12. Bijlage 1. Nota Zienswijzen (9243)
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan ‘Partiële herziening Kustwerk Katwijk’
1 juni 2021
1
Inhoud 1. 2. 3.
Inleiding Beantwoording zienswijzen Ambtshalve wijzigingen
3 4 13
2
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Partiële herziening Kustwerk Katwijk’ heeft met ingang van vrijdag 5 maart 2021 tot en met donderdag 15 april 2021 voor een ieder ter inzage gelegen. Zowel in het gemeentehuis, als via www.ruimtelijkeplannen.nl bestond de mogelijkheid om het plan te raadplegen. Binnen deze termijn van zes weken kon een ieder zijn/haar zienswijze schriftelijk of mondeling kenbaar maken. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Partiële herziening Kustwerk Katwijk’ is toegezonden aan de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Rijnland, Liander, Dunea, Gasunie, Brandweer, RWS, gemeente Wassenaar en gemeente Noordwijk. Tevens is het ontwerpbestemmingsplan aan toegezonden de Vereniging van Strandexploitanten in de gemeente Katwijk (VvS), de paviljoens Zilt en Zand, de watersportaccommodaties: Airtime, Surfschool Katwijk, Katwijkse Branding Surfclub en Skuytevaert en de reddingsbrigades: KNRM en Katwijkse Reddingsbrigade. Gedurende bovengenoemde termijn zijn 5 zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Met de provincie Zuid-Holland heeft op 23 maart 2021 overleg plaatsgevonden over het ontwerpbestemmingsplan. Voor de volledigheid is dit in de voorliggende nota opgenomen. Door de brandweer is geen zienswijze ingediend, alleen een ontvangstbevestiging. Dit geldt ook voor de paviljoens Zilt en Zand.
In hoofdstuk 2 zijn de binnengekomen zienswijzen samengevat en beantwoord met daarbij de eventuele gevolgen voor het bestemmingsplan. Vervolgens staan in hoofdstuk 3 de ambtshalve wijzigingen op het ontwerp. De uit hoofdstuk 2 en 3 naar voren gekomen wijzigingen en aanvullingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Kustwerk Katwijk’.
3
2. Beantwoording zienswijzen De ingediende zienswijzen zijn per indiener samengevat en voorzien van een beantwoording door de gemeente. In de beantwoording is inzichtelijk gemaakt in hoeverre hetgeen in de zienswijze naar voren is gebracht aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het ontwerp- tot bestemmingsplan ‘Partiële herziening Kustwerk Katwijk’. Voor zover de zienswijzen, niet afkomstig zijn van een instantie, zijn deze geanonimiseerd. Indiener 1: Rijnland Nr. 1
Samenvatting zienswijze Op dit moment handhaaft de gemeente Katwijk actief op de afstandsbepalingen zoals deze zijn gesteld in het vigerende bestemmingsplan alsook in het ontwerp van de onderhavige herziening. Rijnland is ongewild partij geworden in deze handhavingszaken, als gevolg van enkele onjuistheden en verzoekt het plan ten aanzien van het begrip duinvoet, afrastering en de te hanteren afstanden ten opzichte van de strandbebouwing aan te passen.
Beantwoording gemeente Het is geenszins de bedoeling dat Rijnland op basis van onjuistheden ongewild betrokken wordt in handhavingszaken tussen gemeente en paviljoenhouders. Het plan hebben we aangepast, zoals uit onderstaande beantwoording blijkt.
2
Het begrip duinvoet (artikel 1.34) wijkt af van de definitie zoals deze door Rijnland is gesteld en ook van de praktijksituatie. Niet de gemeente maar Rijnland is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de afrastering (voor zover gelegen ter plaatse van de primaire waterkering). Daarnaast markeert deze afrastering niet de ligging van de duinvoet. Indiener verzoekt daarom de definitie van 'duinvoet' in hoofdstuk 1 artikel 1.34 aan te passen, zodanig dat afrastering en duinvoet niet langer aan elkaar gekoppeld zijn.
Wij onderkennen dat de afrastering die door Rijnland geplaatst, beheerd en onderhouden wordt om te voorkomen dat het duin betreden wordt. De afrastering heeft niet de functie van het markeren van de duinvoet. Het begrip duinvoet in artikel 1 van de regels is aangepast, zodanig dat afrastering en duinvoet niet langer aan elkaar gekoppeld zijn.
3
De duinvoet is een theoretische lijn, die zich als gevolg van aanstuiving richting zee verplaatst en kan hierdoor niet als vast markeringspunt worden gehanteerd. In de vergunning voor een jaarrondbebouwing heeft Rijnland als voorschrift opgenomen dat ééns per 5 jaar zal worden bepaald of de bebouwing zeewaarts moet worden verplaatst. Indien blijkt dat de afstand van het paviljoen tot de duinvoet kleiner is geworden dan 8 meter en Rijnland verplaatsing noodzakelijk acht, zal Rijnland in gesprek gaan met de paviljoenhouder, om zo een realistische verplaatsingsdatum af te spreken. Doorgaans zullen wij hier enkele jaren voor in acht nemen. Rijnland verzoekt de gemeente Katwijk het bestemmingsplan zodanig aan te passen, dat afstandsbepalingen ten aanzien van
Wij hebben er nota van genomen dat Rijnland de afstandsbepalingen ten aanzien van de jaarrondpaviljoens heeft geborgd in de betreffende watervergunningen voor de paviljoens en dat wat Rijnland betreft als gevolg hiervan geen afstandsbepaling ten aanzien van de jaarrond paviljoens ten opzichte van de afrastering behoeft te worden opgenomen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in het vigerende plan Kustwerk de afrastering als markeringspunt is aangehouden voor het bepalen van de toegestane afstand van de strandbebouwing (waaronder paviljoens en strandhuisjes), dat dit destijds in overleg met Rijnland is besloten en dat het beleid nu kennelijk is aangepast. De in de regels van het ontwerpbestemmingsplan gehanteerde afstandsbepaling ten aanzien van de jaarrondaccommodaties tot de afrastering zijn vervangen door een regel dat er bij
4
4
5
6
jaarrondbebouwing - die reeds in het beleid van Rijnland zijn geborgd uit het bestemmingsplan te verwijderen.
