18. Bijlage 3. Regels OBP Kustwerk (1872343)
Tekst van het document
Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk regels
Gemeente Katwijk
IMRO_idn
NL.IMRO.bpKATkustwerkherz-on01
Datum
11 februari 2021
Planstatus
bestemmingsplan (ontwerp)
Inhoudsopgave behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Inhoudsopgave
Re ge ls
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Bestemmingsregels Recreatie - Duinen Recreatie - Strand Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 10 Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Natuur - Natuurnetwerk Nederland Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie
13 13 15 20 22 24 26 28 30 31
Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
32 32 33 34 35 36
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
37 37 38
2
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Regels
status: ontwerp
3
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan met identificatienummer "NL.IMRO.0537.bpKATkustwerkherz-on01" van de gemeente Katwijk.
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6
aaneengesloten open ruimte
een ruimte in een strandvak waarin geen bebouwing aanwezig is, gezien vanaf de zijde van het strand / strandvak die (nagenoeg) parallel loopt aan de duinvoet, met dien verstande dat: a. bij een strandvak met een breedte van 80 m of meer: alleen stroken open ruimte met een breedte van 10 m of meer tot aaneengesloten open ruimte worden gerekend; b. bij een strandvak met een breedte van minder dan 80 m: alleen stroken open ruimte met een breedte van 5 m of meer tot aaneengesloten open ruimte worden gerekend.
1.7
achtergevel
de van de zee af gekeerde gevel van een gebouw en als een gebouw met meer dan één zijde van de zee is af gekeerd dan worden de betreffende gevels aangemerkt als achtergevels.
1.8
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
1.9
archeologisch verwachtingsgebied
terrein dat in het plan is aangeduid als gebied met middelhoge tot hoge archeologische verwachting.
1.10
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
1.11
badseizoen
tijdvak vanaf 1 mei tot 1 oktober.
4
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
1.12
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde.
1.13
bebouwde oppervlakte strandvak
de totale bebouwde oppervlakte van de aanwezige bebouwing in een strandvak, de vrije ruimte tussen strandhuisjes meegerekend.
1.14
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van een strandpaviljoen, met inbegrip van keuken, sanitair, berging en opslag, administratieruimten, alsmede (semi-)overdekte en onoverdekte terrassen.
1.15
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.16
bestaand strandpaviljoen
een strandpaviljoen dat aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
1.17
bestaand strandhuisje
een strandhuisje dat aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
1.18
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.19
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.20
Bevi-inrichtingen
bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
1.21
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.22
bijzondere bouwlaag
kelders, souterrains, kruipruimtes, kappen en dakopbouwen, niet zijnde geschikt voor zelfstandige verblijfsruimte.
1.23
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.24
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
status: ontwerp
5
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
1.25
bouwlaag
een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 m in hoogte verschillen; bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag die grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderlaag) evenals de bouwlaag die grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend.
1.26
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.27
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel.
1.28
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten.
1.29
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en bedoeld om ter plaatse te functioneren.
1.30
breedte van het strandvak
de zijde van het strand / strandvak die (nagenoeg) parallel loopt aan de duinvoet.
1.31
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid.
1.32
deskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen.
1.33
dijkconstructie
harde constructie met als primaire functie bescherming tegen de zee, als vervat in het projectplan op grond van artikel 5.4 lid 1 van de Waterwet.
1.34
duinvoet
de overgang van het duinbeloop naar het strand, in dit geval de benedenrand van het duin, zoals dat door de waterkeringsbeheerder Hoogheemraadschap van Rijnland (danwel haar opvolger) of de gemeente Katwijk (dan wel haar opvolger) wordt aangegeven door middel van een afrastering.
1.35
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en de bestemming deze inrichting niet verbiedt.
1.36
evenement
een activiteit voor publiek in de open lucht dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, voor educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten, waaronder niet begrepen commerciële (week)markten.
6
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
1.37
fullservicepunt
stijgpunt in combinatie met voorzieningen zoals toiletgroep, liften, kaartjesautomaat, e.d..
1.38
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.39
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.40
hoofdverblijf
het verblijf van waaruit al dan niet tijdelijk het sociale en economische leven van de betrokkene plaatsvindt.
