CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Raadsvoorstel Transitiedocument omgevingsplan strategische en ontwerpkeuzes voor het omgevingsplan (13465)

Raad 8 juli 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Keuzes voor de inrichting van het omgevingsplan2.586 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

Deze versie is met portefeuillehouder afgestemd op:

Kenmerk Programma Onderwerp

10 mei 2021

: Z13465D13473 : Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling : Transitiedocument omgevingsplan

Katwijk, 18 mei 2021

Aanleiding en doel Aanleiding Als het voorstel van de Minister door de Eerste Kamer wordt gevolgd, treedt op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking. Vanaf die datum moet gewerkt, getoetst en gehandeld worden volgens de Omgevingswet. Eén van de doelstellingen van de wetgever is dat alle losse beleidsregels en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving worden samengevoegd en geïntegreerd in één ‘document’: het omgevingsplan. Dat ene plan omvat het gehele gemeentelijke grondgebied. Het omgevingsplan beoogt een evenwichtige toedeling van functies en locaties. Het opstellen van het omgevingsplan biedt kansen om te dereguleren door ‘dubbele regels’ en tegenstrijdigheden te verwijderen en integraal te kijken naar de fysieke leefomgeving. De wet biedt beleidsruimte om ambities op gebiedsniveau of thematisch niveau te kunnen realiseren. De huidige situatie Het omgevingsplan vervangt de huidige 55 bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals delen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Bouwverordening. Het omgevingsplan van rechtswege en de transitiefase Alle gemeenten hebben bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan van rechtswege met daarin onder andere de oude bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bruidsschat.

De bestemmingsplannen en de bruidsschat worden getoond in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De gemeente hoeft hiervoor geen actie te ondernemen, anders dan het er zorgdragen dat de bestemmingsplannen up-to-date zijn. De planvoorraad uit ruimtelijke plannen wordt vanuit Ruimtelijke plannen ‘ingelezen’, het Rijk vult het DSO met de bruidsschatregels. De regels uit de genoemde gemeentelijke verordeningen worden niet in het DSO getoond. Daarnaast zijn er regels voor de fysieke leefomgeving die nu nog in andere gemeentelijke verordeningen zitten, bijvoorbeeld in de APV. Deze maken (nog) geen deel uit van het tijdelijke omgevingsplan en worden ook niet zichtbaar in het DSO. Alle regels moeten op 31 december 2029 zijn opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. In de overgangsfase moeten gemeenten dus alle regels vanuit het tijdelijk omgevingsplan ‘overbrengen’ naar het nieuwe deel. Ook moeten gemeenten de regels uit de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en waarvan zij dat nodig vinden op dat moment hebben toegevoegd. ‘Overbrengen’ en ‘toevoegen’ gaat door raadsbesluiten die het nieuwe deel van het omgevingsplan wijzigen. Daarbij worden de regels door de gemeente geïntegreerd en geactualiseerd, passend bij de maatschappelijke opgaven, de 2

gemeentelijke ambities zoals die zijn vastgelegd in onze omgevingsvisie en bij de beoogde structuur en opzet van het omgevingsplan. Advies van de VNG De gemeente heeft tot 31 december 2029 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te vormen tot een omgevingsplan dat voldoet aan de bedoeling van de Omgevingswet. Dit is in de meeste gemeenten een proces van jaren. Daarom is het verstandig om nu al te beginnen met oriënterende en voorbereidende stappen. Relevant hierbij is dat wanneer het langer duurt om te komen tot het nieuwe omgevingsplan, dit tot gevolg heeft dat een langere periode het oude regime (tijdelijk omgevingsplan) en nieuwe regime (nieuw omgevingsplan) naast elkaar bestaan, hetgeen de lijnorganisatie tijdelijk extra belast. Daarom wordt door de VNG geadviseerd in het plan te sturen op een zo kort mogelijke periode voor het opstellen van het nieuwe omgevingsplan. Het is daarnaast van belang om de kaders vanuit rijksregelgeving en de provinciale verordening goed te bestuderen; provinciale instructieregels kunnen bijvoorbeeld betekenen dat sommige onderdelen van het omgevingsplan al (ruim) voor 2029 vastgesteld moeten zijn (denk aan klimaatadaptatie, energietransitie etc.). De VNG adviseert dat gemeenten voor invoering van de wet keuzen hebben gemaakt over de uitgangspunten, structuur en insteek van het nieuwe omgevingsplan.

