CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bijlage 1. Managementrapportage Q1 2023 Samenwerking Warmtetransitie Leidse regio (3145622)

Raad 6 juli 2023, gemeente KatwijkBij agendapunt: E. Ter agendering in handen van het presidium te stellen:4.090 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionaal programma Warmte Leidse Regio Kwartaalrapportage Q1 - 2023

11 mei 2023

1

Inhoud Regionaal programma Warmte Leidse Regio................................................................................................................. 1 1

Inleiding ................................................................................................................................................................... 3

2

Terugblik .................................................................................................................................................................. 3

3

Programma Warmte Leidse Regio – Q1 2023 ....................................................................................................... 4 3.1

Uitwerking uitkomsten WLR ......................................................................................................................... 4

3.2

Governance ................................................................................................................................................... 6

3.3

Financiering ................................................................................................................................................... 6

3.4

Communicatie en bestuurlijk overleg. ......................................................................................................... 6

4

Conclusie .................................................................................................................................................................. 7

5

Financieel overzicht................................................................................................................................................. 7

6

Resultaten WLR 2022 .............................................................................................................................................. 8

7

6.1

Werkstroom 1.: Regionaal energiesysteem. ................................................................................................ 8

6.2

Werkstroom 2: uitvoering warmtetransitie ................................................................................................. 9

6.3

Werkstroom 3: Partnerstrategie ................................................................................................................11

6.4

Werkstroom 4: organisatie .........................................................................................................................12

Productoverzicht ...................................................................................................................................................14

2

1

Inleiding

Deze rapportage betreft de uitvoering van het regionaal programma voor de warmtetransitie in de Leidse regio in het eerste kwartaal van 2023. Deze periode stond in belangrijke mate in het teken van de analyse en interpretatie van de resultaten die in 2022 zijn bereikt en hoe daaraan verder invulling zou kunnen worden gegeven. Dat heeft geleid tot uitvoerige gesprekken op ambtelijk en bestuurlijk niveau over een mogelijke verdere voortzetting van de samenwerking. Deze kwartaalrapportage gaat daarom ook vooral in op de bereikte inzichten, met name op basis van het ontwerp van het Open Regionale Energie Systeem (ORES) en de conclusies die daaruit zijn getrokken.

2

Terugblik

De energiemarkt in het eerste kwartaal van 2023 kenmerkte zich door veel onzekerheden voor alle betrokkenen. Prijsplafonds voor de consumentenprijzen van elektriciteit en gas, het op grote schaal inkopen van aardgas hebben, samen met een gelukkig zachte winter de ergste prijsstijgingen kunnen voorkomen. Niettemin is de onzekerheid op de energiemarkt nog niet voorbij. Daarnaast heeft de vertraging in de oplevering van de Wet Collectieve Warmte, en de daaraan verbonden financiering voor de realisatie van collectieve warmte de markt vrijwel tot stilstand gebracht. Er wordt wel gestudeerd en onderzocht, maar de grootschalige investeringen die nodig zijn blijven uit en private partijen stappen uit, voorlopig althans. De afgelopen maanden heeft Liander op een aantal gebieden capaciteitsschaarste op het elektriciteitsnet aangekondigd, wat betekent dat nieuwe aanvragers voorlopig geen capaciteit kunnen contracteren. Dat laat des te meer zien hoe strategisch moet worden omgegaan met de schaarse netcapaciteit in de regio. In sommige gevallen kan collectieve warmte daarom een voordeel bieden, mits daar enige snelheid op wordt ontwikkeld. De realisatie van de transportleiding Rijswijk – Leiden focust zich op de planologische inpassing en het ontwerp en engineering van de transportleiding en de nadere afspraken daarover met de omliggende gemeenten, inclusief de aanlandingslocatie.

