17. Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Tekst van het document
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938) 21 april 2021 Onderstaande vragen zijn ingediend door raadslid De Vreugd maar gesteld namens de ChristenUnie- en de SGP-fractie. De antwoorden van het college van B&W op de vragen van de fracties staan schuin gedrukt onder de vraag. Nr. 1.
Vraag & Antwoord In het stuk Jeugdhulp Gemeente Katwijk link wordt het percentage verwijzingen genoemd. Bijvoorbeeld door gemeentelijke toegang of huisarts. Bij een percentage van 22% is onbekend hoe wordt doorverwezen. a) Hoe is het mogelijk dat 22% van de verwijzingen onbekend zijn? b) Heeft de gemeente in beeld welke zorg wordt geleverd via deze verwijzingen? c) Heeft de gemeente in beeld welke organisaties zorg bieden? d) Is bekend hoeveel kosten gemaakt worden voor de verwijzingen waarbij niet bekend is welke instantie heeft doorverwezen? a) Binnen ons huidige jeugdhulpstelsel is het mogelijk dat een zorgaanbieder zelf toeleidt naar een andere zorgaanbieder als het nodig of wenselijk is de zorg opof af te schalen of als die aanbieder de hulpvraag niet op kan lossen. De oorspronkelijke, wettelijke verwijzer is in deze gevallen dan ook onbekend. b, c en d) Ja, dit is in beeld. Via de facturatie is te volgen welke zorg wordt geleverd door welke organisatie voor welk bedrag.
2.
In hetzelfde stuk zien we dat aan Zorg in Natura €13.800.000 en aan PGB een budget van €1.400.000 is uitgegeven in 2020. Er staat echter bij dat de cijfers 2020 incompleet zijn in verband met onvolledige facturatie. a) Wat is de duiding en oorzaak van deze onvolledige facturatie? b) Heeft de gemeente intussen wel een beeld van de volledige facturatie? c) Wat betekent het financieel voor de gemeente Katwijk? a) Onvolledige facturatie houdt in dat de facturatie voor een jeugdhulptraject nog niet volledig is afgehandeld. Voor wat betreft Zorg in Natura is dat een normaal proces; in de meeste gevallen wordt er pas gefactureerd als een hulptraject volledig is afgerond. Aangezien veel hulptrajecten minstens enkele maanden lopen, laat de facturatie regelmatig enige tijd op zich wachten. Ook na afronding van het traject kan er nog tijd overheen gaan, bijvoorbeeld door de, soms uitgebreide, administratieve processen bij de aanbieder of doordat de TWO Holland Rijnland, waar het contractmanagement is belegd, tijd nodig heeft om de facturatie te controleren op juistheid en te verwerken.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 1 van 8
Nr.
Vraag & Antwoord b) Het jaarbeeld 2020 en de daarop gebaseerde begroting 2021 worden volgens planning op het regionale PHO Jeugd van 19 mei a.s. gepresenteerd. Zo snel mogelijk daarna zal de gemeenteraad worden geïnformeerd over de uitkomsten daarvan en de consequenties voor de lokale begroting. c) Zie antwoord b.
3.
Per 1 juli 2021 is er geen coöperatie meer. Het personeel wordt direct gedetacheerd naar de gemeente vanuit hun moederorganisatie. Een aantal vragen: a) Wat verandert hierdoor bij de gemeente? b) Wat verandert er voor de hulpverleners? c) Wat betekent het voor de kwaliteit van zorg? a) Voor de gemeente betekent dit dat er een groter aantal medewerkers onder onze directe aansturing valt. Door die directe aansturingslijn kan de gemeente meer inhoudelijke sturing geven op het jeugddomein. Verder geldt dat deze medewerkers door de gemeente worden voorzien van de facilitaire zaken die zij nodig hebben om hun werk uit te voeren. Bovendien verwachten we een kostenbesparing door een vermindering van de overhead. b) Voor de hulpverleners betekent het meer helderheid in de aansturingslijn. Voorheen hadden zij een manager vanuit hun moederorganisatie, een directeur en coach vanuit de coöperatie en deels beleidsmatige aansturing vanuit de gemeente. Nu is er enkel nog sprake van een manager vanuit de moederorganisatie en een clustermanager vanuit het wijkteam. Dat maakt onder andere dat er kortere lijnen ontstaan bij vraagstukken rondom ziektevervanging en opleiding. Bovendien is er nu meer focus op binding met Katwijk en de Katwijkse maatschappelijke organisaties.
