28. Bijlage 5. Schriftelijke vragen over de reactie gemeente Noordwijk, mede namens Teylingen, op rapport
Tekst van het document
Schriftelijke vragen van Sybrinne de Vries, Reny Wietsma en Gerben Dijkstra (allen CDA-fractie) over de reactie van het gemeentebestuur van Noordwijk, mede namens het college van B&W van de gemeente Teylingen, op het rapport “Duin- en Bollenstreek 2020+” van de Vrije Ondernemers Noordwijk over de GOM 1. Kan het college bevestigen dat het college van de gemeente Noordwijk een brief d.d. 23 december 2020 heeft gestuurd aan de Vrije Ondernemers Noordwijk (VON) in reactie op hun rapport “Duin- en Bollenstreek 2020+” 1), waarin de uitkomsten zijn opgenomen van het onderzoek van de VON over de GOM? 2) 2. Kan het college bevestigen dat het college van de gemeente Noordwijk deze brief mede namens het college van B&W van de gemeente Teylingen heeft verzonden? 3. Onderschrijft het college daarmee volledig de inhoud en de strekking van de brief die het dagelijks bestuur van de gemeente Noordwijk aan de VON heeft geschreven in reactie op het genoemde rapport? 4. Indien de brief aan de VON mede namens het college van Teylingen is geschreven en zij daarmee de inhoud en strekking daarvan volledig onderschrijft, heeft het college dan haar reactie gegeven namens alleen het college van B&W van Teylingen? Zo nee, namens welk ander bestuursorgaan van de gemeente Teylingen heeft het college die reactie dan mede gegeven? 5.
Herinnert het college zich dat de afgelopen 2 jaar door meerdere mensen, uit vooral de agrarische sector, in de vergaderingen van de commissie Ruimte en ook in die van de gemeenteraad is ingesproken en dat zij daarin hun zorgen hebben geuit over de gang van zaken bij de GOM, het reilen en zeilen daarvan in relatie tot de doelstellingen en ook de governance van de GOM? 6. Herinnert het college zich tevens dat op verzoek van de gemeenteraad van Teylingen door de onafhankelijke gemeentelijke Rekenkamer Teylingen (verder: Rekenkamer) een onderzoek naar de GOM is gedaan, omdat in de gemeenteraad van Teylingen veel vragen leven over de effecten van de GOM in combinatie met de ontvangen signalen vanuit de agrarische sector? 7. Herinnert het college zich ook dat de uitkomsten van het onderzoek door de Rekenkamer zijn neergelegd in haar rapport “Grip op de GOM” d.d. 28 februari 2020, dat aan de gemeenteraad is aangeboden en tevens is verzonden naar de gemeenteraden van alle bij de GOM aangesloten gemeenten? 3) 8.
Heeft het college destijds kennis genomen van de inhoud van het rapport van de Rekenkamer, waarin onder andere in de deelconclusies werd vastgesteld dat “de gemeenteraad wel zicht heeft op de uitvoeringsprestaties van de GOM, maar geen zicht op de maatschappelijke effecten op de regio als geheel” en ook dat “hierdoor de raad moeilijk afwegingen kan maken tussen het regionale en lokale belang indien zich een specifieke lokale casus voordoet”? 9. Heeft het college tevens kennis genomen van de hoofdconclusie van de Rekenkamer in haar rapport, dat door de gemeenteraad is vastgesteld, dat de deelconclusies “tezamen bijdragen aan de twijfels binnen de gemeenteraad of het ISG-beleid - en de uitvoering door de GOM – voldoende doeltreffend is of zelfs contraproductief werkt”? 10. Hoe verhouden deze uitkomsten van het eerste onderzoek naar de GOM van de Rekenkamer zich tot het niet-inhoudelijk onderbouwde oordeel, zoals ook namens het college van Teylingen, door het gemeentebestuur van Noordwijk bij brief d.d. 23 december 2020 aan de VON is verzonden? 11.
