CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

11. Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2022 (2762557)

Raad 23 december 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Belastingverordeningen 20222.579 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kenmerk Programma Onderwerp

: 262557 : Bestuur en ondersteuning : Belastingverordeningen 2022

Katwijk, 30 november 2021 Aanleiding en doel De begroting 2022 bevat voorstellen voor de belastingtarieven 2022. Op basis van die tarieven zijn in de begroting 2022-2025 belastingopbrengsten geraamd. In bijgaande belastingverordeningen 2022 zijn de tariefvoorstellen verwerkt. Voor het beleid ten aanzien van de lokale heffingen verwijzen wij naar de in de begroting 2022 opgenomen Paragraaf Lokale Heffingen. 1.1 Algemeen Bij de afzonderlijke tarieven wordt, zover wordt afweken van de paragraaf lokale heffingen, een toelichting gegeven op omstandigheden of eerdere besluitvorming die in acht genomen dienen te worden bij de berekening en vaststelling van de tarieven van die verordening. 2.1 Onroerende zaakbelastingen Bij de berekening van de OZB wordt de waarde van het onroerend goed als basis genomen. Deze waarde wordt jaarlijks vastgesteld (de zogenoemde herwaardering). Katwijk hanteert het uitgangspunt dat zij de gemiddelde waardestijging (of daling), die voortvloeit uit de herwaardering, compenseert door een tariefsverlaging (of evenredige tariefsverhoging). Daarmee bereikt de gemeente dat een waardenmutatie niet leidt tot een wijziging in de totale opbrengst, maar slechts tot individuele verschillen in aanslagen. Dat is bij voorbeeld het geval als de waarde van een woning meer of juist minder is gestegen dan het gemiddelde.

Dan levert de herwaardering een voordeel of juist een nadeel op voor de eigenaar. Voor het belastingjaar 2022 geldt het waardenprijspeil van 1 januari 2021. De vast te stellen tarieven onroerendezaakbelastingen 2022 zijn voorlopige te hoge tarieven. De definitieve waardeontwikkeling van het onroerend goed in Katwijk komt medio december 2021/januari 2022 beschikbaar. De te hoge tarieven worden via een wijziging van de belastingverordening in januari 2022 verlaagd. Deze procedure is noodzakelijk omdat na aanvang van het belastingjaar, tarieven (met terugwerkende kracht) alleen verlaagd mogen worden. Op basis van nog voorlopige prognoses begin november 2021 wordt een waardestijging verwacht van 7,8% voor woningen per 1 januari 2021 ten opzichte van 1 januari 2020. Voor niet-woningen wordt rekening gehouden met een waardedaling van 1,28%. Deze waardedaling hangt samen met een Covid correctie en levensduurcorrectie. In de conceptbegroting 2022 is voorgesteld de tarieven onroerendezaakbelastingen 2022 voor woningen en niet-woningen met 20,4% te verhogen t.o.v. de in januari 2021 vastgestelde tarieven. Die 20,4% is opgebouwd uit de reguliere indexering van 1,4%, de aan de afschaffing van de precarioheffing op leidingen en kabels gekoppelde verhoging van 15% en het tijdens de bezuinigingsoperatie 2021 genomen besluit om de tarieven de komende 5 jaar boventrendmatig met 4% te verhogen.

Tijdens de begrotingsraad van 4 november 2021 is een amendement aangenomen om de boventrendmatige verhoging van 4% incidenteel te schrappen. Voorlopig worden de tarieven voor woningen en niet-woningen inclusief indexering daardoor met 16,4% verhoogd t.o.v. het in januari 2021 vastgestelde percentage. De definitieve tarieven onroerendezaakbelastingen voor 2022 worden naar verwachting vastgesteld in de raadsvergadering van 20 januari 2022. De tarieven onroerendezaakbelastingen voor 2022 worden voorlopig als volgt vastgesteld:

