CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1. Programmabegroting 2022 RDOG Hollands Midden voor zienswijze (1914821)

Raad 27 mei 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Ter voorbereiding van beleid in handen van B&W te stellen14.630 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

AB- 21-10b

Gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden Programmabegroting 2022

Voor zienswijze Vaststelling door het Algemeen Bestuur: 1 juli 2021

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding …………………………………………………………………………………………………………….. 4 1.1. Doel ……………………………………………………………………………………………………... 4 1.2. Organisatie ……………………………………………………………………………………………... 4 1.3. Soorten taken …………………………………………………………………………………………..

6

2. Programma RDOG 2024 ………………………………………………………………………………………….

7

3. Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) ……………..……………………………………………………..

8

3.1. Taken GGD in 2022 …………………………………………………………………………………… 8 3.2. Gezondheidsbescherming en toezicht ………………………………………………………………. 8 3.3. Gezondheidsbevordering en onderzoek …………………………………………………………….

10

3.4. Jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar …………………………………………………………………….

11

3.5. Coronabestrijding in 2022 …………………………………………………………………………….. 11 3.6. Aanvullende taken ……………………………………………………………………………………..

12

4. Zorg- en VeiligheidsHuis (ZVH) ………………………………………………………………………………… 13 5. Geneeskundige hulpverlening (GHOR) ………………………………………………………………............

15

6. Regionale Ambulance Voorziening (RAV)…………………………………………………………………….. 16 6.1. Ontwikkelen en innovatie …………………………………………………………………................. 16 7. Financiële paragraaf ……………………………………………………………………………………………… 17 7.1. Uitgangspunten programmabegrotingen ……………………………………………………..……..

17

7.2. Financieel kader GR’en 2022 …………………………………………….……………………..……

17

7.3. Gemeentebijdrage: bijdrage per inwoner en bijdrage per kind ..………………………………….. 18 7.4. Mutaties per gemeente …………………………………………………..……………………………

21

7.5. Exploitatiebegroting RDOGHM ……………………………………….……………………………… 22 7.6. Investeringsbegroting …………………………………………………….………………………….... 23 7.7. Liquiditeitsbegroting ………………………………………………….………………………………... 24 7.8. Eigen vermogen ………………………………………………………………………………………..

24

7.9. Meerjarenperspectief ………………………………………….………………….…………………… 27 8. Verplichte paragrafen ……………………………………………………………………………………............. 29

8.1. Kengetallen en beleidsindicatoren………………..……………………………………………… 29 8.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ……..…………………………………………………..

31

8.3. Financiering …………………………………………………………………………………………….. 32 8.4. Onderhoud kapitaalgoederen …………………..…………………………………………………….

33

8.5. Bedrijfsvoering …………………………………………………………………………………………. 33 8.6. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector ……………… 33 Bijlage I Overzicht van taken RDOG HM …………………………………………………………………………. 34 Bijlage II Overzicht BPI per taak ……………...…………………………………………………………………… 37

2

Samenvatting programmabegroting 2022 Grote ambities, kwetsbare organisatie De coronacrisis laat het belang van een moderne en wendbare gezondheidsdienst zien. De organisatie heeft de afgelopen maanden bewezen te kunnen inspelen op snel veranderende omstandigheden. De RDOG blijft deze ontwikkeling voortzetten. Om ons werk goed te kunnen doen en onze bijdrage te kunnen leveren, denken wij vooruit. We werken samen en maken plannen. Maar de wereld beweegt om ons heen. Een plan moet daarom kunnen worden herzien. Een samenwerking moet kunnen meebewegen. Programma RDOG 2024 Bij deze begroting RDOG 2022 presenteren we ook de tweede businesscase van het programma RDOG 2024. De meeste incidentele kosten voor het programma RDOG 2024 zijn gemaakt in 2020-2021, waardoor het incidentele deel van bijdragen in 2022 in mindering wordt gebracht op de BPI bijdragen. De kosten en opbrengsten zoals in deze Business case II zijn opgenomen zijn in de programma begroting 2022 verwerkt. Programma GGD Het wettelijke takenpakket van de GGD in schil 1 blijft gelijk. Er is in de begroting 2022 voor gezondheidsbescherming en toezicht en ook gezondheidsbevordering en onderzoek daarom geen sprake van taakuitbreidingen of taakinkrimping. Voor de taken van de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar geldt dat er wel sprake is van enkele wijzigingen.

De bekostiging voor het Rijksvaccinatieprogramma is gewijzigd en ook is de wettelijke opdracht voor de JGZ uitgebreid met een prenataal contactmoment. Gemeenten ontvangen hiervoor een kostendekkende vergoeding van het Rijk, waardoor het effect voor gemeenten kostenneutraal zal zijn. Naar verwachting worden de werkzaamheden voor de coronabestrijding in de tweede helft van 2021 afgebouwd Verwachting is dat er in 2022 sprake zal zijn van voortgaande werkzaamheden om de negatieve maatschappelijke effecten van de corona crisis op het gebied van volksgezondheid te bestrijden. Deze worden naar verwachting bekostigd uit aanvullende middelen van het Rijk. Programma GHOR Focus in 2022 ligt op introductie van het netcentrisch werken in de acute zorgketen. De gemeentebijdrage blijft afgezien van de indexatie gelijk aan de bijdrage in 2021. Programma ZVH Sinds 1 januari 2021 is het Zorg- en Veiligheidshuis operationeel en gepositioneerd als RVE binnen de RDOG HM. Voor de taken Veiligheidshuis en meldpunt Zorg en Overlast wordt de financiering per 2022 aangepast. Gemeentelijke subsidies vervallen en in plaats daarvan wordt de financiering directer georganiseerd via deze begroting RDOG HM. Voor de taken Khonraad en zorgcoördinatie mensenhandel is sprake van kleine veranderingen in de omvang van de taakuitvoering.

Programma RAV  In 2021 heeft de RAV Hollands Midden op basis van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen een vergunning gekregen voor het verlenen van ambulancezorg in de regio Hollands Midden. Het speerpunt voor de RAV is het bieden van goede zorg op het juiste moment door de juiste hulpverlener op de juiste plaats. Belangrijke ontwikkelingen in 2022 zijn daarbij de verdere implementatie van zorgcoördinatie, zorgdifferentiatie en verdere differentiatie in de urgenties waarmee ambulancezorg wordt ingezet. Intern zijn belangrijke speerpunten de doorontwikkeling van het bekwaamheidsbeleid, het vinden, binden en boeien van zorgprofessionals en optimalisatie van de beschikbaarheid en spreiding van ambulances in de regio Financien RDOG 2022 Het bestuur kiest ervoor om het financieel kader GR’en 2022 te volgen in de begroting 2022. De geadviseerde index resulteert voor de RDOG HM in een index van 1,34%. De tabel op bladzijde 19 zet de ontwikkelingen in de gemeentebijdrage op een rij.

3

1. Inleiding 1.1

Doel

De Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg (RDOG) bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid en veiligheid van de inwoners in onze regio. Alles wat de RDOG doet, moet leiden tot verbetering van de kwaliteit van het leven in de regio, tot meer positief ervaren gezondheid, tot meer veiligheid en tot meer kansen. Dit is wat de RDOG bijdraagt aan de regio Hollands Midden. De coronacrisis laat het belang van een moderne en wendbare gezondheidsdienst zien. De organisatie heeft de afgelopen maanden bewezen te kunnen inspelen op snel veranderende omstandigheden. In de RDOG Hollands Midden zijn de gemeentelijke taken op het gebied van openbare gezondheid samengebracht. Dit resulteert in één organisatie met meer dan 1000 medewerkers die vanuit verschillende expertises samen met elkaar en met andere spelers in de keten werken aan gezondheid, veiligheid en kansen voor iedereen.

