12. Beantwoording politieke vragen ex art. 41 van het RvO van het lid Smits van 1 april 2021 inzake Beaumix bij de N206 (1897504)
Tekst van het document
Postbus 589 – 2220 AN Katwijk Contactpersoon: De heer J.G. Kreuger
Gemeenteraad
Afdeling: PPO Te bereiken op: 071 – 406 5191 j.g.kreuger@katwijk.nl Ons kenmerk: 1897504
Bijlage(n): geen
Verzenddatum: 1 april 2021 Uw kenmerk: Onderwerp: Politieke vragen ex art. 41 RvO dd. 10 maart over Beaumix bij de N206 Katwijk, 30 maart 2021 Geachte heer/mevrouw Smits, Met de brief van 10 maart jl. heeft u namens de fractie Smits politieke vragen gesteld naar aanleiding van het persbericht van KSV van 8 maart jl. Het betreft de in het persbericht, gericht aan de raad, gestelde vragen. Hieronder herhalen wij de vragen, met daaronder in cursief onze antwoorden. 1.
Wat was de aanleiding van de (toen nog in dienst zijnde) bodemexpert van de gemeente Katwijk om monsters van het bouwmateriaal in september 2020 naar de onderzoekslab te sturen?
De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek was de onduidelijkheid of in Beaumix PFAS-verbindingen aanwezig waren. PFAS-verbindingen kennen een relatief brede toepassing en kunnen dus in enige mate in huishoudelijk afval aanwezig zijn. Bij de verbranding van huishoudelijke afval is de temperatuur te laag om PFASverbindingen te verbranden. 2.
In de betreffende raadsvergadering (12 november 2020) bleek dat wethouder Nagtegaal niet op de hoogte was van de vondst van het zeer giftige antimoon dat al in september 2020 was vastgesteld. Wat is hier in het interne proces niet goed gegaan? Welke consequenties worden hieraan verbonden?
Het betrof de ruim twee maanden eerder, op 4 september 2020, ontvangen resultaten van een indicatief onderzoek. Onderdeel van veel informatie op dit dossier. 3.
Waar is het rapport van september 2020 dat ervoor zorgde dat meerdere ambtenaren van de gemeente een bezoek hebben gebracht aan de productielocatie Nauerna in Alkmaar?
Alle gegevens zijn opgenomen in de rapportage van 24 november 2020. Een eerder rapport is niet gemaakt. Niet de voorlopige resultaten van het lopende indicatieve onderzoek waren aanleiding om een bezoek te brengen aan de productielocatie, maar de waargenomen hoeveelheden plastic en batterijen. Op 29 september 2020 is de productielocatie van ACCN te Assendelft bezocht door de toezichthouder Bodem van gemeente Katwijk en de extern ingehuurde adviseur van IDDS Milieu. 4.
Waarom heef de gemeente in november, bij signalering van te hoge antimoon-waarden en na de raadsvergadering waarin omwonenden ernstige zorgen uiten over de grote hoeveelheden batterijen,
gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, (T) 071 - 406 5000, (F) 071 - 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl
**
2/3
Ons kenmerk
plastic en ijzer, genoegen genomen met het certificeringsonderzoek door de fabrikant (tevens partnerbedrijf van de aannemer) zelf? Met betrekking tot de gemeten emissiewaarde voor antimoon isgeconstateerd dat, vanwege de toegepaste indicatieve analysemethode, de resultaten van de door Certicon Bodemadviseurs namens de leverancier uitgevoerde keuringen dienden te prevaleren. De partijkeuringen Beaumix zijn volledig uitgevoerd volgens de hiervoor geldende protocollen en richtlijnen. De gemeente heeft echter vervolgens geen genoegen genomen met de door de aannemer aangeleverde rapportages van partijkeuringen. Inmiddels is de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) ingeschakeld. De raad is hierover in januari 2021 geïnformeerd. 5.
Klopt het dat het tweede onderzoek in november niet gebaseerd is op monsters van de locatie zelf, maar op de partijkeuring van de fabrikant? Waarom is hiervoor gekozen?
Dat klopt niet. De tweede fase van het onderzoek heeft alleen bestaan uit nader analytisch onderzoek door een onafhankelijk laboratorium. Dit analytisch onderzoek is uitgevoerd op de duplomonsters die bij de monstername in eind augustus waren verkregen en onder beschermde condities zijn bewaard in het laboratorium. 6.
Waarom werd er na de publicatie van het eerste onderzoek door KSV, waarin wederom een te hoge waarde aan zware metalen werd aangetoond, door de gemeente Katwijk een persbericht uitgebracht dat het onderzoek van KSV niet deugde? Tegen het licht van het eigen tweede onderzoek van de gemeente is dat een bijzondere beschuldiging, ook tegen het licht van de rolverdeling.