Belastingsoort

OZB woningen eigenaar OZB niet-woningen eigenaar OZB niet-woningen gebruiker

Tarief ’22 o.b.v. verhoging met 16,4% 0,1029% 0,4302% 0,1272%

Tarief ’22 o.b.v. verhoging met 20,4% 0,1064% 0,4450% 0,1316%

Tarief ’21 vastgesteld 28/1/2021

0,0884% 0,3696% 0,1093%

2.2 Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten Huiseigenaren betalen onroerende zaakbelasting. Woonbooteigenaren niet, omdat woonboten geen onroerende zaken zijn. Om de gelijkheid met huiseigenaren te bewerkstelligen, is het wenselijk om de eigenaren van woonschepen ook een dergelijke belasting op te leggen. Zij profiteren immers ook van de collectieve voorzieningen die de gemeente biedt. De mogelijkheid hiervoor is geschapen door de wettelijke mogelijkheid de belasting op roerende woon- en bedrijfsruimte (BRWBR) in te voeren. Het tarief van deze belasting is gelijk aan het tarief voor de OZB. 2.3 Hondenbelasting Het tarief voor de hondenbelasting wordt met 1,4% inflatie verhoogd en komt nu op € 119,00 per hond en ook € 119,00 voor de tweede of volgende hond. Voor een kennel wordt € 493,66 in rekening gebracht. 2.4 Toeristenbelasting De administratieve systemen van de ondernemers kunnen de verschuldigde toeristenbelasting op basis van het werkelijk aantal overnachtingen bijhouden waardoor de ondernemers de af te dragen toeristenbelasting kunnen berekenen en afdragen. De ondernemers kunnen de toeristenbelasting aan hun klanten doorbelasten. Tijdens de bezuinigingsoperatie 2021 is besloten de tarieven boventrendmatig te verhogen. Voor 2021 heeft dit geleid tot een verhoging met 14% naar € 1,86 (hoog tarief) en € 1,33 (laag tarief).

Ook voor 2022 is een bezuinigingsopdracht van € 45.000 in de meerjarenbegroting ’21-‘24 opgenomen. In de uitgangspunten van de kaderbrief ’22 is aangegeven dat de verwachting is dat de taakstelling wordt ingevuld door de afschaffing van de forfaitaire regeling. Uitgangspunt is dat deze afschaffing zal leiden tot een hogere opbrengst van toeristenbelasting waarmee de bezuinigingstaakstelling wordt ingevuld en een verdere verhoging van tarieven voor 2022 niet noodzakelijk is. Uitkomst onderzoek afschaffing forfaitaire berekening toeristenbelasting Voor 2022 is, in lijn met de toezegging van het College tijdens de begrotingsraad van de begroting 2019 (toezegging T 783 van de lange termijnagenda), onderzocht in hoeverre het mogelijk was de forfaitaire berekening af te schaffen. Tijdens dit onderzoek is o.a. onderzocht welke modellen gemeenten voor de berekening hanteren. 1 van de modellen is het model wat de nieuwe gemeente Noordwijk, na de fusie, heeft opgesteld op basis van extern onderzoek. Ook dit model bevatte de afschaffing van de forfaitaire berekening met uitzondering van vaste- en seizoen standplaatsen op campings omdat registratie van het aantal overnachtende bezoekers complex is. Overwegingen:  De toeristenbelasting wordt door logiesverstrekkers geïnd en, via de Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR), afgedragen aan de gemeente;

3

   

Op basis van artikel 5 lid 2 van de huidige verordening is het mogelijk om de forfaitaire berekening toe te passen voor particulier verhuurde woningen, strandhuisjes, duinhuisjes en voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen; Voor vaste of volgtijdige standplaatsen is het complex te bepalen hoeveel personen op welk moment overnachten terwijl dit voor particuliere woningen, duin- en strandhuisjes relatief eenvoudig is; Afgezien van een goede registratie heeft dit voor de laatste groep verstrekkers in principe geen noemenswaardige nadelige consequenties; Onderzocht wordt of de registratie door logiesverstrekkers, bijvoorbeeld via een digitaal nachtregister, kan worden vereenvoudigd; De verwachting is dat met name door een meeropbrengst op strand- en duinhuisjes de in de bezuinigingsoperatie voor de begroting 2021 opgenomen taakstelling van € 45.000 kan worden gerealiseerd waardoor het niet noodzakelijk is de tarieven voor 2022 te verhogen.

