CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

23. Brief van het college van B&W van 11 februari 2021 inzake structuuropgaven Duin- en Bollenstreek (1864017)

Raad 11 maart 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: A. Voor kennisgeving aan te nemen:4.128 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 589 – 2220 AN Katwijk

Contactpersoon:

Gemeenteraad van Katwijk

De heer J. Bleijie Afdeling:

Beleid Fysieke Leefomgeving Te bereiken op:

071 – 406 j.bleijie@katwijk.nl Ons kenmerk:

Bijlage(n):

1864017

2

Verzenddatum: 11 februari 2021

Uw kenmerk: Onderwerp: Structuuropgaven Duin- en Bollenstreek Katwijk, 9 februari 2021 Geachte leden van de raad, Het college informeert u graag over een publicatie van onderzoekbureau Blaauwberg betreffende de structuuropgaven in de Duin- en Bollenstreek. Deze structuuropgaven zijn opgesteld op verzoek van de Economic Board Duin- en Bollenstreek en worden u ter informatie gestuurd. Later dit jaar zullen de structuuropgaven worden gebruikt bij het opstellen van de nieuwe economische Agenda Duin- en Bollenstreek. Publicatie Blaauwberg ‘Structuuropgaven Duin- en Bollenstreek’ De visie op de Economische Agenda Duin- en Bollenstreek is in 2016 vastgelegd. Deze visie is gebaseerd op de premisse dat een veerkrachtige regio niet alleen een plek is om te wonen en te recreëren, maar ook een gezonde eigen economie weet op te bouwen en vast te houden. Juist een eigen economie biedt werk en daarmee ook perspectief aan een deel van de huidige en toekomstige inwoners. Voorts zorgt dit voor het draagvlak voor voldoende voorzieningen. De meeste projecten van de Economische Agenda Duin- en Bollenstreek 2018-2021 zijn opgestart of worden dit binnenkort. De vraag dringt zich op hoe het momenteel staat met de structuuropgaven waarvoor de regio zich gesteld ziet.

Hiertoe is door de Economic Board Duin- en Bollenstreek (hierna: EBDB) aan het onafhankelijke onderzoekbureau Blaauwberg de opdracht gegeven om de structuuropgaven van de regio in beeld te brengen. Voorts is gevraagd daarbij suggesties te doen om de structurele positie van de streek te verbeteren. Deze voorstellen zijn opgesteld door Blaauwberg en kunnen gebruikt worden om het gesprek over de toekomst van onze streek te voeden. De gemeenteraad ontvangt als bijlage bij deze raadsbrief genoemde publicatie. Gebruik publicatie door EBDB Op 4 februari 2021 organiseerde de Economic Board Duin- en Bollenstreek samen met de stichting Greenport Duinen Bollenstreek het Economic Forum Duin- en Bollenstreek. Tijdens dit (digitale) forum is de publicatie als één van de startpunten over de toekomst van onze regio ter tafel gekomen. Meer informatie over dit evenement vindt u via de website van de EBDB (www.ebdb.nl). Gebruik publicatie door gemeenten

gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, (T) 071 - 406 5000, (F) 071 - 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl

**

2/2

Ons kenmerk

Blaauwberg heeft naast de publicatie op regionale schaal ook verschillende statistische resultaten verbijzonderd naar lokale schaal. Dit is door EBDB aangeboden aan gemeenten, en kan gebruikt worden in beraadslaging over toekomstig lokaal en regionaal beleid. In het najaar van 2020 is de raad geïnformeerd over de evaluatie van de regionaal-economische samenwerking. Hiervan worden in de periode maart / april resultaten verwacht. Ook deze zullen zodra zij beschikbaar zijn aan de raad worden aangeboden, evenals andere voor handen zijnde informatie over de economische positie van de regio. De verschillende soorten informatie en ervaringen kunnen dan dienen als inbreng voor de gedachtenvorming rond en beraadslaging over de periode ná afloop van het huidige regionaaleconomische uitvoeringsprogramma, en het al dan niet gezamenlijk inspanning leveren in de periode hierna.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Katwijk, de secretaris, de burgemeester,