c) De directe aansturingslijn zorgt er naar verwachting voor dat we beter integraal kunnen werken en daardoor beter in kunnen spelen op de eigen kracht van inwoners. Bovendien kunnen we door de directe aansturingslijn veel makkelijker zaken (bijv. werkprocessen) die in de praktijk niet optimaal blijken te werken aanpassen. Onze verwachting is dat de kwaliteit van zorg daardoor verbetert.
4.
Op termijn moet het wijkteam bestaan uit 10 jeugdconsulenten in dienst van de gemeente. a) hoe verloopt deze transitie richting zorgaanbieder? b) vanuit welke achtergrond werken de jeugdconsulenten (opleiding), c) hoe wordt de privacy gewaarborgd? Antwoord a) De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek en de Leidse regio hebben ervoor gekozen om de toegang op een andere wijze in te richten. De gemeenten hebben het voornemen uitgesproken om voor de zomer de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in een keer op de hoogte brengen van de routes rondom de lokale toegangen. Hierin willen wij als regio gezamenlijk optrekken, omdat wij de aanbieders niet willen overspoelen met informatie, met het risico dat informatie verloren gaat. b) De jeugdconsulenten hebben allen ten minste een hbo-opleiding en een SKJ-registratie. Dat betekent dat zij geaccrediteerd zijn en staan geregistreerd in het beroepsregister. Zij hebben diverse opleidingsachtergronden, bijvoorbeeld maatschappelijk werk- en dienstverlening of pedagogiek, en daarnaast relevante werkervaring bij verschillende partijen uit het jeugddomein. Hun kennis van het werkveld houden ze op peil door middel van onder andere de verplichte bijscholingen die nodig zijn om hun SKJ-registratie te behouden.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 2 van 8
Nr.
Vraag & Antwoord c) De privacy wordt gewaarborgd doordat het integrale werkverdelingsoverleg, waar bezien wordt wie de passende regisseur is voor het huishouden, anoniem wordt gehouden. Pas na toedeling wordt aan de regisseur bekend gemaakt om welk huishouden het gaat. Bovendien wordt de privacy gewaarborgd doordat het hulpverleningsdossier (met daarin bijv. de gespreksverslagen en de voortgang m.b.t. de hulpverleningsdoelen) gescheiden wordt gehouden van het regiedossier. Ten slotte is er onlangs een privacy-convenant afgesloten waarin gemeenten en de belangrijkste hulpverleningspartijen uit de Duin- en Bollenstreek afspraken hebben gemaakt over hoe hulpverleningspartijen omgaan met het delen van privacygevoelige informatie.
5.
Bij jeugdhulp Katwijk wordt lichte ondersteuning geboden. Totaal budget is 2.800.000 euro via de MAG. Dit totale MAG-budget geeft ons geen inzicht aan wie welke hulp wordt geboden. a) Welke hulp wordt geboden via de MAG? b) Aan hoeveel jeugdigen wordt hulp geboden via de MAG? c) is er informatie bekend over de door- en uitstroom? a) De Maatschappelijke Agenda gaat over alle beleidsthema’s binnen het Sociaal Domein. Denk dan aan Wmo, Jeugd, Gezondheidsbeleid, Sport, Kunst & Cultuur, Jeugdwet en de Participatiewet. Maar ook onze Toegang en maatwerkvoorzieningen vallen inhoudelijk onder dit beleidsdocument. De €2.800.000 euro richt zich dan ook niet alleen op de ondersteuning aan jeugdigen en hun gezin. Vanuit de Maatschappelijke Agenda wordt vanuit de volgende opdrachten een vorm van hulp of ondersteuning geboden: Preventie en vroegsignalering Jeugd en Gezin Gezonde leefstijl Sociale veiligheid Ontmoeten in de wijk Jeugd- en Jongerenwerk De partijen die in het kader van deze opdrachten gesubsidieerd worden zijn te vinden op www.detoekomstvankatwijk.nl. Deze partijen leveren een bijdrage aan een stevig preventief voorveld en richten zich vooral op het versterken van de eigen kracht, de gezondheid / vitaliteit en de sociale veiligheid. b) Het aantal jeugdigen dat hulp krijgt via de Maatschappelijke Agenda is moeilijk aan te geven.
