CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

F.8d Bijlage 3 - Advies Erfgoed Zeeland museumplan stichting Vitality (7 maart 2019)

Raadsvergadering 2 september 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken (LIS) 2 september 20257.653 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies museumplan Vitality

Janneke de Wit en Daniëlle Otten Erfgoed Zeeland 2019

2

Inhoud Voorwoord

5

1.

Advies over de museale (meer)waarde voor de gemeente Kapelle, de regio en provincie Zeeland

7

2.

Advies over de collectie van het museum

11

3.

Advies over ‘het verhaal’ / de expositie

13

4.

Advies over de bedrijfsvoering / organisatie

15

5.

Advies over de verwachte bezoekersaantallen en inkomsten

17

6.

Advies over morgelijke kansen en risico’s

21

Conclusie en aanbevelingen

23

Colofon

25

3

4

Voorwoord Op 20 december 2018 benaderde de gemeente Kapelle de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (nu Erfgoed Zeeland) voor het uitbrengen van een advies over het museumplan Vitality Kapelle. Er liggen twee documenten aan de opdracht ten grondslag die als basis dienen voor dit advies: een museumplan (ingekomen gemeente Kapelle 19 november 2018) en een Schetsontwerp Nieuwbouw Oorlogsmuseum Vitality (RoosRos Architecten, 8 mei 2018). Op basis van de opdrachtformulering van de gemeente heeft de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (nu Erfgoed Zeeland) een voorstel gedaan, waarop de gemeente op 15 januari 2019 akkoord heeft gegeven. De opdracht is uitgevoerd door Janneke de Wit (adviseur musea), Daniëlle Otten (adviseur presentatie en participatie) en Marc Kocken (sectorhoofd Erfgoed en Publiek), allen namens Erfgoed Zeeland. Opdracht De adviseringsvraag van de gemeente spitst zich toe op zes onderwerpen: 1. de museale (meer)waarde voor de gemeente Kapelle, de regio en provincie Zeeland van dit initiatief 2. de collectie van het museum 3. ‘het verhaal’ / de expositie zoals men dat voorstelt 4. de bedrijfsvoering / organisatie van het museumplan 5. de verwachte bezoekersaantallen, inkomsten uit entree en dergelijke 6.

mogelijke kansen en risico’s aan het plan (mede in relatie tot de gewenste plek nabij het Franse ereveld) Aanpak Naast deskresearch is een gesprek gevoerd met Andries Looijen, Jacco Mol en Jochem Schmetz van Oorlogsmuseum Vitality en met wethouder Jon Herselman, Peter Vogel en Jos van Hove van de gemeente Kapelle. In voorliggend adviesrapport zijn de zes onderwerpen per hoofdstuk uitgewerkt met een overkoepelende conclusie met aanbevelingen tot besluit.

5

6

1.

Advies over de museale (meer)waarde voor de gemeente Kapelle, de regio en provincie Zeeland Provincie Zeeland In de provincie Zeeland zijn 48 musea, waarvan er acht tot de categorie oorlogsmusea kunnen worden gerekend. De acht oorlogsmusea liggen verspreid over Zeeland. Elk museum vertelt een eigen verhaal en heeft een eigen profiel.

Oorlogsmusea in Zeeland: naam, locatie en thema Oorlogsmuseum Switchback, Oostburg (gesloten vanwege persoonlijke omstandigheden) West-Zeeuws-Vlaanderen tijdens WOII (Canadese operatie Switch Back) Oorlogsmuseum Gdynia, Axel Oost-Zeeuws-Vlaanderen tijdens WOII (Poolse operatie Gdynia-brug) Het Polderhuis, Westkapelle (locatie museum) Westkapelle tijdens WOII Bunkermuseum, Vlissingen/Zoutelande Behoud, onderzoek en openstelling bunkers Walcheren Oranjemolen, Vlissingen (onderdeel van muZEEum) Vlissingen tijdens de Slag om de Schelde belicht door ooggetuigen Luchtoorlogmuseum Wings to Victory (momenteel gesloten) Luchtoorlog boven zuidwest Nederland Bevrijdingsmuseum Zeeland, Nieuwdorp Zeeland tijdens WOII, de Slag om de Schelde, bevrijdingspark (in ontwikkeling: vier vrijheden) Oorlogsmuseum Vitality, Kapelle Franse inzet in Zeeland tijdens WOII (in ontwikkeling: evenemententerrein) Bron: Erfgoed Zeeland Regio Zuid-Beveland Zuid-Beveland is in Zeeland de regio met de minste musea. Er zijn zeven musea: Bevrijdingsmuseum (Nieuwdorp), Trekkermuseum (Nisse), OosterscheldeMuseum (Yerseke), Stoomtrein Goes-Borsele (Goes), Historisch Museum De Bevelanden (Goes), Fruitteeltmuseum (Kapelle) en Oorlogsmuseum Vitality (Kapelle). Stoomtrein Goes-Borsele (40.000 bezoekers) en Bevrijdingsmuseum Zeeland (27.000 bezoekers) zijn de grote publiekstrekkers.

De musea in de regio Zuid-Beveland hebben allemaal een eigen profiel. Gemeente Kapelle In de gemeente Kapelle zijn twee musea: Fruitteeltmuseum (Kapelle) en Oorlogsmuseum Vitality (Kapelle). Beiden hebben een eigen profiel. Het Fruitteeltmuseum is geen grote publiekstrekker maar past qua thematiek heel goed bij de gemeente Kapelle. Vitality heeft de Franse militaire begraafplaats (de enige in Nederland) als troef, het museum kan de graven een gezicht geven en het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Kapelle vertellen. Inhoudelijk zijn beide musea in die zin al van toegevoegde waarde voor de gemeente Kapelle en kunnen prima naast elkaar bestaan. Beide musea trekken een ander type publiek. Vitality vraagt (vooralsnog) niet om structurele subsidie aan de gemeente Kapelle. De plannen van Vitality hebben, voor zover bekend, geen nadelige financiële gevolgen voor het Fruitteeltmuseum.

7

Advies Belangrijk is dat Vitality een andere invalshoek kiest dan het Bevrijdingsmuseum Zeeland in Nieuwdorp. Het Bevrijdingsmuseum bevindt zich op slechts zeventien kilometer afstand van Kapelle en gaat in oktober 2019 open met een vernieuwde presentatie op 4.000 m2 expositieruimte en een groot buitenterrein. In het Bevrijdingsmuseum is ook ruime aandacht voor het verhaal van de Franse soldaten en de Slag om de Schelde. De Franse militaire begraafplaats in Kapelle is echter uniek. Overlap op beperkte schaal is geen probleem, want elk museum zal het kader van de Tweede Wereldoorlog in Zeeland willen schetsen. Maar houd de overlap beperkt en ga niet hetzelfde doen als een nabijgelegen museum. Het is uiteraard wel een pre om op onderdelen naar elkaar door te verwijzen. Dat zal elkaar versterken. Afgaand op de thematisering van de oorlogsmusea in Zeeland is het verstandig voor Vitality om te focussen op de Franse inzet in Zeeland (en Nederland) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie bij de Franse militaire begraafplaats (de enige in Nederland) is daar uitermate geschikt voor en verdient het om nader uitgewerkt te worden. De combinatie met een evenemententerrein kan van meerwaarde zijn voor het museumconcept en kan eveneens nuttig zijn voor de gemeente Kapelle. Voorwaarde is wel dat het past binnen de behoefte van zowel museum als gemeente.