Voorgesteld wordt om het Noordwijkse model te hanteren en dit is verwerkt in de voorliggende verordening toeristenbelasting 2022. Dit voorstel is recent, tijdens een informatiebijeenkomst, besproken met een deel van de Katwijkse logiesverstrekkers. Toezegging T 783 van de lange termijnagenda is daarmee afgehandeld. Implementatie  De geregistreerde logiesverstrekker per brief over de wijzigingen binnen de verordening toeristenbelasting 2022 informeren;  De aangepaste verordening wordt op de gebruikelijke wijze voor 31 december gepubliceerd;  De BSGR wordt, zoals gebruikelijk, verzocht de vastgestelde verordening toeristenbelasting 2022 uit te voeren en de forfaitaire berekening niet meer toe te staan voor particuliere woningen, strand- en duinhuisjes;  Verder wordt komend jaar de vereiste onderbouwing van de forfaits voor vaste- en volgtijdige standplaatsen op campings onderzocht. 2.5 Precariobelasting Zoals bekend heeft het kabinet de precariobelasting op nutsbedrijven per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen gold een overgangstermijn tot 1 januari 2022 (Katwijk heeft gebruik gemaakt van deze overgangsregeling). In de nieuwe verordening is in lijn met voorgaande de heffing op kabels en leidingen van nutsbedrijven komen te vervallen.

De tarieven voor precariobelasting voor standplaatsen en terrassen worden verhoogd met 1,4% inflatie. 2.6 Parkeerbelasting De kosten van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen, in de volksmond de “parkeerboete” wordt verhoogd van € 65,30 naar € 66,50. Dit is het landelijk vastgesteld maximumtarief per 1 januari 2022. De tarieven voor garageparkeren, straatparkeren en parkeervergunningen zijn na de vaststelling van de nota Parkeerbeleid in de raad van 16 juli 2020 aangepast en verdere verhoging is op dit moment niet noodzakelijk. Na de digitalisering van het straatparkeren in 2021 wordt in en 2022 gestart met volgende acties uit de nota Parkeerbeleid zoals actualisering van het parkeren op eigen terrein en fiscalisering van vergunningsgebieden. 3.1 Riool- en waterzorgheffing (incl. rioolaansluitrecht) De kosten op het gebied van riolering en waterzorg worden gedekt door deze heffing. Hieronder vallen de kosten van afvalwaterinzameling, afvalwatertransport en afvoer van overtollig regen- en grondwater. Vanwege het behalen van de 100% kostendekkendheid en de hoge stand van de egalisatievoorziening rioolheffing zijn in 2020 de tarieven met 10% verlaagd. De daling zou in latere jaren jaarlijks met 1% afnemen. In de kaderbrief 2022 is voorgesteld het tarief over 2022 met 1,4% te verhogen. Onder andere als gevolg van het integrale 4

waterketenplan (IWKP) is de verwachting dat de voorziening wordt uitgeput. Daarom is voorgesteld om de tarieven boventrendmatig met 1% te verhogen wat uiteindelijk resulteert in een voorstel om de tarieven in 2022 met 3,4% te verhogen. De tarieven voor 2022 worden als volgt voorgesteld: Soort tarief Basistarief Extra tarief Laag tarief