Is het college, kennis genomen hebbende van de uitkomsten van dit eerste onderzoek van de Rekenkamer, achteraf ook tot het oordeel gekomen dat vragen rondom de GOM tenminste gerechtvaardigd zijn en dat die ook gesteld mogen worden? Zo nee, kan zij haar antwoord onderbouwen en de (deel)conclusies van de Rekenkamer in haar eerste onderzoeksrapportage inhoudelijk en één voor één weerleggen? 12. Zo nee, hoe beoordeelt zij achteraf haar ondersteuning van de inhoud van de brief van het college van Noordwijk aan de VON d.d. 23 december 2020? 13. Herinnert het college zich ook dat de gemeenteraad Teylingen, naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek, de Rekenkamer verzocht heeft een vervolgonderzoek te willen doen, waarvan de uitkomsten februari 2021 worden verwacht? 14. Is het college er van op de hoogte dat het rapport “Duin- en Bollenstreek 2020+” door de VON ook aan de gemeenteraad van Teylingen is gezonden en dat die daarover nog niet
heeft gesproken, daarover geen besluit heeft genomen en de gemeenteraad vooralsnog dus geen oordeel daarover heeft uitgesproken? 15. Is het college er ook van op de hoogte dat de VON haar rapport “Duin- en Bollenstreek 2020+” tevens aan de Rekenkamer heeft gezonden en dat de verwachting gerechtvaardigd is dat de Rekenkamer dit rapport in haar lopend vervolgonderzoek zal betrekken? Zo nee, wil het college haar antwoord inhoudelijk motiveren? 16. Is het college bekend dat in november 2020 op initiatief van de gemeente Noordwijk een (digitale) themabijeenkomst GOM was voorzien waarvoor alle aan de GOM deelnemende gemeenten en hun raadsleden waren uitgenodigd en dat deze themabijeenkomst door de agendacommissie van de gemeente Noordwijk om onbekende redenen is gecanceld en verplaatst naar een moment “over de jaarwisseling”? 4) 17. Hoe verhoudt deze uitgestelde themabijeenkomst, waarin gelegenheid geboden zou worden tot het verstrekken van (nadere) informatie en hoor en wederhoor, zich tot het verzenden door het gemeentebestuur van Noordwijk van de brief d.d. 23 december 2020 aan de VON en vooral tot de inhoud en strekking daarvan? 18. Vindt het college zorgvuldig richting de VON, maar ook naar de leden van de raden van de aan de GOM deelnemende gemeenten, dat de brief d.d.
23 december 2020 is verzonden aan de VON, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en Tweede Kamerlid Van Eijs van D66, terwijl de themabijeenkomst op een nader te bepalen moment in 2021 nog moet plaatsvinden en hoor en wederhoor daardoor tot dat moment achterwege is gebleven? Wat is het oordeel van het college in retrospectief gezien over deze gang van zaken? 19. Heeft het college van Teylingen zelf wel gesproken met de VON over de inhoud van haar rapport en zo ja, wanneer is dat geweest en wat waren daarvan de uitkomsten? 20. Zo nee, waarom heeft het college dat gesprek niet geïnitieerd en gevoerd, maar ondertussen wel een flink, krachtig, maar niet-inhoudelijk onderbouwd oordeel over het rapport van de VON ingenomen, er vanuit gaande dat de brief d.d. 23 december 2020 door het gemeentebestuur van Noordwijk mede namens het college van Teylingen is verzonden, zoals de brief aangeeft? 21. Hoe beoordeelt het college haar handelen in deze kwestie vanuit een oogpunt van de door ook de gemeentelijke overheid te allen tijde in acht te nemen zorgvuldigheid jegens haar inwoners, insprekers en mensen die actief willen participeren, zoals de VON met haar rapport heeft gedaan? 22. Hoe beoordeelt het college haar handelen in het licht van de participatieparagraaf, zoals deze is opgenomen in het collegeprogramma “Vitaal Teylingen”? 5) 23.