Aangezien op dit moment de behoefte van beide partijen nog onvoldoende helder is, kan over omvang, ligging, inpassing en aankleding nog weinig worden gezegd. Museale waarde Musea vervullen een belangrijke culturele functie. Ze beheren en presenteren ons cultureel erfgoed aan een breed publiek. Maar musea zijn veel meer dan publiekstrekkende culturele voorzieningen. Musea leveren ook een bijdrage op diverse maatschappelijke terreinen. De maatschappelijke betekenis van musea kan onderverdeeld worden in: collectiewaarde, verbindende waarde, educatieve waarde, belevingswaarde en economische waarde. Musea kun je dus niet alleen afrekenen op bezoekcijfers, want ze zijn veel meer dan publiekstrekkers. Wat voor museum is Vitality en wil Vitality in de toekomst zijn? Welk herkenbaar profiel heeft Vitality als maatschappelijke instelling? Welke waarden worden daarin extra benadrukt? Op welke manieren Vitality kan bijdragen aan de maatschappelijke waarden van musea, wordt hieronder nader omschreven. Collectiewaarde Het beheren en tentoonstellen van objecten en de bijbehorende verhalen is een kerntaak met een grote maatschappelijke betekenis. De objecten die musea bewaren, of ze nu een lokale, regionale, nationale of internationale betekenis hebben, zijn belangrijk voor ons allemaal. Ze geven uitdrukking aan een gedeelde geschiedenis en aan onze identiteit.

De gebeurtenissen tijdens WOII in Kapelle wordt door Vitality getoond in (persoonlijke) voorwerpen en verhalen en geeft er betekenis aan. Daarbij ligt de focus op de Franse inzet in Nederland. Dat is waardevol en iets om trots op te zijn. Verbindende waarde De vrijwilligers en vrienden die zich binden aan het museum vormen een groot maatschappelijk kapitaal. Vrijwilligers voelen zich verbonden met ‘hun’ museum, de bezoekers en de collectie. Vrijwilligers zorgen voor een sterke sociale binding van het museum met de sociale omgeving. Daarnaast leiden musea vrijwilligers op en dragen op die manier bij aan werkervaring. Senioren blijven dankzij het vrijwilligerswerk maatschappelijk actief. Vitality wil in de toekomst ook gaan samenwerken met Orionis, om moeilijk plaatsbare werknemers in het museum te laten re-integreren. Museumvrijwilligers vormen een groot maatschappelijk kapitaal dat niet onderbelicht mag worden. Het museum is een ontmoetingsplaats en platform tussen verleden, heden en toekomst. De collectie van Vitality en de militaire begraafplaats vertegenwoordigt een mix van generaties, culturen, religies, wetenschappen en meningen, en geven zo een breed beeld van de samenleving – in het verleden, nu en in de toekomst. De grafstenen van Franse, Marokkaanse en Algerijnse militairen op de begraafplaats maken een open en nieuwsgierige houding mogelijk.

Vitality kan bijdragen aan een gezamenlijke identiteit, wederzijds begrip van elkaars verleden en daardoor begrip van elkaars (gedeelde) toekomst. Hierdoor kunnen verschillen tussen bevolkingsgroepen worden overbrugd. Er zijn kansen voor Vitality om de actualiteit te bespreken en deze in een context te plaatsen en daarmee generaties en culturen te verbinden. Een voorbeeld is: organiseer een verzoeningsdis met meegebracht eten uit de Marokkaanse en Algerijnse keuken en bespreek wat vrijheid/vrede en verzoening voor jou betekent.

8

Het museum werkt samen met verschillende partijen en beweegt zich in een uitgebreid netwerk. Men wil in de plannen voor het gebouw ook een multifunctionele ruimte creëerden die organisaties mogen gebruiken voor vergaderingen en dergelijke. Een dergelijke voorziening is momenteel alleen in Dorpshuis De Vroone aanwezig en heeft dus toegevoegde waarde. Educatieve waarde In musea steek je altijd iets op. Museum Vitality is dan ook een ideale omgeving om te ontdekken en te leren, zowel voor jong als oud. De Tweede Wereldoorlog (Nederland bezet en bevrijd) maakt onderdeel uit van de Canon van Nederland. Hierdoor is het een verplicht onderdeel van het lesprogramma op scholen. Het thema sluit dus goed aan bij het onderwijs. Ook zijn er kansen om Marokkaanse jongeren bij het museum en de graven te betrekken vanwege de gedeelde geschiedenis. Belevingswaarde Een museumbezoek brengt plezier en ontspanning, inspireert en daagt uit, zet je aan het denken of maakt je aan het lachen. Museumbezoek is een sociale, actieve bezigheid. Museumbezoek prikkelt de verbeeldingskracht en laat je nieuwe indrukken opdoen. In het museum kun je je eigen leven spiegelen aan dat van anderen, in het verleden of nu, en biedt de gelegenheid je identiteit aan te scherpen. Bij Vitality kun je je eigen leven spiegelen aan de persoonlijke verhalen die er verteld worden.

Het museum wil met de tentoonstelling en evenementen op het terrein inzetten op beleving. Hoe het museum dit concreet gaat invullen is nog niet bekend en verdient nadere uitwerking. Maar zaken als ‘een kijkje in de werkplaats’, ‘battlefield-tours’ en ‘living history’ spreekt mensen aan. Daarmee kun je de bezoeker voor je winnen. Economische waarde Musea zijn een bron van activiteiten, reuring en aantrekkingskracht. Een plek midden in de samenleving met ook economische betekenis. Denk aan toeristen die op het museum af komen, de werkgelegenheid die een museum direct en indirect biedt, het kapitaal dat vrijwilligers vertegenwoordigen, de aantrekkingskracht voor bedrijven en huishoudens (vestigingsfactor), en het gezicht dat een museum(gebouw) een stad of streek geeft. Uit onderzoek blijkt dat een museum positief uitpakt voor de gebiedsontwikkeling en leefbaarheid van de omgeving. Aanvullende positieve punten zijn: het museum werkt bij de uitvoering van de plannen zo veel mogelijk met lokale aanbestedingen (architect, aannemer, vormgever ed.), men vraagt de gemeente niet om structurele subsidie en men wil streekproducten in de winkel gaan verkopen ter versterking van de lokale betrokkenheid.