2022 € 137,36 € 95,65 € 40,07

2021 € 132,84 € 92,50 € 38,75

Het IWKP wordt op dit moment nader uitgewerkt. Omdat de daaraan verbonden budgettaire lasten nog maar beperkt in de begroting zijn opgenomen is de verwachting dat het IWKP een aanzienlijk effect zal hebben op de tarieven voor volgende jaren. Via de kadernota 2023 wordt u hierover nader geïnformeerd. 3.2 Afvalstoffenheffing Alle gemeentelijke kosten op het gebied van huishoudelijke afvalinzameling moeten worden gedekt door de opbrengst van de heffing. Ook voor de afvalstoffenheffing geldt in principe een kostendekkend tarief. Er zijn 2 verschillende tarieven: een tarief voor meerpersoonshuishoudens en een lager tarief voor éénpersoonshuishoudens. In de kadernota 2022 is voorgesteld een tariefstijging van 1,4% te hanteren voor het tarief afvalstoffenheffing. In 2021 is als gevolg van lastenstijgingen etc. voorgesteld de tarieven voor afvalstoffenheffing in 2021 en 2022 boventrendmatig met 3% te verhogen. Mede door deze verhoging is de exploitatie nu 100% kostendekkend en is het nu niet noodzakelijk het tarief verder boventrendmatig te verhogen. Gemeente Katwijk staat voor de uitdaging om tot meer afvalscheiding te komen middels een aanpassing van ons afvalinzamelsysteem, die kan rekenen op voldoende draagvlak bij onze inwoners. De tarieven worden met 4,4 % verhoogd tot € 348,27 voor meerpersoonsh’uishoudens en € 239,49 voor eenpersoonshuishoudens.

Volgens de huidige prognoses is per 1 januari 2022 is een voorziening afvalstoffenheffing beschikbaar van € 367.733. Deze wordt ingezet om de tariefsverhoging te beperken. 3.3 Begraafrechten Op basis van de bezuinigingsnotitie 2021 wordt in de meerjarenbegroting rekening gehouden met een jaarlijkse boventrendmatige verhoging van tarieven naar een meer kostendekkend niveau (extra opbrengst voor 2022 € 16.250). Omgerekend komt dit neer op een verhoging van 10% op alle tarieven. Tevens is in de nieuwe verordening voor begraven en cremeren op zaterdag een opslag aangehouden van 25% t.o.v. de wekelijkse tarieven, deze verhoging hangt samen met de kosten die ons daarvoor door derden in rekening worden gebracht. Daarnaast worden ook, in lijn met de kadernota 2022, de onderhoudsrechten en kosten van de graven/begraven in 2022 met 1,4% verhoogd. De totale verhoging van de tarieven voor 2022 is daarmee 11,4%. 3.4 Havengelden De gemeente Katwijk ontvangt havengelden voor de beroepsvaart bij de loswal in het industriegebied ’t Heen. De overige aanlegplaatsen worden geëxploiteerd door de Stichting Jachthaven, Stichting Katwijk Motor en het Hoogheemraadschap van Rijnland. De havengelden in het Prins Hendrikkanaal en de Berghaven worden niet opgelegd omdat deze zijn vrijgesteld op basis van artikel 6 lid 7 of omdat aanleggen niet wordt toegestaan.

Met de Stichting Jachthaven en de Stichting Katwijk Motor zijn andere betalingen overeengekomen in de vorm van onder meer erfpacht.

5

Tijdens de bezuinigingsoperatie 2021 is besloten de begrote havengeld opbrengsten met ingang van de begroting 2022 te verhogen. Dit leidt, bovenop de reguliere indexering van 1,4%, tot een boventrendmatige verhoging met 8,6% naar 10%. De tarieven voor de beroepsvaart bedragen (inclusief BTW): per kubieke meter waterverplaatsing bij een verblijf van: - ten hoogste 7 achtereenvolgende dagen € 0,22 - ten hoogste 30 achtereenvolgende dagen € 0,52 - bij abonnement, voor een kalenderkwartaal € 1,24 - met een minimum per heffing van € 4,57 3.5 Marktgelden De marktgelden worden met het inflatiepercentage van 1,4% verhoogd. 3.6 Leges Afgezien van de wettelijk voorgeschreven tarieven en hoofdstuk 2 “Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning” (zie kanttekening) zijn de overige tarieven, in lijn met de begroting met 1,4% verhoogd. Daarnaast zijn er een aantal wijzigingen in Hoofdstuk 1.15 van de tarieventabel verwerkt m.b.t. het aanvragen, aanleggen en wijzigen van gehandicaptenparkeerplaatsen (1.15.6) en legeskosten voor het aanvragen van een vergunning voor laadpalen (1.15.7). Kanttekeningen Niet indexeren van hoofdstuk 2 van de tarieventabel van de legesverordening. Tijdens het onderzoek naar tarieven voor de situatie na invoering omgevingswet is o.a.

