CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Politieke vragen ex art. 41 van het RvO van het lid Spek van 10 februari 2021 inzake gevolg van nu al bereiken van doelstelling duurzame opwek voor 2030 (1869539)

Raad 11 maart 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: B. De in kopie ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen en B&W te verzoeken de raad te informeren over de afdoening van het originele bij B&W ingekomen stuk:2.501 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: College van burgemeester en wethouders gemeente Katwijk Van: Fractie DURF Betreft: Vragen ex. art.41 RvO over: Gevolg van nu al bereiken van doelstelling duurzame opwek voor 2030 Datum: 10-2-2021 Geacht college, Het doel van de Regionale Energiestrategie is een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van hernieuwbare energieopwekking, warmte(rest)bronnen en bijbehorende infrastructuur. Voor elektriciteit is afgesproken dat de 30 regio’s bij elkaar moeten komen tot de opwek van 35 TWh duurzame energie voor 2030. Het opstellen van die plannen kost miljarden, concludeerde de Raad voor het Openbaar Bestuur eind januari nog. Op dit moment wordt er ook in Holland Rijnland druk gezocht naar locaties voor nieuwe wind- en zonneparken om uiteindelijk tot de RES 1.0 te komen. Uit de berekeningen van Martien Visser, lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen, blijkt dat we de doelen voor 2030 al bijna hebben gehaald. Als de plannen die op dit moment in de pijplijn zitten ook worden meegenomen, dan wordt het aantal TWh op 33,2 geschat. De helft van de elektriciteitsproductie die nodig is voor dit klimaatdoel, is al gebouwd en voor de andere helft is subsidie toegezegd, aldus Visser. Als deze berekening klopt heeft dit grote implicaties voor de mogelijke impact van de Regionale Energiestrategie.

Eerder werd deze bewering ook gedaan in een ander opiniestuk op Energeia (zie de bijlagen). DURF vindt dat bij de opstelling van de Regionale Energiestrategie rekening moet worden gehouden met de eerder behaalde resultaten. Het zou niet zinnig zijn om fors in te zetten op grootschalige wind- en zonneparken als de beoogde doelen al bijna zijn gehaald. Het zorgt op die manier voor onnodige weerstand en daarom moet er duidelijkheid zijn. Niet alleen of dit bekend is bij de vertegenwoordigers die spreken over de aankomende RES, maar ook wat dit doet met de doelen die op regionaal niveau zijn gesteld. Wij hebben daarom de volgende vragen: 1. Heeft het college kennis kunnen nemen van het artikel ‘Veel nieuwe locaties voor zon- en windparken zijn overbodig om klimaatdoel te halen'? Zo nee, waarom niet? 2. Zo ja, hoe kijkt het college aan tegen de berekening van lector Martien Visser? 3. Welke implicaties heeft het feit dat de doelen voor 2030 al bijna zijn bereikt voor de inzet van het college voor de Regionale Energiestrategie? 4. Deelt het college de mening van DURF dat het aantal in Holland Rijnland te plaatsen windmolens en zonneparken moet worden teruggeschroefd voor 2030 als blijkt dat de landelijke doelen al worden gehaald? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt dit de inzet van de gesprekken over de Regionale Energiestrategie? 5.

Hoe wordt dit bericht meegenomen tijdens het regionaal overleg voor de totstandkoming van de Regionale Energiestrategie? 6. Deelt het college de mening van DURF dat er bij de definitieve RES aandacht moet zijn voor deze berekening en uit moet worden gelegd hoe dit is meegenomen in de verdere planvorming? Met vriendelijke groet, Sonny Spek (Fractievoorzitter DURF)

'Veel nieuwe locaties voor zonne- en windparken zijn overbodig om klimaatdoel te halen' Gemeenten en provincies zijn naarstig op zoek naar locaties voor zonne- en windparken, terwijl dat onnodig is. Het klimaatdoel voor duurzame elektriciteit is namelijk al binnen handbereik, zegt Martien Visser, lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen. Op veel nieuw aangewezen bouwlocaties die grote maatschappelijke onrust veroorzaken, zal vermoedelijk nooit zonne- of windpark hoeven te komen, stelt hij. In een nieuwe berekening laat Visser zien dat het Nederlandse klimaatdoel van 35 Terawattuur (TWh) duurzame elektriciteitsproductie op land in 2030 al bijna gehaald wordt.(Foto: publicpowerorg/Unsplash) Brancheverenigingen voor zon en wind, Holland Solar en NWEA, waarschuwden bij de onderhandelingen voor het Klimaatakkoord ook al voor dit scenario. Alex Kaat, onafhankelijk energie-adviseur, zegt dat de duurzame energieplannen van de regio's weinig toevoegen aan het halen van dit klimaatdoel. Kaat pleit voor een hogere klimaatambitie, zodat de regio's zich daarop kunnen richten. In een nieuwe berekening laat Visser zien dat het Nederlandse klimaatdoel van 35 Terawattuur (TWh) duurzame elektriciteitsproductie op land in 2030 al bijna gehaald wordt. Dat maakt de Regionale Energiestrategieën (RES), die gemeenten en provincies nu opstellen, goeddeels overbodig.

