CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Raadsvoorstel Begroting 2023 en de meerjarenraming (2953020) (versie 3 november 2022)

Raad 10 november 2022, gemeente KatwijkBij agendapunt: Begroting 20232.612 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

Kenmerk Programma Onderwerp

: Z2953020D2961332 : Alle programma’s : Begroting 2023 en de meerjarenraming

Katwijk, 4 oktober 2022

Aanleiding en doel De programmabegroting 2023 is het instrument van de raad om haar kaderstellende en toezichthoudende taak te kunnen vervullen. Deze begroting is een uitwerking van de beleidsarme kaderbrief 2023 en het nieuwe coalitieakkoord. De begroting, na dekking en bestemming begrotingssaldo, sluit in 2023 en het meerjarenperspectief met een voordelig saldo, behalve in het jaar 2026. In de septembercirculaire is gebleken dat het Rijk in 2026 gemeenten deels tegemoet is gekomen. Voor Katwijk komt een grove eerste doorrekening neer op incidenteel ruim € 2 miljoen extra in 2026. De exacte uitwerking van de septembercirculaire 2022 vindt momenteel plaats en is dus niet verwerkt in deze begroting. Structurele plannen en maatregelen vanuit het Rijk worden naar 2023 verschoven. Dit brengt dus nog onzekerheid met zich mee. Een doorkijk na 2026 laat zien dat er meer nodig is. Dit maakt het noodzakelijk om tijdig maatregelen te treffen om zo een structureel stabiel financieel perspectief te genereren. Daarom wordt voorgesteld om vanaf 2024 structureel cumulatief de OZB met 5% te verhogen. In de grafiek bij motivering 1.3 is te zien waarom het nodig is om deze maatregel in 2024 in te laten gaan. Hierdoor wordt namelijk het nadeel in 2026 beperkt. Zonder OZB verhoging laat het meerjarenperspectief op dit moment onoverbrugbare nadelen zien.

Bij de kaderbrief 2024 zal op basis van nieuwe informatie vanuit het Rijk opnieuw een afweging worden gemaakt wat daadwerkelijk noodzakelijke maatregelen zijn voor een gezonde financiële huishouding. In 2024 en 2025 is er sprake van een zeer voordelig begrotingssaldo. Daarom storten we deze jaren respectievelijk € 3 en € 7 miljoen in de algemene reserve. Zo creëren we een financiële buffer en verstevigen we het (weerstand)vermogen. Dit kan dan in latere jaren waarin we het nodig hebben, worden ingezet. Zo klinkt eveneens het advies in de contourennota van het Rijk om in voordelige jaren een tijdelijke financiële reserve op te bouwen. Op deze manier sparen we voor de toekomst. Aan de andere kant weten we dat autonome ontwikkelingen (met name op de energiemarkt) ervoor zorgen dat verschillende inkomensgroepen het zwaar hebben. We bekijken dan ook middels een winterplan welke (tijdelijke) financiële maatregelen we kunnen nemen om de nood te lenigen. Wij willen hierin samen optrekken met het zeer actieve en betrokken maatschappelijk middenveld in onze dorpen. Indicatoren (facultatief) De indicatoren van de begroting zijn opgenomen als bijlage 4 van de begroting. Motivering voorstel 1.1 Met het vaststellen van de programmabegroting wordt voldaan aan de Gemeentewet.

