28. Bijlage 1. Mainport in de tweede linie
Tekst van het document
De docks zijn gemakkelijk toegankelijk voor handelaren of transporteurs, maar tegelijkertijd worden werkzaamheden aan het zicht onttrokken. Bloemen worden in de docks gereed gemaakt voor transport. Dit is een geschikt moment om drugs, of andere smokkelwaar, in de zending te verstoppen. Inkomende goederen (van witgoed tot illegaal vuurwerk) kan in de docks worden afgebouwd. Activiteiten worden doelbewust, soms opzichtig, afgeschermd. Er worden bijvoorbeeld treintjes met bloemenkarren in een (halve) cirkel geplaatst, als een tijdelijke muur. De kantoren zijn afgesloten ontmoetingsplekken. Deze worden benut voor legale en illegale handelspraktijken. Op kantoren staan kluizen die onder meer worden benut om contant geld (volgens respondenten soms in grote hoeveelheden) op te slaan. Smokkelkansen en -praktijken op veilinglocaties worden – tegenover sleutelfunctionarissen bij de overheid - vanuit de sector bevestigd. Er wordt door insiders met name gewezen op de “open infrastructuur.”
Rondom de veilingen: bedrijventerreinen en andere locaties Er is op de veilingterreinen meer (sociale) controle dan daar omheen. Respondenten wijzen dan ook op criminele kansen op nabijgelegen bedrijventerreinen en op andere locaties in de omgeving, al wordt benadrukt dat dit een samenhangend handelsconglomeraat is met veilinglocaties: Als op de veiling bloemen zijn gekocht, worden die onder meer naar klanten op bedrijventerreinen in de directe omgeving gebracht. In Naaldwijk en Aalsmeer worden
24
bloemen op veilingkarren naar zogenoemde “eigen bouwers” gebracht: bedrijfspanden van handelaren en transporteurs op korte afstand van de veiling. Ondernemers beschikken daar over grote vrijheid. Hier komen ladingen bij elkaar en die worden gereed gemaakt voor verzending. Dit leidt tot criminele kansen, bijvoorbeeld voor smokkel. Handelaren en transportondernemingen - onder meer uit Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne, Estland, Letland en Litouwen - zetten goedkope en slecht betaalde medewerkers in als chauffeur. In de omgeving van bloemenveilingen, en bij afritten van snelwegen, verzamelen ze op parkeerplaatsen, onder meer in de nabijheid van tankstations of horeca. Dit is een vindplaats van slachtoffers van arbeidsuitbuiting en van chauffeurs en vrachtwagens die worden ingezet bij smokkelpraktijken. Bedrijven rondom bloemenveilingen zijn een geschikte plaats om smokkelwaar in een lading of vrachtwagen te verbergen of uit te laden. Dat geldt evengoed voor bedrijfslocaties waar een bloementransport een tussenstop maakt. Het is een criminele werkwijze om op afwijkende locaties partijen bloemen met smokkelwaar in of uit te laden. Bijvoorbeeld bij opslagbedrijven in de regio (in de omgeving van een veiling, bijvoorbeeld bij sigarettensmokkel) of onderweg, op een geschikte locatie in binnenof buitenland.
Er bestaat een (beleids-)discussie over de vraag in welke mate smokkelpraktijken plaats hebben op de veilingterreinen of in de directe omgeving, met name op bedrijventerreinen. Wie de locaties bezoekt, merkt dat dit op straatniveau geen belangrijke kwestie is. Het is namelijk gemakkelijk om ongehinderd een veilingterrein of bedrijventerrein op te lopen of op te rijden en om van een veilingterrein naar een bedrijventerrein te gaan. Of omgekeerd. Bloemen worden in Aalsmeer en Westland, op karren van de veiling, van het veilingterrein naar de belendende bedrijventerreinen gereden. Bloementransporten leveren – na een lange rit door Europa - vlakbij de veiling smokkelwaar af.
