CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

20. Brief van het college van B&W van 7 april 2021 inzake regionaal economische samenwerking Duin en Bollenstreek (1903612)

Raad 22 april 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: A. Voor kennisgeving aan te nemen:13.264 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Analyse: beleid en beleidsachtergrond

Het beleid - dat door de samenwerkende

Ons oordeel op basis van de uitgevoerde analyse

gemeenten is vastgesteld en goedgekeurd - en de beleidsachtergrond ➢

Het economische uitvoeringsprogramma is tot We zien dat de economische visie en het stand gekomen op basis van een duidelijke en uitvoeringsprogramma gebaseerd zijn op een onderbouwde (probleem)analyse en visie op

economische analyse en trends van de regionale

de regionale economie.

economie (met inzicht in sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen). Deze analyse is nog steeds actueel.

➢

Het economische uitvoeringsprogramma is tot Overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen stand gekomen in samenspraak met interne

hebben in samenspraak het programma opgezet;

en externe belanghebbenden uit het gebied

en geven daar nu ook gezamenlijk invulling aan.

(3O's). ➢

De economische visie en het

Op onderdelen is er inhoudelijk aansluiting op

uitvoeringsprogramma sluiten aan bij Rijks-,

Rijks-, provinciaal of regionaal beleid, maar de

provinciaal en regionaal beleid (bijvoorbeeld

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

24

➢

inspelend op economische kansen in

koppeling daarvan is tot op heden (nog) niet of

nabijgelegen (stedelijke) regio's).

nauwelijks gemaakt.

De centrale doelstelling in de economische

In principe zijn concrete en logische businesscases

visie voor de Duin- en Bollenstreek is vertaald

die zich richten op economische kernsectoren en

in logische economische clusters en thema’s.

randvoorwaarden. Alleen, er is een duidelijke discrepantie tussen gestelde doelen en ambities en de invulling van de businesscases. Want, activiteiten zijn vooraf (dus bij inrichting en aanvang van het programma) ingestoken als ‘businesscase’ terwijl ze dat eigenlijk (nog) niet zijn. En, elke businesscase is te beperkt of voorzichtig ‘geladen’/opgetuigd om substantieel en structureel bij te dragen aan de ambitieuze doelen.

➢

De ambities en de gestelde (sub)doelen in het Programma en de businesscases zijn zoveel als economische uitvoeringsprogramma zijn

mogelijk SMART geformuleerd. Sommige doelen

SMART geformuleerd.

zijn vooral kwalitatief verwoord; hetgeen in de regel lastig meetbaar is. Daarnaast geldt dat de effecten op de lange termijn doelen en ambities (2030) zich in het algemeen lastig laten meten en worden bovendien sterk beïnvloed door externe factoren (waar de regio zelf geen grip op heeft).

➢

De businesscases zijn samenhangend en

De businesscases vertonen, op enkele

versterken elkaar.

uitzonderingen na, tot op heden (nog) geen duidelijke samenhang danwel dat ze elkaar versterken.

Probleemanalyse, totstandkoming en aansluiting beleid We constateren dat de economische visie gebaseerd is op een economische analyse en trends van de regionale economie (waaronder: inzicht in sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen); en deze analyse is nog steeds actueel. Het economische uitvoeringsprogramma bouwt hier op een logische wijze op voort. Belangrijkste punten in de (probleem)analyse van de regio zijn: ▪ Algemeen: werkloosheid is (erg) laag, maar werkgelegenheid (vooral op MBOniveau) in regio loopt terug. ▪ Bollen- en sierteelt wereldwijd bekend, maar productie in de regio neemt af, focus gaat richting handel, werkgelegenheid neemt af, aantal starters, spin-off en interactie met andere sectoren is beperkt, regionale kennisbasis is smal, samenwerking bedrijven is beperkt en campusvorming staat in kinderschoenen.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

25

▪

▪

Regio trekt veel (inter)nationale bezoekers, maar werkgelegenheid toeristische sector is bescheiden, netwerkvorming en uitwisseling met andere sectoren is beperkt. Regio huisvest kennisintensieve en high-tech bedrijven, maar weinig regionale spin-off en clustervorming.