Conclusie Het initiatief van Vitality heeft absoluut museale (meer)waarde voor de gemeente Kapelle, de regio en provincie Zeeland, maar het is wel van belang dat Vitality een eigen invalshoek kiest. Zorg voor voldoende onderscheidend vermogen. Het Franse aandeel is daarin een sterke troef. Hiermee kan Vitality een nieuwe publiekstrekker in de regio worden. De vrijwilligers die zich binden aan het museum vormen een groot maatschappelijk kapitaal dat niet onderbelicht mag worden. Er is een sterke sociale binding, het zorgt voor scholing, werkervaring, re-integratie en mensen blijven actief. Het museum staat midden in de samenleving en dat heeft potentie.

9

10

2. Advies over de collectie van het museum Het museum kan putten uit een omvangrijke collectie van nagenoeg 10.000 items die betrekking hebben op het dagelijks leven, de verdediging, bezetting en bevrijding van Kapelle, Zeeland, Noord-Brabant en Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een belangrijk deel van de collectie heeft te maken met de Franse militaire inzet in Nederland 1940-1945 en veel stukken komen uit de regio Zuid-Beveland. De collectie is niet uniek, maar de diversiteit van het materiaal in combinatie met de persoonlijke verhalen maken het een waardevolle collectie. Alleen objecten met een (persoonlijk) verhaal zullen in de tentoonstelling terecht komen. Echter, een museum dat kan putten uit een grote collectie wil niet automatisch zeggen dat het ook een goede tentoonstelling wordt. Het risico van een grote collectie in combinatie met een groot gebouw is dat je te veel objecten toont die eigenlijk weinig met de verhaallijn of de rode draad in de expositie te maken hebben. In een groot gebouw ben je minder kritisch op wat je in de expositie neerzet, want er is ruimte genoeg. Maar dat kan wel ten koste gaan van de kwaliteit van de tentoonstelling. Verzamelaars willen graag zo veel mogelijk authentiek materiaal aan de bezoekers laten zien, omdat men logischerwijs ook buitengewoon trots is op de verzameling.

Maar de doorsnee bezoeker is wellicht minder onder de indruk van het aantal objecten en ziet daardoor vaak door de bomen het bos niet meer. Het is daarom belangrijk om eerst een sterke verhaallijn voor het museum te schrijven, ongeacht of er collectiestukken bij zijn of niet. In een later stadium wordt pas gekeken op welke manier en met welke methode van overdracht dat verhaal wordt verteld. Met objecten, met beeld, met geluid, techniek etc. Hierdoor zorg je dat bezoekers in het verhaal worden meegenomen en niet afhaken. Circa 10% van de collectie van Vitality (ongeveer 1.000 objecten) wordt tot de topstukken gerekend. Een voorbeeld van een topstuk is het verpleegstersuniform van mevrouw Dekker. Deze pronkstukken zijn onderdeel van de kerncollectie van het museum die uit ongeveer 8.000 objecten bestaat. De overige 2.000 objecten vallen onder de steuncollectie van het museum en hebben veelal een documentair karakter. De verhouding tussen topstukken, kerncollectie en steuncollectie bij Vitality is vergelijkbaar met veel andere musea en dus als gangbaar te bestempelen. Om iets te kunnen zeggen over de uniciteit van de collectie en overlap met andere collecties is meer onderzoek nodig. In de plannen van het museum staat een open werkplaats getekend, waarin bezoekers kunnen zien dat vrijwilligers aan de voertuigen aan het sleutelen zijn.

Dat vinden bezoekers leuk om te zien en wellicht melden zich spontaan nieuwe vrijwilligers aan. Het museum wil de collectie ook digitaal toegankelijk maken voor het publiek. Daarmee geef je iedereen toegang tot de collectie en wordt de collectie van ons allemaal. Museumregistratie Vitality heeft zich, in zijn huidige vorm, bij het Museumregister Nederland aangemeld om geregistreerd museum te worden. Het Museumregister is een register van museale instellingen die aantoonbaar voldoen aan criteria voor een kwalitatief hoogwaardige invulling van de functies van een museum. Deze criteria zijn samengevat in de Museumnorm. Het doel van museumregistratie is het zichtbaar maken, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de Nederlandse musea ten behoeve van het verantwoord beheer van het museale erfgoed in Nederland. De normen zijn streng en niet voor elk museum weggelegd. Er moet een omvangrijk dossier worden opgebouwd om voor toetsing in aanmerking te komen en er zijn flinke kosten mee gemoeid. Het is te prijzen dat Vitality nu al in de aanmeldingsprocedure is gestapt. Er zijn nog enkele kleine punten waar het museum aanvullingen op moet doen, maar de verwachting is dat Vitality aan het eind van dit jaar het predicaat ‘geregistreerd museum’ kan tonen. Slechts 19 van de 48 musea in Zeeland hebben het predicaat ‘geregistreerd museum’, waaronder het Fruitteeltmuseum in Kapelle.

Vitality komt daarmee in een select gezelschap van musea die aantoonbaar kwaliteit leveren.

11

De meerwaarde van museumregistratie ligt zowel binnen als buiten de eigen organisatie. Er wordt van geregistreerde musea verwacht dat zij periodieke zelfanalyse doen. Dit zorgt ervoor dat geregistreerde musea regelmatig op gestructureerde wijze integraal de eigen organisatie onder de loep nemen. Iets wat er in de hectiek van alledag snel bij inschiet. De externe meerwaarde is meerledig. Geregistreerde musea kunnen aan andere partijen (bezoekers, collega-instellingen, overheden, fondsen, sponsors en dergelijke) aantonen dat zij de zaken goed op orde hebben. Fondsen en sponsoren vinden het steeds belangrijker dat een museum geregistreerd is. Daarnaast kunnen alleen geregistreerde musea lid worden van de Nederlandse Museumvereniging. En daarmee kun je ook acceptant van de Museumkaart worden. Door aan te willen sluiten bij het Museumregister heeft Vitality een collectieplan moeten schrijven. Daarin staat het beleid ten aanzien van verwerven, registreren, digitaliseren, behouden en afstoten van de collectie. Het collectieplan wordt getoetst door auditoren en de registratiecommissie van het Museumregister. Door aan te sluiten bij het Museumregister kun je er dus vanuit gaan dat het in orde is. De collectie blijft eigendom van Andries Looijen, maar is in langdurig bruikleen overgedragen aan Stichting Vitality.