De MAG is ook niet ingericht om te sturen op aantallen, maar is gericht op het bereiken van effecten in de maatschappij. Deze effecten proberen we via het databoek in beeld te brengen. Het is echter lastig vast te stellen hoeveel jeugdigen een positief effect ervaart van de MAG, bijvoorbeeld doordat de ouders / verzorgers deel hebben genomen aan een training of webinar, doordat de buurtcohesie is versterkt of doordat zij kunnen deelnemen aan activiteiten bij de bibliotheek of het jeugd- en jongerenwerk. c) Doelstelling van de activiteiten die in het kader van de MAG worden uitgevoerd is het creëren van een sterke samenleving. Door- en uitstroom is geen prominent doel van deze activiteiten en cijfers hierover worden dan ook niet door de partners van de Maatschappelijke Agenda bijgehouden.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 3 van 8
Nr. 6.
Vraag & Antwoord Welke inzichten heeft de gemeente op dit moment over de redenen van te weinig doorstroom en uitstroom? Van onvoldoende uitstroom is sprake als een hulpvraag is opgelost maar een casus niet afgesloten wordt. Er is inmiddels een groot aantal theoretische inzichten in de oorzaken daarvoor waarvan we hier een aantal kunnen noemen. De AEF-rapportage “Stelsel in Groei” over de structureel benodigde middelen in de jeugdhulp van december 2020 signaleert bijvoorbeeld dat de betrokken professionals vooral getraind zijn in het herkennen en oplossen van problemen en daarbij vanwege ernstige casuïstiek uit het verleden geneigd zijn tot risicomijdend gedrag. Een andere genoemde oorzaak is het bestaan van wachtlijsten. Als het tot de mogelijkheden behoort dat een gezin of jeugdige binnen afzienbare tijd weer hulp nodig heeft, wordt de casus vaak vastgehouden, omdat die anders weer enkele maanden op de wachtlijst moet staan alvorens aan de beurt te zijn. Juist hiermee worden echter diezelfde wachtlijsten in stand gehouden. Ten slotte kan een gebrekkige steunstructuur in de eigen leefomgeving van het gezin een reden zijn om een casus niet af te sluiten, terwijl de echte hulpvraag is opgelost. Als er wel een sterke steunstructuur is, hetzij in het eigen netwerk, hetzij door laagdrempelige preventieve voorzieningen in de wijk, kan een casus eerder ‘losgelaten’ worden.
Van onvoldoende doorstroom is sprake als een hulpvraag niet is opgelost maar de cliënt wel bij een aanbieder blijft die de hulpvraag niet op kan lossen. Ook hiervoor geldt dat dit kan worden veroorzaakt doordat er voor verschillende hulpvormen bij meerdere jeugdhulpaanbieders wachtlijsten gelden. Er is dan sprake van een wachttijd voordat een jeugdige of gezin door kan stromen naar een aanbieder die de hulpvraag wel op kan lossen. Dit kan weer het gevolg zijn van het bereiken van de maximale bestedingsruimte door de betreffende jeugdhulpaanbieders, maar ook capaciteitstekort of ontbrekende expertise bij sommige aanbieders is een oorzaak. Een andere reden is dat voor sommige hulpvormen onvoldoende aanbod beschikbaar is, binnen onze regio of zelfs landelijk. Overigens verwachten wij van aanbieders wel dat zij, los van deze argumenten, zelf ook aan transformatie doen en dus de juiste hulp voor deze jeugdigen verzorgen door tijdig door te verwijzen of hulp in te zetten van een andere aanbieder via onderaannemerschap.
