10. Beantwoording PV ex art 41 van het RvO van de leden JH Haasnoot en Schrijvers van 14 dec 2021 inz voorgenomen oprichting Warmtebedrijf Leidse Regio (2770770)
Tekst van het document
Postbus 589 – 2220 AN Katwijk
Contactpersoon:
Gemeenteraad Katwijk t.a.v. de heren Haasnoot en Schrijvers Postbus 589 2220 AN Katwijk
Joris van Liebergen Afdeling:
Beleid Fysieke Leefomgeving Te bereiken op:
071- 406 5000 j.vanliebergen@katwijk.nl Ons kenmerk:
Z2770770D2770776 2 Bijlage(n): Verzenddatum: 14.12.21 Uw kenmerk: Onderwerp: Beantwoording Politieke vragen Voorgenomen oprichting Warmtebedrijf Leidse Regio
Katwijk, 14 december 2021 Geachte heren Haasnoot en Schrijvers, Naar aanleiding van de wensen en bedenkingen procedure ten behoeve van de Samenwerking in de warmtetransitie in de Leidse regio en het benutten van de restwarmte via WLQ+ d.d. 18 november 2021 zijn op 15 November 2021 zijn door u namens Hart voor Katwijk en Kies Katwijk politieke vragen gesteld ex artikel 41 RvO betreffende “Voorgenomen oprichting Warmtebedrijf Leidse Regio”. Met deze brief willen wij u op de hoogte stellen van de beantwoording van de vragen. Hieronder zijn de vragen van Hart van Katwijk opgenomen. De beantwoording op de vragen is cursief weergegeven. 1) Kunt u een commentaar en repliek geven op alle door ons genoemde punten A t//m J? 2) Wilt u bij elk punt een duidelijke argumentering geven indien u het niet met onze zienswijze eens bent? Op 27 mei 20211 heeft de gemeenteraad uw college onder een aantal voorwaarden toestemming gegeven om tot SAMENWERKING over te gaan in de Leidse regio m.b.t. het onderwerp warmtetransitie en daarover een convenant aan te gaan. Het benutten van restwarmte zou in het initiatief centraal moeten staan heeft de gemeenteraad besloten. (Restwarmte is één van de bronnen in de beoogde multi-bronnen strategie. Het is niet besloten dat de restwarmte centraal moet staan in de samenwerking warmte Leidse Regio.
Het is besloten in te stemmen met een regionale beleidsmatige keuze voor het benutten van restwarmte via vormen van collectieve warmtevoorziening, dat in lijn met de RES en uitgangspuntennota voor de TVS en LES.) Het gaat ons inziens een beetje ver om met een mandaat van de gemeenteraad dat toestemming geeft om “samenwerking” aan te gaan, vervolgens aan te sluiten op een initiatief waarbij we een gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, (T) 071 - 406 5000, (F) 071 - 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl
*2770776*
2/8
Ons kenmerk: Z2770770D2770776
eenrichtingsweg inslaan in de richting van het oprichten van een zelfstandig energiebedrijf, waarvan de juridische vormgeving, interne gezags- en eigendomsverhoudingen en de hieruit resulterende kosten onduidelijk zijn. (Er is nergens in de stukken gesteld dat er een zelfstandig energiebedrijf wordt opgezet. Er is geen zelfstandig rechtspersoon opgericht dat rechten en plichten zou kunnen scheppen en geen daartoe strekkende bevoegdheden gemandateerd of overgedragen). Het is ook onduidelijk bij wie de voordelen terecht zullen komen en of die in verhouding zijn met de verdeling van kosten op basis van inwonertallen. Vervolgens gaat u zelfstandig besluiten nemen in dit traject of en krijgt de gemeenteraad slechts de mogelijkheid om vrijblijvend wensen en bedenkingen te uiten. (Dit zijn enkel besluiten over de uitvoering van de samenwerking tot eind 2022, die zich beperkt tot enkel inspanning en onderzoek door een regionaal programmateam. Besluitvorming over voorzetting en over hoe verder worden voorgelegd aan college en raad. Zie bijlage 1 Beantwoording toezegging 1048 “Overzicht voorstellen samenwerking warmtetransitie (45854)”. Deze wensen en bedenkingenprocedure is enkel van toepassing op de vaststelling van de Samenwerkingsovereenkomst). Wij zien hier grote (financiële) risico’s en nauwelijks voordelen voor de inwoners van Katwijk.
Het besluitvormingsproces is op zijn minst onzorgvuldig maar eigenlijk onacceptabel omdat u uw bevoegdheden wel erg ruim geïnterpreteerd heeft. (De bevoegdheden van het college beperken zich tot en blijven binnen de kaders zoals door de raad meegeven in het raadsbesluit van 27 mei jl. Alle besluitvorming buiten die kaders wordt voorgelegd aan de raad. Zie bijlage 1 Op 27 mei besloot de gemeenteraad om uw college onder voorwaarden mandaat te verlenen om afspraken met externe partijen te kunnen maken. Inmiddels heeft u ons (drie maanden te laat) een uitwerking in het verlengde van het genoemde raadsbesluit doen toekomen. Hierin mandateert u de door ons aan u gemandateerde bevoegdheden zonder voorafgaand overleg met de gemeenteraad weer door aan de gemeente Leiden. (De mandatering aan Leiden zoals vastgelegd in de DVO betreft enkel het aangaan van diensten ten behoeve van inspanningen en onderzoeken door derden, dat betreft niet het aangaan van samenwerking met andere partijen, zoals opgenomen in het raadsbesluit van 27 mei jl. (beslispunt 5). Die bevoegdheid blijft bij het Bestuurlijk overleg van de Leidse Regio en de colleges zolang het binnen de kaders is van het raadsbesluit van 27 mei jl. Indien het samenwerkingen betreft buiten de kaders van het raadsbesluit van 27 mei jl., dan zullen deze voorgelegd worden aan college en raad, zie bijlage 1).