1.2

Organisatie

Organisatieschema De taken van de RDOG Hollands Midden zijn per 1 januari 2021 ondergebracht in 4 programma’s; de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden (GGD HM), Geneeskundige Hulpverlening Hollands Midden (GHOR HM), de Regionale Ambulancevoorziening Hollands Midden (RAV HM) en het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH HM) 1) GGD HM; Levert jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar, gezondheidsbescherming, toezicht, gezondheidsbevordering & onderzoek. 2) GHOR HM; verbindt het zorgnetwerk met de Veiligheidsregio als voorbereiding op crises. 3) RAV HM RAVHM levert mobiele zorg met en zonder vervoer in acute en geplande situaties 4) Zorg en Veiligheidshuis HM; organiseert regie in de keten voor veiligheid en gezondheid alsook taken op het gebied van maatschappelijke zorg. De organisatiestructuur is in deze programma-indeling van de RDOG Hollands Midden terug te vinden en hanteert een verdere onderverdeling in Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE’s). Onderstaande illustratie geeft de organisatie van de RDOG Hollands Midden schematisch weer. Bestuur De RDOG Hollands Midden kent een Dagelijks Bestuur en een Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur van de RDOG Hollands Midden bestaat uit de portefeuillehouders Volksgezondheid van de 18 gemeenten.

Alle taken die gemeenten aan de RDOG Hollands Midden hebben opgedragen, zijn taken waarvoor de colleges van Burgemeester en Wethouders in hun gemeente verantwoordelijk zijn op basis van diverse wetten. Een aantal taken moeten vanuit de wet bij de GGD belegd worden, terwijl voor andere taken gemeenten een vrije keuze hebben waar zij die willen beleggen. De taken die namens alle gemeenten in Hollands Midden bij de RDOG zijn belegd, zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling. Ook kunnen taken worden uitgevoerd voor één of een deel van de gemeenten, of derden. Voor een aantal taken is ook directe verbinding met de Veiligheidsregio (bijvoorbeeld via de Directeur Publieke Gezondheid en zijn verbinding met de veiligheidsregio en zoals voor de GHOR). Voor de RAV is op bestuurlijk niveau directe verbinding met de Zorgverzekeraar nodig door onder andere de financiering. In onderstaand organogram is uitgegaan van de bestuurlijke organisatie met de gemeenten en hun bestuurlijke betrokkenheid bij de RDOG en de Gemeenschappelijke Regeling.

4

IV= informatievoorziening Fin= financiën HRM= human resource management FZ= facilitaire zaken BAC PG= bestuursadviescommissie Publieke Gezondheid BAC ZVH= bestuursadviescommissie Zorg- en Veiligheidshuis Auditcommissie = adviescommissie van het DB op gebied van financiën In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen wat de taken van het algemeen bestuur (AB) en het dagelijks bestuur (DB) zijn. Aanvullend daarop zijn in het organisatiebesluit de taken en bevoegdheden opgenomen van de directie en de managers van de Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE’s) en de centrale ondersteunende diensten (COD). Naast het AB en het DB zijn er bestuursadviescommisies (BAC's), die het AB adviseren. De BAC's bestaan uit bestuurders uit de regio en hebben een eigen reglement wat is vastgesteld door het AB. De auditcommissie bestaat uit een aantal bestuurders van het AB met expertise op het gebied van begrotingen en financiën. Ook zij hebben een adviestaak (en dus geen besluitvormende taak). Ambtelijke ondersteuning: Bij elke gemeenschappelijke regeling is een gemeentesecretaris van een van de gemeenten betrokken. Vanaf 2021 is dat de gemeentesecretaris van de gemeente Kaag en Braassem. Deze stuurt de samenwerking van de bij de RDOG betrokken gemeentelijke ambtenaren aan zoals de twee kerngroepen ambtenaren die bij de twee BAC’s betrokken zijn.

De ambtelijke ondersteuning wordt uitgevoerd vanuit een samenwerking van gemeenten en RDOG. Voor de juiste routing van stukken op weg naar de bestuurlijke besluitvorming is in de nieuwe structuur met BAC ook een (ambtelijke) agendacommissie opgericht van gemeenten en RDOG.

5

1.3. Soorten taken De taken van de RDOG Hollands Midden zijn ingedeeld in schillen. Het ‘schillenmodel’ ordent het takenpakket van de RDOG Hollands Midden naar de basis: is deze wettelijk opgelegd of hebben gemeenten beleidsruimte? De schillen zijn als volgt ingedeeld:  Schil 1 bevat de taken die de gemeenten wettelijk bij een GGD moeten onderbrengen.  Schil 2 bevat wettelijke gemeentetaken, die de gemeenten ook bij andere organisaties dan een GGD kunnen onderbrengen, maar waarbij de gemeenten in de regio Hollands Midden besloten hebben die bij de GGD onder te brengen. Hetzij als collectief van alle 18 gemeenten (schil 2a), hetzij als deelcollectief (schil 2b).  Schil 3 bevat niet-wettelijke taken die gemeenten hebben ondergebracht bij de RDOG Hollands Midden.  Schil 4 bevat taken die andere organisaties dan gemeenten bij de RDOG Hollands Midden hebben ondergebracht of van de RDOG Hollands Midden afnemen.

De taken van de RDOG Hollands Midden zijn weergegeven in Bijlage I.

6

2. Programma RDOG 2024 Grote ambities, kwetsbare organisatie De coronacrisis laat het belang van een moderne en wendbare gezondheidsdienst zien. De organisatie heeft de afgelopen maanden bewezen te kunnen inspelen op snel veranderende omstandigheden. De RDOG blijft deze ontwikkeling voortzetten. Om ons werk goed te kunnen doen en onze bijdrage te kunnen leveren, denken wij vooruit. We werken samen en maken plannen. Maar de wereld beweegt om ons heen. Een plan moet daarom kunnen worden herzien. Een samenwerking moet kunnen meebewegen. De RDOG heeft de afgelopen jaren nieuwe taken opgenomen zonder dat daar voldoende budget mee is overgegaan. Daar waar taken van het rijk met minder budget zijn overgedragen zijn kostenbesparingen doorgevoerd. Daarbij is vooral bezuinigd op ondersteunende diensten en interne bedrijfsvoering, om zo het primaire proces en daarmee de dienstverlening aan de inwoners te ontzien Voor de organisatie is het dan ook een uitdaging geweest om op verantwoorde wijze haar taken uit te voeren. Hoewel inwoners nog steeds tevreden zijn over de dienstverlening, is de organisatie in deze periode kwetsbaar geworden zo blijkt uit de accountantsverklaring over het verslagjaar 2018, dat in mei 2019 in het DB en AB is besproken.

Programmatische ontwikkeling richting een toekomstbestendige organisatie Het Algemeen Bestuur heeft daarom in 2020 gekozen om te investeren in de organisatie in de vorm van het programma RDOG2024. Met dit programma willen we de organisatie betrouwbaar, wendbaar en datagedreven laten werken. De kracht van dit programma ligt in het verbeteren van de interne processen, zodat de inwoners van Hollands Midden merkbaar betere ondersteuning krijgen. Tegelijkertijd zitten gemeentelijke bestuurders als opdrachtgever straks weer stevig aan het stuur en wordt de dienstverlening op een moderne en kostenbewuste manier uitgevoerd. Door een programmatische aanpak kunnen we geïntegreerd sturen op alle grote veranderingen die aan deze doelstellingen bijdragen. Zo kan de RDOG ook in de toekomst een relevante organisatie zijn, die met haar kennis en kunde een waardevolle bijdrage levert aan een beter leven in Hollands Midden. Een investering die rendeert De eerste businesscase, die in maart 2020 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld, beschrijft de investering die in 2020 en 2021 nodig is om RDOG2024 en de organisatieverbeteringen door te voeren. De eerste businesscase bestaat voor een groot deel uit personele capaciteit en kunde die nodig is om de veranderingen te realiseren, zoals HRM-adviseurs, een projectleiders op het gebied van Information Management en een directieondersteuner.

Deze medewerkers zijn inmiddels aangesteld. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in projecten waar we nu al de vruchten van plukken, zoals de herijking van de bestuurlijke governance en het automatiseren van administratieve werkprocessen. Tweede businesscase programma RDOG 2024 De tweede businesscase laat zien wat het voor de inwoner, gemeente en organisatie oplevert om de RDOG weer modern, wendbaar en klantgericht te maken. De samenvatting van de financiën van het programma RDOG 2024 in de komende jaren is als volgt:  Uitgaande van de projectplannen passen de benodigde investeringen grosso modo binnen de begrote middelen voor het programma RDOG2024 

De meeste incidentele kosten worden gemaakt in 2020 – 2021 en zijn opgenomen in de eerste businesscase. Een deel van de incidentele kosten worden in 2022 uitgegeven.

De structurele kosten bestaan vooral uit salaris- en licentiekosten.

De verdere kosten voor het programma (2022 – 2024) worden binnen de begroting opgevangen door de verwachte financiële baten.