De eerste stappen in de fysieke realisatie van de transportleiding worden inmiddels gezet in de omgeving van Delft. Dat geeft een beeld van de feitelijke werkzaamheden die nodig zijn. Alles is gericht op feitelijke levering vanaf 2027. Voor Gasunie betekent dit dat zij belang hebben bij meer duidelijkheid over plaats, tijd en volume van afname van hun transportcapaciteit. Niet alle capaciteit is tot op heden verkocht, en niet verkochte capaciteit in 2027, inclusief de distributiekanalen daarvoor betekenen verlies op de investering. Dat staat op gespannen voet met de voortgang op de eventuele warmteafname in de wijken die daarvoor in aanmerking komen. Gesprekken daarover met Gasunie door de diverse gemeenten lopen wel, maar concrete afzet is nog niet in beeld, met uitzondering van beperkte uitbreidingen van het bestaande warmtenet in Leiden. Eenzelfde geldt voor het consortium Rijnland Warmte, de Shell/D4/Firan samenwerking. Begin februari 2023 is dat consortium SDE++ subsidie toegekend. Een voorwaarde voor het benutten van die subsidie is dat binnen 4-6 jaar een start wordt gemaakt met de feitelijke levering. De subsidie wordt immers uitgekeerd op basis van de gewonnen en geleverde hoeveelheid warmte. Ook dit consortium is dus druk bezig met het realiseren van afzet. Vooralsnog richten zij zich op de gemeente Noordwijk en in het verlengde daarvan Teylingen.

3

Naar het zich laat aanzien kunnen zij daar de helft van de nu te ontwikkelen capaciteit van 40 MWth afzetten. Voor het overige kijken zij verder naar de Duin- en Bollenstreek, maar ook naar de regio Leiden, en dan met name naar Katwijk en Oegstgeest en mogelijke klanten op het LBSP. De overige bedrijven met een opsporingsvergunning (Yeager, Eavor en Wayland) zijn nog steeds gewikkeld in een juridische procedure met Dunea. Pogingen om daarin tot een vergelijk of schikking te komen zijn tot nu toe gestrand. Naar het zich laat aanzien is dit voor Dunea een principiële procedure. Tot dat dispuut is opgelost kunnen de bedrijven niets uitrichten en of zij daarna nog in de regio actief zullen zijn zal afhangen van de kansen die zij dan zien in verhouding tot hun activiteiten elders in Nederland.

3

Programma Warmte Leidse Regio – Q1 2023

De uitvoering van het programma Warmte Leidse regio stond in het eerste kwartaal 2023 vooral in het teken van de afronding en rapportage van de ORES ontwerpstudie en de inzichten en conclusies die dat oplevert. In grote lijnen is de conclusie dat het voordelig is voor de regio en voor alle gemeenten om in te zetten op het benutten van grootschalige warmtebronnen voor collectieve warmte. Dat voordeel is zowel financieel als in termen van bijdrage aan de vermindering van de CO2 emissies. In de rapportage over 2022 is dat al toegelicht. Dat betekent dat het zinvol is te sturen op gerichte afspraken met de partijen die daarin zullen gaan investeren. Tegelijk betekent dit ook dat een omvangrijke investering een hele goede afstemming vergt tussen vraag en aanbod om grote risico’s en verlies van maatschappelijk geld te voorkomen. Alleen als de verzamelde vraag en de ontwikkeling van het aanbod in volume en tijd gelijk op gaan is een economisch realistisch traject realiseerbaar. Dat vergt hele goede coördinatie en regie in de regio.