Na het uitbrengen van het rapport van KSV werd het college uiteraard door de media en door de gemeenteraad om een reactie gevraagd. Naast het feit dat het college veel waardering heeft voor alle inzet en betrokkenheid van KSV, heeft het college het onderzoeksrapport op inhoud laten beoordelen. Hieruit kwam naar voren dat de gebruikte onderzoeksmethode zich niet leent voor de beoordeling van de Beaumix volgens de daarvoor bestaande wettelijke uitgangspunten en protocollen. Het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet is geen kader waaraan secundaire bouwstoffen voor de wegenbouw worden getoetst. Logischerwijs is deze informatie onderdeel van de gemeentelijke reactie op het rapport van KSV. Katwijk heeft geen persbericht uitgebracht uitsluitend over de onderzoeksresultaten van het rapport van KSV. Dit was een alinea in het gemeentelijk persbericht met de aankondiging van het aanvullende onderzoek. Dit tweede onderzoek zal als fase 0 van het onderzoeksvoorstel van de ODWH op 25 maart 2021 starten. Op 19 maart 2021 is uw raad hierover geïnformeerd. Er is dus nog geen sprake van het tweede onderzoek waaraan in bovenstaande vraag gerefereerd wordt. 7.
Waarom is de wethouder pas zelf op stort-locatie gaan kijken na hevig aandringen van KSV?
De wethouder heeft het bouwterrein al eerder verschillende keren bezocht. In november en december 2020 heeft de wethouder verschillende keren gesproken met leden van KSV. In die periode is de wethouder ook samen met leden van KSV op de locatie bij de N206 geweest. Naar onze mening was dit niet ‘na hevig aandringen’, maar zijn hier in overleg goede afspraken voor gepland. 8.
Heeft de gemeente als lokale overheid niet de maatschappelijke verantwoordelijkheid om vragen te stellen bij de certificaten van een product, als er sterke aanwijzingen zijn dat de bevindingen op locatie niet stroken met de eisen die aan het product gesteld worden?
De gemeente heeft als bevoegd gezag en als lokale overheid zeker de maatschappelijke verantwoordelijkheid om vragen te stellen bij de certificaten van het geleverde product en dat ook gedaan. De certificaten voldoen, en daarmee op papier, voldoet het product aan de gestelde wettelijke eisen. Voor ons college was dit echter niet voldoende. Juist daarom hebben wij ons gericht tot de ODWH voor een onderzoek naar de zorgplicht van de toepasser van de circulaire bouwstof. In januari jl is de gemeenteraad hierover geïnformeerd. 9.
Begrijpen de wethouder en betrokken ambtenaren dat het vertrouwen van burgers in de oprechte bedoelingen van de gemeente erg op de proef wordt gesteld?
Ons college is zich zeer bewust van de onrust en de zorgen die leven bij de omgeving. Wij delen dit ook. Daarom hebben wij ook aangedrongen op nader onderzoek. Vanwege de mogelijke milieueffecten heeft ons college de ODWH gevraagd om op korte termijn nader te berichten. Wij begrijpen ook dat het gevoel bij onze inwoners bestaat dat het onderzoek erg lang duurt. Echter, feiten en een gedegen onderzoek dat voldoet aan alle wettige eisen en protocollen is voor ons college belangrijker dan de snelheid. Daar komt bij dat ons college op dit moment geen aanleiding heeft om te veronderstellen dat er sprake is van een direct gevaar voor de volksgezondheid.
3/3
Ons kenmerk
10. Oproep aan de gemeenteraad naar tweede onderzoek gemeente: KSV doet een dringende oproep aan de gemeenteraad om de objectiviteit van het cruciale tweede onderzoek van de gemeente te onderzoeken. Wij zijn het geheel eens dat een gedegen en objectief onderzoek gewenst is. Daartoe heeft de ODWH een voorstel gedaan. Dat tweede onderzoek wordt nu uitgevoerd. Ons college heeft daarbij geen enkele reden om de objectiviteit van het aanvullend analytisch onderzoek (fase 2) dat namens de gemeente, waartoe op 26 oktober 2020 opdracht is gegeven, is uitgevoerd in twijfel te trekken. De producenten en aannemer zijn niet bij dit onderzoek betrokken. Het aanvullend analytisch onderzoek is uitgevoerd door Eurofins Omegam in opdracht van IDDS Milieu in overleg met gemeente Katwijk. Hiervoor is monstermateriaal gebruikt dat door IDDS Milieu eind augustus langs de Ir. Tjalmaweg is verkregen. De resultaten van de eerste en tweede fase van het onderzoek zijn opgenomen in de rapportage van 24 november 2020. 11. Volgens KSV laten de gebruikte cascade proeven door de gemeente en KSV/Paridon dit beter zien dan de kolomproef van de fabrikant. Certicon Bodemexpert heeft namens de fabrikanten diverse partijkeuringen op de Beaumix uitgevoerd. Binnen deze partijkeuringen is analytisch onderzoek, onder andere bestaande uit een kolomproef, uitgevoerd door een AP04geaccrediteerd laboratorium.
In artikel 3.3.1. Lid 1 van de Regeling bodemkwaliteit is bepaald dat de emissie van parameters uit niet-vormgegeven bouwstoffen wordt bepaald door middel van een kolomproef. Of de stelling van KSV, namelijk dat cascadeproeven de uitloging van metalen en anionen beter voorspeld, laten wij aan de deskundigen over. De gemeente heeft zich lange tijd gebaseerd op de partijkeuringen en bijbehorende certificaten. Door de visuele waarnemingen van toezichthouders en bewoners en na overleg met de ILT en de Landelijke Politie Eenheidsdienst Infra is de ODWH gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar de zorgplicht van de toepasser van de bodemas. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben bericht en zullen u informeren over de voortgang van het onderzoek. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Katwijk, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. R.T. Jie Sam Foek
ir. C.L. Visser