Het programma levert door deze investeringen kwalitatieve en maatschappelijke baten die bijdragen aan een gezonder Hollands Midden, en daarnaast structurele financiële besparingen door efficiënt en kostenbewust te werken. Hierdoor wordt de initiële investering in het programma in de periode tot 2027 terugverdiend. De complete tweede businesscase vindt u op de website van de RDOG HM. In deze programmabegroting zijn de financiële consequenties verwerkt zoals zijn weergegeven in de tweede businesscase.

7

3. Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Het programma GGD is onderverdeeld in drie deelprogramma’s,  Gezondheidsbescherming en Toezicht  Gezondheidsbevordering en Onderzoek  Jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar In de loop van 2020 zijn de werkzaamheden in het kader van de corona bestrijding ondergebracht in een aparte organisatorische eenheid.

3.1. Ontwikkelingen taken GGD in 2022 Het wettelijke takenpakket van de GGD in schil 1 blijft gelijk. De opdracht van het bestuur is om in 2022 door te gaan met de werkzaamheden op basis van eerdere opdrachten. Er is in de begroting 2022 voor gezondheidsbescherming en toezicht en ook voor gezondheidsbevordering en onderzoek daarom geen sprake van taakuitbreidingen of taakinkrimping. Tussentijds worden inhoudelijke accenten gelegd in de taakuitvoering op basis van actuele ontwikkelingen, landelijk beleid of vragen van gemeenten. Deze tussentijdse wijzigingen zijn voor gemeenten kostenneutraal. Deze worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Voor de taken van de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar geldt dat er wel sprake is van enkele wijzigingen. De bekostiging voor het Rijksvaccinatieprogramma is gewijzigd en ook is de wettelijke opdracht voor de JGZ uitgebreid met een prenataal contactmoment. Gemeenten ontvangen hiervoor een kostendekkende vergoeding van het Rijk, waardoor het effect voor gemeenten kostenneutraal zal zijn. De wijzigingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Voor verschillende WPG taken geldt dat begin 2021 een deel van de medewerkers ingezet is in de coronabestrijding en dat niet alle reguliere taken in de gebruikelijke omvang uitgevoerd worden en dat deze capaciteit wordt ingezet voor de werkzaamheden in het kader van coronabestrijding.

De verwachting is dat in 2022 de meeste medewerkers hun werkzaamheden weer hervat hebben en dat de omvang van de reguliere GGD activiteiten weer grotendeels normaliseert.

3.2. Gezondheidsbescherming en Toezicht Naast het onder 3.1 genoemde effect van de coronabestrijding vinden diverse ontwikkelingen plaats. We zitten nog middenin de pandemie, we kunnen de precieze effecten voor 2022 nog niet helemaal inschatten. Hieronder schatten we de te verwachte ontwikkelingen: Algemene infectieziektenbestrijding: Landelijk loopt een traject herijking VISI-normering, de normering van de benodigde formatie voor de uitvoering van taken op het gebied van infectieziekten bestrijding. Dit is nodig omdat niet alle uitgevoerde taken op dit moment in deze normering zijn opgenomen. Wat betreft de formatie is de verwachting dat de huidige onderbezetting in 2022 opgelost zal zijn door werving en terugkeer van medewerkers uit de corona inzet. Technische hygiënezorg: De noodzakelijke inzet van deskundigen infectiepreventie ten behoeve van de aanpak Bijzonder resistente microorganismen is gerealiseerd. De functiewaardering is hierop aangepast. Seksuele gezondheid: In het kader van de landelijke regeling PrEP (medicatie bij verhoogd risico op HIV infectie) zijn een aantal GGDen gestart met de verstrekking. GGD HM krijgt hiervoor subsidie van VWS maar daarmee is het product niet kostendekkend gefinancierd (€35.000 te kort). Dit is in eerste instantie onderwerp van gesprek op landelijk niveau.

Het bedrag dat ontvangen wordt in het kader van de ASG regeling is al jaren niet geïndexeerd terwijl de vraag toeneemt. Dit heeft tot gevolg dat de vraag niet altijd gehonoreerd kan worden. 8

Voor het project nu niet zwanger is ten aanzien van de meerjarenbegroting niet duidelijk of gemeenten blijven bijdragen. Op dit moment zijn er nog niet met alle gemeenten afspraken over de financiering. Forensische geneeskunde: Ten aanzien van de uitvoering van de taken van forensische geneeskunde is er sprake van een mogelijke aanbesteding door de politie van het onderdeel medische arrestantenzorg, Reizigersvaccinatie: Het is nog niet te voorspellen in hoeverre de vraag naar reizigersvaccinaties zal herstellen wanneer de corona pandemie meer onder controle is en reizen naar (sub)tropische bestemmingen weer mogelijk zijn. In 2021 zal een plan uitgewerkt worden ten aanzien van dit product. Sociaal medische advisering: Na een terugloop in de uitvoering van de sociaal medische advisering zien we nu een stabilisering. De intentie is dat hierin weer groei mogelijk is, om daarmee aan de actuele vraag van gemeenten te kunnen voldoen, maar de omvang daarvan is op dit moment nog niet nader aan te geven. Medische milieukunde: Speciale aandacht gaat in 2022 uit naar de consequenties van de Omgevingswet, waarin gezondheid een belangrijk thema is. We stemmen onze GGD- advisering af met de Omgevingsdiensten en de Veiligheidsregio.

Voor het signaleren van gezondheidseffecten bij bestuurlijke beslissingen binnen gemeenten is mogelijk verdere procesafstemming nodig op geleide van ervaringen in de praktijk. Een belangrijke trend voor de komende jaren is klimaatverandering, zowel de verandering zelf, als ook de effecten van adaptieve en mitigerende maatregelen hebben invloed op de gezondheid van inwoners. Als GGD richten we ons met name op het ontsluiten van landelijke kennis voor onze regio, daarbij gebruikmakend van een landelijk kennisnetwerk aangaande de gezonde leefomgeving. Toezicht kinderopvang: Landelijk is gestart met de uitwerking van een plan van aanpak voor de invoering van flexibele toezichtsactiviteiten per 2022. Naar verwachting zal dit geen gevolgen hebben voor de benodigde formatie. Speerpunt in het toezicht is de kwaliteit van de gastouderopvang. Het Rijk heeft via gemeentefonds middelen ter beschikking gesteld voor de intensivering van het toezicht hierop. Het Landelijk Centrum Toezicht Kinderopvang van GGD GHOR werkt aan een kwaliteitsnorm voor toezicht en een professionele standaard voor toezichthouders. Bijstelling van de inschaling van toezichthouders aan de landelijke standaard zal mogelijk leiden tot hogere loonkosten. Toezicht WMO: In opdracht van gemeenten voert de GGD het toezicht uit op de kwaliteit van de WMO.

Een groot deel van de gemeenten heeft opdracht gegeven voor uitvoering van het calamiteitentoezicht. Daarnaast wordt voor een aantal gemeenten ook signaalgestuurd en proactief toezicht uitgevoerd. Het WMO-toezicht is nog een relatief jonge taak en de expertise groeit. Jaarlijks brengt de IGJ rapport uit. Op basis hiervan heeft VWS de focus gelegd op professionalisering en intensivering van het WMO-toezicht, en op het gemeentelijk beleid in het gebruik van toezicht. Met ingang van 2022 vindt doordecentralisatie van WMO Beschermd wonen naar de gemeenten plaats (i.p.v. functie centrumgemeenten). Het is nog niet duidelijk welke gevolgen dit mogelijk gaat hebben voor de uitvoering van het toezicht op aanbieders Beschermd wonen, Op basis van de huidige opdrachten en de genoemde ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met voldoende capaciteit en middelen. Een plan hiervoor wordt in 2021 nader uitgewerkt.