Tenslotte is nog vermeldenswaard dat in het punt 5 en 6 van het genoemde raadsbesluit d.d. 27 mei 2021 is vastgelegd dat u slechts afspraken met derden kunt maken indien er sprake is van: a) Het niet overschrijden van de voorwaarden in het raadsbesluit, en b) tijdige besluitvorming en uitvoering van de WarmtelinQ+ en de beschikbaarheid van restwarmte. (In beslispunt 6 in het raadsbesluit van 27 mei jl. wordt specifiek besluit 2 en 5 afhankelijk gesteld van tijdige voortgang en besluitvorming over WLQ+. Niet beslispunt 1 in het jl. (om te gaan samenwerken als onderdeel van de warmtetransitie in de Leidse regio). Onze fracties constateren o.a. de volgende opmerkelijke zaken: A. Er is in uw voorgenomen besluit geen sprake van afspraken met het oog op samenwerking door gemeenten maar van overdracht van niet verplichte taken aan een onduidelijk gestructureerd gezelschap met de kenmerken van een bedrijf onder beheer en leiding van de gemeente Leiden (“opdrachtnemer” in DVO); (de volmacht aan Leiden zoals vastgelegd in de DVO betreft het aangaan van diensten ten behoeve van inspanningen en onderzoeken door derden voor het regionale
3/8
Ons kenmerk: Z2770770D2770776
programmateam, dat betreft niet het aangaan van samenwerking met andere partijen. Het is een samenwerkingsverband gericht op regionale beleidsafstemming met een regionaal programmateam, geen bedrijf) B. De afspraken zijn zeer gedetailleerd, vergaand en bindend, betreffen dus in feite een juridisch contract en gaan daarmee veel verder dan een convenant dat het aangaan van een inspanningsverplichting suggereert; (een eventueel convenant zoals genoemd in het raadsbesluit van 27 mei jl. (beslispunt 5) is beoogd met andere partijen, buiten dit samenwerkingsverband Leidse Regio. In het raadsbesluit van 27 mei is besloten om in het samenwerkingsverband Leidse Regio een aantal inspanningen te gaan doen. Het DVO gaat enkel over de inspanningen binnen samenwerkingsverband, zie daarvoor de DVO) C. Energiedistributie is geen gemeentelijke taak, er ligt ook geen opdracht van het Rijk of wetgeving die verplicht om hieraan uitvoering te geven (In de stukken wordt niet gesteld dat de samenwerking Leidse regio de energiedistributie als een gemeentelijk taak op zich neemt. Wel wordt er komend jaar onderzocht welke rol de gemeente in de warmtetransitie zou kunnen nemen om publieke waarden te kunnen borgen op een manier die wenselijk is); D.
Het is onduidelijk wat onze zeggenschap is in het “bedrijf” (er is geen bedrijf opgericht, het is een samenwerkingsverband gericht op regionale beleidsafstemming, waarbinnen besluitvorming binnen de kaders zoals meegegeven in het besluit van 27 mei ligt bij het Bestuurlijk overleg. Besluitvorming buiten de kaders zoals meegegeven in het besluit van 27 mei wordt voorgelegd bij colleges en raden, zie ook lijst met besluitvorming door de raad zoals nagezonden beantwoording aan de raad d.d. 7 december, zie bijlage 1). Thans gelden de reguliere bevoegdheids- en verantwoordingslijnen naar het eigen college en de eigen raad binnen de gemeente Katwijk; E. Het lijkt er op dat er na deelname in deze aanvangsfase geen weg terug meer is, bijvoorbeeld omdat alle gesloten contracten (en daaruit voortvloeiende kosten) blijvend gerespecteerd moeten worden, en er is geen sprake is van restitutie van reeds gedane betalingen (b.v. + 5 ton t.b.v. startkapitaal voor het Warmtebedrijf (Het is een samenwerkingsverband, geen warmtebedrijf, dat is aangegaan tot eind 2022 (kader in besluit van 27 mei), met daarbij behorende verplichtingen tot eind 2022. Eventueel vervolg van de samenwerking na 2022 wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de raad medio september 2022); F.
Er wordt geen gebruik gemaakt van een constructie conform de WGR (Wet Gemeenschappelijke Regelingen) die specifiek bedoeld is voor gezamenlijk uit te voeren activiteiten door samenwerkende gemeenten (Volgens de wetsgeschiedenis bij de WGR alsook de handleiding samenwerkingen van de VGN bestaat bij beleidsafstemming geen sterke voorkeur voor samenwerkingsvorm en is het samenwerken in het kader van een samenwerkingsovereenkomst een juridisch gelijkwaardige vorm aan een zogenaamde “regeling zonder meer” uit de Wgr. Aangezien de samenwerking gericht is op beleidsafstemming en er geen nadere bevoegdheden zijn overgedragen naar de samenwerking, is gekozen er is gekozen voor een lightversie voor deze fase van samenwerking waarbij er geen overdracht en geen mandatering van publiekrechtelijke bevoegdheden is en de bevoegdheden bij de colleges en raden blijven. Een eventuele keuze om later alsnog in een andere vorm regionaal samen te werken ligt nadrukkelijk bij de colleges en raden van de betrokken gemeenten); G. De ambities die zijn voorgelegd gaan veel verder dan het benutten van restwarmte waartoe het initiatief in het raadsbesluit wordt beperkt (het raadsbesluit van 27 mei beperkt de samenwerking niet tot enkel restwarmte. Er is besloten tot een samenwerking in de warmtetransitie in de Leidse regio.