7.
Welke maatregelen zijn genomen om doorstroom en uitstroom te verbeteren? Een van de uitgangspunten van in het programmaplan jeugdhulp 2021 is dat jeugdhulpverlening tijdelijk is en in de eerst plaats gericht is op herstel van het normale leven. Waar dat passend is, wordt samen met de jeugdige en het gezin zo snel mogelijk een alternatief voor specialistische jeugdhulp gezocht dat aansluit bij het ‘normale’ leven. Op regionaal niveau wordt dit uitgangspunt met de aanbieders besproken en in de ontwikkelplannen nader geconcretiseerd. Een alternatief voor specialistische jeugdhulp hoeft overigens niet altijd te betekenen dat er geen hulpverlening meer is. Het kan bijvoorbeeld ook betekenen dat er meer helderheid gecreëerd wordt over de mogelijkheden voor doorstroming naar de Wet Langdurige Zorg, voor jeugdigen die zonder twijfel levenslang hulp nodig hebben. Op het regionale niveau wordt er zowel ambtelijk als bestuurlijk met zorgorganisaties gesproken. Gemeenten nemen een grotere rol in het accountmanagement op zich om ook bij aanbieders het belang van transformatie te benadrukken en daarop te kunnen sturen. Een belangrijke rol in het normaliseren is weggelegd voor onze lokale toegang in het wijkteam.
Door de inzet van de jeugdconsulenten kunnen we in individuele trajecten beter erop sturen dat doelen behaald worden en dat cliënten daarna uitstromen, zodat zij niet onnodig lang in de hulpverlening blijven. Ook de Maatschappelijke Agenda speelt een belangrijke rol in doorstroom en uitstroom. Via de MAG kunnen we een dekkend preventief netwerk creëren waarnaar afgeschaald kan worden als een jeugdige of gezin ‘klaar’ is in de specialistische hulpverlening.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 4 van 8
Nr. 8.
Vraag & Antwoord Welke doelstellingen heeft de gemeente gesteld als het gaat om de beleidsmaatregelen tav doorstroom een uitstroom? In het programmaplan jeugdhulp 2021, vastgesteld op 12 maart 2020, zijn verschillende ontwikkelopgaven opgenomen waarin doorstroom binnen de keten wordt gestimuleerd. Deze ontwikkelopgaven zijn vertaald in het Inkoopplan Jeugdhulp naar concrete doelen voor de verschillende inkoopsegmenten. Enkele voorbeelden hiervan zijn; Inzetten van casemanagement zodat er meer zicht is op uitstroommogelijkheden (eventueel naar Wlz) en doorstroom (voor een klein deel van de populatie naar passend onderwijs); Uitstroom bevorderen naar een (reguliere) vorm van onderwijs, zo nodig met aanvullende individuele ambulante ondersteuning Bevorderen uitstroom richting een reguliere vorm van buitenschoolse opvang. Zo nodig met ambulante behandeling op locatie; Uitstroom op het achttiende levensjaar naar Wmo begeleiding en/of dagbesteding en/of participatiewet Ambulante begeleiding en behandeling wordt meer dan nu ingezet om uitstroom uit behandeling met verblijf te realiseren Jeugdhulpbegeleiding wordt in samenhang gebracht met de (zich ontwikkelende) onderwijsbegeleiding zodat deze gezamenlijk bijdragen aan uitstroom uit dagbesteding en instroom in onderwijs.
9.