Het economische uitvoeringsprogramma is destijds ontwikkeld binnen de nauwe samenwerking van overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen (de 3O’s). Dit is per businesscase uitgewerkt door een ‘triple helix’ projectgroep (met de begeleiding van twee kwartiermakers). De uitwerking van de economische visie en het uitvoeringsprogramma is (uiteraard) ingestoken op de regio Duin- en Bollenstreek. Op onderdelen sluit het inhoudelijk aan op Rijks-, provinciaal of regionaal beleid; echter de koppeling daarvan is niet of nauwelijks expliciet gemaakt. Vooral op het vlak van de meer kennisgerichte en intensieve economie (denk aan space, drones/sensortechnologie, flower science) liggen er mogelijkheden; alleen op het vlak van de greenport is daar tot nu toe expliciet invulling aan gegeven (namelijk: topsectorenproject ‘precisielandbouw’). De aansluiting vanuit het regionale uitvoeringsprogramma met Rijks- en provinciaal beleid staat derhalve nog in de kinderschoenen. Vertaling in economische clusters en thema’s, opzet en samenhang De economische visie voor de Duin- en Bollenstreek kent duidelijke pijlers/economische lijnen naar de toekomst. Dat zijn: versterken van de greenporteconomie (1), vernieuwen en verbreden van het toeristisch product (2) en het verkennen van kansrijke nieuwe markten en het stimuleren van nieuwe combinaties (3).

Nieuwe combinaties worden ingezet vanuit de zorg (in relatie tot bijvoorbeeld wellness en toerisme) en ruimtevaart/space (in relatie tot bijvoorbeeld precisielandbouw en biobased economy). Deze thema’s zijn, nu in de toekomst, logisch, relevant en actueel voor de economie van de Duin- en Bollenstreek. In principe is er sprake van concrete en logische businesscases in het uitvoeringsprogramma; ze richten zich op de economische kernsectoren en economische randvoorwaarden (die vanuit de economische visie van belang worden geacht). Daarnaast zijn enkele businesscases gericht op het ontwikkelen van nieuwe markten die voor de regio van belang zijn. Echter, we zien daarnaast wel een duidelijke discrepantie tussen gestelde doelen en ambities en de invulling van de businesscases. We plaatsen daarbij de volgende twee kanttekeningen: 1. Activiteiten zijn ingestoken als ‘businesscase’, maar zijn dat eigenlijk niet. Achteraf gezien, waren activiteiten bij aanvang (dus bij de inrichting van het programma) soms te beperkt of te summier van aard en omvang om als

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

26

volwaardige businesscase bij te dragen aan gestelde doelen. De activiteiten waren eerder een potentiële, belangrijke aanzet en verkenning (tot een mogelijke toekomstige businesscase). Dat geldt vooral voor businesscases waarvan de acties hoofdzakelijk bestonden uit het doen van onderzoek, zoals bijvoorbeeld voor de versnelling van de herstructurering van de Greenport of voor Blueport. 2. Beperkte of voorzichtige ‘lading’ per businesscase. Verder zien we dat businesscases soms te beperkt of te voorzichtig ‘geladen’ zijn om substantieel en structureel bij te kunnen dragen aan de veelal ambitieuze doelen uit de economische visie voor de Duin- en Bollenstreek. Het vermoeden is dat, bij aanvang, teveel geleund is op de afzonderlijke, gemeentelijke agenda’s. En daardoor dus, te weinig invulling en ‘lading’ is aan de gezamenlijke, regionale opgave voor de economie van de Duin- en Bollenstreek. Het economische uitvoeringsprogramma is uitgewerkt volgens het ‘DIN-principe’. Dit betekent dat het programma en de onderliggende businesscases zoveel als mogelijk SMART zijn geformuleerd voor wat betreft doelen, activiteiten, middelen en beoogde resultaten. Sommige doelen zijn vooral kwalitatief verwoord; dit geldt vooral voor de businesscases die randvoorwaardelijk van belang zijn voor de economie van de Duin- en Bollenstreek. Kwalitatieve doelen zijn in de regel lastig meetbaar.

