CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21. Bijlage 8. Aanmeldnotitie (b3) (2759622)

Raad 23 december 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: A.Voor kennisgeving aan te nemen:3.547 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buro SRO B.V. ’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Telefoon: 030-2679198 BTW nummer: NL8187.16.071.B01 KvK nummer: 30232281 iBAN:NL44RABO0142154024

Aanmeldnotitie Nieuw Rijnvaert

opdrachtgever:

Adriaan van Erk Ontwikkeling | Ouwehand Bouw

datum:

19 maart 2021

projectnummer:

SR190009

betreft:

Nieuw Rijnvaert

1 . A a nl e i d i ng In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Vervolgens moet de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.beoordelingsbesluit bij de bestemmingswijziging voegen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist als een besluit wordt voorbereid over activiteiten (kolom 1) die voorkomen op de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang van activiteiten onder de drempelwaarden (kolom 2 van de D-lijst) liggen. De initiatiefnemers zijn voornemens om aan de rand van de Rijnsburgse woonwijk Frederiksoord (gemeente Katwijk) en de Kamphuizerpolder (gemeente Oegstgeest) een woonwijk met ten hoogste 311 woningen te realiseren. Deze woonwijk staat bekend onder de naam 'Nieuw Rijnvaert' en ligt in twee gemeenten: Katwijk en Oegstgeest.

Dit betreft een activiteit als bedoeld in onderdeel D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De drempelwaarde van kolom 2, die gelijk is aan een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer, wordt niet overschreden. In de voorliggende aanmeldnotitie komen de volgende aspecten, zoals opgenomen in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L 26)) terug, welke afzonderlijk van elkaar worden behandeld. 1. kenmerken van de activiteit; 2. plaats van de activiteit; 3. potentiële milieugevolgen van de activiteit.

2 . A l g e me e n 2.1 Beschrijving van de activiteit Met het voorgenomen initiatief worden de onbebouwde gronden ten zuiden van de Rijnsburgse wijk Frederiksoord ontwikkeld ten behoeve van woningbouw. Met de beoogde ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe gebouwen en functies mogelijk gemaakt. Er zullen ten hoogste 311 woningen, bestaande uit grondgebonden woningen en appartementengebouwen, gerealiseerd worden. De woningen zijn voorzien binnen een stedenbouwkundige hoofdstructuur die gebaseerd is op de aanwezige oost-westgerichte landschapsstructuur. Naast de nieuwe woonstraten die deze structuur volgen komt dit tot uiting door een centrale singel met water en groen, die van oost tot west de drager van de buurt vormt. De weg langs de singel loopt door naar het aangrenzende Rijnvaert.

2.2 Tijdpad van de activiteit Het tijdpad van de activiteit staat nog niet vast. Het doel is om in het eerste kwartaal van 2022 te starten met de bouwactiviteiten. De prognose is dat het project gefaseerd ontwikkeld gaat worden en dat de bouwactiviteiten ca. 3 jaar in beslag gaan nemen.

pagina 2 van 12

3 . Ke nme rke n va n d e a c t i v i te i t 3.1 Aard en omvang van de activiteit Met de beoogde activiteit worden ten hoogste 311 woningen gerealiseerd. Er zullen verschillende typen woningen gerealiseerd worden, bestaande uit grondgebonden woningen en appartementen. Het beoogde woonmilieu is een gevarieerde wijk met een dorpse schaal. Om de woningbouwontwikkeling Nieuw Rijnvaert mogelijk te maken moeten de gronden bouwrijp gemaakt worden. Hierbij zal rekening gehouden worden met foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen eventueel maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit vleermuisvriendelijke verlichting en het opstarten/uitvoeren van werkzaamheden buiten het broedseizoen. In verband met de bouwwerkzaamheden kunnen geluid en trillingen veroorzaakt worden. Vanwege de afwezigheid van kwetsbare gebieden in de direct omgeving worden als gevolg daarvan geen belangrijke milieugevolgen verwacht, indien voldaan wordt aan de algemene zorgplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. De benodigde grondstoffen en (bouw)materialen zijn in dit stadium nog niet bekend. De afvalstoffen worden verantwoord opgeslagen en afgevoerd. Hierbij wordt aangesloten op de bouwverordeningen van de gemeenten Katwijk en Oegstgeest.