Mocht een bestuurslid om wat voor reden dan ook uit het bestuur stappen, dan is de continuïteit van het museum gewaarborgd. Het is een pre dat het museum goede relaties heeft met de Franse ambassade en andere oorlogsmusea in de Stichting Slag om de Schelde (Het Polderhuis, Oorlogsmuseum Gdynia en Wings to Victory) voor het uitwisselen van collectiestukken. Na het behalen van het predicaat ‘geregistreerd museum’ kan Vitality ook een beroep doen op Franse depots. Dat is zeker een meerwaarde voor het museum. Interessante (top)stukken kunnen zo voor (tijdelijke) exposities naar Kapelle komen. Conclusie Het museum kan putten uit een rijke collectie van nagenoeg 10.000 items die betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog, en dan vooral de Franse militaire inzet in Zeeland en Nederland. Veel stukken zijn afkomstig uit de regio Zuid-Beveland. De diversiteit van het materiaal in combinatie met de persoonlijke verhalen maken het tot een collectie die het waard is om zorgvuldig bewaard te worden. Als Vitality het predicaat ‘geregistreerd museum’ haalt is dat een garantie dat het museum de zaken met betrekking tot de collectie (beleid, verwerven, registreren, digitaliseren, behouden en afstoten) op orde heeft en het op een verantwoorde en professionele manier met de collectie omgaat. Een collectie heeft een gebouw nodig voor opslag en presentatie.

Het plan van Vitality voorziet in een gebouw van 5.000 m2. Aan een dergelijk omvangrijk gebouw kleven voor- en nadelen. Door die grote ruimte te moeten vullen is men vaak minder kritisch op welke stukken er getoond gaan worden en kan de samenhang uit het oog worden verloren.

12

3. Advies over ‘het verhaal’ / de expositie In Zeeland zijn acht oorlogsmusea. Het is belangrijk dat elk museum een eigen verhaal vertelt en een eigen profiel heeft, in aanvulling op elkaar. In het gesprek met de vertegenwoordigers van Oorlogsmuseum Vitality kwam naar voren dat het verhaal dat men in het nieuwe museum wil gaan vertellen is gebaseerd op drie pijlers: 1. Franse Oorlogsbegraafplaats 2. Franse inspanningen in Zeeland en Nederland tijdens WOII 3. Slag om de Schelde Er is op dit moment nog geen concrete verhaallijn / inhoudelijk museumconcept uitgewerkt. Men wacht op groen licht van de gemeente om hier verder mee te gaan. De expositie moet een mix worden van objecten en techniek. Belangrijk daarbij is dat het museum laagdrempelig is. Ook voor mensen met geen specifieke interesse in WOII moet het interessant zijn. De aanwezigheid van de Franse Oorlogsbegraafplaats is uniek in het verhaal van Oorlogsmuseum Vitality. Men wil de verhalen achter de personen in de graven vertellen in het nieuwe museum, door middel van een indringende presentatie. De aanwezigheid van deze begraafplaats is een unique selling point (USP) en het idee om dit onderwerp op deze locatie centraal te stellen is sterk. Natuurlijk moet er een link zijn naar de Franse inspanningen en de Slag om de Schelde maar deze verhalen worden elders ook al (uitgebreid) verteld.

Daarom zal goed gezocht moeten worden naar een concept dat niet overlappend is. De expositie zoals men die voor zich ziet moet nieuw en sprankelend worden. Beleving is een belangrijk onderdeel. Zo maakt een filmzaal deel uit van de plannen en kan de bezoeker meekijken in de werkplaats waar men sleutelt aan museumobjecten zoals rijdend materiaal. Men wil diorama’s maken met behulp van originele objecten zoals bijvoorbeeld tanks en er wordt gedacht aan het nabouwen van een kapotgeschoten straatje waar je als bezoeker doorheen kunt lopen. In de ramen van de huizen is een (digitale) presentatie te zien. De naam Delware Company wordt genoemd. De website geeft een beeld van het soort presentaties dat zij maken: https://delware.company/projecten/replicabouw/. Om een idee te krijgen bij het soort presentaties dat de mensen van Vitality aanspreekt is gevraagd naar de musea die zij zelf inspirerend vinden. Dat zijn: 1. Historisch Museum December 1944 in La Gleize: http://www.december44.com/nl/geschiedenis.htm 2. Musée Airborne in Sainte-Mère-Église: https://www.airborne-museum.org/nl/ De expositieruimte binnen bedraagt ruim 5.000 m2. In het plan is € 250.000 begroot voor inrichting. Om een beeld te krijgen van de kosten van het ontwerpen en inrichten van een tentoonstelling per m2 is onderstaand overzicht opgenomen.

Kostenindicatie ontwerp/inrichting tentoonstelling m2

Soort ontwerp/inrichting

Kosten per m2

Eenvoudig, veel in eigen beheer (zonder dure installaties)

€ 250

Extern ontwerp/techniek

€ 500

Veel high-tech installaties Bron: Erfgoed Zeeland / Reinwardt Academie

€ 1.000

13

Deze kostenindicatie geeft aan dat een budget van € 250.000 zeker niet toereikend is. Uitgaande van een eenvoudige inrichting bedragen de kosten voor 5.000 m2 € 1.250.000. Mogelijk worden er veel grote objecten in de presentatie opgenomen, dat drukt de kosten per m2. Veel dezelfde objecten maakt een presentatie echter niet per definitie beter. Een goed bureau inschakelen dat de inrichting begeleidt is essentieel om het verhaal op een aantrekkelijke wijze te vertellen en een interessant museum neer te zetten. Het is raadzaam om een klein budget vrij te maken zodat een paar bureaus een concept kunnen maken voor een verhaallijn en deze in een pitch komen presenteren. Dit geeft op een heldere manier richting aan het plan. Indien gewenst kan Erfgoed Zeeland enkele bureaus adviseren en hierin ondersteunen. Het nieuwe museum zou 5.000 m2 expositieruimte hebben, dat is groot. Ter vergelijking een overzicht:

Naam en locatie

Aantal m2 expositieruimte

Zeeuws Museum, Middelburg muZEEum, Vlissingen Industrieel Museum Zeeland, Sas van Gent Bevrijdingsmuseum Zeeland Watersnoodmuseum, Ouwerkerk Van Gogh Museum, Amsterdam Nemo Science Centre, Amsterdam Oorlogsmuseum Vitality, Kapelle Bron: Erfgoed Zeeland/Museana

800 2.000 2.000 4.000 (na uitbreiding) 4.800 (inclusief horeca, kantoren, vergaderzaal) 5.000 5.000 5.000 (na nieuwbouw)

Conclusie De vraag rijst of al die m2 wel nodig zijn. Het verdient aanbeveling om eerst aan de verhaallijnen te werken en daarna te bepalen welke objecten en media kunnen worden ingezet. De koppeling tussen de Franse Oorlogsbegraafplaats en het museum is een echte USP die het verdient om nader te worden uitgewerkt, eventueel in combinatie met een terrein voor evenementen, waarbij rekening wordt gehouden met de ligging naast een begraafplaats. De voorgestelde oppervlakte van de expositieruimte is naar onze mening wel erg groot. Het is op dit moment nog niet duidelijk waarom die oppervlakte nodig is. De daarbij begrote inrichtingskosten zijn niet realistisch. Het verhaal en de locatie in combinatie met de militaire begraafplaats leent zich meer voor een intieme setting. Een inspirerend voorbeeld is het Tine Cot Visitors Centre in Passendale. Deze begraafplaats is qua aantal graven en bezoekers absoluut niet vergelijkbaar met de situatie in Kapelle maar het bezoekerscentrum is niet zo groot maar wel indrukwekkend. Het is een modern gebouw met aan een zijde een glazen wand. Je kijkt uit over de slagvelden. Het is er stil. Je hoort enkel een stem die met tussenpozen de namen van de overledenen voorleest. In het centrum zie je de foto’s die bij de namen horen. Er is een interactieve panoramatafel, er zijn digitale presentaties en er zijn enkele vitrines.

