E.51a Memo juridisch ontgassen
Tekst van het document
MEMO Aan:
Van: Datum: Onderwerp:
de provincie Zeeland, de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen RUD Zeeland 21 mei 2024 Woo-verzoek Werkgroep Juridisch Ontgassen
Door de landelijke Werkgroep Juridisch Ontgassen (hierna: de Werkgroep) is een verzoek op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo-verzoek) ingediend. Dit Woo-verzoek is bij meerdere gemeenten ingediend. Aan de RUD is gevraagd om een blik te werpen op dit verzoek. Het Woo-verzoek bestaat uit verschillende onderdelen, die niet allemaal onder de werking van de Woo vallen. Hieronder worden de verschillende onderdelen uit het Woo-verzoek besproken. 1. De Colleges van B & W der Nederlandse gemeenten geen vergunningen te verstrekken aan schepen dan wel aan andere vervoersmodaliteiten aan de lucht te ontgassen. 2. Verzoekt de werkgroep u als Colleges uw uiterste medewerking te verlenen aan het vergunnen van de hierboven genoemde DVI’s . Temeer dat de tijdspanne tot 1 juli te kort is. Deze twee punten worden gezamenlijk besproken in deze memo. Deze twee onderdelen kunnen niet beschouwd worden als een Woo-verzoek. Een Woo-verzoek ziet op het (gedeeltelijk) openbaar maken van publieke informatie, neergelegd in documenten (artikel 2.1 Woo). Het verzoek om ergens wel/niet aan mee te werken, kan in die zin niet beschouwd worden als een Woo-verzoek. Het antwoord op deze twee vragen is relatief simpel. Het bevoegd gezag, wie dat ook moge zijn (zie de punten 3 en 4), heeft zich bij het voorbereiden van beschikkingen (vergunningen) te houden aan de geldende wet- en regelgeving.
Wanneer voor 1 juli 2024 een aanvraag wordt ingediend voor varend ontgassen, kan deze vergunning in strikte zin niet geweigerd worden op basis van toekomstige wet- en regelgeving. In hoeverre vooruit gelopen kan worden op dat verbod, dient per geval onderzocht te worden door het bevoegd gezag. 3. De werkgroep, binnen de daarvoor in redelijkheid gestelde termijn, zoals deze in de AwB genoemd is, zich beroepend op de WOO, de zienswijze en beleidskaders van uw gemeente aangaande het vergunnen van een eventuele DVI toe te zenden, en dit ook te doen indien zij het vergunnen aan een gemandateerde hebben uitbesteed. 4. De werkgroep, binnen de daarvoor in redelijkheid gestelde termijn, zoals deze in de AwB genoemd is, zich beroepend op de WOO de zienswijze en beleidskaders van uw gemeente Ook deze twee onderdelen van het Woo-verzoek kunnen gezamenlijk besproken worden. Voor zover de gemeente in bezit is van beleidskaders/zienswijzen ten aanzien van het ontgassen van schepen, zullen deze openbaar gemaakt moeten worden (binnen de kaders die de Woo kent). RUD is als uitvoeringsdienst niet in bezit van beleidskaders, daar het beleid wordt gemaakt door de deelnemers (gemeenten/provincie).
De vraag is echter in hoeverre de gemeenten in bezit (kunnen) zijn van dergelijke beleidskaders. In het Woo-verzoek wordt veelvuldig aangehaald dat het verzoek ziet op beleidskaders/zienswijzen ten aanzien van “ontgassen van schepen aan de lucht”. Hier is echter een belangrijk onderscheid te maken voor wat betreft het bevoegd gezag, namelijk: - Varend ontgassen valt onder het bevoegd gezag provincie. - Stilliggend ontgassen valt onder het bevoegd gezag gemeente. In het Woo-verzoek wordt meerdere keren naar een verbod gerefereerd dat per 1 juli aanstaande in werking zal treden. Dit verbod ziet op het varend ontgassen van schepen. Dit verbod is ingesteld op Europees niveau in het Scheepsafvalstoffenverdrag en wordt geïmplementeerd in het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart (verder: SAB).1 Het is daarom aannemelijk dat het Woo-verzoek ziet op het openbaar maken van documenten ten aanzien van het varend ontgassen. Deze documenten (beleidskaders/zienswijzen) zullen in bezit zijn bij de provincie Zeeland, daar nu de provincie het bevoegd gezag is voor het varend ontgassen van schepen. De beleidskaders voor het varend ontgassen van schepen zijn geformuleerd in afdeling 2.7 van de Omgevingsverordening Zeeland en deze zijn dus reeds openbaar. Daarbij is echter van belang dat afdeling 2.7 van de Omgevingsverordening Zeeland enkel ziet op varend ontgassen op de “vaarweg”.
Welke Zeeuwse wateren daarmee bedoeld wordt, is te vinden in bijlage ll van de Omgevingsverordening Zeeland. Via die bijlage komt de volgende kaart in beeld, waaruit blijkt op welke wateren afdeling 2.7 van de Omgevingsverordening Zeeland van toepassing is:
Blijkens deze kaart gaat het om de volgende wateren: - Westerschelde; - Kanaal Terneuzen-Gent; - Schelde-Rijnverbinding. 1
Kamerstuk ll, 2023-2024, 31409, nr. 437.
Het verbod op varend ontgassen zonder omgevingsvergunning (afdeling 2.7 van de Omgevingsverordening Zeeland) is dus enkel van toepassing op bovengenoemde drie wateren. Afdeling 2.7 van de Omgevingsverordening Zeeland is dus niet van toepassing op onder meer de Oosterschelde. Stilliggend ontgassen is een MBA die valt onder het bevoegd gezag gemeente. Dit zou geregeld moeten zijn/worden in het omgevingsplan van de gemeenten. Voor zover bekend bij de RUD is dit op moment van schrijven in geen enkel gemeentelijk omgevingsplan iets geregeld over stilliggend ontgassen. Conclusie Het Woo-verzoek kent een vage formulering. Het is voor de RUD onduidelijk of de Werkgroep doelt op zowel stilliggend als varend ontgassen, of enkel op varend ontgassen (vanwege de verwijzing naar het verbod van 1 juli aanstaande). Wel is duidelijk dat enkele beleidskaders, ten aanzien van varend ontgassen, reeds openbaar te raadplegen zijn in afdeling 2.7 van de Omgevingsverordening Zeeland. De beleidskaders ten aanzien van stilliggend ontgassen horen in het gemeentelijk omgevingsplan thuis. Het omgevingsplan wordt opgesteld door de gemeenten. Tot slot kan geconcludeerd worden dat de RUD niet in bezit is van dergelijke beleidskaders. De RUD voert de lokale wet- en regelgeving van diens deelnemers uit, en stelt deze wet- en regelgeving niet op.
Dit laatste is een taak van de Zeeuwse overheden (gemeenten/provincie).