Het opstellen van die plannen kost miljarden, concludeerde de Raad voor het Openbaar Bestuur eind januari nog.

Protest De zoektocht naar nieuwe locaties om zon- en windparken te bouwen zorgt de laatste maanden voor veel ophef. Zo vielen bij inwoners van Amsterdam-Noord protestfolders door de brievenbus, met daarop de afbeelding van een windmolen die ver uitsteekt boven de daarnaast afgebeelde Westertoren. De folders zijn bedoeld om te waarschuwen voor hoe hoog de windturbines kunnen worden, die het gemeentebestuur misschien wil plaatsen in dit deel van de stad. In Deventer werd een plaatje van een windturbine die neerkijkt op de Lebuinustoren massaal gedeeld. Maar het klimaatdoel is al bijna binnen en zoveel nieuwe locaties zijn niet nodig, zegt Visser tegen het FD. Visser is onder energie-experts bekend vanwege zijn berekeningen op sociale media over hoeveel duurzame energie er in Nederland al is opgewekt.

Doel is 35 TWh In het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 35 TWh aan zon- en windenergieproductie op land te hebben. Dit is nodig om broeikasgasuitstoot in Nederland te reduceren om opwarming van de aarde tegen te gaan. “Als je alle subsidies bekijkt die tot nu zijn beschikt voor het plaatsen van zon- en windparken en naar dat wat al is gebouwd, dan kom ik al op ruim 33 TWh”, zegt Visser. 1 TWh staat volgens hem ongeveer gelijk aan tachtig grote windturbines of duizend hectare aan zonneweides. Visser baseert zich op gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De helft van de elektriciteitsproductie die nodig is voor dit klimaatdoel, is al gebouwd en voor de andere helft is subsidie toegezegd, aldus Visser. Die parken worden de komende tien jaar nog gebouwd, maar hun locatie staat al vast. Het PBL publiceerde twee weken geleden een analyse van de concept-regioklimaatplannen en kwam toen nog tot een lagere raming voor de duurzame elektriciteitsopwekking in 2030. PBL-onderzoeker Jan Matthijsen gaat uit van 25 tot 30 TWh. Het grote verschil is dat het PBL de ontwikkelingen tot en met 2019 meeneemt, terwijl Visser ook kijkt naar wat er in 2020 nog is bijgebouwd en gesubsidieerd. “En juist vorig jaar is er heel veel subsidie gegaan naar zonneparken”, aldus Visser.

'Niet stoppen met zoeken' Kunnen gemeenten en provincies stoppen met zoeken? “Nee, want tussen plan, vergunning en realiseren van een zon- of windpark liggen grote stappen”, zegt Kristel Lammers directeur van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën. Jop Fackeldey, bestuurder energie bij het Interprovinciaal Overleg vindt in de PBL-analyse meer zekerheid. “Het kan om allerlei redenen nog stagneren, bijvoorbeeld omdat er geen capaciteit is op het elektriciteitsnet of vanwege teveel protest”. In veel provincies is het elektriciteitsnetwerk niet berekend op zoveel extra zon- en windenergie. Visser zegt dat hij er rekening mee heeft gehouden dat niet alle subsidies leiden tot de bouw van een energiepark, vooral bij zonneparken. Hij rekent die beschikte subsidies voor 50% mee. “Beter focussen gemeenten zich op locaties waar draagvlak is, zo driftig zoeken als nu is onnodig”, meent hij. Een andere reden dat er toch nieuwe locaties nodig zijn, is dat het klimaatdoel omhoog kan gaan. Zo heeft de EU onlangs alvast het CO₂-reductiedoel voor 2030 verhoogd. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zegt bij monde van een woordvoerder dat gemeenten en provincies niet moeten stoppen met zoeken naar locaties. “Gaat iets toch niet door, dan komt de klimaatdoelstelling in gevaar.