Een dergelijk compact herinneringscentrum/museum is uniek in Zeeland. Het onderscheidend vermogen wordt vergroot door het niet objectgericht te maken. Vergelijkbare collecties zijn te zien in andere musea in Zeeland. Een zorgvuldige selectie van een aantal objecten zal wel te zien zijn op deze locatie: zij ondersteunen het verhaal dat hier verteld wordt. Naast de objecten vertellen audiovisuele middelen het verhaal. In het verhaal moet de focus liggen op de Franse militaire inzet in Nederland, met de nadruk op Kapelle/ZuidBeveland/ Zeeland. Geef de gesneuvelden op de begraafplaats een gezicht in het museum. Herdenk ze op een waardige manier in een passende setting. En vertel ook het verhaal van de Algerijnen en Marokkanen in Zeeland. Dat maakt het museum nog meer uniek en onderscheidend van anderen. Voor deze opzet is echter geen 5.000 m2 expositieruimte nodig. Zet in op een kleinere sterke en hoogwaardige expositie die mensen van top tot teen raakt. Een expositie waar je als mens anders uitkomt dan je er in gaat. We adviseren om een professioneel bureau te betrekken bij de inrichting. Het hebben van een verhaallijn met eerste conceptuele beeldende uitwerkingen geeft richting aan het plan en kan een grote invloed hebben over het vinden van financiering zodat het plan daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.

14

4. Advies over de bedrijfsvoering / organisatie Oorlogsmuseum Vitality is op dit moment hard aan het werk om toe te treden tot het Museumregister. Het is de verwachting dat het huidige Vitality dit jaar toe zal treden tot het Museumregister. In het plan van Vitality wordt aandacht besteed aan het opzetten van een goede basis voor de bedrijfsvoering en organisatie van de nieuwe organisatie. Er is nagedacht over de organisatie van het personeel en er is een aantal aspecten benoemd waaronder het organiseren van een goede (financiële) administratie. Om een goede bedrijfsvoering daadwerkelijk te realiseren is deskundigheid onmisbaar, zeker bij een groot museum. Een goede (financiële) bedrijfsvoering zorgt voor kwaliteit, continuïteit en vertrouwen, bij in- en externe relaties. Deskundige medewerkers of vrijwilligers zijn daarbij onmisbaar. Op dit moment is nog niet duidelijk wie welke rol gaat invullen. Mochten er te weinig deskundigen zijn dan zal er deskundig advies ingehuurd moeten worden. Voor organisatiekosten is een relatief laag bedrag van € 1.000,- begroot. Als er niet voldoende deskundige vrijwilligers worden gevonden is dat bedrag te laag. In de aanloop naar het nieuwe museum is deskundige hulp gezocht, onder andere bij een vormgever en een marketing en communicatieprofessional. Deze gaan helpen bij het communicatieplan, de fondsenwerving en de promotie.

De huidige vrijwilligers hebben veel kennis over WOII en het Franse verhaal, zijn gedreven en lijken een sterk netwerk om zich heen georganiseerd te hebben. Er zijn verschillende bedrijven die (in natura) sponsoren en er zijn goede contacten met de Franse ambassade en het Frans bedrijfsleven. Dat biedt mogelijkheden maar grote financiële garanties zijn er op dit moment nog niet echt. Dat heeft ook te maken met het feit dat er op dit moment nog teveel onzekerheden zijn: kan het museum er wel of niet komen? Die onzekerheid helpt niet bij het vinden van geldverstrekkers. Het vinden van voldoende en geschikte vrijwilligers is cruciaal voor een succesvolle bedrijfsvoering en organisatie van het nieuwe museum. Vitality heeft op dit moment 25 vrijwilligers en is één zaterdag per maand gratis open. Het is de bedoeling dat het nieuwe museum het hele jaar door open is, ook op zondag. Mogelijk kiest men er voor om in het laagseizoen minder dagen per week open te zijn. Op relatief korte termijn wil men groeien naar 100 vrijwilligers, een verviervoudiging van het huidige vrijwilligersbestand. Onderstaand een overzicht van musea in Zeeland met een min of meer vergelijkbaar vloeroppervlakte en het aantal vrijwilligers/medewerkers dat zij hebben. Bij de genoemde musea zijn ook betaalde medewerkers aanwezig, mede om de inzet van de vrijwilligers te coördineren.

Naam en locatie

Aantal vrijwilligers

Industrieel Museum Zeeland, Sas van Gent

60

Watersnoodmuseum, Ouwerkerk

135

Bevrijdingsmuseum Zeeland, Nieuwdorp

120

Vitality

25 (huidig) 100 (gewenst)

Bron: Omroep Zeeland / Erfgoed Zeeland Elk museum organiseert de inzet van vrijwilligers op een andere manier. Soms worden vrijwilligers enkel ingezet voor rondleidingen. Bij veel andere musea worden zij echter ook ingezet voor andere zaken waaronder de openstelling. Hoe ruimer de openstelling en hoe groter het museum, hoe groter de uitdaging om voldoende vrijwilligers te vinden. Het vinden van vrijwilligers is een groot probleem voor veel musea. De concurrentie is groot: ook andere organisaties doen steeds vaker een beroep op vrijwilligers (en hebben ook moeite om vrijwilligers te vinden). Hoeveel mensen een museum per dag nodig heeft om open te kunnen zijn varieert per locatie. Dit heeft onder andere te maken met het gebouw, het vloeroppervlak, de wijze van presenteren, de organisatie van het toezicht (camera’s of suppoosten) en de verschillende functies die per dag ingevuld moeten worden.

15

Het aantal vrijwilligers dat nodig is bij de wat grotere musea in Zeeland ligt tussen de vier en acht Personen per museum per dag. Naast de openstelling zijn er nog diverse andere taken in een museum die ingevuld moeten worden waaronder: beheer en behoud van de collectie, verzorgen van rondleidingen, organisatie van evenementen, maken van wisseltentoonstellingen, horeca, onderhoud aan het gebouw, presentatie en buitenterrein (indien aanwezig). In het gesprek met Erfgoed Zeeland gaven de aanwezige vrijwilligers van Vitality aan dat Kapelle een zeer hechte gemeenschap is en dat het in de aard van de inwoners ligt om gezamenlijk de schouders eronder te zetten. Men verwacht geen problemen bij het vinden van voldoende vrijwilligers. Het thema van het museum helpt waarschijnlijk bij het vinden van vrijwilligers. Meestal hebben dit soort musea iets minder moeite om vrijwilligers te vinden. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met het feit dat sommige werkzaamheden moeilijker te vervullen zijn. Denk bijvoorbeeld aan schoonmaak. Het plan om in korte tijd naar 100 personen te gaan is echter wel ambitieus. Mogelijk kan het museum in de eerste periode met minder vrijwilligers ook van start. Dat is geheel afhankelijk van de aard van de werkzaamheden die ingevuld moeten worden en de capaciteiten en mogelijkheden van de werkelijk beschikbare vrijwilligers.

