11. Politieke vragen ex art. 41 van het RvO van het lid Smits van 10 maart 2021 inzake beaumix bij de N206 (1889826)
Tekst van het document
Beaumix bij de N206 Aan: College van burgemeester en wethouders gemeente Katwijk Van: Fractie Smits Betreft: Politieke vragen ex art. 41 RvO over beaumix bij de N206 Datum: 10 maart 2021
Geacht college, Naar aanleiding van het persbericht van KSV van 8 maart heb ik de onderstaande vragen die ik als politieke vragen wil indienen: 1. Wat was de aanleiding van de (toen nog in dienst zijnde) bodemexpert van de Gemeente Katwijk om monsters van het bouwmateriaal in september 2020 naar het onderzoekslab te sturen? 2. In de betreffende raadsvergadering bleek dat wethouder Nagtegaal niet op de hoogte was van de vondst van het zeer giftige antimoon dat al in september 2020 was vastgesteld. Wat is hier in het interne proces niet goed gegaan? Welke consequenties worden hieraan verbonden? 3. Waar is het rapport van september 2020 dat er voor zorgde dat meerdere ambtenaren van de gemeente een bezoek hebben gebracht aan de productielocatie Nauerna in Alkmaar? 4. Waarom heeft de gemeente in november, bij signalering van te hoge antimoon-waarden en na de raadsvergadering waarin omwonenden ernstige zorgen uitten over de grote hoeveelheden batterijen, plastic en ijzer, genoegen genomen met het certificeringsonderzoek door de fabrikant (tevens partnerbedrijf van de aannemer) zelf? 5. Klopt het dat het tweede onderzoek in november niet gebaseerd op is monsters van de locatie zelf, maar op de partijkeuring van de fabrikant? Waarom is hiervoor gekozen? 6.
Waarom werd er na de publicatie van het eerste onderzoek door KSV, waarin wederom een te hoge waarde aan zware metalen werd aangetoond, door de gemeente Katwijk een persbericht uitgebracht dat het onderzoek van KSV niet deugde? Tegen het licht van het eigen tweede onderzoek van de gemeente is dat een bijzondere beschuldiging, ook tegen het licht van de rolverdeling. 7. Waarom is de wethouder pas zelf op stort-locatie gaan kijken na hevig aandringen van KSV? 8. Heeft de gemeente als lokale overheid niet de maatschappelijke verantwoordelijkheid om vragen te stellen bij de certificaten van een product, als er sterke aanwijzingen zijn dat de bevindingen op locatie niet stroken met de eisen die aan het product gesteld worden? 9. Begrijpen de wethouder en betrokken ambtenaren dat het vertrouwen van burgers in de oprechte bedoelingen van de gemeente erg op de proef wordt gesteld? Hoewel de termijn van beantwoording 30 dagen is spreek ik de verwachting en hoop uit dat het college de vragen op kortere termijn zal kunnen beantwoorden. Dit in het licht van eventuele agendering van het onderwerp. Vriendelijke groeten, Nelly Smits Fractie Smits