Daarnaast geldt dat de effecten op de lange termijn doelen en ambities (2030) zich in het algemeen lastig laten meten en worden bovendien sterk beïnvloed door externe factoren (waar de regio zelf geen grip op heeft). De businesscases vertonen tot op heden geen duidelijke samenhang danwel dat ze elkaar versterken. Een uitzondering hierop is de wisselwerking en nauwe relaties tussen hetgeen is opgepakt binnen Flower Science (Knowledge) en de activiteiten binnen de businesscase voor onderwijs en arbeidsmarkt. Samenhang en onderlinge versterking van businesscases was vanuit de visie wel beoogd, maar in de praktijk blijkt dat samenwerking en het realiseren van crossovers en verbindingen (nog) niet van de grond komt danwel nagestreefd wordt. Meerdere partijen zien wel de potentie en kansen voor cross-overs. Onder meer vanuit Unmanned Valley en vanuit Flower Science liggen er mogelijkheden. Hier ligt een taak voor de EBDB. De EBDB tracht dit ook aan te jagen, maar dit heeft tot op heden niet geleid tot substantiële kruisbestuiving.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

27

4.1.2

Analyse: businesscases, activiteiten en middelen

Businesscases, activiteiten en middelen ➢

Ons oordeel op basis van de uitgevoerde analyse

De gestelde ambities en doelen uit de

De businesscases zijn in zekere zin logisch

economische visie zijn vertaald naar concrete

gekozen, in samenhang bezien en zijn

en logische businesscases met een nut- en

onderbouwd. Alleen, de huidige inhoud en

noodzaak en duidelijke subdoelen.

invulling van veel businesscases is destijds teveel vanuit de afzonderlijke gemeentelijke economische agenda’s ingevuld. Dat betekent ook dat dit niet leidde tot businesscases die – per definitie - dragend en dienend zijn (geweest) aan de gezamenlijke regionale, economische opgaven.

➢

De deelprojecten en activiteiten binnen de

Zie opmerking hierboven en ook in de voorgaande

businesscases zijn logisch gekozen, in

tabel: er is destijds teveel uit de afzonderlijke,

samenhang bezien, versterken elkaar en

gemeentelijke agenda’s geput. Dat maakt nog

onderbouwd.

geen regionale agenda. Activiteiten zijn ingestoken als ‘businesscase’ terwijl ze dat eigenlijk (nog) niet zijn en elke businesscase is te beperkt of voorzichtig ‘geladen’/opgetuigd om substantieel en structureel bij te dragen aan de ambitieuze doelen.

➢

Er is een compleet en gedetailleerd overzicht

Er is duidelijk inzicht in de beschikbare en

van financiële middelen per businesscase.

beschikte bijdragen (per businesscase), eventuele her-allocatie van middelen, restbedragen en private en publieke cofinanciering; tevens is dat inzicht op projectniveau beschikbaar.

➢

De uitgaven zijn duidelijk onderbouwd in relatie Zie hierboven. tot de verschillende deelprojecten en activiteiten.

Inhoud en activiteiten businesscases De deelprojecten en activiteiten binnen businesscases zijn in zekere zin logisch gekozen, in samenhang bezien en zijn onderbouwd. Dit geldt in belangrijke mate voor: ▪ Space Tech Campus zet in op bestaande kwaliteiten en kansen rondom ESAESTEC, space-gerelateerde bedrijvigheid en kennisinstellingen in Delft en Leiden. De deelprojecten, bestaande uit de Space Experience en de campus, De deelprojecten, bestaande uit de Space Experience en de eigenlijke Campus, zijn tevens complementair aan elkaar.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

28

▪

▪

▪

De activiteiten binnen Unmanned Valley zijn concreet. Zowel in de hardwareals orgware-zijde wordt tijd en geld geïnvesteerd. De activiteiten versterken het ecosysteem en de verdere campusvorming. Flower Science raakt meerdere facetten van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Daarmee raakt het relevante factoren voor het vasthouden en ontwikkelen van kennis en toegevoegde waarde in de Greenport, voor het verhaal van de sector naar het publiek toe en tracht het te voorzien in crosssectorale verbindingen met toerisme, onderwijs en hoogwaardige ruimte- en dronetechnologieën (bijvoorbeeld topsectorproject Precisielandbouw). Het programma van Onderwijs en Arbeidsmarkt omvat vijf activiteiten. Vier daarvan omhelzen de gehele onderwijskolom: van basisschool- en middelbare school tot ‘real life’ afstudeerprojecten en profielwerkstukken. Door het doorlopende karakter van het programma, wordt de verbinding tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt versterkt.