1.41
horeca
een bedrijf dat in zijn algemeenheid gericht is op het verstrekken van nachtverblijf en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. De volgende specifieke vormen worden onder horeca begrepen. Bij deze begrippen is een onderscheid gemaakt tussen licht, middel en zware horeca, welke in de regels wordt gebezigd. Tot de in de a t/m d genoemde begrippen worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten: lichte horeca (categorie 1): a. winkelondersteunende/winkelgebonden horeca: horeca, waarbij de bedrijfsactiviteit is gericht op het al dan niet voor gebruik ter plaatse verstrekken van al dan niet in dezelfde onderneming bereide of bewerkte etenswaren en dranken, zoals een cafetaria/snackbar, shoarmazaak, automatiek, tearoom, conditorei, koffiehuis, coffeeshop, brasserie, ijssalon en waarbij de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit past binnen een overwegend winkelgebied en geheel of overwegend is gebonden aan c.q. ondersteunend is voor de (winkel)functie van dat gebied, daarbij lettend op de aard en de ligging van de andere gebruiksvormen in en het karakter van het gebied; b.
restaurant/cafetaria/snackbar/shoarmazaak/automatiek: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is; c. zaalaccommodatie: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is; d. daghoreca: een bedrijf (zoals een koffiehuis, brasserie, ijssalon) dat ondersteunend is aan en qua openingstijden in het algemeen vergelijkbaar is met detailhandelsvestigingen en in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken c.q. snel serveren van kleinere maaltijden, broodjes, hapjes, ijs, gebak, koffie, thee en frisdranken met uitzondering van alcoholische dranken; middelzware horeca (categorie 2): e. bar/café/pub/grand-café/eetcafé of taverne: een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is; zware horeca (categorie 3): f.
discotheek of dancing: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, in combinatie met het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen, feesten en andere daarmee vergelijkbare activiteiten.
1.42
kap
een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 15° en minder dan 65°.
status: ontwerp
7
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
1.43
kelder
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de daarboven gelegen bouwlaag niet hoger dan het zandbanket is gelegen, niet zijnde een kruipruimte.
1.44
kruipruimte
een bijzondere bouwlaag met een hoogte van maximaal 1 meter, welke is gelegen tussen de vloer van de begane grondlaag en de bodemafsluiting en welke is bedoeld voor ventilatie, leidingen en gelegenheid tot reparaties, niet zijnde een kelder of souterrain.
1.45
kunstatelier
bouwwerk met als functie expositie - / atelierruimte.
1.46
landschapswaarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
1.47
muziekevenement
een evenement met een programma dat geheel of in hoofdzaak bestaat uit het ten gehore brengen van mechanisch versterkte muziek.
1.48
natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door botanische, faunistische, biologische, bodemkundige en morfologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
1.49
NEN
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.
1.50
niet-permanente bebouwing
een gebouwde constructie die door zijn aard zodanig demontabel of verplaatsbaar is dat deze binnen 24 uur eenvoudig van de locatie kan worden verwijderd.
1.51
normaal onderhoud, gebruik en beheer
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.
1.52
omgevingsvergunning
een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.53
ondergeschikt bouwdeel
een buiten de gevel of de dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een gebouw, zoals een liftopbouw, reclame-uitingen, technische installaties zoals een koelmotor of antenne, een dakvenster, een luifel, schoorsteen en een frans balkon, met uitzondering van een erker c.q. een uitgebouwd gedeelte van een gebouw (ter uitbreiding van het grondoppervlak op de begane grond).
1.54
ondergeschikte horeca
horeca ten dienste van een andere functie, waarbij de horecafunctie qua oppervlak en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan die andere functie, met dien verstande dat: a. de horecafunctie uitsluitend te bereiken is via de entree van die andere functie;
8
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
b. c.
de openingstijden van de horecafunctie niet langer zijn dan de openingstijden van die andere functie; maximaal 30% van de vloeroppervlakte van die andere functie voor ondergeschikte horeca gebruikt mag worden, met een maximum van: 1. 35 m² indien de ondergeschikte horeca in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is; 2. 12 m² in overige gevallen.
1.55
ondergronds
onder het maaiveld van de aangrenzende weg (Boulevard) zoals deze ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig is.
1.56
parkeergarage
een ruimte geheel of gedeeltelijk overdekt voor de stalling van voertuigen alsmede voor bergingen.
1.57
parkeervoorziening
elke al dan niet overdekte stallinggelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer.
1.58
parkeren
het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddelijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddelijk laden en lossen van goederen.
1.59 a. b. c.
d.
peil
voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; in afwijking van a en b geldt dat indien in of op of direct grenzend aan het water of het strand wordt gebouwd de hoogte wordt gemeten van het terrein ter plaatse van het laagste niveau van het aansluitend afgewerkt maaiveld; voor bouwwerken geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein.
1.60
politiepost
hulpverleningpost op het strand ten behoeve van de politie in de vorm van niet permanente bebouwing en die het gehele jaar op het strand mag staan en als zodanig mag worden gebruikt, al dan niet op palen gebouwd.
