CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamer eindrapport onderzoek Intervence - 12122022

Raadsvergadering 28 februari 2023, gemeente KapelleBij agendapunt: Eindrapport: Evaluatie van het proces van heroverweging van de inkooprelatie met Intervence38.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Intervence moest een plan opleveren (opdracht vanuit het Rijk/ inspectie). In dat plan vroeg Intervence voor de komende jaren dezelfde instandhoudingsbijdrage. Er was op dat moment al sprake van een zeer hoog ziekteverzuim en een hoog verloop van personeel. Een duurzaam toekomstperspectief kwam met het ingediende plan niet in beeld. - Pagina 10, deelconclusie 1A, alinea 2: Financiële doelen zijn er ons inziens nooit scherp gesteld. Borgen van kwaliteit is de voornaamste oorzaak geweest om allerlei zaken in gang te zetten. Dat de derde vraag om een instandhoudingsbijdrage de druppel is geweest, maakt niet dat het een financieel

Pagina 87

-

gedreven exercitie was, maar was vooral omdat ook na de twee eerdere instandhoudingsbijdragen er geen grote inhoudelijke verbeterstappen waren gezet. Een aantal keer wordt er gesproken over het ‘weghalen’ van de drang-maatregelen bij Intervence wat heeft geleid tot een verdere verslechtering van de financiële situatie bij Intervence. In de praktijk was het echter onmogelijk om drang-maatregelen bij Intervence te beleggen omdat zij deze niet uitvoerden vanwege personeelskrapte (o.a. door hoog ziekteverzuim). Er waren wachtlijsten en er werd, vanzelfsprekend, door Intervence voorrang gegeven aan de dwangmaatregelen. Gemeenten werden dus min of meer gedwongen om deze eerder onderzochte en aangekondigde maatregel door te voeren. Er zijn meerdere concrete voorbeelden waarbij Intervence gemaakte afspraken in het drangkader niet nakwam vanwege personeelskrapte. Lange wachtlijsten en veel wisselingen van gezinsmanagers door ziekte of vertrek, versnelden het proces om ‘drangmaatregelen’ te beleggen bij andere partijen.

In de verwachting u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Met Vriendelijke groet, burgemeester en wethouders Borsele De secretaris,

de burgemeester

Pagina 88

2. Reactie college van B&W van de gemeente Goes Algemeen: Het college spreekt haar waardering uit voor de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en is beschreven in het rapport ‘Evaluatie van het proces van heroverweging van de inkooprelatie met Intervence’. Het is een grondig onderzoek waar zichtbaar veel tijd in is gestoken en waarbij veel waardevolle inzichten en lessen zijn opgehaald. Het rapport geeft een genuanceerd beeld van de loop van de gebeurtenissen en het ingewikkelde systeem van jeugdhulp waarin de diverse partijen hun rol moeten spelen. De conclusies en aanbevelingen geven inzichten in het proces en herkenbare leer- en verbeterpunten. Inhoudelijk: Het college van gemeente Goes onderschrijft de conclusies in het rapport en verbindt zich aan de inspanningen om de aanbevelingen uit te voeren, in samenwerking met de Zeeuwse gemeenten, gecertificeerde instellingen en het Rijk. Op een aantal algemene en specifieke punten willen we nader ingaan. 1. Er is sprake van een complex systeem, met spanning tussen marktwerking en transformatiedoelen. De hoofdvraag van het onderzoek richt zich op de vraag hoe de voorbereiding van en de besluitvorming met betrekking tot de heroverweging van de inkooprelatie, tussen de Bestuurscommissie en Intervence is verlopen en hoe dit zich verhoudt tot de kaderstellende en controlerende rollen van de gemeenteraden.

