CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Concept jaarstukken 2020 Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland ontvangen op 15 april 2021 (1915864)

Raad 27 mei 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Ter agendering in handen van het presidium te stellen20.071 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Van: Haan, Joost de <jdehaan@hollandrijnland.nl> Verzonden: donderdag 15 april 2021 15:58 Onderwerp: Concept begroting Holland Rijnland 2022 en concept jaarrekening 2020 Holland Rijnland Dit bericht is verzonden aan de griffies en de regiocoördinatoren van de Holland Rijnland gemeenten. Geachte griffies van de Holland Rijnland gemeenten, Bijgaand treft u aan de concept begroting van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland voor het jaar 2022. Wij verzoeken u deze ontwerpbegroting voor te leggen aan uw gemeenteraden met het verzoek hun gevoelens met betrekking tot de ontwerpbegroting schriftelijk aan ons kenbaar te maken middels een zienswijze. Wij vragen u dit bij voorkeur uiterlijk 27 mei 2021 te doen, zodat de zienswijzen adequaat kunnen worden behandeld en meegenomen in een nota van beantwoording die met een nazending voor het AB mee kan. Ook de binnengekomen reacties van de gemeenteraden zullen voor de vergadering aan de leden van het Algemeen Bestuur worden toegezonden. Daarnaast treft u in de bijlagen de concept jaarrekening 2020, conform artikel 34b van de Wet Gemeenschappelijke Regeling. Wij benadrukken dat dit een concept betreft en dat de accountant op dit moment nog bezig is met de controle die tot aanpassingen in de concept jaarrekening kunnen leiden.

Het gezamenlijke resultaat van Holland Rijnland en de TWO komt op basis van de meegestuurde concept jaarrekening voor bestemming uit op ruim €1,5 mln. Na de te verwachten onttrekkingen en toevoegingen aan reserves en budgetoverhevelingen resteert er een bedrag van circa €335.000. Uiteraard zal de jaarrekening nog worden behandeld in het portefeuillehoudersoverleg Bestuur & Middelen en worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Met vriendelijke groet, Joost de Haan-Hoek MT secretaris 071 523 90 57 06 86811215 www.hollandrijnland.nl

Holland Rijnland is het samenwerkingsverband van dertien gemeenten in de Leidse regio, de Duin- en Bollenstreek, en de Rijn- en Veenstreek. Samen verbeteren we de kwaliteit van wonen, werken, leren en leven; voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.

1

Jaarstukken 2020

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding............................................................................................................................................3 Algemene beschouwing............................................................................................................ 3 Leeswijzer ................................................................................................................................ 5 Rekeningresultaat......................................................................................................................6 Regionaal Investeringsfonds ....................................................................................................6 Bestuur ..................................................................................................................................... 9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Jaarverslag Programma verantwoording...................................................................................... 11 Ruimte en Energie.................................................................................................................. 13 Maatschappij en Jeugd........................................................................................................... 20 Strategisch positioneren..........................................................................................................28 Organisatie en samenwerking.................................................................................................29 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................. 31

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Jaarverslag Paragrafen................................................................................................................. 33 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.............................................................................33 Financiering............................................................................................................................. 35 Bedrijfsvoering......................................................................................................................... 37 Vennootschapsbelasting..........................................................................................................39 Heffingen en Leges................................................................................................................. 39 Onvoorzien.............................................................................................................................. 39

4.1 4.2

Jaarrekening 2020.........................................................................................................................41 Balans en toelichting op de balans........................................................................................ 42 Overzicht van baten en lasten................................................................................................ 54

5 6

Besluit............................................................................................................................................ 69 6.1

Bijlagen.......................................................................................................................................... 71 Subsidies................................................................................................................................. 71

1

2

1 Inleiding 1.1 Algemene beschouwing

Het jaar 2020 was een bijzonder jaar, waarin wij ons werk hebben moeten en meestal ook hebben kunnen aanpassen tijdens de Coronacrisis. Wij hebben niet alles kunnen uitvoeren zoals voorzien, maar vaak wel in aangepaste vorm. Zo hebben wij een aantal vacatures bij RBL niet direct ingevuld. Een aantal zaken is uitgesteld zoals bij voorbeeld de aanbesteding van de nieuwe OV-concessie. Ook hebben wij een omzetgarantieregeling moeten treffen voor de jeugdhulpaanbieders en een continuïteitsregeling voor de regiotaxi. Lobbyen is een kernactiviteit van Holland Rijnland en van belang om de regionale agenda te kunnen realiseren. Afgelopen jaar is er meest schriftelijk op een aantal terreinen actie ondernomen aan de hand van de intern opgestelde lobbykalender, omdat vanwege het corona virus fysieke ontmoetingen niet mogelijk waren. Zo zijn er voor energie diverse 'lobbybrieven' verstuurd. Denk voor het onderwerp warmte aan brieven naar het rijk en voor elektriciteit aan de provincie. Daarnaast is er samen met andere partijen een lobbybrief aan het Rijk gestuurd over de ecologische meekoppelkansen A4. Voor de Bubble Barrier is in 2020 een verzoek gestuurd aan de provincie voor een bijdrage. Een ander voorbeeld is dat er met de 6 regio’s in Zuid-Holland een lobbybrief gestuurd is aan de ministeries van BZK en Justitie en Veiligheid over de opgave huisvesting statushouders.

Tot slot hebben wij een zienswijze en brief gestuurd over de Aanvullingsregeling geluid in relatie tot Schiphol. De impact van de Corona-maatregelen op de jeugdhulp was groot. Met name de eerste maanden na invoering van de maatregelen hebben in het teken gestaan van het omgaan met de gevolgen hiervan en focus op continuering van de jeugdhulp. Holland Rijnland coördineert en beheert het Transformatiefonds. Door de Corona-maatregelen hebben enkele projecten uit het transformatiefonds enige vertraging opgelopen of zijn verlengd. De gemeenten in Holland Rijnland werken samen om de jeugdhulp verder te transformeren, de kwaliteit te waarborgen en de kosten beheersbaar te houden. De stijgende uitgaven aan jeugdhulp zetten de financiële positie van gemeenten zwaar onder druk. Het jaar 2020 stond ook in het teken van voorbereiding op de inkoop van de jeugdhulp en het verder concretiseren van de doelen uit het inkoopplan. Middels de inkoop 2022, verdere transformatie van de jeugdhulp en bezuinigingsmaatregelen beogen de gemeenten te komen tot een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelstel. Centraal stond ook de versterking van de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp met als kernvraag: hoe krijgen we beter grip op de kosten? In 2020 is een doorontwikkeling van de TWO ingezet naar een structurele beheersorganisatie.

Besloten is om advies in te winnen over herijking van de governance jeugd. De regionale agenda 2019-2023 bevat vooral veel ruimtelijke thema's. In 2020 hebben wij onze ambitieuze regionale agenda uitgewerkt en de basis gelegd voor de regionale omgevingsagenda Holland Rijnland (ROA), waarover in 2021 besloten wordt. Het gaat daarbij om strategische keuzes wat betreft de verdeling van de schaarse ruime voor wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. Om

3

die keuzes met onze opdrachtgevers collectief te gaan maken bepalen wij met de portefeuillehouders gezamenlijk een integraal ruimtelijk afwegingskader. Om verstandig knopen door te kunnen hakken is voldoende draagvlak van belang. Daarom hebben wij volgens de nieuwe werkwijze naast de portefeuillehouders ook de raadsleden betrokken in meest digitale bijeenkomsten als themacafés, webinars en een wensen- en bedenkingenprocedure. In 2020 hebben we een evaluatie uitgevoerd naar de mate waarin we onze ambities uit de Regionale Woonagenda waarmaken. Dit helpt om waar nodig bij te sturen. Eind 2020 is met behulp van de planmonitor de planlijst woningbouw geactualiseerd en met de monitor aangeboden aan de provincie. De resultaten van de evaluatie van de Regionale Woonagenda en de gedachtewisseling over een mogelijke aanpassing van de huisvestingsverordening zijn vastgelegd in een bestuursopdracht voor wonen. We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Ook in 2020 is de jaarlijkse kantorenmonitor Holland Rijnland opgesteld en ambtelijk besproken. Eind 2020 is de provincie in samenspraak met de regio's gestart met een behoefteraming voor bedrijventerreinen. Mogelijk geeft dit in 2021 aanleiding tot actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie van Holland Rijnland.