jaarrondaccommodaties geen minimale afstand tot de naar de duinvoet gekeerde bouwgrens geldt om zo te voorkomen dat de bouwregel in het bestemmingsplan strijdig is met het beleid van Rijnland.
In artikel 4.2.2 wordt onder sub e. gesteld dat seizoenbebouwing minimaal 3 en maximaal 8 meter uit de duinvoet moet worden geplaatst. Zoals hiervoor aangegeven wordt de duinvoet door Rijnland bepaald, maar niet jaarlijks. Dat betekent dat de exacte ligging van de duinvoet noch bij Rijnland, noch bij de gemeente Katwijk, bekend is. In dit verband verzoekt Rijnland de gemeente Katwijk zorg te dragen voor een eigen markering, waarmee de afstand van seizoensbebouwing tot het duin kan worden bepaald. Tot slot verzoekt Rijnland de gemeente Katwijk een duidelijkere toelichting ten aanzien van de afstandsbepalingen die zijn opgenomen in het bestemmingsplan.
In aansluiting op onze reactie bij punt 3, heeft de gemeente besloten dat de seizoensbebouwing binnen het bouwvlak dient te liggen en af te zien van afstandsbepalingen ten opzichte van de duinvoet. In plaats daarvan is in de regels een maximale afstand van 5 meter tot de naar de duinvoet gekeerde bouwgrens toegepast. De toelichting en de regels zijn hierop aangepast.
Aan dit verzoek is gehoor gegeven. Toelichting en Regels zijn hierop aangepast, zie antwoord 3 en 4.
Gevolgen voor bestemmingsplan N.a.v. punt 2. Betekenis en ontwikkeling duinvoet in relatie tot afrastering. Toelichting: paragraaf 2.3.2, 3.2.1, 4.2, 4.3 en 4.4. en Regels: art. 1.34 zijn aangepast. N.a.v. punt 3. Afstandsbepalingen ten aanzien van de jaarrond paviljoens. Toelichting: par. 3.2.1, 4..2, 4.3, 4.4 en. 6.1 en Regels: art. 4.4 zijn aangepast. N.a.v. punt 4. Afstandsbepalingen ten aanzien van de seizoensbebouwing. Toelichting: par. 3.2.1, 4.2, 4.3., 4.4 en. 6.1 en Regels: art. 4.2 zijn aangepast.
Indiener 2: VvS Nr. 1
Samenvatting zienswijze Indiener schetst de voorgeschiedenis en contacten met de gemeente in het kader van deze herziening, namelijk het overleg met gemeente 2101-20 over procedure en knelpunten, de mailwisseling inzake de bevestiging van wensen en knelpunten van de VvS (13-05-20) en 1505-20), de uitvoerige inspraakreactie van de VvS (31-01-21), het overleg met de wethouders (14-01-21), het ontvangen van de Nota van Beantwoording (21-01-21), de reactie van de VvS daarop (27-01-21) en de beantwoording van de gemeente (04-02-21).
Beantwoording gemeente Uit de door indiener geschetste voorgeschiedenis blijkt dat er gedurende de opstelling van de herziening van het bestemmingsplan op meerdere momenten contacten zijn geweest tussen de VvS en de gemeente. In deze contacten is aangegeven dat de herziening gericht is op verduidelijking van de bestaande regelgeving en dat meer bebouwing op het strand dan wat het geldende bestemmingsplan al toestaat niet aan de orde is. In het geldende bestemmingsplan Kustwerk Katwijk van 2013 is ruimtelijk gezien al de maximaal toelaatbare bebouwing op het strand onderzocht en geregeld. In het kader van de herziening heeft de gemeenteraad dit ook benadrukt. Het gaat om een totaalafweging van belangen. Naast belangen van de
5
strandondernemers dienen ook de belangen van andere partijen als provincie, hoogheemraadschap en het rijk inzake de bebouwing, het gebruik van het strand, natuurbeleving en recreatie en kustbescherming te worden afgewogen. In het kader van het afgesproken participatieniveau (informeren en consulteren) heeft de gemeente zorgvuldigheid betracht bij de door de VvS ingebrachte wensen en knelpunten (strandbezoek maart 2020 en mails mei 2021), verwoord in paragraaf 4.2.2. van de toelichting, en in de nota van beantwoording op de inspraakreactie van de VvS (februari 2021) met bijbehorende correspondentie. 2
3
Indiener vreest dat met het vaststellen van hetgeen in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen weer zal leiden tot problemen met handhaving, heeft indiener half maart jl. de fractievoorzitters van alle politieke partijen aangeschreven. Doel hiervan is met ze in gesprek te gaan over wat nu voorligt en wat de route qua procedure en inhoud hiernaar geweest is. Indiener wil af van de situatie in de afgelopen vijf jaar met een 25-tal dwangsommen variërend van 10.000 tot 80.000 euro. De jaren hiervoor was daar geen sprake van. De ondernemers willen energie stoppen in een gastvrij Katwijk op basis van een duidelijk en eenduidig te interpreteren bestemmingsplan.
