18. Bijlage 1. Toelichting OBP Kustwerk (1872343)
Tekst van het document
Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk toelichting
Gemeente Katwijk
IMRO_idn
NL.IMRO.bpKATkustwerkherz-on01
Datum
11 februari 2021
Planstatus
bestemmingsplan (ontwerp)
Inhoudsopgave behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Inhoudsopgave
Toe lichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Situering en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 6
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
7 7 8 13 14
Hoofdstuk 3 Huidige situatie 3.1 Historische schets 3.2 Stedenbouwkundige opzet 3.3 Natuurnetwerk Nederland
20 20 21 30
Hoofdstuk 4 Planopzet 4.1 Ambitie/ Doelstelling van het plan 4.2 Stedenbouwkundige opzet 4.3 Strandhoreca 4.4 Strand- en watersportverenigingen 4.5 Reddingsposten 4.6 Overig
33 33 33 36 40 41 41
Hoofdstuk 5
Milieu & omgevingsaspecten
42
Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Opbouw regels
43 43 44
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid & handhaving 7.1 Inspraak 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen 7.4 Economische uitvoerbaarheid 7.5 Handhaving
47 47 47 47 47 48
Hoofdstuk 8
49
2
Procedure bestemmingsplan
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Toelichting
status: ontwerp
3
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 4 april 2013 is het bestemmingsplan 'Kustwerk Katwijk' vastgesteld voor het Katwijkse areaal aan zee, strand en duin. De aanleiding voor dat bestemmingsplan was indertijd om het projectplan 'Kustversterking Katwijk' (nieuwe waterkering) juridisch-planologisch mogelijk te maken en om de parkeerdruk in Katwijk te verminderen met behoud van de ruimtelijke kwaliteit (ondergrondse parkeergarage). Deze ingrepen leidden ook tot inrichtingsen verplaatsingsmaatregelen van bestaande functies/gebouwen op het strand. Het strand heeft een grote recreatieve functie en is een belangrijk onderdeel van de economische sector en het toerisme in Katwijk. In de praktijk is tot nu toe echter gebleken dat de voor het strand opgenomen regels in het geldende bestemmingsplan in sommige gevallen moeilijk hanteerbaar zijn. Het bestemmingsplan functioneert daardoor niet altijd even goed meer. Op 14 maart 2019 heeft de gemeenteraad daarom besloten een start te maken met de partiële herziening van het bestemmingsplan 'Kustwerk Katwijk'. Tegelijkertijd is er een voorbereidingsbesluit genomen om eventuele ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Omdat het voorbereidingsbesluit na een jaar zou verstrijken is op 13 februari 2020 een nieuw voorbereidingsbesluit genomen. Het strand is een dynamische zone waar de ontwikkelingen de laatste jaren snel zijn gegaan.
De voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan beoogt de bestaande regelgeving te verduidelijken en inzichtelijk te maken hoe het strand door paviljoenhouders en andere belanghebbenden gebruikt mag worden zonder daarbij de rechten van de strandexploitanten uit het oog te verliezen. Hiermee wordt beoogd om een verdere ruimtelijke kwaliteitsimpuls van het Katwijkse strand te realiseren en verrommeling van het strand tegen te gaan. Door regels te hanteren die in de praktijk goed handhaafbaar zijn wordt duidelijkheid voor de gehele strandzone verschaft. De voorliggende partiële herziening heeft niet tot doel om meer strandbebouwing mogelijk te maken dan waar in het geldende bestemmingsplan al van uit is gegaan. Het aantal strandpaviljoens en overige accommodaties neemt dus niet toe als gevolg van deze partiële herziening. Wel zijn de bouw- en gebruiksregels voor de strandpaviljoens op enkele ondergeschikte onderdelen aangepast naar aanleiding van de praktijkervaring en enkele wensen van de ondernemers . Het gaat daarbij onder meer om een versoepeling van de 25% regel en het mogelijk maken van een zitgelegenheid in de zone voor een strandhuisje (zie paragraaf 4.2 voor een uitgebreidere omschrijving). Ook is rekening gehouden met een permanente seizoensvestiging van de Surfschool Katwijk op de huidige locatie (geen jaarrond).
1.2
Situering en begrenzing plangebied
Het plangebied van de voorliggende partiële herziening omvat het gehele Katwijkse strand en de tussen het strand en de Boulevard gelegen duinzone. De begrenzing van de partiële herziening komt overeen met de in het geldende bestemmingsplan opgenomen bestemmingen 'Recreatie - Strand' en 'Recreatie - Duinen' (zie ook de volgende paragraaf en hoofdstuk 4) en wordt gevormd door: de gemeentegrens met Noordwijk (noordoostzijde); het duingebied Coepelduynen, het duingebied ten noordwesten van de Boulevard en en het duingebied Meijendel en Berkheide (zuidoostzijde); de gemeentegrens met Wassenaar (zuidwestzijde); het water van de Noordzee (noordwestzijde).
4
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Afbeelding: globale ligging plangebied partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Momenteel gelden in het betreffende plangebied de volgende bestemmingsplannen: Kustwerk Katwijk, vastgesteld door de raad op 4 april 2013 Parapluplan Parkeren Katwijk, vastgesteld door de raad op 15 februari 2018. De voorliggende partiële herziening vervangt enerzijds de bestemmingen 'Recreatie - Strand' en 'Recreatie Duinen' uit het geldende bestemmingsplan 'Kustwerk Katwijk' en anderzijds de parkeerregeling uit het parapluplan (ter plaatse van het plangebied). Ook worden eventuele besluiten tot afwijking van het bestemmingsplan vervangen die in de afgelopen planperiode zijn genomen in het betreffende plangebied van de herziening. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de wijze waarop de bestemmingen 'Recreatie - Strand' en 'Recreatie Duinen' uit het geldende bestemmingsplan 'Kustwerk Katwijk' en de parkeerregeling uit het parapluplan (ter plaatse van het plangebied) zijn vervangen.
status: ontwerp
5
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
1.4
Leeswijzer
De toelichting is als volgt opgebouwd. Na de inleiding in hoofdstuk 1, wordt in hoofdstuk 2 de belangrijkste informatie uit diverse beleidsnota's van verschillende overheden vermeld, voor zover deze relevant zijn voor de partiële herziening. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en hoofdstuk 4 besteedt in het bijzonder aandacht aan de ruimtelijke en functionele aspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de milieu & omgevingsaspecten en in hoofdstuk 6 wordt het juridisch kader nader toegelicht. Hoofdstuk 7 bevat de resultaten van het overleg met betrokken diensten, besturen en overheden en de resultaten van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Ook wordt in dit hoofdstuk de economische uitvoerbaarheid beschreven en in dit hoofdstuk bevindt zich de paragraaf met betrekking tot handhaving. Hoofdstuk 8 besteedt aandacht aan de procedure van een bestemmingsplan.