9

3.3. Gezondheidsbevordering en Onderzoek Ontwikkelingen rondom preventie: Er is landelijk veel gaande over intensivering van preventie. De noodzaak voor een brede, integrale aanpak van gezondheid voor 0-100 jaar was al onderkend en dit heeft geleid tot o.a. het nationaal preventie akkoord. De corona pandemie heeft de urgentie voor investeringen in preventie vergroot. De al kwetsbare groepen worden zwaarder belast en er ontstaan ook nieuwe kwetsbare groepen als ZZP’ers. Verwachting is dat dit leidt tot nieuwe keuzes. Daarbij wordt onder andere gesproken over mogelijke aanpassingen in de wet (o.a Wpg), de rol van de gemeente, de zorgverzekeraar en van de GGD. Dit kan gevolgen hebben voor diverse taken, bijvoorbeeld voor de activiteiten op het gebeid van seksuele gezondheid, versterking van het programma gezonde school en een mogelijke rol voor de GGD in de coördinatie van de preventieketen. Intensivering groepsgerichte monitoring: Een van de consequenties voor de GGD ’en van de corona crisis is dat de monitoring van de gezondheidseffecten van de crisis door GGD ‘en wordt geïntensiveerd. Een belangrijk onderdeel van deze intensivering is de verdubbeling van de frequentie van de gezondheidsmonitors die zijn gepland voor de komende jaren. GGD ’en ontvangen hiervoor extra middelen van het Rijk.

Gezondheidsbevordering jeugd: Een belangrijke consequentie van de langdurige sluiting van de scholen en andere corona maatregelen is ook dat er een grote transformatie aan het plaatsvinden is in uitvoering van de activiteiten op het gebied van gezondheidsbevordering. Teksten worden vervangen door goede filmpjes. Cursussen, complete lesprogramma’s, cursussen of bijvoorbeeld ouderavonden worden gedigitaliseerd en vernieuwd. De CJGwebsites worden interactief, het gebruik van chatfuncties om in contact te komen met o.a. JGZ-professionals worden uitgebreid. De GGD heeft fors geïnvesteerd in deze ontwikkeling en de mogelijkheden om in eigen beheer filmpjes te maken en e-learnings te ontwikkelen zijn inmiddels aanwezig. Daardoor is het mogelijk gebleken om een belangrijk deel van de gezondheidsbevorderende programma’s te blijven uitvoeren in perioden van thuisonderwijs. Naar verwachting keren we niet terug naar de situatie van voor de corona crisis. We investeren daarom verder in kwalitatief goede informatie over opvoeden en opgroeien via de CJG-websites, en effectieve e-learnings. Onderzocht moet worden in hoeverre daarmee we nieuwe doelgroepen aanboren; voor andere doelgroepen mogelijk andere energie moeten inzetten om ze te blijven bereiken. We verwachten dat een combinatie van life uitvoering en digitale producten tot het meest optimale resultaat in bereik zal leiden.

CJG-dienstverlening: Het sociaal domein is nog altijd flink in beweging. In een aantal regio’s zien we dat de jeugdhulp apart georganiseerd worden van het CJG, en de jeugdhulpteams bv worden ondergebracht in stichtingen die zich met de doelgroep van 0-100 bezighouden. Ook bij welzijnsorganisaties speelt een dergelijke ontwikkeling. De CJG coördinatoren krijgen daarmee vaak een expliciete taak om de verbinder of spil te zijn tussen het preventieve voorveld en de jeugdhulporganisaties. Het virtueel CJG en het cursusbureau ondersteunen en hebben hun eigen rol in deze beweging.

10

3.4 Jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar Voor de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar is de opdracht om in 2022 door te gaan met de werkzaamheden op basis van eerdere door het PPG vastgestelde taakopdrachten. Daarbij is er sprake van wijzigingen op twee onderdelen van het takenpakket. Wijziging Wet Publieke Gezondheid: prenataal huisbezoek: Er ligt een voorstel tot wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) bij de Eerste Kamer waardoor gemeenten de taak erbij krijgen om een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of gezinnen in een kwetsbare situatie en deze taak te beleggen bij de organisatie die de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) uitvoert. Landelijk wordt 5,3 miljoen euro gereserveerd voor het prenataal huisbezoek. Het geld wordt (niet gelabeld) in het gemeentefonds gestort. VWS is bezig met een indicator die recht doet aan een juiste verdeling van het budget over de gemeenten. In de meicirculaire 2021 zal de definitieve verdeling bekend gemaakt worden. Voor de conceptbegroting 2022 wordt uitgegaan van het budget en de prijsstellingen zoals die nu bekend zijn en landelijk ontwikkeld zijn. Het uitgangspunt is om de taak binnen het door het rijk daarvoor beschikbare budget uit te voeren. De gemeentelijke verrekening zal plaatsvinden aan de hand van een bijdrage per kind (BPK).

Het prenataal huisbezoek maakt onderdeel uit van het actieprogramma Kansrijke Start, actielijn 2 “tijdens de zwangerschap”. Deze actielijn heeft betrekking op het eerder signaleren van problemen (bijv. stress als gevolg van problemen rondom opvoeding, huisvesting, schulden en/of een beperkt sociaal netwerk) en het zo vroeg mogelijk begeleiden van (aanstaande) ouders, zodat hun kind zo gezond mogelijk ter wereld kan komen en zij de zorg krijgen die ze nodig hebben. Via lokale coalities maken gemeenten afspraken met de partijen in de geboortezorg, JGZ, sociaal domeinpartners over goede samenwerking (zoals signaleren, verwijzen, zorgverlening, op- en afschalen van zorg en monitoring). Wijziging financiering Rijksvaccinatieprogramma: De financiering voor het RVP verloopt sinds 2019 in principe via het gemeentefonds. De ontwikkelingen in het rijksvaccinatieprogramma gaan echter zo snel dat het voor enkele wijzigingen niet mogelijk is geweest om tijdig de kosten hiervoor te ramen. Vanwege de onzekere uitvoeringspraktijk worden voor nieuwe vaccinaties de middelen de eerste periode vanuit het Rijk rechtstreeks naar de RDOG betaald op basis van werkelijke uitvoering. Na verloop van tijd worden de structurele effecten verwerkt in de financiering via het gemeentefonds. Vanaf 2021 worden de middelen voor de Meningococcen ACWY vaccinatie (14-jarigen), toegevoegd aan het gemeentefonds.

Deze nastorting is voor Hollands Midden ongeveer €145.000. Daarom wordt de gemeentebijdrage voor het RVP vanaf 2022 bijgesteld.

3.5. Coronabestrijding in 2022 Opdracht voor GGD’en: De effecten van de coronawerkzaamheden van GGD ’en in Nederland zijn in 2021 net als in 2020 buitengewoon groot. De organisatie die in 2020 als RVE coronabestrijding is neergezet om het beleid van testen en traceren uit te voeren is ook ingezet voor de uitvoering van een omvangrijke vaccinatiecampagne in onze regio. Naar verwachting zal de beschikbaarheid van voldoende vaccin ertoe leiden dat de corona werkzaamheden in de loop van 2021 in belangrijke mate worden afgebouwd. Omdat het Rijk de extra kosten vergoedt en ook het overgrote deel van de bijbehorende risico’s rondom opbouw en afbouw van deze taken draagt, is er geen sprake van nieuwe financiële risico’s in de begroting 2022. In de loop van het jaar 2021 zullen de consequenties van de pandemie voor de structurele invulling van de GGD-taken op het gebied van infectieziektebestrijding duidelijk worden. Hier geldt dat er naar verwachting sprake zal zijn van een intensivering gefaciliteerd door het Rijk. Programma maatschappelijke effecten corona: Het coronavirus veroorzaakt steeds duidelijker, naast een gezondheids- en economische crisis, een maatschappelijke crisis. Eenzaamheid, Psychische druk en zorgen over de toekomst nemen toe. Hoe houden we de kwaliteit van ons leven op peil en hoe houden we de samenleving als geheel bij elkaar.

Een aantal ontwikkelingen zijn al evident.  De corona periode heeft negatieve impact op onze leefstijl. Een deel van de bevolking is meer alcohol gaan dringen of ongezonder gaan eten. Veel mensen zijn minder gaan bewegen. 11

 

  

De corona crisis beïnvloedt de mentale gezondheid. Mensen kampen met gevoelens van angst en somberheid en stress, zo blijkt uit recent gedragsonderzoek onder de inwoners in Hollands Midden. Er is sprake van druk op zorg en ondersteuning; nog nooit eerder werden zorg en ondersteuning op zo’n grote schaal stopgezet. De schade daarvan is groot en de inhaalslag waar gehandicaptenzorg, jeugdhulp, GGZ, wijkverpleging, thuiszorg en alle niet acute medische zorg voor staan is enorm. Veel ouders ervaren druk op de opvoeding. Kwetsbare groepen worden daarbij door de crisis het hardst geraakt. De verwachting is dat het aantal mensen met schulden en financiële problemen als gevolg van de corona crisis zal toenemen.