We constateren echter ook de huidige inhoud en invulling van veel businesscases destijds teveel vanuit de afzonderlijke gemeentelijke economische agenda’s zijn gevuld. Dat was destijds wellicht logisch, voor de hand liggend danwel het hoogst haalbare. Maar, dat betekent ook dat dit niet altijd geleid heeft tot businesscases die dragend en dienend zijn aan de regionale, economische opgaven. Overzicht financiële middelen en onderbouwing We constateren dat door de EBDB (periodiek) een financieel overzicht opgesteld is van het totale programma en de onderliggende businesscases. Hierin is onder meer inzicht gegeven in de beschikbare en beschikte bijdragen (per businesscase), eventuele her-allocatie van middelen, restbedragen en private en publieke cofinanciering. Ook is per deelproject en activiteit in de diverse businesscases aangegeven welke financiële middelen zijn besteed. 4.1.3

Analyse: doeltreffendheid, doelbereik en doelmatigheid

Kernbegrippen in een evaluatie zijn doeltreffendheid, doelbereik en doelmatigheid. Voor het uitvoeringsprogramma Duin- en Bollenstreek gaat het bij doeltreffendheid om de mate waarin activiteiten bijdragen aan een businesscase. En vervolgens om de mate waarin alle businesscases bijdragen aan het programma. Doelbereik gaat uit van de mate waarin de gestelde doelen (uit de visie en het programma) bereikt worden. Tot slot geeft doelmatigheid aan of bestede middelen in verhouding staan tot hetgeen is uitgevoerd en bereikt is.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

29

Doelbereik, doeltreffendheid en doelmatigheid ➢

Ons oordeel op basis van de uitgevoerde analyse

De uitgevoerde deelprojecten en activiteiten

De deelprojecten en activiteiten die voor de

hebben aannemelijk bijgedragen aan de

afzonderlijke businesscases waren voorgenomen

realisatie van de doelen in de businesscase

zijn inmiddels grotendeels uitgevoerd (danwel

(doeltreffendheid).

worden in 2021 en 2022 afgerond). Maar, zoals eerder aangegeven, activiteiten zijn ingestoken als ‘businesscase’, maar zijn dat eigenlijk niet en de ‘lading’ per businesscase is te beperkt.

➢

De uitgevoerde businesscases hebben

Ondanks enkele belangrijke successen en

aannemelijk substantieel bijgedragen aan de

resultaten is het niet zonder meer aannemelijk

realisatie van de doelen van het economische

dat de tot op heden uitgevoerde businesscases

uitvoeringsprogramma (doeltreffendheid).

substantieel hebben bijgedragen aan de gestelde doelen.

➢

De huidige gezamenlijke gemeentelijke

Gezamenlijke gemeentelijke inspanningen leidden

inspanning heeft bijgedragen aan de realisatie

tot visie, programma en governance. Vervolgens is

van de visie en het uitvoeringsprogramma

een start gemaakt met voorgenomen activiteiten

(doeltreffendheid; governance).

en projecten (die, in sommige gevallen, wellicht waren blijven liggen of later waren opgestart. In de opzet en invulling van het programma is echter teveel ‘geleund’ op de afzonderlijke gemeentelijke agenda’s. Hierdoor is geen sprake van een gezamenlijke, regionale agenda.

➢

De huidige samenwerkingsvorm van de EBDB

De inzet van de EBDB leidde tot het van de grond

heeft aannemelijk bijgedragen aan het

krijgen en de start van de uitvoering van de

realiseren van de gestelde doelen (bijvoorbeeld projecten in het uitvoeringsprogramma. De meer als het gaat om aansturing project(eigenaren),

strategische rol van de EBDB, waar het gaat om

partijen verbinden, ophalen (co)financiering en

het leggen van verbindingen tussen

resultaatgerichtheid (doeltreffendheid;

businesscases, het bevorderen van cross-overs,

governance).

aanbrengen van focus en het leggen van relaties met partijen en ontwikkelingen buiten de regio, is (nog) relatief onderbelicht gebleven.

➢

Het is aannemelijk dat de doelen van het

De doelen van het economische

economische uitvoeringsprogramma in 2021

uitvoeringsprogramma zijn nog niet bereikt; een

worden bereikt (doelbereik; rekening houdend

aantal businesscases is wel veelbelovend voor de

met externe factoren).

toekomst. Het is echter niet aannemelijk dat met de huidige insteek van het uitvoeringsprogramma (en een mogelijk vergelijkbaar vervolg daarop voor 2022 en verder) toereikend zal zijn om de hoog gestelde ambities en doelen. Hiervoor is het nodig om een verdere omslag te maken naar een

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

30

daadwerkelijke regionale agenda, meer substantiële projecten en activiteiten en een meer strategische georiënteerde en opererende economische board. ➢

Het programma is tot dusver op doelmatige

Gelet op inhoud en reikwijdte van de

wijze uitgevoerd.

werkzaamheden, lijkt dit in verhouding te staan tot hetgeen is uitgevoerd en bereikt is.