6
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Hoofdstuk 2
Beleidskader
Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan maakt de partiële herziening geen nieuwe relevante ontwikkelingen mogelijk;het aantal strandpaviljoens en overige accommodaties zal niet toenemen. De voorliggende partiële herziening heeft betrekking op het aanpassen en verduidelijken van bestaande regels. Het voor het plangebied relevante beleidskader is al beschreven in hoofdstuk 2 van de toelichting van het bestemmingsplan 'Kustwerk Katwijk'. Met betrekking tot Europees, rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid kan worden gesteld dat er zich in principe geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan die een nadere toelichting en afweging vragen. Uitzondering hierop zijn het het Nationaal Waterplan (2016-2021), het Kustpact (2017), de provinciale Omgevingsverordening (2019), het Waterbeheersplan 5 (2016-2021), de Rijnlandse Keuren Uitvoeringsregels (2015) en het gemeentelijk strandbeleid (2016, concept), de Toeristische Agenda Katwijk (2015-2019) en de Nota Evenementenbeleid (2016, concept). Op dit beleid zal in de navolgende paragrafen in worden gegaan.
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationaal Waterplan (2016-2021)
Met het Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van de kust blijft Nederland streven naar de toepassing van Integrated Coastal Zone Management volgens de Europese aanbeveling van 2012. Met de Nationale Visie Kust uit 2013 hebben de gezamenlijke overheden een integrale visie neergezet voor de ontwikkeling van een veilige, aantrekkelijke en economisch sterke kust. De regionale overheden blijven verantwoordelijk voor de ruimtelijke ontwikkeling. Het kabinet wil meedenken met regionale wensen voor meervoudig gebruik van de keringen en experimenteren met afspraken over meegroeiconcepten van gebieden rond de keringen, met behoud van de veiligheid. De regels zijn verankerd in de Beleidslijn Kust, welke weer is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
2.1.2
Kustpact
De minister van Infrastructuur & Milieu heeft samen met kustprovincies, kustgemeenten, waterschappen en natuurorganisaties afspraken gemaakt om de openheid van de kust te behouden. Deze afspraken zijn in februari 2017 door de diverse partijen ondertekend en staan bekend als het Kustpact. Er is in het kustpact gezocht naar een balans om de ongerepte kust te behouden maar de kust niet helemaal op slot te zetten voor bebouwing: Alle betrokken overheden spreken de intentie uit om in duinen en op het strand géén nieuwe recreatieve bebouwing toe te staan. Uitzondering zijn bouwplannen waarover al afspraken zijn gemaakt in bijvoorbeeld een bestemmingsplan of vergunning; die kunnen nog doorgaan. Dit geldt voor alle recreatieve bebouwing, dus ook voor seizoensbebouwing. Langs de hele kust wordt alle bebouwing scherp begrenst in daarvoor aangewezen zones. Daarbuiten is géén ruimte is voor nieuwe recreatieve bebouwing. Deze afspraken komen in provinciale verordeningen te staan. Het kustpact bevat harde procesafspraken hoe een en ander wordt opgenomen in het beleid van Rijk, provincies en gemeenten. Het kustpact benoemt en onderschrijft de te beschermen kernkwaliteiten van de kustzone: 1. vrij zicht en grootschaligheid; 2. natuurlijkheid en dynamiek; 3. robuuste waterstaat; 4. contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden; 5.
contrasten met het achterland; 6. kusterfgoed in het duingebied en het achterland; 7. kustplaatsen en achterland; 8. gebruikskwaliteiten, en;
status: ontwerp
7
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
9. culturele en mentale betekenis van de kust. Het kustpact erkent dat onze kust van grote waarde is voor landschap, natuur, economie en mensen. Een ontwikkeling moet de kernkwaliteiten van de kustzone respecteren of zelfs versterken. Een aantasting van de kernkwaliteiten is niet toegestaan.
2.1.3
Conclusies
In het plangebied dient op basis van de afspraken in het Kustpact geen nieuwe recreatieve bebouwing te worden toegestaan. Daarnaast dient de al toegestane bebouwing scherp te worden begrensd in toegestane zones.
2.2
Provinciaal beleid
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. In de Omgevingsverordening is het beleid in de Omgevingsvisie in regels vertaald. Het betreft regels omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Zuid-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. De Omgevingsverordening is bindend voor gemeenten, de visie en de overige onderdelen niet – die zijn alleen bindend voor de provincie zelf. In het navolgende wordt daarom voornamelijk ingegaan op de Omgevingsverordening.
2.2.1
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De Omgevingsverordening is op 20 februari 2019 vastgesteld en 9 april 2019 gewijzigd. De huidige geconsolideerde versie is per 20 april 2019 in werking getreden. In hoofdstuk 6 van de regels van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die van belang zijn om het provinciale beleid of het provinciale belang te laten doorwerken in de uitoefening van taken of bevoegdheden door andere bestuursorganen dan provinciale staten. In de verordening is een onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande ruimtelijke ontwikkelingen. Onder bestaande bebouwing, bestaand gebruik of een bestaande ruimtelijke ontwikkeling wordt verstaan hetgeen: ingevolge het op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan rechtmatig aanwezig is; waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening bij een omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan of een aanvraag hiertoe is ingediend die kan worden verleend; in overeenstemming met de verordening tot stand is gekomen of waarvoor ontheffing van de verordening is verleend of waarover het gemeentebestuur een besluit heeft genomen als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter. Het begrip 'nieuwe bebouwing' of 'nieuw gebruik van grond of bebouwing' dat ook in de verordening wordt gehanteerd, kan worden beschouwd als de tegenhanger van het begrip 'bestaand'.