Naar verwachting zal er vanuit het Rijk op verschillende manieren geld beschikbaar worden gesteld voor interventies om de effecten van de crisis te beperken. De GGD zet in op een programma Maatschappelijke Effecten corona crisis. In dit programma worden de extra activiteiten van de GGD gericht op de bestrijding van de effecten van de corona crisis gecoördineerd Extra inzet van de GGD zal naar verwachting allereerst gericht zijn op de monitoring van de gezondheid van de inwoners in de regio, leefstijlinterventies en interventies gericht op mentaal welbevinden en de versterking van de signalerende taken van de jeugdgezondheidszorg.

3.6. Aanvullende taken (schil 3 en 4) De RDOG Hollands Midden voert diverse aanvullende taken uit.  Elke gemeente maakt op basis van eigen afwegingen een keuze om bepaalde niet wettelijke taken wel of niet te laten uitvoeren door de RDOG Hollands Midden. Dit zijn de taken in schil 3.  Daarnaast voert de RDOG Hollands Midden diverse taken uit die aansluiten bij het takenpakket voor gemeenten, maar die niet worden gefinancierd vanuit gemeenten. Dit zijn de taken in schil 4. Door het uitvoeren van deze diensten is de RDOG Hollands Midden in staat om aan te sluiten bij lokale wensen van gemeenten en maatwerk te leveren. Bijkomend voordeel is dat de vaste kosten van de organisatie deels bekostigd worden via deze aanvullende taken waardoor de kosten voor de basistaken van het programma GGD worden verlaagd. Tot slot is een gevolg van de uitvoering van aanvullende diensten dat de formatie voor bepaalde functies, met name artsen, voldoende omvang heeft om roosters en piketfuncties te bemensen ten behoeve van 24-uurs bereikbaarheid. Gezondheidsbevordering op scholen: Na 2022 verandert de financiering van de activiteiten op het gebied van verslavingspreventie op scholen. Deze activiteiten worden in belangrijke mate bekostigd vanuit de beide centrumgemeenten Leiden en Gouda uit de middelen voor Maatschappelijke ondersteuning.

Naar verwachting worden deze middelen na 2022 overgeheveld naar de regiogemeenten. De subsidierelatie met de centrumgemeenten zal vervallen en er moeten nieuwe afspraken worden gemaakt met de regiogemeenten over de activiteiten na 2022. De inzet van de GGD HM heeft betrekking op lessen ter preventie van roken, drugsgebruik en alcoholmisbruik in (speciaal)basisonderwijs en het (speciaal)voortgezet onderwijs. Doordat de GGD HM dit netwerk heeft, worden ook andere taken voor gemeenten versterkt (o.a. JGZ 0-19 jaar, de collectieve preventie seksuele gezondheid, sociale veiligheid of aandacht voor overgewicht en bewegen). Via de activiteiten worden zeer veel scholieren direct bereikt met effectieve methodieken om latere gezondheidsproblemen te voorkomen. De activiteiten zijn ook goede voorbeelden van lokaal werken door de GGD HM. Omdat de populatie leerlingen binnen een school vaak afkomstig is uit verschillende gemeenten, is gezamenlijke besluitvorming van gemeenten over preventieactiviteiten op scholen daarbij vanzelfsprekend. We zullen in 2021 en 2022 in gesprek gaan met de regio over de activiteiten na 2022. Naar verwachting zullen er extra middelen beschikbaar komen vanuit de rijksoverheid om de effectieve interventies die worden uitgevoerd als onderdeel van de Gezonde School programma’s uit te breiden.

12

4. Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) Met de instelling van het Zorg- en Veiligheidshuis is het programma GGD gesplitst in GGD en ZVH. Ongeveer 30% van het programma GGD is per 2021 wordt ondergebracht in het programma ZVH. Het Zorg- en Veiligheidshuis bestaat uit de (interventie)teams: Veilig Thuis, Basiszorgcoördinatie Kwetsbare Kinderen, het Meldpunt Zorg en Overlast, het Crisis Interventie Team, het Jeugd Preventie Team en het team Veiligheidshuis

ZVH is een feit Sinds 1 januari 2021 is het Zorg- en Veiligheidshuis operationeel en gepositioneerd als RVE binnen de RDOG HM. De Gemeenschappelijke Regeling RDOG HM is aangepast op de (uitbreiding van) taken die in de kader van deze vorming ZVH bij de RDOG zijn belegd. Tevens is er een Bestuurlijke Advies Commissie geformeerd bestaande uit burgemeesters, wethouders en directeur/bestuurders van partnerorganisaties. Het managementteam is compleet en het proces voor de daadwerkelijke vorming en positionering van het ZVH is hiermee afgerond. Voor de inhoudelijke doorontwikkeling van het ZVH op interne processen en de positionering in de keten van zorg en veiligheid is 2021 gereserveerd, waarna in 2022 de borging kan plaatsvinden van de herijking van taken, afspraken en protocollen die met de inhoudelijke doorontwikkeling gepaard gaan.

Aandachtspunten voor de begroting ZVH in 2022 Taak

Omschrijving opdracht

Financiële impact 2022

Veilig Thuis (VT)

Aanpassen van het volume van de taakuitvoering aan de feitelijkheid. Aanpassen van de werkprocessen met het oog op beperking van de kosten. De opdracht is vertaald in een scenario met diverse keuzes en aanpassing van de samenwerkingsafspraken met de lokale teams. Middels het Formatiekostenmodel wat in 2019 is opgeleverd wordt de financiële impact van Veilig Thuis doorberekend in 2021 en 2022.

De begroting Veilig Thuis blijft gelijk voor 2022. Daarbij wordt uitgegaan van een toename van 5% van de instroom en een verhoging van de efficiëntie van 5%.

Meldpunt Zorg en Overlast (MZO)

De afgelopen jaren werd het Meldpunt Zorg en Overlast gedeeltelijk gefinancierd via de BPI en gedeeltelijk vanuit aanvullende subsidies van gemeenten. Deze gemeenten hebben de subsidies per 2022 beëindigd en aan de regio het verzoek gedaan om de kosten in het kader van het solidariteitsbeginsel voortaan te verdelen over de hele regio en daarmee de kosten onder te brengen in de gemeentebijdrage (BPI)

De totale kosten voor het Meldpunt Zorg en Overlast blijven ongewijzigd ten opzichte van 2021, echter de verdeling zal nu plaatsvinden over alle gemeenten via de gemeentebijdrage (BPI).

Veiligheidshuis (VH)

Sinds 1 januari 2021 is het Veiligheidshuis onderdeel van het Zorg en Veiligheidshuis. De begroting van het veiligheidshuis is per 2021 geïntegreerd in de begroting ZVH, maar wordt nog per factuur naar de individuele gemeenten verrekend. Per 2022 zal de begroting ZVH in de gemeentebijdrage (BPI)worden ondergebracht voor het collectieve deel van de kosten.

De begroting Veiligheidshuis blijft ongewijzigd ten opzichte van 2021, alleen wordt een deel van de kosten (€429k) per 2022 toegevoegd aan de gemeentebijdrage (BPI)..

13

Wvggz/ Khonraad (eerder: BOPZ online/HV online)

Sinds 2020 worden de werkzaamheden voor de Wvggz ondersteund door een Wvggz-applicatie van Khonraad. De RDOG Hollands Midden is contracthouder voor de 18 gemeenten in Hollands Midden zoals al het geval was voor BOPZ-online en Huisverbod online. De RDOG vervult in de regio de kassiersfunctie voor het systeem Khonraad. In de afgelopen jaren waren de kosten voor het gebruik van dit systeem stabiel.0 Met de invoering van de Wet Verplichte GGZ is de begroting op dit punt bijgesteld naar de op dat moment bekende kosten. In de realisatie van 2020 constateerden we echter dat niet alles was voorzien en meegenomen in de totale kosten die wel door Khonraad in rekening zijn gebracht.

Voor 2020 en 2021 zijn en worden de meerkosten van Khonraad opgevangen binnen de begroting ZVH. Voor 2022 is het voorstel de meerkosten van Khonraad door te vertalen in de gemeentebijdrage (BPI).