1.61
recreatief medegebruik
niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen en natuurobservatie dat geen specifiek beslag legt op de ruimte.
1.62
reddingspost
maatschappelijke hulpverleningpost op het strand in de vorm van niet-permanente bebouwing die het gehele jaar op het strand mag staan en als zodanig mag worden gebruikt, al dan niet op palen gebouwd, waaronder begrepen EHBO- en politieposten.
1.63
souterrain
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer onder het peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1 meter boven het zandbanket is gelegen, niet zijnde een kruipruimte.
1.64
stijgpunt
toegang tot parkeergarage met bijbehorende voorzieningen.
status: ontwerp
9
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
1.65
strand- en/of watersportvereniging
vereniging waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit aan het strand en/of zee gerelateerde sportactiviteiten, met inbegrip van ondergeschikte horeca.
1.66
strandcabine
(houten) cabine op het strand, gebruikt als omkleedcabine en als afsluitbare opbergplek voor strandspullen.
1.67
strandhoreca
horecabedrijf op het strand met daarbij behorende voorzieningen zoals terrassen, waar als hoofdfunctie bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, waaronder tevens als ondergeschikte bedrijfsactiviteit het houden van feesten en partijen wordt verstaan, alsmede de verhuur van strandcabines en ander strandmeubilair, niet zijnde functies die vallen onder middelzware horeca (categorie 2) en zware horeca (categorie 3).
1.68
strandhuisje
een bouwwerk in de vorm van niet-permanente bebouwing inclusief beplating, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om gebruikt te worden ten behoeve van uitsluitend verblijfsrecreatie.
1.69
strandmeubilair
bouwwerken ten behoeve van de inrichting van het publiek toegankelijke strand, zoals lichtmasten, verwijzingsobjecten, reclameobjecten en afvalbakken, niet zijnde erfafscheidingen en bouwwerken ter plaatse van een terras.
1.70
strandpaviljoen
een bouwwerk in de vorm van al dan niet permanente bebouwing ten behoeve van strandhoreca.
1.71
strandvak
een aaneengesloten vlak dat ingevolge de regels mag worden benut voor het exploiteren van gronden en het oprichten van bijbehorende bouwwerken ten behoeve van: a. strandhoreca, met dien verstande dat: 1. een bijbehorend terras onderdeel uitmaakt van het strandvak; 2. de onverharde gronden waar verhuur van strandmeubilair plaatsvindt onderdeel uitmaken van het strandvak; 3. de onverharde gronden waar recreatief medegebruik plaatsvindt geen onderdeel uitmaken van het strandvak; b. strandhuisjes ten behoeve van verblijfsrecreatie en strandcabines, of; c. verenigingsactiviteiten die betrekking hebben op strandrecreatie en/of watersport.
1.72
terras
een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;
1.73
verbeelding
voorheen plankaart; de digitale kaart met bijbehorende verklaring NL.IMRO.0537.bpKATkustwerkherz-on01 waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven.
10
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
1.74
verblijfsrecreatie
een overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een recreatief en veelal kortdurend verblijf van steeds wisselende (groepen) personen die elders hun hoofdverblijf hebben, waarbij het recreatief gebruik overwegend tijdens de zomerperiode en de schoolvakantieperiodes plaatsvindt, al dan niet met het verstrekken van consumpties, waarbij dit laatste van ondergeschikte betekenis is.
1.75
voorgevel
de naar de zee gekeerde gevel van een gebouw en als een gebouw met meer dan één zijde gekeerd is naar de zee dan worden de betreffende gevels aangemerkt als voorgevels.
1.76
voorgevelrooilijn
de lijn die samenvalt met de voorgevel(s) van een gebouw en met het denkbeeldige verlengde daarvan.
1.77
waterstaatkundige kunstwerken
duinen en werken, waaronder begrepen kunstwerken, verband houdend met de waterstaat, zoals dammen, dijken, sluizen, beschoeiingen, remmingswerken, uitgezonderd steigers.
1.78
winterperiode
tijdvak vanaf 1 november tot 1 februari.
1.79
zeewering
aan zee grenzende waterkering, die uit zowel duinen alsook harde waterkerende constructies kan bestaan.
1.80
zomerperiode
tijdvak vanaf 1 februari tot 1 november.
status: ontwerp
11
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
de afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is, waarbij van bouwwerken uitstekende delen tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven.
2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwdelen, tenzij anders aangegeven in hoofdstuk 3.
2.3
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).
2.4
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.5
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Ter verduidelijking: indien de goot/de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager zijn gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak.