Erkent het college tegelijkertijd dat het hoofd van de gemeente, de volksvertegenwoordiging, de raad van de gemeente Teylingen, nog geen oordeel heeft uitgesproken over het rapport van de VON en in afwachting is van de uitkomsten van het vervolgonderzoek van de Rekenkamer? 24. Wil het college met redenen omkleed aangeven waarom het samen met de andere aan de GOM deelnemende gemeenten is gekomen tot een dergelijk (prematuur) oordeel over het rapport van de VON, terwijl zij de inhoud kent van het eerste onderzoeksrapport van de Rekenkamer, hoor en wederhoor achterwege is gebleven, het college tevens weet dat dezelfde Rekenkamer op verzoek van de gemeenteraad van Teylingen met een vervolgonderzoek bezig is en de gemeenteraad eerst na ontvangst daarvan een oordeel uitspreekt? 25. Waarom heeft het college voor haar beurt gesproken en geen rekening gehouden met de positie van de gemeenteraad van Teylingen, die zich wel zorgvuldig inhoudelijk wil informeren over het rapport van de VON, hoor en wederhoor wil plegen, kennis wil nemen van de uitkomsten van het vervolgonderzoek van de Rekenkamer alvorens in gezamenlijk overleg met het college tot een eindoordeel te komen over de GOM en de vragen die daarbij leven in de samenleving en in de politiek? 26.
Is het college bereid in het licht van de nog te verschijnen uitkomsten van het vervolgonderzoek van de Rekenkamer en de bespreking daarvan in de gemeenteraad de overige deelnemende gemeenten aan de GOM daarvan op de hoogte te stellen en dat de gemeente Teylingen derhalve nog geen eindoordeel heeft over het rapport van de VON? Zo nee, waarom niet? 27. Zal het college ook de VON informeren dat de gemeenteraad van Teylingen zich nog niet heeft uitgesproken over haar rapport, dat hij dat zal doen na ontvangst en bespreking van
het tweede onderzoeksrapport van de Rekenkamer en dat derhalve de opvattingen van het college, zoals verwoord in de brief d.d. 23 december 2020, prematuur zijn en in ieder geval niet beschouwd kunnen worden als het standpunt van de gemeente Teylingen op het rapport van de VON? Zo nee, waarom niet? 28. Is het college tevens bereid om deze schriftelijke vragen, inclusief de bijlagen, te verzenden aan de raden van de aan de GOM deelnemende gemeenten, maar ook aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zodat de minister bij het geven van haar antwoorden op de schriftelijke vragen van het D66-Kamerlid Van Eijs rekening kan houden met alles wat er speelt rondom de GOM in de deelnemende gemeenten en niet selectief geïnformeerd is, zoals in de brief van het gemeentebestuur van Noordwijk d.d. 23 december 2020 is gebeurd? Zo nee, waarom niet? 29. Wil het college deze vragen één voor één beantwoorden?
1) Onderzoeksrapport VON: “Duin- en Bollenstreek 2020+”, november 2020. 2) Brief d.d. 23 december 2020 van het college van B&W van de gemeente Noordwijk aan de VON. 3) Rapport “Grip op de GOM”, 28 februari 2020, van de onafhankelijke gemeentelijke Rekenkamer van de gemeente Teylingen. 4) Mailwisseling gemeente Noordwijk over de gecancelde themabijeenkomst over de GOM. 5) Collegeprogramma “Vitaal Teylingen”: “Ambitie: Wij benutten de kennis, deskundigheid en ervaringen van onze inwoners, ondernemers en instellingen optimaal. Samen werken we aan een Teylingen waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Zo trekken we samen op in het vormen van visie, beleid en uitvoering. En als inwoners of ondernemers denken dat ze zaken beter op kunnen pakken? Dan gaan we graag de uitdaging aan! We vragen onze samenleving juist om ons scherp te houden en te komen tot creatieve en innovatieve aanpakken.”