Er is ingestemd met een regionale beleidsmatige keuze voor het benutten van restwarmte via vormen van collectieve warmtevoorziening, dat in lijn met de RES en uitgangspuntennota voor de Warmtevisie en LES. Restwarmte is één van de bronnen in de beoogde multi-bronnen strategie zoals beoogd binnen de RES Holland Rijnland en binnen de samenwerking Leidse warmtetransitie; H. We constateren dat realisatie van WarmtelinQ+ c.q. de beschikbaarheid van restwarmte zeer onzeker en mogelijk twijfelachtig is, en dus is een besluit om deel te nemen aan een initiatief richting een Regionaal Warmtebedrijf op zijn minst ontijdig en gezien de gestelde voorwaarde eigenlijk niet mogelijk (Er wordt in de stukken niet aangegeven dat de samenwerking een initiatief richting een regionaal warmtebedrijf is. Zoals reeds aangegeven is deze samenwerkingsvorm ook volstrekt ongeschikt om een warmtebedrijf in te richten.) Besluit 1 in het raadsbesluit van 27 mei, om te gaan samenwerken als onderdeel van de warmtetransitie in de Leidse regio, is niet afhankelijk gesteld van doorgang van de restwarmte.
4/8
Ons kenmerk: Z2770770D2770776
I. We constateren overigens dat ook de beschikbaarheid van geothermie zeer onzeker en twijfelachtig is omdat de provincie Zuid Holland deze week haar veto heeft uitgesproken over boorvergunningen in onze regio De provincie heeft niet haar veto uitgesproken tegen Geothermie. De Provincie heeft bezwaar ingediend, waarbij ze aangegeven dat de belangen van de waterwinning goed meegenomen moeten worden in de Geothermie exploratievergunningen, en dat geothermie niet wenselijk is in waterwingebieden. De provincie is niet tegen Geothermie; J. U had slechts bevoegdheid om afspraken met derden te maken binnen het raamwerk van de voorwaarden die in het raadsbesluit worden genoemd. De doormandatering van bevoegdheden van onze raad naar de gemeente Leiden (de volmacht aan Leiden zoals vastgelegd in de DVO betreft geen mandatering van publiekrechtelijke bevoegdheden, maar is beperkt tot het aangaan van diensten ten behoeve van inspanningen en onderzoeken door derden voor het regionale programmateam. Dat zijn verkenningen ten behoeve van beleidsafstemming en beleidsontwikkeling op het gebied van de warmtetransitie. Leiden is namens het samenwerkingsverband de penvoerder en opdrachtnemer richting derden die diensten/inspanningen/onderzoeken uitvoeren in opdracht van het samenwerkingsverband. Er is dan ook geen sprake van doormandatering en er zijn géén raadsbevoegdheden in het spel.
Het betreft hier ook niet de bevoegdheid om namens gemeente Katwijk de samenwerking aan te gaan met andere partijen waaronder Gasunie, zoals bedoeld in het raadsbesluit d.d. 27 mei jl. beslispunt 5), het verbreden van de doelstellingen en ambities, en in plaats van samenwerking over te gaan tot het veel verdergaande uitbesteden van taken aan wat defacto een Regionaal Warmtebedrijf (het betreft een samenwerkingsverband gericht op beleidsafstemming, geen warmtebedrijf) gaat worden vallen ons inziens daar buiten. Om dan vervolgens de gemeenteraad slechts de mogelijkheid te bieden om wensen en bedenkingen te uiten is een gotspe, niet passend in onze democratische traditie, niet passend in een moderne bestuursstijl en juridisch mogelijk niet correct. (zie opmerkingen/reactie hierover eerder. De wensen en bedenkingenprocedure gaan over de samenwerkingsovereenkomst.
Besluitvorming buiten de kaders zoals meegegeven in het besluit van 27 mei wordt voorgelegd bij colleges en raden, Zie ook bijlage 1 Beantwoording toezegging 1048 “Overzicht voorstellen samenwerking warmtetransitie (45854)”.) 3) Bent u gezien de overwegingen in punt J het met ons eens dat u gezien het raadsbesluit van 27 mei geen bevoegdheid heeft om zelfstandig te beslissen over deelname aan wat defacto een Regionaal Warmtebedrijf (onder operationele besturing van de gemeente Leiden) is? In de stukken wordt niet aangegeven dat er zelfstandig wordt besloten over een warmtebedrijf. Zie ook alle reacties hierover hierboven. 4) Kunt u aangeven of het zonder voorafgaand overleg met de gemeenteraad, of zonder besluitvorming door deze raad, mogelijk is om door de raad aan u gemandateerde bevoegdheden door te mandateren aan derden? Op welk wetsartikel is dat gebaseerd? Er zijn geen raadsbevoegdheden gemandateerd in het kader van de samenwerking. Het betreft een op beleidsafstemming gerichte samenwerkingsovereenkomst tussen betrokken gemeenten, waar uitsluitend volmacht is gegeven aan de gemeente Leiden om namens het verband als penvoerder op te treden bij het uitvoeren van onderzoeken of inwinnen van extern advies binnen de kaders die afgesproken zijn in het raadsbesluit van 27 mei. Zie reacties hierboven op punten A, D en F in het bijzonder.
5) Waarom is er sprake van een geheimhoudingsplicht in de DVO? De geheimhoudingsplicht strekt zich uit over bedrijfsvoering aspecten van de deelnemende gemeenten dan wel over beleidsopvattingen voor zover deze in het kader van de samenwerking worden uitgewisseld. De geheimhoudingsplicht geldt voor openbaarmaking. 6) Bent u bereid om gezien het voorgaande uw raadsvoorstel, waarin de gemeenteraad slechts de rol van inspraakpartner i.p.v. beslisser heeft, in te trekken? Nee 7) Waarom is er een bedrijfsmatige constructie en een investeringsfonds nodig als het alleen zou gaan om (beleidsmatige) afstemming en samenwerking?