Er wordt gezegd dat er veel misschien wel te veel zorgaanbieders zijn. Ook is er sinds de decentralisatie landelijk geen zicht meer op welke aanbieder welke bedragen ontvangt voor welke zorg. a) Heeft de gemeente Katwijk dat inzicht wel? b) Zo ja, kunnen wij daar inzicht in krijgen, c) Zo neen, hoe gaat de gemeente Katwijk dat realiseren? a) Ja, de TWO Jeugdhulp Holland Rijnland, waar wij het contractmanagement hebben belegd, monitort via de contractgesprekken en de verwerking van de facturatiegegevens de uitnutting van de bestedingsruimtes van de jeugdhulpaanbieders. Zij hebben dit inzicht voor ons en informeren ons via de reguliere planning en control-cyclus op hoofdlijnen over de ontwikkelingen. Daarnaast informeert de TWO ons over financiële ontwikkelingen ten aanzien van specifieke jeugdhulpaanbieders. b) Hoewel dat wellicht mogelijk zou zijn, spelen met betrekking tot deze vraag enkele bezwaren. Ten eerste gaat het hier om bedrijfsgevoelige informatie die bij openbaarmaking sterk marktverstorend kan werken. De informatie zou dus hooguit in een vertrouwelijke sessie mondeling met de gemeenteraad gedeeld kunnen worden. Daarbij komt dat er in onze regio sprake is van 166 gecontracteerde aanbieders die een groot aantal verschillende zorgproducten leveren.
Het zou zeer veel capaciteit kosten om een overzicht te maken van alle aanbieders met welke producten zij leveren voor welke prijs. Het is de vraag wat die grote inzet precies zou opleveren, in aanmerking genomen dat het enerzijds lastig is om een gewogen oordeel te hebben over de tarieven zonder diepgaande kennis van de markt en anderzijds omdat de gemeenten in de regio Holland Rijnland gezamenlijk het contractbeheer in handen van de TWO hebben gelegd en de gemeente Katwijk slechts een van de deelnemers is. c) N.v.t.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 5 van 8
Nr. 10.
Vraag & Antwoord We lezen dat gemeenten veel meer geld uitgeven dan dat ze binnenkrijgen. Instellingen krijgen het geld niet. a) Geldt dat ook voor de gemeente Katwijk? b) Zo ja, waar gaat dat geld heen? a) Al het budget dat de gemeente Katwijk vanuit het Rijk krijgt voor jeugdhulp (en meer) wordt besteed aan jeugdhulp. Uiteraard is daarbij een onderscheid te maken tussen directe en indirecte kosten, waarbij de directe kosten de kosten zijn die gemaakt worden voor de hulpverlening en de indirecte kosten bijvoorbeeld de kosten voor overhead, administratie en (gemeentelijk) medewerkers. b) Zie het antwoord op vraag a
11.
Cliëntenstop/wachtlijsten. Er kan gebruik gemaakt worden van de Neen tenzij regeling. a) Wat gebeurt er met de hulpvraag als er ook bij andere organisaties (die dezelfde hulp zouden moeten/kunnen aanbieden) een budgetplafond is bereikt (dus een cliëntenstop)? b) Welke criteria worden gebruikt bij het bepalen of een hulpvraag behandeld moet worden? c) Wat betekent de Nee Tenzij regeling voor de keuzevrijheid bij het aantrekken van zorg? d) Welke effect heeft de Nee Tenzij regeling op de wachtlijsten? e) Heeft de gemeente inzicht in deze wachtlijsten? f) Kan een overzicht worden gegeven van zorgaanbieders en de wachtlijsten die daarbij aan de orde zijn? a) Op dit moment kan de Nee tenzij regeling worden toegepast. De jeugdhulp kan dan worden ingezet en bekostigd boven de maximale bestedingsruimte van een jeugdhulpaanbieder. b) Voordat er een beroep wordt gedaan op de Nee-tenzij-regeling hebben aanbieder en toeleider onderzocht of alternatief hulpaanbod beschikbaar is.