In de afgelopen jaren hebben zich situaties voorgedaan waar handhavend tegen opgetreden moest worden. Hierbij wordt de gebruikelijke procedure van constateren, informeren, waarschuwen last onder dwang en heffen van dwangsom gevolgd.
In de gesprekken met de fractievoorzitters is gebleken dat de volksvertegenwoordigers nauwelijks tot niet bekend zijn met wat er speelt op het strand. Wel door de begrotingsbehandeling van 2021 over het verschil van inzicht over het verhogen c.q. vragen van pacht voor de strandvakken en strandhuisjes. Deze politieke reactie in combinatie met de voorgeschiedenis heeft geleid tot het indienen van de zienswijze. Het is aan de politiek om al dan niet iets met hun indrukken van de gevoerde gesprekken te doen.
De gemeenteraad heeft besloten tot een herziening van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat er niet meer bebouwing op het strand kan plaatsvinden. De voorbereiding van de herziening van het bestemmingsplan is een bevoegdheid van B&W. Besluitvorming over het voorontwerp en ontwerp van de herziening wordt door B&W gedaan met kennisgeving naar de gemeenteraad. De raad is hierdoor geïnformeerd over de voortgang en is vervolgens aanzet bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat over de ruimtelijke invulling mogelijkheden en randvoorwaarden van het gebied (planologisch- bestuursrechtelijke spoor). Pacht is het privaatrechtelijke spoor.
Indien regels worden nageleefd, behoeft de overheid geen dwangsommen op te leggen.
De voorliggende Nota van beantwoording maakt onderdeel uit van de vaststelling van de herziening van het bestemmingsplan door de raad. Hierdoor is de raad op de hoogte van de zienswijze van de VvS. 4 4a
Paviljoens Minimum bebouwd oppervlak 275 m2 VvS is verbaasd dat een strandpaviljoen een minimum bebouwd
Wij delen mening van indiener niet. In de nota van beantwoording op de inspraakreactie van indiener hebben wij ons standpunt 6
oppervlak dient te hebben van 275 m2. Dit was vroeger altijd 35 m2. In het overleg van 14 januari jl. heeft indiener 120 m2 voorgesteld en had op basis van het gesprek verwacht dat dit haalbaar zou zijn. Genoemde argumenten als ruimtelijke impact en gewenste uitstraling zijn naar de mening van indiener ook bij 120 m2 van toepassing.
gemotiveerd (punt 11), evenals in onze brief aan de VvS van 4 februari 2021. De zienswijze van indiener op dit punt is een herhaling en geeft geen nieuwe argumenten of onderbouwing. Voor de gemeente geeft dit geen aanleiding tot heroverweging van ons standpunt. De minimale maat is gebaseerd op het kleinst aanwezige paviljoen. Daarbij komt dat de verbeelding zodanig is dat een paviljoen met de langste zijde nagenoeg evenwijdig aan de duinen dient te liggen. Steeds korter maakt dat het paviljoen op een gegeven moment een vierkant wordt en dat is strijdig met de stedenbouwkundige uitstraling en regels, zoals die ook al waren opgenomen in het vigerende bestemmingsplan uit 2013. Daarbij is ook de maat van 18,5 meter onderbouwd (zie ook antwoord 4c). Voor de volledigheid hebben we ons antwoord op de inspraakreactie hier nogmaals opgenomen. In het geldende bestemmingsplan is geen minimale maat opgenomen voorde strandpaviljoens. Daardoor zou zich de situatie kunnen voordoen dat een strandvak in de toekomst voornamelijk wordt ingevuld met lucratieve strandhuisjes. De gemeente vindt dat de strandhuisjes een belangrijke bijdrage leveren aan het verblijfstoerisme in Katwijk maar wil tegelijkertijd ook waarborgen dat er in elk strandvak (dat is bedoeld voor strandhoreca) ook een strandpaviljoen van voldoende omvang aanwezig is.
Een bebouwd oppervlak van 275 m2 wordt gezien als de minimale maat die daarvoor nodig is. Op deze wijze kan kwaliteit en gebruik van het paviljoen worden geborgd. De door de Vereniging genoemde maat van 35 m2 komt overeen met een uitgiftepunt van drank en etenswaren.
4b
Extra terrassen in het zand à 500 m2 Het eerdere verzoek van begin 2020 voor 500 m² extra terras in het zand werd niet gehonoreerd. Verbazingwekkend omdat de strandvakken gemiddeld 15.000 m2 groot zijn. Het argument dat “het beschikbare oppervlak strand in relatie tot het omvangrijke strandbezoek wordt verstoord” gaat niet op. De VvS vraag zich af of de gemeente wel eens tellingen heeft verricht. Juist bij de strandpaviljoens moeten strandbezoekers op drukke dagen bij de paviljoens wachten op een zitplek. De gemeente schetst een eenzijdig beeld, de strandbezoeker wil ook een terrasje pakken. Ook met de nog steeds dreigende voortzetting van de coronamaatregelen is er meer behoefte aan voldoende, veilige en controleerbare terrasruimte.