5/8
Ons kenmerk: Z2770770D2770776
Er is geen sprake van een bedrijfsmatige constructie, het is een samenwerkingsverband. Er wordt onderzoek gedaan naar het nut en de noodzaak van een investeringsfonds, passende bij de rol van de gemeente in de warmtetransitie die nodig is om de publieke waarden afdoende te borgen. Pas bij positief resultaat over nut en noodzaak van een investeringsfonds (ten behoeve van een bepaalde mate van participatie van de gemeente in een onderdeel van het Open regionale energiesysteem) wordt hierover advies ter besluitvorming aan college en raad voorgelegd. 8) Is er een businesscase voor het bedrijf gemaakt? Zo ja, kunt u die aan ons verstrekken? Nee, er is geen sprake van een bedrijf 9) Wat is een open regionaal energiesysteem en welke elementen kent dit systeem? Wie is eigenaar van dit systeem? Dit is een systeem waarop meerdere bronnen kunnen worden aangesloten, en dat er voor zorgt dat deze bronnen beschikbaar komen voor alle gemeenten in de regio.
Dit wordt binnen het samenwerkingsverband uitgewerkt komende maanden en hierover vindt terugkoppeling plaats naar de raden rondom april 2022 en wordt een advies over het vervolgtraject ter besluitvorming voorgelegd aan college en raden 10) Hebt u een duidelijk beeld welke kosten dit initiatief in de nabije toekomst gaat opleveren voor de gemeente Katwijk en waaraan deze bedragen worden besteed? De kosten voor Katwijk zijn in beeld tot eind 2022, en waaraan de bedragen worden besteed is in hoofdlijnen opgenomen in het Plan van Aanpak. Het betreft met name inspanningen (regionaal programmateam) en onderzoeken tot eind 2022. De bijdrage van de gemeente Katwijk is gemaximeerd en de afspraken maken het tevens mogelijk voor de gemeenten om de samenwerking op te zeggen, al dan niet wegens financieringsaspecten. De kosten die voortvloeien uit de vervolgstappen na 2022 zijn nog niet in beeld. Over de vervolgstappen zal in september 2022 een voorstel volgen. a. Zo nee, ziet u dan met ons de parallel met een eerder genomen “samenwerkingsbesluit” met het Rijk over het voormalig Vliegkamp Valkenburg waarbij ook tevoren geen onderzoek is gedaan naar financiële consequenties? In dit stadium van deze samenwerking zien wij die parallel niet b.
b) Zo nee, is dat dan geen voorwaarde voordat we ons mengen in een bedrijfsmatige activiteit die niet tot onze kerntaken behoort? Binnen de kaders van het raadsbesluit van 27 mei 2021 mengen we ons niet in een bedrijfsmatige activiteit tot eind 2022 11) Heeft u zicht op hoeveel kosten er in natura (b.v. arbeidsuren) er geleverd moeten gaan worden? Zijn die uren beschikbaar of leidt dit tot extra kosten elders? Er is een globaal beeld van de inzet van de medewerkers binnen het regionale programmateam (zie Plan van Aanpak). Een bijdrage aan het regionale programmateam in natura (detachering) is onderdeel van de financiële bijdrage van de gemeente zoals vastgesteld in het raadsbesluit van 27 mei jl.
Met andere woorden, een deel van de bijdrage van Katwijk kan in de vorm van een detachering van een medewerker aan het regionale programmateam 12) Kunt u ons op korte termijn een prognose leveren, in bijvoorbeeld drie scenario’s, van de (financiële en maatschappelijke) kosten en opbrengsten voor Katwijk, en de wijze waarop wij die kosten gaan dekken? Nee, de maatschappelijke kosten en opbrengsten voor Katwijk en de financiële opbrengsten voor Katwijk zijn niet te prognosticeren De financiële kosten voor tot eind 2022 zijn in beeld (maximaal € 2,0 miljoen in de regio en voor Katwijk maximaal € 274.000,-, zie raadsbesluit 27 mei jl.) 13) Door nu de deelname aan het Regionale Warmtebedrijf te accorderen gaat de gemeenteraad impliciet akkoord met het doen van uitgaven. Wat is de omvang van dit bedrag?
6/8
Ons kenmerk: Z2770770D2770776
We accorderen nu niet de deelname aan het regionale warmtebedrijf. We accorderen deelname aan een regionaal samenwerkingsverband tot eind 2022, met een omvang van €2,0 Mln. zoals vermeld in het raadsbesluit van 27 mei jl. 14) Kunt u aangeven waarom het in het Katwijks belang is om op dit moment al deel te nemen aan een Regionaal Warmtebedrijf en daarin ook fors te investeren terwijl er grote twijfel bestaat over de beschikbaarheid van restwarmte en geothermie in onze regio? We nemen niet deel aan een regionaal warmtebedrijf, maar we nemen deel aan een regionale samenwerking in de warmtetransitie van de Leidse regio. Voor de voordelen daarvan, zie eerder antwoord op onder andere vraag 4 en vraag 22 van de eerste nota van beantwoording, ter informatie voorafgaand aan de raadscommissie van 11 november jl. De Leidse regio volgt een multi-bronnen strategie ten behoeve van voldoende toekomstig aanbod van warmte en werkt daarin regionaal samen.