Volgens de Gemeentewet dient de gemeente uiterlijk 15 november voorafgaand aan het begrotingsjaar een materieel sluitende begroting in te dienen voor de door uw gemeenteraad gewenste uit te voeren taken en activiteiten alsmede de daarvoor naar verwachting aan te wenden middelen. 1.2 Met de vaststelling van de begroting 2023 kan het college uitgaven doen tot het totaalbedrag van de betreffende taakvelden, binnen de vastgestelde kaders. In het besluit zijn de begroting 2023 en de meerjarenramingen 2024 - 2026 apart genoemd. Dit is gedaan omdat het vaststellen van de meerjarenramingen een ander gevolg heeft dan het vaststellen van de begroting 2023. De 2

autorisatiefunctie heeft alleen betrekking op 2023. De meerjarenramingen geven een beeld van het begrotingsevenwicht op langere termijn. 1.3 Het begrotingssaldo 2023 komt uit op een overschot van € 1.071.000. Het begrotingssaldo laat voor 2023 en het meerjarenbeeld de volgende reeks zien: 2023 € 1.071.000, 2024 € 1.000.000, 2025 € 1.000.000 en 2026 -/- € 484.000. Alleen in het meerjarenperspectief laat 2026 een nadelig saldo zien. Dit komt met name door de meicirculaire 2022. De uitkomsten hiervan hebben vooral in de jaren 2023 tot en met 2025 veel ruimte geboden, terwijl vanaf 2026 sprake is van een forse daling met een verschil van € 7,5 miljoen. Met de septembercirculaire 2022 wordt 2026 wel voordelig, maar deze maakt echter geen onderdeel uit van deze begroting. Wat voor structurele maatregelen het Rijk voor na 2026 neemt wordt in 2023 duidelijk. Dit maakt het onmogelijk om zonder maatregelen een structureel stabiel financieel perspectief te genereren. Daarom wordt voorgesteld om vanaf 2024 structureel de OZB met 5% te verhogen. In onderstaande grafiek is te zien waarom het nodig is om deze maatregel in 2024 in te laten gaan. Hierdoor wordt namelijk het nadeel in 2026 (en latere jaren) beperkt. Zonder OZB verhoging laat het meerjarenperspectief op dit moment onoverbrugbare nadelen zien.

Bij de kaderbrief 2024 zal op basis van nieuwe informatie vanuit het Rijk opnieuw een afweging worden gemaakt wat daadwerkelijk noodzakelijke maatregelen zijn voor een gezonde financiële huishouding.

In 2024 was het voordeel € 3,4 miljoen hoger en in 2025 was het € 7,3 miljoen hoger dan eerder genoemd. Deze bedragen zijn in de algemene reserve gestort, omdat het uitgangspunt is dat € 1 miljoen begrotingssaldo toereikend zou moeten zijn. Door dit te doen wordt gespaard voor de toekomst en de financiële positie versterkt. Zie ook onder Middelen. 1.4 Het structureel reëel begrotingssaldo is in alle jaren voordelig, behalve in 2026. De provinciaal toezichthouder beoordeelt of de begroting structureel en reëel in evenwicht is als voorwaarde om onder repressief toezicht te vallen. Het structurele begrotingsresultaat is in 2023 tot en met 2025 voordelig, alleen 2026 is nadelig. Met de septembercirculaire 2022 wordt 2026 wel voordelig, maar deze maakt echter geen onderdeel uit van deze begroting. De verwachting is dat de gemeente Katwijk met deze begroting voor repressief toezicht in aanmerking komt. Overzicht structureel reëel begrotingsresultaat Structureel reëel begrotingsresultaat Begrotingssaldo Elimineren saldo incidentele lasten en baten (- = meer incidentele lasten dan baten) Structureel reëel begrotingsresultaat