Bedrijfseconomisch is de capaciteit van een (commerciële) voorziening gebruikelijk eerder afgestemd op een gemiddelde normale dag en niet op een topdag. Ongetwijfeld zullen strandbezoekers op een topdag helaas niet altijd direct een vrije tafel kunnen aantreffen. Dan kan wel gebruik gemaakt worden van het afhalen van de bestelling bij het buffet en het nuttigen ter plaatse op het strand. Uitbreiding van de zandterrassen gaat ten koste van de ruimte voor de strandbezoeker op dat deel van het strand buiten het bedrijfsvloeroppervlak van 1.000 m2 van het betreffende paviljoen. Op topdagen is er juist veel ruimte nodig voor badgasten die op het strand willen liggen, al dan niet op gehuurd strandmeubilair. Deze ruimte op het strand zou beperkter zijn indien elk strandpaviljoen 500 m² extra strandterras zou hebben. Aangezien dat geen wenselijke 7
situatie is, blijft de gemeente op het standpunt staan dat een structurele uitbreiding van de terrassen niet mogelijk is. In onze brief van 4 februari 2021 aan VvS, heeft de gemeente aangegeven dat vanwege de COVID-19 pandemie, conform het kabinetsbesluit, een tijdelijke verruiming van de terrassen zowel op het strand als elders in de gemeente is toegestaan. Het voornemen van de gemeente is deze tijdelijke verruiming te continueren zolang dit kabinetsbesluit met betrekking tot de COVID-19 pandemie van toepassing is. Voor de gemeente geeft dit geen aanleiding tot heroverweging van ons standpunt. Voor de volledigheid hebben we ons antwoord op de eerdere en vergelijkbare inspraakreactie (punt 3) hier nogmaals opgenomen. Net als in het geldende bestemmingsplan is per strandpaviljoen een bedrijfsvloeroppervlakte van 1.000 m2 toegestaan. Dit oppervlak mag ook worden gebruikt als terras, met dien verstande dat het bebouwde oppervlakte van een strandpaviljoen en bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde in mindering dienen te worden gebracht op het maximum oppervlakte aan terrassen. Het bebouwde oppervlak van strandhuisjes en strandcabines hoeven daarbij niet in mindering te worden gebracht. Gelet op het minimale oppervlak van een strandpaviljoen (275 m2) en het maximale oppervlak (600 m2) is per strandvak een terras van circa 400 tot 725 m2 toegestaan.
Zoals aangegeven in de toelichting kan aan het verzoek om structureel extra zandterras niet worden voldaan. Het beschikbare oppervlak strand moet in relatie tot het omvangrijke strandbezoek niet worden verstoord. 4c
Minimale lengte paviljoen 18,5 meter Er is nog steeds geen duidelijk antwoord gekomen op de vraag waarom de lengte minimaal 18,5 meter moet zijn. Er zijn paviljoenhouders die kleiner willen, zeker met deze barre coronatijden en met onzekere vooruitzichten (horecamedewerkers stappen over naar andere sectoren). Alle bedrijfstakken hebben last, maar horecaondernemers staan niet vooraan in de rij bij de te helpen bedrijfstakken. Het totaal ontbreken van een herstelplan is ook Horeca Nederland een doorn in het oog. De gevolgen zullen zeker de komende tien jaar duidelijk voelbaar zijn, ook de hoogte van de personele lasten en pachtprijs e.d. spelen mee. Wat is de reactie van de gemeente hierop.
Met de lengte bedoelt indiener de breedte van het paviljoen ofwel de lange zijde van het paviljoen evenwijdig aan de duinenrij. Zoals ook in het bestemmingsplan is vastgelegd dient de lange zijde van een strandpaviljoen (nagenoeg) parallel aan de duinvoet te worden gesitueerd. Deze lange zijde dient daarbij voldoende breedte te hebben, zonder dat dat het paviljoen een vierkant wordt (zie antwoord 4a). Het paviljoen dat in de huidige situatie de kleinste breedte heeft is daarbij als uitgangpunt genomen. Hierdoor voldoen alle paviljoens aan deze minimale breedte van 18,5 meter. De gemeente onderkent de problematiek als gevolg van de coronacrisis. Echter dit valt buiten het kader van dit bestemmingsplan met regels voor bouwen en gebruik van de gronden in structurele zin. 8
5 5a
Strandcabines en seizoenverhuur Klassieke houten strandcabines (aantal) Bewoners en toeristen hebben minder behoefte aan de klassieke houten strandcabines met klassieke maatvoering. Er is juist meer behoefte aan verplaatsbare kleinere windschermen die bijvoorbeeld bij de waterkant kunnen worden opgezet. De klassieke windschermen zijn uit het strandbeeld verdwenen. Waarom vasthouden aan het vastgestelde minimum aantal cabines en waarom de ondernemers niet vrijlaten en waarom kunnen de strandcabines niet buiten het strandvak worden geplaatst, zoals bij Willy Zuid.
5b
Afmetingen strandcabines Oppervlak 1,0 – 1,6 m2 en hoogte 2,0 – 2,2 m2 van de strandcabines wijkt af van de huidige strandcabines bij Paal 14 en ook bij de huidige maatvoering van de klassieke strandcabines. Is het college duidelijk dat bij vervangingen er meerdere maatvoeringen van de strandcabines in één strandvak kunnen staan. Indiener vindt dat de grootste strandcabine als maximale maatvoering moet worden gehanteerd (1,80 m x 1,80 m).