15) Kunt u aangeven waarom het in het Katwijks belang is om op dit moment al deel te nemen aan een Regionaal Warmtebedrijf en daarin ook fors te investeren terwijl er grote onzekerheid bestaat over een eventuele Rijksbijdrage voor onze gemeente en welke (overige) kosten daaruit gedekt zouden moeten worden? We nemen niet deel aan een regionaal warmtebedrijf, maar we nemen deel aan een regionale samenwerking in de warmtetransitie van de Leidse regio. Voor de voordelen daarvan, zie eerder antwoord op onder andere vraag 4 en vraag 22 van de eerste nota van beantwoording, ter informatie voorafgaand aan de raadscommissie van 11 november jl. Inmiddels is in de begroting van Prinsjesdag een overbruggingskrediet van de Rijksbijdrage toegezegd voor onder andere de gemeenten. (zie bijlage 2; VNG-Stand van zaken Klimaatakkoord). De verwachting is dat de rest van de Rijksbijdrage volgt zodra de kabinetsformatie in Q1 2022 is afgerond. Tot die tijd is er voldoende dekking voor de (vertraagde) uitgaven, met het reeds beschikbaar gestelde budget vanuit het coalitieakkoord (zie raadsbesluit van 27 mei jl. 16) Hoeveel bedragen de kosten voor de gemeente Katwijk als wij op een later moment uittreden? Dat hangt af van het moment van uittreden.
17) Kunt u aangeven waarom het in het Katwijks belang is om (via het investeringsfonds) mee te delen in de risico’s en kosten van een warmtenet in de Leidse regio, terwijl als er in de toekomst toch nog sprake zou zijn van een WarmtelinQ+ wij desgewenst eenvoudig een eigen aftakking kunnen realiseren die in de nabijheid van Valkenhorst ons grondgebied binnenkomt? Of de gemeenten gaan meedelen in de risico’s en kosten van een warmtenet in de Leidse Regio is niet gezegd in de stukken. Er zal onderzoek plaatsvinden naar het nut en de noodzaak daarvan. Pas na positief resultaat daarvan zal er een advies volgen wat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan college en raad. Dit wordt binnen het samenwerkingsverband uitgewerkt komende maanden en hierover vindt terugkoppeling plaats naar de raden rondom april 2022. 18) Wordt ook de bestaande stadsverwarming van de gemeente Leiden ingebracht of betrokken in dit samenwerkingsverband? Zo ja, op welke wijze? Het Open regionale energiesysteem is een systeem waarop meerdere bronnen kunnen invoeden, en dat er voor zorgt dat deze bronnen beschikbaar komen voor alle gemeenten in de regio. Zo ook voor de gemeente Leiden en haar bestaande stadswarmtenet.
19) Waarom is er niet voor gekozen om mogelijke taken rond de energietransitie bij HollandRijnland te beleggen? De 13 gemeenten binnen Holland Rijnland zitten met ander tempo en focus in de warmte transitie (andere multi-bronnen strategie) en liggen flink verspreid (groter gebied), waardoor een samenwerking van deze aard niet werkbaar wordt geacht op Holland Rijnland niveau. 20) Heeft u een afweging gemaakt tussen diverse organisatorische opties t.b.v. het door de gemeente (al dan niet in samenwerking met andere gemeenten) voor eigen rekening en risico
7/8
Ons kenmerk: Z2770770D2770776
(al dan niet via uitbesteding aan derden) uitvoeren van bedrijfsmatige activiteiten (die met energieopwekking of -distributie te maken hebben), en die overigens niet tot de kerntaken behoren, versus het geheel achterwege laten van deze ambitie (nul-variant)? Dit wordt binnen het samenwerkingsverband uitgewerkt komende maanden en hierover vindt terugkoppeling plaats naar de raden rondom april 2022. Aan de hand van de resultaten kunnen afwegingen worden gemaakt. a. Zo ja, kunt u ons deelgenoot maken van de ins en outs van die door u onderzochte modaliteiten en uw overweging om te kiezen voor de huidige optie en andere opties te laten afvallen? Dit wordt binnen het samenwerkingsverband uitgewerkt komende maanden en hierover vindt terugkoppeling plaats naar de raden rondom april 2022. Aan de hand van de resultaten kunnen afwegingen worden gemaakt. Vervolgens wordt besluitvorming over het vervolgtraject na 2022 voorgelegd aan colleges en raad, zie ook bijlage met besluitpunten die voorgelegd worden aan de raden tot eind 2022 (zie bijlage).
21) Is het verstandig om met het oog op transparantie, bestuurbaarheid, beïnvloedbaarheid, efficiency, integrale benadering en democratische controle het aantal bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden uit te breiden met weer een nieuwe variant, waarbij de volksvertegenwoordiging haar rol van kaderstelling en controle in de praktijk nauwelijks kan uitoefenen terwijl de risico’s immens groot zijn? Zie alle eerdere reacties in dit document over behoud van de bevoegdheden bij colleges en raden, risico’s zijn beperkt tot de kaders van het raadsbesluit van 27 mei jl. (deelname samenwerking is vooralsnog beperkt tot eind 2022); 22) Zou het in onze situatie niet verstandiger zijn vanuit het oogpunt om de complexiteit en het aantal opgaven voor de gemeente te beheersen, en tevens om de werkdruk van het ambtelijk apparaat niet onnodig te vergroten, het aantal niet verplichte taken af te bouwen in plaats van te vergroten? De gemeenten hebben extra taken in de warmtetransitie gekregen. Binnen de samenwerking worden de krachten gebundeld en worden een aantal van deze extra taken gezamenlijk opgepakt en uitgewerkt, hetgeen effectiever (efficiënter) is ten opzichte van de situatie dat iedere gemeente dat voor zich doet (zie ook antwoorden op vraag 4 en 22 in de eerste nota van beantwoording.