Gelet op het voorgaande is de op het strand aanwezige strandbebouwing grotendeels als bestaande bebouwing en bestaand gebruik aan te merken (ook de seizoensbebouwing). De locaties van de strandbebouwing bevinden zich verder in bestaand stads- en dorpsgebied als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De herziening heeft weliswaar betrekking op een versoepeling van enkele bouw- en gebruiksregels voor de strandpaviljoens maar deze versoepeling heeft slechts betrekking op ondergeschikte onderdelen (zie paragraaf 4.2). Deze ondergeschikte onderdelen zijn niet aan te merken als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarvoor regels gelden op het gebied van ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Ook is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 6.10). Dat geldt wel voor de definitieve locatie van de Surfschool Katwijk. De Surfschool is weliswaar al op de beoogde locatie gevestigd maar doordat dat een tijdelijke vergunning betreft is er planologisch gezien sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarvoor de regels ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen en ruimtelijke kwaliteit gelden. Voor de herziening zijn daarom de onderwerpen milieubeschermingsgebieden grondwater (artikel 3.4.2 van de
8
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Verordening), ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9 van de Verordening), stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10) en Natuurnetwerk Nederland (artikel 6.24 van de Verordening) van belang. Milieubeschermingsgebieden grondwater In artikel 3.4.2 is ruimte gereserveerd voor regels ten aanzien van milieubeschermingsgebieden grondwater. Een deel van het plangebied is volgens de kaart als zodanig aangewezen.
Afbeelding: de als milieubeschermingsgebied grondwater aangewezen gronden (blauw vlak)
In de regels van de Verordening zijn dus nog geen bepalingen opgenomen. Er wordt daarom aangesloten op de regels zoals deze ook elders in Katwijk voor dit gebied worden toegepast. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 worden voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen regels gegeven met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit. Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is mogelijk indien deze past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging voorziet in de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart in de Visie (inpassen). Uitzonderingen zijn ook toegestaan: Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit maar qua aard en/of schaal leidt tot een wijziging op structuurniveau (aanpassen), dan wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen (zoals duurzame sanering van leegstaande bebouwing, wegnemen van verharding en/of het toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen).
Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past binnen de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), dan wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen (zie hiervoor).
status: ontwerp
9
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Aanvullend geldt dat aanpassen of transformeren niet mogelijk is bij gebieden die zijn aangewezen als 'beschermingscategorie 1', tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur, of van natuur, of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en er voorts wordt voldaan aan de bij aanpassing en transformatie gestelde voorwaarden. Uit de kaart 'Beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit' blijkt dat locatie van de Surfschool Katwijk niet is aangewezen als 'beschermingscategorie 1', net als de rest van een groot deel van het strand voor de bebouwde kom van Katwijk aan Zee. In de toelichting op de Verordening is een onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen die worden gekwalificeerd als inpassing, aanpassing en transformatie. Onder deze vormen van ontwikkeling wordt verstaan: 1. Inpassing. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint.
Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. Een voorbeeld is de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint. Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassing – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan. Bij transformatie-opgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. De Surfschool Katwijk heeft planologisch gezien betrekking op beperkte aanpassingen van strandbebouwing.
Gelet op het voorgaande is de permanente vestiging aan te merken als 'inpassing'. De herontwikkeling dient daarom te passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit, er mag geen wijziging worden voorzien in de aard en schaal van het gebied en er dient te worden voldaan aan de richtpunten van de kwaliteitskaart. In de Visie Ruimte en Mobiliteit is een kwaliteitskaart opgenomen (https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijkekwaliteit/kwaliteitskaart/), waarnaar in de regels van de Omgevingsverordening een directe koppeling is gelegd. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op de kwaliteitskaart is de locatie van de Surfschool Katwijk aangewezen als : Laag van de ondergrond: 'Kustcomplex, zeezandafzettingen' en 'Water als structuurdrager'; Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en Laag van de stedelijke occupatie: 'Water als structuurdrager'; Laag van de beleving: 'Romeinse Limes' en 'Kustlandschappen: Strand- en duinlandschap'; Voor deze kwaliteiten geldt het volgende: Kustcomplex, zeezandafzettingen: Het kustlandschap is opgebouwd uit een opeenvolging van zee, strand, jonge duinen, strandvlakten en strandwallen parallel aan de kust. Deze langgerekte structuur is op twee
10
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
plaatsen onderbroken: bij de monding van de Oude Rijn en bij de voormalige monding van de Maas. Veel strandwallen zijn in de loop van de tijd vergraven voor het zand of de bollenteelt, waardoor het kenmerkende reliëf is verdwenen. De duinen en het strand kennen een grote natuurlijke dynamiek en uitersten in omstandigheden: van droog en heet naar nat en koud of van zout naar zoet. Dit maakt het strand en de duinen ecologisch erg waardevol. Richtpunten: 1. Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). 2. Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. 3. Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Water als structuurdrager: Het watersysteem beslaat zowel het oppervlakte- als het grondwater en is daarmee zeer bepalend voor het functioneren van de provincie in al haar facetten. Daarmee is het watersysteem ook medebepalend voor de ruimtelijke kwaliteit en vormt het een structuurdrager van de Zuid-Hollandse identiteit. Het water in Zuid-Holland kent vele verschijningsvormen: grote rivieren, deltawateren, (boezem)vaarten, kanalen, veenstroompjes, sloten en plassen.
Dit water vertelt veel over de geschiedenis van Zuid-Holland en de kunde op het gebied van waterbeheersing. Wonen of recreëren op of langs dit water is een waarde voor veel inwoners en bezoekers. Over de belangrijkste vaarwegen worden mensen en goederen vervoerd. Ook natuurwaarden hangen nauw samen met de kwaliteit en kwantiteit van water. Richtpunten: 1. Ontwikkelingen houden rekening met hun invloed op het watersysteem als geheel en dragen bij aan een duurzame en zo eenvoudig mogelijke werking van dit systeem. 2. Ontwikkelingen versterken de samenhang en continuïteit in het watersysteem als dragende ecologische en recreatieve structuur van Zuid-Holland. Ruimte voor natuurlijke dynamiek is hierbij een uitgangspunt. 3. Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater. Romeinse Limes: De Limes is de aanduiding van de noordgrens van het voormalige Romeinse rijk, die zich in Europa uitstrekt van de Balkan tot in Engeland. In Nederland vormt de Rijn de noordgrens. In Zuid-Holland wordt de Limes gevormd door een zone langs de Oude Rijn, van de grens van Zuid-Holland met Utrecht tot aan de kust bij Katwijk, en door een zone langs het Rijn-Schiekanaal, vanaf Leiden naar Voorburg.