Ruimte houden voor bedrijvigheid naast de enorme druk op de woningmarkt is een van de strategische ruimtelijke vraagstukken waar we aandacht aan besteden in de Regionale Omgevingsagenda. Ook vanuit het perspectief van natuur- en landschap wordt actief inbreng geleverd voor de Regionale Omgevingsagenda. Zo dragen we bij aan het vergroten van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur en landschap en de versterking van de grote waarde ervan voor de inwoners uit onze regio en anderen. In 2020 is het plan van aanpak om te komen tot een aantal icoonprojecten in samenspraak met de gemeenten tot stand gebracht en vastgesteld. Om dit type projecten mogelijk te maken en gezien het wegvallen van subsidiemogelijkheden vanuit de provincie zijn de financieringsvoorwaarden vanuit het Regionaal Groenprogramma aangepast. In 2020 is ten behoeve van de actualisering van de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van het huidige mobiliteitssysteem in relatie tot toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en technologische en maatschappelijke trends. Op basis van deze analyse bepalen wij de mobiliteitsopgaven voor de korte- en (middel)lange termijn in Holland Rijnland. Ook is er onderzoek uitgevoerd naar de verduurzaming van mobiliteit. Dit onderzoek gebruiken wij zowel voor de regionale energiestrategie 1.0 (RES) als voor de RSM.

De RSM gaat onderdeel uitmaken van de Regionale omgevingsagenda. Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit hebben immers een wederkerige relatie. In de zomer van 2020 is de Concept RES Holland Rijnland opgesteld door het programmateam RES, met akkoord van 13 gemeenten van Holland Rijnland, de provincie Zuid-Holland, de omgevingsdienst West-Holland en hoogheemraadschap Rijnland. Ook is een proces van wensen en bedenkingen doorlopen. De concept RES is tijdig met de wensen en bedenkingen aangeboden aan het Nationaal Programma RES. Na de zomer is er stevig ingezet op participatie rondom de RES zowel regionaal als lokaal. Ook is er onderzoek gedaan en zijn er berekeningen gemaakt rondom het regionale energiesysteem en op de thema's warmte, energiebesparing, zon op daken, duurzame mobiliteit en ruimte en energie. De resultaten daarvan zijn in de RES 1.0 opgenomen.

4

In de hoofdstukken hierna ziet u de verantwoording per programma.

1.2 Leeswijzer

In het vervolg van dit hoofdstuk leest u het rekeningresultaat, stemverhoudingen van het algemeen bestuur voor de deelnemende gemeenten en de samenstelling van het dagelijks bestuur. In hoofdstuk 2 vindt u de inhoudelijke verantwoording per programma. De programma's van de begroting zijn in 2020 ten opzichte van 2019 gewijzigd. De reden is dat er in 2019 nog gewerkt werd met de inhoudelijke agenda en in 2020 met de regionale agenda. De P&C producten zijn daarop aangepast. Het effect is dat het vergelijken van de cijfers van 2020 met die van 2019 in een aantal gevallen niet mogelijk is. Met ingang van 2021 is dat niet meer aan de orde. Per programma wordt aangegeven wat men in 2020 heeft bereikt, wat daarvoor is gedaan en welke kosten daarmee gemoeid waren. In de paragrafen "Wat heeft dat gekost" verklaren wij de verschillen wanneer de baten of lasten meer afwijken dan € 25.000 ten opzichte van de begroting na wijziging bij de Tussenrapportage 2020. Leeswijzer financiële tabellen: • Directe kosten: kosten voor leveringen, goederen en diensten die rechtstreeks ten laste van projecten in de programma’s komen; • Kosten werkorganisatie: kosten voor personeel, huur gebouw e.d. die via toerekening van uren verdeeld worden over de projecten in de programma’s; • Directe baten: baten die rechtstreeks ten gunste van projecten in de programma’s komen.

Het gaat voornamelijk om subsidies van Rijk en provincie, aanvullende subsidies van gemeentes of bijvoorbeeld leges; Onder het kopje paragrafen komt de bedrijfsvoering aan bod middels de thema’s die door het BBV worden aangedragen, zoals het weerstandsvermogen, kapitaalgoederen en PIOFACH. De jaarrekening is opgenomen in hoofdstuk 4, met de balans, de toelichting op de balans en het overzicht van baten en lasten. De overige staten en overzichten zijn opgenomen in de bijlagen.

5

1.3 Rekeningresultaat

De jaarrekening van Holland Rijnland sluit in 2020 af met een positief resultaat van € 1.523.340. De jaarrekening van Holland Rijnland bestaat in feite uit twee aparte onderdelen die elk een aparte financiering kennen: • Holland Rijnlands reguliere taken, gefinancierd uit de reguliere gemeentelijke bijdrage. • TWO Jeugdhulp, de inkooporganisatie Jeugdhulp, gefinancierd uit de jeugdhulpbudgetten van de gemeenten. Resultaat Holland Rijnland: Het resultaat voor het onderdeel reguliere taken komt uit op € 1.449.483 positief. In de programmaverantwoording gaan wij in op de resultaten per programma. Resultaat TWO Jeugdhulp: De kosten voor de uitvoeringsorganisatie voor de inkoop van jeugdhulp zijn onderdeel van de bedrijfsvoering van Holland Rijnland, maar worden apart in rekening gebracht bij de gemeenten die hieraan deelnemen. De gemeenten brengen dit ten laste van hun eigen jeugdhulpbudget. Het gaat hier dus niet om de besteding van het totale uitvoeringsbudget. Over de jeugdhulpbudgetten wordt door Holland Rijnland wel een eindverantwoording opgesteld, maar het resultaat wordt verwerkt in de jaarrekeningen van de individuele gemeenten. De kosten van de TWO Jeugdhulp zijn € 73.857 euro lager uitgekomen dan begroot. Hierin zijn ook de onder overhead verantwoorde kosten meegenomen van de TWO.

Resultaat en verdeling: De verdeling over gemeenten worden zowel voor het overschot op de TWO Jeugdhulp als het resultaat van Holland Rijnland separaat aangeboden aan het algemeen bestuur.