mr. drs. R.T. Jie Sam Foek

ir. C.L. Visser

Bijlagen: 1. Structuuropgaven EBDB 2. Structuuropgaven cijfers per gemeente

Structuuropgaven Duin- en Bollenstreek In de Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB) werken ondernemers, gemeenten en kennisinstellingen samen om de streek aan een goede toekomst te helpen. De EBDB stelt vast dat de streek zwaar getroffen is door de coronacrisis. De Duin- en Bollenstreek is een mooi woon- en verblijfslandschap, met een bloeiende ‘leisure industry’. Nu talloze publieksactiviteiten vrijwel stil liggen, is die kracht van de streek omgeslagen in een kwetsbaarheid. Het gaat bovendien vaak om internationaal en intercontinentaal bezoekersverkeer. Dat is ongeveer de laatste sector die na de pandemie weer ‘van het slot’ kan. Het herstel gaat lang duren. De EBDB heeft daarom aan kennisonderneming Blaauwberg – eerder rapporteur over de effecten van corona voor de streek – gevraagd om in kort bestek materiaal aan te dragen over de onderliggende structuur van de regionale economie. Een economie die rust op een robuust fundament, zal zich veel sneller herstellen dan een economie die al langer weinig slagkracht had. De robuustheid van en economie heeft voor een groot deel te maken met mensen. Zij vormen de belangrijkste productiefactor. De EBDB heeft verzocht om de structuur van de streek te beschrijven in een ‘two pager’. En heeft het bureau aangespoord om vervolgens in enkele pagina’s te reflecteren op de opbrengst.

De materiele gegevens en de begeleidende gedachten treft u in dit document aan. De analyse heeft betrekking op het westelijk deel van het Corop-gebied Agglomeratie Leiden en Bollenstreek, dat gevormd wordt door de gemeenten Katwijk, Noordwijk, Teylingen, Lisse en Hillegom.

7 november 2020

1

Cijfermatige vergelijking op 5 indicatoren

Werkgelegenheid

Opleidingsniveau

Vergrijzing

Ondernemerschap

Verhuismobiliteit

Plaatsing van Duin- en Bollenstreek ten opzichte van de 40 economische regio’s in ons land.

1

106.000 leden beroepsbevolking (15 -75 jaar, werkend of werkzoekend)

77.385 banen (> 12 uur per week)

40e plaats van de 41

Werkgelegenheid 73 banen per 100 leden beroepsbevolking

1. Groot-Amsterdam

131

37. Delfzijl en omgeving

79

2. Utrecht

103

38. Zaanstreek

78

3. Zwolle e.o.

103

39. Haarlem e.o.

75

4. Regio Eindhoven

103

40. Duin- en Bollenstreek

73

5. Groningen e.o.

101

41. IJmond

72

Die 28.500 staat nagenoeg gelijk aan: 

Regio heeft pendel-overschot van ruim 28.500 personen met een baan

 

2

24e plaats van de 41

alle banen in de gemeenten Noordwijk en Hillegom samen 817 hectare aan ‘regulier’ bedrijventerrein 1.5 maal de werkgelegenheid op het Leidse Bio Science Park (=110 ha)

Opleidingsniveau

35.000 personen in de regio hebben een diploma van hbo of hoger

Dat is 33% van de beroepsbevolking. NL gemiddelde= 38%

1. Leidse regio

56%

23. Zuid-Limburg

2. Haarlem e.o.

53%

24. Duin- en Bollenstreek 33.0%

3. Groot-Amsterdam

52%

25. Dordrecht e.o.

2

33.4%

32.8%

Dat is 22.6% van de beroepsbevolking.

24.000 personen in de regio beschikken niet over een startkwalificatie (mbo 2 of hoger)

31e plaats van de 41

NL gemiddelde = 20.5% 1. Leidse regio

13.7% 29. Zuidoost-Friesland

22.4%

2. Groot-Amsterdam

16.0%

30. Zwolle e.o.

22.5%

3. Haarlem e.o.

16.4%

31. Duin- en Bollenstreek 22.6%

3

Vergrijzing

23,5% De Duin- en Bollenstreek is één van de meest vergrijsde delen van de Randstad.

20,10% De regio telt ruim 38.600 ouderen (65+). Dat is 20.1% van de populatie.