23) Waarom trekt u geen lering uit de lessen die uit de ramp met het Warmtebedrijf Rotterdam te trekken zijn en houden we ons al lokale overheid niet verre van het aanvatten van risicovolle bedrijfsmatige activiteiten op een domein waar onze expertise niet ligt en waar we met partners van doen krijgen die ons op alle mogelijke manieren overvleugelen? Er is in de stukken niet aangegeven dat de gemeente risicovolle bedrijfsmatige activiteiten vergelijkbaar met het Warmtebedrijf Rotterdam aangaat. 24) Zou het niet verstandiger zijn om, mede gezien het feit dat terugtrekken allerlei (financiële) gevolgen heeft, in ieder geval te wachten met deelname aan dit initiatief tot er zekerheid bestaat over reikwijdte van het initiatief, beschikbaarheid van warmtebronnen, Rijksbijdragen, kostenomvang, financiering, overige implicaties (camel-nose) en toegevoegde waarde voor Katwijk? De klimaatcrisis maakt dat de warmtetransitie noodzakelijk en urgent is, en niet op zich laat wachten. Met de huidige zekerheden over dekking en aanstaande rijksbijdragen is het verstandig om als Leidse regio gezamenlijk (op effectieve en efficiënte wijze) de voorbereidende inspanningen en onderzoeken te starten, zodat de regio gezamenlijk goed voorbereid en gesteld staat om de warmtetransitie tijdig en adequate vorm te geven, met voldoende borging van de publieke waarden.
Voor het vervolg zijn de rijksbijdragen (uitvoeringsgelden) en wetgeving van belang 25) Zou het niet verstandiger zijn om vanuit een oogpunt van voorzichtig en evenwichtig (financieel) beleid voorlopig een pas op de plaats te maken met dit initiatief, in ieder geval tot
8/8
Ons kenmerk: Z2770770D2770776
na de verkiezingen, mede gezien het gebrek aan urgentie voor Katwijk, en daarnaast alle andere risicovolle en geldverslindende zaken die met zekerheid op ons afkomen in de komende raadsperiode, waarbij een integrale afweging noodzakelijk is? De klimaatcrisis maakt dat de warmtetransitie noodzakelijk en urgent is, en niet op zich laat wachten. Met de huidige zekerheden over dekking en aanstaande rijksbijdragen is het verstandig om als Leidse regio gezamenlijk (op effectieve en efficiënte wijze) de voorbereidende inspanningen en onderzoeken te starten, zodat de regio gezamenlijk goed voorbereid en gesteld staat om de warmtetransitie tijdig en adequate vorm te geven, met voldoende borging van de publieke waarden. Voor het vervolg zijn de rijksbijdragen (uitvoeringsgelden) en wetgeving van belang
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Katwijk, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. R.T. Jie Sam Foek
Bijlage 1: 2771149 Beantwoording Toezegging 1048 “Overzicht voorstellen samenwerking warmtetransitie (45854)” Bijlage2: 2771278 VNG-Stand van zaken klimaatakkoord
Kopie aan Gemeenten Samenwerking Leidse Regio
Terugkoppling T1048 naar aanleiding van de vraag tijdens de oordeelsvormende raadsvergadering van 11 november over de Samenwerkingsovereenkomst warmtetransitie Leidse regio (45854) 3 december 2021 Nr. 1.
Pag.
Fractie
Vraag & Antwoord
DURF
Tijdens de oordeelvormende raadscommissie van 11 november is de vraag gesteld wanneer de raad wordt geïnformeerd over de voortgang in de regionale samenwerking en hoe wordt geborgd dat de beslissingsbevoegdheid bij de raad blijft over beslissingen die verder gaan dan de eerder meegegeven kaders vanuit de raad (inspanningen, onderzoeken en samenwerken) en beslissingen over het eventuele vervolgtraject na eind 2022. Toegezegd is dat het college (na afstemming daarover binnen de regio) een lijst opstelt wanneer de raad informatie dan wel voorstellen voor besluitvorming worden voorgelegd. Deze zijn lijst is gefilterd uit de stukken die zijn ingebracht voor besluitvorming (college) van 5 oktober j.l. (BBV, PvA, SOK, DVO en raadsbrieven), en door de regionale werkgroep wat betreft planning ge update met de laatste inzichten. Hieronder het resultaat: 1. Voor 1 november 2021 is er met de energiecoöperaties in de regio een lijst van mogelijke lokale initiatieven in beeld gebracht om te stimuleren of te versterken. Indien nodig worden in december 2021 bestuurlijke keuzes gemaakt over het steunen van lokale initiatieven vanuit het regionale programma (zie Plan van Aanpak, was 1 december voorzien en heeft enkele weken vertraging). De lijst wordt bij de voortgangsrapportage opgenomen die in december naar de raad komt; 2. Rond april 2022 (was in Plan van aanpak vóór 1 April, maar e.e.a.
zal afhankelijk zijn van de formatie na de gemeenteraadsverkiezingen) worden de colleges en raden een besluit voorgelegd over de ontwikkeling van een open regionaal energiesysteem en waar dit systeem aan moet voldoen. Hierbij wordt tevens onderzocht welk financieel instrumentarium daarbij het beste past. Verkend wordt of een regionaal investeringsfonds een meerwaarde heeft. Aan de hand van de resultaten van deze verkenning wordt, in geval van bij een positieve beoordeling van deze verkenning, een vervolg voorstel aan de gemeenteraden voorgelegd omtrent een financieel instrumentarium (in de context van voorjaarsnota/kaderbrief voorjaar 2022).
5 november 2021
Tweede nota van beantwoording van de informatieve vragen over Samenwerkingsovereenkomst warmtetransitie Leidse regio (45854)
Pagina 1 van 2
Nr.
Pag.