3.1

Uitwerking uitkomsten WLR

De kernvraag in 2022 was of het idee van een Open Regionaal Energiesysteem (ORES) meerwaarde heeft ten opzichte van een strategie waarin per wijk / kavel met lokale collectieve warmte de transitie naar duurzame warmte wordt ingevuld. Die vraag is in positieve zin beantwoord in de ontwerpstudie ORES. In de eerste maanden van 2023 is met partijen en bestuurders gesproken over de manier waarop uitwerking kan worden gegeven aan de uitkomsten en inzichten uit WLR over de afgelopen periode op een manier die leidt tot concrete investeringen in en realisatie van de inzet van regionale warmtebronnen. Een aantal thema’s kwamen daarin naar voren die nadere uitwerking nodig hebben. Kosten inwoners De ORES analyse laat zien dat het realiseren van warmtenetten in de wijken uiteenlopende kosten met zich meebrengen. Dat is niet uitzonderlijk voor de regio. In het algemeen geldt dat wijken met een hogere dichtheid van de warmtevraag minder leidinglengte per aansluiting nodig hebben, en dus goedkoper zijn te realiseren dan wijken waar woningen relatief groter zijn en onderling grotere afstand hebben. Omdat de secundaire netten een groter aandeel in de kosten hebben dan de regionale infrastructuur die nodig is om de warmte naar de wijken te transporteren ontstaat een kostenverschil per wijk.

In principe is het nationale financiële ondersteuningsbeleid er op gericht die kosten met subsidie te verevenen. Dat is echter generiek beleid, wat geen garantie biedt op volledige verevening. In het overleg met bestuurders is door het benadrukt dat het wenselijk is de kosten voor de levering van warmte in de regio, gegeven de regionale samenwerking, ook zoveel mogelijk gelijk te trekken. Of dat kan en hoe is nader te onderzoeken.

4

Vraag en aanbod In het eerste kwartaal van 2023 is aan de hand van de uitkomsten van de uitgevoerde studies met betrokken partijen gesproken over de voorwaarden voor de realisatie van de regionale warmte oplossing. Het realiseren van de ORES infrastructuur is er op gericht het aanbod van regionale duurzame warmte bereikbaar te maken voor wijken en gemeenten die daar behoefte aan hebben. Economisch gezien moeten de investeringen in die infrastructuur voor een groot deel worden gedragen door de feitelijke levering van duurzame warmte aan afnemers. Dat zijn met name woningbouwcorporaties, inwoners en bedrijven in de regio. In de wijkaanpak als onderdeel van het klimaatakkoord hebben gemeenten daar een belangrijke regisserende rol in gekregen. Nu helder is wat de waarde is van de inzet van regionale bronnen ontstaat ook de vraag naar de matching van aanbod en vraag naar warmte. Immers, het realiseren van infrastructuur die niet, te weinig of te laat wordt gebruikt leidt tot (extra) kosten en mogelijk tot een niet rendabele investering. In overleg met alle partijen zullen afspraken gemaakt moeten worden over de manier waarop de puzzel tussen ontwikkeling van warmte aanbod, regionale infrastructuur, warmtevraag en financieringsmogelijkheden gelegd kan worden.

Complicerend daarin is de ontwikkeling van de Wet Collectieve Warmtevoorziening waarin vooralsnog vastgelegd gaat worden dat er een publiek meerderheidsbelang nodig is in het beheer van de infrastructuur, zowel lokaal als regionaal. De concrete uitwerking hiervan liet in het eerste kwartaal van 2023 op zich wachten. Naar verwachting zal de WCW nog voor het reces aan de Raad van State worden aangeboden. Broncapaciteit In Q1 is aandacht besteed aan de concrete beschikbaarheid van de regionale warmtebronnen waar de ontwerpstudie zich op baseert. Uit de analyses van de warmtevraag zoals voorzien in de transitievisies warmte en de beschikbare broncapaciteit blijkt dat in principe alle bronnen nodig zullen zijn om aan de warmtevraag te voldoen. Dat kan veranderen als de beschikbare broncapaciteit (in MWth) wordt ingezet op lagere aanvoertemperaturen, mogelijk gemaakt door goede isolatie van bestaande woningen en gebouwen waardoor een lager vermogen nodig is. Tegelijk is het ook duidelijk dat mogelijk niet alle aangenomen Beschikbaarheid van regionale warmtebronnen voor basislast ten broncapaciteit beschikbaar zal komen omdat ook opzichte van warmtevraag andere delen van de regio daar een beroep op zullen willen doen.