Doeltreffendheid uitgevoerde activiteiten in businesscases De businesscases zijn op zichzelf overwegend doeltreffend: de deelprojecten en activiteiten die voor de afzonderlijke businesscases waren voorgenomen zijn inmiddels grotendeels uitgevoerd (danwel worden in 2021 en 2022 afgerond). Alleen, we constateerden eerder al over de invulling (‘lading’) van de businesscases dat (zie voorgaande subparagraaf): 1. Activiteiten zijn ingestoken als ‘businesscase’, maar zijn dat eigenlijk niet 2. Beperkte of voorzichtige ‘lading’ per businesscase. Doeltreffendheid businesscases in relatie tot gestelde, overall doelen Het voorgaande betekent dat het niet zonder meer aannemelijk is dat de tot op heden uitgevoerde businesscases substantieel hebben bijgedragen aan de gestelde doelen in het uitvoeringsprogramma. Namelijk, aan het verbeteren van de economische prestaties van de Duin- en Bollenstreek en het behoud van woonaantrekkelijkheid en toeristische wervingskracht. In concreto (in 2030): meer banen (+3.600), grotere bekendheid en de (ruimtelijke) openheid van de regio is toegenomen. Er zijn uiteraard tot op heden wel belangrijke successen en resultaten behaald. Met name door de kuuroordstatus (Noordwijk), de voorspoedige ontwikkeling van Unmanned Valley en veelomvattende inhoud en reikwijdte van Flower Science.

Bovendien zijn voor Space Tech Campus veelbelovende en potentieel waardvolle stappen gezet die mogelijk goed vervolg krijgen zodra het projectvoorstel voor Space Tech Campus financieel ondersteund wordt door de EBDB (verwacht in eerste helft 2021). Doeltreffendheid gezamenlijke gemeentelijke inspanning In de Duin- en Bollenstreek is de economische samenwerking tussen gemeenten geïntensiveerd door de gezamenlijke opgave voor het opstellen van de visie en agenda. In dit proces zijn, naast de gemeenten, ook de andere Triple helix-partijen geraadpleegd en betrokken. Mede op basis van hun inbreng zijn in de visie de economische thema’s en clusters vastgesteld die voor regionale economie van

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

31

belang zijn. In het verlengde daarvan zijn tevens gezamenlijk stappen gezet in de governance: er is gekozen voor een nieuwe samenwerking- en uitvoeringsvorm om de visie en het uitvoeringsprogramma gestalte te geven middels een board en projecteigenaren. Vanuit deze governance en het uitvoeringsprogramma is vervolgens begonnen de projecten op te starten, aan te jagen en verder vorm te geven (die mogelijk in sommige gevallen niet waren opgepakt of op een later moment). Er blijkt nu achteraf echter wel een discrepantie tussen de gestelde doelen en ambities en de destijds gekozen invulling van business cases. Er is door de overheden teveel uitgegaan van de afzonderlijke gemeentelijke agenda’s; en te weinig van een gezamenlijke, regionale agenda. In de opzet is in de governance vervolgens wel een rol toebedeeld aan EBDB om ook te toetsen op de bijdrage van projecten aan de doelen van business cases. Echter, het programma was qua opzet en invulling al grotendeels een voldongen feit waardoor het voor de EBDB weinig speelruimte bood om tot ambitieuzere keuzes te komen. Doeltreffendheid EBDB De EBDB is in 2018 opgericht en de leden zijn in 2018 aan de slag gegaan. Dat vond plaats op grond van de taakstelling die door de (opdrachtgevende) gemeenten vooraf aan de EBDB was meegegeven.