2.6
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.7
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.8
de vloeroppervlakte
de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
12
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Recreatie - Duinen
Bestemmingsomschrijving
De voor "Recreatie - Duinen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. duinen, struiken en opgaande beplanting; b. behoud, versterking en ontwikkeling van de de duinen en de aldaar voorkomende natuur- en landschapswaarden; c. recreatief medegebruik; d. een dijkconstructie; e. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage': een ondergrondse parkeergarage; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - inrit': een ondergrondse parkeergarage en in- en uitritten ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage; g. duinovergangen; h. voetpaden en wandelboulevard; i. uitkijkpunten; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein, parkeerterrein en kunstatelier': evenementen met amfitheater, bovengrondse parkeerplaatsen en kunstatelier met uitzondering van meerdaagse muziekevenementen en met dien verstande dat het kunstatelier niet commercieel als horecaruimte geëxploiteerd mag worden; k. kunstwerken, zoals beelden; l. speel- en sportvoorzieningen; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - full servicepunt': fullservicepunten ten dienste van de ondergrondse parkeergarage; n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - stijgpunt': stijgpunten ten dienste van de ondergrondse parkeergarage; o. nooduitgangen ten dienste van de ondergrondse parkeergarage; p.
bij de bestemming behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding.
3.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen a. gebouwen mogen worden gebouwd ten behoeve van een dijkconstructie, ondergrondse parkeergarage en een kunstatelier; b. de ondergrondse parkeergarage voldoet aan de volgende kenmerken: 1. dient ondergronds te worden gebouwd; 2. fullservicepunten, stijgpunten en dergelijke bij de parkeergarage behorende voorzieningen mogen bovengronds worden gebouwd met dien verstande dat de hoogte maximaal 4 m bedraagt; 3. nooduitgangen mogen bovengronds worden gebouwd met dien verstande dat de hoogte maximaal 3 m bedraagt; c. gebouwen ten behoeve van een kunstatelier voldoen aan de volgende kenmerken: 1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van een kunstatelier bedraagt maximaal 100 m²; 2. de goothoogte bedraagt maximaal NAP + 9,5 m; 3. de bouwhoogte bedraagt maximaal NAP + 11,5 m. 3.2.2
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt: 1. NAP + 7,5 m voor een dijk constructie; 2. 3 m voor overige bouwwerken geen gebouw zijnde.
status: ontwerp
13
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, graven, en vergraven van watergangen; b. het beplanten van de gronden met bomen of andere houtopstanden; c. de aanleg van voet- en fietspaden; d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; e. het afgraven, verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de gronden; f. het verwijderen van de natuurlijke vegetatie. 3.3.2
Uitzonderingen
Het bepaalde onder lid 3.4.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werkzaamheden welke uit een oogpunt van de veiligheid (waterkeringsfunctie) nodig zijn, waaronder mede begrepen onderhoud en beheer van watergangen en zandsuppletie. 3.3.3
Voorwaarden
De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door de uit te voeren werkzaamheden, dan wel de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschappelijk waarde van het gebied.
14
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Artikel 4 4.1
Recreatie - Strand
Bestemmingsomschrijving
De voor "Recreatie - Strand" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. strand en duinen; b. recreatief medegebruik; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - strandhoreca en verblijfsrecreatie': strandhoreca en verblijfsrecreatie, uitsluitend gedurende de zomerperiode; d. ter plaatse van de aanduiding 'sport': strand- en/of watersportverenigingen, uitsluitend gedurende de zomerperiode; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - reddingspost': reddingsposten; f. strandafgangen; g. voetpaden; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - strandplein': evenementen; i. bij de bestemming behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding.
4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1
Gebouwen
Gebouwen zijn toegestaan in de vorm van strandpaviljoens,strandcabines, strandhuisjes, reddingsposten en strand- en watersportaccommodaties, met dien verstande dat a. gebouwen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning strandplein', met uitzondering van bestaande strandpaviljoens en bestaande strandhuisjes. 4.2.2
Strandpaviljoens
Voor het bouwen van gebouwen in de vorm van strandpaviljoens gelden de volgende regels: a. een strandpaviljoen dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. per bouwvlak is maximaal één strandpaviljoen met bijbehorende strandcabines als bedoeld in sublid 4.2.3 en bijbehorende strandhuisjes als bedoeld in sublid 4.2.4 toegestaan; c. de oppervlakte van een strandpaviljoen bedraagt minimaal 275 m² en maximaal 600 m², inclusief eventuele aan- en bijgebouwen; d. de langste zijde van een strandpaviljoen dient (nagenoeg) parallel aan de duinvoet te worden gesitueerd; e. de achtergevel van een strandpaviljoen (inclusief eventuele aan- en bijgebouwen) is gelegen op een afstand van minimaal 3 m en maximaal 8 m van de duinvoet; f. in afwijking van sub e geldt er voor een strandpaviljoen een afstand van minimaal 8 m van de duinvoet (en geen maximum) indien voor het betreffende strandpaviljoen toepassing is gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid voor jaarrondbebouwing als bedoeld in lid 4.4; g. de diepte van een strandpaviljoen, inclusief eventuele aan- en bijgebouwen, bedraagt minimaal 10 m en maximaal 25 m; h. de breedte van een strandpaviljoen, inclusief eventuele aan- en bijgebouwen, bedraagt minimaal 18,5 m en maximaal 60 m; i. de goothoogte van een strandpaviljoen bedraagt maximaal 3 m; j. de bouwhoogte van een strandpaviljoen bedraagt maximaal 5; k.