Fractie
Vraag & Antwoord
3. Voor 1 juli 2022 een onafhankelijke evaluatie (of visitatie) van samenwerking op de warmtetransitie afgerond hebben, de rapportage hierover toelichten aan colleges en raden; 4. Vóór 1 september 2022 wordt de besluitvorming door raden in gang gezet over eventuele voortzetting en vormgeving van samenwerking vanaf 1 januari 2023. Vóór 1 november 2022 wordt de besluitvorming in de raden over voortzetting en (juridische) vormgeving van de samenwerking afgerond. Het betreft vooralsnog tot eind 2022 een lichte samenwerkingsvorm (geen rechtsvorm) die is opgezet. Hierbij is gekozen voor een zakelijke en flexibele vorm van samenwerken, gebaseerd op consensus. De bevoegdheden blijven geheel bij college en gemeenteraad. Hierdoor zijn ook geen mandateringen of opzet van aanvullende instemmingsprocessen vereist. Voorlopige looptijd is tot eind 2022. Afhankelijk van de ervaringen kan het een opmaat zijn naar een eventuele verlenging of zwaardere samenwerkingsvorm voor de periode na 2022. Komend jaar wordt uitgewerkt in welke samenwerkingsvorm voortzetting van de regionale samenwerking gewenst is na 2022. 5. Uiterlijk binnen 1 maand na afronding kwartaal (1 januari 2022, 1 april 2022, 1 juli 2022, 1 oktober 2022, 1 januari 2023) een voortgangsrapportage over de samenwerking gedeeld met de colleges en via de colleges met de raden.
Ook zullen expertsessies en mondelinge toelichting in de lokale raden worden gefaciliteerd; 6. Enkel voor situatie Katwijk: Conform het raadsbesluit van 27 mei (en het bijbehorende Amendement) wordt vóór eind 2021 teruggekoppeld aan het college en de raad over deel 2 van de Katwijk bijdrage, ook op basis van de benutting van het budget tot eind 2021 en prognose voor 2022. Dit zal gebeuren aan de hand van de voortgangsrapportage aan de raden, in December 2021. Door onderbenutting van het budget in 2021 (als gevolg van een latere start van het programma en een latere start van de regionale programmamanager) is de verwachting dat er vooralsnog voldoende dekking is tot (begin) Q2 2022. Tegen die tijd wordt voldoende zicht verwacht op de bijdrage vanuit het Rijk middels Prinsjesdag dan wel middels de december circulaire dan wel middels de definitieve rijksbegroting van het nieuw kabinet. Aan de hand daarvan zal tijdig een Raadsbesluit worden voorbereidt voor deel 2 van de bijdrage van Katwijk aan de regionale samenwerking.
5 november 2021
Tweede nota van beantwoording van de informatieve vragen over Samenwerkingsovereenkomst warmtetransitie Leidse regio (45854)
Pagina 2 van 2
7a.2 Stand van zaken Klimaatakkoord Bijlage bij ledenbrief 29 oktober 2021: “Uitnodiging ALV 26 november 2021” Gezamenlijke uitvoering van het Klimaatakkoord Klimaatverandering treedt steeds nadrukkelijker op de voorgrond in het maatschappelijk debat en daarmee ook de opgave daar wat aan te doen. Dit vraagt om sterke gemeenten en een gezamenlijk optreden van alle overheden. Het afgelopen jaar hebt u hard gewerkt aan de uitvoering van het Klimaatakkoord. Zo worden bijvoorbeeld eind dit jaar vrijwel alle Transitievisies Warmte vastgesteld, tellen de Regionale Energiestrategieën ruim op tot boven de ambitie met 55 TWh (terawattuur) en is de laadinfrastructuur sterk gegroeid naar 76.000 (semi-) publieke laadpunten. Als gemeente laat u zien dat u de afspraken uit het Klimaatakkoord nakomt. Het is nu aan het rijk om ook de benodigde stappen te zetten. Dat is hard nodig: we staan op het punt om van ‘het vormgeven van besluiten en beelden in (ruimtelijke) planvorming en kaders’ over te gaan naar de uitvoering. Dat kan niet zonder de door u gestelde randvoorwaarden om de transitie haalbaar/betaalbaar te maken voor de samenleving, de beschikking over de juiste bevoegdheden en vergoeding van de uitvoeringslasten. Met Prinsjesdag heeft het kabinet € 72,5 miljoen beschikbaar gesteld voor 2022 voor de uitvoering door medeoverheden.
Daarmee zijn we er nog lang niet te om te voldoen aan de drie randvoorwaarden. In de gesprekken met het kabinet en in de formatie blijven wij dit benadrukken. Welke precieze financiële toezeggingen het rijk tot op heden heeft gedaan, leest u tezamen met de belangrijkste andere ontwikkelingen in deze brief. Gesprekken over financiën In de Rijksbegroting is voor de decentrale overheden een bedrag van € 72,5 miljoen opgenomen voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Van dit bedrag is € 20 miljoen bestemd voor de Regionale Energiestrategieën (Nationaal Programma RES en regiostructuren), € 2,5 miljoen voor het Nationaal Programma Gebouwde Omgeving (in oprichting) en € 50 miljoen voor de uitvoering bij decentrale overheden. De omvang van dit bedrag is gebaseerd op bekostiging in eerdere jaren. Het is een overbruggingsbudget zodat voorkomen wordt dat decentrale overheden alle capaciteit op klimaatinzet moeten afbouwen, waarmee veel kennis en tempo verloren zou gaan. Tegelijkertijd is er fors meer nodig om als gemeenten tot uitvoering van het Klimaatakkoord te kunnen overgaan. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft deze kosten geraamd op een veelvoud van het nu beschikbare bedrag. Het demissionaire kabinet schuift het besluit over vergoeding van de uitvoeringskosten echter door naar de formatie en het nieuwe kabinet.