25
5. Het beleidsnetwerk Het veiligheidsbeleid ten aanzien van ondermijning op en rondom de drie bloemenveilingen is (recent) op de publiek-private agenda gezet. De handel en transporten werden lang wél gezien als een economische mainport (de greenport), maar in geringe mate als een infrastructurele mainport die ruimte geeft aan criminelen. Respondenten leggen uit waarom dit zo was. De bloemenveilingen en belendende bedrijventerreinen waren en zijn in veel opzichten ordelijk, waardoor bij publiek beleid de prioriteit logischerwijze wordt gelegd op andere veiligheidsproblemen. Bijvoorbeeld zichtbare drugscriminaliteit (drugsproductie in de gemeenten, drugshandel of investeringen met drugsgeld in bijvoorbeeld horeca), arbeidsuitbuiting (niet primair ingestoken vanuit de sierteeltsector, al zijn er raakvlakken), vastgoedfraude, jeugdoverlast, jeugdcriminaliteit of vermogensdelicten. Er bestaat bovendien een registratie-gat. Indien chauffeurs of transporteurs in het buitenland worden aangehouden (en mogelijk worden veroordeeld) vanwege ‘bloemen-gerelateerde’ strafbare feiten (zoals drugshandel), is dat niet altijd zichtbaar in beschikbare lokale of regionale registratiesystemen. Respondenten met toegang tot vertrouwelijke justitiële informatie vonden in open bronnen informatie over grote drugsvondsten in het (verre) buitenland in bloemenzendingen, waarvan ze niet op de hoogte waren.
Voorts is op twee klassieke mainports (luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven) de douane volcontinu aanwezig en wordt met name gecontroleerd op goederen die over de EU-grens Nederland binnenkomen. De permanente fysieke en materiële aanwezigheid (scanners) van de douane ontbreekt op bloemenveilingen en in de sierteeltsector. De douane controleert soms op een veilingterrein, op basis van een uitvoeraangifte van een vracht die daar wordt geladen en over de weg de EU-grens passeert. Transporten binnen de EU worden niet door de douane gecontroleerd. Op en rondom bloemenveilingen gaat het in hoge mate om vrij vervoer van personen en goederen. Op klassieke mainports controleert een groot aantal particuliere beveiligers personen die beveiligde (delen van) terreinen betreden of verlaten. De beveiliging en toegangscontrole zijn modern, met poorten, pasjes en biometrische controle. De bloemenveilingen zijn daarentegen een verlengstuk van de openbare weg, met vrij inkomend en vertrekkend verkeer dat visueel en via camera’s wordt geobserveerd. Op de drie locaties telt de beveiliging van RFH ongeveer zestig fte. De minimale bezetting bestaat op de locaties Naaldwijk en Aalsmeer uit drie beveiligers in de ochtend, middag, avond en nacht. Op de locatie Rijnsburg zijn ’s nachts twee beveiligers aanwezig. Daarnaast heeft RFH één bedrijfsrechercheur.
Op de grootste klassieke mainports (de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol) zijn de politie, FIOD en/of Koninklijke Marechaussee aanwezig voor een brede politietaak (toezicht, handhaving en opsporing). Dit ontbreekt op de bloemenveilingen. De fysieke aanwezigheid van de politie ligt op de veilingen in handen van politiemensen uit de basisteams.