De volgende overwegingen dienen voorafgaand gemaakt te worden door het Wijkteam in samenspraak met de ouders/verzorgers en de jeugdhulpaanbieder: Is er een mogelijkheid om de cliënt op de wachtlijst te plaatsen? Kan zorg worden ingezet bij een andere jeugdhulpaanbieder? Is er mogelijkheid tot het inzetten van overbruggingszorg? Wat is de mate van urgentie? Welke zorg is noodzakelijk om in te zetten? c) De ‘nee, tenzij-regeling’ geeft aan dat het budgetplafond van een aanbieder in principe niet wordt verhoogd als het is bereikt en er toch meer vraag is naar hulp. Voor de keuzevrijheid heeft dit tot gevolg dat een aanvrager die graag hulp wil van een organisatie die zijn budgetplafond heeft bereikt kan kiezen om ofwel te wachten tot de aanbieder naar keuze weer wel ruimte heeft, ofwel toch voor een andere aanbieder te gaan. d) Het niet verhogen van de budgetplafonds terwijl er wel vraag is naar hulp zorgt ervoor dat de wachtlijsten toenemen. De Nee tenzij regeling geeft verwijzers de mogelijkheid om in urgente gevallen toch de hulp te bieden die zij nodig hebben bij een aanbieder die de maximale bestedingsruimte heeft bereikt. Deze cliënten gaan voor op de jeugdigen die op de wachtlijst staan.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 6 van 8
Nr.
Vraag & Antwoord e) Nee, inzicht in wachtlijsten kan alleen worden verkregen middels een uitvraag bij de jeugdhulpaanbieders. Ook dit geeft echter geen volledig beeld, bijvoorbeeld omdat jeugdigen bij verschillende jeugdhulpaanbieders worden aangemeld. Eenmaal in zorg volgt vaak niet direct een afmelding bij de verschillende jeugdhulpaanbieders. Wel is er inzicht in de wachttijden bij jeugdhulpaanbieders. Voor verschillende vormen van jeugdhulp is hiervoor in onze regio de beschikbaarheidswijzer geïntroduceerd. Via deze website zijn de wachttijden per zorgaanbieder en per zorgtype beschikbaar. Voor actuele informatie hierover in de beschikbaarheidswijzer zijn we afhankelijk van de jeugdhulpaanbieders die hiervoor input aanleveren. Momenteel wordt er op ingezet om het regelmatig aanleveren van informatie te stimuleren. In de beschikbaarheidswijzer is te zien wanneer een zorgaanbieder voor het laatst de wachttijden heeft bijgewerkt. f) Zie het antwoord onder e
12.
Lokaal wordt het account- en contractmanagement jeugdhulp uitgevoerd. Er zou een betere verbinding met de contractpartners moeten komen en men gaat op zoek naar lokale mogelijkheden. a) Welke lokale mogelijkheden zijn er in beeld in de gemeente Katwijk? b) Welke kwaliteitseisen worden gesteld? c) heeft de gemeente daar zicht op? a) Om beter te kunnen sturen wordt op regionaal niveau een nieuwe structuur ingericht waar de gemeenten, als opdrachtgever, en jeugdhulpaanbieders, als opdrachtnemer, met elkaar in gesprek gaan over de transformatie. In de afgelopen jaren was het volledige contract- en accountmanagement bij TWO Jeugdhulp Holland Rijnland belegd. In de nieuwe structuur blijft het contractmanagement bij de TWO belegd maar pakken de gemeenten zelf een grotere rol in het accountmanagement, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau. Daardoor hebben gemeenten en aanbieders meer mogelijkheden om met elkaar de dialoog te voeren over bijvoorbeeld de aansluiting bij de gemeentelijke toegang, het lokale voorveld en de specifieke kenmerken van de lokale populatie. De gemeente Katwijk wordt door vertegenwoordiging in diverse inkoopsegmenten een belangrijke gesprekspartner voor aanbieders. Lokaal worden op dit moment vooral gesprekken gevoerd met aanbieders die actief zijn op PGB-basis.