in aanvulling op het bepaalde van sub j mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte' niet hoger zijn dan NAP + 9,5 m; l. de bebouwing van een strandpaviljoen , inclusief aan - en bijgebouwen, bestaat uit maximaal één bouwlaag met een kap, waarbij: 1. de kap een helling heeft van tenminste 15° en ten hoogste 45°; 2. de nokrichting (nagenoeg) parallel loopt aan de duinvoet; m. er zijn geen kelders en souterrains toegestaan; n. de onderlinge afstand tussen een strandpaviljoen, inclusief eventuele aan- en bijgebouwen, en eventuele
status: ontwerp
15
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
o. p.
q.
r.
strandhuisjes bedraagt minimaal 5 m; de onderlinge afstand tussen strandpaviljoens, inclusief eventuele aan- en bijgebouwen, in naastgelegen bouwvlakken bedraagt minimaal 10 m; in afwijking van sub o bedraagt de onderlinge afstand tussen strandpaviljoens in naastgelegen bouwvlakken minimaal de bestaande afstandsmaat indien de breedte van het strandvak minder dan 80 m bedraagt; aanvullend op de overige regels in dit sublid zijn voor bijgebouwen nog de volgende voorwaarden van toepassing: 1. een bijgebouw is uitsluitend toegestaan achter een hoofdgebouw; 2. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan. een strandpaviljoen, inclusief eventuele aan- en bijgebouwen, dient te voldoen aan de regels voor aaneengesloten open ruimte als bedoeld in lid 4.2.8.
4.2.3
Strandcabines
Voor het bouwen van gebouwen in de vorm van strandcabines gelden de volgende regels: a. strandcabines zijn uitsluitend toegestaan gedurende het badseizoen; b. een strandcabine dient binnen een aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - strandvak' te worden gebouwd, met dien verstande dat een strandcabine alleen mag worden gebouwd indien binnen betreffende aanduidingsvlak ook een strandpaviljoen aanwezig is of wordt gebouwd en het betreffende strandpaviljoen gedurende het badseizoen in stand wordt gehouden; c. per strandvak geldt een minimum aantal strandcabines zoals in het “Strandbeleid 2016” is aangegeven, met dien verstande dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd rekening wordt gehouden met die wijziging; d. de oppervlakte van een strandcabine bedraagt minimaal 1,0 m² en maximaal 1,6 m²; e. de achtergevel van een strandcabine is gelegen op een afstand van minimaal 3 m van de duinvoet; f. de bouwhoogte van een strandcabine bedraagt minimaal 1,8 m en maximaal 2,2 m; g. in aanvulling op f mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte' niet hoger zijn dan NAP + 9,5 m; h.
in afwijking van het bepaalde in sub d zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding afwijkende strandcabines' strandcabines met een oppervlakte van maximaal 3,25 m² toegestaan, met dien verstande dat strandcabines met een dergelijk oppervlakte niet meer zijn toegestaan vanaf het moment dat de strandcabines worden vervangen door nieuwe strandcabines. 4.2.4
Strandhuisjes
Voor het bouwen van gebouwen in de vorm van strandhuisjes gelden de volgende regels: a. een strandhuisje dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat een strandhuisje alleen mag worden gebouwd indien binnen betreffende bouwvlak ook een strandpaviljoen aanwezig is of wordt gebouwd en het betreffende strandpaviljoen gedurende het badseizoen in stand wordt gehouden; b. de oppervlakte per strandhuisje bedraagt maximaal 35 m²; c. de langste zijde van een strandhuisje dient haaks op de duinvoet te worden gesitueerd; d. de achtergevel van een strandhuisje is gelegen op een afstand van minimaal 3 m en maximaal 8 m van de duinvoet; e. de strandhuisjes worden gebouwd in de vorm van maximaal één rij waarbij: 1. de voorgevel van een strandhuisje wordt gebouwd in de voorgevelrooilijn van strandhuisjes binnen datzelfde bouwvlak; 2. de strandhuisjes op gelijke afstand van elkaar staan; f. de entree van een strandhuisje bevindt zich in de naar de zee gerichte gevel; g. de goothoogte van een strandhuisje bedraagt maximaal 3 m; h. de bouwhoogte van een strandhuisje bedraagt maximaal 4,5 m; i. in aanvulling op sub i mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding hoogte' niet hoger zijn dan NAP + 9,5 m; j. een strandhuisje bestaat uit maximaal één bouwlaag met kap, waarbij: 1. de kap een helling heeft van tenminste 25° en ten hoogste 45°; 2.