Deze taken waren overwegend gericht op het opstarten en aanjagen van projecten (zoals vermeld in het uitvoeringsprogramma; zie ook hoofdstuk 1 over taken EBDB). De EBDB heeft, vanuit haar opdracht, sindsdien vooral energie gestoken in: ▪ Inhoudelijke en financiële afbakening van projecten ▪ Opzet van projectadministratie en financiële verantwoording ▪ Zoeken van projecteigenaren ▪ Regelen van de voorwaarden voor de aanvraag van financiering ▪ Monitoren van projecten en periodiek rapportage De gekozen taakstelling voor de EBDB was bij aanvang nodig om het uitvoeringsprogramma van de grond te krijgen en op te starten. Dat is inmiddels ook gebeurd. Maar, dit betekende gelijktijdig dat vanuit de EBDB tot op heden (naar verhouding) weinig aandacht is uitgegaan naar de meer strategische rol van een economische board, namelijk het leggen van verbindingen tussen businesscases, het bevorderen van cross-overs, het aanbrengen van focus en het leggen van relaties met partijen/ontwikkelingen buiten de regio. Dit laatste is door de omvangrijke, taakgerichte focus op projecten in de afgelopen jaren onderbelicht gebleven.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

32

Doelbereik uitvoeringsprogramma De doelen van het economische uitvoeringsprogramma voor de Duin- en Bollenstreek zijn nog niet bereikt; die zijn ook ambitieus en kennen veelal een langere horizon (2030). Bovendien, de recente Corona-pandemie heeft het boeken van voortgang in enkele businesscases bemoeilijkt en vertraagd. Tegen de achtergrond van de uitvoering van de afgelopen jaren lijkt een aantal businesscases veelbelovend voor de toekomst. Zoals het verwachte vervolg na het succesvol behalen van de kuuroordstatus (Noordwijk), de verdere ontwikkeling van Unmanned Valley en Flower Science. Daarnaast is Space Tech Campus veelbelovend. De vraag rijst echter of de huidige insteek van het uitvoeringsprogramma (en een mogelijk vergelijkbaar vervolg daarop voor 2022 en verder) toereikend zal zijn om de hoog gestelde ambities en doelen te bereiken voor de Duin- en Bollenstreek in de toekomst. Waarschijnlijk niet; het is daarvoor nodig om een verdere omslag te maken naar een daadwerkelijke regionale agenda, meer substantiële projecten en activiteiten en een meer strategische georiënteerde en opererende economische board. Doelmatigheid Tot op heden is circa 1,5 miljoen euro door de EBDB beschikt voor projecten in het uitvoeringsprogramma; daarnaast is circa 1 miljoen euro besteed aan de governance.

Gelet op inhoud en reikwijdte van de werkzaamheden, lijkt dit in verhouding te staan tot hetgeen is uitgevoerd en bereikt is.

4.2

Conclusies

In deze evaluatie van de economische samenwerking en het uitvoeringsprogramma stonden drie evaluatievragen centraal, namelijk: 1. Welke meetbare economische effecten heeft de huidige gezamenlijke inspanning tot gevolg gehad? 2. In welke mate heeft de huidige gezamenlijke inspanning bijgedragen aan de verschillende kwantitatieve en kwalitatieve doelen? 3. In welke heeft de huidige samenwerkingsvorm bijgedragen aan het realiseren van gestelde doelen?

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

33

Meetbare economische effecten Er zijn belangrijke successen en resultaten behaald. Met name door de kuuroordstatus (Noordwijk), de voorspoedige ontwikkeling van Unmanned Valley en de veelomvattende inhoud en reikwijdte van activiteiten vanuit Flower Science zijn stappen gezet in de realisatie van de gestelde doelen. Bovendien zijn voor Space Tech Campus veelbelovende en potentieel waardvolle stappen gezet die mogelijk goed vervolg krijgen zodra het projectvoorstel voor Space Tech Campus financieel ondersteund wordt door de EBDB (verwacht in eerste helft 2021). Het is echter nog te vroeg om (naast het bovenstaande) klinkende, harde economische effecten te noemen. De tijdspanne voor de beoogde economische effecten (zoals verwoord in het uitvoeringsprogramma) is langer dan de afgelopen drie jaar waarin de activiteiten zijn opgestart en uitgevoerd. De afronding van het huidige programma en een mogelijk vervolg daarop moeten het bereiken van de gestelde doelen in 2021 en daarna dichterbij brengen. Maar, het behalen van de gestelde doelen en de beoogde economische effecten in de toekomst vergt, anders dan op dit moment is ingezet, meer focus, ambities en een regionale, gezamenlijke aanpak (in de aanbevelingen gaan we daar nader op in).