Daarbij dient ook bepaald te worden in welke stappen en in welk tempo het nieuwe omgevingsplan wordt opgesteld. Doel Op 29 april spraken wij reeds met uw raad over een aantal strategische keuzes voor het omgevingsplan en de effecten die deze keuzes op de structurele effecten van de Omgevingswet kunnen hebben. Via dit voorstel en de bijlagen wordt hier een vervolg aan gegeven. Om te borgen dat Katwijk op 31 december 2029 een volledig omgevingsplan zal hebben dat aan de wettelijke bepalingen voldoet, is het wenselijk om een plan van aanpak te hebben voor de transitiefase. In bijlage 1 vindt u het ‘Transitiedocument voor het omgevingsplan’. In deel 1 van dit document wordt stilgestaan bij het proces, met inbegrip van de aanpak, planning en benodigde capaciteit. In deel 2 van dit document wordt stilgestaan bij de inhoud, met inbegrip van de strategische en ontwerpkeuzes voor het omgevingsplan. Uw raad wordt gevraagd kennis te nemen van de plan van aanpak (deel 1, bijlage 1) en om via besluiten over de strategische en ontwerpkeuzes (deel 2, bijlage 1) richting en kaders mee te geven voor de verdere voorbereiding van de besluitvorming. Met deze richting gaan we de komende maanden oefenend aan de slag met een aantal concrete acties rond omgevingsplannen en werken we ook de impact voor de organisatie en omgeving uit.

Deel 1: Plan van aanpak In het eerste deel van het transitiedocument zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd die van belang zijn en waar rekening mee moet worden gehouden bij de totstandkoming van het omgevingsplan: 1. we gaan stap voor stap aan de slag met het opbouwen van het omgevingsplan; 2. het opbouwen van het omgevingsplan doen we zo veel mogelijk gebiedsgericht en indien het zich voordoet werken we thematische onderwerpen uit; 3. tijdens de overgang naar het nieuwe stelsel gaat het dagelijkse werk door. Tot uiterlijk 31 december 2029 bestaan er dus verschillende juridische regimes naast elkaar. Dat is complex, vraagt extra capaciteit en onze bijzondere aandacht;

3

4. we trachten de transitietermijn en de verschillende juridische regimes zo kort mogelijk te maken, de haalbaarheid hiervan is afhankelijk van de beschikbare capaciteit; 5. het transitiedocument is niet in ‘beton gegoten’. Er is ruimte voor flexibiliteit. Als een aanpak in de praktijk niet blijkt te werken passen we onze aanpak en de bijbehorende planning aan. Deze uitgangspunten zijn in het transitiedocument uitgewerkt in een aanpak, een planning en een begroting van de inzet aan capaciteit en middelen. Wij brengen u dit in deze fase al onder de aandacht. Deel 2: Strategische en ontwerpkeuzes In het tweede deel van het transitiedocument worden een aantal keuzes op strategisch en ontwerpniveau uitgewerkt. Deze keuzes zijn direct gerelateerd aan de ambities die uw raad bij aanvang van de implementatie van de Omgevingswet heeft meegegeven en zijn van belang voor het vervolgtraject. De keuzes die worden voorgesteld betreffen o.a.: Strategische keuzes: 1. Globaal of gedetailleerd 2. Gebiedsgerichte of themagerichte omzetting 3. Bepalen van de gebieden 4. Faciliteren of sturen: toelatingsplanologie versus uitnodigingsplanologie Ontwerpkeuzes: 1. Functies of activiteiten 2. Vooraf alle activiteiten bepalen of stapsgewijs uitbouwen (flexibel) 3. Gemeentebrede of locatiespecifieke regels voor activiteiten 4. Regels op gebiedsniveau of perceelniveau 5. Open of gesloten normen 6.

Doel- of middelvoorschriften 7. Algemene regels met melding of vergunningsplicht, informatieplichten 8. Omgevingswaarden 9. Kostenverhaal Voorstel Dit voorstel is bedoeld om richting mee te geven betreffende bovengenoemde keuzes. Wij doen daarvoor een voorzet. In het tweede deel van het transitiedocument nemen wij uw raad mee in onze beweegredenen. We vragen op dit moment vooral om met deze richting in te stemmen en ons zo kaders mee te geven voor verdere uitwerking. Het daadwerkelijke besluit over de volledige transitie naar de Omgevingswet zal vastgelegd worden met de vaststelling van het transitieplan voor het gehele wetgevingstraject dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal volgen. Indicatoren (facultatief) Een goede verdere implementatie van de Omgevingswet. Motivering voorstel Een planmatige en gefaseerde aanpak is nodig Vanwege de omvang van de transitie wordt een planmatige aanpak noodzakelijk geacht. Het voorliggende transitiedocument dient hierbij als ons plan van aanpak. Het transitiedocument beslaat de route naar het omgevingsplan en formuleert tevens een aantal strategische- en 4