26
Het programma Weerbare Sierteeltsector Vandaag de dag worden (de goederenstromen naar en vanaf) bloemenveilingen door een breed publiek-privaat netwerk gezien als een bijzondere mainport met een kansenstructuur voor georganiseerde criminaliteit. Dit wordt mede gevoed door de RIEC-analyse Van Veld tot Vaas over de bloemenveiling in Aalsmeer. 49 Dit inzicht ligt ten grondslag aan de toekenning van budgetten uit het eenmalige fonds om de aanpak van ondermijning te versterken, met bijzondere aandacht voor drugscriminaliteit. Met dit budget (beheerd door de gemeente Westland) is het publiek-private programma Weerbare Sierteeltsector opgezet. Het omvangrijke werkgebied rondom de drie veilingen resulteert in partnerschap tussen een grote private partij (RFH) en een uitgebreid publiek netwerk met vier gemeenten (Katwijk, Westland, Aalsmeer en Uithoorn), twee RIEC’s (Den Haag en Amsterdam-Amstelland), twee politie-eenheden (Den Haag en Amsterdam), twee regionale parketten (Den Haag en Amsterdam) en twee afdelingen van de Belastingdienst (Den Haag en Hoofddorp). De programmastructuur is gelaagd. De stuurgroep bestaat uit vier burgemeesters (met de burgemeester van de gemeente Westland als voorzitter) en topfunctionarissen van alle aangesloten organisaties.
Daaronder valt een programmateam met functionarissen uit de tactische laag van al deze organisaties, met daarbinnen een kernteam van drie personen: een politiefunctionaris en twee externe experts. Sinds kort is dit team uitgebreid met twee experts, waarbij de één zich toelegt op de private aanpak van ondermijning en de ander op de bestuurlijke aspecten. Voorts is een integrale interventiebrigade ingericht om acties uit te voeren in de (nabije) toekomst. Ten slotte wordt gebruik gemaakt van communicatie-experts van bijna alle betrokken organisaties. Respondenten wijzen op interne uitdagingen in deze structuur. Er is geen eenduidig bevoegd gezag met doorzettingsmacht. Bij discussie over de personele inzet kampen het programma- en kernteam met concurrerende (legitieme) inspanningen. Er zijn in de afgelopen jaren, vanuit RIEC-structuren, integrale projecten opgestart in de twee regio’s. Het zijn inspanningen met bestuurlijk draagvlak. Bijvoorbeeld ten aanzien van arbeidsuitbuiting, vastgoedcriminaliteit, bedrijventerreinen of drugscriminaliteit. De aanpak van onder andere arbeidsuitbuiting kan uiteraard een gunstig effect hebben op (dit fenomeen binnen) de sierteeltsector. Toch is de consequentie dat bij het programma aangesloten publieke organisaties beperkte ruimte hebben voor de gerichte publiek-private aanpak van ondermijning op en rondom de drie bloemenveilingen.
Bij pogingen om te komen tot integrale actie zijn er al snel één of enkele sleutelorganisaties die niet of op een bescheiden niveau deelnemen vanwege andere legitieme verplichtingen. Die andere verplichtingen krijgen prioriteit vanwege lopende projectmatige interventies (bijvoorbeeld arbeidsuitbuiting, drugsproductie of vastgoedfraude) of vanuit organisatorische doestellingen (bijvoorbeeld nodale politiecontroles richten op zogenoemd mobiel banditisme). 50 Het kernteam of programmateam kan medewerking niet afdwingen.
49. RIEC Amsterdam Amstelland, 2017. 50. Uiteraard heeft de integrale aanpak van arbeidsuitbuiting wel een gunstig effect op de gang van zaken op en rondom de bloemenveilingen.
27
Het programma heeft ingezet op een strategie van vier pijlers. De eerste betreft informatie en analyse, gericht op fenomeenkennis, inzicht in kwetsbaarheden en een inventarisatie van concrete signalen. Op basis van deze inzichten wordt een integrale casusaanpak (pijler twee) opgezet en worden door publieke en private partijen barrières opgeworpen (pijler drie). Ook wordt gewerkt aan verbetering van de publiek-private samenwerking, onder meer wat betreft informatiedeling (pijler vier). In de uitvoeringspraktijk zijn belangrijke inzichten opgedaan, namelijk: Concrete informatie over fenomenen en casuïstiek heeft betrokkenen ervan overtuigd dat de bestaande kansenstructuur voor ondermijning op en rondom de veilingen kan en dient te worden verminderd, al blijft discussie bestaan over de omvang van de criminaliteit. Sinds de zomer van 2020 zijn - door aanhoudende inspanningen vanuit het programma en van daaruit opgebouwde relaties met professionals die beschikken over inlichtingen – (meer) casus over drugscriminaliteit in beeld gekomen. De georganiseerde criminaliteit is veelkoppig. Het gaat om meer dan drugscriminaliteit. Het betreft aan de ene kant internationale bedrijfsstructuren en geldstromen, en aan de andere kant lokaal gewortelde bedrijven.