15,4% 2010

20e plaats van de 41

2020

2030

NL gemiddelde = 19.5%

1. Flevoland

14.1%

20. Duin- en Bollenstreek 20.1%

2. Groot-Amsterdam

15.0%

21. Twente

20.4%

3. Den Haag e.o.

16.8%

22. Regio Den Bosch

20.5%

Regio’s concurreren met elkaar om het schaarse jonge talent. Feitelijk is er sprake van een braindrain van de sub-urbane gebieden en de dorpen, naar de steden. Jaarlijkse ‘braindrain’ in beeld, saldo verhuizingen leeftijd 18 – 35 jaar (exclusief migratie, gemiddelde 2010 - 2019):

- 270 jongeren

+ 600 jongeren

3

4

26e plaats van de 41

Ondernemerschap

21.200 vestigingen

Dat zijn 1.105 vestigingen op 10.000 inwoners.

(KvK Handelsregister 2020) - inclusief zzp’ers -

NL gemiddelde = 1.233 vestiging

1. Groot-Amsterdam

1.788

25. Zuidwest-Drenthe

1.106

2. Gooi- en Vechtstreek

1.617

26. Duin- en Bollenstreek

1.105

3. Haarlem e.o.

1.490

27. IJmond

1.102

5. Verhuismobiliteit Regio’s die veel talent aantrekken kennen een hoge mobiliteit. Zij trekken veel nieuwkomers aan en wisselen kenniswerkers met elkaar uit.

35e plaats van de 41

Die mobiliteit kan je uitdrukken in één cijfer: de rekenkundige vervangingssnelheid. Oftewel: hoeveel jaar duurt het voordat de gehele populatie rekenkundig gezien ‘vervangen’ is?

1. Oost-Groningen

9.3 jaar

35. Duin- en Bollenstreek 23.0 jaar

2. Groot-Amsterdam

12.4 jaar

36. Achterhoek

23.1 jaar

3. Leidse regio

13.0 jaar

37. Zuidoost-Drenthe

23.4 jaar

4

Korte reflectie bij de cijfers Het beeld dat uit de korte cijferexercitie oprijst, stemt niet positief. De streek ligt middenin de Randstad, de locomotief van Nederland. Maar de cijfers over werk, ondernemerschap, vergrijzing en opleiding plaatsen de streek ergens in de staart van de lijst van regio’s. Niet van de Randstad, maar van het hele land. Een verdere verdieping van dat cijfermateriaal is mogelijk, maar zal dat beeld niet veranderen. Er staan zeker zaken tegenover. De particuliere welvaart – inkomen en vermogen per huishouden – is hoog. En met het woonklimaat voert de Duin- en Bollenstreek de lijstjes juist weer aan. De combinatie van een oudere ‘well to do’ bevolking met een uitstekend woonklimaat en weinig ondernemerschap, maakt de streek tot een rentenierskust. In de voorliggende tekst dragen we materiaal aan om de meningsvorming over deze stand van zaken te stimuleren. 1. Het bij elkaar brengen van gegevens over de werkgelegenheid, het opleidingsniveau, de vergrijzing, het ondernemerschap en de verhuismobiliteit over de Duin- en Bollenstreek in een ‘two pager’ is een ‘realitycheck’. Kennis is in de Nederlandse economie de belangrijkste productiefactor geworden, wellicht nog belangrijker dan ruimte en bereikbaarheid. Kennisintensieve bedrijvigheid genereert de toegevoegde waarde waar andere sectoren van leven.

Dat maakt jong en ondernemend menselijk talent tot het sociale en economische kapitaal van een stad of streek. Dat kapitaal is in de Duin- en Bollentreek beperkt voor handen. De ‘realitycheck’ in de korte cijferexercitie levert twee waarschuwingen op: a. Het herstel na de coronacrisis zal in de Duin- en Bollenstreek relatief veel tijd kosten. Streken met veel en goed opgeleide jongeren beschikken over meer veerkracht en wendbaarheid. Dar zal de post-corona-economie meer tempo maken b. Je kunt een regionale agenda opbouwen met veel kennis- en innovatiegerichte projecten, maar de voedingsbodem voor kennisgedreven economische activiteiten is vrij beperkt. Er zal bij veel projecten goed moeten worden samengewerkt met partijen buiten de streek. 2. Als het gaat om economie en verdienvermogen, staat de streek er naar landelijke begrippen – laat staan naar Randstedelijke begrippen – niet goed voor. Dat is te meer opvallend, omdat het sociale kapitaal van de kenniseconomie in de nabije steden Amsterdam, Leiden en Den Haag uitbundig aanwezig is, daar heeft gezorgd voor een aanzienlijke lokaal-economische bloei en ook voor een bodem voor snel herstel na de crisis. De ruimte en het rustige woonklimaat maken, in combinatie met de hoge huizenprijzen, de streek vooral tot een woongebied voor mensen die gevorderd zijn in hun loopbaan, of die loopbaan zelfs al hebben afgesloten.