De kernwaarden betreffen: verspreide, losse militaire complexen en infrastructuur (forten, wachttorens, militaire kampementen, havens, scheepswrakken en aanlegplaatsen); steden, grafvelden en (water)infrastructuur die redelijkerwijs behoren tot de militaire centra; verbindende structurerende elementen als de rivier (gereconstrueerde bedding van Beneden-, Kromme en Oude Rijn in de Romeinse tijd), de Limesweg en enkele andere stukken infrastructuur als het Kanaal van Corbulo en de weg tussen Nijmegen en Rijn. De Limes kan gebruikt worden als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze zone, waar mogelijk door een koppeling te leggen met (nieuwe) recreatieve routes. Richtpunt: 1. Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud en de herkenbaarheid van de Limes en de elementen die daar deel van uitmaken. Kustlandschappen: Strand- en duinlandschap: Dit is een reliëfrijk, overwegend niet gecultiveerd, zandlandschap van strand en jonge duinen met hoge natuur- en recreatiewaarden. Natuurlijke processen als verstuiving, vernatting en bosvorming zijn duidelijk zichtbaar door de voortdurende dynamiek van zand, golven en wind. Duingebieden worden afgewisseld door grote en kleine badplaatsen en havens. Het gebied is van belang voor de waterveiligheid en drinkwatervoorziening. De kust is een aantrekkelijke plek om te recreëren.
Gedurende het strandseizoen kenmerkt het strand zich door een afwisseling van (drukke) strandopgangen en boulevards, waar strandtenten en strandhuisjes vaak het beeld bepalen, naar zeer rustige stranden zonder bebouwing. Dit contrast en deze diversiteit zijn kwaliteiten van het strand als belangrijke openbare en recreatieve ruimte van Zuid-Holland. Het is van groot belang om in de directe nabijheid van de stad plekken te weten waar rust en openheid het beeld bepalen. Richtpunten: 1. Ontwikkelingen dragen bij aan of versterken de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen. 2. Ontwikkelingen dragen zorg voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland. Nieuwe strandbebouwing voor verblijfsrecreatie nabij duingebied op rustige stranden is daarmee niet toegestaan.
status: ontwerp
11
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Het project voldoet aan de gestelde richtpunten, voor zover deze aan de orde zijn. De beoogde ontwikkeling leidt tot een verbetering van de beleving van de zee. Er is feitelijk geen sprake van nieuwe strandbebouwing. Stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.10 regelt dat een omgevingsvergunning voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling, ingaat op de toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Indien de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en de locatie groter is dan 3 hectare, dient er bovendien gebruik te worden gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt elke ruimtelijke ontwikkeling begrepen, dus ook bestaande. De ontwikkeling zoals beschreven in subparagraaf 4.2.2 is, gelet op de definities in de Verordening en het Bro, aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die door middel van (ondergeschikte) herstructurering in bestaand stads- en dorpsgebied wordt gerealiseerd. Aangezien de locatie kleiner is dan 3 hectare is er geen sprake van een locatie als bedoeld in het Programma ruimte. De ladder houdt in dat aangetoond wordt dat de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele (regionale) behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd.
In het Programma ruimte is aangegeven welke voorwaarden de provincie stelt aan regionale afstemming. Ook is in het Programma ruimte aangegeven wat kan worden verstaan onder het begrip 'regio'. Het project heeft betrekking op het (beperkt) verruimen van de mogelijkheden van strand- en watersportaccommodaties in bestaand stads- en dorpsgebied. Deze aanpassingen zijn zo kleinschalig dat er geen sprake is van een gevolg voor de actuele regionale behoefte. Natuurnetwerk Nederland In artikel 6.24 is bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland zoals aangewezen in de verbeelding geen bestemmingen mag aanwijzen die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperkt of die leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.
12
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Afbeelding: de als Natuurnetwerk Nederland aangewezen gronden (groene arcering)
De partiële herziening van het bestemmingsplan heeft deels betrekking op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland, namelijk de stranden ten zuidwesten en westen van de bebouwde kom. Op deze stranden bevinden zich enkele bestaande strandvakken van strandpaviljoens en strand- en watersportaccommodaties. De voorliggende herziening maakt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan echter geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuur significant beperkt of die leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de hoofdstructuur. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is er geen sprake van een wijziging van verhard oppervlak of een intensivering van functies. Volledigheidshalve zijn in de herziening wel beschermende regels opgenomen ten aanzien van de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland. Ook is een maximum aantal strandhuisjes vastgelegd voor de strandvakken die zijn gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het maximum aantal is daarbij gebaseerd op het bestaande aantal.
2.2.2
Conclusies
De partiële herziening heeft betrekking op bestaande bebouwing en bestaand gebruik als bedoeld in de Omgevingsverordening. Doordat er geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn gemaakt zijn alleen de regels met betrekking tot Natuurnetwerk Nederland van toepassing. De partiële herziening is niet in strijd met de regels voor het Natuurnetwerk Nederland. Volledigheidshalve zijn in de herziening wel beschermende regels opgenomen ten aanzien van de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland. Ook is een maximum aantal strandhuisjes vastgelegd voor de strandvakken die zijn gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het maximum aantal is daarbij gebaseerd op het bestaande aantal.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Waterbeheerplan 5 - 2016-2021 Waardevol water (WBP5)
Het WBP5 zet de lijnen uit voor de strategie, het beleid en de uit te voeren maatregelen in de planperiode 2016-2021. Onder het motto 'droge voeten en schoon water' staat al het werk van Rijnland in het teken van drie hoofddoelen: (1) veiligheid tegen overstromingen, (2) voldoende water, (3) gezond water, inclusief goed beheer van de afvalwaterketen. Rijnland staat in de periode 2016-2021 voor grote opgaven. Het zwaartepunt ligt bij verbetering van regionale keringen, implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-actueel), renovatie van boezem- en poldergemalen en het uitvoeren van het reguliere baggerprogramma voor polder en boezem. In het WBP5 zijn geen concrete maatregelen met betrekking tot he onderhavige plangebied opgenomen. Watertoets Een zogenaamde "watertoets", uitgevoerd door de waterbeheerder het Hoogheemraadschap van Rijnland, is gewenst bij de opstelling van de bestemmingsplannen. De watertoets vormt een bindende schakel tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen.
Het voorontwerp van de partiële herziening zal in het kader van het wettelijk verplicht vooroverleg (zie paragraaf 7.2) worden toegezonden aan het Hoogheemraadschap. Deze heeft in dit kader een wateradvies verstrekt (P.M.).