Wij maken ons zorgen over dit proces nu de formatie zo lang duurt en blijven druk zetten op het rijk om een positief besluit te nemen over de gevraagde uitvoeringsmiddelen. Over de volle breedte heeft het kabinet in de rijksbegroting een bedrag uitgetrokken van € 6,5 miljard voor intensivering van het Klimaatbeleid. Dit bedrag wordt over meerdere jaren uitgespreid. Het is positief dat het Kabinet deze investering doet, tegelijkertijd is er veel meer nodig om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen en de transitie haalbaar en betaalbaar te maken voor onze bewoners.
Overige ontwikkelingen Graag informeren wij u nog over de volgende ontwikkelingen: • Woonlastenneutraliteit — Op ambtelijk niveau zijn wij in gesprek met het rijk over verdere uitwerking van het begrip ‘woonlastenneutraliteit’. We zoeken naar manieren dit goed toepasbaar te maken voor mensen die moeten voldoen aan (technische) normering of binnen de wijkaanpak naar aardgasvrij gaan. • Juridische bevoegdheden — Om ervoor te zorgen dat gemeenten beschikken over de bevoegdheden om het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren, wordt gewerkt aan de ‘Wet instrumenten aardgasvrije wijken’ (WIAW). Het wetsvoorstel zorgt voor juridische verankering van de Transitievisies Warmte, wijzigt elementen in de Omgevingswet en de Gaswet en geeft gemeenten de bevoegdheid om aardgasvrije buurten of wijken aan te wijzen. Door zo’n aanwijzing is het gebruik van aardgas in de aangewezen gebieden vanaf een bepaald moment niet meer toegestaan. Ook vervalt de aansluit- en transporttaak van de netbeheerder, waardoor er vanaf dat moment geen aardgas meer naar de buurt of wijk gaat. • RES en planMER — De Raad van State heeft over een windpark in Delfzijl geoordeeld dat voor de Nederlandse algemene regels voor windturbines (opgenomen in het Activiteitenbesluit en regeling milieubeheer) een planMER had moeten worden opgesteld.
Omdat dat niet is gebeurd, moeten deze algemene regels buiten toepassing worden gelaten. Deze uitspraak heeft gevolgen voor alle windparken die in ontwikkeling zijn met 3 of meer turbines: anders dan een verwijzing naar de regels zullen gemeenten in de besluitvorming voor windturbines moeten onderbouwen waarom voor een bepaalde norm is gekozen. Decentrale overheden dienen een eigenstandige, locatie-specifieke afweging te maken t.a.v. de milieuaspecten. Het blijft dus mogelijk om nieuwe windparken te realiseren. Voor de bestaande windparken verandert er niets: onherroepelijke omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen blijven geldig. Ook heeft de uitspraak geen gevolgen voor de Regionale Energiestrategieën (RES) zelf, aangezien de RES geen formeel plan of programma is. Meer informatie over uitspraak vindt u op de website van InfoMil; ook kunt u de helpdesk van InfoMil vragen stellen: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/uitspraak-raad-state/gevolgen-raad-stateuitspraak-windturbineparken/. • Knelpunten elektriciteitsnetten – In verschillende sectoren wordt gewerkt aan elektrificatie van de energievoorziening. Naast duurzame opwek in de RES gaat dit bijvoorbeeld om de ambities uit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (sector mobiliteit) en de Cluster Energiestrategieën (sector industrie).
Al deze ambities kunnen niet gelijktijdig worden uitgevoerd: er is onvoldoende netcapaciteit, netbeheerders kunnen deze niet zomaar overal ‘opplussen’ en bovendien is de ruimte schaars. Koepels en rijk verkennen in de ‘Werkgroep Integraal Programmeren (WIP)’ hoe met deze schaarste kan worden omgegaan. • Warmtewet — De decentrale overheden hebben voor de zomer aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) laten weten geen ‘ja’ te kunnen zeggen voor het verdere proces rond het wetsvoorstel Wet Collectieve Warmtevoorzieningen. VNG, Interprovinciaal Overleg (IPO) en EZK zijn nu eerst met elkaar in gesprek over welke publieke belangen en uitgangspunten als basis moeten dienen voor een aan te passen wetsvoorstel warmtewet. Bij deze gesprekken worden ook de punten zoals benoemd in de door u aangenomen motie ‘Regie op de Warmtetransitie’ (Deventer) meegenomen. • EU-pakket ‘Fit for 55’ — De Europese Commissie heeft vlak voor de zomer haar plannen gepresenteerd voor ‘Fit for 55’, waarmee zij in 2030 tot 55% CO 2-reductie wil komen. De voorstellen betekenen voor de sectoren gebouwde omgeving, landbouw en mobiliteit
gezamenlijk een verdubbeling van de opgave van het Klimaatakkoord. In de gesprekken erkennen wij vanuit VNG de urgentie van deze intensivering en stellen wij ons op de positie dat er geen afspraken over nieuwe taken gemaakt kunnen worden voordat er afspraken zijn gemaakt over invulling van de randvoorwaarden zoals u die hebt geformuleerd voor het Klimaatakkoord. •
Uitvoeringsondersteuning — Vanuit VNG werken wij aan het opzetten van een ondersteuningsstructuur voor gemeenten vanuit het Fonds GGU. Ook zijn er afspraken tussen medeoverheden en het rijk om de ondersteuning voor te zetten en uit te breiden: het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en het Nationaal Programma RES worden voortgezet. Ook is er een Nationaal Programma Gebouwde Omgeving in oprichting waarmee meer samenwerking en samenhang in die sector tot stand kan komen.
Over de verdere voortgang zullen wij u blijven informeren.