Het aanleveren en afvoeren van grondstoffen, bouwmaterialen en afvalstoffen zal via de Rijnsburgerweg verlopen.

3.2 Cumulatie met andere projecten Het project is een opzichzelfstaande ontwikkeling. Er is geen relatie met andere ontwikkelingen. In de omgeving zijn, voor zover bekend, geen andere ontwikkelingen. Derhalve hoeft geen cumulatie met andere projecten toegepast te worden. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat het project Nieuw Rijnvaert met de voorliggende aanmeldnotitie voor de delen in beide gemeenten (Katwijk en Oegstgeest) gezamenlijk wordt beschouwd.

3.3 Materialen, afvalstoffen en hulpbronnen In de realisatiefase van Nieuw Rijnvaert zal gedeeltelijk gebruik gemaakt worden van nietvernieuwbare hulpbronnen, zoals fossiele brandstoffen, grondstoffen en gecertificeerde materialen. In de gebruiksfase speelt duurzaamheid een belangrijke rol. De nieuwe woningen worden niet aangesloten op het gas en er zal waar mogelijk gebruik gemaakt worden van energieopwekkende hulpbronnen. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld PV-panelen en warmtepompen. Er kan gesteld worden dat er voornamelijk tijdens de realisatiefase gebruik gemaakt wordt van nietvernieuwbare hulpbronnen. De milieugevolgen vanwege de realisatiefase zullen slechts tijdelijk en in aard en omgeving relatief beperkt zijn. De te gebruiken grondstoffen en (bouw)materialen tijdens de realisatiefase zijn in dit stadium nog niet bekend. Deze milieugevolgen geven geen aanleiding geven tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

pagina 3 van 12

Als gevolg van het project zal er een toename van de productie aan afvalstoffen ontstaan. Zowel in de realisatie- als de gebruiksfase worden afvalstoffen geproduceerd. De afvalstoffen ten gevolge van de realisatiefase zullen afgevoerd worden en naar een daarvoor geschikte bestemming gebracht worden. Er zal zoveel mogelijk circulair gebouwd worden. De afvalstoffen die voortkomen uit de gebruiksfase zal voornamelijk bestaan uit regulier huisafval. In lijn met de landelijke tendens ten aanzien van het scheiden van afval zal ook in onderhavig geval het afval zoveel mogelijk gescheiden worden. Het afval zal afgevoerd moet worden via de in de gemeenten Katwijk en Oegstgeest geëigende weg, waardoor de afvoerfrequentie toeneemt. Echter zullen de milieugevolgen daarvan slechts beperkt zijn, waardoor het geen aanleiding geeft om een milieueffectrapportage op te stellen. De bodem van het plangebied is onderzocht op het gebied van verontreinigingen. De bodem is voor een groot gedeelte onderzocht..

pagina 4 van 12

4 . P l a a t s va n d e a c t i v i te i t Het plangebied van Nieuw Rijnvaert is gelegen in het zuiden van de gemeente Katwijk, aan de rand van het dorp Rijnsburg, en de westzijde van de gemeente Oegstgeest. Het plangebied bestaat uit het beoogde woongebied Nieuw Rijnvaert, de nieuwe fietsbruggen naar Frederiksoord (Paedsenakker en noordoosten), de nieuwe brug ter hoogte van de Valkenburgerweg (westzijde) en de gronden waar groen, water en wegen voorzien zijn. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9 ha. In de huidige situatie is het plangebied van de ontwikkeling Nieuw Rijnvaert grotendeels onbebouwd en ingevuld met grasland en kassen. Voorheen bestond het gebied grotendeels uit kassen, waarvan inmiddels een deel gesloopt is. Op dit moment bevinden zich met name in de zuidoostelijke hoek van het plangebied nog kassen. Direct ten zuiden hiervan is een caravanstalling aanwezig. De navolgende afbeelding toont de begrenzing van het plangebied. Het deel in de gemeente Katwijk is wit omkaderd, terwijl het deel in de gemeente Oegstgeest een rode omkadering heeft.