Het rapport geeft een heldere inkijk in de ontwikkeling van de samenwerking en besluitvorming tussen raden, colleges, bestuurscommissie en kopgroep. Onderliggend komt ook aan bod of een gemeente verantwoordelijk kan zijn voor een taak waarop het onvoldoende grip heeft: de uitvoering van maatregelen in de jeugdhulp is wettelijk verplicht, de financiële middelen worden door het Rijk vastgesteld. Waarbij de decentralisatie erop gericht is dat de complexe jeugdhulp afneemt en zoveel mogelijk ondersteuning preventief en voorliggend, met lichte vormen van hulp wordt ingezet. Deze beweging geeft druk op de bedrijfsvoering van de organisaties die complexe jeugdhulp aanbieden en waarbij aanbestedingen, tarieven en marktdenken een rol spelen. Een gegeven dat ook nu nog leidt tot ernstige financiële problemen en problemen in het voortbestaan van organisaties die begeleiding en behandeling bieden aan de meest kwetsbare groep kinderen en jongeren. In uw rapport is aangegeven dat ook de minister inmiddels ziet dat het jeugdzorgsysteem kampt met onbedoelde effecten, waarbij het marktdenken moet worden losgelaten en de gemeentelijke beleidsvrijheid (én verantwoordelijkheden wat ons betreft) meer in balans moet worden gebracht met de te dragen risico’s.

De aanbeveling om in gesprek te gaan met de verantwoordelijke ministeries en gecertificeerde instellingen om te onderzoeken hoe de rollen zich kunnen ontwikkelen van opdrachtgever – opdrachtnemer naar partnerschap en gedeeld eigenaarschap, zullen wij ter bespreking inbrengen in de Bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp.

Pagina 89

2. De samenwerking en het democratisch samenspel heeft op de top van de crisis onder druk gestaan. In het rapport komt op diverse plaatsen terug hoe in het proces, de rol van de bestuurscommissie steeds verder onder druk komt te staan en verschuift van ‘inkoper’ naar ‘probleemeigenaar’. Het rapport geeft aan dat tijdens het proces onvoldoende is onderkend dat een heroverweging van taken, bevoegdheden en rollen nodig was, waarmee ook een beter instrumentarium beschikbaar zou komen om de crisis te begeleiden. En waarmee de relatie tussen bevoegdheden van de uitvoerende wethouders en colleges en de kaderstellende en controlerende rol van de raden, beter tot uitvoer had kunnen gebracht. Ons college onderschrijft de conclusies in het rapport en de aanbevelingen om specifiekere afspraken te maken hoe de raad in staat moet worden gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol uit te voeren. Ook de aanbeveling om tijdelijk en op maat een ‘crisisorganisatie’ in te richten in het geval zich substantiële problemen voordoen, wordt onderschreven. Wij spannen ons in om de aanbevelingen in de komende periode uit te voeren.

Pagina 90

3. Reactie college van B&W van de gemeente Hulst

Pagina 91

Pagina 92

Pagina 93

Pagina 94

4. Reactie college van B&W van de gemeente Kapelle

*Z019C20D0C3* verzonden : 23-11-2022 bijlage :

uw brief van : 21-10-2022 uw kenmerk : -

zaaknummer : Z22.015101 documentnummer : D22.276340

onderwerp : bestuurlijke reactie n.a.v. eindrapport rekenkameronderzoek Intervence

Geachte leden van de Begeleidingscommissie, Op vrijdag 21 oktober jl. ontvingen de colleges van Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland, Sluis, Tholen, Veere en Vlissingen het eindrapport van de gezamenlijke rekenkamercommissies. In opdracht van de Begeleidingscommissie Rekenkameronderzoek Intervence heeft onderzoeks- en adviesbureau Partners + Pröpper onderzoek gedaan en presenteert zij in haar eindrapport een aantal conclusies en aanbevelingen. In deze brief leest u onze visie op deze conclusies en aanbevelingen en hoe wij hieraan uitvoering willen geven. Het college van burgemeester en wethouders spreekt haar waardering uit voor de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en is beschreven in het rapport ‘Evaluatie van het proces van heroverweging van de inkooprelatie met Intervence’. Het is een grondig onderzoek waar zichtbaar veel tijd in is gestoken en waarbij veel waardevolle inzichten en lessen zijn opgehaald. Er wordt een genuanceerd beeld gegeven van de loop van de gebeurtenissen en het ingewikkelde systeem van jeugdhulp waarin de diverse partijen hun rol moeten spelen. De conclusies en aanbevelingen geven inzichten in het proces en herkenbare leer- en verbeterpunten.