door een externe partij de kostendekkendheid van de huidige leges van hoofdstuk 2 onderzocht (deze kostendekkendheid mag in principe niet hoger zijn dan 100%). Uitkomst van dit onderzoek is dat de kostendekkendheid nu ca. 100% is en daarom wordt voorgesteld de tarieven voor hoofdstuk 2 niet te indexeren met de in de begroting opgenomen 1,4%. De legesverordening en bijbehorende tarieventabel 2022 voor de situatie na invoering van de omgevingswet zijn nog niet afgerond Het was de intentie om tegelijkertijd met de overige verordeningen voor 2022 ook de op de omgevingswet aangepaste verordening en tarieventabel aan te bieden. Tijdens het eerder genoemde externe onderzoek is gebleken dat dit, o.a. door het onderzoek naar de kostendekkendheid na invoering, een complexe en tijdrovende operatie is waarbij meerdere variabelen moeten worden uitgewerkt. De planning is nu dat deze aangepaste verordening bij de invoering van de omgevingswet (huidige planning medio 2022) zal worden aangeboden. Middelen De vaststelling van de belastingverordeningen 2022 leidt, met uitzondering van de (on)roerende zaakbelastingen, niet tot een aanpassing van de in de begroting 2022 opgenomen opbrengsten. De consequenties van het niet indexeren van hoofdstuk 2 van de legesverordening zullen via de reguliere planning & control instrumenten in de begroting worden verwerkt.

Uitvoering Na vaststelling en publicatie van de belastingverordeningen zullen de genoemde belastingen en rechten in 2022 worden geheven en ingevorderd.

6

Bijlage(n) 1.Verordening hondenbelasting 2022; 2. Verordening precariobelasting 2022; 2a. Tarieventabel precariobelasting 2022; 3. Verordening rioolaansluitrecht 2022; 3a. Tarieventabel rioolaansluitrecht 2022; 4. Verordening marktgelden 2022; 5. Verordening riool- en waterzorgheffing 2022; 6. Verordening op roerende woon- en bedrijfsruimten 2022; 7. Verordening afvalstoffenheffing 2022; 7a. Tarieventabel afvalstoffenheffing 2022; 8. Verordening toeristenbelasting 2022; 9. Verordening parkeerbelasting 2022; 9a. Tarieventabel parkeerbelasting 2022; 10. Verordening havengelden 2022; 11. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2022; 12. Verordening begraafrechten 2022; 12a. Tarieventabel begraafrechten 2022; 13. Legesverordening 2022; 13a. Tarieventabel legesverordening 2022; 13b. Vergelijking tarieventabel leges 2022-2021.

Burgemeester en wethouders van Katwijk, De secretaris De burgemeester

7

Raadsbesluit Kenmerk Programma Onderwerp

: 262557 : Bestuur en ondersteuning : Belastingverordeningen 2022

De raad van de gemeente Katwijk; gelezen de voorstellen van burgemeester en wethouders van Katwijk van 30 november 2021; gelet op artikel 216 van de Gemeentewet;

BESLUIT: 1.

2.

Binnen de verordening toeristenbelasting 2022 de forfaitaire berekening van af te dragen toeristenbelasting voor verblijfsaanbieders van particuliere woningen, strandhuisjes en duinhuisjes niet meer toe te staan en daarmee toezegging T 783 van de lange termijnagenda als afgehandeld te beschouwen Vast te stellen de Belastingverordeningen 2022

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 23 december 2021

De griffier

De voorzitter

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10927741/1