Op de veilingterreinen zijn incongruenties zichtbaar (omstandigheden die niet lijken te deugen of tenminste kritische vragen oproepen), met name voor ondernemers en medewerkers van de veiling (waaronder beveiligers) en enkele politiemensen met goede kennis van normale en afwijkende handelsactiviteiten. Respondenten wijzen bijvoorbeeld op: het komen en gaan bij bepaalde bedrijven van ‘witte vrachtwagens’ (zonder belettering; groot en klein, zogenoemde 3500-kilo wagens); het afsluiten of afschermen van een dock alvorens wordt begonnen met laden of lossen; bedrijven die op papier een grote omzet hebben, maar met opmerkelijk weinig vervoersbewegingen; de aanwezigheid van ondernemers die geen huurder zijn; en opvallende vervoersactiviteiten op late tijdstippen bij een categorie bedrijven (bijvoorbeeld enkele bloemendozen in een bestelbus leggen). Andere incongruenties zijn een snelle groei van een bedrijf (van transacties of vrachtwagens), plotseling financieel herstel of leegstaande bedrijfspanden. Als bekend raakt dat een chauffeur of kleine transporteur is aangehouden of veroordeeld vanwege drugssmokkel, of dat in een vracht drugs zijn aangetroffen, heeft dat (vaak) geen bestuursrechtelijke of civiele consequenties. Er bestaat behoefte aan een sanctiesysteem. Er blijkt veel informatie over mogelijke strafbare feiten (o.a.
oplichting, fraude of witwassen) beschikbaar te zijn in de private sector, onder meer bij professionals die de kredietwaardigheid en betrouwbaarheid van afnemers van bloemen controleren. In algemene zin wordt vandaag de dag scherper gelet op de vraag met wie zaken wordt gedaan. Het betreft vergunningen en Bibob-toetsen in de publieke sector en (steeds uitgebreider) cliëntenonderzoek in de private sector. RFH heeft een begin gemaakt met het opzetten van een compliance-afdeling, met thans één medewerker.
28
Het onderstaande schema geeft de stand van zaken weer wat betreft klantenacceptatie, gedragscode, onderhuur en het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). RFH heeft geen overzicht van de mate waarin ingehuurde uitzendkrachten door uitzendbureaus worden gescreend en neemt dit ter hand. De informatie die bij RFH aanwezig is, kan worden gebruikt om ongebruikelijke transacties en/of bedrijfsactiviteiten in kaart te brengen. Bijvoorbeeld een snelle toename van transactiebedragen bij een bedrijf, grote pieken in transacties of systematische handel in producten die (langs de desbetreffende route) waarschijnlijk nooit vers een consument bereiken. Huidige stand van zaken
Wensen en acties
Klantacceptatie
Financiële toets (kredietwaardigheid) Coöperatieve toets Indien gewenst een compliance toets Geen VOG nodig Check interne zwarte lijst en (social) media
Gedragscode
Herziene gedragscode geïmplementeerd voor (uitzend)personeel inclusief e-learning
Meer bewustzijn creëren Een gedragscode voor (grote) klanten
Onderhuur
Vooraf toestemming nodig van RFH – Dit gebeurt niet altijd
Er loopt een onderzoek naar illegale onderhuur
Keurmerk Veilig Rijnsburg en Naaldwijk hebben een Ondernemen KVO
29
Meer controle aan de voorkant en mogelijkheden om klanten te kunnen weren Meer eenheid tussen inschrijfsystemen op de drie locaties
Aalsmeer krijgt volgend jaar een KVO
