F.3. Schriftelijke vragen woonplaatsstatus Biezelinge
Tekst van het document
Onderwerp: Woonplaatsstatus Biezelinge Geacht college, Binnen de gemeente Kapelle kennen verschillende kernen een sterke eigen identiteit. Eén van deze kernen is Biezelinge. In de praktijk ervaren veel inwoners Biezelinge als een zelfstandig dorp met een eigen geschiedenis, gemeenschap en identiteit. De aanleiding voor deze vragen is dat bij of ciële registraties, zoals bijvoorbeeld op kandidatenlijsten bij verkiezingen, inwoners uit Biezelinge worden aangeduid met de woonplaats Kapelle. Uit eerste onderzoek blijkt dat dit waarschijnlijk zijn oorsprong vindt in de invoering van het postcodesysteem in de jaren ’70, waarbij Kapelle en Biezelinge administratief als één woonplaats werden beschouwd. Bij de invoering van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) rond 2008 lijkt deze situatie vervolgens formeel te zijn vastgelegd, waarbij Biezelinge niet als aparte woonplaats is opgenomen. Tegelijkertijd bestaat Biezelinge historisch gezien al eeuwen als dorp en is de naam nog altijd duidelijk aanwezig in de samenleving, bijvoorbeeld in verenigingen, kerkelijke gemeenschappen en het station Kapelle-Biezelinge.
1.
Kan het college uiteenzetten wanneer en op basis van welk besluit Biezelinge niet langer als zelfstandige woonplaats is geregistreerd binnen de gemeente Kapelle?
2.
Klopt het dat bij de invoering van het postcodesysteem in de jaren ’70 Kapelle en Biezelinge administratief als één woonplaats zijn aangemerkt? Zo ja, welke gevolgen had dit destijds voor de of ciële woonplaatsregistratie?
3.
Kan het college toelichten welk woonplaatsbesluit door de gemeente Kapelle is genomen bij de invoering van de BAG en welke woonplaatsen daarin zijn vastgesteld?
4.
Klopt het dat Biezelinge bij dat besluit niet als afzonderlijke woonplaats is vastgesteld? Wat waren hiervoor destijds de overwegingen?
5.
Is het juridisch mogelijk om Biezelinge opnieuw als zelfstandige woonplaats vast te stellen binnen de gemeente Kapelle?
6.
Indien dit juridisch mogelijk is, welke bestuurlijke en administratieve stappen zouden daarvoor moeten worden gezet?
7.
Welke praktische gevolgen zou een dergelijke wijziging hebben voor inwoners, bijvoorbeeld voor adressenregistratie, postbezorging en gemeentelijke administratie?
8.
Is het college bereid te onderzoeken of het opnieuw aanwijzen van Biezelinge als woonplaats mogelijk is?
fi
fi
Gelet hierop heeft de CDA-fractie de volgende vragen:
9.
Is het college bereid de raad hierover te informeren en, indien mogelijk, een voorstel aan de raad voor te leggen?
Wij zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, Maarten Hage CDA