ontwerpkeuzes rondom het omgevingsplan. Het document zal de leidraad zijn, om vanaf halverwege 2021 daadwerkelijk met het omgevingsplan aan de slag te gaan en de wettelijke deadline van 31 december 2029 te kunnen halen. Een snelle start De totale transitietijd lijkt lang, maar het kan nog haasten worden, ervan uitgaande dat vrijwel het hele grondgebied onder de loep moet worden genomen. Bovendien is er in de transitieperiode – totdat het omgevingsplan volledig gereed is – sprake van een dubbel regime: de oude bestemmingsplannen en verordeningen en het inmiddels in het nieuwe deel opgenomen gebieden of thema’s. Dit is niet alleen lastig voor de inwoners en ondernemers, maar levert ook extra lasten op voor de organisatie. Het streven is daarom om voortvarend aan de slag te gaan en zodra de invoeringsdatum van de Omgevingswet definitief is te beginnen. In het transitiedocument is daarom 2021 als aanvangsjaar opgenomen. Kanttekeningen De transitie is een behoorlijke organisatorische opgave. Om uitvoering te kunnen geven aan de transitie en de fasering zijn de volgende twee randvoorwaarden in ieder geval van belang:  Voldoende tijd en capaciteit (uren en medewerkers) om de werkzaamheden uit te voeren, zowel intern als bij ketenpartners. In de begroting zijn voor de gemeentelijke inzet en kosten inmiddels al reserveringen opgenomen.

Hier wordt in de paragraaf ‘Middelen’ nader op ingegaan.  Commitment van bestuur, management en medewerkers aan de doelstellingen en planningen. De gemeenteraad zal gedurende de komende 8 à 9 jaar aangehaakt moeten blijven bij de uitwerking voor de verschillende gebieden en thema’s. ‘Overbrengen’ en ‘toevoegen’ gaat immers door raadsbesluiten die het nieuwe deel van het omgevingsplan wijzigen. Het transitiedocument richt zich enkel op het opstellen/transformeren van het omgevingsplan Het transitiedocument richt zich enkel op het omgevingsplan. De totale impact van de Omgevingswet is breder. Zo wordt in het transitiedocument niet ingegaan op de werkzaamheden die betrekking hebben op de wetgevingstrajecten die zijdelings gelinkt zijn aan het omgevingsplan. Denk aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de werkprocessen rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook zullen in de transitieperiode de nieuwe processen moeten worden ingericht en wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet gaandeweg gevuld, o.a. met de toepasbare regels. Bovendien wordt de organisatie qua bezetting en werkwijzen aangepast op de Omgevingswet. Tijdens deze transitie krijgen de structurele effecten, waarover we op 29 april met u spraken, hun definitieve vorm en omvang.

De effecten van vier strategische keuzes die we op 29 april met uw raad besproken hebben, zijn ter illustratie en onderbouwing uitgewerkt in bijlage 2. De indicatie van de effecten van andere keuzes zijn opgenomen in deel 2 van het transitiedocument. In het transitieplan voor het gehele wetgevingstraject dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal volgen, wordt een overzicht gegeven van de volle opgave. In dat document zal ook nader worden ingegaan op de structurele effecten die bepaalde keuzes zullen hebben. De Omgevingswet is uitgesteld De invoeringsdatum van de Omgevingswet is met een half jaar uitgesteld tot 1 juli 2022. Het uitstel van de wet heeft consequenties voor onze gemeentelijke planning. Wij komen hier op de korte termijn bij u op terug middels een informatiebrief. Voorstel voor raadsbehandeling (facultatief) 5

Mocht uw raad behoefte hebben aan nadere toelichting, kunnen wij op 24 juni (onder voorbehoud en in overleg met de griffier) een informatieve sessie verzorgen. Voorgesteld wordt om in ieder geval nog voor de zomer te besluiten. Aanpassingen naar aanleiding van commissiebehandeling (facultatief) N.v.t. Middelen De inzet aan capaciteit bedraagt per deelplan van het omgevingsplan gemiddeld 2.500 uur. Deze capaciteit valt gedeeltelijk binnen de reeds beschikbare capaciteit in de organisatie ten behoeve van structuur- en bestemmingsplannen en de bijdrage van de verschillende clusters aan de bestemmingsplannen. Dit wordt in de jaarlijkse urenramingen opgenomen. Voor de noodzakelijke (externe) ondersteuning is in de begroting (regulier RO budget) op jaarbasis een bedrag van €70.000,- (excl. BTW) beschikbaar. Om de transitie te kunnen uitvoeren en de omgevingsvisie en het omgevingsplan te kunnen ontwikkelen en blijven beheren, is extra inzet onvermijdelijk. De vraag om extra middelen is reeds voorgelegd, hierover is besloten in het kader van de intensiveringen/bezuiniging voor 2021 e.v. Daarbij is voor 2021 een bedrag van €52.745,- opgenomen en vanaf 2022 voor het Omgevingswetinstrumentarium (omgevingsvisie/omgevingsplan) een structureel bedrag van €105.490,-.