In reactie op de inhoud van het rapport onderschrijft het college de conclusies in het rapport en verbindt zich aan de inspanningen om de aanbevelingen uit te voeren, in samenwerking met de Zeeuwse gemeenten, gecertificeerde instellingen en het Rijk. Op een aantal algemene en specifieke punten willen we nader ingaan. 1. Er is sprake van een complex systeem, met spanning tussen marktwerking en transformatiedoelen. De hoofdvraag van het onderzoek richt zich op de vraag hoe de voorbereiding van en de besluitvorming met betrekking tot de heroverweging van de inkooprelatie, tussen de Bestuurscommissie en Intervence is verlopen en hoe dit zich verhoudt tot de kaderstellende en controlerende rollen van de gemeenteraden. Het rapport geeft een heldere inkijk in de

Pagina 95

ontwikkeling van de samenwerking en besluitvorming tussen raden, colleges, bestuurscommissie en kopgroep. Onderliggend komt ook aan bod of een gemeente verantwoordelijk kan zijn voor een taak waarop het onvoldoende grip heeft: de uitvoering van maatregelen in de jeugdhulp is wettelijk verplicht, de financiële middelen worden door het Rijk vastgesteld. Waarbij de decentralisatie erop gericht is dat de complexe jeugdhulp afneemt en zoveel mogelijk ondersteuning preventief en voorliggend, met lichte vormen van hulp wordt ingezet. Deze beweging geeft druk op de bedrijfsvoering van de organisaties die complexe jeugdhulp aanbieden en waarbij aanbestedingen, tarieven en marktdenken een rol spelen. Een gegeven dat ook nu nog leidt tot ernstige financiële problemen en problemen in het voortbestaan van organisaties die begeleiding en behandeling bieden aan de meest kwetsbare groep kinderen en jongeren. In uw rapport is aangegeven dat ook de minister inmiddels ziet dat het jeugdzorgsysteem kampt met onbedoelde effecten, waarbij het marktdenken moet worden losgelaten en de gemeentelijke beleidsvrijheid (én verantwoordelijkheden wat ons betreft) meer in balans moet worden gebracht met de te dragen risico’s.

De aanbeveling om in gesprek te gaan met de verantwoordelijke ministeries en gecertificeerde instellingen om te onderzoeken hoe de rollen zich kunnen ontwikkelen van opdrachtgever – opdrachtnemer naar partnerschap en gedeeld eigenaarschap, zullen wij ter bespreking inbrengen in de Bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp. 2. De samenwerking en het democratisch samenspel heeft op de top van de crisis onder druk gestaan. In het rapport komt op diverse plaatsen terug hoe in het proces, de rol van de bestuurscommissie steeds verder onder druk komt te staan en verschuift van ‘inkoper’ naar ‘probleemeigenaar’. Het rapport geeft aan dat tijdens het proces onvoldoende is onderkend dat een heroverweging van taken, bevoegdheden en rollen nodig was, waarmee ook een beter instrumentarium beschikbaar zou komen om de crisis te begeleiden. En waarmee de relatie tussen bevoegdheden van de uitvoerende wethouders en colleges en de kaderstellende en controlerende rol van de raden, beter tot uitvoer gebracht had kunnen worden. Ons college onderschrijft de conclusies in het rapport en de aanbevelingen om specifiekere afspraken te maken hoe de raad in staat moet worden gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol uit te voeren. Ook de aanbeveling om tijdelijk en op maat een ‘crisisorganisatie’ in te richten in het geval zich substantiële problemen voordoen, wordt onderschreven.