Conform het verzoek van de indiener is de maximale maat voor strandcabines aangepast conform het oppervlak van de grootste strandcabine die op het strand voorkomt, zijnde 3,25 m².
5c
Vrijheid strandvak De strandexploitanten huren een strandvak. Waarom wordt in het ontwerpbestemmingsplan niet deregulerend gedacht met onder andere strandcabines, parasols, stoelen en stuifhekken. Het ontwerpbestemmingsplan is juist extreme overregulering omdat in het vigerende bestemmingsplan hierover niets is vastgelegd. Hierbij wordt voorbijgegaan aan jarenlange ervaring en kantvriendelijkheid van de ondernemers. Door het helemaal dicht te timmeren blijven controles hangen in het meten met verschillende maten. De verkiezingsprogramma’s van de Katwijkse fracties sluiten naadloos aan bij het gedachtengoed van de ondernemers (flexibele opstelling, ruimte om te ondernemen van belang voor bestemmingsplannen, lagere belastingen en minder regels).
Op het strand zijn meerdere bouwwerken, geen gebouwen zijnde gebouwd. Het geldende bestemmingsplan hield onvoldoende rekening met de variatie aan deze bouwwerken, waaronder in grond verankerde parasols, stuifhekken, vlaggenmasten, terrasafscheidingen en speeltoestellen. Om de kwaliteit op het strand te bewaken en voor een ieder duidelijk te maken welk kader de gemeente hanteert voor toetsing en handhaving zijn de bouwregels voor bouwwerken geen gebouwen zijnde uitgebreid. Bij ontbreken van dergelijke planregels zou sprake zijn van een bestemmingsplan dat wat bouwwerken geen gebouwen zijnde niet goed handhaafbaar is – en daarmee rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid in de hand kan werken–. Stoelen en tafels op het terras zijn geen bouwwerken en maar losse voorwerpen op het strand en vallen onder de Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk (APV).
Zoals eerder aangegeven is de gemeente van mening dat de strandcabines onderscheidend, uniek zijn en Katwijk op de kaart zetten (Katwijk marketing). Belangrijk daarbij is dat de strandcabines van betekenis zijn voor en gebruikt worden door de Katwijkse inwoners. Het minimum aantal strandcabines is bepaald in de Nota Strandbeleid. In het ontwerpbestemmingsplan werd hiernaar verwezen (artikel 4.2.3. sub c). Omdat de strandcabines niet duurzaam met de grond zijn verbonden is er bij nader inzien geen sprake van bouwwerken als bedoeld in het bestemmingsplan. Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn de bouwregels ten aanzien van strandcabines daarom geschrapt. Wel zijn de maatvoeringen van strandcabines toegevoegd in de begripsbepaling van het bestemmingsplan onder artikel 1.66. Om de regulering van de strandcabines te borgen zijn ze ook in al de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Katwijk opgenomen, alsmede in de pacht c.q. huurovereenkomsten.
9
6 6a
Strandhuisjes Zandterrasjes en regels In de Nota beantwoording van de inspraakreacties op het voorontwerp is vermeld dat de huurders ook achter de huisjes van de zon of schaduw kunnen genieten, maar dat tafels, stoelen en dergelijke na gebruik opgeruimd moeten worden. Dit wordt ongetwijfeld gedaan, maar in hoeverre is dit bekend bij de handhavers. Terwijl de vreemde strandbezoeker kan doen wat hij wil binnen de kaders van het strandvak. De indiener vindt dat dat niet te rijmen is met elkaar.
6b
Kansen in plaats van beperkingen Strandhuisjes zijn toch wat de windschermen op het strand waren in de jaren zestig. De ondernemers ervaren dat de gemeente spreekt over het aantasten van het openbaar strand. Juist de strandhuisjes in de strandvakken bepalen in grote mate, in combinatie met het unieke en enorm grote openbare strand en de zeer gevarieerde strandpaviljoens, het unieke karakter van het Katwijkse strandleven. Het grote openbare strand is niks zonder de verschillende strandpaviljoens en strandhuisjes. Op deze wijze is sprake van het unieke karakter van het Katwijkse strandleven. Kijk als gemeente ook naar de kansen en mogelijkheden van de strandhuisjes in plaats van via overregulering beperkingen op te leggen.
De gemeente onderkent het belang van het strand met haar voorzieningen voor inwoners en (verblijfs)toeristen en de betekenis hiervan voor de lokale economie. In de loop van de jaren is het toeristisch-recreatief product strand Katwijk, mede door de inzet van de paviljoenhouders verder geprofessionaliseerd. Dit komt dan vooral tot uiting in de kwaliteit van de paviljoens en strandhuisjes, alsmede door de gastvrijheid van de ondernemers. Door het faciliteren van het gebruik van het strand voor de ondernemers, kijkt de gemeente zeker naar de kansen en mogelijkheden, ook voor de strandhuisjes. Er is zeker niet sprake van een overregulering en van een overheid die buitenproportionele beperkingen oplegt. Vanuit de wettelijke verplichting zorg te dragen voor een goede ruimtelijke ordening zorgt de gemeente voor een actueel planologisch ruimtelijk en handhaafbaar kader. In dit verband moet beseft worden dat de strandhuisjes zich echter wel op het openbare strand bevinden. Voor het gebruik van de strandhuisjes en de zone daarom heen zijn in het bestemmingsplan passende regels opgenomen, juist om de kwaliteit van het openbare strand te waarborgen.