14

5. Geneeskundige Hulpverlening (GHOR) Beleid Op basis van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) is de taak van het programma GHOR de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, en het adviseren van overheden en andere organisaties over de geneeskundige hulpverlening. Wij werken hierdoor op het grensvlak van zorg(continuïteit) en fysieke veiligheid. Zelf leveren wij geen zorg. Het beoogde maatschappelijk effect van onze inzet is minder slachtoffers, een groter veiligheidsgevoel en meer toegankelijke en bereikbare oplossingen passende bij een crisis. In het Regionaal Beleidsplan 2020-2023 Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) ‘Veiligheid in samenhang’ is het meerjaren beleid van het programma GHOR vastgelegd. Wij zetten ons in voor het versterken en het vernieuwen van de informatiedeling tussen de zorgketen en de crisisorganisatie van de veiligheidsregio. Wij bevorderen het netcentrisch samenwerken binnen het zorgnetwerk in de regio Hollands Midden en acteren op een gedeeld en actueel geneeskundig beeld. Wij trekken samen op met GHOR Haaglanden en de daar gevestigde zorgorganisaties.

Ontwikkelingen en innovatie De focus in 2022 ligt op introductie van het netcentrisch werken in de acute zorgketen. De evaluatiecommissie Wvr constateert in haar rapport van 4 december 2020 voor de organisatie van de geneeskundige hulpverlening een overlap van taken tussen veiligheidsregio, GGD, het Netwerk Acute Zorg en het overleg niet-acute zorg. Deze overlap is ook gebleken uit tussenevaluaties van de COVID-19 crisis. Samen met GHOR Haaglanden willen wij onze positie duiden in het Netwerk Acute Zorg West. Wij willen bereiken dat partners weten waar wij wel van zijn en wat zij van ons kunnen verwachten. Een belangrijk doel in 2022 is het verkennen wat vernieuwing van risico-en crisisbeheersing betekent voor het zorgnetwerk. Wij sluiten hiervoor aan bij het regionaal beleidsplan van de veiligheidsregio en bij het kabinetstandpunt van 3 februari 2021 op de aanbevelingen van de evaluatiecommissie Wvr. In deze vernieuwing wordt risico- en crisisbeheersing gezien als een cyclisch proces en worden risico’s benaderd vanuit hun verwevenheid met elkaar. Samen met de veiligheidsregio en onze zorgpartners willen wij verkennen wat deze benadering betekent voor de risico’s en thema’s uit het regionaal risicoprofiel. Wij willen meer data verzamelen en analyseren dat ons ondersteunt in de onderbouwing van beleid en nemen van maatregelen.

Nog te vaak adviseren wij bijvoorbeeld aan organisatoren van evenementen op basis van landelijke regels, die te weinig gebaseerd zijn op data-analyses. Omdat wij een kleine organisatie zijn, maken wij hiervoor landelijke en bovenregionale afspraken. Data onderbouwing moet ons zo helpen de goede dingen te doen, zowel in de voorbereiding als bij een inzet. Wij continueren onze huidige activiteiten om de crisisplannen van de zorgpartners te laten aansluiten op die van de veiligheidsregio (en vice versa). Onze crisisorganisatie GHOR blijft 24/7 paraat en vakbekwaam. De begrotingsuitgangspunten 2022 programma GHOR zijn onderdeel van de begrotingsuitgangspunten 2022 VRHM. Deze begrotingsuitgangspunten zijn in algemeen bestuur VRHM van 18 februari vastgesteld, waarna het bestuur RDOG Hollands Midden wordt geadviseerd de begrotingsuitgangspunten 2022 GHOR finaal vast te stellen.

Financiering De financiering van het programma GHOR vindt plaats via de beschikbaar gestelde Bijdrage per inwoner (BPI). De BPI 2022 voor de taken van GHOR is ongewijzigd ten opzichte van 2021, afgezien van de indexering 2022.

15

RAVHOLLANDSMIDDEN

6. Regionale Ambulancevoorziening (RAV) In 2021 heeft de RAV Hollands Midden op basis van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen een vergunning gekregen voor het verlenen van ambulancezorg in de regio Hollands Midden. Passend binnen de beleidsvisie zoals die omschreven is in de houtskoolschets acute zorg is het speerpunt voor de RAV het bieden van goede zorg op het juiste moment door de juiste hulpverlener op de juiste plaats. Belangrijke ontwikkelingen in 2022 zijn daarbij de verdere implementatie van zorgcoördinatie, zorgdifferentiatie en verdere differentiatie in de urgenties waarmee ambulancezorg wordt ingezet. Intern zijn belangrijke speerpunten de doorontwikkeling van het bekwaamheidsbeleid, het vinden, binden en boeien van zorgprofessionals en optimalisatie van de beschikbaarheid en spreiding van ambulances in de regio

6.1. Ontwikkelingen en innovatie Zorgcoördinatie Er komt naast de 112-meldkamer een zorgcoördinatiecentrum (ZCC) voor de coördinatie van de prehospitale acute zorg. In dit ZCC werken huisartsen, thuiszorg en ambulancedienst samen om de zorgvrager op het juiste moment, door de juiste zorgaanbieder, de juiste zorg te laten vertrekken. In 2020 is een pilot in een deel van de regio gestart. De verwachting is dat deze pilot in 2021 en 2022 verder uitgebouwd kan worden in nauwe samenwerking met de huisartsen, de thuiszorg en de ziekenhuizen in de regio. Door het inzetten van meer diagnostiek in de thuissituatie door de ambulancezorgprofessionals en laagdrempelige overlegmogelijkheden met specialisten in het ziekenhuis wordt gewerkt aan bieden van zorg op het juiste moment en het voorkomen van verkeerde bed problematiek in de ziekenhuizen. Zorg en Functiedifferentiatie Met het aanbieden van meerdere niveaus van ambulancezorg wil de RAV het eigen zorgaanbod beter laten aansluiten op de zorgvraag. De inzet van Laag en Middencomplexe ambulancezorg voor die zorgvragen waarbij de nadruk ligt op verzorging en vervoer, de inzet van ALS ambulances in de acute situaties en de inzet van PAA’s om anderhalvelijns zorg te kunnen bieden. Door deze differentiatie ontstaan ook loopbaanpaden waardoor het lukt om medewerkers langer te binden aan de organisatie.

Herziening urgentiecategorieën Landelijk staat de urgentieverdeling zoals die nu wordt gehanteerd ter discussie. Een medisch-wetenschappelijke onderbouwing mist voor de huidige verdeling. De twee niveaus die momenteel bij spoedzorg worden gehanteerd sluiten niet langer aan op het in toenemende mate gedifferentieerde zorgaanbod. In 2022 worden landelijke veranderingen in de urgentie categorieën verwacht, waardoor nog beter onderscheid gemaakt kan worden door echte spoed en urgente zorg. Beschikbaarheid personeel Zorgbreed is er sprake van een fors tekort aan verpleegkundigen. Ook de RAV heeft een uitdaging in de komende jaren bij het aantrekken van voldoende gespecialiseerde ambulanceverpleegkundigen. Door het ontwikkelen van loopbaanpaden en daardoor eigen medewerkers op te leiden tot ambulancezorgprofessionals wordt hier voor een deel in voorzien. Daarnaast wordt de samenwerking nog meer gezocht met ketenpartners om combi-banen aan te bieden waardoor medewerkers voor de acute zorg in de regio behouden worden. Financiering In 2019 zijn afspraken gemaakt met de zorgverzekeraars om het verder gezond te maken van financiële situatie van de RAVHM. In 2019 en 2020 is de reserve aanvaarbare kosten gegroeid. Ook in 2021 en 2022 is het doel om de reserve verder te laten groeien om daarmee voldoende dekking voor de opgebouwde verlofsaldi te hebben.

Vanuit de gemeenten wordt geen financiële bijdrage geleverd aan het product ambulancezorg.

16

7. Financiële paragraaf 7.1. Uitgangspunten programmabegrotingen Om tussentijdse begrotingswijzigingen te voorkomen is het belangrijk dat begrotingen worden opgesteld met inachtneming van de daarvoor vastgestelde uitgangspunten.  Aard en omvang van de taken in schil 1 worden bepaald door het Algemeen Bestuur, na het vernemen van de zienswijze van gemeenten in het kader van de begrotingscyclus.  Over aard en omvang van de taken in schil 2 wordt jaarlijks advies gevraagd aan de Bac PG, respectievelijk de Bac ZVH.  De gevolgen van autonome ontwikkelingen vanuit het perspectief van de organisatie (waaronder loonkostenontwikkeling) worden in de begroting en de begrotingswijzigingen verwerkt.  De begrotingen en de meerjarenbegroting wordt op basis van deze uitgangspunten opgesteld.  Indien gemeenten een taakstellende reductie van de exploitatie doorgevoerd willen zien, kan het Algemeen Bestuur besluiten tot mitigering van bepaalde taken in schil 1 en zal het advies van de BAC’s leidend zijn voor de besluiten over de omvang van de taken in schil 2.