Zo is al rekening gehouden met een deel van de transportcapaciteit van WLQ+ voor Ypenburg en zal een deel van de huidige broncapaciteit geothermie worden ingezet in Noordwijk en de Duin- en Bollenstreek. Daartegenover staat dat het potentieel aan geothermische warmte groter is dan de 2x20MWth van de huidige bronnen. Projecten

5

In het eerste kwartaal van 2023 is overleg gevoerd met alle betrokken partijen rond de drie gebieden waar concrete afspraken nodig zijn. TVW start 2025

Over de aansluiting op Warmtelinq in Voorschoten worden afspraken gemaakt met Gasunie over het realiseren van een Tstuk. Belangrijk onderdeel daarvan is de ruimtelijke inpassing van een warmte overdrachtsstation in Voorschoten. Die afweging wordt op dit moment gemaakt.

TVW start 2030

Om het gebied rond Leiderdorp en Zoeterwoude van warmte te voorzien zijn meerdere scenario’s denkbaar, zowel op basis van een transportleiding vanuit Zoeterwoude / Voorschoten als via een uitbreiding van het bestaande netwerk. De invulling ervan hangt af van de warmtevraag die in deze gemeenten gaat ontstaan, eventueel gecombineerd met een warmtevraag uit Alphen a/d Rijn. De verwachting is dat die warmtevragen in de loop van 2023 concreter worden zodat nadere afspraken kunnen worden gemaakt. Over de inzet van het geothermie potentieel uit het gebied rond Noordwijk wordt overleg gevoerd met het consortium Rijnland Warmte, PZH, EZK en de betrokken gemeenten. Veel hangt hier af van de manier waarop bovengemeentelijke infrastructuur financieel wordt ondersteund vanuit het Rijk. Bovengemeentelijke transportinfrastructuur maakt geen deel uit van de subsidieregeling voor investeringen in distributienetten (WIS). Naar verwachting zal bij het indienen van de Wet Collectieve Warmte aan de Tweede Kamer ook meer duidelijkheid ontstaan over de financiering van regionale transportnetten.

3.2

Governance

De Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) moet de basis vormen voor de regulering van de markt voor collectieve warmte in de toekomst. De ontwikkeling ervan is ernstig vertraagd, onder meer door de keuze van de minister om te streven naar een publiek meerderheidsaandeel op de warmte infrastructuur. De concrete invulling daarvan is op dit moment onduidelijk, verwachting is dat de WCW in juni gereed is voor de wetgevingstoets en na het zomerreces aan de Kamer zal worden aangeboden. Tot de WCW van kracht wordt in 2024 valt het realiseren van warmtenetten onder de huidige warmtewet. Omdat private partijen veel risico zien in de huidige ontwikkeling is het op dit moment in Nederland vrijwel onmogelijk om hen te betrekken bij de realisatie van nieuwe warmtenetten.

3.3

Financiering

Inmiddels is de investeringsregeling voor distributienetten (WIS) open gesteld. Die regeling kent een volume van 150 miljoen euro in 2023. Per aansluiting kan maximaal 6.000 euro of 45% van de subsidiabele kosten aan subsidie worden ontvangen tot een maximum van 20 miljoen euro per project. De regeling is specifiek bedoeld voor nieuwe warmtenetten die direct warmte leveren aan kleinverbruikers (< 100 kW) en blokverwarming. Doelgroep voor de regeling zijn ontwikkelaars en leveranciers van warmte aan kleinverbruikers.

3.4

Communicatie en bestuurlijk overleg.

In het Bestuurlijk Overleg is in het eerste kwartaal vooral gesproken over de duiding van de resultaten van het uitgevoerde werk in 2022 en de vervolgstappen die daaruit voortvloeien. Overeengekomen is dat die gedeeld zullen gaan worden met de verzamelde gemeenteraden zodat een gedeelde kennisbasis ontstaat op grond waarvan verdere besluiten kunnen worden genomen. Dat overleg met de verzamelde Raden staat gepland voor 23 mei 2023.