6. Aanbevelingen De aanbevelingen beogen een discussie en beweging (verder) in gang te zetten waarmee verbeteringen worden gerealiseerd. Ze zijn gebaseerd op enkele uitgangspunten. Ten eerste dient de versterking van de bestrijding van ondermijning - met name internationale drugscriminaliteit - op Nederlandse mainports zowel betrekking te hebben op mainports (in de eerste linie) ‘aan de EU-grens’ (de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol, plus kleinere internationale lucht- en zeehavens) als op de greenport als mainport in de tweede linie, op fysieke afstand van de EU-grens. 51 Temeer omdat verwevenheid bestaat tussen de internationale (drugs)criminaliteit op mainports in de eerste en tweede linie. Ten tweede vergt publiek-private samenwerking dat publieke en private actoren schouder aan schouder staan, met aan beide kanten beschikbare professionals met inzicht in de complexe wereld van (ondermijning in de) sierteeltsector. Ten derde geldt dat langjarige programmatische inspanningen nodig zijn om effectief te zijn. We formuleren de volgende aanbevelingen: 1. Bestrijding van ondermijnende criminaliteit - met name de drugseconomie - vergt prioriteit voor Nederlandse mainports: de Rotterdamse zeehaven, luchthaven Schiphol en de greenport, aangevuld met enkele andere zeehavens en internationale luchthavens.
Landelijke sturing en middelen zijn nodig om de ondermijning op deze mainports (ook lokaal of regionaal) te bestrijden. De beschikbare publieke middelen op lokaal / regionaal niveau zijn bij gemeenten binnen het programma Weerbare Sierteeltsector - Westland, Katwijk, Aalsmeer en Uithoorn - niet structureel berekend op de werklast vanwege ondermijning op en rondom de bloemenveilingen en in deze sector. De structuur van het interregionale programma dient meer slagkracht te krijgen. Er bestaat behoefte aan eenduidig bestuurlijk gezag. Er dienen professionals te worden gepositioneerd die met ‘geleend gezag’ en een eigen budget gestalte geven aan de aanpak van ondermijning: op en rondom de onderzochte bloemenveilingen en in de sierteeltsector. Daarbij brengen ze focus aan op enkele prioriteiten en zwerven ze door de hiërarchie; van burgemeester of CEO, richting beveiligers of hoofdagent. Op die manier kunnen ze doorbraken realiseren. 2. Het is zaak om - als overheid en via de veiligheidsorganisatie van RFH - aanwezig te zijn op straatniveau (‘smoel maken’), op locaties waar ondermijnende praktijken plaatsvinden en waar contact gelegd kan worden met bonafide (medewerkers van) ondernemers. Dit legt de basis voor:
51. Zie over de gecombineerde aanpak van ondermijning op Nederlandse mainports, waaronder de bloemenveilingen / sierteeltsector: Noordanus, 2020; Brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 23 november 2020 over ‘Intensivering aanpak ondermijning Schiphol’.
30
a. Het verzamelen van straatinformatie over ondermijning, gevoed door trainingen die helpen om dit te herkennen en die duidelijk maken langs welke route signalen kunnen worden gemeld. b. Pand voor pand en dock voor dock duidelijkheid verschaffen over belangrijke basale vragen. Wie zijn de eigenaren en/of huurders, wordt er onderverhuurd, wie komen hier en wat gebeurt er? c. Coalities sluiten met bonafide ondernemers en persoonlijk contact met (ook laaggeplaatste) medewerkers; als impuls voor de meldingsbereidheid uit die hoek. Bijvoorbeeld via Meld Misdaad Anoniem en stimuleer meldingen bij het Waarschuwingsregister Logistieke Sector. d. Het opzetten van gerichte controleacties en het aanspreken van ondernemers of medewerkers die overtredingen of strafbare feiten (lijken te) begaan: op en rondom veilingen en op routes en geijkte stop- of ontmoetingsplaatsen. 3. Om fraude en witwassen beter te bestrijden, dient te worden gestimuleerd dat Wwft-plichtige instellingen (zoals banken, autoverkopers, makelaars en accountants) vaker ongebruikelijke transacties melden. 4.