2.3.2
Keur en uitvoeringsregels (2015)
Op 11 maart 2015 heef het bestuur van het hoogheemraadschap van Rijnland een nieuwe Keur en daarbij behorende uitvoeringsregels vastgesteld. Deze regels zijn per 1 juli 2015 in werking getreden. De “Keur en uitvoeringsregels” maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De handelingen die invloed hebben op het functioneren van het watersysteem wordt gereguleerd via een zorgplicht, algemene regel, vergunningplicht of een absoluut verbod.
status: ontwerp
13
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Deze Keur is vastgesteld na een grootschalige dereguleringsslag waardoor het uitgangspunt 'ja, tenzij' wordt gebruikt. In beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald. Indien dat het geval is, zijn er nadere regels voor die handelingen vastgesteld. Nadere regels zijn voorschriften van een algemene regel of voorwaarde waaronder een vergunningplichtig(e) werk of handeling wordt toegestaan. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Beleidsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt. Bepalingen van de Keur en de Uitvoeringsregels horen niet in bestemmingsplannen te worden vertaald, om dubbele regelgeving te voorkomen. Desalniettemin is het wel relevant om te zien welke beleidsregels er van toepassing zijn ter plaatse van de zeewering. Voor bouwen in de zeewering geldt in geval van bouwen buiten de bebouwingscontouren of het bouwen van jaarrond bebouwing een vergunningsplicht terwijl voor bebouwing die binnen de contouren en tijdens het badseizoen (de periode tussen 1 februari en 1 november) wordt gebouwd een zorgplicht met erkende maatregel geldt (zie paragraaf 19.3 van de uitvoeringsregels). Seizoensbebouwing is zodoende niet vergunningplichtig.
De voorwaarden voor vergunningverlening van jaarrond bebouwing en bebouwing buiten de contouren zijn onder meer: Het realiseren van bebouwing op het strand is toegestaan, wanneer: 1. het aanwezige zandvolume vrij kan bewegen tussen de palen en onder de vloerbalken, en 2. de bebouwing uit zodanige elementen bestaat dat deze bij afslag van de kust in delen uiteenvalt, en 3. de ruimte tussen de bebouwing en de afrastering, zoals die door Rijnland is aangewezen en als zodanig aanwezig is, vrij blijft van objecten in de periode tussen 1 november en 1 februari; 4. de afstand van de bebouwing tot aan de afrastering van de duinvoet minimaal 8 meter bedraagt, en 5. de minimale onderlinge afstand tussen de jaarrondbouwwerken minimaal twee maal de breedte van het onderheide gedeelte parallel aan de afrastering bedraagt. Een nieuw bouwwerk buiten de bebouwingscontouren is toegestaan, wanneer: 1. er aantoonbaar sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang om het bouwwerk te realiseren, en 2. het bouwwerk geen belemmering vormt voor het proces van afslag tijdens zware stormen, en 3. het bouwwerk uit zodanige elementen bestaat dat deze bij afslag van de kust in delen uiteenvalt. Herbouw, verbouw of aanbouw buiten de bebouwingscontouren is toegestaan, wanneer: 1. het ter vervanging is van een bestaand gebouw en wordt aangelegd op een bestaande fundering; 2.
het bij aanbouw gaat om een eenmalige uitbreiding van een bestaand bouwwerk, waarbij de uitbreiding maximaal 10 procent bedraagt van het oorspronkelijke bouwwerk; 3. het bouwwerk geen belemmering vormt voor het proces van afslag tijdens zware stormen; 4. het bouwwerk uit zodanige elementen bestaat dat deze bij afslag van de kust in delen uiteenvalt. Een nieuw bouwwerk binnen de bebouwingscontouren is toegestaan, wanneer: 1. het geen belemmering vormt voor het proces van afslag tijdens zware stormen; 2. het uit zodanige elementen bestaat dat deze bij afslag van de kust in delen uiteenvalt; 3. het bouwwerk zich niet zeewaarts bevindt van de bestaande doorgetrokken voorgevelrooilijn van bestaande bebouwing.
2.3.3
Conclusies
De regels in de herziening mogen niet strijdig zijn met de voorwaarden die ten aanzien van strandbebouwing zijn gesteld in de kustnota en de uitvoeringsregels.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Vigerend bestemmingsplan
Bestemmingsplan In het algemeen geldt dat de vigerende rechten voor het strand en de duinzone langs de Boulevard zullen worden gerespecteerd en overgenomen in de voorliggende partiële herziening, tenzij er sprake is van een ruimtelijk ongewenste ontwikkelingsmogelijkheid. De herziening heeft alleen betrekking op de in het geldende bestemmingsplan opgenomen bestemmingen 'Recreatie - Strand' en 'Recreatie - Duinen'. Ten aanzien van de plansystematiek in voorliggende plan, in relatie tot de vigerende rechten, dient het volgende te worden opgemerkt:
14
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
a. b. c.
d.
De voorliggende herziening is gebaseerd op het geldende bestemmingsplan, waarbij rekening is gehouden met de gemeentelijke standaard wijze van bestemmen; De begrenzing van het plangebied is afgestemd op de begrenzingen van de bestemmingen 'Recreatie Strand' en 'Recreatie - Duinen' waarbij beide bestemmingen volledig zijn opgenomen in de herziening; In het geldende bestemmingsplan zijn in zowel de bestemming 'Recreatie - Strand' als de bestemming 'Recreatie - Duinen' 16 strandpaviljoens en 3 watersportverenigingen toegestaan, alsmede (onbeperkt) strandhuisjes, strand- en sportvoorzieningen en reddingsposten. In de praktijk komen deze voorzieningen niet voor in de bestemming 'Recreatie - Duinen en deze zijn hier ook niet wenselijk. In de herziening zijn strandpaviljoens, watersportverenigingen, strandhuisjes, strand- en sportvoorzieningen en reddingsposten daarom niet langer toegestaan in de bestemming 'Recreatie - Duinen', conform de uitsterfregeling die in het geldende bestemmingsplan is opgenomen. In de bestemming 'Recreatie - Strand' is door middel van een zonering vastgelegd waar strandpaviljoens, watersportverenigingen, strandhuisjes, strand- en sportvoorzieningen en reddingsposten wel en niet zijn toegestaan. Deze zonering komt overeen met de bestaande situatie op het strand. De gebruiks- en bouwrechten zijn gelijk maar hier en daar zijn verduidelijkingen toegepast.
De dubbelbestemmingen voor archeologie, cultuurhistorie en waterstaat zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan.
Paraplubestemmingsplan De in het parapluplan opgenomen dynamische verwijzing naar het Katwijkse parkeerbeleid is, conform d gemeentelijke standaard, overgenomen in de overige regels.
Omgevingsvergunningen Na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan heeft zich nog een vierde watersportvereniging op het strand gevestigd. Het betreft de Surfschool Katwijk, welke momenteel is gevestigd nabij de noordelijke reddingspost. Voor deze locatie is een tijdelijke omgevingsvergunning verleend in afwijking van het bestemmingsplan.