6

4

Conclusie

De samenwerking in het kader van WLR staat voor een nieuwe fase. De huidige samenwerking laat zien dat het inzetten op regionale warmtebronnen niet alleen wenselijk maar ook voordelig is voor de betrokken gemeenten. Op basis van dat inzicht is het zaak om nadere afspraken te maken over de manier waarop die inzet verder kan worden gerealiseerd en op welke manier verdere samenwerking daarop nodig en mogelijk is. Dat zal de komende maanden in een bestuurlijk besluitvormingsproces vorm krijgen.

5

Financieel overzicht

In het eerste kwartaal van 2023 zijn de meeste lopende adviesopdrachten afgerond en grotendeels gefactureerd. De inzet in dit kwartaal was vooral gericht op de interpretatie van de adviezen en studies en de vertaling ervan naar de programma invulling voor de komende tijd. Die invulling zal vooral moeten leiden tot concrete afspraken met investerende partijen binnen een nog te ontwikkelen kader voor de publieke governance op (regionaal)transport en levering van collectieve warmte. Totaal begroot

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023 - Q1

Beschikbaar

Planning 2023

Werkstroom 1. Programmatische inspanningen zoals onderzoek, ontwerp & doorrekening open regionaal energiesysteem

600.000

54.758

384.206

63.464

97.573

211.536

Werkstroom 2. Versterken van initiatieven, bevorderen ontwikkelingen en voorbereiden op uitvoering (excl. cofinanciering)

450.000

21.903

9.364

-

418.733

150.000

Werkstroom 3. Omgevingsmanagement, innovatie en markt

350.000

21.903

8.836

-

319.261

80.000

Werkstroom 4. Organisatie en samenwerking

600.000

10.952

230.014

51.950

307.084

303.050

2.000.000

109.515

632.420

115.414

1.142.651

744.586

Totaal

7

6

Resultaten WLR 2022

Onderstaand overzicht geeft beknopt weer welke resultaten in 2022 door WLR zijn gerealiseerd.

6.1

Werkstroom 1.: Regionaal energiesysteem.

Deze werkstroom bevat activiteiten die inzicht bieden in de samenstelling van een duurzaam energiesysteem voor de Regio Leiden. De focus daarin is gericht op het concretiseren van een Open Regionaal Energiesysteem (ORES). Werkstroom (PvA) WS1:Energieysteem ORES ontwerpscenario’s

Activiteit

Resultaat

Concreet ontwerpen van varianten van een ORES gericht op een maatschappelijk meest wenselijk alternatief om grootschalige duurzame bronnen te kunnen inzetten in de regio.

WLR routekaart

Het opstellen van een Routekaart voor de warmtetransitie in de regio die richting geeft aan de stappen die daarvoor nodig zijn.

Monitoring klimaatbijdrage

De inzet van warmte oplossingen beoordelen op aandeel emissiereductie

Zes scenario’s voor de inzet van grote regionale warmtebronnen tonen het belang van een regionale oplossing. Alles lokaal is qua kosten en impact op het elektriciteitsnet niet haalbaar. De verschillende uitvoeringsvarianten van een ORES onderscheiden zich niet fundamenteel, wat ruimte biedt voor lokale invulling. Wel blijken de aansluitkosten per cluster van wijken sterk te verschillen. Nadere specificatie daarvan en de doorwerking in de tarieven zal moeten blijken uit concrete aanbiedingen voor warmtelevering daar. Een vorm van verevening zal dan mogelijk wenselijk zijn. De Routekaart geeft concrete aanwijzingen voor de kortere termijn. Belangrijke conclusies daarin zijn dat meer aandacht nodig is van de gemeenten voor het ontwikkelen van de warmtevraag in wijken / kavels. De realisatie van grootschalige warmte en de ruimtelijke inpassing ervan vergen een grotere slagkracht en besluitvaardigheid van de betrokken gemeenten om de besluitvorming van private partijen bij te benen. Verder adviseert de routekaart op basis van de beschikbare transitievisies om de warmtetransitie in de regio te bezien in drie grotere ‘clusters’ met elk hun eigen karakteristieken om daarmee de realisatiesnelheid te vergroten. Het effect van de inzet van collectieve warmte in de verschillende ORES scenario’s is onderdeel van de ontwerpopgave.