Begrenzing van het plangebied ‘Nieuw Rijnvaert’

De planlocatie ligt direct ten zuiden van de Rijnsburgse woonwijk Frederiksoord, met een diversiteit aan grondgebonden woningen. Verder wordt de planlocatie geflankeerd door de Rijnsburgerweg aan de oostzijde en de Valkenburgerweg aan de westzijde. Ten oosten van de planlocatie bevindt zich een strook met bestaande bebouwing aan de Rijnsburgerweg, die voornamelijk uit vrijstaande woningen bestaat. Achter deze strook is, direct ten zuiden van het plangebied, een transportbedrijf gevestigd. Het gebied ten zuiden van het plangebied is van oorsprong een tuindersgebied, waarbij het voornemen bestaat tot transformatie naar een landschappelijk, recreatief gebied met enkele woningen (de 'Tuin van Oegstgeest'). In het gebied ten westen van de locatie, aan de overzijde van de Valkenburgerweg, is recent de Oegstgeestse wijk Rijnvaert gerealiseerd. Dit is een nieuwe woonwijk met twee-onder-eenkapwoningen en vrijstaande woningen. De ontsluiting van deze wijk vindt plaats door middel van de Rijnsburgerweg, via een weg die door het plangebied van Nieuw Rijnvaert voert. pagina 5 van 12

De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of andere beschermde en/of kwetsbare gebieden. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Meijendel & Berkheide’ ligt op een afstand van ca. 1,7 km van de planlocatie. Het dichtstbijzijnde gebied van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich op een afstand van ca. 700 m van het plangebied. De potentiële milieugevolgen van de activiteit worden in het navolgende hoofdstuk toegelicht.

pagina 6 van 12

5 . Po te nt i ë l e m i l i e ug evo l g e n va n d e a c t i v i te i t Om de potentiële milieugevolgen van de activiteit in beeld te brengen worden in dit hoofdstuk de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld. Door middel van gespecialiseerde onderzoeken zijn de belangrijkste effecten in het kader van het bestemmingsplan in kaart gebracht. Hiermee kan een gewogen besluit genomen worden op de potentiële milieugevolgen van de voorgenomen activiteit. Navolgend worden de belangrijkste resultaten van de relevante milieuaspecten uiteengezet.

5.1 Bodem Om aan te tonen dat de kwaliteit van bodem en het grondwater geschikt is of geschikt te maken is voor het beoogde gebruik (wonen) zijn bodemonderzoeken uitgevoerd. In het zuidoostelijk deel van het plangebied zijn ten hoogste lichte verontreinigingen en geen asbest aangetoond. De lichte verontreinigingen gaven geen aanleiding voor vervolgonderzoek. Uit het verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd voor het noordoostelijk deel van het Oegstgeestse deel van het plangebied blijkt dat de bovengrond ten hoogste licht is verontreinigd. De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en xylenen en sterk verontreinigd met nikkel. Sterke verontreinigingen in het grondwater komen vaker voor in de regio zonder dat er sprake is van een aantoonbare bron van verontreiniging en zonder dat daarbij in de vaste fase van de bodem ter plaatse van het grondwater de achtergrondwaarde voor de bodem wordt overschreden. De verhoogde gehalten worden toegeschreven aan natuurlijke oorzaken en de fluctuaties in de gehalten aan de natuurlijke schommelingen van de grondwaterstand. Er wordt aanbevolen om het grondwater bij bemalingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden het vrijkomende grondwater, in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder van het gebied, op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te verwerken.

Uit het verkennend bodemonderzoek, dat is uitgevoerd voor het noordelijk en westelijk deel van het plangebied, volgt dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater geschikt is voor het beoogde gebruik, uitgezonderd de sterke verontreiniging met drins op het noordwestelijk deel en de matige verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de ondergrondse tank op het noordoostelijke deel van de onderzoeklocatie. Er wordt aanbevolen de met minerale olie verontreinigde grond te verwijderen. De bodem is vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt (te maken) voor de toekomstige bestemming. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen dient nader onderzoek naar de sterke verontreiniging met drins uitgevoerd te worden en een saneringsplan/BUSmelding ingediend te worden. Gezien het voorgaande en het feit dat de toekomstige activiteiten geen risico op bodemverontreiniging met zich mee brengen, kunnen belangrijke milieugevolgen uitgesloten worden.

pagina 7 van 12

5.2 Luchtkwaliteit De ontwikkeling van ten hoogste 311 woningen kan, gezien de beperkte omvang (circa 20% van de drempelwaarde), aangemerkt worden als een NIBM-project. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM, niet noodzakelijk. Het project heeft 'niet in betekenende mate' invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit kunnen belangrijke milieugevolgen uitgesloten worden.