Wij spannen ons in om de aanbevelingen in de komende periode uit te voeren. 3. Een aantal nuanceringen: - Pagina 10, deelconclusie 1A, bullet 1: Dat Intervence ‘gaandeweg niet meer in staat was de zorg te waarborgen’ was niet pas aan de orde na heroverweging, maar al daarvoor. Intervence moest een plan opleveren (opdracht vanuit het Rijk/ inspectie). In dat plan vroeg Intervence voor de komende jaren dezelfde instandhoudingsbijdrage. Er was op dat moment al sprake van een zeer hoog ziekteverzuim en een hoog verloop van personeel. Een duurzaam toekomstperspectief kwam met het ingediende plan niet in beeld. - Pagina 10, deelconclusie 1A, alinea 2:

Pagina 96

-

Financiële doelen zijn er ons inziens nooit scherp gesteld. Borgen van kwaliteit is de voornaamste oorzaak geweest om allerlei zaken in gang te zetten. Dat de derde vraag om een instandhoudingsbijdrage de druppel is geweest, maakt niet dat het een financieel gedreven exercitie was, maar was vooral omdat ook na de twee eerdere instandhoudingsbijdragen er geen grote inhoudelijke verbeterstappen waren gezet. Een aantal keer wordt er gesproken over het ‘weghalen’ van de drang-maatregelen bij Intervence wat heeft geleid tot een verdere verslechtering van de financiële situatie bij Intervence. In de praktijk was het echter onmogelijk om drang-maatregelen bij Intervence te beleggen omdat zij deze niet uitvoerden vanwege personeelskrapte (o.a. door hoog ziekteverzuim). Er waren wachtlijsten en er werd, vanzelfsprekend, door Intervence voorrang gegeven aan de dwangmaatregelen. Gemeenten werden dus min of meer gedwongen om deze eerder onderzochte en aangekondigde maatregel door te voeren. Er zijn meerdere concrete voorbeelden waarbij Intervence gemaakte afspraken in het drangkader niet nakwam vanwege personeelskrapte. Lange wachtlijsten en veel wisselingen van gezinsmanagers door ziekte of vertrek, versnelden het proces om ‘drangmaatregelen’ te beleggen bij andere partijen.

In de verwachting u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Hoogachtend,

Namens het college van burgemeester en wethouders van gemeente Kapelle

Pagina 97

5. Reactie college van B&W van de gemeente Middelburg Gemeente Middelburg Samenleving Kanaalweg 3 Postbus 6000 4330 LA Middelburg Tel 14 0118 Fax (0118) 623 717 info@middelburg.nl www.middelburg.nl Begeleidingscommissie Rekenkameronderzoek Intervence

uw kenmerk BRI221021

uw brief van 21 oktober 2022

ons kenmerk 389486

bijlage(n)

contactpersoon

doorkiesnummer

datum 9 november 2022

datum verzending 16 november 2022

onderwerp Bestuurlijke reactie eindrapport rekenkameronderzoek naar de evaluatie van het proces van heroverweging van de inkooprelatie met Intervence Geachte heer, mevrouw, Op vrijdag 21 oktober jl. ontving het college het eindrapport van de gezamenlijke rekenkamercommissies van Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland, Sluis, Tholen, Veere en Vlissingen. In opdracht van uw commissie heeft onderzoeks- en adviesbureau Partners + Pröpper onderzoek gedaan en presenteert zij in haar eindrapport een aantal aanbevelingen. In deze brief leest u onze visie op deze aanbevelingen en hoe wij hieraan uitvoering willen geven. Het college spreekt haar waardering uit voor de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en is beschreven in het rapport ‘Evaluatie van het proces van heroverweging van de inkooprelatie met Intervence’. Het is een grondig onderzoek waar zichtbaar veel tijd in is gestoken en waarbij veel waardevolle inzichten en lessen zijn opgehaald. Het rapport geeft een genuanceerd beeld van de loop van de gebeurtenissen en het ingewikkelde systeem van jeugdhulp waarin de diverse partijen hun rol moeten spelen. De conclusies en aanbevelingen geven inzichten in het proces en herkenbare leer- en verbeterpunten. Inhoudelijke reactie