6c
Vrijheid strandhuisjes Punt c bij strandcabines geldt ook voor de huisjes. Waar in Katwijk het strandgebruik vrij is willen de ondernemers dit ook hebben voor de huurders van strandhuisjes, zonder dat er voortdurend een handhaver met een meetlint komt.
Zie antwoord bij 6b.
7
Gevolgen voor bestemmingsplan N.a.v. punt 5a en 5b strandcabines artikel 1.66, en 1.69 aangepast en artikel 4.2.3 geschrapt.
Bij de handhavers is dit bekend. Het bestemmingsplan gaat over gebruik van gronden en de daarmee samenhangende bouwregels. Voor onder meer de strandhuisjes zijn bouwregels opgenomen met betrekking tot de strandhuisjes zelf en de behorende bouwwerken. Het bestemmingsplan bevat uiteraard geen regels met betrekking tot strandbezoekers. Het is zeker niet zo dat de vreemde strandbezoeker kan doen wat hij wil binnen de kaders van het strandvak. Iedere bezoeker dient zich te houden aan de algemene gedragsregels ten aanzien van omgang en veiligheid en specifiek ten aanzien verblijf en gebruik van strandmeubilair en dergelijke.
10
Indiener 3 RWV advocaten namens Paviljoen De Watering (strandvak 19 voormalig Beach) Nr. 1
Samenvatting zienswijze Door het creëren van een permanent seizoensgebonden plek voor de Surfschool Katwijk wordt inbreuk gedaan op bestaande rechten, reden waarom indiener de zienswijze indient. Er is sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die dient te voldoen aan alle regels zoals de “stedelijke ontwikkeling” en “ruimtelijke kwaliteit”. In de toelichting blijkt echter niet waarom deze toets positief is uitgevallen, terwijl de zeer geringe afstand tot het strandvak van indiener en de reddingspost om extra aandacht vraagt.
Beantwoording gemeente In paragraaf 4.2.2 en bijlage 1 van de Toelichting is de permanente seizoenslocatie voor de Surfschool Katwijk gemotiveerd. Daarbij is ook specifiek ingegaan op het voldoen aan de regels van “stedelijke ontwikkeling” en “ruimtelijke kwaliteit”.
2
Indiener is niet tegen het gebruik van het aangrenzende strand door de surfschool, wel tegen mogelijke belemmeringen van eigen activiteiten en concurrentie door een nieuwe commerciële partij. De gemeenteraad heeft zich wel sterk gemaakt voor de surfschool maar niet voor een uitbreiding van het horeca-aanbod. Dat laatste is niet de bedoeling (zie Toelichting pag. 5).
Het is positief dat indiener niet tegen het gebruik van het aangrenzende strand door de surfschool is. Dat de gemeenteraad zich sterk heeft gemaakt voor een permanente seizoenslocatie voor de surfschool blijkt uit de aangenomen motie door de raad op 8 maart 2018 die in bijlage 1 van de Toelichting is opgenomen. Uit die motie kan niet expliciet worden opgemaakt of uitbreiding van het horecaaanbod wel of niet de bedoeling is. Feit is wel dat horeca niet wordt genoemd.
3
Surfschool Katwijk is géén vereniging: Op de plankaart is de tijdelijke locatie van de Surfschool Katwijk bestemd als “Recreatie-Strand” met de functieaanduiding “Sport” en volgens art. 4.1 daarmee bestemd voor: d. ter plaatse van de aanduiding ‘Sport’: strand- en/of watersportverenigingen, uitsluitend gedurende de zomerperiode. De Surfschool Katwijk is volgens de indiener geen (strand en/of watersport)vereniging die te vergelijken met Skuytevaert, Katwijkse Branding Surfclub en Kitesurfvereniging Airtime zoals uit bijgevoegde uittreksels blijkt. Surfschool Katwijk is een commerciële eenmanszaak die als hoofdactiviteit “het organiseren van sportevenementen’’ heeft en valt dus niet onder de toegestane gebruikers in artikel 4.1 onder d. Op het moment dat het bestemmingsplan rechtskracht krijgt kan de Surfschool Katwijk niet langer in de huidige vorm geëxploiteerd worden. Als de raad de surfschool in de huidige commerciële vorm positief wenst te bestemmen dient zij andere specifieke regels hiervoor op te nemen.
Het klopt dat de surfschool geen vereniging is maar een bedrijfsmatige activiteit waar niet-leden lessen kunnen volgen. De surfschool voldoet in die zin niet aan art. 4.1 onder d. Dit geldt ook voor de opmerking van indiener, dat op het moment dat het bestemmingsplan rechtskracht krijgt de Surfschool niet langer in de huidige vorm kan worden geëxploiteerd. Gelet op de reeds lange aanwezigheid en maatschappelijke en educatieve betekenis van de surfschool, is het niet langer toestaan van de surfschool onwenselijk. Naar aanleiding van de zienswijze is ter plaatse van de surfschool rekening gehouden met de bedrijfsmatige activiteiten. Voor de gemeente heeft dit geleid tot een heroverweging dat ondergeschikte horeca voor de surfschool niet mogelijk is. Daar komt bij dat uit recente contacten met de eigenaar van de Surfschool Katwijk inmiddels is gebleken, dat ondergeschikte horeca ook niet aan de orde is. De toelichting, verbeelding en regels zijn hierop aangepast.