1.4 Regionaal Investeringsfonds

December 2007 is het Regionaal Investeringsfonds (RIF) ingesteld en de overeenkomst door de deelnemende gemeenten ondertekend. In de RIF zijn de volgende vijf projecten benoemd: • Rijnlandroute; • HOV-netwerk Zuid Holland Noord (HOV-ZHN); • Programma Ontsluiting Greenport (POG); • Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM); • Regionaal Groenprogramma. Voor deze projecten zal de bijdrage vanuit het RIF in z'n totaliteit € 180.000.000 mln zijn. In onderstaande tabel staat de verdeling inclusief de bestedingen tot en met 2020: Project

Budget

reeds besteed t/m 2020

Rijnlandroute

€ 75.000.000

€ 57.500.000

HOV Net Zuid Holland Noord

€ 37.500.000

€ 29.897.400

POG

€ 37.500.000

€ 7.000.000

Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek

€ 10.000.000

€ 10.000.000

Groenprogramma

€ 20.000.000

€ 10.763.401

6

Project

Budget

reeds besteed t/m 2020

Totaal

€ 180.000.000

€ 115.160.801

Bovenstaande tabel toont aan dat er al een groot gedeelte van het RIF daadwerkelijk is besteed. Op een groot deel van het resterende budget rusten verplichtingen waardoor het vrij te besteden bedrag beperkt is. Voor de Rijnlandroute en het HOV Net Zuid Holland Noord zijn er overeenkomsten afgesloten waardoor dit budget totaal bestemd is. Voor de middelen in het POG is een deel van de maatregelen gerealiseerd, een deel in voorbereiding en de invulling van een deel van de maatregelen wordt heroverwogen. De uitgaven voor de vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek zijn verricht en het Groenprogramma is voor een deel gerealiseerd. Ten aanzien van het groenprogramma dat via de exploitatie van Holland Riijnland loopt is nagegaan in hoeverre de projecten waar we aan bijdragen al gerealiseerd zijn. Hier is rekening meegehouden in de administratie. Ter illustratie: de lasten voor het singelpark in Leiden zijn opgenomen in de administratie omdat het deel van het singelpark waar Holland Rijnland aan bijdraagt afgerond is terwijl er door Holland Rijnland nog geen betaling gedaan is. In 2020 hebben de gemeenten de tiende bijdrage van € 9.454.331 voldaan. Dit bedrag is direct in het fonds gestort. De gemaakte kosten en bijbehorende bate voor het Regionaal Groenprogramma, zijn ook opgenomen in het Programma Regionale Agenda. Stand per 1 januari 2020

34.957.927

Ontvangsten: Totaal ontvangen van de gemeenten

9.454.331

Bijdrage 2e tranche Rijnlandroute

Totaal opbrengst

9.454.331

sub-totaal

44.412.258

Uitgaven: Rijnlandroute

2.500.000

HOV-netwerk ZHN

2.488.600

Programma Ontsluiting Greenports (POG) Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM) Regionaal Groenprogramma

4.268.431

Totaal besteed in 2020

9.257.031

7

Stand per 1 januari 2020

34.957.927

Stand per 31 december 2020

35.155.228

Verantwoording Verantwoord op ontvangen RIF-gelden

33.500.211

Rentcorrectie op ontvangen RIF-gelden

593.699 34.093.910

Rente saldo

1.061.318

Totaal

35.155.228

Overzicht RIF-bijdrage per gemeenten

Bijdrage t/m 2019

Kaag & Braassem

4.426.380

368.865

4.795.245

Hillegom

5.161.524

430.127

5.591.651

Katwijk

21.172.044

1.764.337

22.936.381

Leiden

36.919.824

3.076.652

39.996.476

Leiderdorp

6.852.264

571.022

7.423.286

Lisse

4.914.804

409.567

5.324.371

Noordwijk

11.568.072

964.006

12.532.078

Oegstgeest

4.810.560

400.880

5.211.440

Teylingen

8.782.860

731.905

9.514.765

Voorschoten

6.869.040

572.420

7.441.460

Zoeterwoude

1.974.600

164.550

2.139.150

Subtotaal

113.451.972

9.454.331

122.906.303

548.030

45.669

593.699

114.000.002

9.500.000

123.500.002

8.627.300

0

8.627.300

754.974

0

754.974

Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

0

0

0

Leiden: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

16.372.700

0

16.372.700

Totaal

139.754.976

9.500.000

149.254.976

Rentecorrectie Totaal Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute Leiderdorp: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

8

Bijdrage 2020

Bijdrage t/m 2020

1.5 Bestuur

De regio Holland Rijnland bestaat in 2020 uit de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze regiogemeenten worden vertegenwoordigd door de 33 leden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur vergaderde in 2020 twee maal, namelijk op 24 juni en op 16 december. In oktober was er een schriftelijke ronde. Algemeen bestuur en stemverhouding per 16 december 2020 gemeente

Aantal AB leden

Stem per lid

totaal

1.

Alphen aan den Rijn

3

2 x 16 stemmen 1 x 1 stem

33

2.

Hillegom

2

2 x 4 stemmen 1 x 1 stem

9

3.

Kaag en Braassem

3

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

4.

Katwijk

3

1 x 11 stemmen 1 x 10 stemmen

21

5.

Leiden

4

1 x 19 stemmen 1 x 18 stemmen 2 x 1 stem

39

6.

Leiderdorp

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

7.

Lisse

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

8.

Nieuwkoop

2

2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen

9

9.

Noordwijk

2

1 x 8 stemmen 1 x 7 stemmen

15

10.

Oegstgeest

3

2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen

9

11.

Teylingen

3

1 x 6 stemmen 1 x 5 stemmen 1 x 1 stem

12

12.

Voorschoten

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

13.

Zoeterwoude

2

1 x 2 stemmen 1 x 1 stem

3

Totaal

33

186

Door het vertrek van de van de heer van Trigt, die benoemd werd tot burgemeester van Zoeterwoude en mevrouw Wolters zijn er 2 vacatures ontstaan. In de AB-vergadering van 24 juni 2020 is de heer Schoonderwoerd benoemd tot portefeuillehouder Maatschappij. In de schriftelijke AB-vergadering

9

van oktober 2020 is mevrouw C. van Starkenburg verkozen tot nieuw lid van het dagelijks bestuur als portefeuillehouder Jeugd. Samenstelling van het Dagelijks Bestuur per 22 februari 2021: H.J.J. Lenferink

voorzitter en portefeuillehouder Algemeen Bestuurlijke Zaken

J.W.E. Spies

portefeuillehouder Arbeidsmarkt, Economie en Energie

E.R. Jaensch

portefeuillehouder Wonen, Natuur en Landschap, Bestuur en Middelen

A.L. van Kempen

portefeuillehouder Verkeer en Vervoer

F. Spijker

portefeuillehouder Ruimte

F.M. Schoonderwoerd

portefeuillehouder Maatschappij

C.van Starkenburg

portefeuillehouder Jeugd

L.A.M. Bakker

Secretaris-directeur

10

2 Jaarverslag Programma verantwoording De gemeenten in Holland Rijnland willen vormen van samenwerking die gekenmerkt worden door optimale flexibiliteit, lage kosten, grotere betrokkenheid van de deelnemende gemeenten (nabijheid), georganiseerde ontmoeting en uitwisseling van kennis en ideeën en een slagvaardige en actiegerichte organisatie gericht op maatschappelijk relevante projecten. Vanuit deze wens draagt Holland Rijnland binnen de regio zorg voor een optimale verbinding, ontmoeting en samenwerking op ruimtelijk,economisch en sociaal gebied. Voor de inzet van de organisatie Holland Rijnland voor de realisatie van de Regionale Agenda Holland Rijnland zijn vijf rollen te onderscheiden: • Platform voor ontmoeten en netwerken, kennis en ervaringen delen: Het organiseren van regionale afstemming van thema’s die de regio aangaan en het organiseren van allerlei gelegenheden voor de dertien gemeenten om ideeën te delen, kennis uit te wisselen, belangen in te brengen en thema's te agenderen. • Afstemming en coördinatie van beleidskaders en uitgangspunten : Afstemmen en coördineren van gezamenlijke beleidskaders en -uitgangspunten, waarna uitvoering lokaal of subregionaal plaatsvindt. Gemeenten zijn veelal zelf verantwoordelijk voor het opstellen van voorstellen. HollandRijnland faciliteert en coördineert de besluitvorming op ambtelijk en bestuurlijk niveau.