5.3 Geluidhinder Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van een weg, te weten de Rijnsburgerweg. De overige wegen in de omgeving zijn 30 km/uur wegen zonder geluidzone. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting door wegverkeer op de Rijnsburgerweg op de beoogde woningen in het noordoosten van het plangebied (gemeente Katwijk) ten hoogste 53 dB na aftrek van 5 dB ex art 110g Wgh bedraagt. Voor twee woningen zijn hogere waarden benodigd. De toekomstige activiteiten leiden niet tot onevenredige geluidhinder voor de omgeving. Vanuit het aspect geluid kunnen belangrijke milieugevolgen uitgesloten worden.

5.4 Bedrijven en milieuzonering Met de woningbouwontwikkeling Nieuw Rijnvaert worden gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Om die reden zijn de indicatieve richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van belang. Gelet op de ligging van het plangebied en de diversiteit aan functies in de omgeving wordt de planlocatie aangemerkt als ‘gemengd gebied’. Uit een inventarisatie van de bedrijven in de omgeving en een akoestisch onderzoek het naar nabijgelegen goederenwegvervoerbedrijf volgt dat deze bedrijven geen belemmering vormen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen in het plangebied en worden milieubelastende activiteiten in de omgeving niet belemmerd in hun mogelijkheden en bedrijfsvoering. Met het voorgenomen plan komen de (agrarische) bedrijfsactiviteiten in het plangebied volledig te vervallen en vormen deze geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat. Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering kunnen belangrijke milieugevolgen uitgesloten worden.

5.5 Externe veiligheid Woningen worden gezien als kwetsbare objecten. Dit houdt in dat bij de ontwikkeling rekening moet worden gehouden met risicovolle inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen in de omgeving. Uit raadpleging van de risicokaart volgt dat ten oosten, zuiden en westen van het plangebied een aantal risicobronnen aanwezig zijn. Deze risicobronnen zijn transportroutes voor gevaarlijke stoffen (N206 en A44) en twee aardgastransportleidingen. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van aardgastransportleiding A-560 en de N206. Voor buisleiding A-560 geldt dat de oriëntatiewaarde en 0,1 x de oriëntatiewaarde van de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie ter hoogte van het plangebied niet wordt overschreden. Uit de berekening van de hoogte van het groepsrisico blijkt dat de planrealisatie geen rekenkundige invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-560. Het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormt derhalve geen belemmering voor de planrealisatie. pagina 8 van 12

Het groepsrisico ten gevolge van de provinciale weg N206 bedraagt niet meer dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Over deze weg worden brandbare gassen (GF3) en toxische vloeistoffen plaats (LT2) vervoerd. Als gevolg van een incident met een toxische stof in de klasse LT2 geldt een invloedsgebied van 880 m, waarbinnen het plangebied gedeeltelijk ligt. Vanwege de ruime afstand tussen het plangebied en de N206, heeft het plan geen invloed op de hoogte van het groepsrisico van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N206. Met het voorgenomen plan worden geen risicobronnen toegevoegd. Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering kunnen belangrijke milieugevolgen uitgesloten worden.

5.6 Water In de oorspronkelijke situatie was het plangebied gedeeltelijk verhard en bebouwd. Deze verharding bestond uit kassen, overige agrarische bedrijfsbebouwing en erfverharding. In de toekomstige situatie wordt met de realisatie van woningen, tuinen en de openbare ruimte verharding toegevoegd. Hierbij wordt met de verbreding van de noordelijke watergang en de aanleg van de singel en overige watergangen oppervlaktewater toegevoegd. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van het project met 34.283 m² toe, waarmee watercompensatie vereist is. De vereiste watercompensatie vanwege de verhardingstoename bedraagt 0,15 x 34.283 = 5.142 m². Daarnaast dient 103 m² aan te dempen watergangen 1:1 gecompenseerd te worden. De benodigde watercompensatie bedraagt daarmee 5.245 m². In het voorgenomen plan is 10.105 m² water voorzien, wat een toename van 10.105 - 1.358 = 8.747 m² is. Deze toename is ruimschoots voldoende om de verhardingstoename te compenseren. Het overschot aan watercompensatie is 8.747 - 5.245 = 3.502 m². In het plangebied liggen watergangen die zijn opgenomen in de legger van het hoogheemraadschap van Rijnland. Dit betreft de watergang aan de noordzijde (Randsloot Frederiksoord), die een primair oppervlaktewater is, en een aftakking van deze watergang in zuidelijke richting. Deze laatste watergang wordt gedempt. De Randsloot Frederiksoord wordt verbreed.