Bovendien geeft het aanwijzen van meer zoekgebieden dan nodig, op termijn nog de ruimte om keuzes te maken.” Bron: https://energeia.nl/fd-artikel/40091513/veel-nieuwe-locaties-voor-zon-en-windparken-zijn-overbodigom-klimaatdoel-te-halen

Wat voegen de RES'en eigenlijk nog toe? De uitrol van zon en wind gaat zo hard, dat de ambities voor 2030 al gehaald lijken te zijn voordat de regio’s hun plannen daartoe -de Regionale Energiestrategieën- gemaakt hebben. De vraag is wat deze dan nog precies gaan toevoegen. Alex Kaat Alex Kaat Op 1 oktober lagen er dertig concept-Regionale Energie Strategieën (RES'en), opgesteld door de regionale overheden en doorgaans in samenspraak met belanghebbenden. Deze concept-RES'en worden nu verder uitgewerkt tot definitieve RES'en die volgend jaar juli gereed moeten zijn. Voor elektriciteit moeten alle plannen van de dertig regio’s bij elkaar optellen tot minstens 35 TWh hernieuwbaar opgewekte elektriciteit uit zon en wind. Het gaat dus om het halen van een landelijk doel, grotendeels te financieren door de landelijke subsidieregeling SDE, maar concreet ingevuld op regionaal niveau. Door de partijen van het Klimaatakkoord is er expliciet gekozen voor een regionale aanpak om te zorgen voor lokaal gedragen plannen. Ambities voor 2030 al bijna gerealiseerd Volgens het Energieakkoord uit 2013 moest er in 2020 sowieso al 6.000 MW wind op land gerealiseerd zijn. Dit doel wordt dit jaar nog niet gehaald, maar volgens de prognoses van RVO is realisatie van 7.389 MW wind op land de komende jaren wel zeker.

Met tegen de 3.500 vollasturen bij moderne turbines, geeft wind op land voor 2025 al minstens 25 TWh per jaar aan hernieuwbare elektriciteit. Hier is dus geen RES meer voor nodig. Realisatie zon en wind voor 2025. Gerealiseerd zon is een inschatting, vorig jaar was de realisatie 3,5 GW. Voor de opbrengst is uitgegaan van 950 vollasturen per jaar voor zon en van 3,500 uur voor wind. Realisatie zon en wind voor 2025. Gerealiseerd zon is een inschatting, vorig jaar was de realisatie 3,5 GW. Voor de opbrengst is uitgegaan van 950 vollasturen per jaar voor zon en van 3,500 uur voor wind.(Bron: RVO cijfers 2020 over beschikte projecten en Monitor wind op land) Voor zon op land geldt een vergelijkbaar verhaal. Nu staat er landelijk al ongeveer 4.000 MW aan grote zonne-installaties opgesteld, op land en op gebouwen. Met bijna 1.000 vollasturen is dat 4 TWh per jaar aan zonne-energie. Daarnaast is er voor 12.800 MW aan grote zonne-installaties vergund én ook al beschikt met SDE-subsidie, zo blijkt uit de recente cijfers van RVO. Vooral zon op dak groeit hard en maakt nu 80% van de projecten uit. De vergunde en beschikte projecten worden wellicht niet allemaal gerealiseerd; vooral veel zon-op-dakprojecten gaan uiteindelijk niet door. Een uiteindelijke realisatie van minimaal de helft van deze SDE-beschikte projecten is echter wel vrijwel zeker.

Het doel van 35 TWh duurzame elektriciteit in 2030 wordt dus met gemak binnen enkele jaren gehaald. Dat is natuurlijk fantastisch nieuws. Het maakt de ontwikkeling van RES'en voor deze hoeveelheid elektriciteit wel een weinig zinloze exercitie, alsof er nu nog plannen worden gemaakt voor de aanleg van de Afsluitdijk. Dat de groei in wind en vooral in zon-op-dak zo snel gaat is opmerkelijk, maar ook niet geheel verrassend. Maanden voordat het definitieve Klimaatakkoord gereed was, stelden de zon- en windbrancheorganisaties dat de in hun ogen lauwe ambitie van 35 TWh in feite al bijna gerealiseerd was. RES'en als overbodig beleid? Dit gezegd hebbende, het gaat te ver om de RES'en nu al overbodig te noemen. Ze zouden kunnen zorgen voor breder begrip voor de vele projecten die gerealiseerd zijn of in de pijplijn zitten. Dat zal voor de betreffende projecten niet meer strikt nodig zijn, maar helpt een verdere uitrol. Ook kunnen de RES'en zorgen voor ruimte voor nieuwe projecten aanvullend op de 35 TWh. Immers, het is overduidelijk dat er veel meer duurzame elektriciteit nodig zal zijn dan wat nu gepland is. Dat heeft een aantal oorzaken. Zo zal de industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving naar verwachting deels overgaan van gas op elektriciteit. Veel alternatieven zijn er niet, vooral niet nu biomassa politiek de facto in de ban is gedaan. De behoefte