• Lobby en belangenbehartiging: Optreden naar provincie, Rijk en andere belangrijke gremia om de doelen van de regio te bereiken (via lobby en subsidiewerving). Holland Rijnland vormt hiervoor kansrijke allianties en fungeert tevens als aanspreekpunt in formele trajecten, zoals herziening van een provinciale structuurvisie. • Signalering nieuwe ontwikkelingen: Het signaleren en benoemen van nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving en maatschappelijke trends. Hieronder valt ook zicht hebben op het subsidielandschap en het signaleren van mogelijkheden voor cofinanciering. • Uitvoering programma’s, taken en opdrachten: Voor een aantal specifieke opgaven voert Holland Rijnland concrete taken uit: onder meer de Urgentiecommissie Woonruimteverdeling,Opdrachtgeverschap Jeugdhulp en het Regionaal Bureau Leerplicht. In dit hoofdstuk worden de programma’s beschreven, te beginnen met drie inhoudelijke en vervolgens twee ondersteunende programma’s. Dit zijn: • Ruimte en Energie • Maatschappij en Jeugd • Strategisch positioneren • Organisatie en samenwerking (overhead) • Algemene Dekkingsmiddelen Naar programma Domein 1 Ruimte en Energie

Begroting 2020

Wijziging Begroting

Begroting na wijziging

Rekening 2020

Resultaat 2020

Lasten

2.913.159

1.261.329

4.174.488

7.836.070

-3.661.582

Baten

-966.277

-1.491.244

-2.457.521

-6.526.609

4.069.088

1.946.882

-229.915

1.716.967

1.309.461

407.506

4.338.588

2.266.265

6.604.853

5.662.415

942.438

Saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd

Lasten

11

Naar programma

Begroting 2020

Wijziging Begroting

Begroting na wijziging

Rekening 2020

Resultaat 2020

-832.686

-1.726.011

-2.558.697

-2.630.305

71.608

3.505.902

540.254

4.046.156

3.032.110

1.014.046

Lasten

282.421

0

282.421

151.000

131.421

Baten

-

-

-

-

-

282.421

0

282.421

151.000

131.421

Lasten

2.330.600

739.183

3.069.783

3.114.473

-44.690

Baten

-

-

-

-15.055

15.055

2.330.600

739.183

3.069.783

3.099.418

-29.635

Lasten

-

-

-

-

-

Baten

-8.065.805

-165.000

-8.230.805

-8.230.808

3

-8.065.805

-165.000

-8.230.805

-8.230.808

3

Lasten

-

-

-

-

-

Baten

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal lasten

9.864.768

4.266.777

14.131.545

16.763.958

-2.632.413

Totaal baten

-9.864.768

-3.382.255

-13.247.023

-17.402.777

4.155.754

Saldo van baten en lasten

0

884.522

884.522

-638.819

1.523.341

Storting in reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking uit reserves

-

-884.522

-884.522

-884.522

0

Saldo reserveringen

-

-884.522

-884.522

-884.522

0

Resultaat

0

0

0

-1.523.341

1.523.341

Baten Saldo Domein 3 Strategisch positioneren

Saldo Domein 4 Organisatie en samenwerking

Saldo Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen

Saldo Resultaat

Saldo

Domein 4 Organisatie en samenwerking is gelijk aan overhead.

12

2.1 Ruimte en Energie 2.1.1 Integraal ruimtelijk kader

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De gemeenten in Holland Rijnland wegen sectorale ruimtelijke claims onderling integraal af daar waar dit meerwaarde heeft op regionaal niveau. Zij maken strategische keuzes voor gezamenlijke agendering van regionale ruimtelijke opgaven richting provincie en Rijk en maken afspraken over de realisatie ervan. Zo draagt Holland Rijnland bij aan de gewenste ontwikkeling van de regio en vergroten we de leefkwaliteit. In 2020 is daarom een begin gemaakt met het opstellen van een Strategische Agenda Ruimte oftewel een Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. Er zijn een viertal extreme ruimtelijke ontwikkelscenario's uitgewerkt en doorgerekend op maatschappelijke meerwaarde met behulp van het dashboard Verstedelijking en Landschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De Rijn- en Veenstreek en de Duin- en Bollenstreek hebben gewerkt aan een aanvulling op de omgevingsagenda Hart van Holland. Tussenresultaten zijn besproken met ambtenaren, bestuurders en raadsleden van de verschillende gemeenten van Holland Rijnland en onze bestuurlijke en maatschappelijke partners. Eind 2020 zijn de te maken strategische ruimtelijke keuzes vastgelegd in een memo voor de portefeuillehouders economie en leefomgeving en gepresenteerd in het algemeen bestuur. Medio 2021 zal besluitvorming plaatsvinden

2.1.2 Regionale woonagenda

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Ons doel met de Regionale Woonagenda is om voor 2030 30.000 nieuwe woningen te laten bouwen, waarvan 25% sociale huur en 20% in het middensegment. Huisvesting voor doelgroepen maatschappelijke zorg en arbeidsmigranten heeft daarbij onze bijzondere aandacht. We stemmen de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en we anticiperen op de gevolgen voor mobiliteit. In 2020 hebben we een evaluatie uitgevoerd naar de mate waarin we onze ambities uit de Regionale Woonagenda waarmaken. Dit helpt om waar nodig bij te sturen. Eind 2020 is met behulp van de planmonitor de planlijst woningbouw geactualiseerd en met monitor aangeboden aan de provincie. Het bestuurlijk en ambtelijk platform van Holland Rijnland is het afgelopen jaar intensief benut, onder andere voor lobby en belangenbehartiging bij het Rijk en de provincie, inzicht in juridische instrumenten en voor gezamenlijke aandacht voor de huisvestingsvraagstukken van bijzondere doelgroepen als arbeidsmigranten, vluchtelingen, waaronder statushouders en woonwagenbewoners. Naar aanleiding van een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens is er voor deze laatste doelgroep een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar hun woningbehoefte.

Later dan aanvankelijk voorzien onder invloed van Corona, heeft er een digitaal themacafé plaatsgevonden over de ontwikkeling van woonbehoeften van verschillende doelgroepen en nieuwe doelgroepen (onder invloed van de extramuralisatie van de maatschappelijke zorg) in relatie tot de toekomstbestendigheid van het regionale woonruimteverdeelsysteem. In totaal 100+ raadsleden en andere belangstellenden namen deel aan dit themacafé. De resultaten van de Evaluatie van de Regionale Woonagenda en de gedachtewisseling over een mogelijke aanpassing van de huisvestingsverordening zijn vastgelegd in een bestuursopdracht voor wonen. Aangezien we ervoor gekozen hebben eerst de Regionale Woonagenda te evalueren, gaan we hiermee in 2021, later dan initieel gepland, aan de slag. Hierbij

13

is er ook aandacht voor de toekomstige woningbouwopgave, mede in relatie tot de verschillende doelgroepen en andere ruimtevragende activiteiten in onze regio. Vanuit het thema wonen leveren we input voor de Regionale Omgevingsagenda en omgekeerd zal deze richting geven aan de actualisering van de Regionale Woonagenda in 2021.