2.4.2
Omgevingsvisie Katwijk
De gemeenteraad van Katwijk heeft op 1 februari 2018 de Omgevingsvisie Katwijk (Zelfverzekerd in de regio) vastgesteld. In deze visie zijn vier ontwikkelstrategieën opgenomen: Sterke kust, Florerende onderneming, Katwijkse kernen en Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
status: ontwerp
15
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Afbeelding: uitsnede visiekaart sterke kust Ten aanzien van het strand en de duinen is onder meer aangegeven dat Katwijk zich verder wil ontwikkelen als een kwalitatieve familiebadplaats en in zet op een klimaatbestendige kust. Toerisme is een sector waarbij innovatie belangrijk is voor het functioneren op langere termijn. Katwijk koestert verder de positie in het landschap en beschermt de groene buffers en de Natura 2000-gebieden, maar benut de kansen die het landschap biedt voor recreatie en toerisme (buiten de beschermde gebieden). Wandelen en fietsen behoren in Natura 2000 gebied wel tot de mogelijkheden. De gemeente is nu bezig met de actualisering van de Omgevingsvisie (naar verwachting in 2021 gereed). Voor het strand is de visie gericht op een continuering van de bestaande beleidsintenties.
2.4.3
Strandbeleid 2016
Het strandbeleid 2010 is geëvalueerd en weergegeven in de door het college van B&W vastgestelde Nota Strandbeleid 2016. Geconstateerd is dat het beleid voldoende ruimte biedt voor ondernemers en recreatie, de eerder ingezette beleidslijn is daarom voortgezet. Centraal daarin staat Katwijk te profileren als familiebadplaats met rust en ruimte én met levendigheid door bij Katwijk passende evenementen en ruimte voor ondernemers waarbij geen overlast voor omwonenden mag ontstaan. De nota Strandbeleid 2016 beslaat diverse onderwerpen, zoals: strandexploitatie: de belangrijkste regels voor strandexploitanten; horeca op het strand. Strandpaviljoens Strandpaviljoens hebben zich door de jaren heen ontwikkeld tot steeds professioneler wordende horecabedrijven, waarbij de helft van de 16 paviljoens jaarrond geëxploiteerd worden. Hoewel de gemeente deze groei toejuicht, is het niet wenselijk dat het karakter van de inrichtingen (paviljoens) wijzigt. De bestemming van de huidige inrichtingen is lichte horeca. Belangrijk aspect hierbij is dat de inrichting primair gericht is op het verstrekken van maaltijden. De regelgeving is afgestemd op deze vorm van exploitatie. Vanuit de optiek van openbare orde en veiligheid is het niet wenselijk dat er harde horeca gevestigd wordt aan het strand.
Deze horeca, zoals cafés en bars, is primair gericht is op de verstrekking van alcohol en kent een vergroot risico op verstoring van de openbare orde en veiligheid. Voor deze vorm van horeca-exploitatie is het strand niet geschikt. Er is geen toezicht in de nacht op het strand en het is s nachts vanwege het gebrek aan verlichting donker op het strand. Aanvullend is het strand moeilijk(er) bereikbaar voor politie. Strandpaviljoens zijn wel geschikt voor de exploitatie van besloten feesten. Dit zijn veelal bijeenkomsten van persoonlijke aard zoals bruiloften en verjaardagen, of bedrijfsfeesten. Vanwege het besloten karakter van de feesten is er geen openbare orde risico. De strandcabines vormen een wezenlijk en beeldbepalend onderdeelvan het Katwijkse strand en dienen daarom behouden te blijven. Al jarenlang maken met name Katwijkse families gebruik van deze strandcabines en dit is een traditie waar de gemeente Katwijk trots op is en wil behouden voor haar burgers. Het minimum aantal strandcabines per strandpaviljoen is op verzoek van de strandpaviljoenhouders naar beneden bijgesteld in verband met de exploitatie van de strandhuisjes waar nachtverblijf mogelijk is. In de herziening is de toegestane maatvoering van de cabines vastgelegd.
Ook is conform de onderstaande tabel per strandvak een minimum aantal strandcabines vastgelegd doordat er een dynamische verwijzing is opgenomen naar de aantallen in het strandbeleid 2016. De verhuurperiode van de strandcabines loopt van 1 mei tot 1 oktober.
16
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Tabel: minimum aantal strandcabines per strandpaviljoen (NB: de namen van sommige strandpaviljoens zijn indicatief en kunnen tussentijds wijzigen)
Met het vaststellen van het bestemmingsplan Kustwerk Katwijk zijn indertijd ook strandhuisjes (voor overnachting) toegestaan gedurende het zomerseizoen (1 februari tot 1 november) op het strand. De regels voor de bebouwingmogelijkheden zijn vastgelegd in het geldende bestemmingsplan waarin onder andere is geregeld wat de onderlinge afstand is tussen de strandhuisjes en de oppervlakte van een strandhuisje. Paviljoenhouders mogen per paviljoen 1 speel- of sporttoestel plaatsen in hun gehuurde strandvak. Hierdoor wordt de aantrekkelijkheid van het strand voor gezinsbezoek vergroot. In de herziening is de toegestane maatvoering van de speelt- of sporttoestellen vastgelegd. Strandverenigingen Naast de strandpaviljoens zijn er ook 4 watersportverenigingen actief op het strand. De betreffende verenigingen zijn: Katwijkse Watersportvereniging Skuytevaert: Op het meest zuidelijke strandvak is de watersportvereniging Skuytevaert gevestigd. Bij deze vereniging kan men gaan watersporten in de vorm van zeilen, motorbootvaren of vissen. Het zeilen en vissen zijn de belangrijkste peilers van de vereniging. Dit kan zowel recreatief als in wedstrijdverband. In de zomerperiode is op het betreffende strandgedeelte het containerpark van de vereniging opgesteld. Het grootste deel van de containers is bestemd voor de opslag van zeilen en pakken.