Bedrag * € 1.000 - = nadeel, + = voordeel 2023 2024 2025 2026 1.071

1.000

1.000

-484

612

-2.388

-6.838

637

459

3.388

7.838

-1.121

2.1 De investeringen kunnen worden gestart en / of verder tot uitvoering worden gebracht. 3

In de brief van MIP naar investeringsagenda is voorgesteld om voortaan totaalkredieten beschikbaar te stellen met in achtneming van de voorwaarden van de categorieën A/B/C. Hierdoor is het onderscheid in categorieën niet meer financieel gerelateerd, maar alleen nog inhoudelijk. Vandaar dat wordt voorgesteld om in afwijking van de financiële verordening dit te besluiten. Tegelijkertijd zien we dat veel investeringen nog onvoldoende of niet met de raad besproken zijn. Daarom stellen we voor om alleen de totaalkredieten van 2022 en 2023 beschikbaar te stellen. 2.2 Meerdere investeringen zijn op de (nog) niet lijst geplaatst en worden (nog) niet uitgevoerd. Vanuit het traject “herprogrammering investeringsagenda” is de investeringsagenda gecompleteerd en gekwantificeerd voor de korte, middellange en lange termijn. Hierdoor is de agenda enorm in omvang toegenomen. Met het uitgangspunt van € 35 miljoen planning aan investeringen is het noodzakelijk om keuzes te maken. Dit is gedaan kijkend door de bril van de opgaven waar de gemeente voor staat. Een deel van de investeringen die hier (nog) niet aan bijdragen of anderszins (nog) niet noodzakelijk zijn, zijn op een “(nog) niet lijst” geplaatst. Bij enkele investeringen op deze lijst is sprake van mogelijke bijdragen van derden.

Voor alle investeringen op de “(nog) niet lijst” bestaat de mogelijkheid om weer toegevoegd te worden aan de investeringsagenda. Als bijvoorbeeld duidelijk wordt dat een investering gerealiseerd kan worden met een werkelijke bijdrage van een derde partij, dan zal opnieuw worden afgewogen of de betreffende investering uitgevoerd kan worden. Het college zal, indien deze situatie zicht voordoet, en er ruimte is in de investeringsagenda de raad informeren over de betreffende investering omdat deze dan alsnog onderdeel uitmaakt van de investeringsagenda. In paragraaf 1.3.4 is de investeringsagenda nader toegelicht en de overzichten van de investeringen zijn als bijlage 2 opgenomen. 3. De reserves worden als volgt ingesteld: Naam Reserve Groot onderhoud (90558) Type

Bestemmingsreserve

Functie Classificatie reserve

Bestedingsfunctie B3

Programma en taakveld 0 Bestuur en ondersteuning

Doel

Rekening houden met financiële consequenties ten gevolgen van nieuwe investeringen in de vorm van hogere beheerlasten. Een deel hiervan betreft toekomstige lasten voor groot onderhoud. Door middel van deze reserve wordt een buffer gevormd en houden we rekening met de structurele lasten in de begroting.

Instelling

2023

Saldo 31-12-2022

€0

Benodigd saldo

Afhankelijk van de nieuwe investeringen waar op termijn sprake is van groot onderhoud.

Minimaal

€0

Maximaal

geen maximum

Dotatie / vrijval

Bij nieuwe investeringen in het ruimtelijke domein wordt 5,5 % beheerlasten gehanteerd van het investeringsbedrag (zodra de investering gereed is). Dit percentage betreft een deel sparen bijdrage derden en een deel onderhoud. Het onderhoud wordt onderverdeeld in 85% groot onderhoud en 15% regulier onderhoud. Het gedeelte voor groot onderhoud wordt aan deze reserve gedoteerd en zo jaarlijks in de begroting verwerkt.

Onttrekking

Zodra de beheerplannen geactualiseerd zijn en de nieuwe investeringen daar onderdeel van uitmaken, worden de structurele dotaties aan de voorzieningen opnieuw berekend. In het bijbehorende raadsvoorstel zal dan worden voorgesteld om de gevormde buffer in deze reserve voor de gerealiseerde investeringen vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve.

Geblokkeerd

Bijzonderheden

Duur reserve

Nee Na realisatie van investeringen houden we direct rekening met structurele lasten in de begroting (realistisch ramen). Door deze bedragen tijdelijk toe te voegen aan deze reserve werken we tegelijkertijd aan een versteviging van de financiële positie. Dit is nieuw beleid dat na een periode geëvalueerd moet worden. De eerstvolgende actualisatie van beheerplannen is een logisch moment om dat te doen. Onbepaalde tijd 4

Naam

Reserve Toekomstige vervangingen (90559)

Type

Bestemmingsreserve

Functie Classificatie reserve

Bufferfunctie C1

Programma en taakveld

0 Bestuur en ondersteuning

Doel

Sparen voor vervanging van investeringen in de toekomst. Dit betreft investeringen waarbij sprake is van bijdrage(n) derden.