4
Géén vereniging, géén strandvlak dus géén ondergeschikte horeca: Op de plankaart is voor de surfschool géén strandvak ingetekend. Op pag. 25 van de Toelichting staat “Er is ter plaatse geen sprake van een
In het ontwerpbestemmingsplan was inderdaad geen strandvak ingetekend. Wel was in bijlage 1 van de toelichting als advies de uitgifte van een strandvak voor de surfschool van maximaal 300 m2 11
strandvak”. Dat er geen strandvak is ingetekend heeft de consequentie dat er geen (ondergeschikte) horeca kan plaatsvinden. Het strand tussen cliënt en de Reddingspost heeft de functieaanduiding "sport" en mag uitsluitend worden gebruikt door strand- en/of watersportverenigingen (artikel 4.1 onder d). Deze gebruikers zijn gedefinieerd (in artikel 1.65) als "verenigingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit aan het strand en/of zee gerelateerde sportactiviteiten, met inbegrip van ondergeschikte horeca". Het is onbegrijpelijk om een commerciële partij gelijk te stellen aan een vereniging. Een vereniging dient immers een heel ander maatschappelijk doel. Verzoekt om het aangrenzende strand tot het strandvak van de Reddingspost niet te bestemmen voor gebruik met (ondergeschikte) horeca.
5
op de huidige locatie en een bouwvlak van maximaal 100 m2 als logische maat, gezien de omvang van de huidige accommodatie en beschikbare ruimte op het strandvak. Op de verbeelding was dit bouwvlak wel ingetekend. Gelet op de argumenten van indiener en in aansluiting op antwoord bij punt 3 is het plan aangepast. De surfschool valt niet onder de categorie strand- en/of watersportverenigingen (artikel 1.65) maar wordt gezien als een afzonderlijke (commerciële) voorziening en is als zodanig in het plan opgenomen. De permanente seizoensaccommodatie van de surfschool is in het plan nu aangeduid ‘bedrijfsactiviteiten die betrekking hebben op training en scholing ten behoeve van ongemotoriseerde watersport’ met een bouwvlak van maximaal 100m 2 en een strandvak van maximaal 300 m2. Ondergeschikte horeca is niet toegestaan. Het plan is hierop aangepast.
Gevolgen voor bestemmingsplan N.a.v. punt 3 en punt 4 Surfschool als afzonderlijke voorziening. Toelichting par. 2.4.3, 3.2.1.3, par. 4.5 (nieuw) en 6.2 en Regels: art. 4.2.6 (nieuw) en verbeelding zijn aangepast.
Indiener 4: Katwijkse reddingsbrigade Nr. 1
Samenvatting zienswijze Indiener vraagt zich af of in paragraaf 4.5 van de toelichting bedoeld wordt dat er maar 1 reddingspost per zone is toegestaan. Als daarmee de zonering van paragraaf 3.2 wordt bedoeld, komt het niet overeen met de huidige situatie.
Beantwoording gemeente Bij de beschrijving van de stedenbouwkundige opzet (par. 3.2) is de strandzone van Katwijk onderverdeeld in 2 zones, namelijk het deel ten noorden van de Uitwatering en het deel zuidelijk van de Uitwatering. In paragraaf 4.5 staat twee keer het woord “zones” terwijl duidelijker is om te spreken over de strandvakken, waarop de twee reddingsposten zijn gesitueerd. Vanuit deze twee reddingsposten overzien ze de twee respectievelijke zones als bedoeld in paragraaf 3.2. Het plan is aangepast.
2
In het plan worden hoogtes van paviljoens en gebouwen aangegeven, maar ook de afstand die ze uit de duinen moeten staan. De KRB vraagt of er ten opzichte van de huidige richtlijnen aanpassingen hierin zijn. Als paviljoens bijvoorbeeld verder uit de duinvoet mogen/moeten staan en de hoogte blijft gelijk, schuiven ze op naar voren, dit kan dit wellicht gevolgen hebben voor de zichtlijn vanuit de reddingsposten .De KRB verzoekt hiermee rekening te houden.
De bouwhoogte van de paviljoens en gebouwen en de afstanden tot de duinvoet zijn niet veranderd ten opzichte van de bepalingen in het geldende bestemmingsplan. De zones waar de gebouwen zijn toegestaan zijn daarmee gelijk aan het geldende bestemmingsplan, met dien verstande dat de betreffende zones ter verduidelijking nu ook op de verbeelding zijn aangegeven. Dit is duidelijker voor zowel de ondernemers op het strand als voor de gemeente en de reddingsposten.
12
3
Gevolgen voor bestemmingsplan N.a.v. punt 1 strandvakken i.p.v. zones. Toelichting: par. 4.6 is aangepast.
Indiener 5: Liander Nr. 1
Samenvatting zienswijze Heeft geen opmerkingen op het plan.
2
Gevolgen voor bestemmingsplan Geen.
Beantwoording gemeente Dankt indiener voor de reactie.