Dat duidt meer op een verzorgingseconomie dan op een ontwikkel- en innovatieeconomie. De cijfers op het gebied van vergrijzing en werkgelegenheid plaatsen de streek kwantitatief in de context van krimpgebieden aan de randen van het land. Kwalitatief gaat die vergelijking niet op, omdat de nabijheid van de steden en van Schiphol voor veel ‘traffic’ zorgt op de woningmarkt, in het toerisme en in de retail. 3. Wat je van dit perspectief moet vinden, is vooral een politieke vraag voor de streek zelf. Het is volkomen legitiem voor de politiek in de streek om zich geen of hooguit een ontwikkelopgave te stellen en te volstaan met consolidatie van de status quo, namelijk een woongebied voor een ‘well to do’, oudere populatie. Er zijn meer gebieden die dat doen. De streek zou een soort Randstedelijke Veluwe worden. En de economie zou een soort ‘zilveren economie’ worden, gericht op de verzorging van een vergrijsde populatie. Dat hou je nog best een tijd vol. Er zijn wel risico’s: a. Vergrijzing kan gevolgd worden door krimp. Aan de randen van het land is dat al aan het gebeuren, daar gaat de sloophamer al door wijken die nog maar enkele decennia bestaan en staan stads- en dorpscentra half leeg. Voor sommige gebieden in de Randstad is dat op termijn ook het vooruitzicht. De rijksoverheid spreekt over ‘anticipeergebieden’: regio’s die zich moeten 5

voorbereiden op krimpscenario’s. Sommige van die gebieden liggen vlak bij: bijna de hele zuidkant van Zuid-Holland en ook de Rijnstreek, Alphen en omgeving.De buren in de Rijnstreek zijn tegen hun zin door de rijksoverheid in de context van de anticipeergebieden geplaatst. Even niet opletten en je zit als streek in een heel ander paradigma. b. Het sociaal domein stelt de gemeenten – elke gemeente – voor grote uitdagingen. Dat geldt ook voor de energietransitie. Zonder een behoorlijke sociale en economische dynamiek is de slagkracht om die uitdagingen aan te pakken, veel beperkter. Dat kan een bedreiging worden voor de financiële houdbaarheid van een gemeentebestuur en voor de publiek gefinancierde voorzieningen. c. De streek hecht sterk aan de bestuurlijke autonomie, met behoud van zelfstandige gemeentebesturen. Zonder een duidelijke ontwikkelagenda, is de legitimatie van die autonomie beperkt. Om het plastisch te zeggen: vanuit Den Haag en de nabije grote steden bezien, zijn die gemeenteraden straks wat ingewikkeld aangestuurde beheersorganisaties voor en verre buitenwijk, niet een partner in de ontwikkeling van een regionaal-stedelijk systeem. Ze verliezen relevantie. En de streek wordt alsnog een Bollenstad.

Niet in de zin dat hij wordt volgebouwd, wel in de zin dat de streek vooral functioneel is als woongebied van Randstedelingen zonder een door werk of opleiding gestuurde verbondenheid met de regio. Ze kiezen voor meer vierkante meters voor een lagere prijs dan in de stad, zo simpel is het. 4. Dat je als niet-stedelijk gebied in de kenniseconomie op achterstand staat, is geen wetmatigheid. Er zijn alternatieven: de Kop van Drenthe, de Utrechtse Heuvelrug en Brainport Eindhoven hebben een goede orkestratie ontwikkeld met de nabije ‘power houses’, realiseren een stijging van het opleidingsniveau, een levendige start-up scene en een klimaat van innovatie en ondernemerschap. Delen van Salland (Hardenberg en omgeving) gelden als ‘slimme streek’ en compenseren het gemis aan kennisinstellingen met een goed samenwerkingsklimaat en met een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en bedrijfsleven voor welvaart en welzijn. Niet de diversiteit, maar juist de culturele (en levensbeschouwelijke) samenhang heeft de streek veel gebracht. 5. Mocht er in de Duin- en Bollenstreek een politiek-architectonische keuze gemaakt worden voor een regionale ontwikkelagenda, hoe ziet die er dan uit? Daarvoor is het zaak te kijken naar de verdienstrategie die sinds de jaren negentig manifest is geworden.