de kap niet mag worden doorbroken, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; 3. de nokrichting van een strandhuisje haaks loopt op duinvoet; k. er zijn geen kelders en souterrains toegestaan; l. de onderlinge afstand tussen een strandhuisje en een strandpaviljoen bedraagt minimaal 5 m; m. de onderlinge afstand tussen strandhuisjes bedraagt minimaal 3 m;
16
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
n. o.
strandhuisjes dienen te voldoen aan de regels voor aaneengesloten open ruimte als bedoeld in lid 4.2.8; in aanvulling op a t/m n zijn ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal standhuisjes' niet meer strandhuisjes toegestaan dan zoals in de verbeelding staat aangegeven.
4.2.5
Reddingsposten
Voor het bouwen van gebouwen in de vorm van reddingsposten gelden de volgende regels: a. per aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - reddingspost' is maximaal één reddingspost toegestaan; b. de oppervlakte per reddingspost bedraagt maximaal 150 m²; c. de bouwhoogte van een reddingspost bedraagt maximaal NAP + 12 m. 4.2.6
Strand- en watersportaccommodaties
Voor het bouwen van gebouwen in de vorm van strand- en watersportaccommodaties gelden de volgende regels: a. een strand- en watersportaccommodatie dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. per bouwvlak is maximaal één strand- en watersportaccommodatie toegestaan; c. de oppervlakte van een strand- en watersportaccommodatie bedraagt maximaal 300 m²; d. van de oppervlakte als bedoeld onder c mag maximaal 75 m² worden gebouwd als uitkijkpost; e. de achtergevel van een strand- en watersportaccommodatie is gelegen op een afstand van minimaal 3 m en maximaal 8 m van de duinvoet; f. de maximale bouwhoogte van een strand- en watersportaccommodatie bedraagt: 1. 7,5 m voor een uitkijkpost; 2. 5,5 m voor overige delen van het gebouw; g. in aanvulling op sub f mag de bouwhoogte van een uitkijkpost ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte' niet hoger zijn dan NAP + 11 m en de maximale bouwhoogte voor overige delen van een gebouw niet hoger zijn dan NAP + 9,5 m; h. er zijn geen kelders en souterrains toegestaan; i. in afwijking van sub c en d mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkend oppervlakte - 1' de maximale oppervlakte van maximaal één strand- en watersportaccommodatie 600 m² bedragen, waarvan 75 m² mag gebruikt worden voor een uitkijkpost; j.
in afwijking van sub c en d mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkend oppervlakte - 2' de oppervlakte van de strand- en watersportaccommodatie maximaal 100 m² bedragen. 4.2.7
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van strandhoreca, verblijfsrecreatie, strand- en/of watersportverenigingen en reddingsposten dienen binnen het strandvak als bedoeld in lid 4.3.1 te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn bouwwerken ten behoeve van een terras en duurzaam in de grond verankerde parasols uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; c. per strandhorecabedrijf gelden de volgende maximum aantallen: 1. maximaal 5 vlaggenmasten; 2. maximaal 1 speel- of sporttoestel; 3. maximaal 1 buitendouche; d. voor speel- of sporttoestellen bij een strandhorecabedrijf geldt een maximum lengt van 7,5 m en een maximum oppervlakte van 15 m²; e. per strandhuisje zijn hekwerken, picknicktafels en parasols toegestaan, uitsluitend in een zone van 5 m vanaf de voorgevel van het strandhuisje; f. de maximum bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt: 1. 2 m voor terrasafscheidingen; 2. 10 m voor vlaggenmasten; 3. 4 m voor speel- of sporttoestellen; 4. 3,5 m voor parasols ter plaatse van terrassen van strandpaviljoens; 5. de bouwhoogte van het strandpaviljoen in geval van verlichtingsmasten en reclame-uitingen; 6. 3 m voor buitendouches; 7. 2 m voor overig strandmeubilair; 8. 2 m voor parasols bij strandhuisjes; 9. 1 m voor hekwerken bij strandhuisjes;
status: ontwerp
17
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
g.