Instelling

2023

Saldo 31-12-2022

€0

Benodigd saldo

N.V.T.

Minimaal

€0

Maximaal

Afhankelijk van de nieuwe investeringen waarbij sprake is van bijdrage derde(n)

Dotatie

De bijdrage derden wordt gedeeld door de afschrijvingstermijn, zodat het jaarlijkse bedrag gedoteerd kan worden aan deze reserve. Op deze manier is er bij vervanging van de investering voldoende dekking aanwezig.

Onttrekking

Als de investering uiteindelijk (na verloop afschrijvingstermijn) vervangen moet worden. Wordt voor het deel dat betrekking heeft op de betreffende investering onttrokken uit deze reserve ter dekking van de afschrijvingslasten.

Geblokkeerd

Bijzonderheden

Duur reserve

Nee Bij meerdere investeringen is sprake van bijdragen van derden. Bij de activering van deze investeringen op de balans, worden deze bijdragen in mindering gebracht op het totale bedrag van de investering. Door de lagere boekwaarde behoeft er minder afgeschreven te worden, waardoor de afschrijvingslast per jaar lager wordt. Dit is vanzelfsprekend een voordeel voor de exploitatie en het begrotingssaldo, maar hierdoor wordt er niet / niet volledig rekening gehouden met de toekomstige vervanging van deze investeringen. Door nu, na het gereedkomen van de investering, alvast het voordeel aan een reserve (toekomstige vervanging investeringen) te doteren, is er in de toekomst ruimte om de vervanging van de investering te bekostigen. Onbepaalde tijd

4. Hierdoor kan zo snel mogelijk worden gestart met de uitvoering van het winterplan.

Op 13 oktober 2022 en 1 november 2022 is de gemeenteraad via raadsinformatiebrieven geïnformeerd over het winterplan. Daarnaast is de raad tijdens de Informatieve sessie op 3 november verder geïnformeerd. De brief van 1 november jl. bevat een financiële invulling van het winterplan. Voor 2022 is € 1.072.000 benodigd en voor 2023 € 1.865.000 . Het voorstel is om deze bedragen te dekken uit de algemene reserve. In verband met de slagkracht en snelheid van de uitvoering van het winterplan wordt voorgesteld de budgettair neutrale consequenties voor 2022 en 2023 te verwerken in de najaarsbestuursrapportage 2022 en op basis van het collegebesluit van 1 november jl. te starten met deze uitvoering. Kanttekeningen 1.1 De begroting is niet in beton gegoten Er komen nog onzekere tijden aan. Zeker op het gebied van energie, oorlog in Oekraïne, inflatie, mogelijke recessie en ontwikkelingen van het Rijk zijn de gevolgen nog niet goed te overzien. Alles heeft uiteindelijk invloed op de begroting. Daarom is het van belang om zoveel mogelijk vooruit te kijken en goede afwegingen te maken niet alleen voor nu, maar ook voor de langere termijn.

5

1.2 Een groot deel van de bezuinigingen is inmiddels gerealiseerd, maar nog niet alles. Van de bezuinigingen die in december 2019 door uw raad zijn vastgesteld is een deel nog niet gerealiseerd. De bedragen maken echter wel onderdeel uit van het begrotingssaldo. In paragraaf 1.3.3 van de begroting wordt inzicht gegeven in de nog te realiseren bezuinigingen. Voorstel voor raadsbehandeling (facultatief) Nog niet van toepassing. Aanpassingen naar aanleiding van commissiebehandeling (facultatief) Nog niet van toepassing. Middelen De begrotingsuitkomst is als volgt: Ontwikkelingen begrotingssaldo