Zodra hier meer informatie over is kan dit beter beoordeeld worden. Op langere termijn is het mogelijk om te groeien naar 100 vrijwilligers. Daar gaat waarschijnlijk wel behoorlijk wat tijd overheen voordat dat gerealiseerd is. Conclusie Om een goede (financiële) bedrijfsvoering daadwerkelijk te realiseren is deskundigheid onmisbaar. Hoe dit daadwerkelijk gerealiseerd wordt is op dit moment nog niet geheel duidelijk. Een positief punt is dat het huidige Oorlogsmuseum Vitality zeer waarschijnlijk dit jaar erkend wordt als geregistreerd museum. Daarbij wordt ook gekeken naar de bedrijfsvoering. Dit betekent dat de bedrijfsvoering in het huidige museum voldoet aan de gestelde eisen. De grootte van het museum, de gewenste ruime openstelling en de daarvoor benodigde kennis, expertise en capaciteit, leggen de lat hoog. Een museum dat geheel uit vrijwilligers bestaat is daarbij kwetsbaar. De huidige vrijwilligers zijn gedreven en hebben een goed netwerk, maar zij doen hun werk voor het museum veelal naast hun betaalde baan. Een betaalde coördinator met voldoende deskundigheid op het gebied van bedrijfsvoering zou voor meer stabiliteit zorgen. Dat is echter op dit moment niet haalbaar. Het managen van een dergelijk grote (vrijwilligers)organisatie kost veel tijd. Het plan om in korte tijd naar 100 vrijwilligers te groeien is ambitieus.

Mogelijk kan er met minder vrijwilligers toch worden gestart. Dat is afhankelijk van de daadwerkelijke invulling van het museum, de beschikbare vrijwilligers en taken die zij moeten vervullen. Op de langere termijn is het misschien haalbaar om te groeien naar 100 vrijwilligers. Het is aan te bevelen dat het museumbestuur een ondergrens bepaalt. Hoeveel vrijwilligers (en met welk takenpakket) zijn er minimaal nodig om het plan te laten slagen?

16

5. Advies over de verwachte bezoekersaantallen en inkomsten Aantal bezoekers en entreeprijzen Het huidige Vitality is één zaterdag per maand te bezoeken. Per jaar komen er ongeveer 5.000 bezoekers. Dat is inclusief bezoekers bij evenementen. Bezoek aan museum en evenementen is gratis. Het nieuwe museum wil in het eerste jaar 10.000 betalende bezoekers ontvangen, in het tweede jaar 12.000 en in het derde jaar 14.000. Onderstaand een selectie van een aantal Zeeuwse musea die te vergelijken zijn qua vestigingsplaats, onderwerp of oppervlakte:

Naam en locatie Museum Stoomtrein Goes-Borsele1 Historisch Museum De Bevelanden, Goes1 Fruitteeltmuseum, Kapelle1 Oosterscheldemuseum, Yerseke1 Bevrijdingsmuseum Zeeland, Nieuwdorp (huidige situatie) 1 en 2 Bunkermuseum Vlissingen/Zoutelande2 Luchtoorlogsmuseum Wings to Victory2 (momenteel gesloten, cijfers excl. evenement) Oorlogsmuseum Gdynia, Axel2 Polderhuis Westkapelle (cijfers alleen museum)2 Watersnoodmuseum, Ouwerkerk3 Industrieel Museum Zeeland, Sas van Gent3 Oorlogsmuseum Vitality nieuwe situatie Bron: Erfgoed Zeeland 1 vestigingsplaats 2 onderwerp 3 oppervlakte

Bezoekcijfers 2018

Entreeprijzen volwassenen

40.002 8.860 4.132 1.934 26.911

€ 8,- / € 18,€ 10,€ 6,€ 4,€ 10,-

13.187 500

vrijwillige bijdrage gratis

6.742 17.177

gratis € 5,50

100.881 11.232

€ 10,50 € 7,50

10.000

€ 6,-

Het aantal bezoekers dat Oorlogsmuseum Vitality wil ontvangen is haalbaar. De entreeprijs, zeker voor een museum met de omvang van het nieuwe gebouw, is te laag. Inkomsten uit entree Volgens het onderzoek Museumcijfers 2017 van de Nederlandse Museumvereniging bestonden de inkomsten van de Nederlandse musea in 2017 voor gemiddeld 49% uit subsidies en voor 51% uit eigen inkomsten, inclusief de bijdrage van de Museumkaart. Museumkaarten kunnen alleen gebruikt worden bij geregistreerde musea. 1,25 miljoen mensen in Nederland hebben een Museumkaart. Het museum krijgt per museumkaartbezoeker een percentage van de toegangsprijs. Meestal leveren deze opbrengsten een interessante bijdrage aan het totaal.

17

De inkomsten van de Nederlandse musea zijn als volgt samengesteld:

Samenstelling eigen inkomsten musea 2013 - 2017 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% entreegelden

horeca en winkel

diversen 2013

private fondsen

giften

sponsoring

2017

Bron: Museumcijfers 2017 / Museumvereniging Gemiddelde inkomsten per bezoeker Het plan van Vitality gaat uit van € 40.000,- aan inkomsten uit entree, op basis van een toegangsprijs van € 6,voor volwassenen, en € 4,- voor kinderen en groepen. Men verwacht 10.000 bezoekers. Dat betekent dat men uitgaat van een gemiddelde inkomst per bezoeker van € 4,-. Dat is 66% van het maximum tarief. De gemiddelde inkomsten per bezoeker liggen over het algemeen genomen echter tussen de 40 - 55% van het maximum tarief. Dat heeft te maken met bezoekers met gereduceerd tarief, gratis bezoekers (aan bijvoorbeeld speciale openingsdagen of evenementen) die regelmatig meegeteld worden en vergoedingen van de Museumkaart. Veiligheidshalve moeten de verwachte inkomsten uit entree naar beneden worden bijgesteld. Inkomsten uit horeca en winkel Museum Vitality wil een horecavoorziening met een ruim assortiment op het gebied van eten en drinken waarbij men denkt aan verschillende streekproducten. Het aanbod in de winkel is divers en toegespitst op de doelgroep. Het thema is daarbij WOII. In het plan spreekt men van een bestedingsgemiddelde van € 2,- per bezoeker aan horeca. Daarbij gaat men uit van een marge van 75%. Dat is hoog. Als de horeca in eigen beheer wordt uitgevoerd is 50% een realistischer getal.