De afgelopen twee decennia heeft de economische groei zich geconcentreerd in een beperkt aantal kennissteden. In die steden is een clustering zichtbaar van vijf factoren: i. instellingen voor kennis en opleiding (mbo, hbo, wo, laboratoria, stagenetwerken) ii. jonge mensen die naar de stad toekomen om gebruik te maken van het aanbod aan kennis en opleidingen iii. bedrijven die hoogopgeleid personeel nodig hebben en dicht bij de kennisinstellingen willen zitten iv. materiele voorzieningen voor de ‘urban professionals’, zoals sport, cultuur, toegang tot natuur, goede verbinding met een vliegveld v. immateriële voorzieningen, zoals ruimte voor experiment, een start-up cultuur, meertaligheid, een ‘worldwise’ opinieklimaat. Kennis is de belangrijkste productiefactor geworden. Ruimte, bereikbaarheid, ligging en beschikbaarheid van grondstoffen zijn niet weg, maar de groei concentreert zich wel in gebieden die deze vijf ‘clusterfactoren’ op orde hebben. Er is ronduit sprake van een braindrain uit het achterland naar deze steden. De verwachting is dat de coronacrisis deze braindrain iets vertraagt (stedelingen die op zoek gaan naar meer ruimte en intussen geoefend zijn in ‘werken op afstand’), maar niet gaat vervangen. 6. De kenniseconomie wordt indirect aangejaagd door de vergrijzing.

Jonge, getalenteerde en ondernemende mensen zijn in een groot deel van Europa het grote sociale kapitaal en dat kapitaal is 6

schaars. Steden en regio’s concurreren met elkaar om dat kapitaal te werven en vast te houden. Een probate strategie voor niet-stedelijk Nederland is het naar zich toetrekken van die stedelijke dynamiek en de bijbehorende clusterfactoren. We noemden al enkele gebieden die dat goed gelukt is. Het meest spectaculaire en recente voorbeeld van een integrale ontwikkeling is ongetwijfeld Brainport Eindhoven. De gemeenten in het ommeland zijn zich gaan gedragen als onderdeel van het stedelijke ecosysteem. Ze delen ook hun infrastructuur, zoals regionale triple helix organisaties. 7. Een sterke kenniseconomie is geen garantie tegen economisch slecht weer. Amsterdam – trekpaard van de kenniseconomie - is wellicht de hardst door corona getroffen regio van het land. Dat heeft te maken met de enorme presentie van de ‘meeting industry’ in deze stad: horeca, cultuur. De kleur en de start-up scene van Amsterdam waren jarenlang een reden voor techfirms, Europese hoofdkantoren en andere ‘grootverdieners’ om juist in Amsterdam neer te strijken. Maar nu krijgt juist die ‘meeting industry’ enorme klappen. Toch is de verwachting dat Amsterdam zich ook weer snel gaat herstellen: de stad wordt aangedreven door hoogopgeleide jongeren, die gewend zijn aan veel autonomie. 8.

Een niet-stedelijke regio met voldoende gewicht om een veerkrachtige en zelfstandige positie in te nemen, zou een grotere economie moeten hebben. Een arbeidsplaatsenquote van 100 is overdreven: dat zou de streek tot een economisch centrum maken. Maar een quote van 85 arbeidsplaatsen (meer dan 12 uur per week) per 100 leden van de beroepsbevolking, zou tegemoet komen aan het profiel van een ‘slimme streek’. Een quote van 85 veronderstelt het terugdringen van het pendeloverschot en het scheppen van omstreeks 13.000 extra werkplekken. 13.000 werkplekken realiseren op een bedrijventerrein, is ruimtelijk een onmogelijke opgave. Het kan alleen door goed gemengde woonwerklandschappen te scheppen, revitaliseren van de naoorlogse wijken en leegstand benutten voor intensivering van woonwerkfuncties. De streek zou woon- en werkmilieus moeten ontwikkelen die concurrerend zijn met die van de steden: een goede start-up cultuur, woonwerk-combinaties, veel ruimte voor pioniers, kleinschalige werklocaties, laboratoria en stageplekken vanuit de scholingsinstellingen. ‘Concurrerend’ wil ook zeggen: aanvullend. De vrouwelijke populatie is een interessant voorbeeld. Er is een hausse gaande in het microondernemerschap van vrouwen. Allemaal eenpersoonsbedrijven of zelfs parttimebedrijven, maar door hun aantal groeien ze uit tot een maatschappelijke en economische factor.