Verder zijn er het Waeckhuys, de wedstrijdtoren en het Klaphuys. Katwijkse Branding Surf Club: De Katwijkse Branding Surfclub is één van de twee surfverenigingen op het strand. De laatste tijd is met name het kitesurfen snel gegroeid. Voor deze sport zijn dan ook specifiek strandvakken aangewezen. Kitesurf vereniging Airtime: Dit is de tweede surfvereniging op het strand en deze is gevestigd op het meest noordelijke strandvak. Airtime is, evenals de KBS, één van de grootste kitesurfverenigingen in Nederland. Surfschool Katwijk: Op het strandvak van strandpaviljoen Surf en Beach was voorheen surfschool Katwijk gevestigd maar de surfschool is inmiddels verhuisd naar een nieuwe locatie bij de noordelijke reddingspost. Bij deze surfschool worden golfsurflessen gegeven. Naast deze lessen worden ook Stand Up Paddle (SUP) lessen gegeven. Een nieuwe vorm van surfen. De huidige locatie bij de noordelijke reddingspost is via een tijdelijke vergunning mogelijk gemaakt. Naar een permanente locatie wordt nog gezocht. Reddingsposten Gedurende het seizoen wordt er door de politie, Gemeentelijke Opsporings Ambtenaren (GOAs) en de Katwijkse Reddings Brigade (KRB) toezicht op het strand en het water gehouden. De GOAs houden met name toezicht op regelgeving van de APV voor het strand en het gebruik en schoonhouden van de strandvakken.
status: ontwerp
17
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
De in totaal twee reddingsposten zijn strategisch gekozen waarbij de ligging is gebaseerd op de opbouw van de kustlijn. Naast de aan de zuidzijde van het Uitwateringskanaal gelegen KRB-post is er ook een KRB-post aan de Zuidzijde. De KRB strandwachten zorgen ervoor dat de strandbezoeker veilig kan recreëren door middel van het regelmatig patrouilleren langs het strand en op zee.
2.4.4
Toeristische Agenda Katwijk 2015-2019
Samen met de toeristische sector is in 2015 de Toeristische Agenda opgesteld. Op 15 oktober 2015 is de agenda vastgesteld in de raad. De ambitie is om het toerisme in Katwijk jaarlijks met 5% te laten groeien. Om deze groei te bereiken wordt ingezet op meer marketing, versterking van het toeristisch product en samenwerking in de regio. Bij versterking van het toeristisch product wordt onder andere ingezet op uitbreiding van het aantal bedden door het opstellen van een bed&breakfast beleid, faciliterend rode loper beleid en een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar een hotel. De doelstelling is om het aantal bedden in vier jaar tijd met 200 uit te breiden.
2.4.5
Archeologische verwachtingskaart
In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Op de archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidskaart van de gemeenten Katwijk, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse, Teylingen en Hillegom uit 2015 zijn de archeologische verwachtingswaarden van het deel van het kustwerk in de gemeente Katwijk weergegeven. Een deel van het plangebied is gelegen binnen de archeologische waardevolle Limeszone.
Binnen het plangebied is daardoor sprake van de volgende categorieën: categorie 3: Limeszone provincie Zuid-Holland met Jonge Duinen, bescherming via verordening an hoge en zeer hoge archeoologische (verwachtings)waarden binnen contour (dieper dan 5 m + NAP / 100 m²); categorie 4: Jonge Duinen, mogelijk op Oude Duinen op strandwal zones met een lage tot hoge verwachting (dieper dan 5 m + NAP / 250 m²); categorie 10: waterbodem Noordzee (dieper dan 30 cm onder maaiveld / 250 m²). In de herziening is door middel van archeologische dubbelbestemmingen rekening gehouden met de ter plaatse geldende verwachtingen.
2.4.6
Nota Evenementenbeleid 2016
In 2016 is door burgemeester en wethouders de nota Evenementenbeleid 2016 vastgesteld. De basis wordt gevormd door regels die betrekking hebben op reguliere (alle) evenementen. Aan de andere kant bestaan er traditionele volksfeesten met een ruimer regime. Daar waar nodig is in het beleid aangegeven wat de mogelijkheden zijn per locatie. Daarbij is rekening gehouden met openbare orde, veiligheidsaspecten, milieuaspecten en overlast naar omwonenden. Ook in de vergunningverlening op grond van de APV worden deze aspecten meegewogen. Om de collectieve festiviteiten en volksfeesten mogelijk te maken zullen deze evenementen ook op grond van de bestemming mogelijk moeten worden gemaakt. Ten aanzien van het strand is vermeld dat het strand zich goed leent voor (sport)evenementen. Wel moet rekening worden gehouden met de verschillende gebruikers.In de zomerperiode is een groot deel van het strand verhuurd aan strandexploitanten en watersportverenigingen. Voor evenementen op verhuurde strandvakken is daarom, een evenementenvergunning, nodig. Voor sportevenementen en evenementen die lawaai produceren (bijv. door middel van muziek of motoren)zijn de kaders aangegeven voor wat er mogelijk is. Overige evenementen zullen per aanvraag worden beoordeeld. Kader:
18
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Ten aanzien van evenementen die lawaai produceren geldt dat deze evenementen op het strand ter hoogte van de Noordduinen en de Zuidduinen niet zijn toegestaan (m.u.v. het jaarlijks terugkerend Jaarfeest georganiseerd door Skuytevaert binnen Strandvak B). Op het strand ter hoogte van de Boulevard zijn wel enkele mogelijkheden. De burgemeester is terughoudend met het toestaan van gemotoriseerde evenementen, in verband met overlast en mogelijke veiligheidsrisicos die een dergelijk evenement met zich mee brengt. In de toekomst is het wel de vraag in hoeverre gemotoriseerde evenement passend zijn gelet op wensen ten aanzien van duurzaamheid In de maanden juni, juli, augustus en september is het tussen 10.00 uur en 18.00 uur niet mogelijk om sportevenementen te organiseren die meerdere strandvakken beslaan, hierbij kan gedacht worden aan hardloop-en/of fietswedstrijden. Voor wat betreft evenementen met muziek geldt dat: 1. verenigingen die een directe binding hebben met het strand en de zee, naast de eventuele festiviteiten die gepaard gaan met aan bepaalde verenigingen gerelateerde Nationale en Internationale bekerwedstrijden, jaarlijks één evenement mogen organiseren. 2. de strandexploitantenjaarlijks één gezamenlijk muziekevenement mogen organiseren (Festival Reuring aan Zee).
Om het festival kleinschalig van karakter te houden is een tent buiten de inrichting hierbij niet mogelijk.Daarmee vervalt ook de noodzaak om een evenementenvergunning aan te vragen. Om gebruik te kunnen maken van een ruimere geluidsnormering dient Reuring aan Zee aangewezen te worden als collectieve festiviteit. 3. Het Strandplein is voor de gemeente Katwijk een nieuwe unieke toplocatie, waarvan verwacht wordt dat het voor veel organisatoren aantrekkelijk is om hier een muziekevenement te organiseren. Vanuit het bestemmingsplan is geregeld dat er op het Strandplein maximaal drie meerdaagse muziekevenementen per jaar plaats mogen vinden,met tezamen een maximum van 15 dagen muziek. In de regels van de herziening is het maximaal toegestane aantal bezoekers aan dergelijke evenementen vastgelegd.