Via de regionale en lokale accountgesprekken en de Maatschappelijke Agenda proberen we een dekkend netwerk te creëren en aanbod te genereren op onderdelen waar dat voorheen niet was. Ook willen wij zoeken naar mogelijkheden om formele en informele zorg beter te combineren waardoor op- en afschalen eenvoudiger wordt. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het creëren van een BSO+. b) In de nieuwe overeenkomsten die per 1 januari 2022 voor gecontracteerde jeugdhulpaanbieders voor jeugdhulp op basis van Zorg in Natura gelden zijn de kwaliteitseisen aangescherpt. Met de aanstaande aanpassingen van de verordening en nadere regels worden de kwaliteitseisen die voor jeugdhulp op basis van PGB gelden hieraan gelijkgesteld. c)
Tot op heden geldt dat er tweemaal per jaar nieuwe aanbieders gecontracteerd kunnen worden. Voorafgaand aan contractering moeten zij aan kwaliteitseisen voldoen die staan opgenomen in de contracten die de TWO met de aanbieder sluit. De TWO toetst of aanbieders hieraan voldoen. De gemeente Katwijk kan desgewenst inzicht krijgen in die contracten.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 7 van 8
Nr. 13.
Vraag & Antwoord Hoeveel jongeren maken op dit moment gebruik van een PGB? En hoeveel jongeren hebben op dit moment een ZIN traject? Om een juiste vergelijking te maken geven wij de cijfers over heel 2020 weer: In 2020 hadden 1491 jeugdigen een ZIN-traject en zijn er 169 PGB-beschikkingen afgegeven. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat 125 jeugdigen gelijktijdig naast een PGB een Zorg in Natura traject hadden lopen.
14.
Welke percentage van de aangevraagde PGB’s wordt afgewezen? Welke argumentatie wordt hierbij gebruikt? Tijdens de gesprekken met de jeugdconsulent over de ondersteuningsbehoefte wordt de vraag gesteld of er een wens is voor een PGB. Als die wens er is wordt gezamenlijk de afweging gemaakt of dit in de situatie passend is. Het gevolg daarvan is dat minder dan 1% van de aanvragen voor een PGB wordt afgewezen. Een aanvraag voor een persoonsgebonden budget kan op de volgende onderdelen worden afgewezen: Als de jeugdconsulent beoordeelt dat: de aangevraagde ondersteuning niet onder de jeugdwet valt er geen (in beperkte mate) sprake is van bovengebruikelijke zorg, d.w.z. zorg die niet valt onder de normale, dagelijkse zorg die ouders verwacht worden aan hun kind te verlenen, passend bij de leeftijd van het kind. de inzet van het sociaal netwerk niet aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig is aan professionele ondersteuning de geboden hulp niet passend, adequaat en/of veilig is voor de jeugdige de zorgverlening voor de zorgverlener, die daarnaast mogelijk ook gebruikelijke hulp verleent, tot overbelasting leidt. een persoon uit het sociaal netwerk op enkele wijze druk uitoefent op de jeugdige en/of zijn ouders bij hun besluitvorming. de aanvrager in staat is om het budgethouderschap uit te voeren.
15.
Wat is de belangrijkste reden voor jongeren of hun ouders om een PGB (ipv een ZIN-traject) aan te vragen? Voor sommige cliënten is de ondersteuningsvraag zo specifiek dat binnen het aanbod van Zorg in Natura geen passende oplossing gevonden kan worden. Voor deze cliënten is een PGB een passende oplossing. Helaas zien we op dit moment een andere realiteit. We zien dat de persoonsgebonden budgetten in het verleden ook zijn ingezet om wachtlijsten of cliëntenstops te omzeilen of omdat specifieke aanbieders (nog) niet waren gecontracteerd als Zorg in Natura aanbieder. Hierdoor zijn er in de oude constructie, voor de komst van de jeugdconsulenten, pgb’s verstrekt aan ouders die hier niet de voorkeur aan gaven of die zwaar belast worden door de verantwoordelijkheid voor het budgetbeheer. Tijdens de eventuele herindicatie gaan de jeugdconsulenten hierover met budgethouders in gesprek en zij bespreken de mogelijkheden van Zorg in Natura.
21 april 2021
Nota van beantwoording van de informatieve vragen over collegebrief inzake financiële ontwikkelingen jeugdhulp 2021 en infographic (1859938)
Pagina 8 van 8