Provincie Zuid-Holland Zoals hiervoor in hoofdstuk 1 is vermeld, heeft op 23 maart 2021 ambtelijk overleg met de provincie Zuid-Holland plaatsgevonden over het ontwerpbestemmingsplan. De provincie kan zich vinden in de beantwoording van haar vooroverlegreactie, opgenomen in de Nota van beantwoording reacties vooroverleg en inspraak voorontwerpbestemmingsplan ‘Partiële herziening Kustwerk Katwijk d.d. 15 februari 2021’, behoudens punt 4 inzake het toestaan van hekwerken bij de strandhuisjes. De provincie is op zich niet tegen het gebruik van deze zone door de gasten van de strandhuisjes, maar tegen een afbakening van deze zone door hekwerken. Naar aanleiding van dit overleg is conform afspraak 29 maart 2021 per mail gereageerd naar de provincie. Daarin is aangegeven dat in artikel 4.2.7. sub f 9 reeds is bepaald dat de maximum bouwhoogte 1 meter is voor hekwerken bij de strandhuisjes en dat wordt toegevoegd dat deze hekwerken alleen in de zone van 5 meter gerekend vanaf de voorgevel en tussen de beide zijgevels van het strandhuisje zijn toegestaan. Aanvullend is bij nader inzien bepaald dat deze hekwerken alleen zijn toegestaan, haaks op noordelijke zijgevel van de strandhuisjes (zie ook ambtshalve wijzigingen).
13
3. Ambtshalve wijzigingen Het betreft de volgende wijzigingen op het ontwerpbestemmingsplan, die in het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Kustwerk Katwijk’ zijn doorgevoerd. Dit zijn wijzigingen die niet voortkomen uit de zienswijzen, maar houden verband met het voortschrijdende proces, nieuw beleid en enkele omissies in het ontwerp. Daarnaast zijn ondergeschikte tekstaanpassingen doorgevoerd. Wijzigingen in de regels Strandhuisjes In verband met het toegestane gebruik en bebouwing van de strandhuisjes zijn onderstaande wijzigingen van toepassing: 1. Hoofdentree strandhuisje bevindt zich in de naar de zee gerichte gevel, met uitzondering van bestaande strandhuisjes waar de hoofdentree zich in een andere gevel bevindt (art. 4.2.3 sub f, was artikel 4.2.4 onder f in ontwerp). 2. Aanbouwen en bijgebouwen zijn bij de strandhuisjes niet toegestaan (art. 4.2.3 sub k, was artikel 4.2.4 onder k in ontwerp). 3. Hekwerken bij strandhuisjes zijn in de zone van 5 m vanaf de voorgevel van een strandhuisje alleen toegestaan in het verlengde van de op het noorden gerichte zijgevel van het strandhuisje (art. 4.2.7 sub g). 4. vlonders, overkappingen en vergelijkbare constructies zijn niet toegestaan, tenzij deze constructies onderdeel uitmaken van het gebouw en de gebouwoppervlakte als bedoeld in sublid 4.2.3 onder b(art. 4.2.7 sub h).
Concentratie bebouwing Ten behoeve van het concentreren van de bebouwing op het strand worden ook bouwwerken geen gebouwen zijnde uitsluitend toegestaan in het bouwvlak in plaats van binnen het strandvak. Hiertoe is de diepte van het bouwvlak verruimd van 37 m naar 50 m en als gevolg daarvan 3 speel- of sporttoestellen (in plaats van 1), 12 lichtmasten (waren eerder niet in aantal begrensd) en 1 open buitendouche (was niet beperkt tot een open douche). Dit leidt tot de volgende wijzigingen: 5. Bouwwerken geen gebouwen zijnde uitsluitend toestaan in bouwvlakken in plaats van strandvakken, met uitzondering van afvalbakken (artikel 4.2.7 sub a). 6. Maximaal 3 speel- of sporttoestellen binnen een totaal aaneengesloten oppervlak van 30 m2 (art. 4.2.7 sub d en art. 4.2.7 sub e) 7. Buitendouche zijn alleen toegestaan zonder wanden (art. 4.2.7 sub f) 8. Per paviljoen zijn12 lichtmasten toegestaan (art. 4.2.7 sub d) tenzij er meer aanwezig zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 9. Toevoegen hekwerken t.b.v. beheer strand en duinen zoals stuifhekken (art. 4.2.7 sub b en art. 4.2.7 sub i) 10. Uitsluiten vergunningsvrij bouwen schrappen ((artikel 4.2.9). Overig 1. Uitsluiting vergunningsvrij bouwen is geschrapt (artikel 4.2.9). 2. Wijzigingsbevoegdheid voor verplaatsen bouw- en aanduidingsvlakken (artikel 4.5). 3.
Ondergeschikte tekstaanpassingen, welke niet voorkomen uit de zienswijzen in regels doorgevoerd ter verduidelijking van het plan. Wijzigingen in de toelichting 1. In hoofdstuk 2: Beleidskader, daar waar noodzakelijk data van beleidsstukken geactualiseerd c.q. aangepast onder andere ten aanzien van de Omgevingsverordening Zuid-Holland en de Keur Rijnland.
14
2. Ondergeschikte tekstaanpassingen, welke niet voorkomen uit de zienswijzen in toelichting doorgevoerd naar aanleiding van de hiervoor genoemde ambtshalve wijzigingen en/of ter verduidelijking van het plan. Wijzigingen in de Verbeelding 1. Bouwvlakken richting zee zijn verruimd tot een diepte van 50 m vanaf de naar de duinvoet gekeerde bouwgrens. De naar de duinvoet gekeerde bouwgrens is gebaseerd op een recente inmeting van de duinvoet (en rekening houdend met een minimale afstandsmaat van 3 m tot de duinvoet).
15