Het is verstandig als RFH - met één of enkele professionals uit het publieke programma - verder gaat op het ingeslagen pad wat betreft veiligheidsbeleid, met als pijlers onder meer: cliëntenonderzoek (beleid voor klantacceptatie); onderzoek naar onderhuur, monitoring en melding van ongebruikelijke transacties; implementatie van de gedragscode en screening van personeel, waaronder personeel dat via een uitzendbureau wordt ingehuurd. 5. Bezie hoe een publiek-privaat sanctiestelsel opgebouwd kan worden. De grondgedachte is dat veroordelingen in het binnen- of buitenland - bijvoorbeeld vanwege een drugsvondst of voor oplichting - consequenties krijgen, zoals (waarschuwingen omtrent) het stopzetten van een huurcontract, sluiting van een pand of het intrekken van passen of vergunningen van chauffeurs. Dit vergt een (internationaal) registratieststeem (zie aanbeveling 7). 6. Bouw aan het verbeteren van de informatiepositie. Benut hierbij de (recent) verbeterde informatie en relaties van sleutelfunctionarissen binnen het programma Weerbare Sierteeltsector. Gebruik resultaten van controles en van opsporingsonderzoeken om hypothesen of vermoedens te toetsen. Geef gestalte aan integrale acties en aan (meer) routinematige controles op risicovolle routes of nodale locaties.
Dit vergt deskundigheidsbevorderingen voor controles van (gekoelde) bloementransporten, focus op in kaart gebrachte routes en beschikbare capaciteit. De oprichting van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT), met aandacht voor drugscriminaliteit op klassieke mainports, biedt toekomstige kansen voor (informatie vanwege) interventies in onder meer de sierteeltsector.
31
7. Geef gestalte aan een registratiesysteem dat strafbare feiten (met name drugs) bijeenbrengt die door uiteenlopende opsporingsdiensten worden geconstateerd op Nederlandse mainports en daarmee verbonden bedrijventerreinen en goederenstromen.
32
Literatuur Boerman, F., Grapendaal, M., Nieuwenhuis, F. & Stoffers, E. (2017). Nationaal dreigingsbeeld 2017. Georganiseerde criminaliteit. Zoetermeer: Dienst Landelijke informatieorganisatie. Brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 23 november 2020 over ‘Intensivering aanpak ondermijning Schiphol’. Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. (2019). Europees Drugsrapport. Trends en ontwikkelingen. Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie. KLPD. (2009). Georganiseerde hennepteelt. Criminaliteitsbeeldanalyse 2009. Driebergen: Dienst Nationale Recherche. Kruisbergen, E.W., Bunt, H.G. van de & Kleemans, E.R. (2012). Georganiseerde criminaliteit in Nederland. Vierde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Den Haag: Boom Lemma Uitgevers. Landelijk Informatie en Expertise Centrum (2019). Landelijk beeld van ondermijnende criminaliteit. Den Haag. Neve, R. (2012). Milieucriminaliteit in Nederland. Een inventarisatie voor het Nationaal Dreigingsbeeld 2012. Deel 1 Eindrapport. Zoetermeer: Dienst IPOL. Noordanus, P.G.A. (2020). Een Pact voor de Rechtsstaat. Een sterke terugdringing van drugscriminaliteit in tien jaar. Den Haag: Aanjaagteam Ondermijning. Project Cerca Trova (2017). Cerca Trova: Een analyse van de Italiaanse maffia in Nederland. Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Regionaal Informatie en Expertisecentrum Amsterdam Amstelland (2017). Van veld tot vaas. Vertrouwelijke rapportage. Regionaal Informatie en Expertisecentrum Den Haag. (2019). Ondermijningsbeeld gemeente Den Haag. Externe versie. Royal FloraHolland (2019). De kracht van de marktplaats. Jaarverslag 2019. Externe versie. Scherpenisse, J., Twist, M. van & Schram, J. (2017). Ondertussen in de Spaanse Polder. Experimenteren met een nieuwe aanpak van ondermijnende criminaliteit. Den Haag: NSOB. Spapens, A.C. & Bruinsma, M.Y. (2002). Vuurwapens gezocht. Vuurwapengebruik, -bezit en -handel in Nederland1998-2000. Tilburg: WODC, IVA Tilburg. Staring, R.H.J.M., Bisschop, L.C.J., Roks, R.A., Brein, E.G. & Bunt, H.G., van de (2019). Drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven: aard en aanpak van het fenomeen. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam.
33
Tops, P., Valkenhoef, J., van, Torre, E., van der & Spijk, L., van (2018). Waar een klein land groot in kan zijn. Nederland en synthetische drugs in de afgelopen 50 jaar. Den Haag: Boom criminologie. Torre, E., van der, Valkenhoef, J., van, Esman, C. & Greven, H. (2017). Veiligheid bij jaarwisselingen. Apeldoorn: Politieacademie. Veen, H.C.J., van der & Heuts, L.F. (2017). National Risk Assessment Witwassen. Den Haag: WODC. Cahier 2017-13. Vermeulen, I., Leest, W., van der & Dirksen, V. (2018). De doorvoer van cocaïne via Nederland. Distributielijnen en doorvoermethoden. Driebergen: Dienst Landelijke Informatieorganisatie. Wijk, A., van, Torre, E., van der, Barneveld, G., van & Wolsink, J. (2020). Ondermijning op en rondom luchthaven Schiphol. Arnhem: Bureau Beke.
34
Bijlage 1 De onderstaande tabel geeft (per organisatie) een overzicht van de respondenten waarmee we vraaggesprekken hebben gevoerd. Het vermeldt ook hoeveel respondenten presentaties hebben bijgewoond van de onderzoeksresultaten. Organisatie
Interviews
Presentaties
Belastingdienst
2
1
Bloemenhandelaren/transporteurs
5
Douane
4
Gemeente Aalsmeer
1
3
Gemeente Katwijk
1
1
Gemeente Westland
1
1
Gemeente Uithoorn
2
1
Openbaar Ministerie
2
Overig
5
Politie
7
Kernteam Programma
5
3
RFH
11
2
RIEC
4
3
Totaal
50
15
35
Colofon Dit is een rapportage van het Programma Weerbare Sierteeltsector. Het is opgesteld in samenwerking met externe onderzoekers: Edward van der Torre (LokaleZaken), Anton van Wijk (Bureau Beke), Maaike Heijkoop (LokaleZaken), Hester de Boer (Bureau Beke) en Joey Wolsink (Bureau Beke). Nikita Rombouts (Politieacademie) gaf commentaar op een conceptversie van dit rapport. Een concepttekst van dit rapport is ter controle (op onjuistheden) door het kernteam van het Programma Weerbare Sierteeltsector voorgelegd aan: de gemeenten Westland, Aalsmeer en Katwijk; politie; Openbaar Ministerie; RFH; Belastingdienst en RIEC. Ook de Douane heeft een reactie gegeven op de concepttekst. In januari 2021 is het rapport vastgesteld in de stuurgroep van het programma. Omslag en opmaak: Marcel Grotens, Bureau Beke
36