aan duurzame elektriciteit neemt bovendien nog toe bij een ophoging van de klimaatambities voor 2030 naar 55% of zelfs 60% zoals het Europees Parlement voorstelt. Ten slotte houdt het beleid niet op in 2030, integendeel, er is veel elektriciteit nodig voor de periode na 2030 om conform het Klimaatverdrag van Parijs in 2050 bijna volledig klimaatneutraal te zijn. De RES'en zouden dus de noodzakelijke ruimte voor extra zon en wind kunnen identificeren, maar de praktijk is tot nu toe weerbarstiger. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat de concept-RES'en analyseerde, toont dat de meesten regio’s voor zon op dak en voor zon op zogenaamde ‘restgronden’ kiezen. Dit soort keuzes zijn politiek gezien makkelijk –niemand is tegen zonnepanelen op een dak– maar qua realisatie lastig. Zon op dak komt er alleen wanneer de dakeigenaar daar voor kiest en zolang voldoende subsidie beschikbaar is. Regionale overheden spelen in dat proces nauwelijks een rol. Voor zon op dak hoeven er geen planologische procedures te worden doorlopen en de techniek is normaliter ook niet vergunningsplichtig. Daarom kan een gemeente maar weinig doen om op bestaande loodsen of schuren de aanleg van zon op dak te stimuleren. In een RES opschrijven dat men zon op dak wil, doet dus niet veel. Het risico is eerder dat regio’s zich rijk rekenen met deze voor iedereen acceptabele techniek.

Het Planbureau voor de Leefomgeving zegt dan ook over de grote hoeveelheid zon op dak in de RES'en: ”Veel regio’s verwachten hier veel van, maar netbeheerders en marktpartijen zetten hier vraagtekens bij, onder andere bij de hoge inschatting van de benuttingsgraad (30%-40%) van grote dakoppervlakken“. Vraagtekens moeten ook worden gezet bij de minieme rol van wind in de concept-RES'en. Maar weinig RES'en hebben ambities voor substantieel extra windturbines uit angst voor lokale weerstand. Waar er wel extra windmolens worden benoemd, gelden vaak zodanige hoogtebeperkingen dat de opbrengst laag wordt en dus de subsidiekosten hoog, zo constateert de windbranche-organisatie NWEA. Kortom, de regio’s rekenen zich rijk met enkel de politiek makkelijke oplossingen bij zon en wind. Er is ook nog het kostenaspect. Zon op dak en kleine windmolens zijn relatief duur. Als deze projecten uit de RES'en gerealiseerd worden, dan is de indicatieve rekening voor de belastingbetaler maar liefst één miljard euro extra. Dit zijn kosten voor het rijk vanwege keuzes door lokale overheden die deze kosten zelf niet zullen voelen. Meer durf en ambitie of niks Met slechts plannen voor een ambitie van 35 TWh hernieuwbaar opgewekte elektriciteit in 2030 en met keuzes voor vooral zon op dak, lopen de concept-RES'en achter de ontwikkelingen aan en zijn ze vrij zinloos.

De definitieve RES'en kunnen ook met concrete, gedragen en kosteneffectieve plannen komen voor een ambitie van wel 50 TWh aan duurzame elektriciteit. Deze hoeveelheid wordt in de bij elkaar opgetelde concept-RES'en wel als getal genoemd, maar nog niet ingevuld. Als die hoeveelheid met draagvlak en ruimte voor kosteneffectieve technieken wel concreet wordt, dan hebben de RES'en echt meerwaarde. Bron: https://energeia.nl/trilemma/40090524/wat-voegen-de-res-en-eigenlijk-nog-toe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9740538/1