Inherent onderdeel van collectieve warmte is het vereffenen van dagelijkse gang en seizoensfluctuaties in de warmtevraag met piek en backup installaties. Traditioneel zijn dat aardgasgestookte installaties met een beperkt aantal draaiuren, met name in de koude perioden. In de ontwerpopgave is het effect van grootschalige opslag op de emissies meegenomen.

8

Aanbeveling om een nadere analyse van de inzet gasketels voor piek en backup alsnog te doen.

6.2

Werkstroom 2: uitvoering warmtetransitie

Deze werkstroom bevat de activiteiten die op regionaal niveau nodig zijn voor het realiseren van de warmtetransitie in de regio. Daarin wordt vooral aandacht besteed aan het ontwikkelen van vraag en aanbod van duurzame warmte in de regio. Werkstroom (PvA) WS2: Warmtetransitie Monitoring wijkuitvoeringsplannen

Activiteit

Resultaat

Inventariseren en volgen van de voortgang van de realisatie van collectieve warmtedistributie in de daarvoor aangewezen wijken in de regio.

Tracé ontwikkeling WLQ+

Afspraken vastleggen over concrete uitvoering tracé WLQ+

Er is een monitoring systeem beschikbaar voor alle betrokkenen. De eerste ronde inventarisatie bij gemeenten laat zien dat voor het overgrote deel van de wijken in de regio nog geen grote stappen zijn gezet van transitievisie naar feitelijke uitvoering. Omdat ervaring leert dat die stap veel (doorloop)tijd en aandacht vergt van gemeenten is dat een aandachtspunt. Temeer omdat er met de realisatie van WLQ+ en twee geothermie putten wel op relatief korte termijn een aanbod van warmte daarvoor beschikbaar is. Aanbeveling is om de aanpak van collectieve warmte in de wijken tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid te maken en naar meer samenwerking in de uitvoering te werken. De ruimtelijke inpassing van WLQ+ is onderdeel van een provinciaal inpassingsplan. Definitieve uitkomst daarvan wordt eind 2023 verwacht. Vanuit WLQ+ is aangedrongen op een uitvoering die het mogelijk maakt de gehele regio te kunnen bedienen. Daardoor zijn regionaal minder wenselijke uitvoeringsvormen vervallen, en zijn afspraken gemaakt over het opnemen van vaste ‘aftappunten’ in het ontwerp.

Aanlanding WLQ+

Afspraken over invulling en beheer aanlandingslocatie locatie A44/N206

WLR heeft gefaciliteerd in de afspraken over de invulling en governance van het aanlandingspunt WLQ+ in Leiden West. Dat heeft er toe geleid dat de gehele aanlandingslocatie onderdeel is geworden van het provinciale inpassingsproces. Verder zijn werkafspraken gemaakt met het Bioscience Park over de vormgeving

9

Impact warmtetransitie op functioneren gemeenten

Verbinden van opgaven in de gemeenten

Bronnen ontwikkeling

Inzicht verwerven in beschikbare bronnen regio en overleg met eigenaren over realisatie

Bijeenkomst voortgang

Informeren betrokkenen over de voortgang WLR.