Bijdrage gezamenlijke inspanning De economische samenwerking tussen gemeenten in de Duin- en Bollenstreek is geïntensiveerd; de visie, het uitvoeringsprogramma, de beschikbaar gestelde middelen, de opgezette governance en de tot nu toe behaalde resultaten zijn daar de resultante van. Alleen, de huidige gezamenlijke inspanning is tot op heden teveel geënt geweest op afzonderlijke gemeentelijke agenda’s waardoor gestelde doelen moeilijk bereikbaar zijn. Er is geen sprake van een gezamenlijke, regionale agenda met ambitieuze doelen én daarbij horende, onderliggende projecten. De huidige ‘lading’ van de businesscase is, met het oog op de gestelde ambities, te voorzichtig geweest. Bijdrage huidige samenwerkingsvorm In de governance van het uitvoeringsprogramma had de EBDB een belangrijke taak om het uitvoeringsprogramma van de grond te krijgen en op te starten; dat is gebeurd. Dat betekende dat de EBDB veel energie heeft gestoken in de inhoudelijke en financiële afbakening van projecten, het zoeken van projecteigenaren, het regelen van de voorwaarden voor de aanvraag van financiering en de monitoring van projecten en de periodieke rapportage. Maar, dit gelijktijdig betekend dat vanuit de EBDB tot op heden relatief weinig aandacht is uitgegaan naar de meer strategische rol van een economische board, namelijk het

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

34

leggen van verbindingen tussen businesscases, het bevorderen van cross-overs, het aanbrengen van focus en het leggen van relaties met partijen/ontwikkelingen buiten de regio.

4.3

Aanbevelingen

Op basis van onze analyses en conclusies komen we tot de volgende aanbevelingen voor de toekomst: 1. Ga aan de slag met gezamenlijke, regionale agenda rondom een aantal afgebakende focusgebieden (businesscases). Dat betekent in onze ogen het volgende voor de Duin- en Bollenstreek: a. Focusgebieden (businesscases): dat zijn juist de overwegend meer kennisintensieve, economische sectoren Greenport/Flower Science, Space, Unmanned Valley en toerisme. Dit zijn de economische kerngebieden die voor de economische toekomst van de Duin- en Bollenstreek van belang zijn. b. Projecten: formuleer en ontwikkel ambitieuze projecten die passen binnen de afgebakende businesscases. Deze projecten dienen met name een het gezamenlijke, regionale belang. Bijvoorbeeld: het verkrijgen van een investeringsbudget van tenminste 150 miljoen euro om de (gewenste) herstructurering binnen de Greenport Duin- en Bollenstreek daadwerkelijk op gang te brengen en gestalte te geven. c. Cross-overs en kruisbestuiving: geef in elke businesscase concreet invulling aan de cross-overs en de kruisbestuiving tussen de focusgebieden/businesscases. Hiermee wordt samenhang nagestreefd en kunnen businesscases elkaar daadwerkelijk versterken. d.

Koppeling met ander, bovenliggend beleid: zorg ervoor dat vanuit elk focusgebieden de koppeling is gelegd met overeenkomstig beleid vanuit andere, nabijgelegen regio’s, de provincie en het Rijk. Denk daarbij onder meer aan het topsectorenbeleid, maar ook het beleid dat vanuit de verschillende greenports in Nederland van belang is. e. Randvoorwaarden: neem in de businesscases voor de focusgebieden ook de randvoorwaarden op het vlak van marketing, onderwijs & arbeidsmarkt en bereikbaarheid mee. Randvoorwaarden worden daarmee binnen de regionale agenda niet als generiek beschouwd; maar juist dienend en ondersteunend aan het focusgebied. f. Resterende financiële middelen: alloceer de resterende financiele middelen vanuit het huidige economische uitvoeringsprogramma voor deze, nieuwe meer gefocuste regionale agenda. Op basis van de