2.1.3 Huisvestingsverordening en uitvoering urgentieverklaring

Wij streven naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woonruimte in de sociale sector. Daarvoor hebben gemeenten samen de regionale huisvestingsverordening vastgesteld. We zorgen ervoor dat de afgesproken spelregels op de juiste, klantgerichte en efficiënte wijze worden toegepast. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Holland Rijnland verzorgt het secretariaat van de Regionale Urgentiecommissie Woonruimteverdeling. In 2020 behandelde de commissie 283 urgentieverzoeken en 170 vragen voor stadsvernieuwingsurgentie. Daarnaast zijn bezwaar- en beroepsprocedures voor de bezwarencommissie, rechtbank en Raad van State afgehandeld en is voorlichting gegeven aan intakers bij woningcorporaties. Ook stelt Holland Rijnland jaarlijks in het kader van de contingentenregeling het aantal sociale huurwoningen vast, die door corporaties beschikbaar worden gesteld met name voor de uitstroom uit de maatschappelijke zorg. Tot slot is in de beleidscommissie Woonruimteverdeling en in een (online) themacafé stilgestaan bij de gewenste en mogelijke aanpassingen van de woonruimteverdeling (zie ook paragraaf 2.1.2.). In de bijeenkomst stond de vraag centraal of het huidige woonruimteverdeelsysteem wel toekomstbestendig is of een andere wijze van verdelen nodig is. In totaal 100+ raadsleden en andere belsangstellenden namen deel aan dit themacafé.

Een van de rode lijnen van de avond was dat de woonruimteverdeling de voorraad niet kan vergroten. Het blijft een verdeling van de schaarste. Bouwen van goedkope sociale huurwoningen blijft essentieel, naast een verdere heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem.

2.1.4 Regionale strategiën voor bedrijventerreinen en kantoren

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het is noodzakelijk dat de plancapaciteit én de gebruikte capaciteit beter aansluiten op de werkelijke ruimtebehoefte in onze intensief gebruikte regio. We willen de vraag naar werklocaties zoveel mogelijk ruimtebesparend invullen. Eind 2019 hebben we sub-regionaal (geformaliseerd in 2020) en regionaal keuzes gemaakt over welke soort bedrijvigheid we waar in ons gebied willen bundelen. We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Ook in 2020 is er daartoe de jaarlijkse kantorenmonitor Holland Rijnland opgesteld en ambtelijk besproken. Eind 2020 is de provincie in samenspraak met de regio's gestart met een behoefteraming voor bedrijventerreinen. Mogelijk geeft dit in 2021 aanleiding tot actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie van Holland Rijnland. Ruimte houden voor bedrijvigheid naast de enorme druk op de woningmarkt is een van de strategische ruimtelijke vraagstukken waar we aandacht aan besteden in de Regionale omgevingsagenda. (Woon-werk-akkoorden vanuit de provincie Zuid-Holland bieden een instrument om slimme bovengemeentelijke uitruil mogelijk te maken. Hier is actief gebruik van gemaakt voor het Werninkterrein. Een goede ontsluiting van bedrijventerreinen en kantoren is randvoorwaardelijk. In

14

toenemende mate speelt ook connectiviteit i.v.m. de noodzakelijke digitalisering en aandacht voor mogelijkheden voor clustering i.v.m. stimuleren van circulariteit en campusvorming een rol).

2.1.5 Regionale strategie natuur, landschap en recreatie

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Wij dragen met de inzet van icoonprojecten bij aan het versterken en het behouden van de kwaliteit van natuur en landschap. Daarbij streven we naar een verhoging van de biodiversiteit, de versterking van cultuurhistorische waarden en de recreatieve aantrekkelijkheid van onze regio. Holland Rijnland biedt een unieke combinatie van kust, stad, plassengebied en veenweide. Deze rijkdom van landschappelijke diversiteit vormt de basis voor toekomstige ontwikkeling. In 2020 is het plan van aanpak om te komen tot een aantal icoonprojecten in samenspraak met de gemeenten tot stand gebracht en vastgesteld. Om dit type projecten mogelijk te maken en gezien het wegvallen van subsidiemogelijkheden vanuit de provincie zijn de financieringsvoorwaarden vanuit het Regionaal Groenprogramma aangepast. Vanuit de Landschapstafels is ook in 2020 al hard gewerkt om in 2021 te komen tot nieuwe uitvoeringsovereenkomsten 2021-2024. Er is in 2020 zowel ambtelijk als bestuurlijk bijgedragen aan de invulling, waaronder het uitvoeringsprogramma (UP) van de landschapsstrategie, van het Nationaal Park Hollandse Duinen en is Holland Rijnland operationeel partner geworden. Verder heeft Holland Rijnland zich ingezet in het versterken van het recreatieve waternetwerk van de Hollandse Plassen (HP), o.a.

door het ontwikkelen van een agenda en het actualiseren van het UP HP. Ook is er een financiële bijdrage geleverd aan het project Ervaar de Romeinse Rijn (incl. De Vliet) om de beleefbaarheid en recreatieve waterstructuur te verbeteren. De regionale samenwerking op het gebied van klimaatadaptatie is geïntensiveerd t.b.v. het binnenhalen van subsidie voor te treffen maatregelen. In 2020 zijn verschillende projecten uit het succesvolle regionale Groenprogramma gerealiseerd. In de Duin en Bollenstreek is het Merovechpark in Katwijk opgeleverd en is het project Noorder Leidse Vaart in Hillegom afgerond. In de Leidse regio heeft het Singelpark verder vorm gekregen. Het is nu met de oplevering van de Singelparkbruggen mogelijk een rondje Singelpark te lopen. Bloemrijke bermen hebben in de gehele regio bijgedragen aan substantiële toename van de bijenpopulatie. Als lid van de Lokale Actiegroep (LAG) - uitvoerder van het Europese LEADER-programma - hebben we ook in 2020 projecten benoemd en doorgeleid voor cofinanciering bij de provincie Zuid-Holland (PZH) en het RVO (dit zijn projecten zoals de Drijvende Tuinkamers, Hihahut, Buitenplaats Molenwei op het gebied van circulaire economie en gezondheid en voor de ontwikkeling van het platteland. We hebben opdrachten verleend o.a.

voor onderzoeken zoals pva ondernemersloket Circulaire Economie en bereiden declaraties voor bij PZH/ RVO.) In 2020 is besloten om het LEADER programma met twee jaar te verlengen. Ook de besteding van de middelen Zuidvleugel Zichtbaar Groener (ZZG) door het Landschapsfonds Holland Rijnland is nog met een jaar tot en met 2021 verlengd. Vanuit het perspectief van natuur- en landschap wordt actief inbreng geleverd voor de Regionale Omgevingsagenda. Zo dragen we bij aan het vergroten van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur en landschap en de versterking van de grote waarde ervan voor onze regio en anderen.

15

2.1.6 Regionale strategie mobiliteit

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Met de strategische aandacht voor mobiliteit en agendering van urgente bereikbaarheidsopgaven draagt Holland Rijnland bij aan het versterken van woonmilieus, de bereikbaarheid van recreatieve gebieden en de economische ontwikkeling. Hierbij ligt de focus op de interne en externe bereikbaarheid van Holland Rijnland voor zowel personen als goederen. De prioriteit ligt bij duurzame oplossingen in relatie met het Klimaatakkoord en bij de samenhang met de verstedelijkingsopgave en de realisatie van een inclusieve samenleving. Ook stimuleert Holland Rijnland veiliger weggedrag en probeert verkeeronveilige situaties te voorkomen door aanpassing van infrastructuur en in te zetten op educatie en handhaving van verkeersregels. In 2020 is ten behoeve van de actualisering van de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van het huidige mobiliteitssysteem in relatie tot toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en technologische en maatschappelijke trends. Op basis van deze analyse is geadviseerd over de mobiliteitsopgaven voor de korte- en (middel)lange termijn in Holland Rijnland. Ook is er onderzoek uitgevoerd naar de verduurzaming van mobiliteit. Dit onderzoek zal zowel voor de RES 1.0 als voor de RSM worden gebruikt.