Innovatie

Opstellen overzicht innovaties warmtenetten

van de locatie zodat het past in de vormgeving van het BSP. Wat nog rest is een besluit van de gemeenten Leiden en Oegstgeest over het eigendom van de locatie als het vrijvalt van Rijkswaterstaat. Ruimtelijk inpassen van de aansluiting van de locatie naar het bestaande net van Vattenfall in Leiden is verantwoordelijkheid van de gemeente en valt buiten scope WLR. De warmtetransitie raakt aan meerdere dossiers. Vanuit WLR is verbinding gelegd met ruimtelijke opgaven via ateliers West en expertgroep ruimte (stedelijke ontwikkeling en planologie). Warmte opgaven zijn nu onderdeel van opgave ‘Westflank’. Aanbeveling om de lokale warmte opgave in de gemeenten sterker te verbinden met stedelijke ontwikkeling. WLQ+ transportcapaciteit is beschikbaar vanaf 2027, nog niet alle transportcapaciteit is op dit moment verkocht. Voor WLQ+ is het belangrijk om dat te hebben gerealiseerd 2027 om WLQ+ renderend te maken. WLQ+ levert transportcapaciteit van maximaal 104 MWth. In principe is dat voldoende voor ca 30% van de huidige warmtevraag. Ook bronzijdig is niet al dat vermogen al beschikbaar, voor slechts 40 MW levering in Rotterdam geregeld. Geothermie bestaat vooralsnog uit twee bronnen van 20 MW elk. Eigenaar is consortium Shell/D4 ism Firan als infra beheerder. Voor de realisatie is SDE++ subsidie gevraagd, besluit daarover valt begin 2023 beslissing.

Streven is te starten met vier grote private afnemers. Richting WLR nog onzeker. Op initiatief van Noordwijk is een consultatie gestart voor een publieke infrabeheerder voor een warmtenet voor Noordwijk en regio Leiden. Naast kwartaalrapportages regulier overleg met gedelegeerd opdrachtgevers en portefeuillehouders. Voorlopige resultaten gepresenteerd aan de raden in december. Op verzoek van WLR heeft TNO een overzicht opgesteld van de actuele innovaties op het gebied van warmtenetten, zowel technisch als organisatorisch. Dit betreft publiek gefinancierde innovaties. Voor zover betrekking op regionale warmtenetten is een belangrijk deel daarvan zoals het WarmingUp ontwerp

10

model en de inzet van regionale emissievrije buffercapaciteit meegenomen in WLR.

6.3

Werkstroom 3: Partnerstrategie

Het realiseren van een warmtetransitie vergt samenwerking met alle partners op regionaal niveau. In deze werkstroom wordt aandacht besteed aan het ontwikkelen en versterken van die samenwerking in de regio en met omliggende gemeenten.

Werkstroom (PvA) WS3: Partnerstrategie Woningbouwcorporaties

Activiteit

Resultaat

Betrekken van corporaties bij WLR en inventarisatie van warmteplannen als kiem voor kavel aanpak

Energie coöperaties

Betrekken van coöperatieve projecten bij realisatie regionale warmte.

Brede samenwerking partners

Vormen van brede coalitie van partners en belangenpartijen bij de uitwerking van regionale verduurzaming warmte. Verbinding leggen met Duin – en Bollenstreek

Regulier overleg met corporaties via betrokkenheid klankbordgroep. Verduurzamingsplannen van alle corporaties in kaart gebracht. Conclusie dat corporaties wachten op duidelijkheid plannen gemeenten. Aanbeveling om gesprekken tussen gemeenten en corporaties te intensiveren. Rijnland Energie bereid om coöperaties / lokale projecten te vertegenwoordigen in de regio. Plan voor inhoudelijke ondersteuning van lokale projecten opgesteld. Hierin is ook de afstemming / synergie met grootschalige warmte opgenomen. Aanbeveling om deze ondersteuning op te nemen in voortzetting WLR. Positieve samenwerking in de klankbordgroep bij ontwerp ORES. Aanbeveling om deze betrokkenheid voort te zetten in adviesrol WLR Afstemming beperkt gelukt. Bestuurlijk overleg gevoerd. Geen vervolg aan gegeven. Actie Noordwijk opgestart om consultatie op te zetten voor regionaal infrabeheer, regio Leiden op afstand betrokken In samenwerking met Rijnland Energie mogelijkheden lokaal geïnventariseerd. Technisch potentieel is er voldoende, vooral op basis van aquathermie. Praktische en economische realiseerbaarheid veelal nog onduidelijk. Enkele concrete initiatieven in beeld.