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

35

gegevens tot en met Q4 2020 blijkt dat op dit moment nog bijna 1,5 miljoen euro resteert binnen het programma (ten behoeve van projecten). 2. Governance: board en taskforces: organiseer de governance per businesscase. Dat kan vanuit een overkoepelende board met een ‘taskforce’ per focusgebied. De rol van de board en de verschillende taskforces is primair strategisch, dus: gericht op het aanjagen en ondersteunen van de ambitieuze projecten per businesscase, het verbinden, het netwerken en aanhaken bij beleid van hogere overheden en het verkrijgen van financiële middelen uit andere, externe bronnen. De board, maar ook de bemensing van de taskforces, bestaat uit personen met een netwerk binnen en binding met het betreffende focusgebied binnen én buiten de regio Duin- en Bollenstreek. De uitvoering voor de subsidiering en administratie van de projecten binnen de focusgebieden is de verantwoordelijkheid van de gezamenlijke gemeenten. 3. Formuleer beoogde effecten in termen van ‘output’ in plaats van ‘outcome’. Het sturen op ‘outcome’ is lastig; dit is immers ook sterk afhankelijk van externe, moeilijk te beïnvloeden factoren. Het is daarom aan te bevelen om de gewenste resultaten te formuleren in termen van output. Daarnaast moet ook expliciet worden gemaakt welke verwachte economische werking verondersteld wordt bij het bereiken van het gewenste resultaat.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

36

Bijlage I: toetsingskader evaluatie De evaluatie van het economische uitvoeringsprogramma ‘Samen Succesvol’ voor de Duin- en Bollenstreek is uitgevoerd volgens het onderstaande toetsingskader. Het beleid - dat door de samenwerkende gemeenten is vastgesteld en goedgekeurd - en de beleidsachtergrond Het economische uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen op basis van een duidelijke en onderbouwde (probleem)analyse en visie op de regionale economie. Het economische uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen in samenspraak met interne en externe belanghebbenden uit het gebied (3O's). De economische visie en het uitvoeringsprogramma sluiten aan bij Rijks-, provinciaal en regionaal beleid (bijvoorbeeld inspelend op economische kansen in nabijgelegen (stedelijke) regio's). De centrale doelstelling in de economische visie voor de Duin- en Bollenstreek is vertaald in logische economische clusters en thema’s. De ambities en de gestelde (sub)doelen in het economische uitvoeringsprogramma zijn SMART geformuleerd. De businesscases zijn samenhangend en versterken elkaar. Businesscases, activiteiten en middelen De gestelde ambities en doelen uit de economische visie zijn vertaald naar concrete en logische businesscases met een nut- en noodzaak en duidelijke subdoelen.

De deelprojecten en activiteiten binnen de businesscases zijn logisch gekozen, in samenhang bezien, versterken elkaar en onderbouwd. Er is een compleet en gedetailleerd overzicht van financiële middelen per businesscase. De uitgaven zijn duidelijk onderbouwd in relatie tot de verschillende deelprojecten en activiteiten.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

37

Doelbereik, doeltreffendheid en doelmatigheid De uitgevoerde deelprojecten en activiteiten hebben aannemelijk bijgedragen aan de realisatie van de doelen in de businesscase (doeltreffendheid). De uitgevoerde businesscases hebben aannemelijk substantieel bijgedragen aan de realisatie van de doelen van het economische uitvoeringsprogramma (doeltreffendheid). De huidige gezamenlijke gemeentelijke inspanning heeft bijgedragen aan de realisatie van de visie en het uitvoeringsprogramma (doeltreffendheid; governance). De huidige samenwerkingsvorm van de EBDB heeft aannemelijk bijgedragen aan het realiseren van de gestelde doelen (bijvoorbeeld als het gaat om aansturing project(eigenaren), partijen verbinden, ophalen (co)financiering en resultaatgerichtheid (doeltreffendheid; governance). Het is aannemelijk dat de doelen van het economische uitvoeringsprogramma in 2021 worden bereikt (doelbereik; rekening houdend met externe factoren). Het programma is tot dusver op doelmatige wijze uitgevoerd.

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

38

Bijlage II: interviews In het kader van deze evaluatie is gesproken met contactpersonen voor: ▪ Bloemencorso Bollenstreek ▪ Bedrijfsleven Bollenstreek ▪ Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) ▪ Noordwijk Marketing ▪ Space Campus Noordwijk ▪ Stichting Greenport Duin- en Bollenstreek ▪ Enkele leden en management Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB) ▪ Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) ▪ Holland Rijnland ▪ Provincie Zuid-Holland ▪ Fioretti College ▪ Stichting Unmanned Valley ▪ Ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers van de gemeenten Noordwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen en Katwijk

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

39

EVALUATIE ECONOMISCHE SAMENWERKING DUIN- EN BOLLENSTREEK

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9980730/1