De steden zijn voor deze groep, zeker als er kleine kinderen zijn, vaak te druk en te duur. Een ‘sophisticated’ woonmilieu met goede verbindingen, goed internet en een stimulerende cultuur buiten de stad, is voor deze groep zeer aantrekkelijk. 9. Nederland staat aan de vooravond van een nieuwe ronde van economische en infrastructurele investeringen. Met het Nationaal Groeifonds gaat de Rijksoverheid een financiële incentive ontwikkelen voor sectorale en regionale groei-ambities. De allereerste groslijst van de Economic Board Zuid-Holland lijkt op het eerste gezicht veel projecten te bevatten die al op de plank lagen. Sommige belangenclusters (glastuinbouw, haven, chemie, cybersecurity, lightrail planning in de zuidvleugel) zijn zo goed georganiseerd, dat ze een propositie op tafel kunnen leggen bij iedere investeringskans die zich voordoet. Je kunt verwachten dat de plannen voor het Groeifonds in de komende jaren verder uitbotten en specifieker worden. Er zal flink onderhandeld gaan worden over de proposities die op tafel komen. De financieringsronde zal verder veel debat uitlokken over regionale ontwikkeling en verdienvermogen. Er komt zeker momentum voor de Duin- en Bollenstreek om zich te manifesteren. 10. Het uitgangspunt was tot enkele jaren geleden dat massa macht maakt: hoe sterker stad en ommeland verbonden waren, hoe meer kans er was op succesvolle proposities.

Maar dat tij lijkt wat te keren. De steden zijn zich onderling aan het verenigen, zonder hun regio. Voor Leiden , bijvoorbeeld, zijn Den haag, Delft en Rotterdam relevantere partners in de financiering van de verstedelijking, de woningbouwopgave, het interstedelijk vervoer, onderwijs en de energietransitie dan de directe buren. 7

Leiden is op dit moment aan het desinvesteren in de regionale samenwerking, onder verlegging van de samenwerkingsenergie naar andere kennissteden. De afhankelijkheidsrelatie tussen stad en ommeland is omgedraaid, twintig jaar geleden was het beeld nog dat van een arme stad in een rijke rand. Dat is niet meer zo. De steden zitten niet meer op hun ommeland te wachten. 11. De Duin- en Bollenstreek staat er even alleen voor en zal zelf het voortouw moeten nemen in een ‘upgrade’ van de streek naar een ondernemende regio: tegengaan van de braindrain, woon-werkwijken, revitalisering en aanpassing aan de veelkleurige vraag van de verouderde bouwmassa uit de jaren 19601990, zzp-beleid, nieuwe retail, campusvorming in het mbo... het zal niet gaan om een enkele meestergreep, maar om een lang volgehouden cascade van kleinere ingrepen. 12. De eigen regionale strategie zou geflankeerd moeten worden door een alsnog goede verhouding te ontwikkelen met de nabije steden, waaronder we ook de zich snel ontwikkelende Haarlemmermeer verstaan. Dat moet een staaltje worden van ‘If you cannot beat them, join them’. Bij ‘If you cannot beat them...” hoort ook dat je zoekt naar beleidsaansluitingen, ook in gebieden die op dit moment niet al te hard op je zitten te wachten.

Zo zou de EBDB netwerkverhoudingen moeten gaan ontwikkelen met de triple helix organisaties in Leiden, Amsterdam en Kennemerland en die gebieden deelgenoot moeten maken van de ontwikkelingen in de Duin- en Bollenstreek. Tot zover de reflectie over de structuurkwetsbaarheid die de coronacrisis bloot legt in de Duin- en Bollenstreek. Het is aan de politiek in de regio om te bezien hoe op deze stand van zaken wordt gereageerd. Een optie zou kunnen zijn om de status quo – oneerbiedig gezegd: een rentenierskust – voor de komende decennia als een eindbeeld te hanteren. ‘De Duin- en Bollenstreek is gewoon en prettige woonregio en de nadelen daarvan nemen we op de koop toe’. Dan is er nog steeds genoeg werk aan de winkel, namelijk voorkomen dat de toch al kleine economie niet nog verder uitgehold wordt door de crisis. Een andere optie is de crisis gebruiken om een agenda op te stellen voor een ‘complete regio’: wonen, recreëren, werken, ondernemen, innoveren en regisseren. De ambitie zou onderbouwd moeten worden met drie acties: 