10. 1 m voor overige bouwwerken geen gebouw zijnde. bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van strandhoreca en/of verblijfsrecreatie dienen te voldoen aan de regels voor aaneengesloten open ruimte als bedoeld in lid 4.2.8.
4.2.8
Aaneengesloten open ruimtes
Bij een strandvak als bedoeld in lid 4.3.1 gelden de volgende regels indien het strandvak wordt gebruikt ten behoeve van strandhoreca en/of verblijfsrecreatie: a. minimaal 25% van de breedte van het strandvak dient uit aaneengesloten open ruimtes te bestaan; b. sub a heeft geen betrekking op strandcabines, strandmeubilair, buitendouches en speel- of sporttoestellen. 4.2.9
Uitsluiten vergunningsvrij bouwen
De gronden binnen deze bestemming dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan.
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strandvakken
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - strandvak' geldt het volgende: a. per aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - strandvak' is maximaal één strandvak toegestaan; b. voor strandvakken van strandpaviljoens geldt een aaneengesloten bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 1.000 m² per strandvak. 4.3.2
Terrassen
Voor verharde en onverharde terrassen bij strandhoreca en bij ondergeschikte horeca van strand- en watersportaccommodaties geldt het volgende: a. een verhard dan wel onverhard terras is uitsluitend toegestaan binnen een strandvak als bedoeld in lid 4.3.1, met dien verstande dat een terras alleen mag worden gebruikt indien binnen betreffende strandvak ook een strandpaviljoen of strand- en watersportaccommodatie aanwezig is of wordt gebouwd en het betreffende strandpaviljoen of de betreffende strand- en watersportaccommodatie gedurende het badseizoen in stand wordt gehouden; b. voor verharde en onverharde terrassen bij strandhoreca geldt een maximum oppervlakte van 1.000 m², met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van het strandpaviljoen en bouwwerken geen gebouwen zijnde in mindering dient te worden gebracht op het maximum oppervlakte voor terrassen; c. verharde en onverharde terrassen bij ondergeschikte horeca van strand- en watersportaccommodaties zijn toegestaan, met dien verstande dat het oppervlak van een terras meetelt in de maximum vloeroppervlakte als bedoeld in artikel 1.54 onder c; d. in afwijking van het bepaalde onder c is een groter terras toegestaan indien de bestaande oppervlakte van het terras groter is dan zoals is bepaald onder c, met dien verstande dat de oppervlakte van het terras niet verder mag worden vergroot. 4.3.3
Evenementen
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - strandplein' zijn maximaal drie meerdaagse muziekevenementen per jaar toegestaan met dien verstande dat: a. voor de meerdaagse muziekevenementen een totaal maximum aantal van 15 dagen per jaar geldt, exclusief op- en afbouw; b. per dag een totaal maximum aantal van 6.000 bezoekers geldt.
4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde onder lid 4.1 ten behoeve van het toestaan van strandhoreca en/of strand- en/of watersportverenigingen gedurende de winterperiode met dien verstande dat: a. de minimale hoogte van de onderkant van het vloerpeil op NAP + 4,5 m ligt; b. de maximale hoogte van de onderkant van het vloerpeil op NAP + 6 m ligt; c. vooraf advies is ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en Rijkswaterstaat; d. de gemeente binnen het kader van een omgevingsvergunning aan de provincie van Zuid-Holland indien
18
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
e. f. g. h.
4.5
nodig om een ontheffing vraagt van de provinciale Omgevingsverordening. de gemeente binnen het kader van een omgevingsvergunning aan de provincie van Zuid-Holland indien nodig om een ontheffing vraagt op grond van de Wet natuurbescherming; de ruimte tussen jaarrondbebouwing en de duinvoet ter hoogte of ter plaatse van Natura 2000-gebieden vrij moet zijn van obstakels die verstuiving tegen kunnen gaan; alle bebouwing op het strandvak gebouwd wordt op minimaal 8 meter uit de duinvoet; in afwijking van sub g mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte' gedurende de zomerperiode bebouwingop minimaal 3 m uit de duinvoet aanwezig zijn.