Op basis van de genoemde begrotingsuitgangspunten en de door het Algemeen Bestuur op 28 maart 2018 vastgestelde Verordening Begrotingswijzigingen, wordt een begrotingswijziging altijd opgesteld:  Bij autonome ontwikkelingen (waaronder loonkostenontwikkeling),  Bij taakuitbreidingen en reducties,  Bij de 2e bestuursrapportage: Volgens de Verordening Begrotingswijzigingen wordt dan altijd een begrotingswijziging ingediend. Als de gemeentebijdrage daarin stijgt, zal deze aan de gemeenteraden voor zienswijze worden voorgelegd. In de praktijk blijkt dat er de afgelopen jaren vrijwel alleen tussentijds wijzigingen nodig waren vanwege autonome ontwikkelingen als wijzigingen in Rijksbeleid (RVP), tussentijdse veranderingen in volume van werkzaamheden (Veilig thuis) en cao-ontwikkelingen die afwijken van de schatting zoals verwerkt in de vastgestelde begrotingen. Buiten ingediende wijzigingen als gevolg van autonome ontwikkelingen en taakwijzigingen zijn er sinds het begrotingsjaar 2015 twee situaties geweest waarin de RDOG Hollands Midden voor extra middelen naar de gemeenten is gegaan: de incidentele bijstorting in de algemene reserve per eind 2017 en de gevraagde bijdrage voor het Programma RDOG2024.

7.2. Financieel kader GR’en 2022 Het bestuur kiest ervoor om het financieel kader GR’en 2022 te volgen in de begroting 2022. De geadviseerde index van 1,4% voor personele kosten (80%) en 1,1% voor overige kosten (20%) resulteert voor de RDOG HM in een index van 1,34%. Onderdeel van de begrotingsuitgangspunten van het AB RDOG HM is de noodzaak om autonome kostenontwikkelingen vanuit het perspectief van de organisatie consequent in de begroting te verwerken of - als dat niet mogelijk zou zijn - heldere keuzes te maken in het takenpakket. Omdat de begroting al ruim voor de start van het jaar wordt opgesteld is de raming van deze kostenontwikkeling per definitie met enige onzekerheid omgeven. De systematiek van het FKGR’en is in belangrijke mate verbeterd, maar de afgelopen jaren laten ook zien dat er verschillen kunnen ontstaan die moeilijk op te vangen zijn, zoals nieuwe CAO-afspraken en sterke stijging van pensioenpremies. Als blijkt dat de feitelijke ontwikkelingen toch gaan afwijken van de raming dan wordt het gesprek over de oplossing daarvoor gevoerd in het AB RDOG HM. Uitgangspunt daarbij is een waardevaste begroting.

17

7.3. Gemeentebijdrage: bijdrage per inwoner en bijdrage per kind Gemeentebijdrage, mutaties ten opzichte van 2021 Uit oogpunt van continuïteit van beleid wordt de gemeentelijke bijdrage van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar als uitgangspunt genomen. Vervolgens worden hierop wijzigingen aangebracht. Ten opzichte van 2021 zijn voor 2022 de volgende wijzigingen aangebracht.

Verschuiving van de financiering a1. Prenatale contactmomenten Jeugdgezondheidszorg De Rijksoverheid heeft de taak om voor een deel van de kinderen een prenataal huisbezoek uit te voeren toegevoegd aan het wettelijke programma Jeugdgezondheidszorg. De kosten voor de uitvoering van dit contactmoment worden in Hollands Midden geraamd op €257k. Deze middelen worden verrekend met gemeenten in de vorm van een bijdrage per kind 0-4 jaar. De vergoeding hiervoor wordt door het Rijk via het gemeentefonds beschikbaar gesteld. a2. Rijksvaccinatieprogramma (RVP) De taken voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zijn volop in beweging. Per 2021 wordt de vergoeding voor de meningococcen ACWY vaccinatie verrekend via de gemeenten in plaats van via het RIVM. In 2022 stijgt de gemeentebijdrage hierdoor (BPK; € 145k). Gemeenten ontvangen hiervoor een vergoeding van het Rijk. a3. Zorg- en Veiligheidshuis De begroting 2021 voor het Veiligheidshuis bedraagt 1.335k. Met de integratie van het Veiligheidshuis in de RDOG vindt er een verschuiving plaats van de belasting van budgetten binnen gemeenten. Conform besluit in het AB van 28 oktober 2020 zal vanaf 2022 het gezamenlijke deel in de BPI begroting worden ondergebracht. Er verschuift in de begroting 2022 € 429k naar de BPI. a4.

Meldpunt Zorg en Overlast De gemeenten Gouda, Leiden, Katwijk en Alphen aan den Rijn hebben de aanvullende subsidies die zij van oudsher verstrekten aan het Meldpunt Z&O per 2022 beëindigd. Per memo van 25 augustus 2020 is het DB RDOG hierover geïnformeerd. In de BAC ZVH van 1 februari 2021 heeft het BAC positief de BAC geadviseerd om de gezamenlijke kosten voor het Meldpunt Z&O als collectief te financieren via de BPI (€ 764k).

18

a5. DUVO Veilig Thuis (i) DUVO-uitkering (decentralisatie uitkering vrouwenopvang) die het rijk ten behoeve van bepaalde regiovoorzieningen verstrekt aan centrumgemeenten en waarvan de betrokken gemeenten op basis van (gezamenlijke) beleidskeuzes bepalen dat delen van deze middelen bestemd zijn voor Veilig Thuis. Voor 2022 is er besloten de bijdragen te verhogen met € 604k, hierdoor kan de bijdragen vanuit de BPI/ BPK voor 2022 met datzelfde bedrag verminderen. Aanvullende dienstverlening b1. Programma RDOG2024 (i) Met het programma RDOG2024 zorgen we ervoor dat de RDOG in 2024 een wendbare, moderne en klantgerichte organisatie is. Een organisatie die kan meebewegen met veranderingen in de maatschappij en met integrale gezondheidsdeskundigheid blijven bijdragen aan een gezonder en veiliger Hollands Midden. Daarbij heeft de organisatie extra oog voor inwoners in kwetsbare situaties. Eind 2020 zijn de maatschappelijke en financiële baten van het programma beter in beeld gebracht. De baten en lasten zijn in de begroting 2022 verwerkt. Hieronder is de specificatie van de jaarbijdragen aan het programma RDOG2024 weergegeven. De bedragen zijn bij het prijspeil 2021 voor indexering. € 1.000

2021

2022

Totaal

Structurele bijdrage gemeenten aan het programma RDOG2024

1.115

1.115

2.230

Incidentele bijdrage gemeenten aan het programma RDOG2024

718

0

718

1.833

1.115

2.948

Incidentele bijdrage RDOG Hollands Midden uit de Algemene reserve GGD

838

0

838

Incidentele bijdrage RDOG Hollands Midden uit de Bestemmingsreserve ERP

176

0

176

2.847

1.115

3.962

Bijdrage gemeenten aan het programma RDOG2024

Programma RDOG2024

De incidentele bijdrage gemeenten (€ 718k) aan het programma RDOG2024 komt in 2022 te vervallen. Hierdoor daalt de BPI 2022 ten opzichte van 2021. De financiering van de aanvullende kosten in 2021 en 2022 van het programma 2024 is onderdeel van de resultaatbestemming 2020 en zal niet leiden tot een aanvullende bijdrage van de gemeenten. Zoals bij businesscase 1 is afgesproken worden de structurele bijdragen aan het programma RDOG2024 vanaf 2022 in de begroting geconsolideerd. De baten die het programma realiseert zullen bij daadwerkelijke realisatie zichtbaar zijn in het jaarresultaat en daarmee onderdeel van de resultaatbestemming. b2. Wvggz/Khonraad Sinds jaar en dag wordt de applicatie “Khonraad” gebruikt voor de taken uit de wet BOPZ en de Wet Tijdelijk Huisverbod. De Wet verplichte ggz, vervangt de BOPZ en bevat nieuwe taken. Hiertoe wordt Khonraad aangepast en dit brengt kosten met zich mee, bestaande uit eenmalige investeringen en hogere exploitatie kosten (o.a. licenties). De werkelijke kosten van de Wet verplichte GGZ zijn in 2020 zichtbaar geworden wat heeft geleid tot een aanpassing in de begroting 2022 met € 58k. In de BAC van 22 maart 2021 is dit voorstel besproken en hierover wordt positief geadviseerd aan het Algemeen Bestuur. b3.

