken bij gemeenten in het sociale domein. Steeds stond de vraag centraal: ‘Kan de sturingsruimte

Livina en Cor Mulder wonen hun met twee kinderen

ook in praktijk benut worden?’

Kaylee (15) en Giovanni (12) in Delft. Livina is arbeidsongeschikt. Cor is zijn baan als rondvaartschipper kwijt. Het

De context van ons onderzoek

gezin moet nu rondkomen van één bijstandsuitkering en

Een aantal belangrijke op zichzelf staande maatschappelijke

dat lukt nauwelijks. Livina en Cor maken zich grote zor-

ontwikkelingen (ook wel ‘autonome megatrends’ genoemd)

gen. Maar hun problemen zijn niet alleen van financiële

zijn sterk van invloed op het sociaal domein. We noemen de

aard. De gemeente heeft een gezinsbegeleider naar de

toenemende eenzaamheid door individualisering; het afne-

familie Mulder gestuurd. Maar is dat wel waar behoefte

men van sociale cohesie door polarisatie in de maatschappij

aan is?

en het – mede onder invloed van sociale media – ontstaan van problematiek op jonge leeftijd. Op deze trends kun je als over-

• De gemeentelijke beleidsruimte ten aanzien van de

heid lastig sturen, maar ze beïnvloeden wel (het succes van) je

wetten waar een gezin mee in contact kan komen

handelen.

verschilt. Door de hoeveelheid wetten die op een gezin van toepassing kan zijn, is het beleid in zijn

Kortetermijnacties beperken beleidsruimte

totaliteit vrijwel uniek per gemeente. Dit maakt het

Een van de trends waar gemeenten mee te maken hebben, is

voor individuen en gezinnen vaak moeilijk om te

het continue verplaatsen van stelselverantwoordelijkheid en

ontdekken waar ze hulp kunnen krijgen.

beleidsregels. De wetgever heeft soms de neiging om zaken, die hij eerst heeft afgestoten, al na een paar jaar weer naar zich toe

• De complexiteit van het stelsel maakt het lastig om

te trekken. En dat terwijl de rechtssociologie ons leert dat het

effectieve interventies in te zetten. Het monitoren van

jaren kost voordat wetten een positief effect laten zien. Deze

de interventies is ook lastig vanwege de verschillende

kortetermijnacties verstoren de beoogde effecten van de wet-

IT-systemen.

geving en beperken daarmee ook de beleidsruimte (Decentraal bestuur, 2020).

Lees in de bijlage het hele verhaal over het gezin Mulder en waar gemeenten mee worstelen op het gebied van

Interactie tussen wetten bemoeilijkt handelen

multiproblematiek.

Binnen het sociaal domein hebben gemeenten te maken met een veelheid aan wetten en regels die elkaar regelmatig in de

Een ander effect van de complexiteit in wet- en regelgeving is

weg zitten. Vooral bij gezinnen met multiproblematiek kan

dat mensen ‘op hun gevoel’, buiten de regels om, beslissingen

dit voor verwarring en problemen zorgen. Wat volgens de

gaan nemen. Sommige gemeenten raken steeds meer bedreven

ene maatregel wel kan, kan volgens de andere maatregel niet.

in het omzeilen van wet- en regelgeving binnen het sociaal

Beleidsmakers en bestuurders, maar ook uitvoerend professio-

domein om zo toch de zorg of hulp te kunnen leveren die hun

nals ondervinden in hun werk (grote) hinder van de interactie

inwoners nodig hebben. Dit omzeilen van de wet kan juridi-

tussen wetten. Stel, je moet in het kader van de Participatiewet

sche problemen geven in relatie tot de Algemene beginselen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9853312/1