2023

2024

2025

2026

-249 6.468 -2.749 3.470

-98 8.547 -2.849 5.600

362 8.829 -2.927 6.265

-782 1.038 -2.927 -2.671

-3.384 -259 -253 -275 -577 -1.059 -5.808

-2.571 -944 -253 -275 -577 -1.059 -5.680

-2.934 -715 -253 -275 -725 -1.061 -5.964

-4.003 -750 -103 -275 -650 -862 -6.644

Begrotingssaldo na ambities & opgaven

-2.338

-80

301

-9.314

Totaal dekkingsmogelijkheden (excl. OZB verhoging)

3.409

3.269

6.206

5.983

Begrotingssaldo na dekking OZB verhoging OZB verhoging structureel 5% Sparen voor de toekomst Dotatie aan Algemene Reserve

1.071

3.189

6.507

-3.332

0

860

1.805

2.848

0

3.049

7.312

0

Begrotingssaldo na OZB-verhoging

1.071

1.000

1.000

-484

Begrotingssaldo na VJB '22 en KB '23 (excl. stelpost I&O) Totaal actuele ontwikkelingen en doorrekeningen Totaal Organisatie Begrotingssaldo na algemene ontwikkelingen en organisatie Ambities & Opgaven Totaal wonen Totaal leren en ontwikkelen Totaal energie Totaal Mobiliteit Totaal Kansen Goede Toekomst Totaal overig Totaal ambities & opgaven

Zoals eerder in dit voorstel genoemd laat een eerste grove berekening van de septembercirculaire 2022 een voordeel van ruim € 2 miljoen in 2026 zien, waardoor ook dat jaar sprake is van de voordelig saldo. De uitkomsten van de septembercirculaire maken echter geen onderdeel uit van deze begroting, maar worden verwerkt in de najaarsbestuursrapportage 2022.

6

Uitvoering Na besluitvorming door de gemeenteraad wordt de Programmabegroting 2023 aan de Provincie Zuid-Holland aangeboden (deadline is 15 november). De raadsbehandeling is als volgt gepland: - informatief 20 oktober 2022 - oordeelsvormend 3 november 2022 - besluitvormend 10 november 2022 Bijlage(n) Programmabegroting 2023 en meerjarenraming Burgemeester en wethouders van Katwijk, De secretaris De burgemeester

7

Raadsbesluit Kenmerk Programma Onderwerp

: Z2953020D2961332 : Alle : Begroting 2023 en de meerjarenraming

De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Katwijk van 4 oktober 2022, aangepast op 3 november 2022 met toevoeging beslispunt 4 inzake het winterplan; gelet op artikel 189 en 190 van de gemeentewet;

BESLUIT: 1. 2.

3. 4.

De programmabegroting voor 2023 vast te stellen en kennis te nemen van de meerjarenramingen 2024-2026; De investeringsagenda vast te stellen en: a) in afwijking van de financiële verordening de totaalkredieten voor de investeringen die starten in 2022 en 2023 die verwerkt zijn in deze begroting beschikbaar te stellen; b1) de investeringen van de “(nog) niet lijst” onderdeel van de investeringsagenda te laten worden op het moment dat huidige investeringen achter blijven (er investeringsruimte ontstaat ) en / of bijdragen van derden zeker zijn. b2) de totaalkredieten van deze investeringen via een apart raadsbesluit of P&C document beschikbaar te stellen. De reserve toekomstige vervangingen en de reserve groot onderhoud in te stellen conform de tabel bij motivering van punt 3 in dit voorstel. Kennis te nemen van de op 1 november jl. toegezonden raadsinformatiebrief over de financiële invulling van het winterplan waarvoor wordt voorgesteld deze voor 2022 en 2023 financieel te verwerken in de najaarsbestuursrapportage 2022.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 10 november 2022 De griffier

De voorzitter

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12002387/1