Ondersteuning slachtoffers mensenhandel De opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel wordt sinds 2017 betaald uit regionale middelen. Dit budget gaat naar zowel SHOP (zorgcoördinatie en netwerkopbouw) als het Goodwillwerk Leger des Heils (belegleiding slachtoffers). Er is sprake van een toegenomen aantal slachtoffers dat is opgevangen en begeleid, waardoor de kosten voor mensenhandel sinds vorig jaar zijn gestegen. In de begroting 2022 is € 125k 19

opgenomen via de BPI. Per memo van februari 2021 is uiteengezet hoe de aanpak zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, wat de realisatie was van 2020 en een voorstel voor de bekostiging van de aanpak in 2021 en vanaf 2022. In de BAC van 22 maart 2021 is hierover gesproken en dit heeft geleid tot een positief advies aan het Algemeen Bestuur. Autonome stijgingen c1. Wijziging aantal inwoners en kinderen Wijzigingen ten gevolge van verandering van het aantal inwoners en kinderen 0-4 jaar in de regio. Het effect op de gemeentebijdrage bij de tarieven 2021 (BPI €46,03; BPK €367,90) is €376k:  

In 2021 is het startpunt gelijk aan €46,03 x 808.866 inwoners + €367,90 x 32.956 kinderen = €49.356k. In 2022 is de BPI/BPK gelijk aan €46,03 x 814.457 inwoners + €367,90 x 33.276 kinderen = €49.732k.

Als verdeelsleutel voor de bijdrage in de kosten van de RDOG-taken in 2022 wordt het aantal inwoners en kinderen gehanteerd volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari 2021. c2. Indexering 2022 De RDOG Hollands Midden past ook in de begroting 2022 de door de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (WG FKGR) geadviseerde index toe. De WG FKGR adviseert om voor het jaar 2022 voor de loonkosten uit te gaan van een indexpercentage van 1,4%. Met betrekking tot de materiële kosten wordt geadviseerd voor het jaar 2022 een indexpercentage van 1,1% te hanteren. De weging van personeelslasten en overige lasten in de begroting 2020 resulteert in een index 2022 van 1,34%.Dit stijging met betrekking tot ot de indexering in 2022 bedraagt € 674k. Verhouding

Index *

Totaal

Personeelslasten

80%

1,40%

1,12%

Overige lasten

20%

1,10%

0,22%

Lasten

100%

1,34%

⃰ De cao 2022 is nog niet vastgesteld, het AB is van mening dat de indexering moet worden aangepast aan autonome stijgingen. Dit leidt mogelijk in de toekomst nog tot een aanvulling op de inexering van 2022.

20

7.4. Mutaties per gemeente In de begroting 2021 bedraagt de BPI/BPK €49.356k. Uit bovenstaande blijkt dat de BPI/BPK stijgt naar € 50.781k. Voor specificaties wordt verwezen naar Bijlage II. Hieronder is de onderverdeling naar gemeenten weergegeven.

€ 1.000

Inwoners

Kinderen

BPI/BPK Inwoners

2022

2022

Index

BPI/BPK

1,34%

2022

Mutaties

2021

Tarief BPI

€ 46,03

€ 0,00

€ 0,07

€ 0,62

€ 46,72

Tarief BPK

€ 367,90

€ 0,00

€ 12,08

€ 5,09

€ 385,07

Alphen aan den Rijn

112.587

4.471

6.802

25

62

93

6.981

BodegravenReeuwijk

35.278

1.645

2.199

30

22

30

2.282

Gouda

73.681

3.045

4.513

-2

42

61

4.615

Hillegom

22.197

921

1.351

9

13

18

1.392

Kaag en Braassem

27.541

1.057

1.646

11

15

22

1.694

Katwijk

65.995

3.034

4.154

0

41

56

4.251

Krimpenerwaard

56.622

2.398

3.449

40

33

47

3.569

Leiden

124.093

4.080

7.326

-113

58

98

7.368

Leiderdorp

27.377

1.018

1.631

4

14

22

1.671

Lisse

22.982

888

1.384

1

12

19

1.416

Nieuwkoop

29.151

1.231

1.755

40

17

24

1.836

Noordwijk

44.062

1.592

2.567

47

22

35

2.671

Oegstgeest

25.064

1.132

1.541

29

15

21

1.607

Teylingen

37.791

1.529

2.279

23

21

31

2.354

Voorschoten

25.650

978

1.545

-4

14

21

1.575

Waddinxveen

30.479

1.649

1.909

101

22

27

2.059

Zoeterwoude

8.843

339

513

18

5

7

544

Zuidplas

45.064

2.269

2.792

116

31

39

2.979

Totaal

814.457

33.276

49.356

375

457

674

50.862

21

22

7.5. Exploitatiebegroting RDOGHM

Hieronder is het overzicht van de baten en lasten per programma opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën.

23

Overzicht naar taakveld inclusief overhead

Overzicht taakvelden na verrekening overhead (€ 1.000)

Baten

Lasten

Begroting 2022

0.7 Algemene en overige uitkeringen

50.781

-

50.781

1.1 Crisisbeheersing en brandweer

3

2.314

-2.311

1.2 Openbare orde en veiligheid

118

478

-360

5.2 Museum

-

3

-3

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

2.373

12.070

-9.696

6.82 Geëscaleerde zorg 18-

1.126

8.047

-6.920

7.1 Volksgezondheid

45.022

76.213

-31.192

Subtotaal voor mutatie reserves

99.424

99.125

299

240

539

-299

99.664

99.664

0

0.1 Mutatie reserves RDOG Totaal

7.6. Investeringsbegroting Hieronder zijn de voorgenomen investeringen in de jaren 2021 tot en met 2025 gespecificeerd.

(€ 1.000)

Baten

Lasten

Begroting 2022

0.1 Bestuur

-

87

-87

0.5 Treasury

-

279

-279

0.7 Algemene en overige uitkeringen

50.781

-

50.781

1.1 Crisisbeheersing en brandw eer

3

1.701

-1.698

110

478

-368

-

3

-3

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

2.090

8.803

-6.713

6.82 Geëscaleerde zorg 18-

937

5.869

-4.931

7.1 Volksgezondheid

44.285

59.824

-15.540

Subtotaal voor m utatie reserves

98.206

77.044

21.161

0.1 Mutatie reserves

240

539

-299

Program m a RDOG

240

539

-299

0.4 Ondersteuning organisatie (overhead)

1.218

22.080

-20.862

Program m a RDOG incl Overhead

99.664

99.664

0

1.2 Openbare orde en veiligheid 5.2 Museum

Categorie

2021

2022

2023

2024

2025

24

Gebouwen

180

150

150

150

150

Vervoermiddelen

604

Machines, apparaten, installaties

371

690

260

1.120

3.850

731

1.507

197

157

Overige (ICT)

825

855

635

825

635

Overige

240

456

290

240

240

Totaal

2.220

2.882

2.842

2.532

5.032

In de volgende tabel is het begrote verloop van de materiële vaste activa per categorie weergegev

€ 1.000

Gebouw en

Vervoerm iddelen

Machines apparaten installaties

Overige (ICT)

Overige

Totaal

Aanschafw aarde

20.329

6.944

3.803

3.826

1.584

36.486

Cumulatieve afschrijvingen

-7.959

-3.047

-1.545

-2.377

-996

-15.924

Boekw aarde per 31 decem ber 2020

12.370

3.897

2.258

1.449

588

20.562

Investeringen

180

604

371

825

240

2.220

Afschrijvingen

716

1.057

650

274

154

2.851

M utaties 2021

-536

-453

-279

551

86

-631

Aanschafw aarde

20.509

7.548

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10039584/1