Er is geïnvesteerd in het zwaluwstaarten van de Regionale omgevingsagenda en de RSM. Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit hebben immers een wederkerige relatie. Eind 2020 is een tussentijdse rapportage opgeleverd over de voortgang van projecten uit het Regionaal Investeringsfonds (RIF). Er is in 2020 actief bijgedragen aan de voortgang van de realisatie van het HOV-net Zuid-Holland Noord. Met name op de frequentieverhoging op het spoor LeidenUtrecht zijn belangrijke stappen gezet. Zo is de realisatie van station Hazerswoude weer iets realistischer geworden en zal de frequentie van treinen in de brede spits naar verwacht eind 2021 een feit worden. Holland Rijnland heeft actief steun verleend aan de belangenbehartiging voor de ontwikkeling van de OV-knoop Leiden als onderdeel van Metropolitaan Openbaar Vervoer en Verstedelijking (MOVV) (onder andere ten behoeve van Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) en Nationaal Groeifonds) en draagt zorg voor de afstemming van de voorziene maatregelen voor versterking van deze OV-knoop met een nieuwe OV-concessie. Onder invloed van de coronacrisis is de aanbesteding hiervan overigens uitgesteld. Holland Rijnland heeft al wel forse input geleverd aan het beleidskader en programma van eisen en de afstemming met de gemeenten georganiseerd.

Voor de regiotaxi beheert Holland Rijnland het contract en coördineert overleg tussen klantorganisaties en vervoerder. Onder invloed van de coronacrisis is er in 2020 veel tijd gaan zitten in het treffen van een continuïteitsregeling voor de vervoerders en zijn ook meerkosten die voor de aangepaste wijze van vervoer gemaakt zijn aan de vervoerders vergoed. Ook de communicatie met de vervoerders en naar reizigers en gemeenten heeft veel tijd in beslag genomen. In 2019 heeft de regio een eerste aanzet gedaan om te komen tot een regionaal doorfiets/snelfietsrouteplan. In 2020 is hier een vervolg aan gegeven en naar verwachting wordt dit in maart 2021 inclusief een kaart vastgesteld. Dit plan dient ook als input voor het Nationaal Toekomstplan Fiets. Het voornemen voor het Nationaal Toekomstplan Fiets (NTF) is in het BO MiRT van najaar 2020

16

bevestigd. Op basis van een landelijk plan worden daar in het BO MiRT in het voorjaar concreet gelden aan gekoppeld. De provincie Zuid-Holland coördineert de inzet vanuit de regio’s. Ook in 2020 is er geïnvesteerd in de verkeersveiligheid door het toekennen van subsidies op basis van het Actieprogramma Verkeersveiligheid 2020. Binnen de mogelijkheden die de Coronacrisis nog bood zijn projecten die opgenomen zijn zoveel mogelijk uitgevoerd. Mede door de gedeeltelijke sluiting van de scholen in 2020 konden niet alle voorgenomen projecten doorgang vinden. Het programma bevindt zich momenteel in een overgangsfase. We werken toe naar een nieuwe aanpak van het Rijks Strategisch Plan Verkeersveiligheid. In 2020 is daartoe met enige regelmaat contact geweest met provincie en is enkele malen aangesloten bij initiatieven van het ministerie van Infrastrctuur en Mobiliteit (I&M) met als doel de regionale plannen zoveel mogelijk aan te sluiten bij die van Rijk en provincie. De eerste stappen in die aanpak zijn gezet door onderzoek te doen welk bureau de regio zo goed mogelijk kan ondersteunen bij de ontwikkeling van een verkeersveiligheidsmodel. Waarschijnlijk kan hiervoor in het eerste kwartaal 2021 een opdracht worden verleend.

2.1.7 Regionale energietransitie

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2017 is het Energieakkoord Holland Rijnland opgesteld met daarin ambities om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. Na de totstandkoming van het landelijke Klimaatakkoord werd elke regio verplicht een zogenaamde Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. Het gebied Holland Rijnland is aangewezen als één van de dertig RES-regio’s. De Regionale Energie Strategie (RES) beschrijft welke strategie een regio hanteert om regionale energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. De RES heeft een horizon van 2030 met een doorkijk naar 2050. De RES wordt opgesteld door de RES regio, bestaande uit de volgende partners: 13 gemeenten, provincie en het hoogheemraadschap. Holland Rijnland levert de programmacoördinator en vervult de functie van procesbewaker en kassier. Het budget voor de RES bestaat structureel uit een bijdrage van de 13 gemeenten voor het Energieakkoord Holland Rijnland (€ 617.966,-). Daarnaast is er een rijksbijdrage voor de RES van in totaal € 1.258.000,- (als volgt verdeeld: €50.000,- in 2019, 708.000,- in 2020 en € 500.000,- in 2021). Dit budget loopt via de begroting van Holland Rijnland en verantwoording vindt plaats via de p&c cyclus Holland Rijnland en via Stuurgroep RES en PHO+ Energie. In 2020 is er nu in totaal €1.137.833,- uitgegeven ten behoeve van het opstellen van de RES.

Eind 2020 is er in de reserve beschikbaar €188.079 Daar komt in principe nog bij het restant van 2020 €188.252, zodat er in z'n totaliteit een bedrag van €376.330 in zit. In juni 2020 is de Concept RES Holland Rijnland opgesteld door het programmateam RES. Dit stuk is vrijgegeven door de dagelijkse besturen en algemene besturen van de 13 gemeenten van Holland Rijnland, de provincie Zuid-Holland, de Omgevingsdienst West-Holland en hoogheemraadschap Rijnland. Ook zijn daarop wensen en bedenkingen ingediend en verwerkt. In de zomer van 2020 heeft een Europese aanbesteding plaatsgevonden van brede ondersteuning bij het opstellen van de RES op het gebied van (technisch) onderzoek, communicatie en participatie en procesondersteuning. Na de zomer is er stevig ingezet op participatie rondom de RES via een regionaal traject en via ondersteuning (financieel en door middel van inzet van een bureau) van lokale trajecten. Ook is er veel werk verzet voor onderzoek en berekeningen rondom het regionale

17

energiesysteem en op de thema's warmte, energiebesparing, zon op daken, duurzame mobiliteit en ruimte en energie.

2.1.8 Wat heeft dat gekost? Domein 1 Ruimte en Energie

Begroting 2020

Wijziging Begroting

Begroting na wijziging

Rekening 2020

Resultaat 2020

Directe kosten

1.641.411

1.626.244

3.267.655

6.968.774

-3.701.119

Kosten werkorganisatie

1.271.748

-364.915

906.833

867.296

39.537

Lasten

2.913.159

1.261.329

4.174.488

7.836.070

-3.661.582

Directe baten

-966.277

-1.491.244

-2.457.521

-6.526.609

4.069.088

-

-

-

-

-

Baten

-966.277

-1.491.244

-2.457.521

-6.526.609

4.069.088

Saldo van baten en lasten

1.946.882

-229.915

1.716.967

1.309.461

407.506

Storting in reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking uit reserves

-

-

-

-

-

Saldo reserveringen

-

-

-

-

-

1.946.882

-229.915

1.716.967

1.309.461

407.506

Bijdragen gemeenten

Resultaat

Op het programma Ruimte en Energie is een positief resultaat van €407.506. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. - Overschot op de bedrijvenstrategie van € 20.000 Het bedrag van € 20.000 is geld dat Holland Rijnland bij alle gemeenten in 2019 speciaal ophaalde naar aanleiding van de opdracht van de provincie Zuid-Holland uit 2018 om een regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Dit onderwerp was een paar jaar daarvoor bij de reorganisatie van Holland Rijnland geschrapt, maar kwam weer terug. Deze bedrijventerreinenstrategie werd in 2019 afgerond op basis van een onderzoek door STEC. Uiteindelijk is de factuur van STEC helemaal betaald door de provincie en de uitgaven zijn door Holland Rijnland niet gedaan. In 2020 is bij de behandeling van de jaarrekening 2019 echter besloten dit budget te blijven reserveren voor het onderwerp bedrijventerreinenstrategie. Zoals in het PHO economie en leefomgeving van 31-3-21 is besproken zal op basis van de provinciale behoefteraming en onder invloed van de Regionale Omgevingsagenda in de tweede helft van 2021 dit budget nodig zijn. - Overschot op energie van €188.252 Het voor 2020 gereserveerde bedrag vanuit de rijksbijdrage RES is geheel besteed. Van de additionele gemeentelijke bijdrage voor het Regionaal Energieakkoord resteert een bedrag €188.252.