In het gesprek met de mensen van Oorlogsmuseum Vitality kwam naar voren dat men de horeca wil uitbesteden. Dat is over het algemeen genomen een goede oplossing voor een museum. Horeca in een museum is niet per definitie een verdienmodel. Er zijn kosten aan het voeren van horeca verbonden en het vraagt om capaciteit van (het inplannen van) vrijwilligers. Daarnaast brengt het hebben van een eigen horecavoorziening extra risico’s en inspanningen met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan de Warenwet. Mocht de horeca daadwerkelijk uitbesteed worden dan moet opnieuw berekend worden wat de bijdrage aan het bedrijfsresultaat uit horeca is. Dat zal weinig tot niets zijn. Horeca is vaak meer een service aan de bezoeker dan een verdienmodel voor het museum. Maar dit model biedt mogelijk wel kansen voor een kleine lokale ondernemer. Overige inkomsten Museum Vitality heeft plannen om ruimtes te verhuren voor bijeenkomsten en vergaderingen. Dat kan een extra inkomstenbron zijn, zeker als er weinig vergelijkbare voorzieningen in de omgeving zijn. Het is mogelijk dat er nog extra inkomsten zijn uit evenementen, private fondsen, giften of sponsoring, maar over het algemeen genomen maken dit soort inkomsten maar een klein deel uit van de totale inkomsten.

18

Overige financiën In de exploitatiebegroting nemen de kosten voor marketing en promotie na het eerste jaar af. Dat is niet verstandig. In het eerste jaar is er vaak veel belangstelling. Juist in de periode daarna zijn extra investeringen nodig om in beeld te blijven bij het publiek. Het budget voor promotie en marketing is klein. Dat geldt ook voor kantoorkosten. Ook de organisatiekosten zijn laag ingeschat. Mogelijk wordt er op dit vlak veel in natura gesponsord, dat is echter nog niet duidelijk in de plannen. Er zijn goede contacten met de Franse ambassade en het Frans bedrijfsleven. Dat biedt mogelijkheden maar grote financiële garanties zijn er op dit moment nog niet echt. Het is onduidelijk welke bijdrage er komt vanuit projectsubsidies. Dat heeft ook te maken met het feit dat er op dit moment nog teveel onzekerheden zijn: kan dit museum er wel of niet komen? Die onzekerheid helpt niet bij het vinden van geldverstrekkers. Het gebouw dat men neer wil zetten heeft zeker gezien de afmetingen een lage m2 prijs. Het gebouw is echter niet getoetst aan de omgevingseisen en architectonische meerwaarde. Ook al is het gebouw onderhoudsarm, het is noodzakelijk om kosten te begroten voor beheer en onderhoud. Dat is nu nog niet gebeurd. Conclusie Er zijn nog veel financiële onzekerheden in het plan. De gemiddelde opbrengst per bezoeker is waarschijnlijk te hoog ingeschat.

De inkomsten uit horeca en winkel moeten beter onderbouwd worden. De kosten voor onderhoud zijn niet meegenomen in het plan en verschillende andere kosten zijn laag ingeschat. Van de andere kant zijn er waarschijnlijk inkomsten uit verschillende bedrijven die (in natura) sponsoren en er zijn goede contacten met de Franse ambassade en het Frans bedrijfsleven. Dat biedt mogelijkheden maar harde financiële garanties zijn er op dit moment nog niet.

19

20

6. Advies over mogelijke kansen en risico’s aan het plan in relatie tot de gewenste plek nabij het Franse ereveld De beoogde locatie nabij de Franse militaire begraafplaats ligt gunstig. De locatie is prima bereikbaar en ligt wat verder van de bebouwde kom. Aan de andere kant vraagt deze plek ook om rust en bezinning. Daar moet in de plannen rekening mee worden gehouden. Risico’s Bij de omvang van het gebouw kunnen vraagtekens worden gezet. De beoogde schaalgrootte zal waarschijnlijk op weerstand stuiten. Het schetsontwerp is een idee van de architect. Met het gebouw wilde de architect de lijn naar de algemene begraafplaats volledig afdekken, maar er zijn ook andere oplossingen om het zicht op de begraafplaats te ontnemen. Een ander punt is dat de omvang van het gebouw de militaire begraafplaats ook uit proporties haalt. Het schetsontwerp van de architect is een concept dat kan worden aangepast. Het museumbestuur staat er voor open en wil graag in gesprek met de gemeente/welstandscommissie. Het museum heeft behoefte aan richtlijnen voor het gebouw en het terrein, waarmee het terug kan naar de architect. Het museum wil in mei 2020 open; 80 jaar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het 50-jarig bestaan van de begraafplaats. Een plan van deze omvang kan alleen slagen als het gefaseerd gebeurt en in goed overleg met betrokken partijen.

Door te focussen op het gezamenlijk belang heeft het kans van slagen. Een goede planning, fasering en eventuele A en B variant op basis van financiële haalbaarheid is nodig om dit proces in goede banen te leiden. Er zijn risico’s op geluidsoverlast bij evenementen. Dat geldt hoofdzakelijk voor de algemene begraafplaats en de kerk. Het is belangrijk om in goed overleg afspraken te maken over evenementenplanning bij begrafenissen en het respecteren van de zondagsrust. Het evenemententerrein is gepland aan de noordzijde van het perceel. Dat ligt het verst van de algemene begraafplaats af om overlast te voorkomen. De te organiseren evenementen moeten wel een aanvulling zijn op reeds bestaande evenementen en geen concurrentie zijn. Kansen De combinatie met de Franse militaire begraafplaats is een sterke troef en uniek in Nederland en verdient het om nader uitgewerkt te worden. De investering van de gemeente is minimaal. Met wat aanpassingen aan het plan is dit ‘een geschenk van Frankrijk aan Kapelle’ dat niet geweigerd kan worden. De steun vanuit de Fransen is groot. Het voormalige terrein voor de Franse week (Toujours Kapelle) is niet meer beschikbaar. Een evenemententerrein bij het nieuwe museum kan van additionele waarde zijn.

Door afspraken te maken over een multifunctioneel gebruik van het terrein van Vitality, kan het voor meerdere partijen inclusief de gemeente interessant zijn. Als er binnen de gemeente behoefte is aan een terrein waar evenementen georganiseerd worden kan dit een kans zijn. Evenementen zorgen voor extra bezoekers en dat is goed voor de plaatselijke middenstand en levendigheid van de gemeenschap. Het museum heeft een marketingadviseur in de arm genomen voor de (her)positionering van het museum. De huidige naam ‘Oorlogsmuseum Vitality’ is onduidelijk en dekt de lading niet. Het museum komt met een nieuwe aansprekende naam. Conclusie De omvang en uitstraling van het museumgebouw roepen vraagtekens op. In overleg met de gemeente dienen heldere randvoorwaarden te worden geformuleerd. Situering en afscherming van het evenemententerrein zal daar ook deel van moeten uitmaken. De combinatie van Franse militaire begraafplaats en een nieuw museum is ijzersterk.