Per saldo neemt de hoeveelheid oppervlaktewater, mede door de aanleg van de centrale watergang, sterk toe (zie 'waterbalans'). Met het voorgenomen plan wordt een waterstructuur aangelegd die aansluit op Rijnvaert en die geen doodlopende watergangen ('kopsloten') bevat. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een waterkering die is opgenomen in de legger van het hoogheemraadschap van Rijnland. Er hoeft dan ook geen rekening gehouden te worden met waterkeringen. Het afvalwater en het hemelwater worden gescheiden afgevoerd. Het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem en verder afgevoerd via het oppervlaktewater. Het afvalwater wordt via het gemeentelijk rioolstelsel afgevoerd. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.

pagina 9 van 12

5.7 Ecologie Soortenbescherming De gebiedsontwikkeling van de planlocatie heeft mogelijk effecten op beschermde soorten en gebieden van de Wet Natuurbescherming (Wnb). Met een oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna is aangetoond dat het plangebied en de daarin aanwezige kassen geen essentiële betekenis hebben voor beschermde soorten. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en locatie betreffende Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 1,7 km ligt het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide. De planlocatie ligt op een afstand van circa 720 m ten noordwesten van het Natuurnetwerk Nederland, op 2 km van een belangrijk weidevogelgebied en op 9,3 km van een strategische reservering natuur. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Voor effecten op Natura 2000-gebieden (trillingen, geluid, optische verstoring, etc.) geldt, met uitzondering van stikstofdepositie, dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden voldoende is om effecten uit te kunnen sluiten. Stikstofdepositie Om aan te tonen wat de mogelijke effecten van het voorgenomen plan op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn, is een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd.

De ontwikkeling Nieuw Rijnvaert in de gemeenten Katwijk en Oegstgeest is in het kader van het stikstofdepositieonderzoek ten behoeve van de Wet Natuurbescherming als één plan beschouwd. Uit het uitgevoerde onderzoek naar stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de aanlegfase als verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/j op reeds (bijna) overbelaste delen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er is geen vergunningplicht op grond van de Wet Natuurbescherming ten gevolge van stikstofemissies dan wel een passende beoordeling nodig ten gevolge van stikstof. Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een melding- of vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wnb. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels.

Voor deze soorten dienen eventueel maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De conclusie is dan ook dat de ontwikkeling uitvoerbaar is. Belangrijke milieugevolgen kunnen vanuit het aspect ecologie uitgesloten worden.

pagina 10 van 12

5.8 Archeologie Er is een inventariserend onderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd. De sporen en vondsten die met het proefsleuvenonderzoek zijn aangetroffen zijn dermate schaars te noemen, zodat de archeologisch (middelhoge tot hoge) verwachting voor het plangebied naar beneden kan worden bijgesteld. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de beoogde ontwikkeling. Vanuit het aspect archeologie kunnen belangrijke milieugevolgen uitgesloten worden.

5.9 Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. De rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten in de omgeving worden niet negatief beïnvloed door het plan. Er zijn geen cultuurhistorisch waardevolle (landschaps)elementen aanwezig in of nabij het plangebied. Er dient geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen plan vanuit het aspect cultuurhistorie. Belangrijke milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.

pagina 11 van 12

6 . C o nc l us i e Op basis van deze aanmeldnotitie bestaat er geen noodzaak voor het starten van een m.e.r.procedure. De ontwikkeling Nieuw Rijnvaert leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit blijkt uit het volgende: •

het plan voldoet aan de op dit moment geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de relevante milieukundige uitvoeringsaspecten en de ruimtelijke ordening;

•

de voorgenomen ontwikkeling levert geen significante negatieve gevolgen op voor de in de nabijheid van de inrichting gelegen beschermde of kwetsbare gebieden;

•

er zijn in de invloedssfeer van het project geen bijzondere omstandigheden.

Toetsing van het plan aan de criteria voor de m.e.r.-beoordelingsnotitie leidt tot de conclusie dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Het opstellen van een m.e.r.(-beoordeling) zal hier geen verandering in brengen en is niet noodzakelijk.

pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10884090/1