In het besluit bij de jaarrekening wordt voorgesteld dit bedrag te storten in de reserve Energieakkoord. - Overschot Regionaal Project Verkeersveiligheid van €66.000

18

Voor verkeersveiligheid is minder uitgegeven doordat er minder projecten zijn uitgevoerd als gevolg van de coronabeperkingen. Vooral educatieve projecten voor gedragsbeïnvloeding konden maar beperkt doorgaan. Het overschot van de ontvangen subsidie is reeds overgeboekt naar de balans. Het gaat hier dus om het Holland Rijnlandbudget, niet om het subsidiebudget. - Overschot woonruimteverdeling €72.000 In 2020 is voor de urgentiecommissie extra budget beschikbaar gesteld om de continuïteit van de ondersteuning te waarborgen. De onderbesteding is ontstaan door dat de vacatures ter vervanging van een langdurig zieke medewerker en de ondersteuning van de administratie later konden worden ingevuld dan verwacht. Ook in 2021 zal inhuur noodzakelijk zijn. Tevens zijn de kosten voor SP71 voor de bezwaarschriftencommissie lager dan voorzien. - Overschot Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmarkt €50.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. Een woonagenda heeft een relatie met ruimte en maatschappij. Daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aan het overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000.

Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het coronavirus. Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten door naar 2021.

19

2.2 Maatschappij en Jeugd 2.2.1 Platform kennisdeling en beleidsafstemming sociaal domein

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het sociaal domein is een complex beleidsterrein dat continue in ontwikkeling is. Om zo effectief mogelijk te opereren, is het van belang dat gemeenten onderling afstemmen en kennis met elkaar delen. Holland Rijnland heeft ook in 2020 een platform geboden voor bestuurlijk en ambtelijk overleg, waar gemeenten elkaar kunnen inspireren, beleid kunnen afstemmen en ervaringen en kennis met elkaar kunnen delen. Inclusieve arbeidsmarkt Aanvankelijk leek het economisch beter te gaan. Maar het effect van de corona crisis is lastig in te schatten. Het is wel duidelijk dat in voor Holland Rijnland belangrijke sectoren als horeca en toerisme ontslagen gaan vallen. Het Rijk kwam in september 2020 met een omvangrijk sociaal steunpakket met als belangrijk onderdeel het opzetten van regionale mobiliteitsteams om mensen van werk naar werk te leiden. Om te voorkomen dat er een verloren generatie ontstaat, wordt zwaar ingezet op de aanpak jeugdwerkloosheid. De in 2018 opgezette brancheteams zijn in deze corona crisis actief gebleven om zelfs vanuit de digitale omgeving zoveel mogelijk werkzoekenden te plaatsen. De opgave uit het landelijke Sociaal Akkoord om in de periode tot 2025 in Holland Rijnland 3.700 extra banen te realiseren voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt ligt redelijk op schema.

Tegelijkertijd verandert de arbeidsmarkt snel door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Het is van belang dat het onderwijs hierop aansluit. Holland Rijnland heeft in 2020 de totstandkoming van Centra voor Innovatie en Vakmanschap voorpraktijkgericht onderwijs gestimuleerd. In de arbeidsmarktregio is harmonisatie van instrumenten om tot een eenduidige werkgeversdienstverlening te komen ingezet. De aansluiting van beleid en uitvoering is hierin essentieel. Holland Rijnland heeft de aansluiting van onderwijs-arbeidsmarkt en arbeidsmarkt-economie ondersteund, bijvoorbeeld door middel het cofinancieringsfonds; Holland Rijnland heeft een actieve rol gespeeld in het totstand komen van het programma Kracht van de verbinding in de Duin-en Bollenstreek. Daarnaast heeft zij de coördinatie van het Marktbewerkingsplan en de doorontwikkeling van het Werkgeversservicepunt Holland Rijnland ondersteund. Holland Rijnland heeft in 2020 ook het platform van scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs ondersteund, om ervaringen in de aanpak van kwetsbare jongeren uit te wisselen. Doel van het overleg is te komen tot "Fantastische Lijnen" van school naar werk dan wel vervolgonderwijs.

Doordecentralisatie maatschappelijke zorg Door de inrichting van een regionale projectorganisatie bereiden de regiogemeenten zich samen voor op de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg. De gemeenten in de regio hebben met elkaar afgesproken om de maatschappelijke zorg zó in te richten dat zeer kwetsbare inwoners zoveel mogelijk zelfstandig in de woonomgeving van hun keuze kunnen wonen en deelnemen aan de lokale

20

samenleving. Dit doen zij door, samen met ervaringsdeskundigen en zorgpartijen, de zorg in de regio te veranderen: meer ambulante hulp en meer kleinschalige vormen van wonen met zorg. De coronacrisis heeft gezorgd voor een hogere instroom in de maatschappelijke opvang (voor dak- en thuislozen) en een toename van jongvolwassenen op de wachtlijsten van beschermd wonen, omdat zij psychische problemen hebben. Eind 2020 werd duidelijk dat de doordecentralisatie van maatschappelijke zorg niet per 2022, maar per 2023 ingaat. Holland Rijnland heeft ambtelijke ondersteuning aan deze regionale projectorganisatie geboden, het beheer van het het Regionaal investeringsfonds maatschappelijke zorg uitgevoerd en de regionale werkgroep Inkoop regionale voorzieningen getrokken. Daarnaast verzorgt Holland Rijnland het regionale platform voor ambtelijke advisering en bestuurlijke besluitvorming.

2.2.2 Aanjaagfunctie terugdringen laaggeletterdheid

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De regio Holland Rijnland telt naar schatting 50.000 laaggeletterde volwassenen (16-65 jaar). Samen met meer dan veertig partners in de regio Holland Rijnland zetten wij ons in voor het voorkomen en terugdringen van laaggeletterdheid. In 2020 is hiervoor het Regionaal programma integrale aanpak Laaggeletterdheid 2020-2024 Holland Rijnland opgesteld, samen met de subregio's. Daarnaast werd in 2020 de aanbesteding van volwasseneneducatie voorbereid om per 2021 voor een periode van drie jaar de regionale trajecten voor taal-, reken- en digitale vaardigheden (volwasseneneducatie) in te kopen. Door de coronacrisis konden er weinig activiteiten en lessen bij de aanbieders op locatie worden uitgevoerd. De formele aanbieders van de volwasseneneducatie hebben daarom veel online gewerkt met hun deelnemers en taalhuizen hebben alternatieven gezocht in taalwandelingen en online taalcafés. Holland Rijnland heeft het proces ondersteund en inhoudelijk geadviseerd bij de totstandkoming van het regionaal programma integrale aanpak laaggeletterdheid en de aanbesteding van de volwasseneneducatie. Verder heeft Holland Rijnland de regionale werkgroep Vervolgaanpak laaggeletterdheid getrokken en de subregionale en lokale taalpacten (uitwerking van regionaal programma op subregionaal en lokaal niveau) en de taalhuizen geadviseerd.

Holland Rijnland heeft tevens subsidies aangetrokken en co-financiering georganiseerd voor projecten ouderbetrokkenheid voor laagtaalvaardige ouders.