2.4.7
Conclusies met betrekking tot het plangebied
In het geldende bestemmingsplan zijn 16 strandpaviljoens en 3 watersportverenigingen bij recht mogelijk gemaakt. In de voorliggende herziening is rekening gehouden met de bestaande gebruiks- en bouwrechten. De herziening past daarmee binnen de in de Omgevingsvisie geuitte wens om Katwijk verder te ontwikkelen tot een kwalitatieve familiebadplaats waarbij tegelijkertijd ook de Natura 2000-gebieden worden beschermd. In het Strandbeleid 2016 en het Evenementenbeleid 2016 zijn ruimtelijke regels aangegeven voor het gebruik van het strand. Met deze regels is rekening gehouden in de voorliggende herziening.
status: ontwerp
19
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
Hoofdstuk 3 3.1
Huidige situatie
Historische schets
Katwijk aan Zee is als vissersdorp ontstaan, in een naar het strand aflopende duinvallei. De kern van het middeleeuwse Katwijk aan Zee was het kerkplein met de Sint Andraeskapel. Deze kerk heeft tot het begin 17de eeuw midden in het toenmalige dorp gestaan: na een aantal stormen, waarbij de bebouwing aan de strandkant in zee verdween, kwam de kerk aan de kust te staan.Het kerkplein kreeg via de Zuidstraat een aantakking op de Zeeweg naar Katwijk aan den Rijn. Hier wordt al de basis gelegd van het uitwaaierend stratenpatroon dat zo kenmerkend is voor het vissersdorp. De vestiging van de bewoners meer landinwaarts leidde tot de eerst bescheiden uitbreidingen van het dorp. Door afzanding werden verschillende duinpannen bij het dorp betrokken en bebouwd met kleine visserswoningen en boerderijen. Hofjes zoals de Schippersdam, dat overigens eind jaren '70 gebouwd is, geven een indruk van het karakter van de toenmalige bebouwing. Het vissersdorp was gericht op de kerk en keerde zich af van de zee vol gevaren. Door de aanleg van de Boulevard (verhard in 1883) kreeg het dorp een zeefront, gericht op de horizon. Het zeefront bestond uit een gevarieerde verzameling gebouwen: vissershuizen, villa's, een weeshuis, hotels en pensions. Van dit zeefront is nu niets meer over omdat deze in 1942 en '43 werd gesloopt in opdracht van de Duitse bezetter.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het geamoveerde gebied weer bebouwd, volgens het wederopbouwplan van Van der Kloot Meijburg. Het zeefront kreeg een nieuwe noord-zuid gerichte verkaveling, aan de zeezijde, begrensd door een brede boulevard. De bebouwing bestaat uit twee en drie bouwlagen. De overgang tussen de woningen en de Boulevard wordt vormgegeven door gemetselde terrasafscheidingen. Dit nieuwe zeefront bepaalt nog steeds het beeld van de badplaats; een veel homogener beeld dan het oude zeefront. De huidige Boulevard met uniform zeefront, gebouwd in de jaren ’50, en monumentale, historische gebouwen als de Vuurbaak (1608) en de Oude kerk (omstreeks 1460) zijn zeer kenmerkend voor Katwijk aan Zee en hebben cultuurhistorische waarde. De Boulevardbebouwing is een uniek voorbeeld van wederopbouwarchitectuur na WO II. Vanaf het strand zelf zijn de Vuurbaak en de Oude kerk nog steeds goed herkenbaar.
20
status: ontwerp
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
3.2
Stedenbouwkundige opzet
Het gebied dat valt binnen de begrenzing van de partiële herziening van het bestemmingsplan Kustwerk Katwijk is omvangrijk qua omvang maar de ruimtelijke en functionele karakteristiek is overzichtelijk: een strandzone met strandgerelateerde functies en een tussen de Boulevard en het strand gelegen duinzone met strandopgangen, wandelpaden en een ondergrondse parkeergarage. In deze paragraaf wordt de bestaande ruimtelijke en functionele karakteristiek voor beide zones beschreven.
3.2.1
Strandzone
De tussen de gemeentegrenzen met Noordwijk en Wassenaar in gelegen Katwijkse strandzone is onder te verdelen in twee delen, namelijk het circa 950 meter brede deel ten noorden van het Uitwateringskanaal en het circa 3,2 kilometer brede deel ten zuiden van het Uitwateringskanaal.
Afbeelding: het deel ten noorden van het Uitwateringskanaal (globaal aangegeven met een rode belijning) en het deel ten zuiden (globaal aangegeven met een blauwe contour)
Op deze delen zal nader in worden gegaan in de subparagrafen 3.2.1.2 en 3.2.1.3, voorafgegaan door een algemene beschrijving van de Katwijkse strandvakken.
status: ontwerp
21
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Kustwerk Katwijk"
3.2.1.1 Algemene beschrijving strandvakken Een groot deel van het strand van Katwijk is verdeeld in strandvakken ,welke door de gemeente privaatrechtelijk worden verhuurd aan strandpaviljoenhouders of strand- en watersportverenigingen. Voor de strandvakken gelden de volgende algemene regels: Strandhoreca: 1. Per strandvak mag 1 strandhorecapaviljoen worden gebouwd, bestaande uit een hoofdgebouw en eventuele aan- en bijgebouwen. In beginsel zijn de gebouwen en de daarbij behorende exploitatie alleen tijdens de zomerperiode (1 februari tot 1 november) toegestaan, tenzij er het betreffende strandhorecapaviljoen aan de gestelde voorwaarden voldoet en er is besloten dat het paviljoen jaarrond mag (en dus ook in de winterperiode aanwezig mag zijn). 2. Per strandhorecapaviljoen geldt een minimum bebouwd oppervlak van 275 m² en een maximum bebouwd oppervlak van 600 m², inclusief aan- en bijgebouwen en overdekte terrassen. Voor een strandhorecapaviljoen geldt een maximum breedte van 60 meter en een maximum diepte van 25 meter. Strandhuisjes en strandcabines (zie hierna) tellen niet mee in het maximum bebouwd oppervlak van 600 m². 3. De lange zijde van een strandhorecapaviljoen loopt parallel aan de afrastering van de duinvoet. Een strandhorecapaviljoen ligt op minimaal 3 meter afstand van de afrastering van de duinvoet. 4.