 

Een visie voor een ‘upgrade’ van de streek als geheel, gericht op het geleidelijk terugdringen van de structuurkwetsbaarheden. Het ligt natuurlijk zeer voor de hand om die visie te verbinden met de Omgevingsvisie voor de streek en als basis te gaan hanteren voor de ruimtelijke praktijk Een triple helix agenda met projecten en programma’s voor versterking van de iconen van nu (hospitality, space, greenport) en de toekomst (ondernemerschap, wijkvernieuwing) Een regio-overstijgende alliantiepolitiek om weer terug te komen aan de tafels waar de dynamiek van de Randstad bepaald wordt.

8

Structuuropgaven Duin- en Bollenstreek: cijfers per gemeente

Blaauwberg 7 januari 2021

Scores per gemeente De notitie ‘Structuuropgaven Duin- en Bollenstreek’ van 7 november 2020 gebruikt regionaal geaggregeerde gegevens. Er is gevraagd om dezelfde cijfers per gemeente gegroepeerd. Die treft u hieronder aan. De cijfers spreken voor zich en behoeven niet direct een verklaring, op de vaststelling na dat de onderlinge verschillen in de gemeentelijke scores beperkt zijn. De cijfers van de veruit grootste gemeente – Katwijk – wijken op onderdelen af van die van de andere vier, maar te weinig om het beeld van de streek als geheel wezenlijk te veranderen.

1

Werkgelegenheid

Aantal banen per 100 leden beroepsbevolking. Hillegom

65 banen per 100

Katwijk

68 banen per 100

Lisse

73 banen per 100

Noordwijk

99 banen per 100

Teylingen

77 banen per 100

Duin- en Bollenstreek 73 banen per 100

2

Opleidingsniveau

Cijfers over opleidingsniveau zijn per gemeente beschikbaar maar minder exact te bepalen. Door afrondingen is er enige foutmarge, die groter wordt naarmate de populatie kleiner is. Per gemeente geven we de bandbreedte weer. Percentage hoogopgeleiden: personen met een hbo- of wo-diploma op zak. Hillegom

29 tot 36 %

Katwijk

26 tot 29%

Lisse

27 tot 34%

Noordwijk

35 tot 39%

Teylingen

36 tot 40 %

Duin- en Bollenstreek

33%

Het verschil tussen Katwijk en de anderen wordt steeds kleiner. De import van jonge kenniswerkers is met name aan de oostzijde zichtbaar (Duyfrak, delen van Valkenburg en Rijnsburg). Percentage laagopgeleiden: personen niet in het bezit van een startkwalificatie (minimaal mbo 2 diploma). Hillegom

13 tot 20%

Katwijk

26 tot 29%

Lisse

19 tot 26 %

Noordwijk

19 tot 23%

Teylingen

17 tot 21%

Duin- en Bollenstreek

22.6%

3

Vergrijzing

Aantal bewoners van 65 jaar en ouder in percentage van de bevolking. Hillegom

20.8%

Katwijk

18.1%

Lisse

22.8%

Noordwijk

22.0%

Teylingen

19.5%

Duin- en Bollenstreek

20.1%

Saldo verhuizingen jongeren (18 tot 35 jaar) tussen 2010 en 2019 (inclusief regioverhuizingen) Hillegom

+ 114 jongeren

Katwijk

- 1.235 jongeren

Lisse

- 334 jongeren

Noordwijk

- 599 jongeren

Teylingen

- 637 jongeren

Duin- en Bollenstreek - 2.691 jongeren

4

Ondernemerschap

Aantal vestigingen per 10.000 inwoners (Handelsregister KvK 2020). Hillegom

1.138

Katwijk

876

Lisse

1.190

Noordwijk

1.347

Teylingen

1.149

Duin- en Bollenstreek

1.105

5. Verhuismobiliteit Rekenkundige vervangingssnelheid in jaren (2019). Hillegom

20 jaar

Katwijk

33 jaar

Lisse

20 jaar

Noordwijk

20 jaar

Teylingen

21 jaar

Duin- en Bollenstreek

23 jaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9746170/1