Pagina 98

Het college van de gemeente Middelburg onderschrijft de conclusies in het rapport en verbindt zich aan de inspanningen om de aanbevelingen uit te voeren, in samenwerking met de Zeeuwse gemeenten, gecertificeerde instellingen en het Rijk. Op een aantal algemene en specifieke punten willen we nader ingaan. 1. Er is sprake van een complex systeem, met spanning tussen marktwerking en transformatiedoelen.

De hoofdvraag van het onderzoek richt zich op de vraag hoe de voorbereiding van en de besluitvorming met betrekking tot de heroverweging van de inkooprelatie, tussen de Bestuurscommissie en Intervence is verlopen en hoe dit zich verhoudt tot de kaderstellende en controlerende rollen van de gemeenteraden. Het rapport geeft een heldere inkijk in de ontwikkeling van de samenwerking en besluitvorming tussen raden, colleges, bestuurscommissie en kopgroep. Onderliggend komt ook aan bod of een gemeente verantwoordelijk kan zijn voor een taak waarop het onvoldoende grip heeft: de uitvoering van maatregelen in de jeugdhulp is wettelijk verplicht, de financiële middelen is door het Rijk vastgesteld. Waarbij de decentralisatie erop gericht is dat de complexe jeugdhulp afneemt en zoveel mogelijk ondersteuning preventief en voorliggend, met lichte vormen van hulp wordt ingezet. Deze beweging geeft druk op de bedrijfsvoering van de organisaties die complexe jeugdhulp aanbieden en waarbij aanbestedingen, tarieven en marktdenken een rol spelen. Wij sluiten niet uit dat de transformatie in de toekomst opnieuw leidt tot financiële problemen of problemen in het voorbestaan van organisaties, die begeleiding en behandeling bieden aan de meest kwetsbare groep kinderen en jongeren.

In uw rapport is aangegeven dat ook de minister inmiddels ziet dat het jeugdzorgsysteem kampt met onbedoelde effecten, waarbij het marktdenken moet worden losgelaten en de gemeentelijke beleidsvrijheid (én verantwoordelijkheden wat ons betreft) meer in balans moet worden gebracht met de te dragen risico’s. De aanbeveling om in gesprek te gaan met de verantwoordelijke ministeries en gecertificeerde instellingen om te onderzoeken hoe de rollen zich kunnen ontwikkelen van opdrachtgever – opdrachtnemer naar partnerschap en gedeeld eigenaarschap, zullen wij ter bespreking inbrengen in de Bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp. 2. De samenwerking en het democratisch samenspel heeft op de top van de crisis onder druk gestaan. In het rapport komt op diverse plaatsen terug hoe in het proces, de rol van de bestuurscommissie steeds verder onder druk komt te staan en verschuift van ‘inkoper’ naar ‘probleemeigenaar’. Het rapport geeft aan dat tijdens het proces onvoldoende is onderkend dat een heroverweging van taken, bevoegdheden en rollen nodig was, waarmee ook een beter instrumentarium beschikbaar zou komen om de crisis te begeleiden. En waarmee de relatie tussen bevoegdheden van de uitvoerende wethouders en colleges en de kaderstellende en controlerende rol van de raden, beter tot uitvoer gebracht had kunnen worden.

Ons college onderschrijft de conclusies in het rapport en de aanbevelingen om specifiekere afspraken te maken hoe de raad in staat moet worden gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol uit te voeren. Ook de aanbeveling om tijdelijk en op maat een ‘crisisorganisatie’ in te richten in het geval zich substantiële problemen voordoen, wordt onderschreven. Wij spannen ons in om de aanbevelingen in de komende periode uit te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12437038/1