Samenwerking Duin- en Bollenstreek Verbinding regionaal en lokaal ontwikkelen

Inzicht in lokaal potentieel

11

Innovatie

Inzicht verkrijgen in nieuwe ontwikkelingen op het gebied van warmtevoorziening

Marktconsultatie

Regulier overleg met marktpartijen, zowel actief in de regio als daarbuiten.

Communicatie

Informeren

6.4

Inventarisatie van innovaties op collectieve warmte opgesteld. Focus op publiek gefinancierde innovaties waarover is of wordt gepubliceerd. Veel aandacht daarin voor innovaties op niveau woning. Voor collectieve warmte zijn actuele innovaties goed bekend en ook ingezet zoals WarmingUp ontwerptool en inzet van hoge temperatuur opslag. Er is op dit moment geen concreet uitzicht op concrete realisatie. Belangstelling voor regionale infra hangt mede af van duidelijkheid over warmtevraag wijken. Als gevolg van WCW ligt ontwikkeling nieuwe infra stil tot duidelijkheid over invulling publiek aandeel. Op initiatief van Noordwijk is een inventarisatie in ontwikkeling voor belangstelling realisatie infrastructuur geothermie Duin- en Bollenstreek. WLR is daarbij betrokken. Uitkomst nog niet bekend. Leiden overweegt een consultatie voor een warmtenet in Leiden Zuidwest. Uitvoering in overeenstemming met de regionaal wenselijke configuratie(s). Bijgedragen aan informatie over belang WLQ+ in de aanloop naar besluitvorming. Over regionale aanpak geen communicatie ondernomen wegens gebrek aan concrete informatie. Aanbeveling is dat nu wel te doen nu de resultaten bekend zijn. Afspraak over toelichting aan coöperaties in voorbereiding.

Werkstroom 4: organisatie

Deze werkstroom richt zich op de organisatie en werkwijze van het programma Warmte Leidse Regio, inclusief de samenwerking met en tussen de gemeenten in de regio Leiden. Werkstroom (PvA) WS4: organisatie Samenwerkingsovereenkomst Programmateam

Activiteit

Resultaat

Verlenging tot juli 2023 voorbereid Werving teamleden

Verlenging verleend Begin 2022 vacatures uitgezet met teleurstellend resultaat. Vanwege complexiteit vervolgens ingezet op nieuwe ondersteuning door Balance in vervolg op raamovereenkomst met OverMorgen. Onzekerheid over vervolg samenwerking geen goede basis voor werven van deskundige medewerkers. Bezien of

12

Evaluatie en continuering WLR

Externe onafhankelijke evaluatie formuleren en uitzetten op basis waarvan voorstel kan worden ontwikkeld voor eventueel vervolg.

achtervang vanuit betrokken gemeenten wel voldoende basis voor werving oplevert. De evaluatie is uitgezet in combinatie met RES Rotterdam – Den Haag. In deze RES spelen vergelijkbare vraagstukken wat synergie oplevert in de evaluatie. Uitkomst evaluatie gereed in februari 2023.

13

7

Productoverzicht

In de programmaperiode zijn de volgende fysieke producten opgeleverd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Routekaart Warmte Leidse Regio – Over Morgen Inventarisatie innovaties Warmtenetten – TNO Monitoring tool ontwikkeling warmtevraag – Balance Overzicht uitgangspunten ORES analyse – Greenvis/Fakton Afrondende rapportages ORES – Greenvis / Fakton Rapportage Lokale Initiatieven – Rijnland Energie Externe evaluatie WLR – Brandligt / van Gastel Regionale Warmteoplossingen in de Leidse Regio - WLR

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12917679/1