2.2.3 Vertegenwoordiging en coördinatie jeugdhulpregio

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De impact van de corona-maatregelen op Jeugd was groot. Met name de eerste maanden na invoering van de maatregelen hebben in het teken gestaan van het omgaan met de gevolgen hiervan en focus op de continuering van de hulpverlening aan jeugdigen gecontinueerd kon worden. Holland Rijnland coördineert en beheert het Transformatiefonds. Door de Corona-maatregelen hebben enkele projecten uit het transformatiefonds enige vertraging opgelopen of zijn verlengd om zo meer inzicht te krijgen in de resultaten, zoals het project Samen Werken aan Veiligheid en de pilot Projectondersteuner jeugd. Om voldoende resultaten te krijgen en ook om een aantal projecten door te laten lopen tot de Inkoop 2022 is in 2020 besloten om de projecten te verlengen in 2021. Dit is ook bedoeld om voldoende input

21

te krijgen voor de maatschappelijke businesscases die in 2019 gestart zijn, in 2020 gevuld zijn met de ervaringen uit de lopende projecten en in 2021 afgerond worden. In 2020 is het transformatieplan herijkt om in te kunnen zetten op de huidige prioriteiten van gemeenten. Een deel van de middelen uit het transformatiefonds is gekoppeld aan concrete projecten die in 2020 gestart zijn. Op verzoek van de gemeenten zijn de resterende middelen toegekend aan gemeenten voor de zorginhoudelijke transformatie en specifieke maatregelen die lokaal of subregionaal bijdragen aan de transformatie van de jeugdhulp. Het regionaal beleidsteam jeugd is in de loop van 2020 opgeheven. Holland Rijnland coördineerde de regionale beleidsopgaven. De deelnemende beleidsmedewerkers zijn, in het kader van de inkoop van de jeugdhulp per 1 januari 2022, trekkers geworden van de zorginhoudelijke segmenten. De regionale beleidsopgaven zijn onderdeel geworden van het takenpakket van de trekkers. Het inkooptraject kreeg prioriteit, daardoor was er niet altijd voldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar bij de gemeenten om de regionale beleidsopgaven op te pakken. Holland Rijnland heeft in de voorbereiding op de inkoop 2022 de rol van projectleider vervuld. De gemeenten in Holland Rijnland werken samen om de jeugdhulp verder te transformeren, de kwaliteit te waarborgen en de kosten beheersbaar te houden.

De stijgende uitgaven aan jeugdhulp zetten de financiële positie van gemeenten zwaar onder druk. In 2020 hebben de gemeenten gewerkt aan het opstellen van bezuinigingsmaatregelen om deze kosten te beheersen. Holland Rijnland heeft de gemeenten daarbij ondersteund met procescoördinatie en -ondersteuning.

2.2.4 Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp)

TWO Jeugdhulp maakt als uitvoeringsorganisatie onderdeel uit van Holland Rijnland en realiseert namens de deelnemende gemeenten een adequaat aanbod van goede, passende en tijdige (specialistische) hulp voor jeugdigen en gezinnen in de regio. Voor de uitvoering van het gezamenlijk opdrachtgeverschap via de TWO Jeugdhulp sloten gemeenten een dienstverleningsovereenkomst (DVO) af met Holland Rijnland. De DVO loopt tot 1 januari 2022 en bevat afspraken over de diensten die TWO Jeugdhulp levert aan gemeenten. Gemeenten hebben aangegeven de werkzaamheden van de TWO ook na 2022 voort te willen zetten. Inmiddels is bureau KokxDeVoogd gestart om te onderzoeken op welke manier TWO Jeugdhulp het beste voorgezet kan worden en welke governance daarbij past. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het jaar 2020 stond voor de TWO Jeugdhulp in het teken van: • • • •

Corona Voorbereiding Inkoop 2022 Tekorten jeugdhulp en kostenbeheersing Doorontwikkeling TWO Jeugdhulp

Waar de coronamaatregelen in veel sectoren leidden tot minder werk, moest de TWO alle zeilen bijzetten. Op verzoek van de gemeenten werkten wij de landelijke regelingen uit (omzetgarantie voor zorgaanbieders en de meerkostenregeling) en implementeerden wij deze versneld, zorgden wij ervoor dat jeugdhulpaanbieders ingezet konden worden bij de lokale opvang van kwetsbare kinderen

22

en hielden wij zicht op de continuering van de jeugdhulp in deze bijzonder tijd. De TWO ontving als gevolg van Corona veel vragen van jeugdhulpaanbieders. Hier richtten wij een speciale website voor in en rapporteerden wij frequent aan gemeenten over de ontwikkelingen van Corona in relatie tot de jeugdhulp. De verwachting is dat de TWO ook in 2021 extra inzet levert vanwege Corona. Naast Corona ging de aandacht uit naar de voorbereiding op de inkoop van de jeugdhulp. Daarin ondersteunde TWO de gemeenten met kennis en expertise. De focus lag op het verder concretiseren van de doelen uit het Inkoopplan. Middels de inkoop 2022, verdere transformatie van de jeugdhulp en bezuinigingsmaatregelen beogen de gemeenten te komen tot een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelstel. Desalniettemin geldt dat de gemeenten nog onvoldoende perspectief hebben op de gewenste positieve financiële effecten binnen de jeugdhulp. Het jaar 2020 kenmerkte zich dan ook als jaar van oplopende financiële tekorten, een zoektocht naar maatregelen om de kosten te beheersen en de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten daarin. Vanzelfsprekend hielden deze vraagstukken ook de TWO bezig.

Centraal stond ook de versterking van de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp: hoe krijgen we beter grip op de kosten? Samen met de gemeenten werkte de TWO aan meer synergie tussen beleid (inhoud door gemeenten) en inkoop (uitvoering door TWO Jeugdhulp). Zo startte er een traject om gemeentelijke accountmanagement richting jeugdhulpaanbieders vorm te geven, naast het reeds bestaande contractmanagement door TWO Jeugdhulp. In zijn algemeenheid is in 2020 een doorontwikkeling van de TWO ingezet. Van tijdelijke pioniersorganisatie naar een structurele beheersorganisatie met een aantal heldere kerntaken, te weten: • • • •

inkoop & contractmanagement; advies & ondersteuning; monitoring; ondersteunende taken op het gebied van financiën, administratieve processen en de servicedesk.

Naast de grote thema’s van corona, doorontwikkeling van de TWO, inkoop 2022 en kostenbeheersing gaf de TWO in 2020 ook uitvoering aan de volgende zaken: • Data gedreven werken: in 2020 leverde TWO, naast de reguliere halfjaarrapportages over de jeugdhulp, een dashboard voor gemeenten op. Dit dashboard bevat managementinformatie en wordt binnenkort uitgebreid met een prognosemodel. Intern is in 2020 binnen TWO ingezet op data gedreven contractmanagement richting aanbieders. • Financiën: Op het gebied van financiën ging de aandacht uit naar het opstellen en de besluitvorming rond de herziene begroting jeugdhulp 2020, begroting jeugdhulp 2021, uitwerken bezuinigingsvoorstellen, de meerjarenbegroting jeugdhulp en de verantwoording en afrekening Jeugdhulp 2019. • Contractering: de belangrijkste activiteiten waren het voeren van het contractmanagement met de jeugdhulpaanbieders, het vaststellen van de tarieven en de maximale bestedingsruimten voor de jeugdhulpaanbieders en het actualiseren van de overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders. • Administratieve ondersteuning: in 2020 voerde de TWO extra administratieve taken uit, zoals implementatie van de Beschikbaarheidswijzer van jeugdhulp, financieel-administratieve afhandeling Nee Tenzij-regeling en extra monitoring naar aanleiding van de gewijzigde kaders voor begeleiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10039598/1