21

22

Conclusie en aanbevelingen Het idee om het Franse verhaal te vertellen bij de Franse begraafplaats en de gesneuvelden een gezicht te geven heeft bestaansrecht. Herdenk ze op een waardige manier in een passende setting. We adviseren om in dit verband te spreken van een herinneringscentrum in plaats van een museum. De gewenste omvang van het gebouw is te groot als we kijken naar het unieke verhaal dat op deze locatie verteld kan worden. Een compact herinneringscentrum, is meer passend en zou uniek zijn in Zeeland. Zet in op een kleinere, sterke en hoogwaardige expositie die mensen van top tot teen raakt. Een expositie waar je als mens anders uitkomt dan je er in gaat. Het onderscheidend vermogen wordt vergroot door de expositie niet objectgericht te maken. Een zorgvuldige selectie van een aantal objecten zal het verhaal ondersteunen. Naast deze objecten vertellen audiovisuele middelen het verhaal. Objecten die al in andere musea in Zeeland te zien zijn, hebben geen toegevoegde waarde in dit herinneringscentrum. Om te komen tot een goede presentatie in het herinneringscentrum in Kapelle moet als eerste aan een verhaallijn worden gewerkt. We adviseren om hier een professioneel bureau bij te betrekken.

Het hebben van een verhaallijn met eerste conceptuele beeldende uitwerkingen geeft richting aan het plan en kan een grote invloed hebben op het vinden van financiering zodat het plan daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. In de verhaallijn moet de focus liggen op de Franse inzet in Zeeland en Nederland. De oorlogsbegraafplaats en de 217 Franse, 20 Marokkaanse en Algerijnse militairen die sneuvelden in Franse dienst staan centraal. Er kan een link gelegd worden met de Slag om de Schelde maar het heeft geen meerwaarde om dit verhaal op deze locatie verder uit te werken. Het Bevrijdingsmuseum Zeeland in Nieuwdorp gaat in oktober 2019 open met een vernieuwde presentatie op 4.000 m2 expositieruimte met daarbij nog een groot buitenterrein. Daar wordt het verhaal van de Slag om de Schelde en het Franse verhaal ook verteld. Het herinneringscentrum in Kapelle moet een aanvulling zijn op het museum in Nieuwdorp, net zoals het museum in Nieuwdorp een aanvulling moet zijn op dat in Kapelle. Idealiter gezien moeten alle musea aanvullend zijn aan elkaar zodat het verhaal dat aan de bezoeker verteld wordt alleen maar sterker wordt. Voor de nieuwe opzet is echter geen 5.000 m2 expositieruimte nodig. Een kleiner gebouw, waarin het herinneringscentrum is gevestigd, kan ook nog ruimte bieden aan een kleine, qua formaat passende, museumwinkel en horecavoorziening.

Daarbij kan ook nog rekening gehouden worden met een depotruimte, eventueel gecombineerd met een afgescheiden werkplaats waar aan museumobjecten kan worden gesleuteld (en dat op bepaalde momenten kan worden bezocht). Een multifunctionele ruimte voor lezingen en dergelijke kan ook nog tot de functies behoren. Hierbij is het belangrijk dat de functies die in dit gebouw verenigd worden, niet concurreren met aanwezige voorzieningen in de gemeente Kapelle, zoals het dorpshuis en aanwezige horecaondernemers. Mogelijk kunnen deze partijen elkaar wel aanvullen. Al deze functies zijn samen te realiseren in een veel kleiner gebouw. Niet alle functies hoeven gerealiseerd te worden. Het herinneringscentrum is de basis. Het evenemententerrein dat Oorlogsmuseum Vitality wil realiseren kan een functie vervullen in de Franse week (Toujours Kapelle) die sinds 2013 in Kapelle wordt georganiseerd. Het terrein kan ook voor andere passende evenementen gebruikt worden, als daar behoefte aan is binnen de gemeente Kapelle. Mocht er binnen deze gemeente geen behoefte zijn aan een evenemententerrein dan is het niet zinvol het herinneringscentrum te combineren met een dergelijk terrein. Mocht die behoefte er wel zijn dan zal door de gemeente nader bepaald moeten worden voor wat voor soort evenementen dit terrein gebruikt gaat worden en aan welke richtlijnen de evenementen moeten voldoen.

De gewenste grootte van een evenemententerrein is geheel afhankelijk van het soort evenementen dat er georganiseerd wordt.

23

Er zijn nog veel financiële onzekerheden in het huidige plan van oorlogsmuseum Vitality. Sommige inkomsten worden te hoog ingeschat, sommige kosten zijn niet meegenomen of te laag ingeschat. De inkomsten en kosten moeten beter onderbouwd worden. Er zijn waarschijnlijk inkomsten via verschillende bedrijven die (in natura) sponsoren en er zijn goede contacten met de Franse ambassade en het Frans bedrijfsleven. Dat biedt mogelijkheden maar harde financiële garanties zijn er op dit moment nog niet. De relaties met de Franse ambassade en het Franse bedrijfsleven bieden kansen. Deze kansen zullen echter geconcretiseerd moeten worden voordat de financiële haalbaarheid van dit plan goed beoordeeld kan worden. De omvang van het museum in het huidige plan brengt bepaalde financiële en organisatorische eisen met zich mee. Een kleinschaliger, niet objectgericht herinneringscentrum is meer onderscheidend en brengt andere financiële en organisatorische eisen met zich mee. Een dergelijk plan achten wij kansrijker. De vrijwilligers van Oorlogsmuseum Vitality hebben inhoudelijk veel kennis van zaken en zijn in staat een relevant netwerk om zich heen te creëren. Ze willen graag vooruit en in gesprek blijven. Het is belangrijk dat gemeente en museumbestuur met elkaar in overleg blijven om te komen tot een plan dat kans van slagen heeft en een meerwaarde biedt voor de gemeente Kapelle.

24

Colofon Uitgave

Erfgoed Zeeland www.erfgoedzeeland.nl

Tekst

Janneke de Wit, Daniëlle Otten, Marc Kocken

Vormgeving

Erfgoed Zeeland

Opdrachtgever Gemeente Kapelle © 2019

25

Erfgoed Zeeland Middelburg, 25 februari 2019 [revisie 7 maart 2019 definitief]

Erfgoed Zeeland • Postbus 49 • 4330 AA Middelburg +31 (0)118 670 870 • info@erfgoedzeeland.nl www.erfgoedzeeland.nl • Twitter: @erfgoedzeeland KvK: 41113210 • IBAN: NL75 RABO 0335 0886 00 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15847333/1