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de in sublid 4.2.3 bedoelde aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende strandcabines' van de verbeelding wordt verwijderd zodat ter plaatse geen afwijkende maatvoeringen zijn toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend toepassing wordt gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid indien de situatie met afwijkende maatvoeringen langer dan 12 maanden is beëindigd.
status: ontwerp
19
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
5.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen, overeenkomstig de planregels die gelden voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen bouwwerken worden gebouwd, indien: a. er sprake is van: 1. bouwwerken ter vervanging of vernieuwing van bestaande bouwwerken, waarbij alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. het oprichten of uitbreiden van bouwwerken waarbij het te bebouwen oppervlakte van de bouwwerken maximaal 100 m² bedraagt, of 3. het oprichten of uitbreiden van bouwwerken, zonder dat er grondwerkzaamheden dieper dan NAP + 5 m moeten worden uitgevoerd, of b. op basis van bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek van het bevoegd gezag blijkt dat de in lid 5.1 omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, of c. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of d. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of e.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord, maar de volgende voorwaarden in acht genomen worden: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/ of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen, en/ of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een archeologisch deskundige met opgravingsbevoegdheid.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Verbod
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen, verleggen of dempen van sloten en andere waterlopen en het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c. het verlagen van het waterpeil; d. het ophogen van de bodem met meer dan 0,50 m; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen.
20
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
5.3.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in sublid .5.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden indien: a. op basis van bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek van het bevoegd gezag blijkt dat de in lid 5.1 omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, of b. het werkzaamheden in de bodem betreffen tot een diepte van NAP + 5 m of het gebied van de werken een omvang heeft die kleiner is dan 100 m², of c. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de bestaande verstoringsdiepte, of d. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of e. de werken en werkzaamheden op een inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht, of f. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingsvergunning. 5.3.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 5.3.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een archeologische deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
status: ontwerp
21
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
6.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen, overeenkomstig de planregels die gelden voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen bouwwerken worden gebouwd, indien: a. er sprake is van: 1. bouwwerken ter vervanging of vernieuwing van bestaande bouwwerken, waarbij alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. het oprichten of uitbreiden van bouwwerken waarbij het te bebouwen oppervlakte van de bouwwerken maximaal 250 m² bedraagt, of 3. het oprichten of uitbreiden van bouwwerken, zonder dat er grondwerkzaamheden dieper dan NAP +,5 m moeten worden uitgevoerd, of b. op basis van bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek van het bevoegd gezag blijkt dat de in lid 6.1 omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, of c. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of d. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of e.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord, maar de volgende voorwaarden in acht genomen worden: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/ of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen, en/ of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een archeologisch deskundige met opgravingsbevoegdheid.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Verbod
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen, verleggen of dempen van sloten en andere waterlopen en het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c. het verlagen van het waterpeil; d. het ophogen van de bodem met meer dan 0,50 m; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen.
22
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
6.3.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in sublid 33.3.1.is niet van toepassing op werken en werkzaamheden indien: a. op basis van bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek van het bevoegd gezag blijkt dat de in lid 33.1 omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, of b. het werkzaamheden in de bodem betreffen tot een diepte van NAP +5 m of het gebied van de werken een omvang heeft die kleiner is dan 250 m², of c. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de bestaande verstoringsdiepte, of d. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of e. de werken en werkzaamheden op een inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht, of f. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingsvergunning. 6.3.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 33.3.1. wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een archeologische deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
status: ontwerp
23
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 10
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 10' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
7.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen, overeenkomstig de planregels die gelden voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen bouwwerken worden gebouwd, indien: a. er sprake is van: 1. bouwwerken ter vervanging of vernieuwing van bestaande bouwwerken, waarbij alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. het oprichten of uitbreiden van bouwwerken waarbij het te bebouwen oppervlakte van de bouwwerken een omvang heeft die kleiner is dan 250 m² , of 3. het oprichten of uitbreiden van bouwwerken, zonder dat er grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld moeten worden uitgevoerd, of b. op basis van bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek van het bevoegd gezag blijkt dat de in lid 7.1 omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, of c. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of d. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of e.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord, maar de volgende voorwaarden in acht genomen worden: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/ of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen, en/ of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een archeologisch deskundige met opgravingsbevoegdheid.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Verbod
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen, verleggen of dempen van sloten en andere waterlopen en het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c. het verlagen van het waterpeil; d. het ophogen van de bodem met meer dan 0,50 m; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; i. het uittrekken en/of slopen van ondergrondse bouwwerken.
24
status: ontwerp
Regels behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
7.3.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in sublid 7.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden indien: a. op basis van bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek van het bevoegd gezag blijkt dat de in lid 7.1 omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, of b. het werkzaamheden in de bodem betreffen tot een diepte van 0,3 m onder maaiveld of het gebied van de werken een omvang heeft die kleiner is dan 250 m², of c. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de bestaande verstoringsdiepte, of d. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of e. de werken en werkzaamheden op een inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht, of f. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingsvergunning. 7.3.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 7.3.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een rapport dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een archeologische deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.