Uitvoering Uw raad wordt gevraagd kennis te nemen van de plan van aanpak (deel 1, bijlage 1) en om via besluiten over de strategische en ontwerpkeuzes (deel 2, bijlage 1) richting en kaders mee te geven voor de verdere voorbereiding van de besluitvorming. Met deze richting gaan we de komende maanden oefenend aan de slag met een aantal concrete acties rond omgevingsplannen en werken we ook de impact voor de organisatie en omgeving uit. Juridisch advies N.v.t. Communicatie N.v.t. Bijlage(n)  

Bijlage 1. Transitiedocument voor het omgevingsplan Bijlage 2. Uitwerking strategische keuzes dialoogmodel structurele effecten

Burgemeester en wethouders van Katwijk, De secretaris De burgemeester

6

Raadsbesluit Kenmerk Programma Onderwerp

: Z13465D13473 : Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling : Transitiedocument omgevingsplan

De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Katwijk van 18 mei 2021; gelet op de artikelen 108, lid 1 en 147, lid 2 van de Gemeentewet en artikel 2.4 van de Omgevingswet;

BESLUIT:

a. b. c. d.

a.

b.

c.

d. e.

f. g.

1. de volgende strategische kaders voor verdere invulling en inrichting van het omgevingsplan vast te stellen: het omgevingsplan zal zoveel als mogelijk globaal worden opgesteld, dit gebeurt met inachtneming van de gebiedstypering. De concrete gebiedsindeling zelf en de te kiezen typeringen volgen bij de vaststelling van het transitieplan; het omgevingsplan zal in beginsel gebiedsgericht worden omgezet naar het volwaardige omgevingsplan; de indeling van de gebieden zal plaatsvinden aan de hand van gebiedstyperingen/samenhangende gebieden en wordt gefaseerd opgepakt; het omgevingsplan zal met inachtneming van de gebiedstypering gericht zijn op uitnodigingsplanologie;

2. de volgende ontwerpkaders voor verdere invulling en inrichting van het omgevingsplan vast te stellen: bij het gebiedsgericht opstellen van het omgevingsplan zullen regels uit verordeningen stapsgewijs worden overgezet, dit betekent dat er geen afzonderlijke Verordening Fysieke Leefomgeving wordt opgesteld; de opbouw van het omgevingsplan zal vanuit activiteiten plaatsvinden, gedurende de ontwikkeling van het omgevingsplan zal de lijst met activiteiten steeds verder worden ontwikkeld en opgebouwd; binnen de gebiedstypering zal worden ingezet op regels voor activiteiten die gemeentebreed worden opgesteld. Indien nodig zal daarbij een verbijzondering worden gemaakt naar extra gebiedsgerichte of in sommige gevallen zelfs locatiespecifieke regels, waarmee maatwerk mogelijk wordt gemaakt; per te reguleren thema/activiteit zal worden bepaald of een open dan wel gesloten norm daarvoor het meest geschikte instrument is; er zal zoveel als mogelijk worden gewerkt met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften, waarbij per activiteit gekeken zal worden welk type regel het meest passend is; de bruidsschatregels worden zoveel als mogelijk geschrapt en aangepast aan de lokale smaak; omgevingswaarden zullen enkel worden opgenomen als zij verplicht zijn, dan wel waar de omgevingskwaliteit dit expliciet noodzakelijk maakt;

7

h. het kostenverhaal zal worden opgenomen in het omgevingsplan. Het kostenverhaal omvat volgens de aanvullingswet grondeigendom het verhalen van kosten door de gemeente die zij maakt voor publieke voorzieningen die direct verband houden met een bouwactiviteit; i. vragenbomen zullen worden opgesteld waar dit de dienstverlening ten goede komt. Met vragenbomen kunnen initiatiefnemers in het Omgevingsloket nagaan of een vergunning of een melding voor hun initiatief nodig is; j. voor de participatie van het omgevingsplan zal worden aangesloten bij het vastgestelde participatiebeleid voor de Omgevingswet; 3. de definitieve keuzes voor de inrichting van het 0mgevingsplan vast te leggen bij de vaststelling van het transitieplan voor het gehele wetgevingstraject dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal volgen.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van De griffier

De voorzitter

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10306591/1